Bijlage 1. Ontwerpbegroting en Kadernota 2025-2028 GO BW Zuid-Kennemerland, IJmond en.pdf
Tekst van het document
Regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen
BEGROTING EN KADERNOTA 2025 – 2028
ONTWERP – VOOR ZIENSWIJZE RADEN
Versie 5 d.d. 29 maart 2024
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1 Ontwerpbegroting en kadernota
4
Beleidsmatige kaders
5
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
5 5 5 6 7
Financiële kaders
8
3.1 3.2 3.3 3.4
8 8 9
3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 4
Regionaal beleid Opvang, Wonen en Herstel Regionale paragraaf Opvang, Wonen en Herstel Ontwikkelagenda Maatregelen om tekort Maatschappelijke Opvang te beperken Doordecentralisatie en Wet woonplaatsbeginsel
Opmerkingen vooraf Verwerking van zienswijzen gemeenteraden Risico’s en weerstandsvermogen Rijksbijdrage centrumgemeente aan Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen overgedragen Delen van financiële risico’s Regionale reserve Beschermd Wonen Innovatiebudget Ontwikkel- en frictiebudget Dekking tekorten Maatschappelijke Opvang
9 10 10 11 11 11
Financiële begroting 2025-2028
13
4.1 Samenvatting Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen begroting 2025 4.2 Toelichting Lasten
13 13
a) Zorgkosten
13
b) Middelen ter inzet van het tekort op de Maatschappelijke Opvang
13
c) Innovatiefonds
14
e) Gekantelde dagbesteding
15
f) Personeelskosten
15
g) Subsidies (Herstelacademie)
15
h) Advieskosten
15
i) Overige kosten
15
4.3 Toelichting Baten
16
j en k) Bijdrage voor 100% gedekt door centrumgemeente Haarlem
16
l) Eigen bijdrage
16
4.4 Ontwikkeling reserve Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen
16
Bijlage 1. Financiële risico’s 2024 t.b.v. berekening weerstandsvermogen
18
Bijlage 2. Formatie Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen 2024, 2025 en 2026
22
Bijlage 3. Exploitatietekort Maatschappelijk Opvang (situatie begin-2024)
23
3
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
Bijlage 4. Lokale uitvoeringskosten
24
Bijlage 5. De verdeelsleutel op basis van het (voorlopige) Objectief Verdeelmodel
25
4
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
1 Inleiding Voor u ligt de Ontwerpbegroting 2025-2028 van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen van de gemeenten uit de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Deze Ontwerpbegroting 2025 – 2028 is een actualisatie van de Ontwerpbegroting 2024-2026 die in het najaar 2023 aan de raden van de 8 gemeenten is voorgelegd en die op 19 januari 2024 door het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen is vastgesteld. Bij het opstellen is rekening gehouden met de jaarrekening 2023, de ontwikkelingen rondom de Wet woonplaatsbeginsel en de zienswijzen van de gemeenteraden op de begroting 2024 – 2026. 2024 is het eerste jaar van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen en daarmee de gezamenlijke sturing op Beschermd Wonen door acht gemeenten. In de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen zijn de samenwerkingsafspraken vastgelegd. Deze Ontwerpbegroting geeft hiervoor de financiële kaders. Met de start van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen op 1 januari 2024 heeft de regio ZuidKennemerland, IJmond en Haarlemmermeer de stap gezet naar verstrekkende samenwerking op het gebied van Beschermd Wonen op een moment dat landelijke wetgeving die de doordecentralisatie Beschermd Wonen moet regelen nog ontbreekt.
De regio wil niet wachten met de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis, spreiding van voorzieningen en een betere verbinding van deze voorzieningen met het lokale aanbod in elk van de deelnemende gemeenten.
1.1
Ontwerpbegroting en kadernota
In de Wet gemeenschappelijke regelingen is opgenomen dat het Gemeenschappelijk Orgaan vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar aanbiedt aan de raden van de deelnemende gemeenten. Tevens is in de Wet gemeenschappelijke regelingen de verplichting opgenomen om de Ontwerpbegroting van een Gemeenschappelijk Orgaan voordat deze door het Gemeenschappelijk Orgaan wordt vastgesteld toe te zenden aan de raden voor een zienswijze. Beide stukken zijn in deze Ontwerpbegroting gecombineerd. Deze begroting bestaat daarom uit twee delen. De kadernota waarin we de inhoudelijke kaders beschrijven en de financiële begroting met toelichting. De gemeenteraden van de acht deelnemende gemeenten worden in gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op deze Ontwerpbegroting. Het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen zal vervolgens op de zienswijzen reageren en deze verwerken in een definitieve begroting.
5
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
2 Beleidsmatige kaders 2.1
Regionaal beleid Opvang, Wonen en Herstel
De regio heeft de gezamenlijke beleidsuitgangspunten in het regionaal kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 – 2027 vastgelegd. Hierin staat dat de gemeenten samenwerken vanuit de visie om inwoners die zijn aangewezen op (voorzieningen voor) Beschermd Wonen, zo gewoon mogelijk te laten wonen met herstelondersteuning gericht op inclusie, volwaardig burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de eigen omgeving.
2.2
Regionale paragraaf Opvang, Wonen en Herstel
Naast het regionale kader hebben de gemeenten gewerkt aan een gezamenlijke regionale paragraaf Opvang, Wonen en Herstel. De gemeenten willen zich gezamenlijk inzetten om dakloosheid van onze inwoners te voorkomen en om inwoners met een psychische kwetsbaarheid in hun eigen omgeving thuis beschermd en passend te ondersteunen. Dit vanuit de centrale uitgangspunten ‘cliënt of gezin centraal’ en ‘zo thuis mogelijk’. Als regio vullen de gemeenten zo veel mogelijk de landelijke ambitie in om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Om bovenstaande te realiseren, investeren we regionaal in de volgende vier pijlers: 1. 2. 3. 4.
Preventieve inzet: zodat mensen zo thuis mogelijk kunnen wonen en dakloosheid voorkomen wordt; Ondersteuning op maat zodat mensen zo snel als mogelijk kunnen herstellen én zo thuis mogelijk kunnen (blijven) wonen; Meer tijdelijke en structurele woonoplossingen zodat er voldoende passend en betaalbaar woonaanbod is. Realiseren van stabiele uitstroom door nazorg: bevorderen van de uitstroom uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, doordat continuïteit in ondersteuning wordt geboden, zo lang als nodig is.
In elk van de deelnemende gemeenten zijn of worden de beleidsuitgangspunten in lokale uitvoeringsplannen uitgewerkt. Bovenstaande vier pijlers komen in alle lokale uitvoeringsprogramma’s terug, waarbij er lokale beleids- en uitvoeringsvrijheid is om zo optimaal mogelijk aan te kunnen sluiten bij wat lokaal werkt. Om regionale samenhang en schaalvoordelen te behouden, komt in de uitvoeringsplannen een gezamenlijke paragraaf waarin is beschreven wat de 8 gemeenten gezamenlijk uitvoeren. Die paragraaf is daarmee tevens input voor de lokale woonzorgvisies en het regionale plan van de aanpak van dakloosheid. De focus ligt op ‘Wonen eerst’ en op ‘Beschermd thuis’ met een uitwerking in doelstellingen en resultaten in 2024 en 2025.
2.3
Ontwikkelagenda
In 2024 is de regionale aanbesteding van het Beschermd Wonen en de Maatschappelijke Opvang voor de periode 2024-2028 afgerond met een gunning aan 24 aanbieders voor het perceel trajectbegeleiding. Daarvan zijn er 17 die Beschermd Wonen verblijf gegund zijn en 3 verblijf Maatschappelijke Opvang. Een belangrijke afweging in de gunning van de aanbesteding is de bijdrage van aanbieders aan de inhoudelijke transformatie van beschermd wonen naar beschermd thuis. Gegunde aanbieders verbinden zich aan een
6
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
gezamenlijke ontwikkelagenda en geven hier in de contractperiode uitvoering aan. In de regionale begroting is hiervoor een budget gereserveerd. De ontwikkelopgaven zijn: ➢ spreiding van locaties over de regio ➢ direct na toewijzing beschermd wonen starten met begeleiding ➢ acceptatie in de wijk bevorderen ➢ netwerksamenwerking met aanbieders van GGZ, Wmo, welzijn etc. ➢ het bevorderen van de inzet van ervaringsdeskundigheid in de hulpverlening en ➢ het ontwikkelen van pauzeplekken waar inwoners voor korte tijd kunnen blijven als het thuis even niet meer gaat.
2.4
Maatregelen om tekort Maatschappelijke Opvang te beperken
Op het budget voor de Maatschappelijke Opvang bestaat al jaren een tekort t.o.v. de Rijksdoeluitkering. In 2023 is een regionaal onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van het (toenemende) tekort op de Maatschappelijke Opvang, ten opzichte van de Rijksbijdrage. Dit onderzoek is door het bureau AEF uitgevoerd. Het tekort op het budget Maatschappelijke Opvang wordt voor een groot deel veroorzaakt door het niet compenseren voor prijsstijgingen in de Rijksdoeluitkering Maatschappelijke Opvang. Die compensatie is wel door het Rijk doorgevoerd maar toegevoegd aan het accres/gemeentefonds van de individuele regiogemeenten (zie ook paragraaf 3.9). Daarnaast benoemt het AEF-onderzoek mogelijke maatregelen om de druk op de Maatschappelijke Opvang te verminderen. In 2024 is een start gemaakt met het uitwerken en uitvoeren van deze maatregelen. Met de aanbieders Maatschappelijke Opvang worden maatregelen uitgewerkt om de toegang te verbeteren, uitvoering te geven aan ‘Wonen Eerst’ en oplossingen te vinden voor mensen die in de Maatschappelijke Opvang verblijven maar op Beschermd Wonen zijn aangewezen. Ook zijn in 2024 voorbereidingen voor een regionale woonzorgvisie gemaakt. In 2025 continueren we afspraken die hieruit voortkomen.
Er worden verbeteringen gerealiseerd in het toegangsproces Maatschappelijk Opvang en deze leiden naar verwachting de eerste paar jaar tot een toename van kosten (personele inzet) aan de voorkant, maar op de langere termijn tot een kostenbesparing. Dat komt omdat mensen die een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang eerder de juiste ondersteuning op de juiste plek krijgen en eerder uitstromen uit de maatschappelijke opvang. Bijvoorbeeld naar alternatieve huisvesting als Onder de Pannen of Tijdelijk Onder Dak, of uitstroom buiten de regio, als het daar beter past om een toekomst op te bouwen. In 2025 starten we met de uitvoering van de regionale woonzorgvisie waaronder ook afspraken komen te staan over het aantal benodigde sociale huurwoningen/ betaalbare woonplekken en Beschermd Wonen plekken in de regio. Het regionaal actieplan dakloosheid biedt daarvoor ook input. Een volgens het AEF-onderzoek effectieve preventieve maatregel met grote impact is de steungroepenmethodiek. Deze wordt in de gemeente Haarlem al ingezet en wordt in 2024 geëvalueerd. Als de resultaten van de evaluatie daar aanleiding toe geven, kan regionaal nader verkend worden hoe hierop in 2025 in regionaal verband ingezet zou kunnen worden. Vanuit het budget Maatschappelijke Opvang wordt Schiphol social work bekostigd.
Schiphol social work biedt dak- en thuislozen op de luchthaven de juiste hulp en bekijken per persoon waar deze mensen naartoe kunnen. Hulp of zorg krijgen dak- en thuislozen namelijk in de gemeente waar zij vandaan komen. Schiphol social work is daarmee feitelijk een landelijke functie en de regio zet zich in om dit structureel met een landelijk budget bekostigd te krijgen.
7
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
2.5
Doordecentralisatie en Wet woonplaatsbeginsel
De samenwerking in de Gemeenschappelijke Regeling/Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen loopt vooruit op de landelijke plannen om de verantwoordelijkheid voor Beschermd Wonen te decentraliseren van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. Met de invoering van het woonplaatsbeginsel wordt de herkomstgemeente van een cliënt verantwoordelijk voor de verstrekking van Beschermd Wonen. Dit vanuit de gedachte van een maximale prikkel voor gemeenten om te zorgen voor goede preventie en lokaal georganiseerde ondersteuning en begeleiding voor de eigen inwoners. Doordat inwoners zo veel mogelijk lokaal ondersteund worden, kunnen zij langer zelfstandig blijven wonen en participeren in de samenleving. Gelijk met de invoering van het woonplaatsbeginsel zou een nieuw objectief verdeelmodel ingevoerd worden. Doel van het objectieve verdeelmodel is om de financiering van het Beschermd Wonen beter aan te laten sluiten bij de lokale situatie. De invoering van de Wet woonplaatsbeginsel en het objectief verdeelmodel is herhaaldelijk uitgesteld en het is onzeker wanneer de behandeling in de Tweede Kamer en de inwerkingtreding zal zijn.
8
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
3 Financiële kaders 3.1
Opmerkingen vooraf • •
•
•
•
•
•
3.2
Deze begroting is gebaseerd op keuzes die momenteel zijn gemaakt en de informatie die nu beschikbaar is. Met oog op de financiële onzekerheden is gekozen voor het uitgangspunt ‘Rijksbudget is werkbudget’. Slechts beperkt houden we rekening met een (verwacht) overschot op de zorgkosten voor bestaande cliënten (het historisch budget). In voorgaande jaren was er weliswaar sprake van forse overschotten, maar er kan niet met zekerheid gezegd worden dat dit ook het geval zal zijn vanaf 2024 en de jaren daarna. De onzekerheid zit met name in het effect van de in 2024 gegunde contracten. Voor Beschermd Wonen zou dit effect kunnen uitkomen op tussen de €1,9 en €2,1 miljoen extra kosten per jaar als gevolg van hogere tarieven en het direct inzetten van trajectbegeleiding na een verwijzing naar Beschermd Wonen. Daarnaast moet rekening worden gehouden met een groei in het aantal cliënten (7,7% in 2023). Bij het opstellen van deze begroting zorgt het uitstel van de wettelijke doordecentralisatie (via de Wet woonplaatsbeginsel) voor onzekerheid. De verwachting is dat de doordecentralisatie in 2025 nog niet van kracht zal zijn. Bij het opstellen van deze Ontwerpbegroting doen we daarom de aanname dat de wettelijke doordecentralisatie vanuit het Rijk niet in 2025 zal plaatsvinden.
In lijn met de voorgaande ontwerpbegroting worden prijsstijgingen op Beschermd Wonen vanaf 2025 gelijk verondersteld aan de te verwachten verhoging in de decentralisatie-uitkering Beschermd Wonen. Het tekort op Maatschappelijke Opvang wordt stabiel verondersteld vanaf 2024, met als uitzondering een verhoging als gevolg van het ingeschatte aanbestedingseffect (verhoogde tarieven) in 2025. De verwachte kosten Maatschappelijke Opvang zijn niet geïndexeerd en kunnen daardoor hoger uitvallen met mogelijke gevolgen voor de reserve Beschermd Wonen. Hier staat tegenover dat via het gemeentelijke accres compensatie voor loon- en prijsstijgingen wordt toegekend, welke ook niet is opgenomen in de begroting. Aangezien de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang niet wordt geïndexeerd (indexatie vindt plaats via een verhoging in het accres op de algemene uitkering van de afzonderlijke regiogemeenten oftewel het Gemeentefonds), is dit een onderschatting van het toekomstige tekort omdat geen rekening wordt gehouden met een bijdrage van de afzonderlijke gemeenten ter dekking van eventuele prijsstijgingen. Door de werkwijze Rijksbudget=werkbudget is er een ook een onderschatting op de opbouw van de reserve. Deze werkwijze (en de samenhang tussen de tekorten Maatschappelijke Opvang en de vermoedelijke overschotten Beschermd Wonen) zorgt voor een meer evenwichtig beeld.
