28z.i. Inwoner - Schriftelijke vragen inzake asielopvanglocatie Cruquiusbrug ANONIEM
Tekst van het document
1 Van: Verzonden: dinsdag 8 september 2026 22:10 Aan: Gemeente Heemstede CC: Raadsgriffier Heemstede Onderwerp: 28z.i. Inwoner - Schriftelijke vragen inzake asielopvanglocatie Cruquiusbrug Geacht college, In aanvulling op onderdeel B van mijn bericht van 29 augustus 2026 over de bodem leg ik u de volgende vragen voor. Ik verzoek u om beantwoording vóór woensdag 16 september 2026, zodat de raadscommissie erover beschikt. A. Het bodemonderzoek dat is verricht voorafgaand aan het gebruik als werkterrein Bijlage 7 bij het raadsvoorstel vermeldt over de bodem van deze locatie: "Voor een overzicht van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken is een beschouwing gemaakt van Bodemloket en de website van Omgevingsdienst IJmond. In Bodemloket zijn geen eerdere onderzoeken naar voren gekomen. Op de website van de OD is een bodemonderzoek uit 2000 gevonden." En concludeert vervolgens dat een onderzoek van die ouderdom op grond van artikel 16.5 van de Omgevingswet niet volstaat en dat een geactualiseerd bodemonderzoek wordt aanbevolen. Via Omgevingsdienst IJmond is echter een tweede, aanmerkelijk recenter bodemonderzoek voor ditzelfde perceel beschikbaar [VINDPLAATS]: Certicon Kwaliteitskeuringen B.V., Nulsituatie bodemonderzoek — Bouwplaats naast de N201 te Heemstede, projectnummer P2023.1773, versie 1, 5 januari 2024, in opdracht van KWS Infra Amsterdam-Utrecht.
Veldwerk 7 december 2023, grondwaterbemonstering 15 december 2023. Uitgevoerd volgens NEN 5740:2009/A1:2016, onder BRL SIKB 2000, met analyses door een AS3000-geaccrediteerd laboratorium. Het rapport vermeldt als kadastrale gegevens: "Kadastrale gemeente Heemstede, sectie C, perceelnr. 4085". Het betreft dus exact de voorkeurslocatie. 1. Kunt u bevestigen dat dit onderzoek bestaat en op het perceel van de voorkeurslocatie ziet? 2. Bijlage 7 vermeldt dat voor het overzicht van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken de website van Omgevingsdienst IJmond is geraadpleegd, en meldt daarvan uitsluitend het onderzoek uit 2000. Op welke wijze is dat overzicht samengesteld, en waarom is het onderzoek uit januari 2024 daarin niet opgenomen? 3. Beschikte de gemeente ten tijde van het collegebesluit van 25 augustus 2026 over dit rapport? Zij is eigenaar van het perceel en opdrachtgever van het project waarvoor het is opgesteld. 2 4. Is dit rapport betrokken bij de totstandkoming van Bijlage 7 of bij de locatieafweging? Zo nee, op welke grond niet? 5. Ik verzoek u de bodemparagraaf van Bijlage 7 op dit punt te corrigeren vóór de behandeling in de raad, dan wel mij te laten weten waarom dat naar uw oordeel niet nodig is.
