CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Transitievisie Warmte Heemstede.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 8: Transitievisie Warmte Heemstede11.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

meestal wijken met veel eengezinswoningen, gebouwd na 1990. In deze wijken hoeven vaak alleen de radiatoren en het gasfornuis vervangen te worden om de overstap naar verwarmen met elektriciteit te kunnen maken. Het gasnet is doorgaans nog nieuw, evenals de gasketels. Daarnaast is verwarmen met elektriciteit vaak toegepast op bedrijventerreinen en kantoorparken, eventueel in combinatie met lokale bronnetten vanwege de koudevraag. Verwarmen met elektriciteit is ook vaak de voorkeurswarmteoptie van nieuwbouwontwikkelingen, met name kleine ontwikkelingen waar onvoldoende schaal is voor een warmtenet. Warmtenet Een warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse leidingen die warm water vervoeren naar meerdere gebouwen. Er is dan sprake van een collectieve warmtevoorziening. De woning heeft, afhankelijk van het temperatuurniveau van de geleverde warmte, in vergelijking met verwarmen met elektriciteit vaak minder ingrepen aan de schil en de binneninstallatie nodig. In de woning is qua techniek alleen een afleverset aanwezig. Bij een warmtenet komt er per gebouw of cluster van eengezinswoningen of kleinere gebouwen een afleverstation. De temperatuur van het aangeleverde warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen verwarmen. Over het algemeen zijn er bij lagere temperaturen meer (duurzame) bronnen beschikbaar (zie ook de volgende paragraaf ).

De investeringen in de infrastructuur van warmtenetten zijn relatief hoog. Hierdoor zijn warmtenetten het meest haalbaar in gebieden met een hoge dichtheid en schaal. Een ander belangrijk kenmerk van warmtenetten is dat een warmtenet in een relatief kort tijdsbestek moet worden ontwikkeld, om zodoende snel voldoende aansluitingen te krijgen waarmee de hoge investeringskosten zijn gedekt. De bestaande netten in wijken met oudere woningen leveren een temperatuur van maximaal 90°C (hoogtemperatuur). Nieuwere wijken zijn beter geïsoleerd. De aanvoertemperatuur is daar dus lager, circa 70°C (middentemperatuur). Bij nieuw te bouwen wijken is verdere verlaging van de aanvoertemperatuur naar 40°C (laagtemperatuur) mogelijk. Bij woningen is dan wel een aanvullende boostervoorziening nodig in de woning voor warm tapwater (55°C). In de praktijk zien we daarom bij nieuwbouwwoningen vaak een middentemperatuur warmtenet. De opbouw van het woningenbestand bepaalt de haalbaarheid van een warmtenet. Grondgebonden woningen zijn lastiger aan te sluiten op een warmtenet dan meergezinswoningen (flats, appartementen). Grondgebonden woningen

staan minder dicht bij elkaar. De bestaande gasketel is vaak geplaatst op zolder. Hierdoor moeten inwoners aanvullende aanpassingen doen in de woning. Daarnaast is het van belang dat de voldoende woningen aansluiten. In de praktijk gaat het om een hele straat of meerdere straten. Woningcorporaties kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. In een straat zijn vaak meerdere (soms alle) woningen in bezit van een woningcorporatie. Daardoor kan een warmtenet met corporatie­ woningen gemakkelijker de nodige schaalgrootte halen. Gasnet/hybride De gecombineerde inzet van gas en elektriciteit voor verwarming noemen we een hybride systeem. Hierbij wordt voornamelijk elektriciteit gebruikt om middels een warmtepomp te verwarmen, maar op momenten dat de warmtevraag hoog is, springt een gasgestookte installatie bij. In een goed geïsoleerde woning bespaart deze combinatie als snel 70% van het aardgasverbruik. Een groot voordeel van een hybride systeem is dat het minder eisen stelt aan isolatie en afgiftesysteem in de woning en aan het elektriciteitsnet dan volledig elektrisch verwarmen. Ook vraagt deze combinatie vaak minder ruimte omdat er geen buffervat wordt gebruikt en een kleinere warmtepomp volstaat. Hybride systemen kunnen als tussenstap richting volledig elektrisch verwarmen op korte termijn veel aardgasbesparing opleveren.

