28g. Inwoner - Schriftelijke vragen inzake asielopvanglocatie Cruquiusbrug ANONIEM
Tekst van het document
1 Van: Verzonden: zaterdag 29 augustus 2026 13:22 Aan: Gemeente Heemstede CC: Raadsgriffier Heemstede; Handgraaf, Jeroen Onderwerp: 28g. Inwoner - Schriftelijke vragen inzake asielopvanglocatie Cruquiusbrug Geacht college, Aanvullend op mijn bericht van 29 augustus 2026 over het raadsvoorstel zaak 1388872 leg ik u één onderwerp afzonderlijk voor, omdat het naar mijn indruk het fundament van de onderbouwing raakt. Het gaat om de gebruiksduur, en om wat daar rechtens aan vastzit. Ter voorkoming van misverstand: waar ik "het perceel" schrijf, bedoel ik het perceel bij de Cruquiusbrug, in de rapportages van Sweco aangeduid als locatie 23 — "Weiland Ringvaart/Oude Slot" en in Bijlage 7 als "Cruquiusbrug Ringvaart/Ketenpark". A. Welke termijn geldt er nu eigenlijk? Het raadsvoorstel en het participatieplan spreken van vijf jaar met de mogelijkheid van verlenging met vijf jaar. Bijlage 7 rekent met een maximale termijn van tien jaar. 1. Voor welke termijn wordt de omgevingsvergunning aangevraagd, en welke instandhoudingstermijn wordt in de vergunning opgenomen: vijf jaar of tien jaar? 2. Voor welke termijn is de ontheffing bij de provincie aangevraagd, en is de provincie ervan op de hoogte dat een verlenging tot tien jaar wordt voorzien? 3.
Is de gemeente voornemens de verlenging aan te vragen, of wordt daarover pas na evaluatie besloten? Zo het laatste: welke criteria gelden bij die evaluatie, en wie stelt ze vast? B. De vrijstellingen die aan de termijn hangen Voor zover ik de regelgeving juist lees, hangen drie afzonderlijke versoepelingen aan de grens van tien jaar: artikel 5.78, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving: voor een geluidgevoelig gebouw dat voor ten hoogste tien jaar is toegelaten, geldt paragraaf 5.1.4.2a niet, met uitzondering van artikel 5.78s, eerste en tweede lid — de standaard- en grenswaarden vervallen dus; artikel 5.55, tweede lid, onder c, van datzelfde besluit, voor geluid door activiteiten; artikel 4.105 van het Besluit bouwwerken leefomgeving: bij een instandhoudingstermijn van ten hoogste tien jaar geldt een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan in de artikelen 4.102 tot en met 4.104. 4. Kunt u bevestigen dat dit de bepalingen zijn waarop Bijlage 7 doelt, en dat zij alle drie gelden tot en met tien jaar? 5.
Bijlage 7 schrijft: "omdat het om een tijdelijke functie gaat zijn de geluideisen maximaal 10 dB minder streng dan bij permanente nieuwbouw, dus is het mogelijk dat de geluidsbelasting tot 70 dB gaat." De korting van 10 dB in artikel 4.105 Bbl ziet, als ik het goed lees, op de geluidwering van 2 de gevel en daarmee op het geluidniveau bínnen, en niet op de belasting op de gevel. Kunt u bevestigen dat de geciteerde zin op dit punt onjuist is, of mij uitleggen waarom niet? 6. Vijf jaar plus vijf jaar is precies tien jaar. Wat geldt er bij een verlenging daarboven, mede gelet op artikel 4.8, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, dat voorschrijft dat een bouwwerk dat na afloop van de instandhoudingstermijn blijft staan, vóór het verstrijken daarvan alsnog aan de nieuwbouwregels moet voldoen? Is dat scenario in de afweging betrokken en is het financieel geraamd? C. Waarom de tijdelijkheid het onderzoek niet vervangt 7. Artikel 16.5 van de Omgevingswet kent geen uitzondering voor tijdelijke activiteiten. Kunt u dat bevestigen? Zo ja: op welke grondslag wordt het akoestisch onderzoek dan uitgesteld tot ná de provinciale ontheffing? 8. Doordat de standaard- en grenswaarden vervallen, resteert artikel 5.78s, eerste en tweede lid, Bkl: er moet rekening worden gehouden met het geluid en het geluid moet aanvaardbaar zijn.
