CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

81. Commissariaat voor de Media - Openstellen verkorte aanwijzingsprocedure in uw gemeente ANONIEM.pdf

Gemeenteraad 7 mei 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 8: Lijst ingekomen stukken8.476 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissariaat voordeMedia

cvdm.nl

28 APR, 2026

Gemeente Heemstede T.a.v. de gemeenteraad Postbus 352 2100AJ HEEMSTEDE

Per e-mail: gemeente@heemstede.nl Datum

Onderwerp

24 april 2026

Openstellen verkorte aanwijzingsprocedure ¡n uw gemeente

Uw kenmerk

Ons kenmerk

Contactpersoon

Telefoonnummer

1005025 / 1034266

Geachte raad, U ontvangt deze brief omdat het traject rondom de ¡nwerkingtreding van de Wet versterking /okalepublieke omroepen (hierna: de wet) vertraging heeft opgelopen. Vanwege de vertraging wordt de procedure ter aanwijzing van een lokale publieke omroep voor de gemeenten Haarlem, Heemstede en Bloemendaal per 1 mei 2026 opengesteld. Omroepen kunnen tot en met 31 mei 2026 een aanvraag indienen bij het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) om aangewezen te worden als lokale publieke omroep voor deze gemeenten. ln deze brief geven we u hierover meer informatie. Verwachte actie van uw gemeente Nadat de termijn voor het indienen van aanvragen op 31 mei 2026 sluit, vraagt het Commissariaat de gemeenteraad advies over de ingediende aanvraag/aanvragen. U ontvangt daarover van ons injuni 2026 een brief. De termijn voor het uitbrengen van advies is 18 weken, gerekend vanaf de datum waarop u in juni 2026 van ons een brief ontvangt. Wij zijn ons ervan bewust dat het zomerreces in die 18 weken valt. Daarom vragen wij uw gemeente om het interne proces alvast op te zetten en iri te richten zodat het advies tijdig door uw gemeenteraad vastgesteld kan worden. Zo is het bijvoorbeeld raadzaam dit onderwerp alvast te agenderen voor de gemeenteraadsvergadering van eind september, begin oktober.

Ook ontvangen wij graog de contactgegevens van de verwachte behandelaar binnen de gemeente, die de aanwijzingsprocedure gaat behandelen. Stand van zaken wetstraject Lange tijd was het streven om de wet per 1 juli 2026 vast te stellen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) heeft recent kenbaar gemaakt dat die datum niet gehaald zal worden. Op welke datum de wet wel wordt vastgesteld, is nog niet bekend. Dat hangt af van de voortgang van het wetstraject in de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal. OCW zet nu in op 1 november 2026. De start van het nieuwe stelsel wordt nog steeds beoogd op 1 januari 2028. Achtergrondinformatie Vorigjaar, injuni 2025, was de beoogde vaststellingsdatum van de wet nog ljuli 2026. Daarom heeft het Commissariaat, in afstemming met OCW, de Vereniging van Nederlandse Hoge Naarderweg 78 • 1217 AH Hilversum Post Postbus 1426 • 1200 BK Hilversurn Coatact cvdm@cvdmnl • 035 773 77 00

Commissariaat voor de Media

cvdm nl

Gemeenten (hierna: de VNG) en de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (hierna: de NLPO), destijds besloten om geen aanwijzingsprocedures te starten voor gemeenten waarvoor de aanwijzing van de Iokale publieke omroep zou afiopen tussen 1 juli 2026 en 1 juli 2027.1 Daaronder valt ook uw gemeente. De huidige aanwijzing van Stichting Lokale Omroep Regio Haarlem als lokale publieke omroep voor uw gemeenten Haarlem, Heemstede en Bloemendaal namelijk op 16 augustus 2026. Als de nieuwe wet wel op ljuli 2026 zou worden vastgesteld, zou er overgangsrecht gelden vanaf die datum voor de lopende aanwijzingen. Alle aanwijzingen die zouden aflopen tussen 1 juli 2026 en de startdatum van het nieuwe lokale publieke bestel (beoogd: 1 januari 2028), zouden dan worden verlengd tot de startdatum van het nieuwe bestel. Het doorlopen van nieuwe aanwijzingsprocedures zou in dat geval voor niets zou zijn geweest. Toch openstelling aanwijzingsprocedures in verkorte vorm Omdat de wet later wordt vastgesteld dan de beoogde datum van 1 juli 2026. lopen tussen ljuli 2026 en ljanuari 2027 in 22 gemeenten 14 Iokale aanwijzingen af, zonder dat er vanaf dat moment zicht is op een nieuwe lokale publieke omroep.

Het Commissariaat opent daarom alsnog op 1 mei 2026 verkorte aanwijzingsprocedures in de 22 gemeenten waar de aanwijzing van de lokale publieke media-instelling tussen ljuli 2026 en ljanuari 2027 vervalt. Uw gemeente is één van die 22 gemeenten. Reden verkorte aanwijzingsprocedure Reguliere aanwijzingsprocedures kennen een doorlooptijd van gemiddeld 14 maanden. Als er nu reguliere procedures worden gestart, betekent dat dat gemeenten pas vanaf halverwege 2027 een aangewezen lokale publieke omroep hebben. Gelet op het voornemen dat het nieuwe lokale publieke mediabestel ingaat per 1 januari 2028 - en alle dan geldende aanwijzingen van rechtswege komen te vervallen - zou dat een heel korte aanwijzingsperiode betreffen. Zeker in vergelijking met de reguliere aanwijzingsperiode van vijfjaar. Daarnaast geldt: hoe meer tijd er zit tussen de afloop van de huidige aanwijzing van de lokale publieke omroep en de nieuwe aanwijzing, hoe langer er geen lokale publieke omroep is aangewezen. ln die tijd gedoogt het Commissariaat dat de zittende lokale publieke omroep zijn taken als lokale publieke omroep nog mag blijven uitvoeren. lndien de zittende lokale publieke omroep opnieuw wordt aangewezen als lokale publieke omroep, gaat de nieuwe aanwijzing in per de datum waarop de huidige aanwijzing van de lokale publieke omroep komt te vervallen.

Hoe ziet de verkorte aanwijzingsprocedure eruit? De tijdslijn van de verkorte aanwijzingsprocedure is te vinden via de volgende link: https://www.cvdm.nl/sector/publieke-omroepen/lokale- omroep/tiidsliin aanwijzin qsproc edure/. Samengevat ziet het verloop van de verkorte aanwijzingsprocedure er als volgt uit. Het Commissariaat maakt eind april 2026 in de Staatscourant en op zijn website bekend welke procedures geopend worden per 1 mei 2026, waaronder de procedure voor uw gemeente. Daarnaast schrijft het Commissariaat gelijktijdig met deze brief de huidige lokale publieke Zie ook ons bijbehorende nieuwsbericht van iuni 2025.

