43. Consultatiereactie PRT NH contourennota intrekking spreidingswet.pdf
Tekst van het document
De minister van Asiel en Migratie Postbus 20301 2500 EH Den Haag
Consultatiereactie PRT Noord-Holland - contourennota intrekking spreidingswet Datum: 14 mei 2025
Onze reactie in het kort: •
De spreidingswet werkt, en biedt ons een uitweg uit de opvangproblemen. Intrekking brengt ons weer terug bij af, en vergroot opnieuw het risico op een opvangcrisis.
•
De geboden alternatieven zijn niet onderbouwd op effectiviteit, te vrijblijvend, en tonen te weinig samenhang. Dit pakket biedt gemeenten onvoldoende garanties een nieuwe opvangcrisis te voorkomen.
•
Een vaste opvangvoorraad blijft ook bij een lagere opvangbehoefte essentieel om voorbereid te zijn op onverwachte pieken en crisissituaties te voorkomen.
•
Zonder wettelijke basis verliest de PRT haar effectiviteit. Dat brengt ons terug naar slechts vrijblijvend overleg over noodmaatregelen.
Excellentie, Middels deze brief maken wij gebruik van de mogelijkheid te reageren op de contourennota in het kader van de voorgenomen intrekking van de spreidingswet. Deze brief is ondertekend door de negen Noord-Hollandse gemeentebestuurders die deelnemen aan de Provinciale Regietafel Asiel Noord-Holland (PRT) en de commissaris van de Koning. Voor de komst van de spreidingswet bevond de asielopvang zich jarenlang met enige regelmaat in een crisismodus. Onze gemeenten werden in dergelijke situaties onder hoge druk benaderd om in zeer korte tijd noodlocaties beschikbaar te stellen. Er was dan geen tijd voor zorgvuldigheid in de ruimtelijke voorbereiding, bestuurlijke afstemming en het participatieproces. Dat leidde tot bestuurlijke overbelasting van welwillende gemeenten, humanitair onwenselijke situaties, onbeheersbare kosten en grote onrust in onze lokale gemeenschappen. Intrekking van de spreidingswet geeft het onverantwoorde risico dat dit zwarte scenario zich in de nabije toekomst weer in alle hevigheid zal voordoen. De spreidingswet heeft ons geholpen De spreidingswet bracht ons juist een uitweg uit de opvangcrisis.
De uitgangspunten ervan zijn helder: een eerlijke spreiding van opvangcapaciteit over het land, solidariteit tussen gemeenten, het voorkomen van dure en inhumane (crisis)noodopvang door duurzaam beschikbare opvangvoorzieningen, en een stabiele opvangcapaciteit die deels meebeweegt met de asielinstroom. Deze uitgangspunten zijn bestuurlijk nog altijd breed gedragen. Op basis van onze ervaringen in de uitvoering van de eerste cyclus zien wij dat de spreidingswet op onderdelen verbetering verdient, maar in het algemeen helpt. Er is voor het eerst sprake van een wettelijk kader dat opvang als gezamenlijke verantwoordelijkheid verankert, bestuurlijke afstemming structureert en de basis biedt voor toekomstbestendige, evenwichtig verdeelde opvangcapaciteit. Ook mét de
1|4
2|4
spreidingswet is het organiseren van voldoende opvang in onze provincie een grote uitdaging, vooral ook met de aanvullende opgave voor de opvang van Oekraïners. De gestelde opgave voor onze provincie zal dan ook niet volledig op tijd gehaald worden. Het voornemen van het kabinet over de intrekking van de spreidingswet en uw uitlatingen over uw handhavingsbereidheid hebben het ons in de uitvoering van de spreidingswet bovendien extra moeilijk gemaakt. Intrekking brengt ons terug bij af Desondanks heeft de spreidingswet ons geholpen goede stappen te maken: ten opzichte van het jaar voorafgaand aan de spreidingswet, verwachten we komend jaar ruim een verviervoudiging van het aantal reguliere (duurzame) opvangplaatsen in onze provincie, waardoor we dure en onwenselijke noodopvang kunnen gaan sluiten. De locaties die we ervoor terugkrijgen zijn van betere kwaliteit, beter ingepast in de omgeving en bovendien veel goedkoper dan de dure noodopvang. De spreidingswet heeft ons als gemeentebestuurders daarbij de noodzakelijke ondersteuning geboden. De wet helpt in de gesprekken met onze inwoners en raadsleden, en stimuleert ook de gemeenten die voorheen minder bereid waren hun steentje bij te dragen, zodat de last veel eerlijker wordt verdeeld dan voorheen.
