35b. 't Groot Clooster - Prehistorische en historische verkenningen
Tekst van het document
’t Groot Clooster Prehistorische en historische verkenningen Frits Hazenberg
’t Groot Clooster, 2026 Voor Ischa en Hilde ’t Groot Clooster Prehistorische en historische verkenningen Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................II Inleiding ................................................................................................................................1 1 ’t Groot Clooster .................................................................................................................3 2 Meanderende waterlopen en sporen van verkaveling .........................................................4 3 Mogelijke sporen uit de prehistorie ....................................................................................5 4 Mogelijke structuur van een gebouw ..................................................................................8 5 Mogelijke militaire sporen van het beleg van Haarlem .....................................................10 6 Het Spaarne ......................................................................................................................12 7 Slotbeschouwing ..............................................................................................................14 Bronnen
...............................................................................................................................15 1 Literatuur .....................................................................................................................15 2 Archieven .....................................................................................................................15 3 Beeldmateriaal .............................................................................................................15 4 Internetbronnen ...........................................................................................................15 I Voorwoord Dit artikel is ontstaan uit mijn langdurige betrokkenheid bij ’t Groot Clooster en Hageveld. Sinds 1991 ken ik het terrein van dichtbij. Ik woon en werk er nog steeds. Als bewoner en enige tijd beheerder raakte ik steeds meer vertrouwd met de gebouwen, het landschap en de ondergrond. In de loop der jaren verzamelde ik kaarten, luchtfoto’s, vondsten en historische gegevens. Als amateurarcheoloog volgde ik veel grondwerkzaamheden en deed ik waarnemingen. Toen de gemeente ging nadenken over de toekomst van ’t Groot Clooster, groeide bij mij de behoefte om een aantal opvallende landschappelijke en mogelijke archeologische sporen vast te leggen.
Om weloverwogen beslissingen over het gebied te kunnen nemen, is het in mijn ogen belangrijk eerst zo goed mogelijk kennis te nemen van het verleden. Deze tekst is geen definitief archeologisch onderzoeksrapport, maar brengt de beschikbare gegevens en mijn waarnemingen bijeen en doet enkele voorstellen voor de interpretatie ervan. Ik hoop dat deze verkenning aanleiding geeft tot verder onderzoek en bijdraagt aan de waardering en bescherming van ’t Groot Clooster als historisch gegroeid landschap. II De meanderende greppel (B) naast de Munnikevaart (M), 22 maart 2026. Foto auteur. Inleiding Als bewoner en amateurarcheoloog heb ik veel tijd in en rondom ’t Groot Clooster doorgebracht. Tijdens bezoeken aan de weilanden van de familie Van der Hulst vielen mij opnieuw een sloot en een greppel op die beide een opvallend kronkelend verloop door het landschap hebben. Hun vorm wijkt af van het overwegend rechte patroon van de huidige sloten en de functie van met name de greppel naast de in de late middeleeuwen aangelegde Munnikevaart (M) was mij niet duidelijk. Daardoor vroeg ik mij af of deze waterlopen misschien tot een oudere inrichting van het landschap behoorden of mogelijk een natuurlijke oorsprong hadden. De vraag of daarover meer te achterhalen was, vormde de aanleiding tot nader onderzoek.
Op een luchtfoto uit 1944 bleek aanzienlijk meer van deze waterlopen en hun omgeving zichtbaar te zijn, al was de resolutie van de aanvankelijk beschikbare opname beperkt. De foto bleek echter in veel hogere resolutie verkrijgbaar bij een in historische luchtfoto’s gespecialiseerd bedrijf. Daar waren ook andere opnamen beschikbaar waarop ’t Groot Clooster goed zichtbaar was. Voor dit onderzoek zijn vooral luchtfoto’s uit 1937 en 1944 gebruikt. Daarnaast bleken luchtfoto’s van Google Earth Pro uit 2012, 2015, 2017 en 2022 bruikbaar. Wat begon als een onderzoek naar twee meanderende waterlopen verbreedde zich daardoor tot een verkenning van meerdere landschappelijke en mogelijke archeologische sporen. Bij de interpretatie daarvan is terughoudendheid noodzakelijk. ’t Groot Clooster is gedurende duizenden jaren herhaaldelijk gebruikt en op verschillende momenten bewoond en ingericht. Van slechts een deel van de activiteiten die hier in al die tijd hebben plaatsgevonden, zijn schriftelijke, archeologische of andere gegevens bewaard gebleven. De mensen die hier woonden, werkten of tijdelijk verbleven, zullen bovendien talloze werkzaamheden hebben uitgevoerd die nooit zijn vastgelegd. Het is daarom onmogelijk alle menselijke ingrepen te kennen die in de bodem en het landschap sporen kunnen hebben achtergelaten.
