260617 ANTWOORD Vervolgvragen PRO Heemstede nav commissie Ruimte 11 juni (002).pdf
Tekst van het document
Antwoord vraag in commissie en vervolgvragen PRO Heemstede n.a.v. commissie Ruimte 11 juni Naar aanleiding van agendapunt 3 Uitgangspunten Omgevingsplan woon en centrumgebieden. Vraag in commissie en vervolgvragen: 1. Als de norm voor omgevingslawaai van bedrijven wordt gesteld op 50 decibel op 30 m afstand, is een inschatting te maken hoeveel woningen met meer geluidsbelasting te maken krijgen? Pro bedoelt meer dan de wettelijke norm van maximaal 48 decibel op de gevel en 33 decibel binnen? De voorgestelde uitgangspunten zijn niet bedoeld om meer geluid bij woningen toe te staan. Voor woningen blijft de bescherming uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de regels in het omgevingsplan gelden. Daarbij blijft ook de wettelijke norm van maximaal 48 dB op de gevel en 33 dB binnen voor woningen een belangrijk uitgangspunt. De waarde van 50 dB(A) is niet nieuw en ook geen lokale beleidskeuze. Deze sluit aan bij de nieuwe VNG-handreiking ‘Activiteiten en Milieuzonering’ en de bestaande landelijke systematiek voor bedrijfsgeluid. Met de nieuwe systematiek kijken we niet alleen naar het type bedrijf, maar vooral naar de geluid- en geurhinder die een activiteit veroorzaakt. Zo kunnen we beter sturen op een goed woon- en leefklimaat.
Het is op dit moment nog te vroeg om een betrouwbare inschatting te maken van het aantal woningen waarvoor de geluidsbelasting mogelijk anders uitpakt. Dat komt doordat we nu nog geen definitieve regels voor concrete locaties vaststellen, maar de uitgangspunten voor de verdere uitwerking. Bij de ontwerpwijziging van het omgevingsplan beoordelen wij of de nieuwe systematiek tot verschillen leidt ten opzichte van de huidige situatie. Als dat het geval is, maken wij dat inzichtelijk zodat de raad dit kan betrekken bij de verdere besluitvorming. 2. Is het wel zinvol om lawaaiige bedrijvigheid in onze woonwijken toe te staan? Kan dat niet beter op andere locaties plaats vinden dan in woongebieden? Iedereen wil immers rustig wonen. De Nota van Uitgangspunten maakt geen nieuwe lawaaiige bedrijvigheid mogelijk in woonwijken. Ons uitgangspunt is dat de bestaande situatie uit de huidige bestemmingsplannen zoveel mogelijk beleidsneutraal wordt overgenomen in het nieuwe omgevingsplan. Daarbij blijven de bescherming van woongebieden en de bestaande mogelijkheden voor bedrijven het uitgangspunt. Wij sluiten aan bij de nieuwe VNG-systematiek, die uitgaat van het principe: “functies mengen waar het kan, functies scheiden waar het moet”. Dat betekent dat rustige woongebieden primair bedoeld blijven om te wonen.
In centrumgebieden en andere gemengde gebieden blijft ruimte bestaan voor functies die passen bij de omgeving, zoals winkels, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleinschalige bedrijven, mits deze voldoen aan de geldende normen voor geluid en geur. Met deze uitgangspunten stellen wij niet voor om meer of zwaardere bedrijvigheid toe te staan, maar om de bestaande regeling op een andere manier in het omgevingsplan op te nemen. Daarbij blijft een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt. 3. Wordt bij de berekening van de geluidsbelasting voor de woningen dan ook rekening gehouden met verkeerslawaai en vliegtuiglawaai?
Ja. Bij de beoordeling van het woon- en leefklimaat betrekken wij alle relevante geluidsbronnen, waaronder wegverkeer, spoorverkeer en vliegverkeer. De voorgestelde norm van 50 dB(A) op 30 meter afstand heeft alleen betrekking op het geluid dat een bedrijf mag veroorzaken. Voor verkeers-, spoor- en vliegtuiglawaai gelden aparte wettelijke regels. Bij het opstellen van het omgevingsplan beoordelen wij of sprake blijft van een goed woonen leefklimaat. Daarbij betrekken wij alle relevante geluidsbronnen. Bestaande afspraken en besluiten over toegestane geluidsniveaus blijven onderdeel van het omgevingsplan. De voorgestelde geluidnorm voor bedrijven is bedoeld als aanvullend instrument om beter grip te houden op de totale geluidbelasting in de leefomgeving. De voorgestelde uitgangspunten veranderen dus niets aan de verplichting om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen.