bijlage 1 nota bodembeheer od ijmond (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Siergroen in openbaar gebied, bermen, groenstroken, taluds, en vergelijkbaar;
b. c
Wegen en spoorwegen met weinig groen; Alle bebouwing en verharding.
De toepassingslocatie dient voor de bovengrond de kwaliteitsklasse ‘Industrie' te hebben;
De Omgevingsdienst IJmond dient schriftelijk in te stemmen met de toepassing. Het bovenstaande beleid is bestaand beleid voor de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemstede, Heemskerk, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. N.B.: het beheergebied is uitgebreid met de gemeenten in regio Zaanstreek-Waterland. 16
LMW voor toepassing van baggerspecie Hoogheemraadschap Hollands Noor-
derkwartier op regionale waterkeringen Onderbouwing
Bij hetop diepte houden van de vaarwegen binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten komt veel baggerspecie vrij. Het gaat om een totale hoeveelheid van ca. 73.000 m3
bagger in het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) in de periode 2016-2019. Niet alle vrijkomende bagger kan op de kant worden gezet. Vooral n het stedelijk gebied is hier te weinig ruimte voor beschikbaar.
Blad
25van
113
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
De baggerspecie die niet direct op de kant kan worden verwerkt, wordt verwerkt in weilanddepots of doorgangdepots.
Een weilanddepot is alleen rendabel bij grote werken, na afloop moet
het depot worden afgevlakt en ingezaaid. De baggerspecie in een doorgangsdepot wordt ontwaterd en omgezet totdat de baggerspecie is gerijpt tot grond die elders kan worden hergebruikt. Deze grond wordt door middel van zeven over 30 milimeter ontdaan van eventuele bodem-
vreemde materialen, waarna de ontstane partij wordt gekeurd en elders toegepast. De baggerspecie die in eigen depots wordt gestort, mag maximaal kwaliteitsklasse ‘Industrie! zijn. Gezien het historische gebruik en beheer van de regionale waterkeringen is het zeer aannemelijk dat in de waterkeringen heterogeen verspreide verontreinigingen voor komen (kwaliteitsklasse “Wonen’ tot soms saneringsgevallen). Het is daarom niet duurzaam om op waterkeringen alleen
grond te mogen toepassen die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’. Ook mag op deze waterkeringen in het beheer van het Hoogheemraadschap geen vee grazen, geen groenten worden gekweekt of geteeld, en mag de locatie niet worden gebruikt als een plaats waar kin-
deren spelen, bijvoorbeeld een kinderspeslterrein. Als gevolg hiervan is het risico op blootstelling aan grond met de toegepaste kwaliteit ‘Wonen’ en ‘Industrie’ in de waterkering nihil. Door het mogelijk maken van het toepassen van de vrijkomende baggerspecie op de regionale waterkeringen, voldoen de waterkeringen aan het toekomstige gebruik én kan een nuttige toepassing van grond van het Hoogheemraadschap worden bereikt bij zo laag mogelijke maatschap-
pelijke kosten, zonder afbreuk te doen aan het milieu. Ten slotte wordt opgemerkt dat het toepassen van grond “in ophogingen en waterbouwkundige
constructies [.] met het oog op hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water [.]” binnen het Besluit Bodemkwaliteit binnen het stelsel van de Wet bodembescherming
als een nuttige toepassing wordt gezien (zie artikel 35 onderdeel c van het Besluit). Ook onderde Omgevingswet wordt het ophogen van de regionale waterkeringen met grond/bagger als functionele toepassing beschouwd: ‘ophogingen op of in de landbodem voor het herstellen of verbete-
ren van de bodemgesteldheid van een terrein” (artikel 4.1269 van het Bal). Toepassingseis voor toepassen van baggerspecie HHNK op regionale waterkeringen
De deslnemende gemeenten willen de mogelijkheden voor het nuttig toepassen van grond, verworden van baggerspecie uit het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ en 'Industrie' vergroten door toe te staan dat deze
grond mag worden gebruikt voor het op hoogte brengen van waterkeringen. Hierbij gelden de volgende toepassingseisen:
e _ De kwaliteit van de grond is maximaal klasse ‘industrie’ en dit s bepaald met een partijkeuring of vergelijkbaar wettig bewijsmiddel; e _ De laag opgebrachte grond wordt afgedekt met een teeltlaag van minimaal 30 centimeter dikte;
e _ Deze teeltlaag moet blijkens een partijkeuring minimaal van de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde (AW2000) zijn, of te zijn opgebouwd uit de huidige teeltlaag van de waterkering;
e _ Toepassing is alleen mogelijk in de kades van de regionale waterkeringen in beheer bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als zijnde landbodem. Hergebruik in kades geldt derhalve alleen voor de toepassing van uit baggerspecie verworden grond op landbodem.
Blad26van
113
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
De bovenstaande regel is bestaand beleid voor de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland en is nieuw voor de gemeente Purmerend. De regel is niet van toepassing op de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemstede, Heemskerk, Uitgeest, Vel-
sen en Zandvoort, aangezien deze gemeenten buiten het werkgebied van het HHNK liggen.
len onderhoudsbaggerspe:
in veengebieden
Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) schat op basis van waterbodemon-
derzoeken van de afgelopen jaren in dat in de veengebieden van de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland circa 27% van de jaarlijkse onderhoudsbaggerspecie (circa 13.500 m3) niet-verspreidbaar is. Deze baggerspecie moet naar een erkend verwer-
ker worden getransporteerd. De extra kosten die hiermee zijn gemoeid worden uiteindelijk aan de bewoners van de voornoemde gemeenten doorberekend. Door het opstellen van lokale maximale waarden wil het HHNK meer onderhoudsbaggerspecie kunnen verspreiden dan onder het generieke kader van het Bbk mogelij is. Voor de onderbou-
wing van de LMW zijn meerdere risicobeoordelingen uitgevoerd®. In bijlage 6 is de hoofdtekst van de onderbouwing van de LMW gegeven. Voor de volledige rapportage moet contact worden opgenomen met het HHNK.
De LMW voor het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie worden gelijk gesteld aan de toetsnormen voor de kwaliteitsklasse 2 van de voormalige Vierde Nota waterhuishouding (zie tabel 3 verderop). Door deze lokale maximale waarden te hanteren, kan circa 12.500 m3 onderhouds-
baggerspecie van de jaarlijks ca. 13.500 m3 niet-verspreidbare onderhoudsbaggerspecie in veengebieden alsnog worden verspreid. De oorzaak ligt in het vrijkomen van partijen bagger die ho-
gere concentraties aan zware metalen bevatten en sinds jaar en dag al verspreid werden op de veengebieden die onderdeel uitmaken van hetzelfde watersysteem. De LMW gelden alleen voor het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie in de veengebieden van de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland. Onderhoudsbaggerspecie die niet voldoet aan de LMW
moet worden getransporteerd naar een erkend
verwerker.
