ANTWOORDEN 240610 Technische vragen HBB commissie Middelen Treasury Statuut.pdf
Tekst van het document
Technische vragen HBB commissie Middelen Treasury Statuut - Art 4 lid 3: "Het gebruik van derivaten is niet toegestaan." Dat maakt ook onmogelijk dat het college derivaten gebruikt om risico's voor de gemeente te beperken. Is dat wat het college wil? Antwoord: Derivaten zijn risicovolle beleggingsproducten. Gebruik voor het indekken tegen renteschommelingen is wel toegestaan, speculatie niet. Rentederivaten kunnen bij juist gebruik geschikt zijn om renterisico’s te beheersen maar het is een ingewikkeld product waarbij in het verleden bij veel publieke organisaties (grote) financiële schade is geleden met een hoog bestuurlijk afbreukrisico. In Heemstede is net als bij gemeenten van vergelijkbare omvang, de kennis van derivaten beperkt. Financiële adviezen hieromtrent kunnen daarom onvoldoende geverifieerd worden waardoor risico’s verborgen kunnen blijven. Vaak is er toch sprake van een speculatief element waardoor (onbewust) risico’s worden gelopen. Het gebruik van derivaten wordt daarom afgeraden. - Artikel 5 lid 1 en artikel 15 lid 2, "De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet Fido." Onduidelijk wat dat betekent, omdat Fido overschrijdingen toestaat - ik meen 2 of 3 kwartalen. Antwoord: Klopt, het college bedoelt hiermee wat in de Wet Fido staat: om explicieter te zijn gaat het om 3 kwartalen.
- Artikel 5 lid 2, renterisico, wordt gedefinieerd als een percentage maar er geldt een minimum van € 2,5 miljoen. Hoe kan dat expliciet in de verordening worden opgenomen? Antwoord: Het minimum van € 2,5 miljoen verwijst naar de uitkomst van de renterisiconorm. Dat is het bedrag dat gedefinieerd is als 20% van het begrotingstotaal. Het minimum van € 2,5 miljoen zou betekenen dat Heemstede een begrotingstotaal van maximaal € 12,5 miljoen heeft. Dat lijkt niet erg waarschijnlijk aangezien de begroting 2024 een begrotingstotaal van ruim € 82 miljoen. Het vastleggen van dit minimumbedrag in het statuut is daarmee niet noodzakelijk. Daarnaast gelden bij de berekening van de renterisiconorm altijd de wettelijke percentages en bedragen zodat de gemeente gehouden is aan het minimumbedrag, ook als dit niet expliciet is vastgelegd in het statuut. - Wat is de zogenaamde Witte lijst van BZK? Waar staat die op internet? Antwoord: Dit is een term die nog in het oude Treasurystatuut stond opgenomen. Op de Witte Lijst van BZK stonden Beleggingsfondsen die worden beschouwd als voldoende veilig en passend voor investeringen. De lijst is niet meer te vinden. Wij stellen voor om het tweede deel van Artikel 6 lid 1 m.b.t. de Witte lijst uit het Treasurystatuut te halen. Artikel 7, debiteuren, is het te overwegen de gemeenteraad daarin een rol te geven. Zoals ook anderhalf jaar geleden bij RCH.
Nu kan alles; "In principe niet maar in uitzonderingsgevallen wel" is een erg vaag kader.
Antwoord: Niet alles kan. De kredietwaardigheid van de partij wordt verplicht beoordeeld (treasurystatuut artikel 7, lid 2). Artikel 7, lid 1 wordt verder beperkt door hetgeen de raad heeft vastgelegd in de Financiële verordening artikel 12, lid 3. Daarin staat dat het college alleen leningen kan aangaan uit hoofde van de publieke taak. Daarnaast staat in artikel 12, lid 5 dat uitzonderingen op het beleid afzonderlijk aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Daarmee is de rol van de raad gedefinieerd. Binnen dit kader kreeg de raad ook RCH voorgelegd.
- Artikel 8 lid 1 en 2, wat is nut dat raad dat bepaalt? Lijkt me een interne werkwijze. Antwoord: Artikel 8 lid 1 en 2 hebben betrekking op de tabel Financieringsbehoefte in de paragraaf Financiering van de begroting en jaarrekening. De raad stelt deze P&C stukken vast. - Art 10 lid 2, hoe kun je reserves en voorzieningen gebruiken om minder geld lang te hoeven lenen? Antwoord: Dit kan inderdaad uitsluitend wanneer de reserves direct gevormd zijn uit ontvangen liquide middelen zoals destijds de Eneco-gelden. In het algemeen is er geen rechtstreeks verband tussen de reserves en de stand van de liquide middelen zodat het hebben van veel reserves en voorzieningen zeker niet impliceert dat er minder liquide middelen (in de vorm van leningen) aangetrokken moeten worden. - Artikel 10 lid 5, geen rente over eigen vermogen en voorzieningen, wat is relevantie hiervan in een treasurystatuut? Antwoord: Het biedt transparantie en duidelijkheid over hoe de gemeente omgaat met het eigen vermogen en voorzieningen. Bovendien wanneer dit wordt opgenomen in het treasurystatuut, wordt het beleid van het niet berekenen van rente over het eigen vermogen en voorziening vastgelegd in de officiële richtlijnen van de gemeente.