Er zijn nog geen verschuivingen of bezuinigingen vanuit het regionale onderzoek kostenontwikkeling Maatschappelijke Opvang (AEF-rapportage) opgenomen. Op het moment dat er meer duidelijkheid bestaat over de financiële effecten van deze ontwikkelingen, worden deze opgenomen in de begroting bij een voortgangsrapportage en/of de volgende begroting. Vanuit de ambitie om een stevige basisstructuur neer te zetten, is net als in 2024 regionale formatie begroot zodat er voldoende capaciteit is om de uitvoering Beschermd Wonen lokaal mogelijk te maken.
Verwerking van zienswijzen gemeenteraden
Op de begroting 2024 – 2026 zijn door de gemeenteraden van de gemeente Heemstede, Haarlemmermeer en Velsen zienswijzen gegeven. De zienswijzen zijn als volgt in deze begroting verwerkt:
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
9
•
•
•
•
3.3
Het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen onderschrijft de behoefte aan transparantie en wil meer inzicht in de (verwachte) financiële ontwikkelingen binnen het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen. Tegelijkertijd hebben we te maken met verschillende financiële onzekerheden zoals de indexatie, aanbestedingseffect, de instroom van cliënten en de al in de ontwerpbegroting genoemde dreiging van een mogelijke uitname doeluitkering Beschermd Wonen vanwege een onverwachte, grotere toename in gebruik Wlz. Ook in deze begroting brengen we de financiële onzekerheden zo goed als mogelijk in beeld. Voor de begroting 2025 – 2028 houden we vast aan het uitgangspunt van ‘rijksbudget=werkbudget’ omdat we bij het opstellen van de Ontwerpbegroting 2025-2028 (februari/maart 2024) niet veel meer informatie beschikbaar hebben dan bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2024-2026 (september 2023) beschikbaar was. Gezien de onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen en de verwachte effecten op de nieuwe tarieven (zie hierboven) zouden we op zijn vroegst voor het opstellen van de begroting 2026 – 2029 de huidige begrotingssystematiek kunnen heroverwegen. Bij deze heroverweging zouden we dan ook de oplopende tekorten op de Maatschappelijke Opvang in ogenschouw moeten nemen. In de begroting 2024 – 2026 hadden we de risico’s niet gekwantificeerd.
Voor de begroting 2025 – 2028 hebben we de risico’s en de kansen hierop inzichtelijk gemaakt. Op basis hiervan is hier een weerstandsvermogen aan gekoppeld (zie paragraaf 3.3). Conform de richtlichten van de BBV horen in de begroting een verplichte set kengetallen opgenomen te worden. We hebben geen financiële kengetallen opgenomen omdat deze niet van toepassing zijn binnen de Gemeenschappelijke Regeling Beschermd Wonen. Er is geen sprake van schuld en we trekken geen schuld aan, dus de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, is nihil. De solvabiliteitsratio is hiermee 100%. Grondexploitatie, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte is niet aan de orde (vanwege het uitgangspunt van ‘werkbudget is Rijksbudget’).
Risico’s en weerstandsvermogen
Voor de regionale taak Beschermd Wonen wordt van rijkswege een flink budget uitgekeerd. De gemiddelde kosten per cliënt zijn echter hoog (tussen de € 30.000 en € 50.000 per jaar). Er is een wachtlijst voor Beschermd Wonen plekken. Mogelijke (financiële) risico’s die betrekking hebben op 2024 worden hieronder opgesomd en in bijlage 1 verder toegelicht. • • • •
Uitbreiding van Beschermd Wonen Voorzieningen (kans: 10%) Onverwachte toename in het aantal cliënten Beschermd Wonen (kans: 20%) Medisch Noodzakelijk Verblijf in GGZ-instellingen (kans: 30%) Verlaging in decentralisatie-uitkering Beschermd Wonen vanwege een lagere vaststelling van het objectief verdeelmodel en/of een te hoge instroom in de Wlz (kans: 10%)
Op basis van bovenstaande financiële risico’s voor 2024 is een weerstandsvermogen berekend. Hierbij wordt de kans vermenigvuldigd met het bedrag en deze gewogen bedragen worden bij elkaar opgeteld om te komen tot een weerstandsvermogen van € 687.000. Dit risico kan in de periode 2024 tot en met maximaal 2027 gedekt worden vanuit de reserve (zie paragraaf 4.4).
3.4
Rijksbijdrage centrumgemeente aan Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen overgedragen
De gemeente Haarlem heeft de Rijksbijdrage Beschermd Wonen vanaf 2024 overdragen aan het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen. Hierdoor zijn aan het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd
10
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
Wonen deelnemende gemeenten gezamenlijk (financieel) verantwoordelijk geworden voor Beschermd Wonen. Ook het financiële overschot op Beschermd Wonen van 2023 zal door de gemeente Haarlem worden overgeheveld naar de reserve van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen. Pas als de wettelijke doordecentralisatie in werking treedt, ontvangen gemeenten Rijksmiddelen voor de uitvoering van de taken Beschermd Wonen en zullen de gemeenten aan het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen bijdragen.
3.5
Delen van financiële risico’s
Zolang de doordecentralisatie nog niet in werking is getreden, zijn er beperkt financiële risico’s voor individuele gemeenten. Alleen als de reserve Beschermd Wonen onder de €5 miljoen zou komen, lopen gemeenten het risico de reserve te moeten aanvullen, conform daartoe in het Bijdragebesluit 2025 gemaakte afspraken Vanaf het moment van doordecentralisatie ontstaan er wel risico’s dat gemeentelijke begrotingen worden overschreden. Omdat Beschermd Wonen om kleine aantallen cliënten met sterk variërende zorgkosten gaat, is dat risico reëel. Er is daarom afgesproken om voor een periode van drie jaar na de wettelijke doordecentralisatie eventuele tekorten en overschotten op de zorgkosten (per gemeente) te verrekenen via een vereveningsfonds. Vanwege het ontbreken van de wettelijke doordecentralisatie, is er in 2025 nog geen vereveningsfonds.
3.6
Regionale reserve Beschermd Wonen
Het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen beschikt in 2025 over een eigen reserve om regionale financiële risico’s op te vangen. De reserve wordt gevoed uit de reserve Beschermd Wonen van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen per 31 december 2024 en uit het eventuele overschot op de uitvoeringskosten van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen. De reserve wordt in 2025 ingezet voor de dekking van de volgende (mogelijke) tekorten: • een tekort op de Rijksmiddelen voor Beschermd Wonen die centrumgemeente Haarlem ontvangt voor de hele regio; • een tekort op Maatschappelijke Opvang voor drie jaar na de ingangsdatum van de Wet woonplaatsbeginsel en het objectief verdeelmodel (Wettelijke doordecentralisatie), mits deze ingangsdatum niet later is dan 1 januari 2026 (zie ook toelichting in paragraaf 3.9). Aan het eind van deze periode neemt het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen een besluit ten aanzien van het al dan niet voortzetten van deze afspraak en in welke vorm; • incidentele kosten en eventuele frictiekosten die voor rekening van regio komen. Afgesproken is dat als de reserve van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen onder een afgesproken minimum van € 5 miljoen komt, alle gemeenten de reserve naar rato aanvullen. De verdeelsleutel is gebaseerd op een eerdere weergave van het objectief verdeelmodel (zie bijlage 5).
Wanneer de reserve hoger is dan de afgesproken bovengrens van € 7 miljoen, wordt het overschot uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Hiermee wordt voorkomen dat in het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen te veel middelen gereserveerd worden, waar gemeenten niet zelf over kunnen beschikken. In paragraaf 4.4 is de ontwikkeling van de reserve toegelicht.
11
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
3.7
Innovatiebudget
De reserve kan worden ingezet voor innovatie. De regio staat voor een inhoudelijke opgave en wil innovatie en ontwikkeling van lokaal aanbod stimuleren. Afgesproken is dat middelen uit de reserve beschikbaar gesteld worden voor een innovatiefonds. Doel van het innovatiefonds OWH is om uitvoering te geven aan de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang in onze regio en de beweging van regionaal naar lokaal te versterken. Met deze middelen kan in de regio ervaring worden opgedaan met projecten die aansluiten op de lokale situatie en behoefte en kunnen gemeenten van elkaar leren. In het Innovatiefonds is ruimte voor projecten en pilots gericht op bovenstaande doelen en beweging, het kan gaan om zowel lokale als regionale initiatieven. Het fonds wil de ontwikkeling van beide en de rol van alle gemeenten daarin stimuleren. Gemeenten uit de regio kunnen individueel of gezamenlijk aanspraak maken op een deel van deze middelen door concrete voorstellen in te dienen voor ontwikkeling in het zorgaanbod of innovatie. Hierdoor is geborgd dat voldoende middelen beschikbaar zijn voor investeringen in de opbouw van lokale en regionale voorzieningen of in preventie. Jaarlijks stelt het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen bij het opstellen van de begroting het bedrag vast dat beschikbaar is voor het innovatiefonds (zie paragraaf 4.2 onder c) innovatiefonds).
3.8
Ontwikkel- en frictiebudget
In deze begroting is een budget opgenomen dat kan worden ingezet voor ontwikkel- en frictiekosten die door aanbieders gemaakt moeten worden. Het kan bijvoorbeeld gaan om kosten die verband houden met de opbouw van nieuwe (kleinschalige) voorzieningen. De ontwikkelagenda (zie ook paragraaf 2.3) is leidend bij de inzet van dit ontwikkelbudget.
3.9
Dekking tekorten Maatschappelijke Opvang
De eerste drie jaren na de wettelijke doordecentralisatie, wordt het tekort van de gemeente Haarlem op het budget voor Maatschappelijke Opvang, evenals de afgelopen jaren, gedekt uit de reserve Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen, mits deze ingangsdatum niet later is dan 1 januari 2026. Voor het eind van deze periode neemt het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen een besluit ten aanzien van het al dan niet voortzetten van deze afspraak en in welke vorm. Al jaren is sprake van een structureel tekort op het budget Maatschappelijke Opvang, grotendeels als gevolg van landelijke ontwikkelingen. Haarlem ontvangt de middelen voor Maatschappelijke Opvang van het Rijk, maar het betreft een regionale taak en regionale voorzieningen voor inwoners uit de hele regio. Als Maatschappelijke Opvangvoorzieningen door een tekort aan middelen komen te vervallen, brengt dat maatschappelijke consequenties en kosten met zich mee voor alle gemeenten. Het tekort op de Maatschappelijke Opvang wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de rapportage die gemeente Haarlem hiervoor aanlevert. Het is op de lange termijn niet wenselijk dat er een structureel tekort blijft bestaan. Daarom is onafhankelijk onderzoek gedaan naar de oorzaken van de tekorten. Uitkomst is dat het tekort kan worden verklaard door drie oorzaken: - het niet indexeren van de Rijksdoeluitkering Maatschappelijke Opvang.
Deze indexatie is wel door het Rijk toegepast maar ‘geland’ in het gemeente accres. - het ontbreken van plekken Beschermd Wonen voor cliënten die in de Maatschappelijke Opvang verblijven maar op Beschermd Wonen zijn aangewezen. Hierdoor verblijven deze cliënten veel langer dan wenselijk in de Maatschappelijke Opvang.
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
12
-
onvoldoende preventief aanbod om dakloosheid te voorkomen en onvoldoende woningen om uitstroom naar eigen woning mogelijk te maken.
Over de financiële consequenties van deze aanbevelingen moet nog regionale besluitvorming plaatsvinden. In paragraaf 2.4 is aangegeven hoe de aanbevelingen beleidsinhoudelijk worden uitgevoerd in 2025.
13
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
4 Financiële begroting 2025-2028 4.1
Samenvatting Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen begroting 2025
Tabel 1 Begroting Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen in duizenden euro's
2024
2025
2026
2027
2028
Lasten
Zorgkosten oude clienten (ZIN en PGB) a. Dekking tekort MO vanuit exploitatie b. Dekking tekort MO vanuit reserve GO BW Innovatiemiddelen vanuit reserve GO BW c. Ontwikkeling- en frictiekosten d. Gekantelde dagbesteding e. Personeelskosten GO f. Subsidies (Herstelacademie) g. Advieskosten h. Overige kosten i. Totale lasten (excl. mutaties reserves)
39.483 3.000 3.468 2.250 500 1.110 1.389 250 270 110 51.830
39.834 3.000 3.871 2.260 500 1.110 1.094 250 270 110 52.299
35.729 3.000 3.871 490 500 1.002 1.004 250 270 110 46.225
26.014 3.000 3.871 337 749 1.004 250 270 110 35.605
16.275 4.595 2.276 243 539 1.004 250 270 110 25.561
Baten
Gemeentelijke bijdrage GO Rijksbijdrage - historisch budget Eigen bijdrage - historische clienten Totale baten (excl. mutaties reserves)
-45.065 -1.047 -46.112
-45.122 -1.047 -46.169
-160 -40.723 -982 -41.865
-532 -30.448 -754 -31.734
-841 -21.894 -550 -23.285
5.718 -5.718 0
6.131 -6.131 -
4.361 -4.361 -
3.871 -3.871 -
2.276 -2.276 0
Saldo (excl. mutaties reserves) Onttrekkingen aan reserves Resultaat
j. k. l.
4.2 Toelichting Lasten a) Zorgkosten
Er is gekozen om te werken vanuit het principe ‘Rijksbudget is werkbudget’. Hierbij wordt uitgegaan van een volledige uitnutting van de Rijksbijdrage. De in 2025 verwachte zorgkosten (zorg in natura en persoonsgebonden budgetten) zijn dus gelijk aan de Rijksbijdrage minus alle overige inkomsten en uitgaven. Naast de reguliere zorgkosten zijn in deze begroting onder de zorgkosten ook de beveiligings- en hotelkosten opgenomen. Wij doen dit omdat een realistische inschatting van de cliëntaantallen en zorgkosten in 2025 niet te maken is. Na 2026 (ervan uitgaande dat de doordecentralisatie dan ingaat) zal de Rijksbijdrage gradueel afnemen. Deze is dan voor de zorgkosten van de zogenoemde ‘historische cliënten’. Dat zijn cliënten die een beschikking voor Beschermd Wonen hebben ontvangen voor de ingangsdatum van de wettelijke doordecentralisatie, dus voor 1 januari 2026. Omdat deze Rijksbijdrage afneemt over de jaren (zie financiële reeks onder k.) zullen de kosten van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen over de tijd steeds meer gedragen gaan worden door de individuele gemeenten vanuit de middelen die deze gemeenten vanaf dat moment vanuit het Rijk ontvangen (zie financiële reeks onder j.).
b) Middelen ter inzet van het tekort op de Maatschappelijke Opvang
Centrumgemeente Haarlem heeft bij de Kadernota 2020 in totaal € 3 miljoen aan exploitatiemiddelen Beschermd Wonen toegevoegd aan de begroting van de Maatschappelijke Opvang om een deel van het
14
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
tekort ten opzichte van de rijksbijdrage af te dekken. Als in de regiobegroting 2024-2026 wordt dit bedrag ook in deze ontwerpbegroting voor de Maatschappelijke Opvang gereserveerd. Het overige deel van ca. € 3,5 miljoen in 2024 en € 3,9 miljoen tussen 2025 en 2027 wordt gedekt via een onttrekking uit de reserve. Vanaf 2028 kan het resterend tekort (dus na de € 3 miljoen dekking vanuit de exploitatie) op de Maatschappelijke Opvang niet langer meer volledig uit de reserve gedekt worden, en is een hogere dekking nodig vanuit de exploitatie (namelijk ca. € 4,6 miljoen i.p.v. € 3 miljoen), waardoor er minder budget beschikbaar is om de zorgkosten voor historische cliënten Beschermd Wonen te dekken. In het Bijdragebesluit is opgenomen dat drie jaar na de ingangsdatum van de wettelijke doordecentralisatie de afspraken omtrent de dekking van de financiële tekorten op de Maatschappelijke Opvang worden herzien, mits deze ingangsdatum niet later is dan 1 januari 2026 (zie ook ‘Dekking tekorten Maatschappelijke Opvang’ onder 3.9).
c) Innovatiefonds In de oprichtingsdocumenten van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen is afgesproken dat jaarlijks bij de begroting vastgesteld wordt welke middelen beschikbaar zullen zijn voor een innovatiefonds. Gemeenten hebben de ambitie uitgesproken om de komende drie jaar actief te investeren in innovatie. Voor 2024 en 2025 is daarvoor circa 5% van de totale rijksbijdrage (historische Rijksbijdrage plus regionale Rijksbijdrage) gereserveerd. De 5% komt neer op een bedrag van circa € 2,3 miljoen per jaar. Voor 2026 wordt een bedrag van ca. € 0,5 miljoen (1,1% van de Rijksbijdrage) toegevoegd aan het innovatiefonds, waarmee er in totaal bijna € 5,0 miljoen aan innovatiemiddelen beschikbaar is over de periode 2024-2028. Wanneer het innovatiefonds ontoereikend blijkt, bieden de afspraken uit het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen de mogelijkheid om hiervoor – na bestuurlijk overleg - gedurende het jaar een groter deel uit de reserve te onttrekken.
Tabel 2. Begroting Innovatiefonds
d) Frictie- en ontwikkelkosten In de aanbestedingsleidraad is een ontwikkelagenda met 6 ontwikkelopgaven opgenomen. Wij verplichten aanbieders om bij inschrijving aan deze opgaven mee te werken. Naast het innovatiefonds (voor lokale activiteiten) is daarom een regionaal ontwikkelbudget vanuit de middelen Beschermd Wonen nodig. Het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen besluit over regels voor de inzet van dit budget. Dit budget kan ook gebruikt worden voor frictiekosten die zich kunnen voordoen bij de regionale spreiding van voorzieningen. Voor frictie- en ontwikkelingskosten bij zorgaanbieders is daarom € 500.000 opgenomen voor de periode 2024-2026, aflopend naar € 243.000 in 2028. Deze wordt volledig gedekt uit de Rijksbijdrage 2024-2025, dan wel uit het historisch budget voor 2026-2028. Er worden richtlijnen voor de inzet van deze middelen opgesteld. Indien de beschikbare middelen in een betreffend jaar niet worden uitgegeven, blijven deze beschikbaar voor de jaren daarna, tenzij anders wordt besloten. Daarnaast wordt opgemerkt dat het volgens de afspraken binnen het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen mogelijk is om gedurende het jaar aanvullende middelen uit de reserve te onttrekken om bijvoorbeeld te investeren in innovatie, mits hiervoor voldoende financiële ruimte is.
15
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
e) Gekantelde dagbesteding Ook in 2025 zal het grootste deel van de regionale opvang in Haarlem plaatsvinden. De (gekantelde) dagbesteding wordt door Buurts Haarlem verzorgd voor iedereen die in Beschermd Wonen-locaties verblijft, ongeacht herkomst. Naar mate de spreiding van Beschermd Wonen vorm krijgt, zal de dagbesteding in toenemende mate in de eigen gemeente moeten worden georganiseerd. Hiervan zal in 2025 nog geen of onvoldoende sprake zijn. Het budget voor dagbesteding in de regionale begroting van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen wordt daarom gehandhaafd voor 2025 -2028, maar wel afbouwend vanaf 2026.
f) Personeelskosten Op basis van de huidige bezetting bij de centrumgemeente Haarlem en verschillende andere regionale samenwerkingsverbanden (zoals Leerplein en het regionaal contractmanagement vervoer) is een inschatting gemaakt van de formatie die benodigd is voor het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen in 2024 tot en met 2033. Het is realistisch te veronderstellen dat de kosten voor de eerste drie jaar na de doordecentralisatie constant zullen blijven op het niveau van 2024, terwijl vanaf 2025 het aantal historische cliënten en hiermee de werklast afneemt. Hiermee is de formatie binnen het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen mogelijkerwijs ruim begroot. Vanuit de ambitie om de regionale capaciteit af te bouwen wordt jaarlijks geëvalueerd hoe de formatie zich verhoudt tot de werklast. Op basis hiervan wordt de personele inzet jaarlijks herzien. Voor de gemeenten geldt dat er in 2024 en 2025 bekostiging is voor medewerkers toegang en medewerkers beleid. Vanaf 2026 kan daar de functie ‘toegangsexpert’ aan worden toegevoegd, afhankelijk van de inschatting van wat dan nodig is. Vanaf 1 januari 2025 wordt de toegang tot Beschermd Wonen door de deelnemende gemeenten uitgevoerd. Dat is in deze begroting verwerkt.
g) Subsidies (Herstelacademie) De Herstelacademie levert een laagdrempelig gevarieerd aanbod aan psychosociale ondersteuning op de locatie Da Vinci in Haarlem Schalkwijk. Deelnemers komen uit de hele regio. De kracht van de Herstelacademie is de inzet van ervaringsdeskundigen en ervaringsdeskundigheid. De Herstelacademie is 7 jaar geleden gestart als een initiatief dat gezien werd als belangrijke aanvulling op het reguliere aanbod, waar vanuit de netwerkpartners aan bijgedragen zou worden. Voorzien is in 2024 te evalueren op welke wijze de Herstelacademie aan destijds gestelde doelen heeft bijgedragen en op welke wijze we de inzet van ervaringskennis een structurele plek in het zorglandschap willen geven. Dit doen we in samenhang met de ontwikkeling van ervaringsdeskundigheid, een van de punten uit de Ontwikkelagenda die we met aanbieders uitwerken. Voorzien is dat de subsidie in de jaren 2025 en 2026 gecontinueerd wordt en dat er vanaf 2027 een nieuwe afweging nodig is op basis van de uitkomst van de evaluatie.
h) Advieskosten Over de afgelopen jaren zijn er diverse onderzoeken en projecten gedaan waarvoor kosten gemaakt zijn. Denk daarbij aan onderzoeken naar reële tariefstelling, advies betreffende aanbestedingen, begeleiding van de doordecentralisatie en extern juridisch advies. In de begroting is hiervoor € 270.000 opgenomen.
i) Overige kosten Op basis van ervaring over de afgelopen jaren worden er jaarlijks verschillende overige kosten gemaakt. Dit was circa € 110.000 over de afgelopen jaren en betreft kleinere onvoorziene kosten. Als zodanig wordt voor 2025 en verder eveneens € 110.000 in de begroting opgenomen.