In de toekomst kunnen ze, in combinatie met duurzame gassen als waterstof en groen gas, ook een aardgasvrije warmteoptie zijn. Daarnaast kunnen duurzame gassen in gebouwen die niet goed te isoleren zijn (bijvoorbeeld monumentale panden) direct in cv-ketels worden ingezet. 2.3.Overstappen naar duurzame warmtebronnen Om volledig aardgasvrij in 2050 te worden, zullen we in de toekomst alle benodigde energie in de gebouwde omgeving met duurzame bronnen opwekken. Hierbij is het belangrijk dat er zicht is op voldoende duurzame bronnen in de toekomst, en dat er voldoende capaciteit in de infrastructuur is om deze energie naar de regio en de gemeente te transporteren. Om de beschikbaarheid van duurzame energie in de toekomst te borgen, werkt de gemeente regionaal samen met andere gemeenten in de regio Noord-Holland Zuid aan de Regionale Energiestrategie (RES). Bij iedere energie infrastructuur (elektriciteitsnet, warmtenet en gasnet/hybride) horen andere bronnen en andere installaties in de gebouwen. De transitie naar volledig duurzame bronnen zal daarom verschillen per energie infrastructuur:

22

Duurzame elektriciteit Voor de opwek van elektriciteit zullen we de komende jaren steeds meer duurzame bronnen gebruiken. In de toekomst zal de stroommix in Nederland nagenoeg helemaal duurzaam zijn, voornamelijk wind- en zonne-energie. Naast het verwarmen in de gebouwde omgeving zullen ook andere sectoren in toenemende mate gebruik gaan maken van duurzame energie. Het vervoer zal steeds meer elektrisch worden en ook de industrie zal daar waar mogelijk overstappen op elektriciteit. Aandachtspunt is daarbij dat knelpunten in het elektriciteitsnet tijdig worden verholpen. Duurzame warmte Veel warmtenetten in Nederland zijn nu nog aangesloten op fossiele (rest)warmtebronnen zoals elektriciteitscentrales,

Duurzame Warmtebronnen in Heemstede Voor een duurzaam warmtenet is een duurzame warmtebron in de buurt nodig. In het kader van de Regionale Structuur Warmte (RSW) als onderdeel van de RES zijn een aantal van deze bronnen in beeld gebracht. In de omgeving van Heemstede zijn verschillende opties om duurzame warmte te produceren. Aquathermie Aquathermie is het winnen van warmte uit water. Het kan daarbij gaan om afvalwater (riothermie), oppervlaktewater en drinkwaterleidingen. Met name drinkwaterleidingen zijn een interessante optie voor Heemstede. De WRK-leiding die door de gemeente loopt, vervoert ruw drinkwater vanuit Nieuwegein naar de NoordHollandse duinen. Middels warmtepompen kan warmte uit dit water worden gewonnen. In een recente studie is gebleken dat op deze manier genoeg warmte te winnen is om een groot gedeelte van Heemstede van warmte te voorzien. Daarnaast is het op verschillende plekken mogelijk warmte uit oppervlaktewater te winnen. Denk bijvoorbeeld aan het Spaarne en de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. (Diepe) geothermie Middels geothermie (aardwarmte) wordt warm water van grote diepte (tot enkele kilometers) uit de ondergrond opgepompt. De warmte wordt bovengronds in een gesloten systeem gebruikt, en het afgekoelde