Bezo. Hoge Naarderweg 78 • 3217 AH Hilversum Post Postbus 1426 • 1200 BK I-!ilversum Coiita.ct cvdmcvdm.nl • 03S7737700

2

Commissariaat voor de Media

cvdm nl

omroepen aan, die actief ziin in de 22 gemeenten waarvoor de aanwijzingsprocedure wordt opengesteld. Ook de VNG en de NLPO plaatsen eind april 2026 een informatiebericht op hun websites over de openstelling van de aanwijzingsprocedures. Vervolgens kunnen omroepen tussen 1 mei 2026 en 1 iuni 2026 bij het Commissariaat een aanvraag indienen om aangewezen te worden als lokale publieke omroep. Als het Commissariaat één of meerdere aanvragen voor uw gemeente ontvangt, dan sturen wij die in de eerste helft van juni 2026 aan uw gemeenteraad toe, met het verzoek hierover binnen 18 weken advies uit te brengen. Het betreft een wettelijk voorgeschreven advies en, bij meerdere aanvragers, ook een voorkeursadvies. ln onze brief vanjuni 2026 ontvangt u alle informatie die nodig is voor het kunnen uitbrengen van advies aan het Commissariaat. ln de bijlage kunt u alvast kennisnemen van de leidraad waarin de verkorte procedure wordt beschreven. Na ontvangst van het advies neemt het Commissariaat een besluit over de aanvraag of aanvragen. Bij het vaststellen van de verkorte procedure heeft het Commissariaat - in afstemming met de VNG en de NLPO - gekeken naar de verantwoordelijkheden en taken van de gemeenten en lokale publieke omroepen.

Om een balans te vinden tussen het enerzijds respecteren en behouden van de taken en verantwoordelijkheden van de gemeenten en anderzijds het doorlopen van een spoedige procedure, heeft het Commissariaat besloten om voor alle betrokken gemeenten vooraf vastgestelde, uniforme toetsingscriteria op te stellen. ln geval van twee of meer aanvragers voor een gemeente worden aanvragen door de gemeenteraad beoordeeld aan de hand van die criteria. De gemeenten kunnen dan aan de hand van deze criteria zelf de beoordeling en advisering in de hand houden. Om verdere tijdwinst te behalen is het - ¡n tegenstelling tot de reguliere aanwijzingsprocedures - voor het college van burgemeester en wethouders niet langer nodig om het samengaan van twee of meer aanvragers te bevorderen. Het Commissariaat tracht hiermee zoveel mogelijk recht te doen aan de wettelijke taken en termijnen van betrokkenen. Geen alternatieven voor het openstellen van aanwijzingsprocedures in verkorte vorm Het Commissariaat is zich ervan bewust dat het openstellen van aanwijzingsprocedures veel vraagt van alle betrokken partijen, zeker in een periode waarin iedereen zich vooral voorbereidt op het nieuwe lokale publieke mediastelsel. Daarom zijn verschillende alternatieven verkend. Uit deze verkenning is gebleken dat erjuridisch geen haalbare alternatieven zijn.

ln overleg met OCw en in nauwe afstemming met de VNG en de NLPO is daarom besloten tot het openstellen en doorlopen van sterk verkorte aanwijzingsprocedures. We hopen op medewerking van alle betrokkenen met als doel om in alle verzorgingsgebieden aangewezen lokale publieke media-instellingen te hebben. Verzoek om contactgegevens (verwachte) behandelend ambtenaar Om het procedureverloop zo voortvarend mogelijk te laten verlopen, vragen we u om alvast contactgegevens van de (verwachte) behandelend ambtenaar binnen uw gemeente met ons te delen via het e-maiiadres aanwijzincicvdm.nl. Zo kunnen we de brief die u injuni 2026 van ons ontvangt, direct richten aan de behandelend ambtenaar en snel schakelen indien nodig.

Bezoek Hoge Naarderweg 78 • 217 AH Hilversurn Post Postbus 426 • 1200 BK Hilversum

Contact cvdm>cvdm.nl • 0357737700

3

Commissariaat voor de Media

cvdm nl

Overige informatie Zodra er ontwikkelingen ziin die van invtoed (kunnen) zijn op de aanwijzingsprocedure of als er meer duidelijkheid ontstaat over de datum waarop de wet wordt vastgesteld en/of in werking treedt, dan berichten wij uw gemeente daar spoedig over, Mochten er vragen en/of onduidelijkheden zijn na het lezen van deze brief, neem dan binnen het Commissariaat gerust Dat kan op werkdagen via het telefoonnummer en graag contact op of per e-mail aan aanwiizinQ@cvdm.nl. De VNG is eveneens betrokken bij de openstelling van de procedures. U kunt ook contact of telefonisch via opnemen met )via Hoogachtend, Commissariaat voor de Media

Bijlage: tijdelijke leidraad verkorte aanwijzingsprocedure lokale publieke omroepen (uitsluitend per e-mail)

Bszo Hoge Naardervieg 78 • 1217 AH Hilversum ost Postbus 1426 • 1200 BK Hilversum Coitact cvdmcvdmnl • 03S7737700

4

.

e

Commissariaat voor de Media Postbus 1426 • 1200 BK Hilversurn

PostNL

€2,8(

Afz. ¡27AH76

yL .,a r .

•

NEDERLAN( 24.04.202 NetSet RN 82746

Tijdelijke leidraad verkorte aanwijzingsprocedure lokale publieke omroepen 2026 Deze tijdelijke leidraad komt in de plaats van de Beleidsregel aanwijzingsprocedure lokale publieke media-instellingen 2025 (hierna: de Beleidsregel) van het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) voor wat betreft lokale publieke aanwijzingsprocedures die aanvangen per 1 mei 2026. De tijdelijke leidraad geeft inzicht in de meest belangrijke termijnen, voorwaarden en verplichtingen tijdens de verkorte aanwijzingsprocedure en is uitsluitend van toepassing op aanwijzingsprocedures die zijn opengesteld door het Commissariaat per 1 mei 2026. Op eerder aangevangen aanwijzingsprocedures blijft de Beleidsregel van toepassing. I. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze leidraad wordt verstaan onder: a. wet: de Mediawet 2008; b. regeling: de Mediaregeling 2008; c. het Commissariaat: het Commissariaat voor de Media; d. aanvraag: de aanvraag voor een aanwijzing als bedoeld in artikel 2.65 van de wet; e. aanwijzingsperiode: een periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 2.65 van de wet; f. lokale omroep: lokale publieke media-instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; g.

aanwijzingsprocedure: de gehele procedure van aanwijzing van een lokale publieke omroep voor de verzorging van de publieke mediadiensten op lokaal niveau als bedoeld in artikel 2.61, eerste lid, van de wet; h. gebiedsuitbreiding: aanwijzing van een lokale publieke omroep in meer gemeenten dan waarvoor de lokale publieke omroep reeds was aangewezen; i. fusie: het samengaan van lokale publieke omroepen, die voorheen zelfstandig waren, tot één mediainstelling; j. pbo: het programmabeleidbepalend orgaan als bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onder c van de wet; k. hernieuwde aanwijzing: aanwijzing van een lokale publieke omroep voor een aanwijzingsperiode aansluitend op de voorgaande aanwijzingsperiode in de gemeente(n), waarvoor de lokale publieke omroep reeds is aangewezen. II. AANVRAGEN ALGEMEEN Artikel 2 Mogelijkheden tot indienen aanvraag 1. Het Commissariaat maakt in de Staatscourant en op zijn website bekend dat een aanwijzingsprocedure voor één of meer gemeenten is opengesteld en wat het tijdvak is waarbinnen eventuele gegadigden een aanvraag voor de desbetreffende gemeente(n) bij het Commissariaat kunnen indienen (het aanvraagtijdvak). 2. Uitsluitend aanvragen die worden ingediend binnen het in het eerste lid genoemde aanvraagtijdvak kunnen, met inachtneming van de bepalingen van deze leidraad, in behandeling worden genomen. III.

VOORGENOMEN FUSIE Artikel 3 Voorgenomen fusie 1. Indien een lokale publieke omroep voornemens is om te fuseren en/of om op te houden te bestaan, dient de betreffende lokale publieke omroep het Commissariaat daarover zo spoedig mogelijk na het ontstaan van dat voornemen te informeren. 2. Een aanwijzing als lokale publieke omroep is niet overdraagbaar en naar haar aard niet vatbaar voor overgang onder algemene titel. 3. Indien een lokale publieke omroep, bijvoorbeeld naar aanleiding van een fusie, ophoudt te bestaan, kan het Commissariaat de lopende aanwijzing van die instelling intrekken. Het Commissariaat kan vervolgens, overeenkomstig artikel 2 van deze leidraad, bepalen of voor de betreffende gemeente(n) een nieuwe aanwijzingsprocedure wordt opengesteld.

IV. VEREISTEN AANVRAAG Artikel 4 Vereisten aan de aanvraag 1. Voor het indienen van een aanvraag om aangewezen te worden als lokale publieke omroep dient gebruik te worden gemaakt van het (digitale) aanvraagformulier zoals dat op de website van het Commissariaat ter beschikking is gesteld. 2. Een aanvraag wordt ingediend en ondertekend door een daartoe bevoegd persoon en dient ten minste te bevatten: a. de naam en het (e-mail)adres van de aanvragende rechtspersoon en de indiener; b. de dagtekening; c. de naam/namen van de gemeente(n) waarvoor een aanwijzing als lokale publieke omroep wordt gevraagd; d. een exemplaar van de notarieel vastgelegde statuten; e. de pbo-ledenlijst, waaruit blijkt wat de belangrijkste in de gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen zijn en door welke leden van het pbo deze stromingen worden vertegenwoordigd, inclusief een verklaring dat geen van de pbo-leden een onverenigbare nevenfunctie heeft. 3. In het geval dat een aanvraag niet voldoet aan de in het tweede lid genoemde vereisten, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen een termijn van vijf werkdagen aan te passen, tenzij de aard van de ontbrekende gegevens een langere termijn rechtvaardigt. In dat geval wordt een termijn van twee weken aangehouden.

Indien de aanvrager geen gebruik maakt van die gelegenheid of de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kan het Commissariaat de aanvraag buiten behandeling stellen. Artikel 5 Aanvullende stukken Stukken die in aanvulling of ter wijziging van de initiële aanvraag buiten het aanvraagtijdvak, zoals bedoeld in artikel 2 van deze leidraad, zijn ingediend, worden in beginsel niet meer bij de procedure betrokken en derhalve niet doorgestuurd aan de gemeenteraad, tenzij zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten en uitsluitend indien de stand van het adviestraject ruimte laat voor deze stukken. V. ADVISERING GEMEENTERAAD Artikel 6 Termijn doorsturen aanvragen voor advies naar gemeenteraad 1. Indien een aanvraag voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 4 van deze leidraad, stuurt het Commissariaat de aanvraag uiterlijk twee weken na het verstrijken van de geldende indieningstermijn voor advies door naar de gemeenteraad van de betrokken gemeente(n). 2.

In het geval een aanvraag bij ontvangst door het Commissariaat niet voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in artikel 4 van deze leidraad en een hersteltermijn als bedoeld in het derde lid van artikel 4 is geboden, stuurt het Commissariaat de gecompleteerde aanvraag uiterlijk twee weken na het verstrijken van de hersteltermijn door naar de gemeenteraad van de betrokken gemeente(n). Artikel 7 Advies gemeenteraad 1. In het advies dat de gemeenteraad op grond van artikel 2.61, derde lid, van de wet aan het Commissariaat uitbrengt, dient de gemeenteraad uitsluitend per aanvrager vast te stellen: a. of de aanvrager een rechtspersoon naar Nederlands recht is met volledige rechtsbevoegdheid; b. of de aanvrager zich blijkens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stelt op lokaal niveau de publieke mediaopdracht uit te voeren door media-aanbod te verzorgen dat is gericht op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in de gemeente leven; en c. of de aanvrager statutair over een orgaan beschikt dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen en het beleid voor het media-aanbod bepaalt. 2.

Bij de beoordeling van het criterium genoemd in het eerste lid, sub c, dient de gemeenteraad in ieder geval te beoordelen of: • de belangrijkste maatschappelijke, culturele, geestelijke en godsdienstige stromingen binnen de desbetreffende gemeente vertegenwoordigd zijn binnen het pbo; • de pbo-leden afgevaardigden zijn van instellingen of organisaties die actief zijn binnen de

stroming die het desbetreffende pbo-lid vertegenwoordigt; • ieder lid maximaal één van die stromingen vertegenwoordigt. 3. Bij het uitbrengen van het advies aan het Commissariaat, dient de gemeenteraad mee te sturen: a. een ondertekend en deugdelijk gemotiveerd raadsbesluit; b. het bijbehorende collegevoorstel inclusief alle stukken die aan het voorstel ten grondslag zijn gelegd; c. een internetlink naar de openbare opname van de raadsvergadering waarin het besluit is genomen. Aanvraag voor meerdere gemeenten Artikel 8 Gezamenlijk advies gemeenteraden Indien een aanvraag betrekking heeft op meerdere gemeenten, dienen de betrokken gemeenteraden een gezamenlijk advies uit te brengen. Hieraan wordt voldaan indien de desbetreffende adviezen betrekking hebben op een identiek samengesteld pbo. Meerdere aanvragen voor één gemeente Artikel 9 Voorkeursadvies gemeenteraad bij meerdere aanvragen 1. In het geval dat meerdere aanvragen voldoen aan de wettelijke criteria als bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, van de wet verzoekt het Commissariaat de gemeenteraad van de desbetreffende gemeente in aanvulling op het advies als bedoeld in artikel 7 van deze leidraad een voorkeur uit te spreken voor één van de aanvragers. 2. De gemeenteraad dient het voorkeursadvies uit te brengen aan de hand van door het Commissariaat vastgestelde criteria.

Op grond van deze criteria dient de gemeenteraad de aanvragen met elkaar te vergelijken en te beoordelen welke aanvrager het beste in staat wordt geacht om de functie van lokale publieke omroep voor de gemeente(n) te vervullen. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de volgende criteria, die hierna als titels zijn opgenomen en nader zijn uitgewerkt in de toelichting: a. Functioneren van het pbo; b. Aansluiting op diversiteit en informatiebehoefte inwoners; c. Aanbodkanalen en platforms; d. Samenwerkingen met lokale partners en/of organisaties; e. Interactie en participatie inwoners; f. Professioneel geborgde organisatie; g. Financiële situatie; h. Streekomroepvorming. 3. Bij het uitbrengen van het voorkeursadvies aan het Commissariaat dient de gemeenteraad mee te sturen: a. een ondertekend en deugdelijk gemotiveerd raadsbesluit ter vaststelling van het voorkeursadvies; b. het bijbehorende collegevoorstel inclusief alle stukken die aan het voorstel ten grondslag zijn gelegd; en c. een internetlink naar de openbare opname van de raadsvergadering waarin het besluit tot vaststelling van het voorkeursadvies is genomen; en d. een ingevuld formulier toetsingscriteria voorkeursadvies dat door het Commissariaat is verstrekt.

Artikel 10 Termijn uitbrengen (voorkeurs)advies door gemeenteraad De gemeenteraad brengt uiterlijk achttien weken na ontvangst van de door het Commissariaat doorgestuurde aanvraag of aanvragen een (voorkeurs)advies uit aan het Commissariaat. VI. BESLUITVORMING Artikel 11 Toetsing advies van de gemeenteraad 1. Het Commissariaat beoordeelt de aanvraag in samenhang met het advies van de gemeenteraad. Bij deze beoordeling toetst het Commissariaat of: a. het advies van de gemeenteraad op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen; en b. het advies deugdelijk is gemotiveerd. 2. Indien het advies voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, legt het Commissariaat dit advies in beginsel ten grondslag aan het besluit op de aanvraag, tenzij in de omstandigheden van

het geval zwaarwegende gronden bestaan om van het advies af te wijken. Indien het Commissariaat voornemens is om af te wijken van het advies, stelt het de gemeenteraad eerst in de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Indien wordt afgeweken van het advies, wordt dit in het besluit op de aanvraag gemotiveerd. 3. Indien het Commissariaat van mening is dat het advies niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, kan het Commissariaat de gemeenteraad verzoeken een aanvullend advies uit te brengen. Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn het aanvullende advies dient te worden uitgebracht. Artikel 12 Zienswijze bij voornemen tot (gedeeltelijke) afwijzing 1. Indien het Commissariaat voornemens is een aanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen, maakt het Commissariaat dit voornemen kenbaar aan alle betrokken partijen en stelt het Commissariaat de betreffende aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na ontvangst van het voornemen een zienswijze naar voren te brengen bij het Commissariaat. 2. De inhoud van een zienswijze zal worden meegenomen bij het nemen van het besluit op de aanvraag. 3. Indien het Commissariaat vanwege een uitgebrachte zienswijze aanleiding ziet om nadere informatie op te vragen aan een der partijen, worden partijen daarvan in kennis gesteld. Artikel 13 Onverenigbare nevenfuncties 1.

Indien gedurende de aanwijzingsprocedure blijkt dat in het pbo van de aanvragende mediainstelling leden zitting hebben die een nevenfunctie uitoefenen die de onafhankelijkheid van het media-aanbod kunnen beïnvloeden, kan het Commissariaat de aanvraag afwijzen. 2. Met inachtneming van de status van de aanwijzingsprocedure wordt, alvorens het Commissariaat een besluit tot afwijzing neemt, de desbetreffende media-instelling een mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze geboden. Artikel 14 Geen voorkeursadvies van de gemeenteraad Indien sprake is van meerdere aanvragen die voldoen aan de vereisten die worden gesteld op grond van artikel 2.61, tweede lid, van de wet en de betrokken gemeenteraad geen voorkeursadvies uitbrengt, als bedoeld in artikel 9 van deze leidraad, wijst het Commissariaat in beginsel één van de aanvragers aan als lokale publieke omroep, op basis van loting door een notaris. Artikel 15 Termijn besluitvorming 1. Het Commissariaat neemt in beginsel binnen vier weken na ontvangst van het advies van de gemeenteraad een besluit op de aanvraag. 2. Wanneer een der partijen in de gelegenheid wordt gesteld een zienswijze in te dienen, neemt het Commissariaat in beginsel een besluit binnen vier weken na het verstrijken van de termijn als bedoeld in het eerste lid van artikel 12 van deze leidraad. 3.

Van het bepaalde in dit artikel kan worden afgeweken indien de omstandigheden van het geval een langere beslistermijn vergen. Artikel 16 Ingangsdatum besluiten 1. In geval van een hernieuwde aanwijzing, vangt de aanwijzingsperiode aan op de datum waarop de voorgaande aanwijzingsperiode van rechtswege is geëindigd. 2. In geval van een nieuw aangewezen lokale publieke omroep treedt de nieuwe aanwijzing in werking en vangt de aanwijzingsperiode aan op de datum dat het besluit door het Commissariaat is genomen. 3. Indien sprake is van een geval waarbij de aanwijzing van een lokale publieke omroep van rechtswege eindigt en de aanwijzing van een andere lokale publieke omroep zal aanvangen, kan een overgangsperiode tussen de voorgaande aanwijzingsperiode en de nog aan te vangen aanwijzingsperiode worden bepaald.

TOELICHTING Algemeen Het traject rondom de inwerkingtreding van de Wet versterking lokale publieke omroepen heeft vertraging opgelopen. Lange tijd was het streven om de wet per 1 juli 2026 vast te stellen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) heeft recent kenbaar gemaakt dat die datum niet gehaald gaat worden. Op welke datum de wet wel wordt vastgesteld is nog niet bekend. Dat hangt af van de voortgang van het wetstraject in de Tweede en Eerste Kamer der StatenGeneraal. OCW zet in op 1 november 2026, maar dit kan ook 1 januari 2027 worden of zelfs later. De start van het nieuwe stelsel wordt nog steeds beoogd op 1 januari 2028, hoewel ook hierover geen zekerheid bestaat. Vanwege de bijzondere omstandigheid dat er vertraging is ontstaan rondom de inwerkingtreding van de Wet versterking lokale publieke omroepen is het Commissariaat genoodzaakt de aanwijzingsprocedure te openen voor de verzorgingsgebieden waar de aanwijzing van de lokale publieke omroep afloopt tussen 1 juli 2026 en 1 januari 2027. Dat doet het Commissariaat in verkorte vorm. De Beleidsregel is onvoldoende toepasselijk voor aanwijzingsprocedures in verkorte vorm. Deze leidraad komt daarom in de plaats van de Beleidsregel, uitsluitend voor de procedures die zijn opengesteld per 1 mei 2026. Reguliere aanwijzingsprocedures kennen een doorlooptijd van gemiddeld 14 maanden.

Als er op het moment van inwerkingtreding van deze leidraad reguliere aanwijzingsprocedures gestart zouden zijn in plaats van verkorte aanwijzingsprocedures, zou dat betekend hebben dat de betrokken gemeenten pas vanaf halverwege 2027 een aangewezen lokale publieke media-instelling hebben. Gelet op het voornemen dat het nieuwe lokale publieke mediabestel ingaat per 1 januari 2028 – en alle dan geldende aanwijzingen van rechtswege komen te vervallen – zou dat een heel korte aanwijzingsperiode betreffen. Zeker in vergelijking met de reguliere aanwijzingsperiode van vijf jaar. Daarnaast geldt: hoe meer tijd er zit tussen de afloop van de huidige aanwijzing van de lokale publieke omroep en de nieuwe aanwijzing, hoe langer er geen lokale publieke omroep is aangewezen in het betreffende verzorgingsgebied. In die tijd gedoogt het Commissariaat dat de omroepen die bij de start van deze verkorte aanwijzingsprocedures beschikken over een aanwijzing als lokale publieke omroep hun taken als lokale publieke omroep blijven uitvoeren, maar het Commissariaat wil deze gedoogfase zo kort mogelijk houden.

Artikelsgewijze toelichting I. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 (begripsbepalingen) De begrippen uit de wet die in deze leidraad worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als omschreven in artikel 1.1 van de wet. Voor zover begrippen worden gebruikt die niet zijn omschreven in artikel 1.1 van de wet, zijn deze begrippen gedefinieerd in deze leidraad.

II. AANVRAGEN ALGEMEEN Artikel 2 (Mogelijkheden tot indienen aanvraag)

In artikel 2 van deze leidraad is bepaald dat een aanvraag tot aanwijzing als lokale publieke omroep uitsluitend kan worden ingediend nadat het Commissariaat in de Staatscourant en op zijn website bekend heeft gemaakt dat een aanwijzingsprocedure is geopend en binnen welk tijdvak (het aanvraagtijdvak) een aanvraag kan worden ingediend. Op de website van het Commissariaat is een actueel overzicht beschikbaar van alle gemeenten waarvoor het aanvraagtijdvak is geopend. Een aanvraag die buiten het aanvraagtijdvak wordt ingediend, wordt door het Commissariaat in beginsel niet in behandeling genomen. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan het Commissariaat hiervan afwijken, bijvoorbeeld wanneer een aanvraag door onvoorziene omstandigheden kort na het aanvraagtijdvak wordt ingediend.

III. VOORGENOMEN FUSIE Artikel 3 (voorgenomen fusie) In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat een lokale publieke omroep, wanneer zij voornemens is te fuseren en/of op te houden te bestaan, zij het Commissariaat daarover zo spoedig mogelijk na het ontstaan van dat voornemen dient te informeren. In de regel betekent dit dat de instelling onverwijld het Commissariaat informeert. Daarbij dient de instelling inzicht te verschaffen in de aard en gevolgen van de fusie en/of het ophouden te bestaan. Het Commissariaat betrekt alle relevante belangen, feiten en omstandigheden en adviseert de instelling, en waar nodig ook andere betrokken partijen, over de meest geschikte afwikkeling voor het betreffende verzorgingsgebied. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat een aanwijzing als lokale publieke omroep niet overdraagbaar is. Uit jurisprudentie volgt dat een vergunning (in dit geval aanwijzing) alleen overdraagbaar is indien dit wettelijk is vastgelegd. Dat is bij een aanwijzing als lokale publieke omroep niet het geval. Dat betekent dat een aangewezen lokale publieke omroep haar aanwijzing niet kan overdragen aan een andere media-instelling (dus ook niet aan de beoogde fusiepartij). Een aanwijzing is naar haar aard niet vatbaar voor overgang onder algemene titel, omdat een aanwijzing een aan de specifieke lokale publieke omroep verbonden vergunning is.

De aanwijzing is immers gegeven voor een specifiek verzorgingsgebied, nadat een beoordeling heeft plaatsgevonden of de instelling aan de wettelijke vereisten voor aanwijzing voldoet en of zij – in geval van meerdere aanvragen voor aanwijzing van hetzelfde verzorgingsgebied – het beste in staat wordt geacht om de functie van lokale publieke omroep te vervullen. Door fusie verandert die feitelijke situatie. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat het Commissariaat een aanwijzing kan intrekken, wanneer de rechtspersoon die de aanwijzing heeft, haar volledige rechtsbevoegdheid verliest. Wanneer een lokale publieke omroep haar volledige rechtsbevoegdheid om welke reden dan ook verliest, kan de lokale publieke omroep immers niet meer voldoen aan de vereisten die voortvloeien uit de wet. Het Commissariaat kan in dat geval de aanwijzing van de betreffende rechtspersoon intrekken op grond van artikel 2.67, eerste lid, van de wet, wat betekent dat voor de betrokken gemeente(n) tijdelijk geen lokale publieke omroep aangewezen is. Het Commissariaat vindt dat een onwenselijke situatie en acht het daarom van belang dat een lokale publieke omroep die voornemens is op te houden te bestaan, het Commissariaat zo spoedig mogelijk na het ontstaan van dat voornemen daarvan in kennis stelt. In de regel betekent dit dat de instelling onverwijld het Commissariaat informeert.

Vervolgens kan worden bezien wat er eventueel mogelijk is om een (tijdelijk) gebrek aan lokale publieke omroep te voorkomen.

IV. VEREISTEN AANVRAAG Artikel 4 (vereisten aan de aanvraag)

Op grond van artikel 2.61, tweede lid, van de wet kunnen uitsluitend rechtspersonen een aanvraag indienen voor een aanwijzing. Degene(n) die namens de rechtspersoon een aanvraag indient, dient daartoe op grond van de statuten bevoegd te zijn. Naast de in deze bepaling genoemde stukken acht het Commissariaat het wenselijk om de volgende stukken bij de aanvraag te ontvangen: een uittreksel van de Kamer van Koophandel (vergezeld van het KVK uittreksel UBO-register), het beleidsplan, het redactiestatuut, (concept)samenwerkingsovereenkomsten en/of een overzicht van de namen en functies van de bestuursleden. Wanneer meerdere aanvragen worden ingediend voor dezelfde gemeente, zijn voornoemde documenten relevant voor de gemeenteraad om advies uit te brengen over de vraag welke partij het beste in staat wordt geacht de functie van lokale publieke omroep te kunnen uitvoeren. In het eerste lid is bepaald dat voor het indienen van de aanvraag gebruik dient te worden gemaakt van een (digitaal) formulier dat op de website van het Commissariaat beschikbaar wordt gesteld. In dit aanvraagformulier zijn de in het tweede lid genoemde indieningsvereisten verwerkt. De in het tweede lid opgesomde aspecten zijn ontleend aan artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (a en b) en aan artikel 5 van de regeling (c t/m e).

In het overzicht van de samenstelling van het pbo (e) moeten de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen worden opgenomen die voorkomen in de gemeente(n) waarvoor een aanvraag wordt ingediend. Daarbij moeten de namen van de leden van het pbo worden opgenomen, evenals de organisaties die de pbo-leden vertegenwoordigen. Deze informatie is relevant voor het door de betrokken gemeente(n) uit te brengen advies over de vereiste representativiteit van het pbo, als verwoord in artikel 2.61, tweede lid, onder c, van de wet. In het derde lid is bepaald dat het Commissariaat een aanvraag buiten behandeling kan laten als niet wordt voldaan aan de vereisten in het tweede lid van dit artikel. De aanvrager krijgt in beginsel uiterlijk twee weken de tijd om een incomplete aanvraag aan te vullen. In de brief van het Commissariaat waarin wordt verzocht de aanvraag aan te vullen, maakt het Commissariaat inzichtelijk welke gegevens nog ontbreken voor het in behandeling kunnen nemen van de aanvraag. Artikel 5 (aanvullende stukken) In deze verkorte aanwijzingsprocedures is het noodzakelijk te werken met een uiterste indieningsdatum. Stukken die na die datum worden ingediend, kunnen en mogen niet meer worden meegenomen; dat zou immers leiden tot ongelijke behandeling en daarmee tot een schending van het gelijkheidsbeginsel.

Dit kan alleen anders zijn als uitzonderlijke omstandigheden zich naar het oordeel van het Commissariaat voordoen.