Ik teken hierbij aan dat ook dit onderzoek inmiddels ouder is dan de twee jaar die artikel 16.5 van de Omgevingswet noemt — op de datum van het collegebesluit ruim twee en een half jaar. De aanbeveling om actueel bodemonderzoek te verrichten blijft dus staan. Waar het mij om gaat is iets anders: dat het vooronderzoek in Bijlage 7 onvolledig is geweest, en dat het onderzoek uit 2024 gegevens bevat over de oppervlakte en de oorspronkelijke toestand van het perceel die voor de besluitvorming van belang zijn. Die komen hierna aan de orde. B. De oppervlakte van het perceel Het genoemde onderzoek vermeldt op basis van kadastrale gegevens als oppervlakte van de onderzoekslocatie: circa 8.404 m². Daarnaast lopen de opgaven in de raadsstukken uiteen. De quickscan van 7 oktober 2024 noemt 2.732 m². Bijlage 7 gaat bij de stikstofberekening uit van een plangebied van 4.000 m². Het raadsvoorstel spreekt van circa 10.000 m². Bijlage 1 vermeldt op pagina 13 dat wordt uitgegaan van "circa 1 ha (10.000 m2) voor een opvanglocatie met eenlaagse bebouwing, uitgaande van een duurzame locatie met maximaal 170 opvangplekken". 6. Wat is de kadastrale oppervlakte van perceel Heemstede sectie C nummer 4085? 7. Waarop berust de aanduiding "circa 10.000 m²" in het raadsvoorstel, en welk deel van het perceel is beoogd voor de opvanglocatie? 8.
Indien de oppervlakte van het perceel circa 8.400 m² bedraagt, is zij kleiner dan de circa één hectare die Bijlage 1 nodig acht voor eenlaagse bebouwing met maximaal 170 opvangplekken. Is dan meerlaagse bebouwing voorzien? Zo ja, waar is die keuze vastgelegd en gemotiveerd? 9. Ik stel vraag 8 omdat in Bijlage 2 bij locatie 8 juist de noodzaak van meerlaags bouwen als reden voor afwijzing is opgenomen. Op welke wijze is dat criterium bij locatie 23 gewogen, en waar is die weging vastgelegd? C. De toestand van het perceel vóór de ingebruikname als werkterrein Het raadsvoorstel voert als voordeel van deze locatie aan dat het terrein tot voor kort in gebruik was als ketenpark en dat de voorzieningen nog niet zijn verwijderd. Bijlage 2 beoordeelt locatie 23 op verscheidene criteria gunstiger dan andere locaties op grond van die bestaande situatie. Het onderzoek van januari 2024 beschrijft de toestand van het perceel zoals die in december 2023 werd aangetroffen. Over het voormalig gebruik: "Op kaartmateriaal afkomstig van topotijdreis.nl valt af te lezen dat de locatie altijd een agrarische functie heeft gehad. (…) In 2008 is er op het perceel een hok gebouwd voor de stalling van schapen.
Deze is recent verwijderd." En, bij de beoordeling van de asbestverdachtheid: "Omdat locatie altijd een agrarische functie heeft gehad en nooit bebouwd, of verhard is geweest, wordt de locatie als niet-asbestverdacht aangemerkt." 3 10. Kunt u bevestigen dat perceel C 4085 tot de ingebruikname als werkterrein voor het project Cruquiusbrug onbebouwd en onverhard agrarisch weiland was, en dat de verharding, de nutsvoorzieningen en het ketenpark daarna zijn aangebracht ten behoeve van dat project? 11. Zo ja, op welke wijze is bij de locatieafweging onderscheid gemaakt tussen de oorspronkelijke toestand van het perceel en de toestand die door het project zelf is ontstaan? Ik stel deze vraag omdat de aanwezigheid van die voorzieningen in de afweging als voordeel van deze locatie is aangemerkt, en omdat locatie 23 blijkens Bijlage 1 op de shortlist is gekomen "omdat het tot voor kort in gebruik was als ketenpark en voorzieningen nog niet zijn verwijderd". D. De bodemkwaliteitsklasse van het perceel Het onderzoek vermeldt op grond van de Bodemkwaliteitskaart regio IJmond van 22 april 2021 voor deze locatie: zonering en functieklasse landbouw/natuur, ontgravingsklasse boven- en ondergrond achtergrondwaarde, en toepassingsklasse boven- en ondergrond landbouw/natuur.
