260119 ANTWOORD Vragen GroenLinks Participatieverordening SAM jan.pdf
Tekst van het document
Vragen GroenLinks naar aanleiding agenda cie samenleving woensdag 21 januari a.s.
Agendapunt 3, de Participatie-verordening Heemstede 2026 Vragen aan het college: Bijlage 1, de verordening: Pag 2, Reikwijdte Art. 2.3 1. Waarom is ten aanzien van de gevallen waarin participatie en uitdaagrecht uitgesloten zijn, niet ook de interne gemeentelijke (organisatorische) aangelegenheden opgenomen (in de modelverordening VNG is dit wel opgenomen)? Op grond van artikel 150 van de Gemeentewet moet de gemeenteraad een participatieverordening vaststellen waarin staat: op welke wijze ingezetenen en belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding van beleid, en wanneer participatie niet wordt toegepast. Interne, organisatorische aangelegenheden van de gemeente (zoals interne werkprocessen, personeelsbeleid, taakverdeling binnen de organisatie) vallen naar hun aard buiten participatie. Daarvoor bestaat ook geen democratische of juridische noodzaak tot participatie van inwoners. Daarnaast hebben wij gemeend dat in de definities van participatie en uitdaagrecht al zit verweven dat het expliciet niet gaat om interne (organisatorische) zaken. In het kader van de verordening zo kort en simpel mogelijk maken, hebben we geprobeerd overbodige zaken achterwege te laten. Het model van de VNG biedt deze ruimte ook. Het model bevat keuze-opties en varianten, maar laat het aan de gemeente zelf om reikwijdte en uitzonderingen duidelijk te benoemen in de eigen verordening.
De VNG schrijft niet dwingend voor. Als de wens er is het voor de zekerheid toch op te nemen, dan kan dat natuurlijk wel. 2. Is bewonersparticipatie en ‘uitdaagrecht’ in principe op alle andere activiteiten en taken (t.o.v. van de genoemde uitzonderingen in artikel 2.3) van de gemeente van toepassing? Ja, met dien verstande dat elk bestuursorgaan altijd nog over zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden besluit of inwonersparticipatie, overheidsparticipatie of het uitdaagrecht wordt toegepast. Daarbij geldt ook dat de mate van participatie nog kan verschillen. Daarnaast wordt specifiek voor overheidsparticipatie en voor het uitdaagrecht in de artikelen 7 en 10 ook nog een aantal aanvullende punten genoemd waarop overheidsparticipatie en het uitdaagrecht niet kunnen worden toegepast. De gemeente moet het natuurlijk wel altijd kunnen onderbouwen als de keus wordt gemaakt om inwonersparticipatie, overheidsparticipatie of het uitdaagrecht niet toe te passen. Pag 3 en vervolg: Overheidsparticipatie en uitdaagrecht
3. Waarom wordt de modelverordening van de VNG niet gevolgd (een integrale benadering van ‘overheidsparticipatie’) en wordt in de Heemsteedse verordening het ‘uitdaagrecht’ apart uitgewerkt in het hoofdstuk overheidsparticipatie en als apart ‘proces’ gezien? Wat wordt daarmee beoogd? De VNG biedt twee modellen: 1. Inwonersparticipatie en uitdaagrecht 2. Inwonersparticipatie en overheidsparticipatie In beide modellen gaat het in ieder geval over inwonersparticipatie (inwoners denken/doen mee met de gemeente). Het onderscheid zit in de ruimte die de gemeente aan inwoners biedt om zelf met initiatieven aan de slag te gaan. In model 1 kunnen inwoners dat alleen doen via het (verplicht op te nemen) uitdaagrecht. Dit model wordt ook wel het basismodel genoemd. Het tweede model past bij gemeenten die meer ruimte willen bieden voor inwoners om zelf met initiatieven te komen. Dat heet overheidsparticipatie. Omdat ons beleid gericht is op het ‘samen doen’ (onder andere via de initiatievenbudgetten) past de versie ‘Overheidsparticipatie’ beter bij de Heemsteedse visie op participatie. Nadeel van versie is dat er lastig onderscheid gemaakt kan worden tussen verschillende typen initiatieven. Het is bij dat model de bedoeling dat alles onder de term ‘overheidsparticipatie’ valt. Het uitdaagrecht kan dan niet specifiek benoemd worden.
Het uitdaagrecht is echter wel iets anders dan bijvoorbeeld een initiatief van de buurt om een keer samen bloembollen in een stuk groen te planten. Bij het uitdaagrecht nemen mensen echt een taak van de gemeente over. Dat vraagt bijvoorbeeld om langere termijnen voor college/raad om goed te kunnen reageren op een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht. Ook moet zo’n verzoek aan strengere voorwaarden voldoen dan een ‘regulier’ initiatief. Dat onderscheid is lastig te maken zonder het uitdaagrecht expliciet te benoemen. Daarom hebben we aan de VNG gevraagd of een combinatie van beide modellen ook een optie is. In onze opzet is het uitdaagrecht één van de vormen van overheidsparticipatie. De VNG geeft aan dat onze opzet inderdaad kan. Bij andere gemeenten zien we ook terug dat men de modelverordening aanpast o.b.v. lokale behoeftes.