Ook werkzaamheden waarvan tegenwoordig niets meer bekend is, kunnen een verklaring vormen voor een waargenomen spoor. Van een aantal ingrijpende veranderingen weten we wel dat ze hebben plaatsgevonden. Het terrein is door de eeuwen heen onder meer gebruikt voor landbouw en is veranderd door ontwatering, turf- en zandwinning, bouw- en sloopwerkzaamheden, afgravingen, ophogingen en egalisatie. Bij de aanleg en latere veranderingen van klooster, buitenplaats, landgoed en seminarie werden wegen, sloten, grachten en andere waterwerken aangelegd, verlegd of gedempt. Ook tuin- en landschapsaanleg en militaire activiteiten kunnen sporen hebben achtergelaten. Daarnaast kunnen natuurlijke processen en veranderingen in de waterhuishouding van invloed zijn geweest. Een spoor kan bovendien in verschillende perioden opnieuw zijn gebruikt, aangepast, doorsneden of gedeeltelijk uitgewist. Vooral bij de waterstructuren is dit van belang. Een meanderende of kronkelende vorm betekent niet zonder meer dat een watergang natuurlijk of zeer oud is. Ook bij de inrichting van de buitenplaats Het Clooster werden bestaande waterstructuren veranderd en werden bewust slingerende waterpartijen aangelegd. Omgekeerd kan een oudere natuurlijke of gegraven waterloop in een latere periode opnieuw zijn gebruikt of aangepast.
Het huidige uiterlijk van een spoor hoeft daarom niet overeen te komen met zijn oorspronkelijke vorm of functie. De vorm, ligging of onderlinge samenhang van een spoor vormt op zichzelf dan ook geen voldoende basis voor een datering of verklaring. 1 In deze verkenning worden waarnemingen in het terrein en op luchtfoto’s daarom waar mogelijk vergeleken met historische kaarten, archeologische vondsten en andere gegevens. De voorgestelde verklaringen moeten worden gelezen als mogelijkheden waarvan de waarschijnlijkheid per geval verschilt. Waar meerdere verklaringen mogelijk blijven, wordt geen keuze gemaakt die de beschikbare gegevens niet rechtvaardigen. Nader archeologisch of ander specialistisch onderzoek kan uiteindelijk meer duidelijkheid geven over de aard, ouderdom en betekenis van de beschreven sporen. 2 Uitsnede uit de luchtfoto uit 1937 met het gebied van ’t Groot Clooster. Foto Dotka Data bv. 1 ’t Groot Clooster De geschiedenis van ’t Groot Clooster begint met het landschap zelf. Na het einde van de laatste ijstijd steeg de zeespiegel en schoof de kustlijn naar het oosten. Door de aanvoer van zand ontstonden langs de kust zandplaten en strandwallen. Rond 4000 v.Chr. stabiliseerde de oudste en meest landinwaarts gelegen strandwal waarop ook ’t Groot Clooster ligt.
Deze had een gebogen vorm en liep onder meer door het huidige gebied van Hageveld via Schalkwijk naar Spaarnwoude. Latere afzettingen bedekten deze strandwal gedeeltelijk. Vanuit de hogere delen van het terrein voerden waterlopen het overtollige water af naar de lagere delen aan de oostzijde. In dat gebied ontwikkelde zich een veenrivier, het Spaarne, die de strandwal doorbrak en dat water via het Oer-IJ naar de zee afvoerde. Tot de opvallende zichtbare structuren in de weilanden behoren enkele meanderende waterlopen die het water richting het Spaarne afvoeren. Hun meanderende verloop en oriëntatie op het Spaarne doen denken aan oudere waterlopen, maar hun oorsprong en ouderdom zijn niet vastgesteld. Binnen ’t Groot Clooster zijn vondsten gedaan uit de late steentijd, de bronstijd, de ijzertijd en de (inheems-)Romeinse periode. Uit de late middeleeuwen zijn onder meer de hofsteden Sparenburg en Willigenhorn bekend. Mogelijk waren deze, of hun voorgangers, boerderijen van de geestnederzetting van Heemstede. Ook klooster de Hemelpoort, de buitenplaatsen Het Clooster en Meermond, landgoed ’t Groot Clooster en kleinseminarie Hageveld hebben hun sporen achtergelaten. 3 Uitsnede uit de luchtfoto uit 1944. Foto Dotka Data bv. 2 Meanderende waterlopen en sporen van verkaveling Op de luchtfoto’s viel een aantal zaken op.
Allereerst gaven zij een bijzonder zicht op de loop van de meanderende watergangen die ik in het veld had waargenomen. Daarnaast waren sporen zichtbaar die mogelijk samenhangen met voormalige waterlopen, greppels of paden (A–E). Het verschil tussen het spoor van een sloot en dat van een pad was op basis van een luchtfoto niet altijd vast te stellen. Daarnaast gaven de foto’s goed zicht op de waterhuishouding en daarmee op de verkaveling. Met name aan de noordwestkant langs het Spaarne waren op de foto uit 1944 veel details te zien. De kaart van Balthasar Floriszoon van Berckenrode uit 1643 geeft een duidelijk beeld van het toenmalige en nog grotendeels aanwezige patroon van verkaveling en sloten. Op de luchtfoto waren in dit gebied echter ook veel sporen, sloten en greppels te zien die dat patroon doorkruisten en daardoor als sporen van oudere verkaveling kunnen worden geïnterpreteerd. De sporen in dit gebied zijn grotendeels verloren gegaan. Hier werd tussen 1957 en 1968 een 20 meter diepe put gegraven voor zandwinning ten behoeve van bouwactiviteiten in Schalkwijk. Deze put werd na afloop van de werkzaamheden, in tegenstelling tot de Schouwbroekerplas, geheel opgevuld (het geel begrensde gebied). 4 De met cijfers en letters aangeduide locaties van de beschreven waarnemingen in het gebied van ’t Groot Clooster op een uitsnede uit de luchtfoto uit 1944. Foto Dotka Data bv.
3 Mogelijke sporen uit de prehistorie In de weilanden van de familie Van der Hulst, die wat verder van het Spaarne en de voormalige zandwinput liggen, vielen op de luchtfoto’s zes sporen op: vier ronde sporen (nr. 1, 2, 4 en 5), een hoefijzervormig spoor dat kan ontstaan wanneer een ronde vorm wordt vergraven (nr. 3) en een deels rond spoor (nr. 6). Met name op de luchtfoto’s uit 1944, 2012, 2015, 2017 en 2022 zijn deze vormen zichtbaar. Een van de ronde sporen is vooral in het veld zichtbaar, maar tekent zich op de luchtfoto uit 1937 af door de waterloop en/of het pad dat eromheen loopt (nr. 1). Het deels ronde spoor ligt vlak bij de locatie met de steentijdbewoning (S). De rest van de ronde vorm kan door het Zesdeklasbos aan het oog zijn onttrokken. In het veld was te zien dat deze plekken iets boven het landschap uitsteken en dat de grond daar bovendien veel zandiger is. 5 Uitzicht op ’t Groot Clooster en het Spaarne vanaf de watertoren, omstreeks 1900–1920. Linksboven zijn achter de bossages de meanderende watergang (A) en de Munnikevaart (M) zichtbaar. Rechts daarvan is een deel van de vijver met eilanden zichtbaar, als onderdeel van de landschappelijke tuinaanleg van buitenplaats Het Clooster. Foto Aberson. De foto uit de periode 1910–1921 is gemaakt door de familie Aberson, die in Villa ’t Clooster woonde toen de weilanden ondergelopen waren.
Op de foto is zichtbaar hoe hoge delen, 1 deels als heuveltjes, boven het water uitsteken. Tegenwoordig is het reliëf veel sterker genivelleerd. Zulke regelmatige ronde vormen kunnen door menselijk handelen zijn ontstaan. Enkele van deze sporen worden doorsneden door sloten die al op de kaart uit 1643 zijn weergegeven. Dat lijkt erop te wijzen dat deze sporen ouder zijn. Gezien de ligging op de strandwal, de nabijheid van een vermoedelijke bewoningsplaats uit de late steentijd en prehistorische vondsten uit de omgeving kan niet worden uitgesloten dat deze ronde verhogingen in de prehistorie zijn opgeworpen. Zij zouden dan als woonheuvels of 2 grafheuvels kunnen worden geïnterpreteerd. Ook latere grondwerkzaamheden, ophogingen of andere vormen van terreininrichting kunnen echter vergelijkbare hoogteverschillen en patronen hebben veroorzaakt. Nader onderzoek zou meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de aard van de beschreven sporen. De foto van de ondergelopen weilanden dateert vermoedelijk van 2 of 3 september 1915. In dat jaar werd bij 1 het KNMI-neerslagstation Heemstede 1.387 millimeter neerslag gemeten. Tot 2023 was dit de hoogste plaatselijke jaarsom die in Nederland was geregistreerd. Waarschijnlijk kon de kleine molen in de weilanden de bemaling van deze wateraanvoer tijdelijk niet verwerken.
