ANTWOORD vragen GL - Participatieplan Park Manpad antwoorden (def).pdf
Tekst van het document
Vragen GroenLinks Gaarne beantwoording voor de fractievergadering van 6 maart. Onderwerp : Participatieplan Park Manpad met woningen te gast Vragen over stikstof
1
Zit er nog stikstofruimte op het kassenterrein? Zo ja, hoeveel? Zo ja, hoeveel daarvan is latente ruimte ? Antwoord Het college is zich bewust van de stikstofkwestie en de relevantie hiervan voor Park Manpad. Tegelijkertijd veranderen de juridische kaders regelmatig, denk aan het vervallen van de bouwvrijstelling. Dit maakt het lastig om ver vooruit te plannen. Voor Park Manpad heeft nog geen uitgebreid stikstofonderzoek plaatsgevonden, omdat de plannen hiervoor nog niet concreet genoeg zijn. Er is daarom ook nog niet onderzocht in hoeverre de stikstofruimte van het kassenterrein bruikbaar is. Er zal altijd voldaan moeten worden aan de vigerende wet- en regelgeving.
2
Is intern salderen mogelijk en hoeveel procent moet er dan af? Antwoord Bij interen salderen mag op dit moment de volledige stikstofruimte benut worden. Bij extern salderen moet 30% van de stikstofruimte worden afgeroomd ten bate van de natuur. Zie verder het antwoord op vraag 1.
3
Kent u de Kamerbrief van LNV van 25 november jl. waarin het gaat over de mogelijkheden en onmogelijkheden van intern en extern salderen en over slapende en latente stikstofrechten? Wat is uw reactie hierop? Antwoord Het college is bekend met de brief en wacht de uitwerking van de voorstellen door Rijk en provincie af.
4
Op 1 januari 2020 is de Spoedwet Aanpak stikstof in werking getreden. Er is nu een natuurvergunning nodig als een project significant (negatieve) effecten kan hebben op een Natura 2000-gebied. Als deze effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten dan moet Gedeputeerde Staten oordelen. Hoe ziet het college dat bij dit project? Antwoord Uit het (nog uit te voeren) onderzoek zal blijken of er sprake zal zijn van een toename van stikstofdepositie of andere effecten op Natura 2000-gebieden door dit plan. Als er een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming van Gedeputeerde Staten nodig is, zal deze uiteraard aangevraagd worden.
1
Vragen participatieplan Kaders (pag5)
1
Landschappelijk en cultuurhistorisch kader: waarom is niet opgenomen dat het het laatste stukje duinvallei en bovendien een natura 2000 verbindingszone betreft ? Wat wordt in dit stuk bedoeld met behoud van cultuurhistorische waarde? Antwoord Het panorama tussen de strandwallen Groenendaal en Leyduin over de strandvlakte (duinvallei) Manpadslaangebied, is een karaktereigenschap van dit gebied. Het participatieplan stelt dat deze waarde behouden dient te blijven. Het Manpadslaangebied is in het binnenduinrandgebied (MRA) gedefinieerd als ‘grijs’ gebied waar verstedelijking/inbreiding mogelijk is. Het is geen (onderdeel van) Natura 2000 gebied of verbindingszone hiervan. De naastgelegen buitenplaats Huis te Manpad en aan de overzijde spoorlijn gelegen Leyduin is wel aangewezen als Natura 2000 gebied. Het Manpadslaangebied is ook niet begrensd als Natuurnetwerk Nederland (NNN) of Bijzonder Provinciaal Landschap.
2
Duurzaamheidskader 1 : woningen zijn te gast in het groen. Betekenis hiervan? Kan er een maximale dichtheid worden bepaald, dus niet alleen max 2 hectare, maar ook max aantal woningen ? Dit laatste cf. de door de cie Ruimte van 21-9-2020 gegeven zienswijze dat het plan Delva waarin voorzien werd in 47 woningen, door een meerderheid als teveel werd gezien ? Antwoord Woningen te gast in het groen betekent dat het Natuurpark Manpad een maximaal mogelijk groen karakter dient te krijgen waarbij het nieuw te creëren natuurpark een belangrijke component is. De te bouwen woningen respecteren het groene karakter en maken onderdeel uit van dit karakter. Hoeveel woningen nodig en mogelijk zijn binnen de gestelde kaders, wordt in fase 6 van de Marsroute onderzocht (Ontwikkelvisie voor de gebiedsontwikkeling). Hierbij worden de zienswijze- en ook eerdere zienswijzen van de commissie Ruimte betrokken.
2
Duurzaamheidskader 2: Wat wordt bedoeld met ‘Bouwen cf. convenant Toekomstbestendig bouwen (mrt. 2023) Antwoord Dit is het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA. Het college heeft op 31 januari 2023 besloten dit convenant te ondertekenen. Dit collegebesluit is ter kennisname (C-stuk) aan de commissie Middelen toegezonden. Het collegebesluit vermeldt: De gemeenten in de MRA staan voor een flinke uitdaging. De komende tien jaar moeten minimaal 175.000 woningen bijgebouwd worden, op een manier die toekomstbestendig en betaalbaar is. Het streven om de duurzaamheidsambities makkelijker en tegen lagere kosten onderdeel te maken van deze woningbouwopgave is het vetrekpunt van het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA. De thema’s waar dit Convenant zich op richt zijn: circulair bouwen, energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, biodiversiteit en gezondheid. Uitgangspunt zijn de landelijke doelstellingen op het gebied van CO2- reductie, circulariteit en de energietransitie. Duurzaamheidskader 3: Wat betekent concreet ‘Klimaatadaptief’ Antwoord Het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA omschrijft dit als: Het uitgangspunt van het thema klimaatadaptatie is om de nieuwbouwprojecten zodanig te realiseren dat zij bestand zijn tegen uitdagingen op het gebied van wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Het convenant noemt concrete maatregelen (bijlage).
De ondertekenaars van het Convenant behouden beleidsvrijheid om de afspraken op te nemen. De verschillende ambitieniveaus uit het Convenant kunnen variërend van niveau brons tot niveau goud worden ingezet.
3
Mobiliteitskader: bij welk aantal woningen is toegang vanaf Manpadslaan nog bespreekbaar? Antwoord Uitgangspunt is dat de nieuw te bouwen woningen in Natuurpark Manpad worden ontsloten via de Herenweg, dus niet via de Manpadslaan.
4
Financieel kader : de vorige raad heeft altijd gezegd : niet meer dan financieel nodig. Gaat de projectontwikkelaar nu alsnog uitmaken wat financieel nodig is? Antwoord Het participatieplan vermeldt dat het aantal en soort woningen worden bepaald door gemeente en ontwikkelaar (eigenaar/initiatiefnemer). Het is uiteindelijk aan de gemeenteraad om te zijner tijd door middel van het instemmen met de ontwikkelvisie voor de gebiedsontwikkeling Natuurpark Manpad en het vaststellen van het bestemmingsplan, in te stemmen met een ontwikkeling van het gebied en het aantal woningen. De gemeenteraad dient van mening te zijn dat voldaan wordt aan het wettelijke criterium van een goede ruimtelijke ordening.
3
Kunt u bevestigen dat de gemeente niet meefinanciert? Wil het college overwegen om, indien de ontwikkelaar tot meer woningen dan voorgesteld in het rapport Delva, (max 47, hetgeen de Raad zelfs teveel vond) over te gaan tot het zelf verwerven van deze grondpositie? Antwoord Hiervan is op dit moment geen sprake. Toegevoegde uitgangspunten (pag 6)
5
Bij nieuwbouwprojecten kan worden geborgd 30 % sociale huurwoningen en 20% betaalbaar middensegment. Deze percentages wijken af van hetgeen is vermeld in de 80% van de woonvisie (30 resp.35%) Toelichting svp. En waarom is het in de vorm van een ‘kan-bepaling geformuleerd? Antwoord Het participatieplan vermeldt overeenkomstig het Uitvoeringsprogramma college 2022 – 2026 dat bij nieuwbouwprojecten 30% sociale huurwoningen en 20% woningen in het betaalbare middensegment komen, binnen het totaal van projecten. De 80% versie van de Woonvisie vermeldt minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en sociale koopwoningen. Hier wordt gedoeld op bouwplannen die binnenstedelijk worden geïnitieerd. Het bouwplan Natuurpark Manpad betreft een buitenstedelijk initiatief. De ‘kan-bepaling’ is opgenomen omdat uit de toevoeging ‘binnen het totaal van projecten’ in het Uitvoeringsprogramma college 2022 volgt dat van genoemde percentages afgeweken kan worden. De genoemde percentages geven richting, maar het blijft maatwerk. Zo mogelijk wordt een tekort aan sociale huurwoningen, middeldure huur en betaalbare koopwoningen in een plan gecompenseerd in een nieuwbouwproject elders in de gemeente. Zelf kan de commissie over de percentages te allen tijde haar visie geven of andere doelgroepenkaders voorstellen.
6
Moet er geen uitgangspunt bijkomen vwb het maximaal aantal bouwlagen? Antwoord Het participatieplan vermeldt overeenkomstig het Uitvoeringsprogramma college 2022 – 2026 dat hogere bebouwing tot de mogelijkheden behoort. In fase 6 van de Marsroute (Ontwikkelvisie voor de gebiedsontwikkeling) wordt onderzocht of hogere bebouwing mogelijk en wenselijk is en welke maximale hoogte toelaatbaar is.
4
Overige vragen
7
De rol van het Landschap is nog onduidelijk. Zij moeten het toch gaan beheren. Moeten zij niet alleen adviseur zijn, maar ook mee-ontwerper en beslisser? Antwoord Landschap Noord-Holland is in beeld als mogelijke eigenaar en beheerder van het Natuurpark Manpad. Hierover zijn nog geen afspraken gemaakt. In deze hoedanigheid wordt het landschap niet enkel als ‘adviseur’ betrokken bij het voorgestelde proces, maar ook als ‘beslisser’ en ‘te raadplegen’. Hiermee is de invloed van Landschap Noord-Holland geborgd om haar rol in het ontwerp en mogelijke eigendom of beheer van het natuurpark mede vorm te geven zodat deze voldoet aan de eisen van het landschap.
8
Hoe ziet u de rol van de provincie als adviseur ? Antwoord Een ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen aan provinciale regelgeving en provinciaal beleid. Gedurende het proces wordt de provincie gevraagd of de visie en/of het plan past binnen haar beleid voor landelijk gebied.
5
BIJLAGE Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA thema klimaatadaptatie, de niveaus brons, zilver en goud zijn in dit thema gelijk
6