16
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
In totaal komen de lasten dan op circa € 52,3 miljoen in 2025, aflopend naar € 25,6 miljoen in 2028.
4.3 Toelichting Baten j en k) Bijdrage voor 100% gedekt door centrumgemeente Haarlem De kosten in tabel 1 genoemd worden volledig gedekt vanuit het budget dat centrumgemeente Haarlem ontvangt. Na de wettelijke doordecentralisatie gaan ook de regiogemeenten aan het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen bijdragen. Dat zal zijn in lijn met de opbouw van de middelen die de deelnemende gemeenten van het Rijk ontvangen. Na 8 jaar zijn alle middelen decentraal verdeeld en wordt 100% van het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen uitgaven vanuit de bijdragen van de deelnemende gemeenten bekostigd.
l) Eigen bijdrage
In 2023 waren de inkomsten aan eigen bijdrages van Beschermd Wonen cliënten ruim € 1 miljoen. Vooralsnog is aangenomen dat de eigen bijdrage in dezelfde verhouding van de rijksbijdrage voor de historische cliënten en de regionale (nieuwe) cliënten verdeeld zullen zijn over het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen en de individuele gemeenten. Dat betekent dat de eigen bijdrage in het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen (voortkomende vanuit historische cliënten) afneemt van ongeveer € 1.047.000 in 2024 naar € 550.000 in 2028. In totaal komen de baten uit op circa € 46,2 miljoen in 2025, aflopend naar € 23,3 miljoen in 2028. Het saldo van de baten en lasten (exclusief mutaties reserves) wordt uiteindelijk gedekt via een onttrekking aan de reserve (zie ‘Ontwikkeling reserve Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen’ onder 4.4).
4.4
Ontwikkeling reserve Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen
Sinds 1 januari 2021 heeft de centrumgemeente Haarlem een regionale reserve opgericht genaamd Opvang, Wonen en Herstel (OWH). De kosten Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Regio Aanpak Huiselijk Geweld worden sindsdien afgerekend met deze reserve. Eind 2023 is het deel Beschermd Wonen binnen deze reserve circa € 26 miljoen en het deel van de Maatschappelijke Opvang € 3,6 miljoen negatief. Hiermee is het beschikbare saldo begin 2024 circa € 22,4 miljoen. Ontwikkeling Reserve GO BW (in duizenden €) Begin € € Dotatie - BW € Onttrekking - BW Innovatie € Onttrekking - MO tekort ultimo 2023 Onttrekking - Resterend exploitatietekort MO
Ultimo
€
2023 17.108 € 9.109 € -235 € -3.627 € € 22.355 €
2024 22.355 € € -2.250 € -3.468 € 16.637 €
2025 16.637 € € -2.260 €
2026 10.507 € € -490 €
2027 6.146 € € €
2028 2.276 -
-3.871 € 10.507 €
-3.871 € 6.146 €
-3.871 € 2.276 €
-2.276 -
Tabel 3. Ontwikkeling reserve Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Bij de ontwikkeling van de reserve Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen is het belangrijk om op te merken dat er vooralsnog niet uitgegaan wordt van een (jaarlijkse) dotatie aan de reserve. Dit vanwege een overschot op het historisch budget, omdat in de begroting uitgegaan wordt van het principe ‘rijksbudget is werkbudget’. Dit kan beschouwd worden als een conservatief uitgangspunt. In 2024, 2025 en 2026 zijn de onttrekkingen voor het innovatiefonds van respectievelijk circa € 2,3 miljoen, € 2,3 miljoen en € 0,5 miljoen weergegeven, evenals de verwachte onttrekking voor het geschatte resterende tekort op de Maatschappelijke Opvang van circa € 3,5 miljoen, waardoor de reserve naar verwachting afneemt naar circa € 16,6 miljoen ultimo 2024.
17
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
In tabel 3 is geen rekening gehouden met de extra structurele middelen op de Maatschappelijke Opvang uit het coalitieakkoord van het Rijk (€ 65 miljoen op landelijk niveau) voor 2024 en verder, omdat nog niet bekend is om welke bedragen dat zal gaan voor de centrumgemeente Haarlem. Voor 2023 ging het om een kleine € 1,1 miljoen, welke reeds in de reservestand is verwerkt. Het structurele resterende tekort op de Maatschappelijke Opvang van € 3,9 miljoen per jaar vanaf 2025, resulteert in een reservestand van € 2,3 miljoen per eind 2027 (onder het minimum van de afgesproken € 5 miljoen) en voor 2028 is het tekort op de Maatschappelijke Opvang niet meer volledig te dekken vanuit de reserve.
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
18
Bijlage 1. Financiële risico’s 2024 t.b.v. berekening weerstandsvermogen
In paragraaf 4.4 zijn mogelijke (financiële) risico’s voor 2024 benoemd die ten grondslag liggen aan de berekening van het weerstandsvermogen. Hieronder worden deze nader toegelicht. Financiële risico’s 2024 •
Uitbreiding van Beschermd Wonen Voorzieningen (kans: 10%): Als er om de wachtlijsten te verminderen meer (Beschermd Wonen) voorzieningen komen zullen de uitgaven Beschermd Wonen toenemen. De kans dat dit in 2024 tot extra kosten zal leiden is klein, omdat ontwikkeling van (Beschermd Wonen) voorzieningen niet op korte termijn te realiseren is. In het geval de voorzieningen met 2% uitgebreid kunnen worden, zou dat kunnen leiden tot een toename van ca. € 650.000.Anderzijds beoogt de doordecentralisatie meer verbinding met lokaal Wmo aanbod, zodanig dat plaatsing in Beschermd Wonen minder vaak nodig is en van kortere duur kan zijn. Als het lukt om mensen vaker thuis te ondersteunen in plaats van in een verblijfsvoorziening zullen de kosten op de middel- tot lange termijn weer afnemen.
•
Onverwachte toename in het aantal cliënten Beschermd Wonen (kans: 20%): Als cliënten langer verblijven in de (regionale) Beschermd Wonen voorzieningen of het aantal cliënten sneller toeneemt dan verwacht, kan dit leiden tot langere wachtlijsten of extra zorgkosten indien er genoeg personeel en plekken beschikbaar zijn. De kans hierop is klein voor 2024, omdat uitbreiding van personeel en plekken niet op korte termijn te realiseren zijn. Tegelijkertijd was er wel een significante toename zichtbaar in het aantal cliënten in zorg van ca. 7,5% in 2023 (t.o.v. 2022), dus een snelle toename is niet uit te sluiten. In het geval het cliëntenaantal met 5% groeit in 2024, zou dat kunnen leiden tot een toename van ca. € 1.625.000.
•
Medisch Noodzakelijk Verblijf in GGZ-instellingen (kans: 30%): In 2018 is de ‘Werkwijzer Medisch Noodzakelijk Verblijf in GGZ-instellingen’ opgesteld en ondertekend door de VNG, MIND, GGZ Nederland en Zorgverzekeraars Nederland. Deze werkwijzer heeft als doel ervoor te zorgen dat cliënten niet langer dan nodig in GGZ-instellingen verblijven en tijdig kunnen doorstromen naar de passende vervolgzorg onder de Wlz, Zvw of de Wmo. Hiertoe moeten een aantal zaken geregeld worden als het om vervolgzorg vanuit de Wmo gaat: o Het realiseren van een warme overdracht van cliënten in GGZ-instellingen o Bevorderen doorstroom van cliënten met het Verblijf met Rechtvaardigingsgrond (VMR) (een financiële prikkel om doorstroom tijdig te realiseren) naar vervolgondersteuning (zoals Beschermd Wonen). Indien doorstroom naar vervolgplek niet tijdig is gerealiseerd, wordt een factuur van het verblijf naar de gemeente gestuurd. Kosten zullen ten laste komen van het budget Beschermd Wonen en kunnen aanzienlijk zijn. Een verblijf van een jaar kost per patiënt (ca. € 120.000,- p.p.). Het risico is bepaald op 2 cliënten (tot op heden is het nog niet voorgekomen). Om het risico te beperken, zijn werkafspraken gemaakt met GGZ InGeest en daarnaast is er een kwartaaloverleg ingericht om de praktijk te bespreken.
