221221 MEMO Ingekomen brief BZK inzake capaciteitsbehoefte asielopvang.pdf
Tekst van het document
MEMO:
Begeleidend schrijven informatie project Opvang
Datum: Aan: Van: Onderwerp:
21 december 2022 Gemeenteraad portefeuillehouder Meerhoff Ingekomen brief Ministerie BZK inzake Bijgestelde capaciteitsbehoefte asielopvang
Aanleiding Op 8 december 2022 heeft het college een brief ontvangen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken over de aangepaste capaciteitsbehoefte voor asielopvang bij het COA en de verdeling daarvan over de provincies. Daarnaast geeft de brief een stand van zaken me betrekking tot het transitieplan crisisnoodopvang, het wetsvoorstel Wet gemeentelijk taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) en nadere stappen die het kabinet zet.
- 8 DEC. 2022
I
08 dec 2022/001015
«wk
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Gemeente Heemstede (NH) College B&W Postbus 352 2100 AJ HEEMSTEDE
www.rijksoverheid.nl www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk
Kenmerk 2022-0000649996
Uw kenmerk
Datum
29 november 2022
Betreft
Bijgestelde capaciteitsbehoefte asielopvang
Geachte Commissarissen van de Koning, gedeputeerden, burgemeesters en wethouders, en corporatiebestuurders.
Medeoverheden en partners binnen de migratieketen leveren grote inspanningen bij de opvang van asielzoekers, de huisvesting van statushouders en de opvang van ontheemden uit Oekraïne. Het kabinet is u daarvoor zeer erkentelijk. Bij brief van 4 november jl. heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd dat de capaciteitsbehoefte voor asielopvang bij COA een sterke stijging laat zien. Wij willen u graag informeren over deze aangepaste capaciteitsbehoefte en de verdeling daarvan over de provincies volgens de verdeelsleutel zoals gebaseerd op de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen en overeengekomen aan de Landelijke Regietafel (LRT) Migratie en Integratie van januari 2022 (zie tabel 1). Daarnaast brengen wij u op de hoogte van de stand van zaken met betrekking tot het transitieplan crisisnoodopvang, het Wetsvoorstel Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) en nadere stappen die het kabinet zet. Nieuw capaciteitsbesluit COA Twee keer per jaar maakt het COA in het capaciteitsbesluit inzichtelijk hoeveel opvangplekken er de aankomende periode nodig zijn. Het COA baseert het capaciteitsbesluit op de meest recente inzichten uit de Meerjaren Productieprognose 2022-11 (MPP) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Het capaciteitsbesluit geeft aan dat de capaciteitsbehoefte, bij ongewijzigd beleid / toeneemt van de eerder verwachte 51.000 plekken tot 61.200 plekken op 1 januari 2023 en tot 75.500 plekken op 1 januari 2024. Op dit moment zijn er in totaal ruim 55.000 opvangplekken (regulier, nood en crisisnoodopvang), waarvan een deel komend jaar afloopt. Deze bestaan naast de vraag aan veiligheidsregio's en gemeenten om aan 75.000 ontheemden uit Oekraïne opvang te bieden. Op dit moment bekijkt het kabinet maatregelen op het terrein van instroom, doorstroom en uitstroom die mogelijk nog van invloed zullen zijn op de capaciteitsbehoefte (zie ook onder'nadere stappen en maatregelen' in deze brief).
Pagina 1 van 6
Datum 29 november 2022
Kenmerk 2022-0000649996
Onderdeel van het COA-capaciteitsbesluit zijn 5.100 plekken voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die het COA nodig heeft op 1 januari 2024. Per 1 januari 2023 zijn 3.700 amv-opvangplekken nodig. Daarnaast is voor 1 januari 2024 de opvangbehoefte voor amv door het Nidos 3.200 plekken. Voor beide groepen is het tekort momenteel al schrijnend. In dit verband willen wij ook verwijzen naar de oproep die de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft gedaan bij brief van 6 oktober jl. aan gemeenten om opvangplekken bij COA én eengezinswoningen voor het Nidos te realiseren voor kleinschalige opvang van amv met een status. De plekken voor Nidos vallen niet onder het capaciteitsbesluit van COA maar de statushouders die Nidos met deze plekken opvangt tellen wel mee in de taakstelling huisvesting.
