Antwoorden vragen GL Nota Sport n.a.v. preadvies.pdf
Tekst van het document
Heemstede, 17 december 2025 Vragen GL Nota Sport & Bewegen nav preadvies motie Mw. De Haan (GroenLinks) heeft op 16 december 2025 de volgende vragen gesteld naar aanleiding van het preadvies op de motie 'ieder kind een zwemdiploma'. Onderstaand de antwoorden op deze vragen. 1. Het preadvies geeft aanleiding tot een schriftelijke vraag. Er wordt een alternatief geboden in de vorm van maatwerk. Wat zou dat inhouden en hoe zou dat uitgevoerd kunnen worden? In het preadvies staat het volgende: In lijn met het door de raad vastgestelde beleidsplan minimabeleid 2024-2027 is het college geen voorstander van het instellen van een algehele naturaregeling voor kinderen van minima, maar voor maatwerk voor die kinderen die om welke reden ook (nog) geen zwemdiploma hebben. Maatwerk zou het volgende kunnen inhouden. In de afspraken die gemeente met de exploitant van het zwembad, Sportfondsen, heeft gemaakt is de mogelijkheid opgenomen dat de exploitant zwemles biedt aan nieuwe Nederlanders die in de gemeente Heemstede verblijven, een laag inkomen hebben en/of (nog) niet in aanmerking komen voor de kindregeling en de Erop Uit-regeling van de gemeente Heemstede. In overleg met de exploitant kan voor deze groep mogelijk een apart zwemklasje worden ingericht als hiervoor voldoende animo zou zijn.
Hierbij zouden dan, in overleg met de exploitant, ook kinderen kunnen aansluiten van ouders die tot 130% van de bijstandsnorm verdienen, waarvan het bedrag dat over twee jaar ingezet kan worden om een zwemdiploma te behalen van € 1.205 echt niet toereikend is. Waarbij het college nogmaals wil meegeven dat hoewel het college erkent dat de genoemde € 1.205 weliswaar niet helemaal 100% dekkend is, het voor veel ouders dus een voldoende toelage is om hun kinderen een zwemdiploma te laten behalen, waardoor aansluiting bij een dergelijk apart zwemklasje niet noodzakelijk zou moeten zijn. 2. Voor alle kinderen die voetballen of hockeyen wordt vanuit het sportbudget meer dan 80% van de kosten gesubsidieerd. Zou zwemles ook uit het sportbudget gesubsidieerd kunnen worden voor kinderen die het niet kunnen betalen; in plaats vanuit de minimaregeling? Aan de voetbalverenigingen en de hockeyvereniging op het sportpark Groenendaal worden geen jaarlijkse structurele subsidies verstrekt. De ondersteuning van de sportverenigingen op het sportpark Groenendaal vindt plaats door de tarieven die gevraagd worden (door de exploitant) voor het gebruik van de accommodaties. De tarieven van het sportpark dekken de werkelijke kosten (beheer, onderhoud en kapitaallasten) niet. Het verschil tussen de tarieven en de werkelijke kosten wordt vaak aangeduid als ‘indirecte subsidie’.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat
juridisch gezien in dit geval geen sprake is van een (bestuursrechtelijke) subsidieverlening, maar van een (privaatrechtelijke) verstrekking in natura. Er is op dit vlak dus geen sprake van een specifiek sportbudget waaruit de voetbalverenigingen of de hockeyvereniging op sportpark Groenendaal vergoed worden of iets dergelijks. Voor zwemles geldt op hoofdlijnen het volgende. De exploitant van het zwembad, Sportfondsen, heeft een breed aanbod aan zwemlessen. Uiteraard voor kinderen, maar ook voor volwassenen die nooit of een tijd niet gezwommen hebben en weer vertrouwd willen worden met water. Sportfondsen huurt van de gemeente het sportcentrum (incl. zwembad) én beheert en exploiteert deze. Sportfondsen beheert en exploiteert de accommodaties risicodragend. Dit betekent dat de gemeente geen financieel risico draagt voor de exploitatie. De gemeente acht het echter van belang dat sportvoorzieningen als de sporthal, het zwembad en het sportpark voor het publiek toegankelijk zijn op de gebruikelijke tijdstippen en tegen aanvaardbare prijzen. Ook dus voor zwemles. Om dat doel te bereiken verstrekt de gemeente een vergoeding voor beheer- en exploitatiediensten aan Sportfondsen voor een gedeelte van de kosten van de exploitatie. Deze bijdrage was in 2025 al ruim € 1,5 miljoen en deze vergoeding en de wijze van indexeren hiervan liggen vast tot en met 2027.
Had de gemeente deze vergoeding niet gegeven of een lagere vergoeding gegeven hadden de prijzen, ook voor zwemles, vermoedelijk nog (veel) hoger gelegen. Mede gezien het bovenstaande is het voorstel van het college om de aanpak voor zwemlessen die er nu is te behouden en niet vanuit het ‘sportbudget’ te betalen. Dit geldt ook voor kinderen waarvan de ouders tot 130% van de bijstandsnorm verdienen. Zij kunnen een beroep blijven doen op de eenmalige bijdrage van € 255 voor zwemles voor kinderen en de jaarlijkse bijdrage van € 475 per jaar voor kinderen uit de Eropuit! regeling.