Met de huidige toetsingsnormen en rekenmodel ‘RisicotoolboxBodem”’ zijn voor het huidige bodemgebruik in veengebieden risico's vastgesteld voor het duurzame gebruik van de bodem. Als bij het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie gebruik is gemaakt van het gebiedsspecifieke beleid, moeten de volgende bedrijfsvoering en gebruiksbeperkingen in acht worden genomen:
e e
e
D strook grond waar de bagger is verspreid, moet op een passende wijze worden afgerasterd om begrazing van vee te voorkomen; De eerste snij van het gras (3-6 maanden) moet worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Er mag tot aan het moment dat het gras voor de eerste keer wordt gemaaid geen vee op het betreffende perceel/percelen grazen; Het eerste vee dat op de percelen met verspreide onderhoudsbaggerspecie mag grazen zijn schapen;
e _ Laat de schapen afwisselend grazen op de percelen waar de onderhoudsbaggerspecie is verspreid en op percelen waar geen baggerspecie is verspreid; e
Voerde schapen niet bij met runderbrok;
© Onderbouwing gebiedsspecifiek beleid verspreiden onderhoudsbaggerspecie in veengebieden (gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland), projectcode: 2018,
7 https://wwwrisicotoolboxbodem.nl/
Blad
27 van 113
SOBOOSOS6, LievenseCSO Milieu B.V., 20 april
Nota
bodembeheer
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
* _ Bemest de weidegrond niet met varkensmest;
Laat koeien pas grazen op de percelen waar onderhoudsbaggerspecie is verspreid nadat daar schapen hebben gegraasd; e _ Voer het vee (in de winter) bij met gras uit andere gebieden dan de regio ZaanstreekWaterland en met krachtvoer; bijvoorbeeld mineralen bolus. Op deze manier krijgt het vee meer dan alleen gras van veengebieden uit de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland dat relatief veel ijzer en zwavel bevat. Dit
ijzer en zwavel resulteert in een zeer grote kans op een secundair kopertekort bij het vee waardoor gezondheidsproblemen kunnen optreden. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier neemt deze gebruiksbeperkingen op in de acceptatieovereenkomsten van onderhoudsbaggerspecie. Toepassingseis voor toepassingen in de gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland
De gemeente toetst bij het ontvangen van de melding voor het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie in veengebieden in de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland
en Wormerland of aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. De te verspreiden onderhoudsbaggerspecie ligt binnen de contouren van de gemeentegrenzen van de bovengenoemde gemeenten;
2.
De kwaliteit van de te verspreiden onderhoudsbaggerspecie voldoet aan de toetsnormen voor de kwaliteitsklasse 2 van de voormalige Vierde nota waterhuishouding (zie tabel3);
3.
Voor het aantonen van de kwaliteit van de te verspreiden onderhoudsbaggerspecie wordt een waterbodemonderzoek verricht met passende strategie conform de gestelde
4.
normen, zie paragraaf betreffende erkende bewijsmiddelen (hoofdstuk 22); Erheeft overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier over de bedrijfsvoering en gebruiksbeperkingen die n acht moe-
ten worden genomen nadat mogelijke verspreiding van de onderhoudsbaggerspecie heeft plaatsgevonden. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier neemt deze gebruiksbeperkingen op in de acceptatieovereenkomsten van onderhoudsbaggerspecie.
Het bovenstaande beleid is een voortzetting van het bestaande beleid voor de gemeenten EdamVolendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland.
De regel is niet van
toepassing op de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemstede, Heemskerk, Uitgesst, Velsen en Zandvoort, aangezien deze gemeenten buiten het werkgebied van het HHNK liggen. Tabel 3: Lokale maximale waarden in
d.. bij verspreiden onderhouds
Barium Cadmium Kobalt
Kwik
Lood Nikkel Zink
PCB (som 7) PAK (LOVROM) Naftaleen Fenantreen Antraceen
Blad
28 van 113
Nota
bodembeheer
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Fluoranteen Benzo(a)antraceen Chryseen Benzo{k}fluoranteen Benzo(a)pyreen Benzo{ghijperyleen Ideno{1,2,3-cd]pyreen Minerale
26223 1,0691 1,2451 0,7753 0,9432 1,1949 0,8179
olie
3.000
Chroom
380
Arseen
55
18
LMW
poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS)
18.1
Toelichting PFAS is een verzamelnaam van gefluoreerde koolwaterstoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. PFAS is sinds de jaren ’50 in Nederland veel gebruikt in diverse industriële toepassingen als blusschuim, coatings (0.a. teflon), verf, kleding en cosmetica. Het heeft de eigenschappen
persistent, mobiel en niet tot nauwelijks biologisch afbreekbaarte zijn. Regionaal en landelijk wordt steeds meer kennis en inzicht verkregen over PAS en de onderliggende perfluoralkyl-verbindingen. Zo staan PFOS (perfluoroctaansulfonzuur), PFOA (perfluoroctaanzuur) en GenX op de
lijst van Zeer Zorgwekkend stoffen (ZZS). Een aantal andere stoffen uit de PFAS-groep staat op de lijst van potentiële ZZS. PFAS i niet opgenomen in bestaande regelgeving, aangezien de stof “nieuw” is ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In juli van 2019 is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een Tijdelijk Handelingskader PFAS’ uitgebracht, waarna verschillende
actualisaties zijn gepubliceerd. In de handelingskaders zijn de kaders aangegeven om hergebruik van PFAS-houdende grond te stimuleren en tegelijkertijd voldaan heden zijn de volgende handelingskaders gepubliceerd:
wordt aan zorgplicht. Tot op
e _ “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, d.d. 8 juli 2019; e _ Geactualiseerde versie ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende
grond en baggerspecie”, d.d. 29 november 2019; e _ Geactualiseerde versie ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, d.d. 2 juli 2020; e _ “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, d.d. 13 december
2021.
Binnen het beheergebied zijn de volgende beleidsdocumenten opgesteld t.a.v. PFAS:
e _ Regio Zuid-Kennermerland en IJmond: © _ “Rapport Bodemkwaliteitskaart PFAS OD IJmond”, kenmerk 0458873.100, rev. 0.0, d.d. 20 mei 2020, door Antea Group, en revisie 1.0 d.d. 28 januari 2021;
© _ “Notitie grondverzet Bodemkwaliteitskaart PFAS OD IJmond', kenmerk 0458873.100, revisie 1.0 d.d. 28 januari 2021 door Antea Group; e _ Regio Zaanstreek-Waterland:
o _ “Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen regio Zaanstreek-Waterland”, kenmerk S0B011149, d.d. 8 april 2020, versie 1, door Lievense-WSP; o _ “Notitie Aanvulling bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland”, kenmerk
S$0B011149, d.d. 08 april 2020, door Lievense-WSP; e
Provincie
Noord-Holland:
Blad
29van
113
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
© _ Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, d.d. 19 november 2019, in werking getreden: 21 november 2019.
Het doel van de bovengenoemde beleidsdocumenten is het grondverzet binnen het beheerge-
bied van de deelnemende gemeenten te vereenvoudigen voor wat betreft de stofgroep PFAS. Voor het toepassen van grond dient de toetsing op PFAS separaat plaats te vinden aan toetsing aan de lokaal vastgestelde reguliere bodemkwaliteitskaart.
In de onderhavige Nota bodembeheer worden lokale maximale waarden voor PFAS vastgelegd. Bij het vaststellen van deze Nota stelt de gemeente tevens de basis voor de LMW vast, namelijk
de betreffende Bodemkwaliteitskaarten op de stofgroep PFAS. Uit de opgestelde bodemkwaliteitskaarten blijkt dat de mate van diffuse verontreiniging in de
twee regio's in het beheergebied van OD IJmond niet geheel overeenkomt. Om deze reden worden per regio (per “eigen beheergebied”) LWM vastgelegd. 18.2
LMW
PFAS regio Zaanstreek-Waterland
Met het opstellen van de bodemkwaliteitskaart PFAS voor de regio Zaanstreek-Waterland! zijn de achtergrondwaarden van PFAS in de gemeenten Beemster (voormalige gemeente), Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland bepaald. Het eigen beheergebied voor deze LMW zijn derhalve uitsluitend de genoemde gemeentes. Voor het bepalen van de kwaliteit van de actuele bodemkwaliteit is in het rapport het gemid-
delde gebruikt. De P80 wordt over het algemeen en voor het landelijke beleid? gebruikt voor het bepalen van de kwaliteitsklasse van de te ontgraven grond. De P80 houdt in dat 80% van alle
waarnemingen beneden of gelij zjn aan de gegeven waarde. Deze waarde is zodanig laag dat de kans dat hiermee verslechtering zal optreden klein is. Waar voorheen in de regio Zaanstreek-Waterland gebruik is gemaakt van de P95, wordt om de bovengenoemde reden de P80 gehanteerd
om de actuele ontgravingskwaliteit te bepalen In tabel 4 zijn de berekende waarden weergegeven voor PFOS, PFOA en de overige PFAS. Tabel 4: Berekende ontgravingskwaliteit in regio Zaanstreek-Waterland op basis van de P80, PFAS in de bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv} en ondergrond (0,5 - 1,0 m-mv) in ug/Kg d.S. Zonenaam
Overige PFAS
Bovengrond Ondergrond Voldoet aan de maximae waarde voor 'Landbouw/natuur’ uit het Handelingskader PFAS (dec 2021)
TD
Voldoet aan de maximate waarde voor Wonen/Industrie uit het Handelingskader PFAS (dec 2021)
Uit het rapport van de bodemkwaliteitskaart PFAS blijkt dat alle gemeten waarden (P80) van
PFOS, PFOA en de overige PFAS voldoen aan dan de normen voor de klasse ‘Landbouw/natuur’ uit het Handelingskader van december 2021. Hierbij is onderscheid gemaakt in bovengrond (00,5 m -maaiveld) en ondergrond (0,5-1,0 m -maaiveld).