Datzelfde rapport vermeldt dat bij de inrichting van het werkterrein "op een gedeelte van de locatie zand en puin opgebracht" is, en beschrijft baksteenresten in drie van de boringen. 12. Kunt u bevestigen dat voor dit perceel de toepassingsklasse landbouw/natuur en de ontgravingsklasse achtergrondwaarde gelden? 13. Zo ja, welke gevolgen heeft dat voor het materiaal dat op het perceel is toegepast — het zand en puin dat bij de inrichting van het werkterrein is opgebracht, en het granulaat waarover mijn bericht van 6 september 2026 gaat? Ik verzoek u per toepassing de melding op grond van het Besluit bodemkwaliteit, de kwaliteitsverklaring en de partijkeuring te verstrekken. E. De eindsituatie en de herstelverplichting Het onderzoek van januari 2024 omschrijft zijn eigen functie als volgt: "Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Deze kwaliteit dient als toetsingsgrondslag (referentieniveau) voor de mogelijke bodemverontreiniging als gevolg van de voorgenomen bedrijfsactiviteiten." En in de conclusie: "De nulsituatie van de milieuhygiënische bodemkwaliteit is met dit onderzoek vastgelegd." Toegepast is de strategie "vaststelling nulsituatie bij een toekomstige bodembelasting" uit de NEN 5740.
Een nulsituatieonderzoek legt de uitgangskwaliteit vast met het oog op een eindsituatieonderzoek na afloop van de bodembedreigende activiteiten, en op herstel van de bodem tot die uitgangskwaliteit indien de kwaliteit is verslechterd. Het project Cruquiusbrug is afgerond. 14. Is er na afloop van de werkzaamheden een eindsituatie bodemonderzoek verricht of ingepland? Zo ja, ontvang ik dat. Zo nee, wanneer gebeurt dat? 15. Op wie rust de verplichting tot dat eindsituatieonderzoek en tot eventueel herstel van de bodem: op de aannemer, op de gemeente als eigenaar, of op beiden? 16. Wat gebeurt er met die verplichting indien het terrein niet wordt hersteld maar aansluitend in gebruik wordt genomen als opvanglocatie? Blijft de verplichting bestaan, en zo ja, op welk moment moet zij dan alsnog worden nagekomen? 17. Het raadsvoorstel raamt het financiële risico van het laten liggen van de tijdelijke voorzieningen op € 50.000 tot € 100.000. Is in die raming rekening gehouden met een eventueel eindsituatieonderzoek en met eventueel bodemherstel? Zo nee, verzoek ik u de raad daarover vóór de behandeling te informeren. 4 F.
Het gegraven bassin en de compostkuil Het onderzoek uit 2000 waarnaar Bijlage 7 verwijst, wordt in het rapport van 2024 als volgt samengevat: in het midden van de locatie is een compostkuil geconstateerd, waarbij gaten in het weiland zijn opgevuld met compost, en ter plaatse daarvan is in de ondergrond een lichte verontreiniging met minerale olie gemeten. Over de toestand in december 2023 vermeldt hetzelfde rapport: "is in het midden van de locatie een bassin gegraven". 18. Is bij de inrichting van het werkterrein in of nabij dat middengedeelte grond ontgraven? Zo ja, hoeveel kubieke meter? 19. Waar is die grond gebleven, en met welke kwaliteitsverklaring of partijkeuring is zij afgevoerd dan wel elders toegepast? 20. Is de compostkuil daarbij aangetroffen, en zo ja, wat is daarmee gebeurd? Tot slot Onderdeel A raakt de volledigheid van het vooronderzoek in Bijlage 7: het onderzoek uit januari 2024 is beschikbaar via dezelfde omgevingsdienst waarvan Bijlage 7 zegt de website te hebben geraadpleegd. Onderdeel B raakt de vraag of de beoogde omvang op dit perceel past. Onderdeel E raakt een verplichting die mogelijk niet in de financiële afweging is betrokken. Alle drie zijn naar mijn oordeel van belang voor de beoordeling die de raad op 16 september en 1 oktober 2026 moet maken, en ik verzoek u de raad daarover te informeren indien mijn waarnemingen juist blijken.
Met vriendelijke groet, Namens een groep van circa 150 belanghebbenden uit de omgeving Slottuin en Cruquius