•
Verlaging in decentralisatie-uitkering Beschermd Wonen vanwege een lagere vaststelling van het objectief verdeelmodel en/of een te hoge instroom in de Wlz (kans: 10%): Het in te voeren objectieve
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
19
verdeelmodel sluit mogelijk onvoldoende aan bij de werkelijkheid in de regio en per gemeente. Het verdeelmodel is nog niet definitief en kan nog naar beneden bijgesteld worden. Daarnaast is landelijk een flinke discussie gaande tussen Rijk, GGZ/Beschermd Wonen en VNG over de instoom in de Wlz. Deze instroom is veel hoger dan verwacht. Dit zou een uitname uit het budget Beschermd Wonen t.g.v. het Wlz-budget tot gevolg kunnen hebben of er moeten (ook door gemeenten) maatregelen genomen worden om de instroom naar de Wlz te beperken waardoor mensen langer aangewezen zijn op beschermd wonen vanuit de Wmo (en de kosten dus zullen toenemen). De kans dat dit bovenstaande risico's zich zullen voordoen is klein, maar de financiële impact kan met een huidige decentralisatie-uitkering van € 45 miljoen (2024) al snel in de miljoenen lopen. Zo zou een 5% verlaging in decentralisatie-uitkering, resulteren in een verlaging van € 2,25 miljoen. Financiële risico’s na 2025 •
Financieel tekort op Maatschappelijke Opvang: Op het budget voor de Maatschappelijke Opvang bestaat al jaren een tekort t.o.v. de Rijksdoeluitkering. Het tekort op het budget Maatschappelijke Opvang volgens de Ontwerpbegroting Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen 2024-2026 is ca. € 7,0 miljoen in 2024 en wordt voor een groot deel veroorzaakt door het niet compenseren voor prijsstijgingen in de Rijksdoeluitkering Maatschappelijke Opvang. Die compensatie is wel door het Rijk doorgevoerd maar toegevoegd aan het accres/gemeentefonds van de individuele regiogemeenten. Dit gaat om ca. € 3,6 miljoen aan totale compensatie per 2023 die via het accres aan de 8 regiogemeenten is toegekend, waarvan ca. € 1,1 miljoen door Haarlem is ontvangen en de rest (ca. € 2,5 miljoen) door de overige regiogemeenten. Regionaal is een voorstel in voorbereiding om - vanuit de uitgevoerde analyse van de kostenontwikkeling Maatschappelijke Opvang (AEF rapport) - te erkennen dat het tekort op de Maatschappelijke Opvang een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, ook voor de langere termijn. Dus ook na de 3 jaar na de doordecentralisatie waarover nu de financiële afspraken zijn gemaakt in het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen. In dit regionale voorstel komt ook een voorstel om een deel van de uitgaven van de Maatschappelijke Opvang onder het budget Beschermd Wonen te plaatsen.
Het argument hiervoor is dat een fors deel van de cliënten van de Maatschappelijke Opvang lang in een Maatschappelijke Opvangvoorziening zit omdat een passende Beschermd Wonen plek niet beschikbaar is. Feitelijk gebruiken we de Maatschappelijke Opvang hier voor Beschermd Wonen overbruggingszorg. Als dit gedaan wordt, zal het tekort op de Maatschappelijke Opvang afnemen en de uitgaven Beschermd Wonen navenant toenemen. Daarnaast werken we samen in de regio aan preventie om te voorkomen dat mensen in de opvang terechtkomen en zetten we in op een kortere verblijfsduur in de Maatschappelijke Opvang als mensen daarvan toch gebruik moeten maken. Een korte verblijfsduur is wel grotendeels afhankelijk van een passend woningaanbod, dat momenteel beperkt is. Het terugdringen van dit tekort hangt uiteindelijk voor een groot deel af van de mate waarin de regio dakloosheid kan terugdringen. Het tekort op de Maatschappelijke Opvang wordt in ieder geval de komende 4 jaren deels gedekt vanuit het exploitatiebudget van Beschermd Wonen en deels uit de reserve Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen (nog op te richten via de Voortgangsrapportage 2024), zoals opgenomen in de Ontwerpbegroting Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen 2024-2026. Er zijn echter nog geen afspraken gemaakt voor de periode daarna.
Daarmee is het risico voor 2024 nihil, maar vanaf 4 jaar na doordecentralisatie van Beschermd wonen gaat dat mogelijk niet meer op. Het in te voeren objectieve verdeelmodel sluit mogelijk onvoldoende aan bij de werkelijkheid in de regio en per gemeente. Het verdeelmodel is nog niet definitief en kan nog naar beneden bijgesteld worden.
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
20
•
Geen eenduidige inrichting van de lokale toegang en inrichting van lokale Wmo: De toegang tot Beschermd Wonen zal in 2025 door de regiogemeenten worden uitgevoerd. Er is het risico dat er regionaal geen eenduidige inrichting van de toegang en geen goede coördinatie op het afgeven van beschikkingen per gemeente is. Als dit gebeurt is monitoring van uitgaven in het beschermd wonen moeilijk en lopen gemeenten het risico te laat met budgetoverschrijdingen geconfronteerd te worden. Bij de straks lokale afweging wie er voor Beschermd Wonen in aanmerking komen, zorgen verschillen tussen inrichting van de lokale Wmo per gemeente voor onzekerheid. Indien de lokale Wmo niet goed is ingericht, is de instroom in beschermd wonen hoger. Er is nu relatief veel instroom in beschermd wonen vanuit de Jeugdwet. Tariefstijging als gevolg van de aanbesteding Beschermd Wonen en Maatschappelijk Opvang en toekomstige cao-stijgingen: In het kader van de aanbesteding voor de Maatschappelijke opvang en het Beschermd Wonen is een tariefonderzoek uitgevoerd. De tarieven binnen de nieuwe overeenkomsten zijn significant hoger dan de tarieven onder de oude overeenkomst. Deze werken door in de overige kosten voor Beschermd Wonen, zoals zorg dat buiten het gecontracteerde aanbod is ingekocht. Daarnaast is er een effect van de landelijke loon- en prijsstijgingen.
De toename van de kosten Beschermd Wonen wordt ingeschat op € 5,6 miljoen per jaar. In werkelijkheid zal dit lager zijn voor 2024 omdat de nieuwe contracten pas per 1 juli 2024 ingaan. Vooralsnog lijkt deze stijging te passen binnen het budget en daarom is de kans en het bedrag voor 2024 op nul ingeschat. Het risico zit voornamelijk in onverwachtste tariefstijgingen als gevolg van verdere cao-stijgingen vanaf 2025. Een 2% verhoging in de tarieven zou een toename in kosten van ca. € 650.000 tot gevolg hebben. De kans hierop is echter klein omdat de grootste cao-stijgingen reeds verwerkt zijn in het voorgenoemde aanbestedingseffect.
Politieke risico’s •
Beleidsmatig gewenste krimp wordt niet gerealiseerd: Er zijn risico's ten aanzien van het ingezette beleid: inkrimping van de intramurale capaciteit door meer cliënten zelfstandig te laten wonen met ambulante begeleiding op maat. De beweging van Beschermd Wonen naar beschermd thuis gebeurt wel, maar langzamer dan in eerste instantie gedacht. Dat dit beleid niet ten volle gerealiseerd wordt, vloeit enerzijds voort uit een toenemende druk op instroom in de Beschermd Wonen voorzieningen door onder meer de toenemende druk vanuit de Maatschappelijke Opvang en de afbouw van bedden in de GGZ. Anderzijds lukt de beoogde versnelde uitstroom van cliënten Beschermd Wonen onvoldoende door het grote tekort aan goedkopere sociale huurwoningen in onze regio.