De deelnemende gemeenten aan de PFAS Bodemkwaliteitskaart van de regio Zaanstreek-Waterland hanteren derhalve de maximaal geldende toepassingsnorm voor de klasse
3 “Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen regio Zaanstreek-Waterland”, kenmerk SOB01149, d.d. 8 april 2020, versie 1, door Lievense-WSP;
9 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, d.d. 13 december 2021.
Blad30van
113
Nota
bodembeheer
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
2 anteagroup $
Omgevingsdienst IJmond
‘Landbouw/natuur’ als maximale toepassingskwaliteit voor PFAS-houdende grond, naar aanleiding van de oproep van de minister voor milieu en wonen. In de kamerbrief van 29 november 2019 (lenW/BSK-2019/251123) (|aatste alinea pagina 2 roept de Minister van milieu en wonen, gemeenten op om de landelijke achtergrondwaarden als minimum waarden te hanteren, ook als lokaal lagere waarden zijn gemeten. Toepassingseis voor toepassen van grond/bagger in de regio Zaanstreek-Waterland
De lokale maximale waarden voor PFAS voor hergebruik van grond binnen de gemeenten EdamVolendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland en de voormalige gemeente Beem-
ster, nu Purmerend, zijn als volgt: Tabel 5: Lokale maximale waarden PFAS voor regio Zaanstreek-Waterland in de bovengrond (0,0 - 0,5 m-
mv) en ondergrond ( Zonenaam
PFOA
Bovengrond
19°
14°
Ondergrond
197
147
*
Overige PFAS
normering afgeleid uit het Handelingskader PFAS (dec 2021
Indien op een later tijdstip nog nieuwe toepassingsnormen voor de klasse ‘Landbouw/natuur’ worden gepubliceerd welke boven de berekende landelijke achtergrondwaarden liggen (aangegeven met een asterisk in tabel 5), dan wel in een nieuw Handelingskader PFAS, dan wel als onderdeel van het generieke bodembeleid vanuit het rijk, zullen deze toepassingsnormen worden
gehanteerd. Het bovenstaande beleid is grotendeels bestaand beleid voor de gemeenten Edam-Volendam,
Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland en de voormalige gemeente Beemster, nu Purmerend. N.B.: het onderscheid tussen toepassen boven- of onder grondwaterniveau is vervallen in overeenstemming met het Handelingskader PFAS van december 2021. 1.8.3
LMW
PFAS regio Zuid-Kennemerland-IJmond
Met het opstellen van de bodemkwaliteitskaart PFAS voor de regio Zuid-Kennemerland-IJmond:® zijn de achtergrondwaarden van PFAS in de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemstede,
Heemskerk, Uitgeest, Velsen en Zandvoort bepaald. Het eigen beheergebied voor deze LMW zijn derhalve uitsluitend de genoemde gemeentes.
Voor het bepalen van de kwaliteit van de actuele bodemkwaliteit is de 80 percentiel (P80) gebruikt. De P80 wordt algemeen gebruikt voor het bepalen van de kwaliteitsklasse van de te ont-
graven grond. Om deze reden wordt voor de regio Zuid-Kennemerland-IJmond tevens de P80 gebruikt om de actuele ontgravingskwaliteit te bepalen. In tabel 6 zijn de berekende waarden weergegeven voor PFOS, PFOA en de overige PFAS. Tabel 6: Berekende ontgravingskwaliteit in regio Zuid-Kennemerland-lJmond op basis van de P80, PFAS in de bovengrond (0,0— 0,5 m-mv} en ondergrond (0,5 - 1,0 m-mv) in ug/kg d.S. Zonenaam
Overige PFAS
Bovengrond
Ondergrond Voldoet aan de mawmale woarde voor tondbouw/natuur uithet Hondelingskader PFAS (dec 2021)
TT
Voldoet aan de moximate waarde voor Wonen/mdustre’ uithet Handelingskader PFAS (dec 2021]
19 “Rapport Bodemkwaliteitskaart PFAS OD IJmond”, kenmerk 0458873.100, rev 0.0, d.d. 20 mei 2020, door Antea Group, en revisie 1.0d.d. 28 januari 2021
Blad31van
113
Nota
bodembeheer
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Uit het rapport van de bodemkwaliteitskaart PFAS blijkt dat, met uitzondering van PFOS in de bovengrond, alle gemeten waarden (P80) van PFOS, PFOA en de overige PEAS lager zijn dan de normen voor de klasse ‘landbouw/natuur’ uit het Handelingskader van december 2021. Hierbij is onderscheid gemaakt in bovengrond (0-0,5 m -maaiveld) en ondergrond (0,5-1,0 m -maaiveld). De deelnemende gemeenten aan de PFAS Bodemkwaliteitskaart regio Zuid-Kennemerland-lJ-
mond hanteren derhalve de maximaal geldende toepassingsnorm voor de klasse ‘Landbouw/natuur’ als maximale toepassingskwaliteit voor PFAS-houdende grond, naar aanleiding van de oproep van de minister voor milieu en wonen. In de kamerbrief van 29 november 2019 (lenW/BSK2019/251123) (laatste alinea pagina 2) roept de Minister van milieu en wonen, gemeenten op om de landelijke achtergrondwaarden als minimum waarden te hanteren, ook als lokaal lagere waarden zijn gemeten.
Toepassingseis voor toepassen van grond/bagger in de regio Zuid-Kennemerland-Jmond De lokale maximale waarden voor PFAS voor hergebruik van grond binnen de gemeenten Bever-
wijk, Bloemendaal, Heemstede, Heemskerk, Uitgeest, Velsen en Zandvoort zijn als volgt: Tabel 7: Lokale maximale waarden PFAS voor de regio Zuid-Kennemerland-lJmond in de bovengrond (0,0-
0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 - 1,0 m-mv) in ug/kg d.s. Zonenaam
PFOS
PFOA
Overige PFAS
Bovengrond
26
19°
14°
Ondergrond
14
* normering afgeleid uit het Handelingskader PFAS (dec 2021
197
14°
Indien op een later tijdstip nog nieuwe toepassingsnormen voor de klasse 'Landbouw/natuur’ worden gepubliceerd welke boven de berekende landelijke achtergrondwaarden liggen (aangegeven met een asterisk in tabel 7), dan wel in een nieuw Handelingskader PFAS, dan wel als onderdeel van het generieke bodembeleid vanuit het rijk, zullen deze toepassingsnormen worden
gehanteerd. Het bovenstaande beleid is grotendeels bestaand beleid voor de gemeenten Beverwijk, Bloemen-
daal, Heemstede, Heemskerk, Uitgeest, Velsen en Zandvoort. N.B.: het onderscheid tussen toepassen boven- of onder grondwaterniveau is vervallen n overeenstemming met het Handelingskader PFAS van december 2021.
1.8.4
Toepassen van PFAS-houdende grond De lokale maximale waarden PFAS gelden uitsluitend voor grondverzet binnen het gestelde be-
heergebied. Met deze LMW wordt invulling gegeven aan het “stand-stil!” beginsel uit het Besluit bodemkwaliteit. De belasting van PFAS-houdende grond binnen het eigen beheergebied blijft gelijk.
Het opnieuw toepassen van grond afkomstig uit het beheergebied is mogelijk onder de volgende voorwaarden:
°
De eigen bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen kan als
e
bewijs dienen voor de kwaliteit van de toe te passen partij in combinatie met een historisch onderzoek (overeenkomstig de NEN 5725) waaruit blijkt de ontgravingslocatie niet verdacht is voor het voor komen van PFAS-verbindingen als gevolg van een (bedrijfsmatige) activiteit. Een partijkeuring volgens de eisen die volgen vanuit het Besluit bodemkwaliteit (zie ook
e _ Onder voorwaarden een bodemonderzoek volgens de NEN 5740
Blad32van
113
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
De gemiddelde PFAS-kwaliteit van de grond afkomstig uit het beheergebied moet voldoen aan de Lokale Maximale Waarden die zijn benoemd de voorgaande paragrafen. De gemiddelde PFAS-kwaliteit van de grond buiten het eigen beheergebied moet voldoen aan de normen uit het Handelingskader PFAS, ofwel de maximale waarden voor PFAS zodra verankerd in de Regeling bodemkwaliteit en/of het Besluit activiteiten leefomgeving. Grondverzet tussen regio Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland-IJmond De toepassingseisen voor het toepassen van PFAS-houdende grond zijn niet geheel gelijk tussen
de regio's Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland-lJmond. Om deze reden is vrij grondverzet tussen de regio's m.b.t. PAS niet in alle gevallen mogelijk. Er is wél vrij grondverzet m.b.t. de stofgroep PFAS mogelijk wanneer de ontgravingslocatie ofwel regio Zaanstreek-Waterland ofwel de ondergrond van regio Zuid-Kennemerland-IJmond is. Deze vrijkomende grond mag in zowel in regio Zaanstreek-Waterland als in regio Zuid-Kennemerland-
IJmond worden toegepast in de boven- en ondergrond. Uitsluitend voor vrijkomende grond uit de bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) van regio Zuid-Kenne-
merland-Jmond i er géén vrij grondverzet m.b.t. PFAS mogelijk naar regio Zaanstreek-Waterland en naar de ondergrond van regio Zuid-Kennemerland-lJmond. De actuele bodemkwaliteit van de vrijkomende bovengrond uit regio Zuid-Kennemerland-lJmond voldoet namelijk niet aan de toe-
passingseisen n regio Zaanstreek-Waterland en van de ondergrond (wegens de hogere achtergrondwaarde van PFOS). Wel is het mogelijk om vrijkomende grond uit de bovengrond opnieuw elders n de bovengrond van regio Zuid-Kennemerland-lJmond toe te passen. De toepassingsmogelijkheden van vrijkomende partijen in de regio's Zaanstreek-Waterland en
Zuid-Kennemerland-IJmond met betrekking tot de stofgroep PFAS zijn weergegeven in de onderstaande grondstromenmatrix. Tabel 8: Grondstromenmatrix voor de PFAS-houdende grond
Ontgravingslocatie [ Bovengrond regioZaanstreek Waterland Toepassingslocatie Bovengrond regio
Zaanstreek
Ondergrond Waterland
| regioZaanstreek-
|
Bovengrond ‘Ondergrond regioZuid-Kenne- | regio Zuid-KennemerlandmerlandUmond Umond
Waterland
‘Ondergrond regio Zaanstreek
Waterland
Bovengrond regio Z. Kennemerland-lJmond
‘Ondergrond regio Zui Kennemerland-IJmond
Vrij toepasbaar op basis van de bodemkwaliteitskaort, onder de voorwaarden genoemd in deze Nota
TE
Niet vrij toepasbaar op basis van de bodemkwaliteitskaart.
Overige situaties
Voor toepassingen van grond en bagger onder andere omstandigheden dan bovenstaand bedoeld wordt in principe het landelijke beleidskader gevolgd. Het huidige beleid (Handelingskader
PFAS, d.d. december 2021) is in tabel 9 samengevat. Voor het verspreiden van baggerspecie uit watergangen op aangrenzende percelen of n een wei-
landdepot (artikel 35, onder f, Besluit) gelden dezelfde toepassingswaarden als voor andere vormen van toepassen van grond/baggerspecie op de landbodem
Blad33van
113
Nota
bodembeheer
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Tabel
Samenvatting toepassingseisen grond en baggerspecie met PFAS conform Handelingskader PFAS Toepassingswaarde/eis(en) (in
situatie
Grond en baggerspecie grootschalig toepassen + _ Overige PFAS=3
Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermings-
gebieden
Gebiedskwaliteit, indien niet bekend0,1
Verspreiden in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sediment delende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewate:
Bagger toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters
chaam
Toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in
Bagger toepasbaar, wel meten en
waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas Toepassen in een ander oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas
toetsen op uitschieters
Grond en bagger: Rijkswater: e
PFA
e
PFO:
Anders:
Toepassen in niet-vriliggende diepe plassen diein open verbinding staan net een rijkswater
°
PFAS=08
e
PFO:
_ Grond en bagger: e PFA: e
Toepassen in andere diepe plassen
PFOS=3,7
‘Grond en bagger
Blad 34 van 113
e
PFAS
e
PFOS=1,1
8
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Alternatief percentage bijmengingen 21
Toepassen grond met bodemvreemd materiaal (puin, bakstenen, plastic, piepschuim etc.) Landelijk beleidskader De Regeling bodemkwaliteit en het Besluit activiteiten leefomgeving stellen dat een partij grond
maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal mag bevatten. Voor steenachtig materiaal en hout mag tot maximaal 20 gewichtsprocent in de partij aanwezig zijn. Het gaat alleen om bodemvreemd materiaal dat al vóór het ontgraven of bewerken in de bodem aanwezig was en
vermenging daarmee redelijkerwijs niet kon worden voorkomen (artikel 1.2 van de Regeling Bodemkwaliteit; artikel 4.1271 van het Bal). Ander bodemvreemd
materiaal, zoals plastics, piepschuim, rubber korrels, tapijtvezels en kabel-
schredder, mag alleen sporadisch in de ontgraven grond of baggerspecie voorkomen.
Het gaat
hierbij uitsluitend om bodemvreemd materiaal dat al vóór het ontgraven of bewerken in de bodem aanwezig was en waarbij het redelijkerwijs niet mogelijk is deze uit de grond of baggerspecie te verwijderen. Partjen de niet voldoen aan de definitie van grond in de Regeling bodemkwa-
liteit worden aangemerkt als afvalstof die niet nuttig kan worden toegepast. Toepassing van dergelijke partijen is in strijd met de zorgplicht (artikel 13 Wbb, onderscheidenlijk artikel 7 Bbk). Regionale afweging
In de bodem van de deelnemende gemeenten wordt lang niet altijd 20 gewichtsprocent bodemvreemd
materiaal in de bodem aangetroffen. Veel bijmengingen hebben een negatief effectop
de structuur van de grond en bagger. Om deze redenen hanteren d regiogemeenten een maximaal gehalte aan bodemvreemd materiaal, namelijk 5 gewichtsprocent. Hergebruik van grond met meer dan 5% bodemvreemd
materiaal is niet toegestaan. Uitgezonderd hiervan zijn plastic-
achtige materialen, zoals plastic en piepschuim. Indien deze materialen als bodemvreemde bijmenging aanwezig zijn, wordt het generieke beleid gevolgd dat stelt dat deze maximaal sporadisch aanwezig mogen zijn.
Concreet betekent dit het volgende: e _ Bij het aanleveren van historische gegevens (zie deel 3 van deze Nota) voorafgaand aan
het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond moet aandacht besteed worden aan het voor komen van bodemvreemd materiaal in de grond. Tijdens de grondwerkzaamheden moet een visuele controle plaatsvinden of de grond mogelijk verontreinigd is met bo-
demvreemde bijmengingen; e _ De deelnemende gemeenten stellen een maximale bijmenging van bodemvreemd materiaal vast van maximaal 5 gewichtsprocent voor steenachtige materialen zoals puin of
bakstenen en hout. Voor plastics, piepschuim of vergelijkbare materialen wordt het generieke beleid gevolgd dat stelt dat deze materialen maximaal sporadisch aanwezig mogen
zijn
e _ Als blijkt dat de toe te passen grond een bijmenging heeft van meer dan het hierboven
gegeven en toegestane percentage bodemvreemd materiaal, is het niet toegestaan deze (ongezeefd) als zijnde grond toe te passen. Als er geen sprake is van sterk verontreinigde
grond, is het toegestaan om door civiel technisch zeven het percentage bodemvreemd materiaal terug te brengen naar het toegestane percentage. Het civiel technisch zeven wordt volgens het stelsel van de Wet bodembescherming niet als een tussentijdse be-
werking beschouwd. Onder de Omgevingswet is het “opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie”
Blad35van
113
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
een milieubelastende activiteit en is mogelijk conform de algemene regels in paragraaf 4.122 van het Bal; e _ Het uitgezeefde bodemvreemd materiaal moet worden getransporteerd naar een erkend verwerker. Is het bodemvreemd materiaal niet uit te zeven, bijvoorbeeld bij kolen-
«
gruis, dan moet een alternatieve toepassingslocatie voor de grond worden gezocht; Bij twijfel of grenssituaties beslist de Omgevingsdienst IJmond (Toezicht en handhaving voor de gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland-IJmond);
e _ Alstijdens de grondwerkzaamheden asbestverdacht materiaal wordt waargenomen, moeten de werkzaamheden direct gestaakt worden vanuit de arbo-wetgeving en de zorgplicht bodem.
Er dient contact worden opgenomen met de Omgevingsdienst IJmond
(Toezicht en handhaving voor de gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland en ZuidKennemerland-IJmond). Dit geldt ook voor overige bijmengingen en afwijkingen zoals kleur en geur die redelijkerwijs op een bodemverontreiniging kunnen wijzen. Moge-
lij is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging/ verontreiniging boven interventiewaarde bodemkwaliteit en moet het spoor van de Wet bodembescherming respectievelijk de Omgevingswet worden gevolgd;
e _ Als in de toe te passen grond meer dan het toegestane percentage bodemvreemd materiaal aan bijmenging wordt vastgesteld, of er wordt asbest of een andere niet verwachte mogelijke bodemverontreiniging aangetroffen, dan moet dit direct worden gemeld aan
de Omgevingsdienst IJmond en moet het werk (tijdelijk) gestaakt worden; e _ Omgevingsdienst IJmond heeft ten alle tijden de mogelijkheid om in het geval van risicovolle situaties het werk stil te leggen. Toepassingseis bodemvreemde bijmengingen Binnen het gehele beheergebied, voor alle bodemfuncties, geldt de volgende toepassingseis: de
toe te passen grond of baggerspecie mag maximaal 5 gewichtsprocent bodemvreemde bijmengingen bevatten indien de bijmenging bestaat uit steenachtig materiaal en/of hout. Indien er sprake i van bijmenging met materialen als plastics (PVC, LDPE, HDPE, e.d.), piepschuim of ver-
gelijkbaar materiaal, geldt het generieke beleid dat stelt dat deze materialen maximaal sporadisch voorkomen. Deze eisen zijn ook van toepassing op grootschalige bodemtoepassingen. Het kan voorkomen dat in specifieke gevallen een nog strengere norm noodzakelijk is. In specifieke gevallen kan door de gemeente een aangepaste norm worden beschreven in de onderliggende contractstukken zoals een bestek. Ook kan de gemeente hiertoe een maatwerkvoorschrift
uitschrijven. De bovenstaande regel is grotendeels bestaand beleid voor de gemeenten Beverwijk, Bloemen-
daal, Edam-Volendam, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Purmerend Oostzaan, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland
en Zandvoort.
Blad36van
113
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Erkenning bodemkwaliteitskaarten Met deze Nota wordt het bodembeheergebied voor het grondstromenbeleid van de regio vastge-
steld als zijnde het gemeentelijke grondgebied van de gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland-IJmond. Het gaat hierbij om de gemeenten zoals genoemd in tabel 1 van
deze
Nota.
De vigerende bodemkwaliteitskaarten van de deelnemende gemeenten in het beheergebied (zie tabel 1} worden door alle deelnemende gemeenten geaccepteerd als bewijsmiddel voor het aan-
tonen van de bodemkwaliteit van een te ontgraven partij. De deelnemende gemeenten accepteren ook de bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Haarlem en Purmerend. Deze bodemkwaliteitskaart mag gebruikt worden als bewijsmiddel van de chemische kwali.
teit van de toe te passen. De voorwaarden waaronderde bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden als grondslag om deze als bewijsmiddel voor de bodemkwaliteit te gebruiken staan in de Regeling bodemkwaliteit.
De bodemkwaliteitskaart is in alle gevallen uitsluitend een erkend bewijsmiddel als deze gepaard gaat met een historisch vooronderzoek overeenkomstig de NEN 5725. Zie voor meer informatie hierover hoofdstuk 22 in deel 3 van deze Nota.
De bodemkwaliteitskaart van Tata-Steel wordt uitgesloten als wettig bewijsmiddel gezien de spe-
cifieke verontreinigingsproblematiek. In hoofdstuk 22, paragraaf 22.3.5 is beschreven onder welke voorwaarden bodemkwaliteitskaar-
ten van andere gemeenten kunnen worden toegestaan als onderdesl van het bewijsmiddel bodemkwaliteit.
Blad37van
113
Nota
bodembeheer
Deeinemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045100
:
12 juli 2022 revisie O
anteagroup
Omgevingsdienst Imond
Deel 2: Beleidsregels bodem
Blad38van
113
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Verspreiden van baggerspecie uit (boezem)systemen De kwaliteit van de baggerspecie uit boezemsystemen is doorgaans van een wat slechtere kwaliteit dan de baggerspecie van oppervlaktewaterlichamen in het buitengebied.
Voorafgaand aan het verspreiden van baggerspecie vanuit de boezemwatergang wordt altijd een waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 uitgevoerd. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten én de bijmenging van bodemvreemd
materiaal mag de baggerspecie op aangrenzende perce-
en worden verspreid. Huidige beleidskader
Op grond van artikel 60 van het Besluit bodemkwaliteit hoeft de kade, een teensloot en/ of een onderhouds- of fietspad als perceel niet gerekend te worden tot het aangrenzende perceel. Met andere woorden: dergelijke smalle grondstroken mogen worden ‘overgeslagen’. Bij de invulling
van het begrip ‘pad' wordt gehanteerd: een voetpad, een fietspad, een onderhoudspad of een gemeentelijke- of Waterschapsweg bestaande uit één rijstrook. Rijkswegen, provinciale en gemeentelijke wegen, bestaande uit meer dan één rijstrook maken geen deel uit van de invulling
van het begrip pad. Verspreidbare baggerspecie uit een boezemwatergang kan volgens deze Nota bodembeheer al-
een worden verspreid op een perceel in een naastgelegen polder (met een ander watersysteem) dat direct grenst aan de betreffende boezem.
I figuur 7 is dit schematisch verduidelijkt en weergegeven.
Verspreiden niet mogelijk
\
Verspreiden mogelijk
ZE _ .
\{
WZSIILITIIIID
e
pad
1
groen
e
fi
polder
”-
oom e g e E e E
N e S
p E R e E e
e
DEO
TE e
e e e e B t
e
E
Figuur 7: schematische weergave van definitie van een aangrenzend perceel en mogelijkheden voor het verspreiden van baggerspecie Omgevingswet
In artikel 4.1278 van het Bal staan de specifieke kwaliteitseisen vermeld voor het verspreiden van
baggerspecie op de landbodem. Met betrekking tot de verspreidingsmogelijkheden van baggerspecie verandert het volgende: met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is verspreiding van baggerspecie over het aangrenzende perceel of op landbouwgronden die tot maximaal
10
km afstand liggen van waar de baggerspecie vandaan komt, aangewezen als een functionele toepassing. Dit omdat de toepassing tot doel heeft om de bodemgesteldheid te herstellen of verbeteren op basis van artikel 4.1269, derde lid van het Bal. Daarnaast valt ook het verspreiden van
Blad39van
113
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
baggerspecie in een weilanddepot met een maximale afstand van 10 kilometer onder het verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel. Artikel 60 uit het Besluit bodemkwaliteit vervalt in het nieuwe Besluit bodemkwaliteit onder de Omgevingswet en maakt geen onderdeel uit van het Bal.
Gebiedsspecifieke afweging
Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet zullen de mogelijkheden voor het verspreiden van onderhoudsbaggerspecie worden verruimd. De interpretatie van de term ‘aangrenzend perceel’ wordt namelijk opgerekt tot zowel direct aangrenzende percelen als landbouwgronden die
tot 10 km afstand liggen van de herkomst/ocatie van de baggerspecie. In het beleidskader van de Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit zijn de versprei-
dingsmogelijkheden relatief beperkt. Om de afzetmogelijkheden van vrijkomende onderhoudsbaggerspecie uit de regio Zaanstreek-Waterland te vergroten, hanteren de gemeente Waterland te volgende invulling van het begrip ‘aangrenzend perceel’: als aangrenzend perceel worden de
landbouwgronden in hetzelfde watersysteem beschouwd. Ter indicatie van het bovenstaande is in figuur 8 op de volgende pagina door middel van een drietal schetsen het principe van de combinatie bodemkwaliteitszones en watersystemen en de invulling van het begrip aangrenzend per-
ceel schematisch weergegeven: e Figuur 8.1 betreft een schets van de fictieve situatie. e Figuur 8.2 betreft een overzicht van de aanwezige watersystemen in de schematische weergave. In principe worden drie watersystemen onderscheiden: het boezemsysteem, polder I en polder I. e Figuur 83 geeft een overzicht van de opslagmogelijkheden in het aangegeven weilanddepot voor baggerspecie vanuitde boezem, polder l en polder I.
WATERSYSTEEN! Figuur 8.2: Situatie watersystemen
Blad 40 van 113
WATERSYSTEEMI
Nota bodembeheer
5
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Figuur 8.3: Opslagmogelijkheden weilanddepots
Beleidsregel voor gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland De onderstaande beleidsregel is uitsluitend van toepassing onder het stelsel van de Wet bodembescherming. Oftewel: deze regel vervalt op het moment datde Omgevingswet van kracht wordt.
De gemeente verleent medewerking aan de melding voor het verspreiden van onderhoudsbag-
gerspecie binnen hetzelfde watersysteem indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: e _ Van de te verspreiden baggerspecie is een waterbodemonderzoek conform NEN 5720 uitgevoerd en toegevoegd aan de melding;
e
De toe te verspreiden baggerspecie voldoet aan de eisen voor de voorgenomen verspreiding op de landbodem. Dit blijkt uit het geleverde waterbodemonderzoek;
Indien is voldaan aan de bovenstaande eisen, kan de te verspreiden baggerspecie uit een boe-
zemwatergang worden verspreid op een aangrenzend perceel. Een perceel binnen hetzelfde watersysteem wordt beschouwd als een aangrenzend perceel. Dit i in figuur 8 nader verduidelijkt. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, zullen voor het verspreiden van baggerspecie en de interpretatie van de term ‘aangrenzend perceel! de algemene regels uit het Bal worden gevolgd. Voor de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland is dit een voortzetting van het tot nu toe gevoerde beleid. Het is nieuw beleid voor de gemeente Purmerend.
Blad
41 van 113
Nota bodembeheer
D
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Uitzonderingsregel bij opslag van grond In het generieke kader van het Besluit moet bij de tijdelijke opslag van grond (langer dan 6 maanden en maximaal 3 jaar) de ontgravingskwaliteit van de grond gelijk of beter zijn dan de bodemkwaliteitsklasse van de (tijdelijk) ontvangende bodem. Deze voorwaarde past goed binnen de uitgangspunten van het landelijk geldende generieke toepassingskader, en dus wanneer: e _ De betreffende partij grond van een locatie afkomstig is van buiten het bodembeheergebied;
e _ De betreffende partij grond afkomstig is van buiten het beheergebied en waarvan de gemeente waarin de opslag plaatsvindt de bodemkwaliteitskaart niet heeft geaccepteerd
als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toete passen grond; e _ Het baggerspecie betreft. In sommige bovengrondzones leidt dit met gebiedseigen grond tot knelpunten. In sommige gebieden kan zich bijvoorbeeld de situatie voordoen dat op een bepaalde |ocatie, waar de ontvangende bodem de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde (AW2000) heeft, wel partijen grond van
de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ mogen worden toegepast, maar dat dezelfde partij grond daar niet tijdelijk mag worden opgeslagen. Dat staat haaks op de definitie van tijdelijke opslag die in het Besluit is opgenomen: "De tijdelijke toepassing van grond/gerijpte baggerspecie voorafgaand aan de definitieve nuttige toepassing." Om deze discrepantie onder het stelsel van de Wet bodembescherming te verhelpen staat de ge-
meente toe dat partijen grond die volgens de gebiedsspecifieke toepassingseisen op een bepaalde locatie binnen de gemeente mogen worden toepast, eveneens, voorafgaand aan de defi-
nitieve toepassing, op deze toepassingslocatie tijdelijk in opslag mogen worden genomen. Deze tijdelijke opslag mag maximaal 3 jaar duren. Tijdelijke opslag onder de Omgevingswet
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de bovengenoemde eis aan de kwaliteit van de partij die tijdelijk wordt opgeslagen, losgelaten. In het Bal komt voor de milieubelastende
activiteit opslaan van grond of baggerspecie de toets aan de ontvangende bodem niet meer terug. De algemene regels voor het opslaan van grond en baggerspecie zijn opgenomen in paragraaf 4.122 van het Bal.
Beleidsregel voor gemeenten in de regio Zaanstreek-Waterland De onderstaande beleidsregel is uitsluitend van toepassing onder het stelsel van de Wet bodem-
bescherming. Oftewel: de regel vervalt op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt. De gemeente verleent medewerking aan de melding van opslag van een partij onder de volgende voorwaarden:
e
De partij grond is afkomstig uit het bodembeheergebied;
e _ De kwaliteit van de grond voldoet aan de gebiedsspecifieke toepassingseisen. Hiertoe is een erkend bewijsmiddel gevoegd bij de melding;
e _ De partij wordt na de tijdelijke opslag toegepast op dezelfde locatie. e Detijdelijke opslag heeft een maximale duur van 3 jaar. Voor partijen die niet voldoen aan de bovenstaande eisen wordt het generieke beleid voor opslag van partijen gevolgd.
Blad
42 van 113
Nota
bodembeheer
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
De bovenstaande regel is een voorzetting van het beleid voor de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland. Het is nieuw beleid voor de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemstede, Heemskerk,
Blad
43 van 113
Uitgeest, Velsen en Zandvoort.
Nota
bodembeheer
O
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100
:
12 juli 2022 revisie O
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Uitzonderingsregel bij tijdelijke uitname Situatie en huidige beleidskader
Bij aanleg, vervang-, reparatiewerkzaamheden van ondergrondse infrastructuur zoals kabels, leidingen, rioleringen en graafwerkzaamheden bij groenvoorzieningen, wordt grond ontgraven en weer toegepast (tijdelijke uitname van grond). In het Bbk is tijdelijke uitname van grond op een niet-verdachte locatie (volgend uit het vooronderzoek) toegestaan zonder dat een kwaliteitsbepaling is uitgevoerd, een functietoets is gedaan en een melding is verricht. De voorwaarden hierbij zijn dat:
e _ Ergeen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging: e _ Ergeen tussentijdse bewerking plaatsvindt; e _ De grond onder dezelfde condities weer worden toegepast; ondergrond wordt weer ondergrond en bovengrond wordt
weer bovengrond.
