CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

21 009 Collegebericht bespreken Politiecapaciteit.pdf

Commissie Samenleving 9 maart 2021, gemeente HeemstedeBij agendapunt: Laatste nieuws7.934 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegebericht Collegevergadering: 19 januari 2021

Zaaknummer Afdeling Portefeuillehouder Openbaarheid

: : : :

772169 Algemene en Juridische Zaken A.C. Nienhuis Actief openbaar

ONDERWERP Collegebericht: Bespreken Politiecapaciteit Minister van Justitie en Veiligheid heeft op 4 november 2020 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij aangeeft dat er in de Gebiedsgebonden Politiezorg (GGP) momenteel sprake is van onderbezetting. In combinatie met andere factoren leidt dit tot inzetbaarheids- en inplanbaarheidsvraagstukken, waardoor grote rooster- en werkdruk ontstaat. De genoemde problematiek geldt ook voor basisteam KennemerKust en heeft z’n effecten op de dagelijkse werkzaamheden van de politie en de gestelde prioriteiten in het uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid 2020-2021 van de gemeente. Op 5 november heeft de politie eenheid Noord-Holland in dit kader de notitie ‘Zorgvuldig Kiezen’, verdeling van politiecapaciteit voor de gemeenteraden opgesteld. Het voornemen is om in de Commissie Samenleving van 9 maart aanstaande terug te blikken op 2020 aan de hand van het jaarverslag van het basisteam KennemerKust en vooruit te blikken aan de hand van het uitvoeringsplan 2021. Dat lijkt een goed moment om ook de notitie te bespreken. Vanuit de politie eenheid Noord-Holland wordt nog voor 9 maart een nadere toelichting verwacht op de keuzes die gemaakt moeten worden. Tijdens de commissievergadering zullen de teamchef(s) van de politie en de officier van justitie aanwezig zijn voor een toelichting en om met elkaar van gedachten te wisselen.

772169

1/1

Zorgvuldig Kiezen Verdelen van politiecapaciteit Eenheid Noord-Holland 5 november 2020

Politiecapaciteit staat komende jaren onder druk 1. Landelijk beeld De politiecapaciteit staat de komende jaren onder druk. In de Gebiedsgebonden Politiezorg (GGP) is op dit moment sprake van personele onderbezetting die verder zal toenemen. Deze personele onderbezetting is veroorzaakt doordat in de eerste jaren van de Nationale Politie de instroom van aspiranten is beperkt. Het korps had destijds een overbezetting en vanuit het oogpunt van de structurele betaalbaarheid moest deze overbezetting worden afgebouwd. De combinatie met de verhoogde uitstroom als gevolg van pensionering en verhoogde doorstroom vanuit de GGP naar andere functies binnen het korps, heeft geleid tot deze onderbezetting. Daarnaast is het werkaanbod van de GGP veranderd door bijvoorbeeld de vele demonstraties, de (verhoogde) inzet in het kader van bewaken en beveiligen en de handhaving van de coronamaatregelen. De onderbezetting in combinatie met deze extra taken leiden tot grote rooster- en werkdruk. 2. Landelijke maatregelen Om de capaciteitsdruk in de GGP te verlichten is er meer personeel nodig. Daarom is geïnvesteerd in een verhoogde instroom van personeel en wordt een beroep gedaan op de solidariteit van politiemedewerkers. 2.1 Nieuw politieonderwijs Het basispolitieonderwijs wordt vernieuwd. Het onderwijs wordt meer toekomstbestendig gemaakt en de opleidingsduur wordt teruggebracht van drie

naar twee jaar. Daarbij behoudt de opleiding hetzelfde opleidingsniveau. Door de verkorting van de opleiding zullen er sneller nieuwe agenten instromen. Gedurende het tweede jaar van de opleiding werken de aspiranten gedeeltelijk in de basisteams. Zij brengen hiermee capaciteit, maar zij hebben ook begeleiding nodig. Vanaf mei 2021 gaat het nieuwe politieonderwijs van start. 2.2 Externe instroom In de opsporing wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van externe instroom voor medewerkers met specifieke expertise. Deze medewerkers hoeven niet de gehele basispolitieopleiding te volgen, maar kunnen middels een verkorte opleiding instromen. Hierdoor kunnen zij na enkele maanden aan het werk als bijvoorbeeld digitaal of financieel specialist, analist of bij forensische opsporing. Dit levert niet alleen een kwalitatieve ontwikkeling op, maar voorkomt ook dat er veel personeel uit de GGP doorstroomt naar de opsporing. 2.3 Solidariteit en collectiviteit Het werven, selecteren en opleiden van politieagenten kost tijd en het duurt dan ook nog enkele jaren voor deze investeringen zich uitbetalen in een hogere personele bezetting. Dat is de reden dat er nu meer (tijdelijke) maatregelen nodig zijn om de roosterdruk in de GGP op te vangen.