De toename van de capaciteitsbehoefte heeft verschillende oorzaken. De twee belangrijkste zijn: 1. Hogere instroom: De totale asielinstroom voor 2022 ligt bijna 12.000 aanvragen hoger dan in de prognose van september 2021 werd verwacht. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat vorig jaar de onzekerheid omtrent (mogelijke) effecten van de COVID-19-pandemie en daarbij komende reisbeperkingen nog een dempend effect hadden op de verwachte asielinstroom. Ten opzichte van de vorige prognose in februari ligt de recente prognose van de totale asielinstroom ca. 6.700 hoger. Deze toename van de instroom is vrijwel volledig toe te schrijven aan de instroom van nareizigers. Een toename van het aantal asielaanvragen is ook in Europa als geheel zichtbaar. In 2022 ligt de asielinstroom in Europa het gehele jaar hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Ook voor 2023 wordt - bij gelijkblijvend beleid - rekening gehouden met een hoger inwilligingspercentage en het samenhangende effect van meer nareizigers in het kader van gezinshereniging. 2. Capaciteit IND: De IND kan, ondanks continue werving van personeel, de toenemende instroom niet bijhouden waardoor asielzoekers langer wachten (in de asielopvang) op beslissingen op hun asielverzoeken. De IND is de afgelopen jaren fors gegroeid hetgeen van invloed is op het absorptievermogen.
De werving gaat ook de komende periode door maar er zit wel een maximum aan het aantal nieuwe medewerkers dat kan worden opgeleid. Nieuwe medewerkers worden namelijk opgeleid door eigen ervaren medewerkers. Binnen de IND wordt momenteel gewerkt aan de implementatie van een aantal maatregelen die effect hebben voor de langere termijn. Deze maatregelen moeten eraan bijdragen dat de IND een robuuste en toekomstbestendige organisatie wordt die beter in staat is om mee te bewegen met een veranderende asielinstroom. In het capaciteitsbesluit (2022-11) is rekening gehouden met de uitstroom van statushouders naar huisvesting in gemeenten, met als uitgangspunt de nu reeds bekende taakstellingen. Dat betekent dat voor het huidige halfjaar (2022-11) rekening gehouden wordt met de geldende wettelijke taakstelling van 13.500 statushouders en het inhalen van de achterstand van 1.800 statushouders. Indien de in de bestuurlijke afspraken van 26 augustus jl. overeengekomen doelstelling Pagina 2 van 6
Datum 29 november 2022
Kenmerk 2022-0000649996
van 20.000 te huisvesten statushouders geheel wordt gehaald, dan zal de capaciteitsbehoefte voor 1 januari 2023 lager uitvallen dan de geraamde 61.200 plekken, namelijk rond de 56.000. De opvangbehoefte voor 1 januari 2024 blijft, bij gelijkblijvend beleid, 75.500 plekken. De actuele prognoses leiden niet tot een aanpassing van de taakstelling huisvesting statushouders voor de eerste helft van 2023. Het vooruitzicht van een aanhoudend hoge asielinstroom uit met name onveilige landen betekent echter wel dat de komende taakstellingsperiodes de aantallen te huisvesten vergunninghouders niet snel zullen dalen naar het niveau van de periode 20182021. Dit zorgt ervoor dat gemeenten voor een grote uitdaging staan in het huisvesten van vergunninghouders, zeker gezien de huidige woningmarkt. Dit maakt het cruciaal nu maximaal in te zetten op het zo snel mogelijk toevoegen van sociale huurwoningen door bijvoorbeeld flexwoningen en transformatie van bestaande panden. Daarnaast moeten we blijven inzetten op het halen van de deze zomer afgesproken huisvestingsdoelstelling, om een goede start te maken met de komende periode. Verdeling benodigde opvangcapaciteit over de provincies Conform de aan de LRT afgesproken verdeelsleutel, die gehanteerd wordt totdat de Spreidingswet in werking treedt, wordt de benodigde opvangcapaciteit verdeeld over de provincies.