Met deze laatste voorwaarde is het zogenaamde ‘over-de-kop-werken’ (de bovengrond en de ondergrond worden
niet gescheiden ontgraven) bij graafwerkzaamheden niet mogelijk. Dit is niet
wenselijk omdat bij veel graafwerkzaamheden er geen tot (zeer) weinig ruimte op en in de nabije omgeving van de graaflocatie aanwezig is om de boven- en ondergrond gescheiden tijdelijk op te slaan. Daarbij wordt over het algemeen geen onderscheid gemaakt in grond afkomstig uit de bo-
vengrond of uit de ondergrond, met als consequentie dat de grond geroerd in de sleuf wordt teruggebracht. Dit is met onderstaande figuur geïllustreerd.
Figuur 9: werkzaamheden aan kabels en leidingen
Ook is de grond in de meeste situaties, bijvoorbeeld bij de aanleg en reparatie van de ondergrondse infrastructuur, al eerder 'over-de-kop' gegaan. Omgevingswet Onder de Omgevingswet valt tijdelijke uitname onder de milieubelastende activiteiten ‘graven in
de bodem boven dan wel beneden interventiewaarde’. Het is toegestaan om de ontgraven grond na afloop van het werk weer terug te plaatsen in de oorspronkelijke bodem. In dat geval gelden niet de regels voor het toepassen van grond en baggerspecie, maar alleen de regels voor deze ac-
tiviteit. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden: e _ De grond heeft geen bewerking ondergaan, anders dan het uitzeven van bodemvreemd materiaal;
e _ Hetterugplaatsen vindt plaats op of nabij het ontgravingsprofiel. De aanduiding ‘op of nabij’ geeft aan dat er enige speelruimte is, waarbij de afbakening van geval tot geval kan verschillen;
e
Eris geen sprake van bodemverontreiniging boven de interventiewaarde;
Blad
44 van 113
Nota
bodembeheer
O
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100
:
12 juli 2022 revisie O
anteagroup
Omgevingsdienst IJmond
Het terugplaatsen vindt plaats op de ontgravingslocatie en onder dezelfde omstandigheden. Er i bijvoorbeeld geen sprake van terugplaatsen “onder dezelfde omstandigheden” als grond van boven de grondwaterspiegel wordt teruggeplaatst naar onder de grondwaterspiegel (of omge-
keerd). Of als grond afkomstig uit de kern van een weglichaam of geluidswal wordt teruggeplaatst als afdeklaag van het weglichaam of de geluidswal (onderlaag wordt toplaag). Gebiedsspecifieke afweging
Vanwege de voornoemde knelpunten bij tijdelijke uitname van grond, verruimen de gemeenten in de deelnemende gemeenten voor niet-verdachte |ocaties de regels voor graafwerkzaamheden
bij de tijdelijke uitname van grond bij kabels, leidingen, rioleringen en graafwerkzaamheden bij groenvoorzieningen als volgt: e _ Bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en bij groenvoorzieningen op
niet-verdachte locaties, hoeven de bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte) en de ondergrond (bodemlaag dieper dan 0,5 meter) niet gescheiden te worden ontgraven. De grond mag worden geroerd en hoeft niet in dezelfde bodemlagen
te worden teruggeplaatst; e _ Ergeen sprake s van een geval van ernstige bodemverontreiniging; e Ergeen tussentijdse bewerking plaatsvindt, met uitzondering van de uitzeven van bodemvreemd
materiaal dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet mogelijk is con-
form de algemene regels in het Bal; Als grond na ontgraving niet op dezelfde locatie kan worden teruggeplaatst, kan deze elders nut-
tig worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit. Omdat de grond niet gescheiden is ontgraven, geldt de ‘minste' kwaliteit van beide bodem-
lagen als bodemkwaliteitsklasse. Consequentie van de bovenstaande werkwijze is dat de bodem ter plaatse van bijvoorbeeld lei-
dingtracés geroerd raakt en daarmee mogelijk lokaal verslechtert. Door de Omgevingsdienst IJmond is derhalve nagegaan wat hiervan de milieurisico's zijn, Op basis van de gegevens kan worden geconcludeerd dat in een aantal zones binnen het beheergebied een verslechtering van de
bodemkwaliteit in de ondergrond kan optreden. Dit wordt echter geaccepteerd omdat sprake is van verwaarloosbare risico's. Opgemerkt wordt dat naar verwachting de grond ter plaatse van onder andere leidingtracés in het verleden reeds vermengd is geraakt bij de aanleg van de kabels
en leidingen (incl. riolering). Anderzijds zijn de kabelgoten destijds mogelijk zijn aangevuld met schone grond. Uitzonderingssituatie regio's met diffuse bodemverontreiniging
Uitgezonderd van het bovenstaande beleid is tijdelijke uitname van grond in zones ‘B1. Oud Volendam en Purmer’, ‘B2. Wonen B en Oud Edam’ en ‘01. Wonen B, Oud Edam, Oud Volendam en
Purmer’. In deze zones zijn relatief hoge gehalten aan meerdere stoffen vastgesteld. Als er gewerkt wordt met een gesloten grondbalans, moet voorafgaand aan de graafwerkzaamheden in deze zones ten minste een partijkeuring plaatsvinden. Als de interventiewaarde wordt overschre-
den moet de standaardprocedure van de Wet bodembescherming onderscheidenlijk de Omgevingswet worden gevolgd. Als uit het indicatieve onderzoek blijkt dat de interventiewaarde niet wordt overschreden, mag alsnog de grond worden geroerd en hoeft niet in dezelfde bodemlagen
te worden teruggeplaatst. Als niet wordt gewerkt met een gesloten grondbalans, moet voorafgaand aan de werkzaamheden in deze zones een indicatief onderzoek plaatsvinden (zie $ 22.3.4). Als de interventiewaarde
wordt overschreden moet de standaardprocedure van de Wet bodembescherming, onderscheidenlijk de Omgevingswet worden gevolgd. Als uit het onderzoek blijkt dat de interventiewaarde
niet wordt overschreden, mag alsnog de grond die op het werk blijft worden geroerd en hoeft
Blad
45 van 113
Nota
bodembeheer
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
2 anteagroup $
Omgevingsdienst IJmond
niet in dezelfde bodemlagen te worden teruggeplaatst. De grond die niet op het werk blijft, moet, voorafgaand aan een nuttige toepassing elders, worden gekeurd of worden getransporteerd
naar een
erkend
verwerker.
Beleidsregel voor de deelnemende gemeenten De deelnemende gemeenten zullen niet strikt handhaven op het gescheiden en separaat terug-
plaatsen van de boven- en ondergrond bij ijdelijk uitname binnen de bebouwde kom. De gemeente, of de daartoe aangewezen instantie, staat toe dat onder de volgende voorwaarden nietgescheiden wordt ontgraven en teruggeplaatst bij tijdelijke uitname:
1.
De werkzaamheden worden verricht in het kader van werkzaamheden aan kabels- en/of leidingen of aan groenvoorzieningen. Hieronder vallen tevens werkzaamheden aan het riool;
2.
De werkzaamheden
bevinden
zich niet binnen
Volendam en Purmer’, ‘B2. Wonen Volendam en Purmer';
3.
de bodemkwaliteitszones
zones
‘B1. Oud
B en Oud Edam’ en ‘01. Wonen B, Oud Edam, Oud
Uitsluitend grond uit het traject maaiveld tot onderzijde van het onderste dieptetraject zoals op de ontgravingskaart in de vigerende bodemkwaliteitskaart is aangegeven, mag geroerd worden teruggeplaatst in de sleuf;
4.