Hoe gaan we om met deze risico’s? • •
•
De ontwikkelingen met betrekking tot financiën en het aantal cliënten zullen door het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen en de individuele gemeenten nauw gemonitord worden. Om de financiële risico’s voor individuele gemeenten op te vangen zijn er voor de eerste drie jaar – vanaf de wettelijke doordecentralisatie- vereveningsafspraken gemaakt om het risico voor de individuele gemeenten te beperken. Door opbouw van (goedkopere) lokale voorzieningen voor Beschermd Wonen kunnen gemeenten voorkomen dat ze aangewezen blijven op de (duurdere) regionale voorzieningen. En kan voorkomen worden dat de uitstroom stokt.
21
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
Door de samenwerkingsafspraken in het Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen en door voortdurend af te stemmen met alle partners houden we vinger aan de pols en spelen we in op actuele ontwikkelingen en uitdagingen.
22
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
Bijlage 2. Formatie Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen 2024, 2025 en 2026 2024 Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen en Lokaal Formatieve Loonsom per FTE FTE Netwerkregisseur BW-beleid (gemeente)
2024 GO Effect CAO stijging '24 in '25
Overhead toeslag
Kosten FTE (inc. Overhead)
1,00 1,58
119.018 166.748
39.000 61.445
158.018 228.192
Contractmanager (GO/gemeente)
1,07
112.969
41.628
Casemanager (GO/gemeente) Regionaal Expertise Team (RET)
4,51 0,65
60.315
Administratieve ondersteuning
1,83
136.835
10,64
974.197
414.791
-
2024 Totaal van alle gemeenten Formatieve Effect CAO Kosten FTE Loonsom stijging '24 Overhead (inc. per FTE in '25 toeslag Overhead) FTE 2,60
275.179
101.400
376.579
154.596
-
-
-
-
25.350
85.665
2,60 -
-
-
-
71.479
208.314
-
-
-
-
1.388.988
5,20
493.275
202.800
696.075
2025 Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen en Lokaal Formatieve Loonsom FTE per FTE
2025 GO Effect CAO stijging '24 in '25
Overhead toeslag
Kosten FTE (inc. Overhead)
1,00 0,83
119.018 87.369
1.116 819
39.000 32.195
159.134 120.383
5,20
550.358
5.160
202.800
758.317
Contractmanager (GO/gemeente)
0,98
103.443
970
38.118
142.531
0,30
31.751
298
11.700
43.749
Casemanager (GO/gemeente)
2,66
Regionaal Expertise Team (RET)
1,30
-
-
-
-
Netwerkregisseur BW-beleid (gemeente)
Administratieve ondersteuning
2025 Totaal van alle gemeenten Formatieve Effect CAO Kosten FTE Loonsom stijging '24 Overhead (inc. toeslag Overhead) per FTE in '25 FTE
5,75 120.630
1.131
50.700
-
172.461
1,51
112.571
1.055
58.804
172.430
0,98
72.793
682
38.025
111.500
8,27
764.378
7.166
322.556
1.094.100
12,23
1.142.129
10.707
476.775
1.629.611
2026 Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen en Lokaal Formatieve Loonsom per FTE FTE
2026 GO Effect CAO stijging '24 in '25
Overhead toeslag
Kosten FTE (inc. Overhead)
2026 Totaal van alle gemeenten Formatieve Effect CAO Kosten FTE Loonsom stijging '24 Overhead (inc. toeslag Overhead) per FTE in '25 FTE
Netwerkregisseur BW-beleid (gemeente)
1,00 -
119.018 -
1.116 -
39.000 -
159.134 -
5,20
550.358
5.160
202.800
758.317
Contractmanager (GO/gemeente)
1,00
105.838
992
39.000
145.830
0,60
63.503
595
23.400
87.498
Casemanager (GO/gemeente)
3,15
Regionaal Expertise Team (RET)
1,30
-
-
-
-
Administratieve ondersteuning
6,30 120.630
1.131
50.700
172.461
-
1,00
74.659
700
39.000
114.359
1,95
145.585
1.365
76.050
223.000
7,55
702.960
6.590
294.450
1.004.000
14,05
1.297.708
12.166
547.950
1.857.824
2034 Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Formatieve Loonsom per FTE FTE
2034 GO Effect CAO stijging '24 in '25
Overhead toeslag
Kosten FTE (inc. Overhead)
Netwerkregisseur BW-beleid (gemeente)
1,00 -
119.018 -
1.116 -
39.000 -
159.134 -
Contractmanager (GO/gemeente)
1,00
105.838
992
39.000
145.830
Casemanager (GO/gemeente)
39.799
Regionaal Expertise Team (RET)
0,30
27.838
261
11.700
Administratieve ondersteuning
0,25
18.665
175
9.750
28.590
2,65
283.260
2.656
103.350
389.266
23
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
Bijlage 3. Exploitatietekort Maatschappelijk Opvang (situatie begin-2024)
Lasten Structurele kosten MO Incidenteel: Pilots Wilhelminastraat en Velserpoort Incidenteel: Afloop op TP en onderzoek AEF Incidenteel: Tijdelijke opvang Joops hotel Totaal Baten Rijksbijdrage (stand Sepcirculaire '23) Dekking via reserve OW&H Ophoging rijksbijdrage Brede aanpak dak- en thuisloosheid Totaal Tekort Reeds gedekt uit overheveling rijksbijdrage Beschermd Wonen Resterend tekort (ten laste van reserve)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
12.524 170 -43 1.303 13.954
14.033 181
14.616
14.616
14.616
14.616 -
14.214
14.616
14.616
14.616
14.616
2023
2024
2025
2026
2027
2028
-7.746 -2.146 -1.062 -10.954
-7.746
-7.746
-7.746
-7.746
-7.746
pm -7.746
pm -7.746
pm -7.746
pm -7.746
pm -7.746
3.000
6.468
6.871
6.871
6.871
6.871
-3.000
-3.000
-3.000
-3.000
-3.000
-4.595
-
3.468
3.871
3.871
3.871
2.276
24
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
Bijlage 4. Lokale uitvoeringskosten 2024
2025
2026
2027
2028
Bijdrage per gemeente aan overige kosten GO Beverwijk Bloemendaal Haarlemmermeer Heemskerk Heemstede Velsen Zandvoort Haarlem Totaal
-
-
13 8 37 11 7 21 5 58 160
45 26 125 37 22 69 18 191 532
71 41 197 58 35 108 28 303 841
Personeelskosten buiten GO per gemeente* Beverwijk Bloemendaal Haarlemmermeer Heemskerk Heemstede Velsen Zandvoort Haarlem Totaal
64 52 149 58 52 91 52 180 696
148 123 345 136 123 211 123 419 1.630
168 143 390 155 143 239 143 477 1.858
168 143 390 155 143 239 143 477 1.858
168 143 390 155 143 239 143 477 1.858
in duidenden euro's Lasten
25
Gemeenschappelijk Orgaan Beschermd Wonen Begroting en kadernota 2025 – 2028
Bijlage 5. De verdeelsleutel op basis van het (voorlopige) Objectief Verdeelmodel Bijdrage per gemeente aan overige kosten GO Beverwijk Bloemendaal Haarlemmermeer Heemskerk Heemstede Velsen Zandvoort Haarlem Totaal
Verdeling cf AEF 8,4% 4,9% 23,4% 6,9% 4,2% 12,9% 3,3% 36,0% 100,0%