Het gaat dan om de verdeling van de extra benodigde opvang van 24.500 plekken bovenop de eerdere verdeling van de 51.000 opvangplekken. Onderstaand ziet u in tabel 1 wat dat betekent voor de verdeling over de provincies.
Hoe de verdeling van opvangplekken vervolgens plaatsvindt binnen de provincie tussen de gemeenten, is aan iedere PRT om zelf overeen te komen. Deze verdeling kan desgewenst naar rato van het aantal inwoners indicatief inzichtelijk gemaakt worden per gemeente, zoals in sommige provincies reeds gebeurt. Aan de PRT's kan aan het COA gevraagd worden een dergelijke indicatieve verdeling te maken.
Het doel is om gezamenlijk snel toe te werken naar de realisatie van deze opgave en daarover met gemeenten en het COA aan de PRT's afspraken te maken. Idealiter bestaat die opvang uit duurzame reguliere opvang, maar gelet op de grote opgave zal noodopvang een noodzakelijk onderdeel zijn van de totale asielopvangcapaciteit. Geadviseerd wordt allereerst te kijken naar het verlengen of vervangen van bestaande locaties binnen uw provincie en daarnaast in te zetten op het creëren van extra locaties.
Pagina 3 van 6
Datum 29 november 2022
Kenmerk 2022-0000649996
Tabel 1: Provinciale verdeling COA opvangopgave
Provincie
Drenthe Flevoland Fnesland Gelderland Groningen Limburg Noord-Brabant Noord-Holland Overijssel Utrecht Zeeland Zuid-Holland Totaal
Verdeling methodiek 24.500 Opvangplekken Benodigde Huidige reguliere Opgave extra verdeelsystematiek Provinciale opgave verhoging tov opvangplekken op opvangplekken huidig aantal januari 2022 1-1-2024 1-10-2022 (gewogen) opvangplekken (51.000) 266 3.268 3.533 222 3.311 3.203 398 3.034 229 3 432 687 3.057 393 3.351 3.744 7454 3.016 4 438 1.849 5.606 3.827 66 3.761 319 3.507 4 284 1.736 937 2 548 3.347 2.634 6823 9.456 5.194 4.262 8.746 2.326 4.921 11.072 6.151 2 340 1.058 2.943 4.001 1.661 3.168 4 681 1.513 1.819 2862 1.082 340 608 814 1.422 1.839 9.467 9 125 18.593 ____________ 16.754 75.500 42.731 32.769 24.500 51.000
Het kabinet beseft dat de opvang van reguliere asielzoekers een opgave is die komt naast de opgaven die gelden voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne, de crisisnoodopvang en de huisvesting van statushouders. Om inzichtelijk te maken welke opgaven op deze terreinen liggen bij de medeoverheden, is in bijlage 1 bij deze brief een tabel opgenomen waarin alle opgaven zijn opgenomen per provincie en, waar van toepassing, per veiligheidsregio. In deze bijlage wordt ook apart duidelijk gemaakt wat de opgave is voor de opvang van amv door het COA die deel uitmaakt van het totale COA-capaciteitsbesluit en de Nidos opgave, die mee telt voor de taakstelling huisvesting per provincie. Beide categorieën verhogen de totale opgaven dus niet. Transitieplan crisisnoodopvang (CNO) asiel In het kader van de crisisaanpak is aan iedere Veiligheidsregio gevraagd 450 CNO plekken te realiseren voor reguliere asielzoekers (niet zijnde Oekraïense ontheemden). Met het Veiligheidsberaad is afgesproken dat de CNO uiterlijk op 1 april 2023 is afgebouwd. De veiligheidsregio's kunnen nog wel een rol hebben indien het COA een verzoekt om ondersteund te worden. Uiterlijk op 1 juli 2023 hoeven Veiligheidsregio's geen enkele vorm van ondersteuning meer te bieden.
