4 brief inwoner dreef 156 ANONIEM 230705.pdf
Tekst van het document
Geachte raadsleden, In de periode 2018 t/m 2023 heeft de gemeente Heemstede bij herhaling geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen aan een kinderdagverblijf aan de Heemsteedse Dreef. Reden voor de weigering was "de overlast voor omwonenden". Een terechte reden want op 22 maart 2023 oordeelde de bestuursrechter (Raad van State) dat "de ruimtelijke uitstraling van een kinderopvang met veertien kindplaatsen niet met de woonfunctie in overeenstemming is". De bestuursrechter nam daarbij in aanmerking "de overlast van kinderen in de tuin in een concentratie en met een frequentie die ongebruikelijk en onwenselijk is in een woonomgeving. Ook werd de overlast van het halen en brengen van de kinderen en het parkeren van de leidsters bij het besluit betrokken." De bestuursrechter oordeelde dus dat 14 kinderen in een woning met tuin leidt tot onaanvaardbare overlast voor omwonenden. Het ging hier om dagopvang van kinderen in de leeftijd van 10 weken tot 4 jaar, waaronder dus baby's die overdag veel slapen. 's-Avonds en in het weekend was er dus geen sprake van opvang en overlast. Nu wil de gemeente Heemstede 20-25 jongeren 24/7 opvangen in een woning. Een woning met 1 parkeerplaats, een tuin welke direct grenst aan andere woningen en welke gelegen is in een doodlopende smalle straat waar (par)keren vrijwel onmogelijk is. Mijn vragen: 1.
Hoe kan het college oordelen dat de dagelijkse opvang van 20-25 jongeren in de leeftijd van 15-18 jaar geen of aanvaardbare overlast voor omwonenden oplevert terwijl de dagopvang van 14 kinderen in de leeftijd van 10 weken - 4 jaar volgens de gemeente en de bestuursrechter onaanvaardbaar is ? 2. Hoe kan het college oordelen dat de woning aan de Heemsteedse Dreef 156 met een kleine tuin direct grenzend aan andere woningen, met slechts 1 parkeerplaats in een doodlopende smalle straat, geschikt is voor de beoogde opvang, het halen en brengen van de jongeren met busjes en het parkeren door begeleiders en bezoekers zoals voogden en hulpverleners ? terwijl dit bij het kinderdagverblijf volgens de gemeente en de bestuursrechter onaanvaardbaar is. 3. Hoe rijmt het college de beoogde opvang met het feit de Raad van State reeds eerder oordeelde dat "een woning uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden" en dat "een huishouden gekenmerkt wordt door continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid" en dat tijdelijk verblijf hier haaks op staat. Tevens dat omstandigheden als dezelfde leeftijd, achtergrond, opleiding en een gezamenlijk huishouden onvoldoende zijn om te spreken van onderlinge verbondenheid. Dank voor uw antwoorden, Met vriendelijke groet,