70. Inwoner andere gemeente - Aan de burgemeester - Verzoek om toets bestuurlijke integriteit - voorzitterschap commissie Samenleving - Dossier Cruquiusbrug ANONIEM
Tekst van het document
1 Van: Verzonden: donderdag 17 september 2026 09:43 Aan: Gemeente Heemstede CC: Raadsgriffier Heemstede; Onderwerp: 70. Inwoner - Aan de burgemeester: verzoek om toets bestuurlijke integriteit — voorzitterschap commissie Samenleving 16 september 2026, dossier Cruquiusbrug Aan de burgemeester van Heemstede Postbus 352, 2100 AJ Heemstede Cc: griffie, t.a.v. het presidium Betreft: Verzoek om toets bestuurlijke integriteit — voorzitterschap commissie Samenleving 16 september 2026, dossier asielopvang Cruquiusbrug (zaaknummer 1388872) Bijlagen: 1. schermafdruk profielpagina raadslid op gemeentebestuur.heemstede.nl d.d. 17 september 2026; 2. schermafdruk openbaar LinkedIn-profiel d.d. 17 september 2026 Geachte burgemeester, Op grond van artikel 170, tweede lid, Gemeentewet bevordert u de bestuurlijke integriteit van de gemeente. Ik leg u daarom onderstaande feiten en vragen voor. Ik spreek geen oordeel uit over de integriteit van de betrokkene; het gaat mij om de zuiverheid van de besluitvorming in een dossier waarin de gemeente een bestuursovereenkomst met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) voorbereidt. Feiten 1. De commissie Samenleving van 16 september 2026, waarin elf insprekers het woord voerden over de voorkeurslocatie Cruquiusbrug, werd voorgezeten door raadslid mevrouw Pameijer.
Volgens de bestuurlijke informatiepagina van de gemeente is zij sinds 8 juni 2026 voorzitter van deze commissie en lid van de agendacommissie, en sinds 1 april 2026 fractievoorzitter van PRO Heemstede, de fractie van de portefeuillehouder. 2. Volgens haar openbare LinkedIn-profiel is zij sinds januari 2025 werkzaam als adviseur integriteit bij het COA. 3. Op 17 september 2026 vermeldt haar profielpagina op gemeentebestuur.heemstede.nl geen enkele nevenfunctie of hoofdbetrekking. Vragen 1. Artikel 12 Gemeentewet verplicht raadsleden alle andere functies, inclusief hun hoofdbetrekking, terstond na aanvaarding elektronisch openbaar te maken. Is de functie bij het COA bij de gemeente gemeld, en waarom is zij niet gepubliceerd? Hoe en wanneer wordt dit hersteld, ook voor de overige raadsleden van wie de pagina geen functies vermeldt? 2. Artikel 28, eerste lid, Gemeentewet bepaalt dat een raadslid niet deelneemt aan de beraadslaging en stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken. Het COA is in dit dossier de beoogde contractpartij 2 van de gemeente.
Is vóór 16 september beoordeeld of het voorzitten van juist deze inspraakvergadering, en de deelname aan beraadslaging en stemming op 1 oktober, bij de bestuursovereenkomst en bij het bindend advies op de omgevingsvergunning, zich met deze bepaling en met de gedragscode van de raad verdraagt? Door wie is die afweging gemaakt en is zij vastgelegd? 3. Is het raadslid, als lid van de agendacommissie, betrokken geweest bij de voorbereiding, agendering of inrichting van de behandeling van dit onderwerp op 16 september? 4. Welke maatregel treft u om in het vervolg van dit dossier ten minste de schijn van belangenverstrengeling te vermijden, bijvoorbeeld door het voorzitterschap bij dit onderwerp aan een ander commissielid te laten? Ik verzoek u om een schriftelijke reactie binnen vier weken en om opname van deze brief als ingekomen stuk voor de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, 3
4 5