15  16 

RES 1.0 Noord-Holland Zuid Zie ook: https://scanaardwarmte.nl/

afvalenergiecentrales of gasgestookte installaties. Ook is het soms tijdens de aanleg van een warmtenet nodig tijdelijk gebruik te maken van gasgestookte centrales. Ook zijn gasgestookte ketels vaak nodig om op momenten met hoge warmtevraag bij te springen. Op de lange termijn zal de warmte uit duurzame bronnen komen, zoals geothermie, aquathermie en duurzame gassen. Warmte is lastiger om over grote afstanden te transporteren dan gas en elektriciteit. Warmtenetten hebben daarom vaak een sterk lokaal of regionaal karakter. De nabijheid van duurzame warmtebronnen is belangrijk voor de haalbaarheid van warmtenetten. 15 In de regio Noord-Holland Zuid zijn veel warmtebronnen aanwezig. Toch is daarmee niet gezegd dat het lukt om deze warmte in de gemeente in te zetten. Veel hangt daarbij af van de schaal van een toekomstig warmtenet en of de vraag groot genoeg is om de afstanden te overbruggen.

water wordt weert terug in de ondergrond gepompt. Deze techniek wordt al langer toegepast in de glastuinbouwsector. Of het mogelijk is om geothermische warmte te winnen hangt af van de samenstelling van de ondergrond. Een aandachtspunt hierbij is dat een geothermieproject een grote schaal heeft (minimaal enkele duizenden woningen). Op dit moment wordt de potentie voor diepe geothermie verkend in de zogeheten SCAN-campagne. 16 De gemeente Haarlem zet in op geothermie voor een warmtenet in de wijk Meerwijk. In de toekomst biedt dit wellicht mogelijkheden voor naastliggende wijken in Heemstede. Hierover blijven we met Haarlem in gesprek. Restwarmte Restwarmte is warmte die vrijkomt bij bedrijven of industrie die ter plekke niet nuttig wordt toegepast. Als er voldoende restwarmte beschikbaar is, kan deze worden toegepast in de gebouwde omgeving. Regionale voorbeelden zijn Tata Steel IJmuiden, datacentrales in de Haarlemmermeer en afvalwaterzuiveringsinstallaties. Uit eerdere verkenningen is gebleken dat het gebruiken van restwarmte van Tata Steel IJmuiden waarschijnlijk een toename van stikstofemissies zal veroorzaken. Dit project is daarom stilgelegd. In de gemeente Heemstede zelf zijn geen grote restwarmtebronnen bekend. Omgevingsdienst IJmond inventariseert momenteel waar potentieel nog meer restwarmte uit zou kunnen ontstaan.

23

Duurzaam gas Daar waar het gasnet blijft liggen zal aardgas worden vervangen door een klimaatneutraal alternatief, bijvoorbeeld groen gas of waterstof. Er bestaan verschillende typen duurzaam gas: groen gas dat wordt geproduceerd door het vergassen of vergisten van biomassa en (groene) waterstof dat wordt geproduceerd door met groene stroom water te ontleden in waterstof en zuurstof. Naar de toekomstige beschikbaarheid van deze gassen wordt nog veel onderzoek gedaan. De huidige inschatting is dat er tot 2030 met groen gas een potentiële verduurzaming van 20% tot 30% van de huidige gasvraag van de gebouwde omgeving mogelijk is. Tot 2050 is er mogelijk meer beschikbaar, maar ook andere sectoren zullen hiervan gebruik willen maken. Bijvoorbeeld als back-up voor elektriciteitsproductie, als piekvoorziening voor warmtenetten en de procesindustrie. Voor waterstof wordt voor 2030 geen grootschalige toepassing in de gebouwde omgeving verwacht. Ook voor de periode daarna is het verduurzamingspotentieel onzeker. Dat komt omdat voor de productie van groene waterstof groene stroom noodzakelijk is. Zolang er nog geen groene stroom in overmaat beschikbaar is, zal het efficiënter zijn om de stroom direct in te zetten. Daarnaast zullen, net als bij groen gas, ook andere sectoren van duurzame waterstof gebruik willen maken.

17 2.4.Samenvatting duurzame warmteopties De tabel hieronder vat de karakteristieken van de verschillende warmteopties samen. De opties verschillen in de noodzakelijke maatregelen in het gebouw, de infrastructuur in de wijk, de beschikbare bronnen en het typische toepassingsgebied.

Zie bijvoorbeeld: Klimaatakkoord, Routekaart Groen Gas 2020-2050, PBL Klimaat en Energieverkenning 2019, RES MRDH, Systeemstudie Zuid Holland

Drie ‘kleuren’ waterstof Waterstof (H2) wordt op dit moment al veel gebruikt in Nederland en in de rest van de wereld. Het is een belangrijke grondstof voor de procesindustrie. Er wordt vaak gesproken over ‘grijze’, ‘blauwe’ en ‘groene’ waterstof. Chemisch zijn deze drie soorten waterstof exact het zelfde en eigenlijk heeft waterstof ook geen kleur. Je kunt het vergelijken met ‘grijze’ en ‘groene’ stroom. Grijze waterstof: Waterstof die wordt geproduceerd uit fossiele brandstoffen (meestal aardgas) noemen we grijze waterstof. Veruit de meeste waterstof die momenteel wordt gebruikt, is grijze waterstof. Ongeveer 10% van het geproduceerde aardgas in Nederland wordt ingezet voor de productie van waterstof. Hierbij komt veel CO2 vrij, deze vorm van waterstofproductie is dus niet duurzaam en zal in de toekomst vervangen worden door blauwe of groene waterstof. Blauwe waterstof: Blauwe waterstof wordt ook geproduceerd uit fossiele brandstoffen (meestal aardgas). Bij de productie van blauwe waterstof wordt de vrijgekomen CO2 afgevangen en in de ondergrond opgeslagen. Hierbij komt dus geen CO2 in de atmosfeer, maar er is veel discussie over of deze manier van produceren duurzaam is. Groene waterstof: Wanneer in de context van de warmtetransitie wordt gesproken over waterstof, gaat het meestal over groene waterstof.

Bij deze vorm van waterstofproductie wordt (groene) stroom gebruikt om water te ontleden in zuurstof en waterstof. Hierbij komt dus geen CO2 vrij. Aandachtspunt is wel dat dit een inefficiënte manier van elektriciteitsgebruik is. Er voldoende groene stroom beschikbaar zijn. Wanneer er maar beperkt groene stroom beschikbaar is, is het vaak efficiënter om deze direct in te zetten in bijvoorbeeld een warmtepomp, in plaats van voor de productie van waterstof.

17

24

Tabel 2. Overzicht verschillende duurzame warmteopties

25

3.Transitiepaden 3.1. Volledig elektrisch verwarmen (‘All-electric’)

26

3.2. Warmtenet

27

3.3. Besparen en op termijn duurzaam gas

28

3.4. Besparen en herijken

29

3.5. Bedrijventerreinen

30

4.Toelichting gekozen transitiepaden

31

32

5.Vergelijking verschillende modelanalyses We hebben verschillende modellen gebruikt om een inschatting te maken van de maatschappelijke kosten van verschillende aardgasvrije warmteopties in de gemeente Heemstede. De uitkomsten van deze modellen gebruiken we om een indruk te krijgen van de mogelijkheden en onmogelijkheden in de gemeente. Wat opvalt is dat de verschillende modellen tot erg verschillende uitkomsten komen. Dat heeft een aantal oorzaken: De wijken in Heemstede zijn divers van samenstelling. Daardoor is het lastig om op wijkniveau één warmteoptie te kiezen die voor de hele wijk de beste optie is;  In veel van de wijken komen relatief veel rijwoningen uit de periode 1950-1975 voor. Voor deze woningen geldt dat de maatschappelijke kosten van zowel een warmtenet als individueel elektrisch verwarmen (met de kennis van nu) dicht bij elkaar liggen en relatief hoog zijn; De modellen werken met verschillende scenario’s. De aannames met betrekking tot de toekomstige beschikbaarheid van duurzame gassen hebben grote invloed op de uitkomsten.