Het COA heeft een transitieplan opgesteld over de afbouw van de CNO-locaties1. Om de transitie te realiseren is het streven dat er onder coördinatie van de PRT's uiterlijk op 1 januari 2023 regionale plannen komen waarin concrete stappen zijn opgenomen hoe in de regio voldoende opvangplaatsen zullen worden gerealiseerd. Deze regionale plannen richten zich specifiek op het realiseren van zo veel mogelijk opvangplaatsen op 1 april 2023. Een gedeelte van de opvangopgave kan worden ingevuld door de overname van beschikbare en geschikte crisisnoodopvanglocaties door het COA. Het overige zal ingevuld moeten worden met (nieuwe) reguliere en noodopvanglocaties.
1 Voor het transitieplan CNO, zie https://www.coa.nl/nl/liist/transitieplan-cno Pagina 4 van 6
Datum Kenmerk 2022-0000649996
Veiligheidsregio's, gemeenten, provincie en het COA zullen samen de transitie vorm moeten geven. In een aantal regio's hebben deze partijen inmiddels al de handen ineengeslagen om tot regionale plannen te komen en is de samenwerking aan de PRT's al vormgegeven. Het kabinet rekent erop dat in de andere regio's en provincies dit ook snel invulling krijgt. In de brief van 7 september jl. aan het Veiligheidsberaad heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voorgesteld dat de voorzitters van de veiligheidsregio's hierover afstemmen met de voorzitter van de PRT's.
Met de uitvoering van het transitieplan wordt gewerkt aan een noodzakelijke beweging terug naar de normale rolverdeling en het wettelijk vereiste kwaliteitsen voorzieningenniveau van opvang. Hierbij is het wel zaak realistisch te zijn: vanwege de vele afhankelijkheden en risico's is de transitie een complexe opgave. De genoemde data zijn tevens ijkmomenten voor het Veiligheidsberaad en de LRT om te bepalen of de beoogde planning gerealiseerd kan worden en of, bijvoorbeeld door gewijzigde omstandigheden, de planning bijstelling behoeft.
Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen Op 9 november jl. is het Wetsvoorstel Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen ("de spreidingswet") in internetconsultatie gegaan.2 Het creëren van een wettelijke taak voor gemeenten is nodig om te komen tot een duurzaam en stabiel opvanglandschap. Met die wettelijke taak worden gemeenten, naast het Rijk, medeverantwoordelijk voor het bieden van asielopvang aan vluchtelingen en asielzoekers, hetgeen een internationaal- en Europeesrechteiijke verplichting is. De uitgangspunten van het wetsvoorstel zijn solidariteit tussen gemeenten, een eerlijke en evenwichtige spreiding over het land en het zoveel mogelijk vrijwillig ter beschikking stellen van opvangplaatsen. Beoogd wordt om zo (crisis)noodopvang in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. De consultatieperiode is inmiddels afgerond. Op basis van de inbreng uit de consultatie, wordt bekeken of het wetsvoorstel aanpassing behoeft. Na aanpassing gaat het wetsvoorstel naar de Raad van State voor advies. Hierna zal het wetsvoorstel gestuurd worden naar de Staten-Generaal voor de parlementaire wetsbehandeling. Het kabinet streeft ernaar de wet in werking te laten treden op 1 februari 2023. Nadere stappen en maatregelen Het beeld dat wij u schetsen in deze brief is zorgelijk.
Bij gelijkblijvende omstandigheden zal de druk op de migratieketen en medeoverheden verder toenemen. Dit maakt het belang van de fundamentele heroriëntatie van het asiel en opvangstelsel, waarover de Tweede Kamer geïnformeerd is bij brief van 26 augustus jl., des te belangrijker. Het kabinet gaat daar, ook in samenspraak met 2 Voor meer informatie over het wetsvoorstel dat in consultatie is, zie Kamerbrief over Wetsvoorstel gemeentelijke taak mogeliik maken asieloovanqvoorzieninoen I Kamerstuk I Riiksoverheid.nl Pagina 5 van 6
Datum Kenmerk 2022-0000649996
medeoverheden, voortvarend mee aan de slag. Het kijkt tevens naar aanvullende maatregelen op het gebied van instroom, doorstroom en uitstroom. Het is mogelijk dat die maatregelen leiden tot een lager aantal op te vangen asielzoekers.
