ANTWOORD Vragen HBB verordening Nadeelcompensatie.pdf
Tekst van het document
Vragen HBB verordening Nadeelcompensatie Onze vragen zijn in het algemeen Vraag: Is het college eens met de stelling dat omwonenden minder weerstand zouden bieden als mogelijke planschade wordt vergoed? Reactie: Het is op voorhand lastig om in algemene zin uitspraken te doen over de vermindering van weerstand indien nadeelcompensatie (voorheen planschade) wordt vergoed. Het verminderen van weerstand sluit aan bij de speerpunten van de Omgevingswet: door participatie bij de start van een ontwikkeling. Daarmee bedoelen we, dat ten opzichte van de huidige wetgeving, er meer interactie is met de omgeving en dat daarin wordt gezocht naar kansen om de uitgangspunten voor de ontwikkeling (waar mogelijk) te verbeteren zodat er minder schade en meer draagvlak ontstaat. Vraag: Is het college bereid de voorwaarden waarop vergoeding van planschade wordt gebaseerd, veroorzaakt door overheidsbeleid, te verruimen? Reactie: Dit aspect is niet aan orde, omdat in de verordening nadeelcompensatie vooral procedureregels zijn opgenomen. De voorwaarde (lees: de grondslag) voor de vergoeding van nadeelcompensatie is al door de wetgever geregeld, namelijk in de titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en afdeling 15.1 van de Omgevingswet.
Toelichting HBB Gezien de planschade die zal optreden bij bijvoorbeeld de omwonenden van de Heemsteedse Dreef 156, waar AMV'ers gehuisvest zullen worden, zouden wij de planschade voorwaarden zo willen aanpassen dat de omwonenden gecompenseerd zouden worden voor de geleden planschade in andere voorkomende gevallen. Die is nu zo geformuleerd dat de omwonenden geen recht hebben op schadeloosstelling, terwijl dat ons inziens onterecht is. Het onderzoek daarnaar is uitgevoerd, rekening houdende met deze voorwaarden en op een manier waarop de gemeente geen planschade hoeft te vergoeden, terwijl de schade die wordt geleden een gevolg is van gemeentebeleid. Nu draaien de getroffenen zelf op voor de geleden schade. Deze schade zou veel beter gedragen kunnen worden door de gemeente, ook omdat de omwonenden beperkte zeggenschap hebben gehad over de bestemming van genoemde woning.