Hoe stelt u de aanvaardbaarheid vast zonder berekende of gemeten waarde? Ik stel die vraag zonder ironie: het wegvallen van de norm maakt de motivering naar mijn indruk juist zwaarder, niet lichter. 9. Op welk moment, en op basis van welke termijn, wordt het akoestisch onderzoek uitgevoerd — vijf jaar of tien jaar? De uitkomst van de toets hangt daarvan af. D. Woonfunctie of logiesfunctie 10. Wordt de opvanglocatie in de vergunning voor de technische bouwactiviteit aangemerkt als woonfunctie of als logiesfunctie in de zin van het Besluit bouwwerken leefomgeving? 11. Is het gebouw daarmee een geluidgevoelig gebouw in de zin van artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving? De logiesfunctie komt in die opsomming niet voor, de woonfunctie wel. 12. Ik wijs u in dit verband op de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost- Brabant van 28 mei 2025 (ECLI:NL:RBOBR:2025:3066), waarin bij een verblijfsduur van vijf jaar geen sprake werd geacht van een logiesfunctie maar van een woonfunctie, met gevolgen voor de vereiste vergunning en voor de uitvoerbaarheid. Is die lijn in uw voorbereiding betrokken? E. De aannames over de doelgroep Het participatieplan sluit "de kenmerken van toekomstige bewoners (samenstelling, etniciteit, leeftijd)" uit van participatie.
Dat begrijp ik: wie in de opvang wordt geplaatst, is aan het COA, en dat is geen onderwerp waarover omwonenden behoren mee te beslissen. Ik vraag daar dan ook niet om. Wat ik wel vraag, is iets anders: van welke samenstelling zijn de onderzoeken uitgegaan. Dat is geen participatievraag maar een onderzoeksgegeven, en het is bepalend voor de uitkomsten. 13. Iv-Infra rekent met 40 motorvoertuigbewegingen per etmaal op basis van door de gemeente aangeleverde uitgangspunten, waaronder "Aantal wooneenheden: 160" en "Bewoners beschikken niet over een auto". Op welke veronderstelde samenstelling berusten die uitgangspunten? 14. Bijlage 7 rekent met 50 kamers. Van welke bezetting en samenstelling gaat dat rapport uit? 15. Het onderzoek sociale veiligheid trekt conclusies die in hoge mate afhangen van de samenstelling van de doelgroep. Welke samenstelling is daarbij verondersteld? 16. De opgave bedraagt 172 plekken, waarvan 11 voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen, terwijl de locatie op 160 wordt gedimensioneerd. Waar landen die elf plekken, en zijn zij in de onderzoeken meegenomen? 17. Wordt de veronderstelde samenstelling vastgelegd in de bestuursovereenkomst met het COA? Zo nee, hoe blijft de onderbouwing dan geldig als de feitelijke samenstelling afwijkt? 3 F.
Verzoek om toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure Op grond van artikel 16.65, vierde lid, van de Omgevingswet kunt u afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaren op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als die activiteit aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving én naar verwachting verschillende belanghebbenden daartegen bedenkingen zullen hebben. 18. Ik verzoek u die bevoegdheid toe te passen. Aan beide voorwaarden lijkt hier ruimschoots voldaan: het gaat om een locatie in Bijzonder Provinciaal Landschap, om circa 160 opvangplekken voor vijf tot tien jaar, en om een groep omwonenden uit twee gemeenten — circa vijftig belanghebbenden uit De Slottuin te Heemstede en aangesloten bewoners van Cruquius in de gemeente Haarlemmermeer — die zich reeds schriftelijk heeft gemeld. Met de uitgebreide procedure ligt er een ontwerpbesluit ter inzage, kunnen zienswijzen worden ingediend vóórdat het besluit valt, en volgt een nota van beantwoording. Dat komt de zorgvuldigheid van de besluitvorming ten goede en past bij het uitgangspunt van uw participatieplan dat inwoners tijdig worden betrokken. 19. Mocht u dat verzoek niet inwilligen, dan verneem ik graag de motivering daarvan, en op welk moment dat besluit is of wordt genomen. G. Twee stukken 20.
Ontvang ik de motie draagvlak van 13 juli 2023, waarnaar het participatieplan verwijst als grondslag voor het buiten de participatie plaatsen van de locatiekeuze? 21. Ontvang ik het overzichtskaartje met het rood omlijnde uitnodigingsgebied waarnaar het participatieplan in hoofdstuk 5 verwijst? Ik verzoek u om beantwoording vóór 11 september 2026, zodat de antwoorden beschikbaar zijn voor de behandeling in de commissie van 16 september. Met vriendelijke groet, Namens een groep belanghebbenden uit de omgeving De Slottuin te Heemstede en aangesloten bewoners van Cruquius, gemeente Haarlemmermeer, aan de overzijde van de Ringvaart