Daarnaast wordt vol ingezet op de verdere implementatie en uitvoering van eerder aangekondigde maatregelen zoals onder meer beschreven in de brief van 26 augustus jl. aan de Tweede Kamer. Daarbij gaat het onder meer om maatregelen als de versnelde afhandeling van kansarme aanvragen om aansluitend in te zetten op terugkeer, waar mogelijk onder toepassing van vreemdelingenbewaring en het intensiveren van de Mobiel Toezicht Veiligheidcontroles (MTV). Daarnaast wordt gekeken hoe de tijdens de MTV-controles aangetroffen migranten sneller kunnen worden overgedragen aan buurlanden. Ook heeft het kabinet de maatregel genomen dat nareizigers pas een visum wordt verstrekt op het moment dat in Nederland een woning voor hen beschikbaar is of als maximaal zes maanden is verstreken.
Tot slot Wij vragen u uitvoering te geven aan de provinciale opvangopgave en de vergroting van de benodigde opvangcapaciteit in de komende periode. De regionale plannen die in het kader van de transitie CNO worden opgesteld voor voldoende reguliere en noodopvangplekken per 1 april 2023 zullen daarvan een belangrijk onderdeel van zijn. Maar ook voor de periode tot 1 januari 2024 zal een verdere intensivering van het verlengen of vervangen van bestaande opvangplekken en het realiseren van nieuwe opvangplekken noodzakelijk zijn. Het kabinet realiseert zich dat de last op de schouders van de medeoverheden met dit verhoogde capaciteitsbesluit verder wordt verzwaard. Op dit moment bekijkt het kabinet welke maatregelen er aanvullend genomen kunnen worden om alle medeoverheden zo goed mogelijk te ondersteunen in deze zeer impactvolle situatie. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid —
Eric van der Burg
De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
de Jonde
Bijlage 1: Overzicht opgaven opvang en huisvesting Pagina 6 van 6
Bijlage - Opgaven opvang en huisvesting Versie 18 november 2022
In onderstaand overzicht staat voor de opgaven ten aanzien van opvang en huisvesting aangegeven wat er per provincie en waar mogelijk per veiligheidsregio gerealiseerd is, wat de opgave is en wat het verschil is tussen de realisatie en de opgave. Per opgave staat onderaan de tabel weergegeven wat de peildatum is van de cijfers.
Voor de opvangopgaven blijft de vraag hoog. Daarom worden provincies en veiligheidsregio’s gevraagd om geen capaciteit af te bouwen als zij meer doen dan hun opgave. Provincies of veiligheidsregio’s die meer doen dan hun opgave(n) kunnen hierover ook afspraken maken met andere provincies en veiligheidsregio’s. Noodopvang Oekraïne De weergegeven opgave voor het aantal opvangplekken ten behoeve van ontheemden uit Oekraïne is gebaseerd op de verdeelsleutel zoals die met de veiligheidsregio’s overeen is gekomen. In dit overzicht zijn alleen de noodopvangplekken weergegeven waar ontheemden langere tijd ontbreken. Sommige veiligheidsregio’s hebben naast deze opvangplekken ook crisisnoodopvangplekken voor ontheemden uit Oekraïne. Capaciteit crisisnoodopvang Voor de realisatie van 450 plekken crisisnoodopvang per veiligheidsregio zijn in onderstaand overzicht locaties opgenomen voor kortdurende opvang gecoördineerd door gemeenten en veiligheidsregio’s. Huisvesting vergunninghouders Het rijk en de medeoverheden hebben in de Bestuurlijke afspraken doorstroom migratie van 26 augustus jl. afgesproken om in de tweede helft van 2022 te streven naar de huisvesting van meer dan 20.000 vergunninghouders. In de kolom ‘additionele opgave’ staat de verdeling hiervan opgenomen, zoals deze eerder door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de medeoverheden is gedeeld.
Als wettelijke opgave is in dit overzicht de taakstelling 2022-11 gebruikt (incl. achterstanden). Deze taakstelling is een taakstelling per gemeente. Om tot een overzicht te komen op provinciaal/veiligheidsregio niveau zijn de opgaven en realisatiecijfers van de gemeenten die binnen een provincie of veiligheidsregio vallen bij elkaar op geteld. Op Rijksoverheid.nl wordt maandelijks de voortgang van de taakstelling op gemeentelijk niveau weergegeven. Dit overzicht is hier te vinden. In de kolom ‘verschil’ staat het verschil weergegeven tussen het aantal gehuisveste vergunninghouders (realisatie) en de additionele taakstelling.