5.1.Startanalyse – Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

33

5.2.Openingsbod – Stedin

34

5.3.Warmtetransitiemodel – Over Morgen

35

5.4.Vergelijking verschillende modellen

36

6. K  ansen en uitdagingen die zijn meegegeven vanuit de meedenkgroep 6.1.Antwoorden op de vraag: Wat vind je het belangrijkst aan de aardgasvrije oplossing voor jouw woning? Dat er ruimte voor maatwerk en keuzevrijheid is Dat er regie is vanuit de gemeente Dat ik kan aansluiten bij (persoonlijke) natuurlijke momenten Dat mijn woning comfortabel warm blijft/ het juiste isolatieniveau voor all-electric Dat ik samen met mijn buren kan optrekken in een collectieve oplossing Dat de oplossing betaalbaar/kostenbesparend/ comfort-verhogend is Dat de oplossing duurzaam is 6.2.Antwoorden op de vraag: In wat voor buurten zou jij beginnen met de overgang naar aardgasvrij? In wijken die al goed geïsoleerd zijn, daar is de overstap op een warmtepomp het gemakkelijkst te maken Aan de andere kant: wijken waar veel wordt gebruikt, daar is de meeste milieuwinst te boeken In wijken waar zich natuurlijke momenten voordoen/ waar de inwoners er aan toe zijn  Ga op zoek naar een ‘Heemsteedse’ oplossing, dat is goed voor het draagvlak Kijk niet alleen naar buurtkenmerken, gebruik ook andere criteria zoals renovatie, aankoop, verbouwen (natuurlijke momenten, planning inwoners) Benader woningeigenaren actief met informatie en subsidiemogelijkheden Informeer inwoners over de mogelijkheden van hybride en spijtvrije maatregelen.

De term ‘aardgasvrij’ is daarbij misschien wat ongelukkig 6.3.Overige opmerkingen Tips en kansen Betrek inwoners pas als er opties zijn om aan ze voor te leggen, zodat ze daadwerkelijk over iets concreets kunnen meepraten Aardgasvrij is niet het doel – CO2 neutraal wel. De term aardgasvrij bevordert niet de discussie Gestapelde bouw, al dan niet beheert door een VvE, vraagt om andere maatregelen dan grondgebonden­woningen. Hier moet aandacht voor zijn in de plannen: VvE’s kunnen van elkaar leren

Aquathermie uit de Leidsevaart als kans In kaart brengen van de individuele initiatieven van inwoners om clusters te ontdekken, bijvoorbeeld door het aantal subsidieaanvragen in kaart te brengen Aansluiting zoeken bij mogelijke warmtenetten in omliggende gemeenten (Haarlem) Meer en beter informeren over de mogelijkheden voor individuele warmteoplossingen en maatregelen. En de beschikbare subsidies Het pionieren naar mogelijkheden kan geen kwaad. We moeten in dit moeilijke proces ergens met elkaar beginnen. Dit creëert ook draagvlak en zorgt voor kennisuitwisseling. In Nederland heerst er een onterechte koudwatervrees ten aanzien van nieuwe technieken. We moeten deze technieken goed blijven volgen. Er zijn veel kansen voor Nederland. Uitdagingen Heemstede kent relatief veel oudere woningen, houd er rekening mee dat deze vaak moeilijker zijn om te isoleren Is de warmtetransitie wel uitvoerbaar? De industrie is groot verbruiker – hoe gaan we de kosten zo efficiënt mogelijk inzetten op landelijk niveau om CO2 te reduceren? Beschikbaarheid van warmte in de regio – is er genoeg voor iedereen? Woonlastenneutraliteit lijkt (nog) niet haalbaar. De (landelijke) politiek moet hier eerlijk over zijn. In veel gevallen is de overstap nu nog (te) duur.

De druk op het elektriciteitsnet bij grootschalige all-electric oplossingen Beschikbaarheid van duurzame gassen: enerzijds is men overtuigd dat dit voor Heemstede een goede optie is (handhaven bestaand gasnet), anderzijds twijfelt men aan de daadwerkelijke beschikbaarheid in de toekomst De landelijke overheid zou een meer leidende rol moeten hebben / uitspraak moeten doen over de warmteverdeling en bijbehorende kosten. De daadwerkelijke invulling moet de gemeente vormgeven met de omgeving Meer aandacht voor de zwijgzame / onzichtbare meerderheid

37

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1164/documents/16520