Hoewel we er nog niet zijn, is eindelijk ruimte ontstaan om te bouwen aan structurele oplossingen, en de crisismodus achter ons te laten. Terugkeer naar de situatie van vóór de spreidingswet zou daarom een ernstige stap achteruit betekenen. Vaste voorraad blijft noodzaak Ook bij een dalende instroom biedt de spreidingswet een goed mechanisme om flexibele opvangvoorraad evenwichtig en eerlijk te kunnen afschalen. Het landelijk toewerken naar een vaste voorraad blijft daarnaast in alle scenario’s hard nodig, ook in periodes waarin de opvangbehoefte lager ligt. Op die manier zijn we in de toekomst voorbereid als er plotseling meer opvangplekken nodig zijn. Hoewel het kabinet inzet op het ‘strengste asielbeleid ooit’, door de toelatingsvoorwaarden strenger te maken en in te zetten op effectieve terugkeer, laat de behoefte aan opvangplekken zich niet volledig voorspellen of beheersen met (landelijk) beleid. Zeker niet nu de geopolitieke spanningen in de wereld toenemen, ook in Europa. In de praktijk betekent het dat, wanneer de behoefte aan plekken opnieuw onverwachts toeneemt, er zonder wettelijk opvangkader geen planmatige aanpak meer mogelijk is en wij als gemeenten opnieuw onder druk komen te staan om ad hoc noodmaatregelen te treffen. De opvangvoorraad afschalen op slechts de hoop op een lagere opvangbehoefte is daarom voorbarig, riskant en onverantwoord.
Maatregelen uitstroom statushouders ontberen effectiviteit Eén van de grotere uitdagingen van het opvangprobleem is de gestokte uitstroom van statushouders uit de opvang. In Noord-Holland zien wij ons geconfronteerd met een gezamenlijke achterstand van bijna tweeduizend te huisvesten statushouders. Dat komt in de eerste plaats doordat er over de volle breedte te weinig wordt gebouwd. Het kabinet is voornemens de gemeentelijke huisvestingstaakstelling van statushouders en de voorrangsmogelijkheid te schrappen. Dit zijn juist de twee belangrijkste instrumenten waarmee we deze uitstroom van opvang naar huisvesting kunnen organiseren. Daardoor zal de uitstroom ernstig dalen. In de contourennota worden alternatieven benoemd om de uitstroom van statushouders toch op gang te houden, zoals doorstroomlocaties, opstartwoningen, en stimuleringsregelingen. Deze ideeën zijn echter nog niet uitgewerkt of
3|4
onderbouwd met een effectanalyse, slechts projectmatig van aard en beperkt in hun schaalbaarheid, en bovenal: afhankelijk van de vrijwillige medewerking van gemeenten. Zonder huisvestingstaakstelling en voorrangsmogelijkheid is onze inschatting dat dergelijke initiatieven in onze gemeenten maar zeer mondjesmaat van de grond gaan komen. Daarnaast doet u een beroep op de zelfredzaamheid van statushouders. De suggestie dat statushouders via hun eigen netwerk of werkgevers woonruimte kunnen vinden, is wellicht in specifieke gevallen haalbaar. Zeker in de huidige gespannen woningmarkt is het echter onrealistisch om hiervan substantiële uitstroom te verwachten. Tot slot voorziet u dat de mogelijke terugkeer van ontheemden naar Oekraïne en Syrië meer mogelijkheden zal geven om statushouders te huisvesten. De geopolitieke en humanitaire ontwikkelingen in beide landen maken dat vooruitzicht echter nog uiterst onzeker. Het pakket biedt kortom verre van voldoende aanknopingspunten om te veronderstellen dat de negatieve effecten van de eerder genoemde afschaffing van de huisvestingstaakstelling en voorrangsmogelijkheid op de uitstroom worden gecompenseerd. Het gevolg is voorspelbaar: de uitstroom stagneert, de druk op opvangcapaciteit neemt verder toe en het risico op overbezetting en (crisis)noodopvang wordt opnieuw reëel.