Onderdeel van de huisvestingsopgave zijn de 3.200 opvangplekken voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) die het Nidos 2023 nodig heeft. In een afzonderlijke tabel is een provinciale verdeling van het aantal Nidos opvangplekken voor amv’s weergegeven. Opgave COA-opvangplekken In onderstaand overzicht is het aantal COA-opvangplekken weergegeven dat per 1 januari 2024 nodig is. De verdeling van de opgave over de provincies is gedaan op basis van de verdeelsleutel die gebaseerd is op de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen en aan de Landelijke Regietafel Migratie & Integratie (LRT) is vastgesteld. Hoe de verdeling van de opvangplekken plaatsvindt binnen de provincie is aan de Provinciale'Regietafels (PRT’s). Om die reden is er in dit overzicht geen verdere onderverdeling van het aantal benodigde opvangplekken per veiligheidsregio weergegeven. Onderdeel van deze opgave zijn de 5.100 opvangplekken voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) die het COA eind 2023 nodig heeft. In een afzonderlijke tabel is een provinciale verdeling van het aantal COA opvangplekken voor amv’s weergegeven.
*
Onder realisatie is het aantal opvangplekken met het gewenste reguliere kwaliteitsniveau weergegeven dat op 1 oktober jl. is gerealiseerd
Noodopvang COA Naast crisisnoodopvang en reguliere opvang zijn er ook noodopvangplekken met een lager dan gewenst kwaliteitsniveau vaak van tijdelijke aard onder verantwoordelijkheid van het COA waar asielzoekers en vergunninghouders worden opgevangen. In dit overzicht wordt ook over dit type opvangplekken gerapporteerd, het is echter het streven dat deze opvangplekken worden vervangen voor opvangplekken met een regulier kwaliteitsniveau volgens de opgave COAopvangplekken. Provincie
Veiligheidsregio
Noodopvang Oekraïne
Capaciteit crisisnoodopvang
Opgave Realisatie Verschil Opgave
Huisvesting vergunninghouders
Realisatie Verschil
Groningen
3.280
2.555
725
450
140
310
Groningen
3.280
2.555
725
450
140
310
Friesland
3.700
2.446
1.254
450
395
55
Fryslan
3.700
2.446
7254
450
395
55
Additionele Wettelijke Opgave Realisatie Verschil opgave opgave Regulier
814
595
341
788
547
410
3.330
3.157
173
450
492
-42
3.330
3.157
173
450
492
-42
Overijssel
6.070
5.182
888
900
768
132
IJsselland
3.060
2.392
668
450
591
-141
468
Twente
3.000
2.790
210
450
177
273
395
Gelderland
9.340
7.752
1.588
1.350
1.361
-11
3.620
2.880
740
450
365
85
533
346
309
1.579
2.581
1.147
1.802
863
1.541
2.211
729
450
399
51
524
2.780
2.661
119
450
597
-147
482
Utrecht
3.530
5.727
-2.197
450
446
4
Utrecht
3.530
5.727
-2197
450
446
4
1.978
1.476
1.152
401
2.250
1.721
529
-1048
450
450
o
624
2.370
1.328
1042
450
450
o
274
2.550
2.626
-76
450
565
-115
388
Amsterdam-Amstelland
2.910
3.227
-317
450
0
450
418
Gooi en Vechtstreek
2.220
1.430
790
450
256
194
161
Zaanstreek-Waterland
Kennemerland
3.761
66
1.508
378
3.744
3.057
687
950
224
3.533
3.311
222
726
716
4.001
2.340
1.661
286
1.040
7.454
4.438
3.016
1.113
826
4681
1513
3168
1.194
1.858
11.072
2.326
8.746
5.514
1.152
4.048
3.000
3.827
535
2.940
13.060 12.659
473
309
Gelderland-Zuid
Noord-Holland