V. ADVISERING GEMEENTERAAD Artikel 6 (termijn doorsturen aanvragen voor advies naar gemeenteraad) In artikel 6 van de leidraad is bepaald dat het Commissariaat aanvragen voor een aanwijzing binnen twee weken na ontvangst daarvan ter advisering voorlegt aan de gemeenteraad. Het Commissariaat vindt het van belang dat de gemeenteraad alle aanvragen gelijktijdig ontvangt, zodat de adviesprocedure efficiënt wordt gevoerd. Het Commissariaat stuurt daarom alle ingediende aanvragen op hetzelfde moment ter advisering door naar de gemeenteraad, uiterlijk twee weken na het verstrijken van de indieningstermijn. Om te voorkomen dat gemeenteraden werk gaan steken in incomplete aanvragen die na het bieden van een hersteltermijn niet zijn aangevuld en buiten behandeling kunnen worden gesteld, is in het tweede lid bepaald dat het Commissariaat aanvragen pas doorstuurt als deze voldoen aan alle vereisten om de aanvraag in behandeling te kunnen nemen. Voldoet een aanvraag niet aan de indieningsvereisten, dan wordt in beginsel een termijn van twee weken geboden om de aanvraag aan

te vullen. Het Commissariaat maakt inzichtelijk op welk(e) punt(en) de aanvraag dient te worden aangevuld en stelt de gemeenteraad ervan in kennis dat er nog een of meerdere aanvragen zijn ingediend waarvoor een hersteltermijn is geboden, zodat de gemeenteraad daarop kan anticiperen in de adviesprocedure. Maakt de aanvrager geen of niet volledig gebruik van de geboden herstelmogelijkheid, dan kan het Commissariaat de aanvraag om die reden buiten behandeling stellen. Artikel 7 (advies gemeenteraad) In artikel 2.61, derde lid, van de wet is bepaald dat de gemeenteraad advies dient uit te brengen over de vereisten die zijn genoemd in het tweede lid van artikel 2.61 van de wet. De gemeenteraad is in dit stadium van de aanwijzingsprocedure dus bij wet aangewezen als adviseur als bedoeld in afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Het wettelijk advies ziet enkel op de vereisten om aangewezen te worden als lokale publieke omroep, zoals opgenomen in artikel 2.61, tweede lid, van de wet. Overige criteria, zoals bijvoorbeeld de mate waarin de aanvrager volgens de gemeente lokaal toereikend media-aanbod kan verzorgen, dienen in het wettelijk advies van de gemeente niet te worden meegenomen. In het eerste lid zijn de vereisten als genoemd in het tweede lid van artikel 2.61 van de wet uitgeschreven. De onder a en b genoemde vereisten betreffen formele vereisten.

Ten aanzien van de onder c genoemde eis, dient de gemeenteraad een beoordeling uit te voeren die is toegespitst op de specifieke situatie in zijn gemeente. De achtergrond van het verplichte advies dat in een aanwijzingsprocedure door de gemeenteraad moet worden uitgebracht, is dat de gemeenteraad als geen ander op de hoogte is van de in de gemeente levende maatschappelijke behoeften, alsmede inzicht heeft in de representativiteit van een instelling voor de belangrijkste in de betrokken gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Dit is inmiddels ook al geruime tijd als vaste overweging in de beschikkingenpraktijk van het Commissariaat verwoord. In aanvulling op de wettelijk omschreven toetsing onder c, heeft het Commissariaat nader bepaald welke aspecten de gemeenteraad daarbij in ieder geval dient te betrekken. Dat een positief advies van de gemeenteraad een bekostigingsplicht voor de gemeente(n) in het leven roept, mag bij het uitbrengen van het advies door de gemeenteraad geen rol spelen.

In de Algemene wet bestuursrecht is opgenomen dat het Commissariaat zich bij besluitvorming pas op het advies mag baseren indien hij zich ervan heeft vergewist dat het onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden (artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht) en het advies een deugdelijke motivering bevat (artikel 3:49 van de Algemene wet bestuursrecht). Daarom is in het tweede lid opgenomen dat de gemeenteraad bij het uitbrengen van zijn advies aan het Commissariaat de volgende documenten dient toe te sturen: een ondertekend en gemotiveerd raadsbesluit, het bijbehorende collegevoorstel inclusief alle stukken die aan het voorstel ten grondslag zijn gelegd, een internetlink naar de openbare opname van de raadsvergadering waarin het besluit is genomen en de pbo-ledenlijst op basis waarvan de gemeenteraad het besluit tot vaststelling van het advies heeft genomen. In de praktijk wordt door het college van burgemeester en wethouders veelal een collegevoorstel opgesteld waarin een voorstel is uitgeschreven voor het uit te brengen advies. De gemeenteraad dient bij het nemen van het raadsbesluit uitdrukkelijk op te nemen dat wordt ingestemd met het collegevoorstel en de motivering in dat voorstel. In het geval de gemeenteraad afwijkt van het collegevoorstel dient dit in het raadsbesluit tot vaststelling van het advies te worden gemotiveerd.

De gemeenteraad dient zich in zijn rol als adviseur ervan te vergewissen dat de motivering in het collegevoorstel het raadsbesluit kan dragen. Alleen bij een gedegen gemotiveerd advies kan het Commissariaat zich daarop immers baseren bij het nemen van het besluit. In het geval dat de (inhoud van) het advies nadere vragen oproept, kan het Commissariaat de gemeenteraad verzoeken om een nadere toelichting op het uitgebrachte advies. Het Commissariaat geeft in dat geval concreet aan op welk punt het advies een nadere onderbouwing of toelichting behoeft.

Als sprake is van een zorgvuldig tot stand gekomen en deugdelijk gemotiveerd advies, legt het Commissariaat het advies in beginsel ten grondslag aan het besluit op de aanvra(a)g(en). Indien het Commissariaat een van het advies afwijkend besluit neemt, worden de redenen daarvoor in de motivering van het besluit vermeld (artikel 3:50 van de Algemene wet bestuursrecht) en wordt op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht eerst een zienswijze opgevraagd bij de gemeente. Artikel 8 (gezamenlijk advies gemeenteraden) Dit artikel verwijst naar art. 2.64, eerste lid, van de wet, waarin staat dat gemeenten gezamenlijk advies dienen uit te brengen wanneer aanvragen betrekking hebben op meerdere gemeenten. Het Commissariaat geeft hier een terughoudende invulling aan. Het volstaat als de desbetreffende gemeenteraden advies uitbrengen over een pbo dat exact dezelfde samenstelling kent als het pbo in de gemeente waarin eveneens een aanvraag is ingediend. Dat betekent dat met de representativiteit van het pbo rekening dient te worden gehouden dat dit geldt voor alle betrokken gemeenten.

Artikel 9 (voorkeursadvies gemeenteraad bij meerdere aanvragen) In het kader van een zorgvuldige voorbereiding bij het nemen van een besluit op meerdere aanvragen (artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht), verzoekt het Commissariaat de gemeenteraad in aanvulling op het advies over de vereisten in artikel 2.61, tweede lid, van de wet om een voorkeur uit te spreken voor één van de aanvragers. Het Commissariaat geeft hiermee invulling aan de toetsing van relevante factoren zoals bedoeld in artikel 2.63 van de wet. De achterliggende gedachte van deze adviesvraag is dat de gemeenteraad als geen ander op de hoogte is van de in de gemeente levende maatschappelijke behoeften, alsmede inzicht heeft in de representativiteit van een instelling voor de belangrijkste in de betrokken gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Bovendien is de gemeenteraad een democratisch gelegitimeerd orgaan, verkozen door de inwoners op wie het media-aanbod gericht moet zijn. Het zogeheten voorkeursadvies dient ook vanuit dit oogpunt te worden vormgegeven. In het tweede lid is de adviesvraag aan de gemeenteraad nader uitgewerkt. Onder a tot en met h zijn criteria vastgesteld die de gemeenteraad bij het uitbrengen van een voorkeursadvies dient te betrekken.