PRT zonder wettelijk fundament verliest haar kracht In de contourennota wordt daarnaast voorgesteld een aantal elementen uit de spreidingswet te behouden, waaronder de afstemming aan PRT’s, de capaciteitsraming en de gemeentelijke exploitatie. De PRT bestond overigens ook vóór de spreidingswet, maar kreeg met de komst van de spreidingswet wel instrumentarium en meer effectiviteit. De spreidingswet heeft de rol van de PRT als platform voor overleg, afstemming en monitoring versterkt. In het afgelopen jaar hebben wij daar aan de PRT positieve ervaringen mee opgedaan. Het behoud van de PRT’s zonder wettelijk verankerde ijkmomenten, instrumentarium, bevoegdheden en financiering is feitelijk een teruggang naar de periode van vóór de spreidingswet, waarbij de PRT nagenoeg uitsluitend functioneerde als gremium voor bestuurlijke afstemming over binnen de provincie te nemen noodmaatregelen. Daarnaast wordt in de contourennota het behoud genoemd van de indicatieve verdeling van de landelijke behoefte aan opvangplaatsen over gemeenten. Ook hier geldt dat een vorm hiervan reeds bestond in de periode vóór de spreidingswet. De ervaringen van destijds leren echter dat een dergelijke verdeling zonder verdere termijnen of juridische gevolgtrekking in de praktijk veel te weinig oplevert.
Het laatste element dat u beoogt te behouden is de mogelijkheid tot gemeentelijke exploitatie van opvangvoorzieningen. Dit voornemen is te prijzen, maar zal weinig tot geen invloed hebben op de opvangbehoefte of -capaciteit, en heeft daarmee in de motivatie achter de intrekking van de spreidingswet weinig relevantie. Consolidatie plekken eerste cyclus vergt duidelijkheid en actieve ondersteuning Tot slot wordt in de contourennota het streven benoemd zo veel mogelijk opvangplekken uit de eerste cyclus van de spreidingswet te consolideren. Dit streven is op zichzelf bezien een verstandige en zeer wenselijke inzet. Tegelijkertijd blijft het onduidelijk op welke wijze u deze ambitie concreet wil ondersteunen. Tot nu toe hebben uw publieke uitlatingen over het voornemen tot intrekking van de wet, het handhaven van verdeelbesluiten en de financiering op lange termijn juist geleid tot
4|4
verwarring en terughoudendheid bij gemeenten om opvanginitiatieven voort te zetten of te formaliseren. Dergelijke signalen ondergraven het proces van verzilvering en maken bestuurlijke afspraken minder houdbaar. Wil de eerste cyclus daadwerkelijk tot goede resultaten leiden, dan is bestuurlijke duidelijkheid én actieve ondersteuning vanuit het Rijk vereist. De uitfasering van grootschalige noodopvang en de opbouw van een eerlijk verdeelde reguliere voorraad aan opvang is echter een proces dat niet binnen één cyclus volledig kan worden gerealiseerd. Een effectief wettelijk kader op dit vlak blijft voorlopig dus noodzakelijk. Consultatietermijn Met betrekking tot de consultatietermijn van slechts vier weken in een vakantieperiode geeft u ons als ketenpartners te weinig ruimte om te komen tot een goed overwogen en afgestemde consultatiereactie. Wij verwachten dan ook van u dat, indien er toch een concept intrekkingswet gereed komt, u ons alsnog minstens de gebruikelijke acht weken geeft een formele reactie op te stellen. Tot slot Gemeenten, provincies en ketenpartners hebben de afgelopen periode, ondersteund door de spreidingswet, stappen gezet uit de crisissituatie. Deze omslag vergt tijd, bestuurlijke rust en vertrouwen in de continuïteit van afspraken. Midden in die overgang de wettelijke basis onder dit proces weghalen, is in onze optiek zeer onwenselijk en onverstandig.
De in de contourennota benoemde alternatieven geven daarnaast geen vertrouwen in duurzame oplossingen. Graag denken wij bij de evaluatie van de eerste wetscyclus met u mee over manieren om de spreidingswet effectiever en werkbaarder te maken. Dat geldt ook voor andere oplossingen binnen de asielketen om de druk op de opvangcapaciteit, onze woningvoorraad en onze lokale samenleving te verlichten. Met vriendelijke groet, de leden van de PRT Noord-Holland:
dhr. Bonenkamp (Niels)
dhr. Elzakalai (Adam)
dhr. Groot Wassink (Rutger)
wethouder Landsmeer
wethouder Amstelveen
wethouder Amsterdam
dhr. Hamming (Jan)
dhr. Ter Heegde (Han)
mw. Van Kampen (Marjan)
burgemeester Zaanstad
burgemeester Gooise Meren
burgemeester Schagen en Bergen
mw. Lanphen (Joke)
dhr. Meerhoff (Sam)
dhr. Wienen (Jos)
wethouder Blaricum
wethouder Heemstede
burgemeester Haarlem
dhr. Van Dijk (Arthur) commissaris van de Koning in Noord-Holland