2 Zie onder meer Archis (Archeologisch Informatiesysteem), meldingen 5988967001, 5994141001 en 5994166001. Alle vondsten van de auteur zijn gedeponeerd in het Provinciaal Depot voor Archeologie Noord- Holland, beschreven in het archeologisch rapport A05-209-R (2007) en/of geregistreerd in Archis. 6 Uitzicht op de ondergelopen weilanden, vermoedelijk 2 of 3 september 1915. Foto Aberson. Sporen 2 en 3 op de luchtfoto uit | Spoor 1 op de luchtfoto uit | Sporen 4 en 5 op de luchtfoto uit 1944. Foto Dotka Data bv. | 1937. Foto Dotka Data bv. | 1944. Foto Dotka Data bv. Spoor 6 op de luchtfoto uit 2017. Foto Google Earth Pro. Vondsten van de Vlaardingencultuur: een vuurstenen | Vondsten van de Vlaardingencultuur: twee bijl en vuurstenen werktuigen, te dateren tussen | natuurstenen kralen, te dateren tussen 3400 en 3400 en 2850 v.Chr. en gevonden door de auteur | 2850 v.Chr. en gevonden door de auteur (Archis (Archis 5988967001). Foto auteur. | 5988967001). Foto auteur. 7 4 Mogelijke structuur van een gebouw Op de luchtfoto uit 1937 zijn in een weide afwijkende sporen te zien. Dit gebied ligt naast de formele tuin van buitenplaats Het Clooster en lijkt op enige afstand van hofstede Sparenburg te liggen. Vooralsnog kon geen verband worden gelegd met gebouwen die vanaf de 16de eeuw op historische kaarten zijn weergegeven.
Op de luchtfoto uit 1944 was bovendien een lang spoor zichtbaar dat vanuit de richting van Hageveld in een rechte lijn naar dit gebied liep (nr. 7). In het veld was te zien dat het iets hoger in het landschap lag. Dit spoor werd doorsneden door enkele sloten die vermoedelijk na de 17de eeuw zijn aangelegd. Tot circa 2015 was er in dit lang als weilanden gebruikte gebied nog veel reliëf zichtbaar. Rond dat jaar is de toenmalige boer begonnen deze velden te ploegen voor het verbouwen van voedermaïs. Tegenwoordig wordt het gebied gepacht door de Herenboeren. De sporen 3 lijken een samenhangende structuur te vormen die als een gebouw met twee vleugels kan worden geïnterpreteerd (nr. 8). Bij beide ‘vleugels’ lijkt midden tussen de sporen van het ‘muurwerk’ nog een rij sporen zichtbaar te zijn, mogelijk van staanders. Het lange rechte spoor zou in dat geval een toegangsweg kunnen zijn. Gezien de afmetingen en vorm van de sporen, de ligging op de strandwal naast het Spaarne, de nabijheid van een relatief groot landbouwgebied, zoetwaterbronnen en (inheems-)Romeinse vondsten in de omgeving, is 4 5 een datering in de (inheems-)Romeinse periode het onderzoeken waard. Een gebouw of boerderij, wellicht zelfs een villa rustica, behoort daarbij tot de mogelijkheden. Andere verklaringen voor de zichtbare patronen kunnen zonder nader onderzoek echter niet worden uitgesloten.