Er is in deze tijdelijke leidraad voor de gemeenteraden geen ruimte om wijzigingen aan te brengen of om hier nog aanvullende criteria aan toe te voegen. Het is van belang dat een zorgvuldige en - naar inhoud - inzichtelijke en overtuigende vergelijking wordt gemaakt. Om willekeur te voorkomen, verzoeken we de gemeenteraad in de motivering duidelijk toe te lichten waarom voor een bepaalde score is gekozen en waaruit dit blijkt. Om in de aanwijzingsprocedure een gelijk speelveld te creëren tussen de aanvragers is bepaald dat de criteria waarop de gemeente zijn voorkeursadvies baseert vooraf kenbaar worden gemaakt. Dit geschiedt in elk geval op de website van het Commissariaat, de VNG en de NLPO. Op die manier is voor alle aanvragers duidelijk waarop de gemeenteraad de aanvraag beoordeelt en kunnen zij daarop anticiperen in hun aanvraag. De criteria zijn in het tweede lid van het artikel als titel opgenomen en worden hierover nader uitgewerkt: Functioneren van het programmabeleidbepalend orgaan (pbo) (Wegingsfactor: 1)

-

Is het functioneren van het pbo goed geborgd (bijvoorbeeld via een duidelijke taakomschrijving voor de leden van het pbo in het beleidsplan, de samenwerking met het bestuur, de vergaderfrequentie en de wijze van verslaglegging)?

Aansluiting op diversiteit en informatiebehoefte inwoners (Wegingsfactor: 1)

-

-

In hoeverre richt het media-aanbod zich op de geografische leefomgeving van de inwoners van de gemeente? Heeft de aanvrager een onderbouwd plan om aan de informatiebehoefte van verschillende doelgroepen (inwoners) van de gemeente te voldoen? In hoeverre is er in de beleidsplannen/programmering aandacht voor actueel lokaal nieuws en lokale activiteiten (bijvoorbeeld continue uitzending, live-programmering, aantal nieuwsbulletins) en voor cultuur en educatie? Speelt de aanvrager in op trends en ontwikkelingen in het mediagebruik (inclusief digitalisering)?

Aanbodkanalen en platforms (Wegingsfactor: 1)

-

Via welk mediakanaal of welke mediakanalen zal het media-aanbod verspreid worden (bijvoorbeeld radio, televisie, internet, sociale media)?

Samenwerkingen met lokale partners en/of organisaties (Wegingsfactor: 1)

-

Geeft de aanvrager inzicht in de samenwerkingen die hij aangaat met (lokale) partners, zoals: bibliotheken, culturele organisaties, onderwijs en/of sportinstellingen? Als de aanvrager een nieuwe organisatie is, kan gevraagd worden om intentieverklaringen met mogelijke samenwerkingspartners.

-

Interactie en participatie inwoners (Wegingsfactor: 1)

-

-

Professioneel geborgde organisatie (Wegingsfactor: 1)

-

-

Financiële situatie (Wegingsfactor: 1)

-

In hoeverre geeft de aanvrager vorm aan interactie met inwoners van de gemeente? In hoeverre is sprake van burgerparticipatie bij het verzorgen van het media-aanbod? Heeft de aanvrager een solide vrijwilligersbestand? Zorgt de aanvrager ervoor dat hij goed vindbaar/bereikbaar is voor inwoners voor eventuele opmerkingen/suggesties/vragen? Heeft de aanvrager een transparante organisatiestructuur, met duidelijk belegde taken en verantwoordelijkheden (denk aan bestuur/pbo/redactie)? Is de redactionele onafhankelijkheid geborgd (bijvoorbeeld in statuten of samenwerkingsovereenkomsten)?

Is het aannemelijk dat de aanvrager de komende vijf jaar financieel stabiel is?

Streekomroepvorming (Wegingsfactor: 1)

-

Heeft de aanvrager een onderbouwde en realistische begroting opgesteld?

-

Heeft de aanvrager samenwerkingsverbanden met andere lokale publieke omroepen binnen de streek? Heeft de aanvrager een heldere en constructieve visie op zijn bijdrage aan de toekomstige streekomroep?

-

Het derde lid betreft een opsomming van stukken die de gemeenteraad dient mee te sturen bij het uitbrengen van het voorkeursadvies, zodat het Commissariaat de onderbouwing van het voorkeursadvies kan beoordelen. Het Commissariaat heeft de bovenstaande toetsingscriteria verwerkt tot een invulformulier dat in het geval van meerdere aanvragen zal worden meegestuurd aan gemeenten en door de gemeenteraden gebruikt dient te worden bij het kenbaar maken van het advies. Artikel 10 (termijn uitbrengen (voorkeurs)advies door gemeenteraad) In artikel 6, tweede lid, van de regeling is bepaald dat de gemeenteraad binnen achttien weken na ontvangst van de aanvraag advies uitbrengt aan het Commissariaat. Deze termijn geldt ook voor het uitbrengen van het voorkeursadvies.

VI. BESLUITVORMING Artikel 11 (toetsing advies van de gemeenteraad) Het Commissariaat beoordeelt de aanvraag in samenhang met het advies van de gemeenteraad. Hierbij is van belang dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en deugdelijk is gemotiveerd. In de toelichting bij artikel 7 is reeds uiteengezet dat het Commissariaat, ten aanzien van de wettelijke toets volgend uit artikel 2.61 van de wet, op grond van de Algemene wet bestuursrecht zich ervan dient te vergewissen dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en deugdelijk is gemotiveerd. Op grond van artikel 3:50 Algemene wet bestuursrecht gaat het Commissariaat niet lichtvaardig aan dit wettelijk advies voorbij. Ten aanzien van het voorkeursadvies beoordeelt het Commissariaat tevens of het advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en voldoende is gemotiveerd. Daarbij is van belang dat de gemeenteraad voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op basis van welke criteria en via welke weging de voorkeur is uitgegaan naar een van de aanvragende partijen. Gelet op de wetsgeschiedenis bij artikel 2.61, derde lid van de wet, de jurisprudentie en de democratische legitimatie van de gemeenteraad, past het Commissariaat wel enige terughoudendheid bij de beantwoording van de vraag welke media-instelling de voorkeur dient te krijgen.

Evenals bij zijn advisering over de representativiteit van het pbo van een lokale publieke omroep, hecht het Commissariaat grote waarde aan het voorkeursadvies van de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft immers goed zicht op de beantwoording van de vraag welke media-instelling naar verwachting de functie van lokale publieke omroep in de desbetreffende gemeente het beste kan uitoefenen, om vervolgens daarvoor zijn voorkeur uit te spreken. Het Commissariaat toetst niet zelfstandig aan de criteria, maar beziet of sprake is van een zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd advies. Als sprake is van een zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd advies, dan legt het Commissariaat het advies in beginsel ten grondslag aan het besluit. Indien het Commissariaat een van het advies

afwijkend besluit neemt, worden de redenen daarvoor in de motivering van het besluit vermeld. In dat geval krijgt de gemeenteraad eerst nog de gelegenheid om een zienswijze in te dienen tegen het voornemen van het Commissariaat om bij besluitvorming van het advies af te wijken. Indien het Commissariaat van mening is dat een uitgebracht advies niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden, kan het Commissariaat de gemeenteraad verzoeken om een aanvullend advies. Artikel 12 (zienswijze bij voornemen tot (gedeeltelijke) afwijzing) Indien het Commissariaat voornemens is om een aanvraag (gedeeltelijk) af te wijzen, wordt de desbetreffende aanvrager eerst in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen, welke zal worden betrokken in de besluitvorming. Dit is bijvoorbeeld aan de orde indien de gemeenteraad negatief heeft geadviseerd ten aanzien van (één van de) vereisten als bedoeld in artikel 2.61, tweede lid van de wet en het Commissariaat derhalve voornemens is de aanvraag af te wijzen. Indien sprake is van meerdere aanvragen is het vaste procedure dat het Commissariaat de aanvrager, waarvoor het voornemen tot (gedeeltelijke) afwijzing bestaat, in de gelegenheid stelt om binnen twee weken bij het Commissariaat een zienswijze in te dienen.

Als de zienswijze niet binnen de gestelde termijn is ingediend en ook geen uitstel van de termijn is verzocht, wordt het besluit genomen zonder inachtneming van een zienswijze. Artikel 13 (onverenigbare nevenfuncties) De onafhankelijkheid van het media-aanbod staat hoog in het vaandel. Dat betekent dat in een representatief pbo geen leden zitting hebben die een nevenfunctie uitoefenen die mogelijk de onafhankelijkheid van het media-aanbod kunnen beïnvloeden. Het is in beginsel de verantwoordelijkheid van een aanvragende media-instelling om na te gaan of eventuele nevenfuncties bij de leden aanwezig zijn en of deze al dan niet verenigbaar zijn met hun functie als pbo-lid bij een potentiële lokale publieke omroep. De aanvragende media-instelling moet in ieder geval alert zijn op nevenfuncties zoals bijvoorbeeld het lidmaatschap van de gemeenteraad van de betrokken gemeente, de functie van burgemeester of wethouder van de betrokken gemeente, een commissielidmaatschap (zoals bedoeld in hoofdstuk 5 van de Gemeentewet), de functie van behandelend ambtenaar bij het door de gemeenteraad uit te brengen advies en/of betrokkenheid bij een commerciële media-instelling of bij een productiebedrijf. Per geval dient te worden bekeken of sprake is van onverenigbaarheid. Dit hoeft niet in alle gevallen zo te zijn.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan een bestuurscommissie voor Openbaar Onderwijs (commissie als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Gemeentewet). Deze Commissie heeft in principe geen raakvlak met lokale media. Een lidmaatschap of betrekking bij een commerciële media-instelling hoeft niet per definitie invloed te hebben op de lokale publieke omroep. Om onverenigbaarheid te voorkomen en de onafhankelijkheid van het media-aanbod te bewaken, kunnen waarborgen worden opgenomen om de schijn van commerciële beïnvloeding te voorkomen. Een (potentiële) lokale publieke omroep dient hier zorg voor te dragen en dit soort omstandigheden dienen te worden uitgevraagd, zodat gewaarborgd is dat het pbo onafhankelijk van commerciële en politieke invloeden kan functioneren. Het Commissariaat raadt aan het voorgaande ook te laten gelden voor de bestuursleden van de potentiële lokale publieke omroep. Indien gedurende de aanwijzingsprocedure blijkt dat mogelijk sprake is van een onverenigbare nevenfunctie in het pbo van een aanvragende media-instelling, kan het Commissariaat de aanvraag afwijzen. Afhankelijk van de status van de aanvraag wordt de desbetreffende media-instelling een termijn voor het indienen van een zienswijze geboden.

Artikel 14 (geen voorkeursadvies van de gemeenteraad) Zoals reeds volgt uit artikel 9 van deze leidraad vraagt het Commissariaat bij meerdere aanvragen aan de desbetreffende gemeenteraad om een voorkeursadvies uit te brengen voor één van de

aanvragende media-instellingen. Indien de gemeenteraad besluit geen voorkeursadvies uit te brengen, maar op basis van het wettelijk advies (zie ook artikel 7 van deze leidraad) wel kan worden geconcludeerd dat de aanvragen voldoen aan de vereisten die zijn genoemd in het tweede lid van artikel 2.61 van de wet, dan gaat het Commissariaat in beginsel uit van de situatie dat alle aanvragende media-instellingen evenredig in staat zijn om de functie van lokale publieke omroep in de desbetreffende gemeente uit te oefenen. In dat geval hanteert het Commissariaat, om willekeur te voorkomen, een loting door een notaris op basis waarvan één van de aanvragers zal worden aangewezen. Wanneer de gemeenteraad geen voorkeursadvies uitbrengt in geval van twee of meer aanvragers, wijst het Commissariaat alleen in uitzonderlijke omstandigheden een lokale publieke omroep aan op basis van een andere grond dan loting, bijvoorbeeld als het raadsvoorstel van het college van burgemeester en wethouders deugdelijk gemotiveerd is op basis van de door het Commissariaat vastgestelde criteria en er naar het oordeel van het Commissariaat geen zwaarwichtige reden is daarvan af te wijken. In de toelichting van artikel 9 is reeds toegelicht dat het Commissariaat groot belang hecht aan een voorkeursadvies van de gemeenteraad.

Het toepassen van aanwijzing door middel van loting ziet het Commissariaat derhalve als een ultimum remedium. Artikel 15 (termijn besluitvorming) Het Commissariaat neemt in beginsel binnen vier weken na ontvangst van het advies van de gemeenteraad een besluit op de aanvraag. Van deze termijn kan worden afgeweken, bijvoorbeeld indien sprake is van het opvragen van een zienswijze of indien het Commissariaat het voor zorgvuldige besluitvorming noodzakelijk acht om nadere informatie/toelichting op te vragen. Indien sprake is van een aanvraag voor meerdere gemeenten vindt de besluitvorming voor alle betrokken gemeenten in beginsel gelijktijdig plaats nadat alle adviezen van de betreffende gemeenteraden zijn ontvangen. Dit kan er tevens toe leiden dat een langere termijn wordt genomen dan de normaliter geldende vier weken. Het Commissariaat stelt de aanvragende partijen in dat geval in kennis van de nieuwe beslistermijn. Artikel 16 (ingangsdatum besluiten) Het Commissariaat hanteert in beginsel de datum van het besluit als ingangsdatum van een nieuwe aanwijzingsperiode. Dit is aan de orde als de media-instelling die wordt aangewezen niet dezelfde partij is die in de voorafgaande aanwijzingsperiode is/was aangewezen als lokale publieke omroep voor de betreffende gemeente(n).

In geval van een hernieuwde aanwijzing, vangt de aanwijzingsperiode aan op de datum waarop de voorafgaande aanwijzingsperiode van rechtswege is geëindigd. Indien sprake is van aanwijzing van een nieuwe media-instelling als lokale publieke omroep, kan een overgangsperiode tussen de voorgaande aanwijzingsperiode en de nog aan te vangen aanwijzingsperiode worden bepaald. Hoewel in de wet is bepaald dat een aanwijzingsperiode na vijf jaar van rechtswege eindigt, ziet het Commissariaat in de praktijk dat voor de aangewezen lokale publieke omroep soms pas op een laat moment duidelijk wordt dat de instelling niet voor een opvolgende periode wordt aangewezen. Het per direct stoppen met het verzorgen van het lokale media-aanbod zonder te voorzien in een afbouwperiode kan onder omstandigheden onevenredig en niet haalbaar zijn. Tegelijkertijd heeft de nieuw aangewezen lokale publieke omroep tijd nodig om op te starten. Er moet een locatie worden gezocht, contracten worden gesloten, de programmering moet worden opgezet, et cetera. Met het oog hierop kan het Commissariaat voorzien in een overgangsperiode, zodat de overgang van de huidige lokale publieke omroep op de nieuw aangewezen lokale publieke omroep in praktische zin goed kan verlopen.

Van de gemeente en de instelling wordt verwacht dat zij hier onderling afspraken over maken en dat zij zich inspannen om deze overgangsperiode niet onredelijk lang te laten zijn. Het Commissariaat zal hierover in overleg treden met de media-instellingen en de desbetreffende gemeente(n). In beginsel gaat het Commissariaat uit van een maximale overgangsperiode van twee maanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3257/documents/45781