Realisatie Verschil Realisatie
410
Drenthe
Noord-Holland-Noord
Noodopvang COA
341
Drenthe
Noord- en OostGeldedand Gelderland-Midden
Opgave COA-opvangplekken
3.723
2.647
1.865
11.670 11.588
82
1.800
1.201
599
2.950
2.904
46
450
194
256
966
Hollands-Midden
2.880
3.245
-365
450
430
20
613
Rotterdam-Rijnmond
3.270
2.977
293
450
240
210
879
Zuid-Holland-Zuid
2.560
2.462
98
450
337
113
306
Zeeland
2.940
2.011
929
450
255
195
Zeeland
2.940
2.011
929
450
255
195
Noord-Brabant
9.660
8.288
1.372
1.350
1123
227
3.590
3.252
338
450
388
62
735
Zuid-Holland Haaglanden
Midden- en WestBrabant Brabant-Noord
4.313
400
2.925
257
2.764
256
3.001
2.044
1.731
2.970
2.546
424
450
495
-45
445
3.100
2.490
610
450
240
210
551
Limburg
5.590
4.361
1.229
900
565
335
Limburg-Noord
2.930
2.141
789
450
365
85
319
Limburg-Zuid
2.660
2.220
440
450
200
250
485
Flevoland
2.830
1.907
923
450
275
175
Flevoland
2.830
1.907
923
450
275
175
75.000 67.633
7.367
11.250
8.742
2.508
Peildatum
11-nov
11-nov
18.593
1.839
16.754
2.695
144
1.422
340
1.082
941
1.270
9.456
4.262
5.194
1.409
805
4.284
2.548
1.736
970
153
3.432
3.034
398
448
75.499
32.769
42.730
17.754
256
Brabant-Zuidoost
Totaal
1.549
1.609
514
1.192
355
804
361 361
14-nov
1-okt
1-okt
Amv-opvangplekken Amv zijn een bijzondere en kwetsbare groep die opvang genieten. De opvang en begeleiding van arm voldoet aan andere voorwaarden dan de opvang van volwassenen of gezinnen met kinderen. Naast het COA vangt ook Nidos amv’s op.
De Taakverdeling Nidos en COA met betrekking tot AMV is als volgt: • Een amv van 14 jaar of jonger wordt na aankomst door Nidos in een opvanggezin geplaatst. De verblijfsstatus van de amv maakt hiervoor niets uit. • Een amv van 15 jaar of ouder wordt na aankomst in Nederland door het COA opgevangen vanaf het moment dat de asielaanvraag wordt ingediend totdat er is beslist op de aanvraag. Het COA vangt de amv op in een procesopvang locatie amv of een kleinschalige woonvoorziening (KWV). • Zodra een amv van 15 jaar of ouder een status verkrijgt, neemt Nidos de opvang van de AMV over van het COA. • De amv wordt dan geplaatst in kleinschalige opvang van Nidos.
In onderstaand schema is een verdeling op basis van inwoneraantal over de provincies weergegeven. De opvang van amv door het COA valt onder de opgave opvang en de opvang van amv door het Nidos valt onder de taakstelling huisvesting. In beide gevallen betreft het dus geen aanvullende opgaven. Provincie Groningen
Opvangplekken amv t.b.v. COA Opgave Realisatie Verschil 171 105 66
Opvangplekken amv t.b.v. Nidos Opgave Realisatie Verschil 107 49 58
Friesland
189
133
56
119
28
91
Drenthe
144
50
94
91
41
50
Overijssel
339
21
318
213
0
213
Gelderland
610
280
330
384
197
187
Utrecht
396
230
166
249
70
179
Noord-Holland
842
240
602
529
98
431
Zuid-Holland
1.086
202
884
683
182
501
Zeeland
112
0
112
70
0
70
Noord-Brabant
750
483
267
472
150
322
Limburg
323
171
152
204
0
204
Flevoland
126
188
-62
79
6
73
Totaal
5.088
2.103
2.985
3.200
821
2.379
Peildatum
1-okt
15-nov
PostNL
w «Sa?
zs
Port betaaid PortPayé.^ Pays-Bas g S’ Q =» C> C>
§ I1 £ Cj Q
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties