28z.p. Inwoner - Schriftelijke vragen inzake asielopvanglocatie Cruquiusbrug ANONIEM
Tekst van het document
1 Van: Verzonden: zondag 13 september 2026 13:48 Aan: Gemeente Heemstede CC: Raadsgriffier Heemstede Onderwerp: 28z.p. Inwoner - Schriftelijke vragen inzake asielopvanglocatie Cruquiusbrug Geacht college, geachte griffie, In onze brieven van 8 en 13 september 2026 hebben wij het getal van circa 8.404 m² aangeduid als de oppervlakte van het kadastrale perceel Heemstede C 4085. Die aanduiding is niet juist, en wij preciseren haar hierbij uit eigen beweging. Wat het getal wél is. De 8.404 m² komt uit het nulsituatie bodemonderzoek van Certicon van 5 januari 2024 (projectnummer P2023.1773). Dat rapport heet "Nulsituatie bepaling werkterrein Cruquiusbrug", noemt als adres "Bouwplaats naast de N201 te Heemstede", omschrijft het gebruik als "Braakliggend/werkterrein in ontwikkeling" en vermeldt in §2.2, op gegevens "afkomstig van de opdrachtgever en het kadaster": Kadastrale gegevens: Kadastrale gemeente Heemstede, sectie C, perceelnr. 4085 Oppervlakte: ca. 8.404 m2 Het rapport begrenst het onderzochte gebied vervolgens fysiek: in het zuiden aan de Ringvaartlaan en de Ringvaart, en "aan de west- en noordzijde (…) met sloten". Het is dus de oppervlakte van het werkterrein binnen het perceel, niet van het perceel. Wat het perceel meet.
Uit de eigendomsinformatie van het Kadaster van 13 september 2026 blijkt: Kadastrale aanduiding Heemstede C 4085 Kadastrale grootte 45.674 m² Grens en grootte vastgesteld Omschrijving Terrein (grasland) Gerechtigde Gemeente Heemstede, ingeschreven 12 februari 2001 Wij melden dit ongevraagd, omdat wij het college aanspreken op de nauwkeurigheid van zijn stukken en dezelfde maat op onszelf toepassen. De precisering is verwerkt in het dossierrapport dat wij op 16 september aan de raadscommissie overhandigen, met vermelding dat het een correctie op onze eigen eerdere formulering betreft. Het getal van 8.404 m² blijft staan, en het blijft de maatgevende oppervlakte. Het is het gebied dat is onderzocht, het is het gebied dat door de sloten wordt begrensd, en het komt — afgerond op duizendtallen, zoals voetnoot 2 van Bijlage 2 voorschrijft — uit op de 0,8 ha die Bijlage 2 voor locatie 23 vermeldt. Wat vervalt is uitsluitend de aanduiding "het perceel". Daaruit volgen vier vragen, en zij worden door deze precisering scherper in plaats van zwakker. 2 1.
Valt de begrenzing van locatie 23 samen met het werkterrein? Is de 0,8 ha in Bijlage 2 dezelfde afbakening als de 8.404 m² van het bodemonderzoek — dat wil zeggen: het terrein tot aan de sloten? Zo ja, welk stuk legt die afbakening vast, van welke datum is het, en door wie is het vastgesteld? Zo nee, waarin verschillen de twee, en waar is die andere begrenzing vastgelegd? 2. Waarom is van 45.674 m² eigen grond juist deze 0,8 ha afgebakend? De gemeente is sinds 12 februari 2001 eigenaar van het gehele perceel. Buiten het oude werkterrein ligt op datzelfde perceel nog ruim 3,7 hectare grasland in gemeentelijk eigendom. Waarop berust de keuze om de locatie te begrenzen op het terrein dat door het brugproject is aangetast? Wij vragen dit mede omdat het raadsvoorstel diezelfde aantasting aanvoert als grond waarom de locatie "extra kansrijk" zou zijn. 3. Is een inrichting in één bouwlaag onderzocht? Bijlage 2 vermeldt voor locatie 23 bij 150 opvangplekken: één bouwlaag "Nee", twee lagen "Ja", drie lagen "Ja". Bijlage 1 acht op pagina 13 "circa 1 ha (10.000 m2)" nodig voor "eenlaagse bebouwing (…) maximaal 170 opvangplekken". Meerlaagse bebouwing is volgens uw eigen stukken dus noodzakelijk op 0,8 ha. Bij locatie 8 was de noodzaak van meerlaags bouwen juist de reden om die locatie te laten afvallen.
Wij verzoeken u aan te geven: (a) in welk stuk de keuze voor meerlaagse bebouwing op locatie 23 is gemotiveerd; (b) of een eenlaagse variant op circa één hectare van hetzelfde perceel is onderzocht, en zo nee, waarom niet; en (c) hoe het aantal bouwlagen is betrokken bij de toets op de kernkwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap. 4. Waarmee is gerekend? Bijlage 7 hanteert een plangebied van 4.000 m², het raadsvoorstel spreekt van circa 10.000 m² en Bijlage 2 van 0,8 ha. Welke van deze drie is de begrenzing waarop het voorstel berust, en zijn de onderzoeken die aan het voorstel ten grondslag liggen alle op diezelfde begrenzing uitgevoerd? Wij verzoeken u deze vier vragen te betrekken bij de beantwoording van onze eerdere brieven, en de precisering zelf te verwerken in uw dossier bij zaak 1388872. Met vriendelijke groet, Namens een groep van circa 150 belanghebbenden uit de omgeving Slottuin en Cruquius