3 Op de locatie waar de structuur de sloot aan de zijde van het Spaarne raakt, was tot circa 2015 onderin de slootkant een constructie van houten planken zichtbaar. Hierachter lag een concentratie vuursteenknollen. Destijds interpreteerde ik deze constructie als een mogelijke 18de-eeuwse beschoeiing, wellicht aangelegd in verband met de op korte afstand gelegen Franse tuin van buitenplaats Het Clooster. 4 De latere Kleine en Grote Geest, met de omliggende weidegebieden. 5 Zie onder meer Archis-meldingen 5994588001 en 5994628001. 8 Spoor 7 op de luchtfoto uit 1944. Foto Dotka Data bv. 9 Een randscherf van een Romeinse schaal van terra sigillata uit de tweede of derde eeuw n.Chr. Deze is gevonden door oud- gemeenteraadslid M. van der Hulst langs het Kwakelpad (Archis 5994628001). Collectie Historische Vereniging Heemstede- Bennebroek; foto auteur. Spoor 8 op de luchtfoto uit 1937. Foto Dotka Data bv. 5 Mogelijke militaire sporen van het beleg van Haarlem Op de kaart van het beleg van Haarlem die Henri Masen in 1573 maakte, zijn rond Heemstede verschillende onderdelen van het koninklijke leger van Filips II aangegeven. Dit leger wordt meestal kortweg het Spaanse leger genoemd, maar bestond uit eenheden uit uiteenlopende gebieden. Bij de schans direct ten zuidwesten van Haarlem staan drie bevelhebbers vermeld.
Dat zijn vermoedelijk baron Filips van Récourt van Licque, bevelhebber van de Waalse troepen, baron Henri de Vienne van Chevreau (?–1582), bevelhebber van de Bourgondische infanterie, en rijksgraaf Otto IV von Eberstein (1533– 1576), bevelhebber van de Duitse infanterie. Bij het dorp Heemstede staat “Fronsbergh, ’t duijtsche leger”. Daarmee is zeer waarschijnlijk baron Joris van Fronsbergh (1533–1586) bedoeld, die twaalf vendels Hoogduitse infanteristen aanvoerde. Verder naar het zuiden, in de omgeving van Bennebroek, staat “Chivalx Carabijns”. Dit is waarschijnlijk een aanduiding voor bereden karabijnschutters of lichte cavalerie. Zij konden worden ingezet voor verkenningen, patrouilles, het overbrengen van berichten, de bewaking van wegen en snelle aanvallen. Aan weerszijden van het Spaarne staan vergelijkbare kruisvormige tekens. Bij het teken aan de kant van Schalkwijk staat vóór het kruis “Camp de”. Aan de overzijde staat na het kruis “Bourgoinois”, direct onder het als “Barnardijten” aangeduide klooster. Samen moeten de opschriften waarschijnlijk worden gelezen als “Camp de Bourgoinois”, ofwel kamp van de Bourgondiërs. 10 Uitsnede uit de kaart van Masen uit 1573 van het beleg van Haarlem. Foto Noord-Hollands Archief. De twee tekens maken aannemelijk dat de tekenaar twee kampen van deze troepen aan weerszijden van het Spaarne bedoelde.
Daarmee konden zij de rivier vanaf beide oevers controleren en voorkomen dat voorraden en troepen naar de stad werden aangevoerd. De kaart is schematisch. Het westelijke kamp kan daarom niet nauwkeuriger worden gelokaliseerd dan langs het Spaarne, grofweg ten oosten van het neerhof en ten zuiden van de monding van de Munnikevaart. Het in 1572 verlaten klooster zou een logische plaats voor de legering van deze troepen zijn geweest. De mogelijk door deze troepen aangelegde versterkingen en verdedigingswerken zouden een of meer van de waargenomen sporen kunnen verklaren. 11 Uitsnede uit de kaart van Balthasar Floriszoon van Berckenrode uit 1643. Op de uitsnede staan het gebied van ’t Groot Clooster, het dorp, het kasteel en het Spaarne met de oude en nieuwe monding in het Haarlemmermeer. Foto Noord- Hollands Archief. 6 Het Spaarne Op de kaart van Balthasar Floriszoon van Berckenrode uit 1643 is het Spaarne ten westen en zuidwesten van de mogelijke structuur opvallend veel breder dan elders. Deze trechtervormige verbreding lag direct achter de vroegere monding in het Oude Haarlemmermeer. Opvallend is bovendien dat een groot deel ervan in de 19de eeuw bekendstond als ondiep rietland en dat daar toen door landaanwinning een strook aan de oever is toegevoegd. Dit wijst erop dat naast de bedding van het Spaarne een ondiepe waterzone lag.
De trechtervormige verbreding is mogelijk door een combinatie van natuurlijke processen en menselijk ingrijpen ontstaan. Tot in de 15de eeuw maakte de laatste kronkel van het Spaarne, net voorbij ’t Groot Clooster, een brede bocht naar het westen en vervolgens naar het oosten, waarna op enige afstand de monding in het Haarlemmermeer volgde. De ligging bij deze bocht gaf het kasteel van de heer van Heemstede, dat aan het einde van de 13de of in het begin van de 14de eeuw was gebouwd, een strategische positie aan de vaarroute. 12 De kaart van Pieter Bruynsz. uit 1602 met de oude en nieuwe monding van het Spaarne, het Huis te Heemstede en het ‘olde kerckhof’. Foto Noord-Hollands Archief. Omstreeks 1440 werd de laatste bocht, waarschijnlijk op initiatief van Haarlem en met betrokkenheid van het Hoogheemraadschap van Rijnland, afgesneden door het graven van een nieuwe rechte doorgang naar het Haarlemmermeer. Deze doorgang werd aangeduid als de Scraversloot of Gravensloot. De oude bocht bleef daarnaast nog enige tijd als “het oude Spaerne” bestaan, maar was vermoedelijk al aan het einde van de 17de eeuw grotendeels verland. De doorgraving verkortte de vaarroute naar Haarlem en verzwakte mogelijk tevens de positie van de heer van Heemstede.
In het gebied waar de oude en nieuwe bedding samenkwamen, konden stormopstuwing, golfslag en de wisselende stroming door beide beddingen de uitschuring en oeverafslag verder hebben versterkt. De aanzienlijke kustafslag en het verdwijnen van het oude kerkhof langs de oever van het Haarlemmermeer lijken op dergelijke processen te wijzen. 13 Uitsnede uit de kaart van Pieter Bruynsz. uit 1602 van het ‘olde kerckhof’. Alleen op dit eilandje staan meerdere vormen aangegeven waarvan de betekenis onduidelijk is. Foto Noord-Hollands Archief. 7 Slotbeschouwing In mei 2026 heb ik de beschreven sporen en de mogelijke structuur aangemeld bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ten behoeve van registratie in Archis (Archeologisch Informatiesysteem). De meldingen zijn niet in Archis opgenomen. Over de ronde vormen schreef de beoordelend archeoloog: “Deze locaties zijn bij een bureaustudie ook goed zichtbaar op het AHN [Actueel Hoogtebestand Nederland] en zullen dan ongetwijfeld aandacht krijgen als zone met een hogere archeologische verwachting. Ik denk niet dat deze op Archis gezet moeten worden, omdat er geen datering aan valt te hangen.” Voor de mogelijke gebouwstructuur en het lange spoor werd geen afzonderlijke reden gegeven. 6 De aard en ouderdom van de in deze verkenning beschreven verschijnselen zijn daarmee niet vastgesteld.
De luchtfoto’s en waarnemingen in het terrein laten wel verschillende vormen en patronen zien die niet allemaal eenvoudig uit de huidige inrichting van het landschap zijn te verklaren. De mogelijke verklaringen die in deze tekst worden besproken, moeten worden gezien tegen de achtergrond van de lange en complexe gebruiksgeschiedenis van ’t Groot Clooster. Het terrein is gedurende duizenden jaren op uiteenlopende manieren gebruikt en ingericht. Daarbij hebben zowel natuurlijke processen als bekende en onbekende menselijke ingrepen het landschap veranderd. Een zichtbaar spoor kan bovendien in verschillende perioden zijn ontstaan, aangepast, hergebruikt, doorsneden of gedeeltelijk uitgewist. Daarom kunnen een natuurlijke oorsprong, vroegere verkaveling en waterhuishouding, landbouw, tuin- en landschapsaanleg, bouw- en sloopwerkzaamheden, afgravingen en ophogingen, militaire activiteiten en andere vormen van gebruik niet uitsluitend op grond van de vorm of ligging van een spoor worden aangetoond of uitgesloten. zonder aanvullend onderzoek kunnen hun datering en functie niet worden vastgesteld. Gericht archeologisch, landschappelijk of ander specialistisch onderzoek kan de voorgestelde verklaringen ondersteunen, nuanceren, weerleggen of tot geheel andere interpretaties leiden.
Als bewoner en amateurarcheoloog hoop ik dat deze verkenning bijdraagt aan de verdere bestudering, waardering en bescherming van dit bijzondere gebied. 6 Correspondentie auteur met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, mei 2026. 14 Bronnen 1 Literatuur Diependaele, S., en F .R. Hazenberg (2007), Rapport A05-209-R: Archeologisch onderzoek ter plaatse van het voormalig Bisschoppelijk Seminarie Hageveld te Heemstede, Nieuwerkerk aan den IJssel. Groesbeek, J.W . (1972), Heemstede in de historie, Heemstede. Hazenberg, F .R. (2011), Landgoed Hageveld Heemstede. 5000 jaar bewoningsgeschiedenis, Heemstede. Sliggers, B.C. (red.) (1987), De loop van het Spaarne. De geschiedenis van een rivier, Haarlem. Zeiler, F .D. (2020), Geesten van Nederland. Een herinventarisatie van oudere en jongere cultuurgronden op de strandwallen van Noord- en Zuid-Holland, Amersfoort. 2 Archieven Hoogheemraadschap van Rijnland, kaarten betreffende het Spaarne, de Haarlemmermeer en Heemstede. Nationaal Archief, kaartmateriaal betreffende buitenplaats Het Clooster. Noord-Hollands Archief, de heerlijkheid Heemstede en buitenplaats Het Clooster, transportakten, boedelbeschrijvingen en kaartmateriaal in diverse toegangen. Stadsarchief Amsterdam, rekeningboeken, transportakten, boedelstukken en overige stukken betreffende Het Clooster, ca. 1721–1808. 3 Beeldmateriaal Anoniem. (1631).
Kaart van de Herenzandvaart en kolk. Noord-Hollands Archief. Aberson. (ca. 1900–1920). Collectie historische foto’s van ’t Groot Clooster. Berckenrode, B.F . van. (1622). Kaart van de landen van de heer van Heemstede. Noord-Hollands Archief, archief Heerlijkheid Heemstede, toegang 3862, inv.nr. 180, beeldnr. 6BB, Haarlem. Berckenrode, B.F . van. (1643). Grondkaart van de heerlijkheid Heemstede. Noord-Hollands Archief, archief Heerlijkheid Heemstede, toegang 3862, inv.nr. 181, Haarlem. Bruynsz., P . (1602). Kaart van de landen gelegen aan de mond van het Spaarne, met het Huis te Heemstede. Noord-Hollands Archief, Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, inv.nr. 52150, Haarlem. Dotka Data bv. (1937 en 1944). Luchtfoto’s van ’t Groot Clooster en omgeving. Google Earth Pro. (2012, 2015, 2017 en 2022). Luchtfoto’s van ’t Groot Clooster en omgeving. Klinkenberg, D.D. (1744). Kaart van het Barnardiette Klooster met zijn omliggende landen. Nationaal Archief, Den Haag. Masen, H. (1573). Historische kaart in vogelvlucht van Haarlem en omgeving tijdens het beleg door de Spanjaarden met diverse legerkampen en schansen. Noord-Hollands Archief, Beeldcollectie van de gemeente Haarlem, inv.nr. NL-HlmNHA_1100_KNA006004041, Haarlem. Nautz, F .J. (1818). Kadasterkaart van buitenplaats Het Clooster. Noord-Hollands Archief, Haarlem. Schuurman, J. (1849–1850). Militair-topografische kaart.
Wageningen UR. Simons, J. (1797). Kaart van buitenplaats Het Clooster. Stadsarchief Amsterdam, toegang 713, inv.nr. 225, Amsterdam. 4 Internetbronnen Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut. Dagwaarden neerslagstations. Geraadpleegd in 2026. Krol, H. (Librariana). De eerste Heren van Heemstede en hun voorgeslacht (circa 1240–1346), deel 1 en 2; De ‘Haarlemmermeer-kaart’ uit 1591. Geraadpleegd in 2026. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Archis; Geesten van Holland. Geraadpleegd in 2026. Colofon Tekst en samenstelling: F .R. (Frits) Hazenberg ’t Groot Clooster, 2026 © F .R. (Frits) Hazenberg, 2026. Alle rechten voorbehouden. De rechten op afbeeldingen van derden berusten, voor zover van toepassing, bij de betreffende makers of rechthebbenden. Bij de afbeeldingen zijn maker en herkomst zo nauwkeurig mogelijk vermeld. Er is naar gestreefd alle rechthebbenden te achterhalen. Wie desondanks meent rechten te kunnen doen gelden op opgenomen beeldmateriaal, wordt verzocht contact op te nemen met de auteur. 15