De korpsleiding, de politievakbonden en de minister van Justitie en Veiligheid hebben een pakket aan mogelijke tijdelijke maatregelen in kaart gebracht, waarbij de uitgangspunten solidariteit en collectiviteit zijn. Dit betekent dat alle politieonderdelen en alle politiemedewerkers in principe een bijdrage leveren aan het aanpakken van de roosterdruk in de GGP en er potentieel in alle domeinen lastige keuzes worden gemaakt. Het besluit om daadwerkelijk maatregelen

te nemen wordt op eenheidsniveau door de politiechef samen met het gezag genomen. (Zie ook de brief van de minister J&V aan de Tweede Kamer over GGP en politiecapaciteit, d.d. 4 november 2020.)

Zorgvuldig kiezen in de Eenheid NoordHolland 3. Beeld van de Eenheid Noord-Holland De prognose van de personele bezetting van de Eenheid Noord-Holland laat tot en met 2024 een onderbezetting zien in de GGP en in de generieke opsporing. De verwachting is dat in 2022 de onderbezetting het grootst is. Binnen de GGP is de komende jaren de personele schaarste het grootst voor de agenten die moeten zorgen voor de incidentafhandeling. De noodhulpvragen van burgers zijn niet uit- of afstelbaar zonder dat het onaanvaardbare veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. De roosters hiervoor moeten 24 uur per dag 7 dagen in de week gevuld zijn. De basisteams komen echter, al dan niet voor een langere periode, in de situatie dat zij de 24/7 roosters onvoldoende gevuld krijgen. Ook in de opsporing is sprake van personele onderbezetting, die de komende jaren blijft bestaan. Het is daarmee onvermijdelijk om uit het grote aantal opsporingsonderzoeken keuzes te maken welke onderzoeken worden opgepakt en welke niet. Daarnaast heeft de politie (samen met partners) vergaande ambities voor de projectmatige aanpak van criminaliteit. Ambities die niet altijd meer waargemaakt kunnen worden.

4. Maatregelen Eenheid Noord-Holland In de Eenheid is door gemeenten, OM en politie de afgelopen jaren gestuurd op het weloverwogen omgaan met politiecapaciteit. Zo is er bij de totstandkoming van het Integraal Meerjarenbeleidsplan Veiligheid 2019-2022 bewust gekozen om het aantal geprioriteerde veiligheidsthema’s te beperken tot vier. Daarnaast is het evenementenbeleid aangescherpt en is de politie-inzet bij evenementen al sterk teruggebracht. Het maken van dergelijke keuzes werkt en zal in Noord-Holland worden voortgezet. Helaas blijkt het maken van deze weloverwogen keuzes niet voldoende. Om de capaciteitsvraagstukken de komende jaren het hoofd te bieden en hier urgentie en focus op te houden, wordt door de Eenheid onder het motto ‘Zorgvuldig Kiezen’ een intensief traject gelopen met als doelstellingen: - het behouden van eenheidsbrede operationele slagkracht;

- het beheersbaar houden van de rooster- en werkdruk om de gezondheid van de medewerkers te waarborgen, en - het concreet inzicht geven in de mogelijkheden van kiezen en de gevolgen daarvan. Daarbij wordt steeds getracht het doel voor de lange termijn goed voor ogen te houden, maar wordt ook helder gemaakt wanneer eerder geformuleerde ambities niet haalbaar blijken. 4.1 Externe capaciteit Ook de Eenheid maakt in toenemende mate gebruik van externe instroom in de opsporing, zoals beschreven in paragraaf 2.2. Daarnaast wordt ook gezocht naar manieren om andere externe capaciteit binnen te halen. Zo zijn er recent medewerkers in dienst getreden die de ROC-opleiding ’Handhaver toezicht en veiligheid politie’ hebben gevolgd. Zij zijn aan het werk bij het Regionaal Service Centrum en het Team Arrestantentaken. Door hun komst zijn er jong gediplomeerde politieagenten doorgestroomd naar de basisteams die inzetbaar zijn in de incidentafhandeling van de GGP. Een andere voorbeeld dat verkend wordt, is de inhuur van (rechten)studenten voor ondersteunende taken. 4.2 Solidariteit en collectiviteit De onderbezetting in de Eenheid is, vergeleken met een aantal andere politie-eenheden, minder nijpend. Dit kan betekenen dat in het kader van solidariteit en collectiviteit aan de Eenheid wordt gevraagd andere eenheden te ondersteunen.