Biij het terugplaatsen van uitgekomen grond, dient altijd de zorgplicht in achtte worden genomen.
Bij tijdelijke uitname in de zones ‘B1. Oud Volendam en Purmer”, ‘B2. Wonen
B en Oud Edam’ en
°02. Wonen B, Oud Edam, Oud Volendam en Purmer’, moet voorafgaand aan graafwerkzaamheden minimaal geval een indicatief onderzoek
plaatsvinden, zie ook paragraaf 22.
Voor de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland is dit bestaand beleid. Het is nieuw beleid voor de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal,
Heemstede, Heemskerk, Uitgeest, Velsen en Zandvoort.
Blad
46 van 113
Nota
bodembeheer
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
2 anteagroup $
Omgevingsdienst IJmond
Toepassen van thermisch gereinigde grond Onderbouwing
De deslnemende gemeenten hebben tot doel gesteld hergebruik van grond zoveel mogelijk te stimuleren zonder daarmee de duurzame eigenschappen van de bodemte belemmeren. Het toepassen van gereinigde grond past binnen dit kader. Door het toestaan van thermisch gereinigde
grond (TG6) op vooraf geselecteerde locaties wordt op een duurzame en verantwoorde manier omgegaan met grondstromen.
Op dit moment speelt er een landelijke discussie en zijn er onderzoeken gaande betreffende de bijzondere eigenschappen van TGG. In het recente verleden zijn milieuproblemen ontstaan bij toepassing van TGG. Voorbeelden van voorgaande grootschalige toepassingen waar de toepas-
sing van TGG tot ophef heeft geleid zijn de Westdijk in Bunschoten en een zeedijk in de Perkpolder in Zeeland. Er zijn dan ook aanwijzingen dat in het huidige wettelijke kader voor het toepassen van grond, onvoldoende rekening wordt gehouden met deze eigenschappen van TGG, zoals
bijvoorbeeld het uitlooggedrag. Met het verhitten van verontreinigde grond zouden de verontreinigen verwijderd worden en kan de grond veilig en duurzaam worden toegepast. Het RIVM erkent echter dat in de praktijk problemen ontstaan waarbij zware metalen en zouten in het grond-
‚en oppervlaktewater terecht kunnen komen die op hun beurt weer het ecosysteem verstoren!!. Eigenschappen TGG
In TGG zijn (ondanks de hoge verbrandingstemperatuur) bepaalde organische verontreinigingen in verhoogde concentraties aangetroffen en was er sprake van uitloging van zware metalen en zouten naar het grondwater en het naastgelegen oppervlaktewater. TGG heeft andere eigen-
schappen dan ‘natuurlijke' grond die bij ontgravingen vrijkomt vanwege het reinigingsproces die de grond heeft ondergaan. Zo heeft TGG een hoge pH (pH =9-11,5) en zijn organische stof en bodemorganismen afwezig. Het toepassen van TGG blijkt door deze eigenschappen niet onder alle omstandigheden probleemloos en duurzaam te kunnen verlopen, aldus het RIVM in haar rapport
over de toepassing van thermisch gereinigde grond?. Het RIVM concludeert onder meer
dat het huidige toetsingskader niet of onvoldoende toerei-
kend is voor het bepalen van de uitloging van metalen en zouten in TGG. De staatssecretaris
geeft aan de wetgeving op dit punt aan te gaan passen. Tevens is onlangs gestart met de herzie-
ning van de beoordelingsrichtlijn voor het bewerken en reinigen van grond!!. Het RIVM geeft verder aan dat voor zouten (chloride, sulfaat en bromide) in de regelgeving voor grootschalige bodemtoepassingen (GBT) geen nadere eisen worden gesteld waardoor deze stoffen niet worden getoetst. In gebieden met zoet grond- en oppervlaktewater kunnen hierdoor
schadelijke effecten optreden voor plant en dier omdat deze van nature niet gewend zijn aan de hoge zoutgehaltes. Daarom heeft het Ministerie van IenW inmiddels besloten dat oude partijen TGG vanwege de uitloging van zouten alleen nog in gebieden met brak grondwater mogen wor-
den toegepast!2. De grondreinigers leveren hierover nu op grond van de zorgplicht de benodigde informatie aan bij afnemers. Tevens geven de reinigers aan dat de nieuw geproduceerde TGG aan hogere kwaliteitseisen voldoet. In hoeverre deze nieuw geproduceerde TGG ook zonder schade-
lijke effecten n gebieden met zoet grond- en oppervlaktewater toepasbaar s, is vooralsnog onvoldoende duidelijk. Toepassingsmogelijkheden
1 Kamerbrief 4-11-2021 (lenW/BSK-2021/287238) en Rapport RIVM (2021): Toepassing van thermisch gereinigde grond Een evaluatie n
opties voor een toepassingskader (rivm.nl}
12 Kamerbrief 14-04-2020 (RWS-2020/24717)
Blad47van
113
Nota
bodembeheer
Deelnemende gemeenten Omgevingsdienst IJmond projectnummer 0474045.100 12 juli 2022 revisie 0
2 anteagroup $
Omgevingsdienst IJmond
Over het algemeen kan gereinigde grond nuttig worden toegepast in werken zoals geluidswallen, wegenbouw, verwerking in de beton- en asfaltindustrie of als afdeklaag op stortplaatsen. Om hergebruik van gereinigde grond verder te bevorderen mag gereinigde grond met de maximale
kwaliteitsklasse ‘Industrie’ worden toegepast. Onder alle omstandigheden moet bij het toepassen van grond de wettelijke zorgplicht bodem
(art. 13 Wbb) en de zorgplicht oppervlaktewater (art. 7 Bbk) dan wel de specífieke zorgplicht van de Omgevingswet (artikel 2.11 Bal) in acht worden genomen. In de Kamerbriefen het rapport van het RIVM!! wordt aangegeven dat het bestaande normeringskader voor TGG niet voldoet en ook dat aanpassingen in het toepassingskader en kwaliteitsverbetering van het product noodzakelijk zijn. Hiermee valt de toepassing van TGG onder de zorgplicht. Dit betekent dat toepassing van TGG niet mag leiden tot kwaliteitsvermindering van onderliggende bodem, grondwateren
oppervlaktewater. Gemeenten zijn bevoegd voor handhaving van de zorgplicht oppervlaktewater en voor handhaving van de zorgplicht bodem bij toepassing van TGG binnen hun beheergebied. In afwachting van aanpassingen binnen het bestaande normeringskader, aanpassingen in het toepassingskader en kwaliteitsverbetering van TGG, stellen de deelnemende gemeenten vanuit bovengenoemde zorgplicht een beleidsregel vast waarin zij aangeven onder welke voorwaarden zij
toepassing van TGG in lijn met de zorgplicht achten. Het omgaan met de zorgplicht bij toepassing van TGG is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de toepasser en is maatwerk waarbij afstemming tussen de initiatiefnemer, bevoegd gezag landbodem en in voorkomende gevallen
waterkwaliteitsbeheerder een belangrijk element is. De invulling van de zorgplicht is en blijft een verantwoordelijkheid die primair bij de toepasser ligt. Beleidsregel De gemeente, of de daartoe aangewezen instantie, veronderstelt dat in overeenstemming met
de zorgplicht bodem uit de Wet bodembescherming, (art. 13 Wbb) de zorgplicht oppervlaktewater uit het Besluit, (art. 7 Bbk) dan wel de specifieke zorgplicht van de Omgevingswet (artikel 2.11 Bal) wordt gehandeld indien bij toepassing van thermisch gereinigde grond (TGG) binnen haar grondgebied tenminste de onderstaande maatregelen in acht worden genomen: e _ Erheeft vooroverleg plaatsgevonden met de gemeente of de daartoe aangewezen instantie (OD IJmond) over de voorgenomen toepassing. De gemeente/OD IJmond zal de toepasser vragen om de uitwerking van de voorgenomen toepassing vast te leggen in