Vanzelfsprekend gelden de uitgangspunten van solidariteit en collectiviteit ook voor de teams binnen de Eenheid. Op welke wijze er invulling gegeven kan worden aan deze solidariteitsvraag is nog onderwerp van gesprek. Het is daarbij belangrijk om nauwgezet mee te bewegen met de actuele capaciteitsvraagstukken in de Eenheid. Het uitgangspunt is: ‘We verdelen de pijn.’ Daarbij kan worden gedacht aan het verschuiven van personeel en het beperkt openstellen van bepaalde vacatures om leegloop uit de teams met onderbezetting te voorkomen. Door de uitzonderlijke capacitaire omstandigheden waarmee de Eenheid de komende jaren wordt geconfronteerd, wordt van medewerkers een bijdrage gevraagd om de incidentafhandeling in de GGP te kunnen blijven doen. Wanneer de beschikbare personele bezetting in een basisteam de 24/7-roosters niet meer kan vullen, dient er capaciteit uit andere delen van de Eenheid te komen. Er zijn verschillende soorten capacitaire bijdragen die geleverd kunnen worden. Denk hierbij aan de inzet van medewerkers van de Flexteams, rechercheurs, wijkagenten, leidinggevenden en het ondersteunend personeel van de staf. De consequentie hiervan is dat deze medewerkers hun werk verminderd kunnen

Pagina 2 van 3

uitvoeren en in sommige gevallen hun taken zelfs stil komen te liggen. Dat vraagt dat er goed moet worden afgewogen welke (operationele) werkzaamheden worden getroffen bij het verschuiven van personeel en of dat voor dat moment (tijdelijk) acceptabel is. Dat zijn de lastige keuzes waar we de komende jaren voor komen te staan. Ter illustratie een aantal voorbeelden: - Wanneer rechercheurs worden ingezet voor de incidentafhandeling betekent dit een verminderde inzet op de opsporing en komt de afhandeling van opsporingsonderzoeken in het geding. - Wanneer medewerkers van de Flexteams worden ingezet, betekent dit verminderde inzet op de probleemgerichte aanpak van lokale veiligheidsen ondermijningsvraagstukken en verminderde ondersteuning van de basisteams en de opsporing bij o.a. verkeerscontroles, jeugdaanpak, drugsoverlast, doorzoekingen of het plaatsen van camera’s en bakens bij bijvoorbeeld seriematige diefstallen. - Wanneer medewerkers van de informatieorganisatie worden ingezet, kan dit de informatiepositie van de politie verminderen. Deze informatiepositie is zeer belangrijk om incidenten te voorkomen. - Wanneer wijkagenten worden ingezet, betekent dit dat zij minder in de wijken aanwezig kunnen zijn. Dit terwijl het belangrijk is dat de politie in de haarvaten van de samenleving actief is en blijft.

Deze keuzes wil de politie samen met het gezag uiteraard pas nemen als het echt niet anders kan. Als de capacitaire situatie het vraagt, wordt dit zo zorgvuldig mogelijk gedaan. Steeds moet worden afgewogen welke operationele werkzaamheden tijdelijk kunnen worden verminderd of stil gelegd ten behoeve van de incidentafhandeling in de GGP. Om goed met de feitelijke situatie mee te kunnen bewegen, wordt de capaciteit voortdurend gemonitord en maatregelen geïntensiveerd en/of toegevoegd wanneer dat nodig is en afgeschaald zodra dat kan.

van invloed is op de goede dienstverlening die de politie wil leveren aan de burger. - Samen met partners wordt verkend in hoeverre de inzet van de politie bij horecatoezicht verminderd kan worden, vergelijkbaar met de politie-inzet bij evenementen. De opsporing werkt aan een kwaliteitsslag en is tevens aan het experimenteren om in opsporingsonderzoeken alleen dat bewijs te vergaren dat noodzakelijk is en bijdraagt aan een efficiënte afdoening van de strafzaak door OM en rechtbank. - De basisteams zijn bezig met een kwaliteitsslag om het gebiedsgebonden werk te optimaliseren. Het basisteam als basis voor de gebiedsgebonden politie waarin een herkenbare politie contextgedreven, informatiegestuurd, probleemgericht, flexibel en integraal werkt aan veiligheidsvraagstukken. Daarbij is het gebiedsgebonden politiewerk niet alleen van de wijkagent, maar van alle medewerkers binnen de GGP.

5. Afsluitend De komende jaren staan in het teken van zorgvuldig kiezen. Daarbij wordt goed gekeken naar manieren om de politie-inzet nog beter af te stemmen op de plaatsen en momenten dat de politie er moet zijn. Er zullen zich geregeld situaties voor doen die vragen om scherpe en soms ook lastige besluitvorming. Daarbij wordt continu gezocht naar passende besluiten die niet harder ingrijpen in de andere politieprocessen dan nodig is voor de GGP. In diverse gezagsgremia, zoals de Basisteamdriehoek, het Regionaal Bestuurlijk Overleg Politie en het Regionaal Justitieel Overleg wordt het gezag meegenomen in de stand van zaken en eventuele besluitvorming voorgelegd.

4.3 Zoektocht naar slimmer werken Naast het organiseren van extra handen bij de incidentafhandeling, wordt ook gezocht naar oplossingen door het politiewerk effectiever en efficiënter te maken. Door het anders of slimmer te doen en daarbij te zoeken naar kansen in ontwikkeling. Deze verkenning sorteert op de korte termijn vermoedelijk weinig effect op de capaciteitstekorten, maar voor de lange termijn zijn ze des te belangrijker. Een aantal voorbeelden: - De meerwaarde van teamoverschrijdend werken wordt verkend. Zo wordt bijvoorbeeld onderzocht of openingstijden van politiebureaus slimmer op elkaar afgestemd kunnen worden zonder dat dit

Pagina 3 van 3

1

> Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv

Ons kenmerk 3079051 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.

Datum 4 november 2020 Onderwerp GGP en politiecapaciteit

Overzicht en aanleiding Het rapport Lokale Handhaving door de Politie van de Inspectie van Justitie en Veiligheid raakt aan een kwestie die breder is en waarover ik uw Kamer al eerder heb geïnformeerd. In de verschillende brieven over dit onderwerp vanaf december 20171 tot en met mijn meest recente brief van 30 juni 20202 heb ik inzichtelijk gemaakt hoe de operationele bezetting zich ontwikkelt en hoe de investeringen van dit kabinet in de politie hun weerslag krijgen. Daarbij is altijd aangegeven dat de politiecapaciteit door een dal zal gaan. Daarin zijn we nu aangekomen. De uitdaging waar de politie voor staat is duidelijk. Momenteel is in de Gebiedsgebonden Politiezorg (GGP) sprake van een onderbezetting en van andere factoren die leiden tot inzetbaarheids- en inplanbaarheidsvraagstukken, waardoor grote rooster- en werkdruk ontstaat. Uit de analyse die als bijlage bij deze brief is gevoegd blijkt dat het vooral knelt bij de agenten die in roosterdienst werken (incidentafhandeling). In de relevante functiegroepen bij de GGP is op dit moment een onderbezetting van 1.175 fte. Die problematiek speelt overigens niet overal in gelijke mate. Het doet zich versterkt voor in de grootstedelijke gebieden. Dit trekt een wissel op alle agenten die in de GGP werkzaam zijn.

Deze situatie wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren: de later dan verwachte leeftijdsgebonden uitstroom, de financieel noodzakelijke afbouw van eerder ontstane overbezetting, en de verhoogde doorstroom naar andere functies binnen de politie. De inmiddels verhoogde instroom van aspiranten kan met die ontwikkelingen op dit moment nog geen gelijke tred houden. Een tweede set aan factoren ter verklaring van de hoge werkdruk zit in de veranderingen van het werkaanbod: denk bijvoorbeeld aan de vele demonstraties, de (verhoogde) inzet vanuit de basisteams in het kader van het stelsel van bewaken en beveiligen en het groeiend aantal meldingen over personen met verward gedrag. De afhandeling van zo’n melding bijvoorbeeld, gaat vanwege de tijd gemoeid met het beschikbaar komen van passend vervoer 1 2

Kamerstukken II 2017-2018, 29.628, nr. 754 Kamerstukken II 2019-2020, 29.628, nr. 966. Pagina 1 van 8

en/of veilige opvang, gepaard met een verdergaand verlies aan feitelijke operationele inzetbaarheid. In het gesprek dat wij voeren heeft ook uw Kamer regelmatig zorgen geuit over de gevolgen van de capaciteitsdruk voor het werk van de politie in het algemeen en voor het werk in de basispolitiezorg en de wijkgerichte aanpak in het bijzonder. Het rapport van de Inspectie onderstreept dit laatste nog eens.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020 Ons kenmerk 3079051

Hoewel het mijn zorgen over de huidige situatie zeker niet kan wegnemen, zij toch opgemerkt dat de hier aan de orde zijnde problematiek zich in de komende jaren wel degelijk zal oplossen. De politieorganisatie is op weg naar een nieuw evenwicht tussen formatie- en bezetting in 2024 -2025, ook binnen de GGP. Vanaf dat moment is de vervangingsopgave achter de rug en zal de landelijke uitbreiding van de operationele capaciteit met 2.400 fte gerealiseerd zijn. Daaronder zijn agenten voor de wijk en capaciteit voor bewaken en beveiligen, zeden en mensenhandel, conform de besluiten die het kabinet de afgelopen jaren in overleg met uw Kamer heeft genomen. Hiervoor heeft het kabinet circa 400 miljoen euro structureel aan de politieorganisatie beschikbaar gesteld. In 2018 kwam daarnaast nog 91 miljoen euro beschikbaar om de onvermijdelijke periode van krapte zoveel als mogelijk te verlichten door de operationele medewerkers te ontlasten en zo meer voor politiewerk beschikbare uren te creëren. Dit zijn incidentele middelen, in drie tranches, voor de jaren 2019- 2021. Deze middelen konden en kunnen lokaal op verschillende manieren worden gebruikt, bijvoorbeeld voor het inzetten van overuren of het inhuren van nietexecutieve medewerkers3.

Om de politie sneller weer op zijn (uit te breiden) capaciteit te brengen is recentelijk nog besloten tot een vernieuwing van het basispolitieonderwijs die de opleidingsduur zal terugbrengen van drie naar twee jaar en het onderwijs meer toekomstbestendig zal maken4. Dat is een beslissing van blijvende betekenis voor een betere politie. In essentie zijn daarmee alle beslissingen genomen die genomen kónden worden om over een aantal jaren een verjongde en uitgebreide politieorganisatie te hebben staan. Het is echter onvermijdelijk dat in de tussentijd de druk op de mensen in de GGP groot blijft en dat er op vele plekken, moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. Ik ben mij ervan bewust wat dat met politiemensen doet. Dat zie ik bij al mijn werkbezoeken in de GGP. Dat geldt te meer in deze voor iedereen belastende corona-tijd. Van de politie en van anderen wordt ook nu weer om een extra inspanning gevraagd. Het is indrukwekkend te zien dat al die politiemensen er dan toch weer voor ons staan. In lijn met de al genomen besluiten en ingezette acties die ik hierboven heb aangeduid, zijn aanvullende maatregelen nodig. Daarover zijn politie, de gezagen de bonden en ikzelf het eens. In de komende weken en maanden zal nadere uitwerking van die maatregelen plaatsvinden. Daarbij worden ook de gezagen betrokken.

Deze maatregelen, waarvan ik later in deze brief een nader beeld geef, zullen de huidige bezettings- en roosterproblematiek niet geheel kunnen oplossen, maar wel verder verlichten. Waar het gaat om het werkaanbod van de

3 4

Kamerstukken II 2018-2019, 29.628, nr. 820. Kamerstukken II 2019-2020, 29.628, nr. 946. Pagina 2 van 8

politie zullen de gezagen en ikzelf met nog meer scherpte en terughoudendheid keuzes moeten maken als het gaat om bijvoorbeeld nieuwe taken, landelijke of lokale prioriteiten. Ook zal vaker dan voorheen het collectieve, organisatiebelang moeten prevaleren boven de alleszins te begrijpen wensen van individuele medewerkers. Het besef dat maatregelen onvermijdelijk zijn legt een gezamenlijke verantwoordelijkheid op ons allen, wetende dat die maatregelen consequenties zullen hebben voor het werk van de politie, voor de medewerkers en voor de burgers.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020 Ons kenmerk 3079051

Binnen de politieorganisatie vraagt dit een beroep op de solidariteit en betrokkenheid van alle politiemedewerkers uit alle onderdelen van de politieorganisatie. En dat terwijl in de afgelopen tijd al zoveel van deze medewerkers is gevraagd. Uw Kamer en ik hebben hiervoor bij meerdere gelegenheden onze waardering uitgesproken. De korpschef en ik hebben gezamenlijk onderzocht of er naast de woorden, niet ook een tastbaar gebaar van waardering en stimulans gemaakt kan worden. De korpschef van politie heeft met mijn volle steun besloten zijn medewerkers in december een netto geldbedrag van €300 te doen toekomen. Dat achten wij gelet op de krapte in de GGP en de solidariteit en flexibiliteit die dat van de medewerkers blijft vragen, niet meer dan gepast. De gevraagde solidariteit en de aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk omdat de taak die in ons land aan de politie is opgedragen, te weten de handhaving van onze rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen van ons die deze behoeven, altijd moet worden vervuld. Die verantwoordelijkheid blijft, ongeacht onderbezetting, rooster- of werkdruk. Dat gegeven legt op mij en de korpschef en op onze opvolgers een extra verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat een situatie als waarin we nu zitten, zich niet nog een keer kan voordoen. Samen met de korpsleiding van politie ga ik hier onderzoek naar doen.

Wat is er voor de politieorganisatie nodig om een volgende uitstroompiek tijdig in beeld te krijgen en te kunnen opvangen? Evident houd ik de samenhang in de gaten met lopende trajecten zoals het WODC-onderzoek ter uitvoering van de motie Rosenmöller inzake de financiering van politie, Openbaar Ministerie en Rechtspraak. Aanvullende maatregelen Zoals gezegd doet de druk op de inzetbare capaciteit zich vooral voor bij agenten die in roosterdienst werken (incidentafhandeling), in de praktijk vooral in de GGP. Daarin zit de kern van de problematiek, want er is beduidend minder inzetbare capaciteit, terwijl de roosters altijd gevuld moeten worden. Daardoor moet een groter beroep worden gedaan op de beschikbare agenten en dus ook op wijkagenten. De recentste cijfers van de politie laten zien dat we de komende jaren op veel plaatsen in het land rekening moeten houden met hoge roosterdruk voor de relatief kleine groep agenten die in de GGP belast zijn met de incidentafhandeling, die 24 uur per dag en 7 dagen per week doorgaat. Er zijn aanvullende maatregelen nodig om de basispolitiezorg als het gaat om de incidentafhandeling de komende tijd te garanderen en de betrokken politiemedewerkers op korte termijn zoveel als mogelijk te ontlasten. Die conclusie wordt door politie, bonden, gezagen en mijzelf breed gesteund.

Daarbij is en blijft het wijkgerichte werken de basis van de politiezorg in ons land. In Pagina 3 van 8

verband met maatschappelijke ontwikkelingen als digitalisering en polarisatie staat de politie daar de komende jaren voor de opgave om de verankering in de wijk te behouden en de positie op het web te versterken. Om die doorontwikkeling van de GGP zo goed mogelijk te kunnen begeleiden en sturen, brengen de politie en ik de situatie en het werkaanbod in de basisteams zo nauwgezet mogelijk in kaart. In de bijlage bij deze brief vindt u een aantal elementen daarvan.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020 Ons kenmerk 3079051

De politie, de politievakbonden en ik hebben een pakket aan mogelijke tijdelijke maatregelen geïdentificeerd. Wij zijn het erover eens dat solidariteit en collectiviteit de uitgangspunten moeten zijn, zowel nu als bij het duurzaam samen verder bouwen aan de politie die de maatschappelijke uitdagingen ook in de toekomst adequaat tegemoet kan treden. Vanaf vandaag betekent dit dat alle politieonderdelen en alle politiemedewerkers in principe een bijdrage leveren aan het aanpakken van de roosterdruk in de GGP en er dus potentieel in alle domeinen lastige keuzes moeten worden gemaakt. Het besluit om maatregelen te nemen wordt op eenheidsniveau door de politiechef samen met het gezag genomen en in daartoe geëigende overleggen met de bonden en de medezeggenschap besproken. Er is een palet aan maatregelen in kaart gebracht, waar de politiechef afhankelijk van de lokale situatie uit kan kiezen. Alle eenheden en alle basisteams zijn immers verschillend qua uitgangspositie ten tijde van de inrichting, qua actuele (onder)bezetting en de mate waarin dat knelt, qua inzetbaarheid en wat betreft werkgebied en werklast. Tot de maatregelen waaruit door politiechefs gekozen kan worden, behoort het inzetten van gecertificeerde medewerkers uit andere onderdelen in de vol continu roosters in de GGP, bijvoorbeeld voor een aantal diensten per jaar.

Zo kan het inzetten van bijvoorbeeld medewerkers van districtsrecherches, informatieknooppunten en flexteams als ook de inzet van operationeel experts of van medewerkers die in een programma- of beleidsfunctie actief zijn, potentieel enkele honderden extra fte’s aan inplanbare capaciteit opleveren. Aan de instroom-kant behoort het vergroten van de instroom met ‘executieven met een specifieke inzet’ (ESI) in de gebiedsgebonden politie tot de mogelijkheden. Voorts worden er creatieve maatregelen in kaart gebracht om de GGP te ontlasten, zoals het inzetten van studenten bij de aanpak van veelvoorkomende criminaliteit. Ook zal worden bezien of er mogelijkheden zijn voor de eenheden om elkaar te ontlasten middels een vorm van bovenregionale bijstand. Waar het gaat om het werkaanbod van de politie zullen door de gezagen in extra scherpte lokale en landelijke keuzes gemaakt moeten worden. De korpschef zal centraal zicht verschaffen op lokale uitgangssituaties en de genomen maatregelen. Hij laat de effecten daarvan monitoren en informeert mij daar periodiek over. Effecten zullen worden gerelateerd aan de 24/7 inzet van de basisteams. In het Strategisch Beraad en in de bijzondere commissies wordt samen met de bonden het effect van de maatregelen geëvalueerd en bezien of het noodzakelijk is om die te intensiveren.

Zowel op eenheidsniveau als via het LOVP zullen de gezagen hierbij ook betrokken zijn. Op basis van het beeld van de lokale uitgangssituaties kan (centrale) bijsturing plaats vinden op bijvoorbeeld het verdelen van de nieuwe instroom, het verdelen van vacatureruimte over alle onderdelen van de eenheid of het anders omgaan met de invulling van vacatures. Het is de bedoeling dat met al deze maatregelen een substantiële inzetbaarheidswinst in de GGP wordt geboekt. Dat is echter geen gratis capaciteit en zal onvermijdelijk ten koste gaan van belangrijk werk elders. Het kan leiden Pagina 4 van 8

tot een minder snelle doorstroom van zaken in bijvoorbeeld de veel voorkomende criminaliteit, minder inzet in de informatieorganisaties van de politie, of minder mogelijkheden voor inzet bij evenementen. De incidentenafhandeling en het werk in de wijk hebben de primaire aandacht nodig en dat zal in de komende jaren voor ons allemaal niet alleen leidend zijn, maar ook merkbaar. Reactie op Inspectierapport De Inspectie legt in haar rapport Lokale Handhaving door de Politie de vinger op een van de consequenties van het hierboven uiteengezette knelpunt ten aanzien van de inzetbare politiecapaciteit in de GGP. De Inspectie concludeert dat wijkagenten hun verbindende rol in de wijk in de middelgrote gemeenten en op het platteland niet voldoende waar kunnen maken, doordat zij in deze gebieden vaak voor noodhulp worden ingezet. Ook vormen de vele signalen over personen met verward gedrag voor een grote belasting van de politie. Volgens de Inspectie heeft dit tot gevolg dat het kennisniveau van en inzicht in problemen in de wijk bij de politie afneemt, waardoor wijkagenten geen goede invulling kunnen geven aan hun signalerende en preventieve rol. De politie is daarvoor in toenemende mate afhankelijk van de gemeente.

Met name de thema’s ondermijning en jeugd worden in de grote en middelgrote steden zo opgepakt dat de politie steeds meer een repressieve uitvoeringsorganisatie is geworden, aldus de Inspectie.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020 Ons kenmerk 3079051

De Inspectie doet twee aanbevelingen aan mij. In eerste plaats beveelt de Inspectie mij aan om met het (lokaal) gezag te bespreken wat voor soort politieorganisatie wenselijk is in Nederland, namelijk een meer repressieve politieorganisatie of een politie die in verbinding is met alle lagen van de samenleving. Vanzelfsprekend ben ik doorlopend met de gezagen in gesprek over de positie van de politie in de samenleving, welke politie we in de toekomst nodig hebben en wat dit betekent voor de gewenste doorontwikkeling van de politie. Helder is dat noch de gezagen noch ik zelf van mening zijn dat er sprake is van een op handen keuze tussen een politie in verbinding of een repressieve politie. Wel zien wij aanleiding om de politie op beide elementen verder toekomstbestendig te maken. Verder verwijs ik nog naar de door uw Kamer aangenomen motie van het lid Den Boer c.s.5 Deze motie verzoekt om in samenspraak met de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (hierna: WRR) en in samenspraak met burgers een visie te ontwikkelen op de toekomst van de politiefunctie in Nederland. Over mijn eerste gesprekken met de WRR, berichtte ik u in januari van dit jaar. Inmiddels is de WRR begonnen met verschillende activiteiten die zullen uitmonden in een WRR-verkenning in het voorjaar van 2021.

De WRR verkent de vraag of reflectie op de taak van de politie nodig is gegeven twee maatschappelijke trends. Het betreft de steeds verdergaande digitalisering van de samenleving en trend dat steeds vaker private partijen veiligheidstaken op zich nemen. Ter ondersteuning van deze verkenning onderzoekt de WRR eveneens wat een aantal andere Europese landen op dit gebied doen. Ik verwacht de opbrengsten daarvan in het late voorjaar van 2021 aan uw Kamer te kunnen aanbieden. Ook beveelt de Inspectie mij aan om in gesprek te gaan met de staatssecretaris van VWS over mogelijkheden om personen met verward gedrag voortijdig op te pikken en door te geleiden. Zoals uw Kamer bekend, ben ik hierover reeds 5

Kamerstukken II 2018-2019, 35000 VI, nr. 79. Pagina 5 van 8

geruime tijd met mijn collega van VWS in gesprek. Uw Kamer is over de voortgang in het realiseren van passend vervoer, de inrichting van beoordelingslocaties en de instelling van een meldnummer onlangs geïnformeerd6. Over het vraagstuk van de gegarandeerde beschikbaarheid van beveiligde bedden vinden nu constructieve overleggen plaats. Over de uitkomst daarvan zal uw Kamer op korte termijn worden geïnformeerd. Kortom, ook in dit lastige onderwerp wordt de nodige voortgang geboekt.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020 Ons kenmerk 3079051

Maatschappelijke ontwikkelingen en GGP De Inspectie snijdt breder het thema aan van verbondenheid van de politie in de wijken. Laat daar geen misverstand over bestaan maar dat is, was en zal de prioriteit van het kabinet, de gezagen en de politie zelf zijn. Evident vergt dat onderhoud en ook blijvende investeringen. De al eerder met uw kamer gedeelde ontwikkelagenda GGP is juist bedoeld om ervoor te zorgen dat de GGP ook in een veranderende maatschappij zo geworteld kan blijven in onze maatschappij als nodig is om effectief te kunnen zijn voor de veiligheid van onze samenleving. Door in de wijken aanwezig te zijn – zowel fysiek als digitaal – en de bewoners, ondernemers en instellingen die er actief zijn te kennen en door hen gekend te worden, genereert de politie de nodige slagkracht om aan de voorkant van lokale en maatschappelijke problemen te zitten en er, waar nodig, doeltreffend tegen op te treden. Voor een stevige (informatie)positie van de politie in de wijken is het nodig om de wijze waarop de politie in verbinding staat af te stemmen op de ontwikkelingen in de samenleving. Veiligheidsvraagstukken veranderen en vragen om een vernieuwde aanpak als gevolg van ontwikkelingen zoals globalisering, de internationalisering van criminaliteit, de (verdere) digitalisering van de samenleving.

Het profiel van wijken verandert als gevolg van verschuivingen in de demografie van Nederland. Hierdoor ontstaat er bijvoorbeeld een steeds groter verschil tussen stad en platteland. Wijken en buurten veranderen ook doordat de problemen die er spelen veranderen. We zien dit bijvoorbeeld als gevolg van de aanwezigheid van ondermijnende criminaliteit in een wijk of buurt. Er kunnen dan als het ware parallelle samenlevingen ontstaan waarin de politie weinig (of geen) voet aan de grond krijgt. Ook een ontwikkeling als de huidige Covid-19 crisis draagt eraan bij dat de politie (en haar partners) zich in sommige wijken (tijdelijk) moet instellen op andere problemen. We zien bovendien dat het onrustig is in Nederland. Dit uit zich bijvoorbeeld in de antiracisme- en antilockdown-demonstraties, in de aanhoudende boerenprotesten en in rellen en ongeregeldheden in bepaalde wijken deze zomer.7 Dergelijke uitingen van maatschappelijk ongenoegen geven blijk van polarisatie en spanningen tussen bepaalde groepen burgers, maar ook van een binnen bepaalde groepen beleefd anti-overheidssentiment. Ontwikkelagenda GGP De maatschappelijke ontwikkelingen, zoals hierboven genoemd, werken door in het werkaanbod van de GGP. Ze vragen van de politie om flexibel en wendbaar te zijn en lokaal op een effectieve wijze te reageren op de veranderingen in de samenleving.

Dit is een doorlopende opgave voor de politieorganisatie. De Ontwikkelagenda GGP stimuleert – en ondersteunt waar nodig – het proces van

6 7

Kamerstukken II 2019- 2020, 25.424, nr. 548. Kamerstukken II 2020-2021, 28.684, nr. 626. Pagina 6 van 8

de doorontwikkeling van de GGP en benoemt voor de komende jaren welke maatschappelijke ontwikkelingen daarbij leidend zullen zijn. Zo wordt er vanuit de agenda gewerkt aan het verder integreren van de digitale wereld in het werk van de GGP (‘werken in wijk en web’). De komende tijd wordt ingezet op het versterken van de digitale vakbekwaamheid van de medewerkers. Dit gebeurt door middel van trainingen en begeleiding door gespecialiseerde medewerkers of vrijwilligers, het uitbreiden van het aantal digitale wijkagenten in de basisteams die zich richten op de online verbindingen in een bepaalde wijk en het stimuleren van een netwerk van digitale wijkagenten waarbinnen kennis en ervaringen kunnen worden uitgewisseld.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020 Ons kenmerk 3079051

Als gevolg van de digitalisering van het werk in de GGP zijn de mogelijkheden om mobiel te werken toegenomen. Dit biedt de mogelijkheid om de verbinding met de wijk en de informatiepositie van de politie te versterken door daar aanwezig te zijn waar burgers zijn en er behoefte aan hebben. Er wordt in dit verband geëxperimenteerd met het op een eigentijdse wijze aanwezig zijn in de wijk (‘versterken van wendbare nabijheid’). De politie bereidt momenteel een aantal pilots voor waarin het gebruik van elektrische voertuigen als mobiel gesprekspunt in de wijken en buurten getest wordt. Deze voertuigen kunnen bijvoorbeeld op markten, scholen of evenementen worden ingezet en zijn een vorm om voor burgers herkenbaar in de wijken aanwezig te zijn en een laagdrempelig contact te bieden. Met de pilot Gaming zet de politie in om laagdrempelig contact te leggen met jongeren om zo te horen wat er speelt en waar nodig te helpen. De politie zet ook in op het versterken van de wendbare nabijheid door te verkennen op welke wijze de surveillance in de toekomst kan worden vormgegeven. Er wordt thans onderzoek gedaan naar nieuwe concepten in de noodhulp. Het is de verwachting dat dit onderzoek inzichten kan opleveren met betrekking tot een eventueel efficiëntere en effectievere inzet van de capaciteit in de basisteams voor het werk in de GGP.

Verder reageert de politie op de ontwikkeling van polarisatie en spanningen in de samenleving en de invloed die dit heeft op het politiewerk in de GGP (‘omgaan met de wereld in de wijk’). De Ontwikkelagenda GGP sluit op dit punt aan bij de visie ‘Politie voor iedereen’. Daarnaast wordt er onder de noemer ‘Bondgenoten’ gewerkt aan de opbouw van netwerken waarbij gemeente, politie en mensen uit de ‘haarvaten’ van de lokale gemeenschappen met elkaar in contact staan. Die verbinding leidt tot onderling vertrouwen en draagt bij aan de legitimatie van de politie. De netwerken kunnen bovendien worden ingezet ter voorkoming of vermindering van maatschappelijke onrust in de wijken. Ook wordt de aanpak van ondermijning in de basisteams versterkt (‘samenspannen tegen ondermijning’). Er wordt thans ingezet op de versterking van de start-bekwaamheid, vakbekwaamheid en handelingsbekwaamheid van medewerkers, onder meer in het kader van de nieuwe basisopleiding. Daarnaast stimuleert de politie de bewustwording van ondermijning onder kwetsbare doelgroepen, zoals ondernemers en jeugd, door voorlichting te geven en hierin samen te werken met partners.

De verbeteringen in de capaciteit, de versterking van de vakbekwaamheid en de verbeterde omgang met nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zullen er naar mijn overtuiging voor zorgen dat de politie in Nederland opgewassen zal blijken te zijn voor de taken van nu en morgen. Dat zoiets blijvende investeringen vergt, is niet nieuw. Recentelijk nog heb ik van de gezagen en de politie een notitie Pagina 7 van 8

ontvangen over hoe zij tegen de noodzaak aankijken voor verdere versterking van de politie. Daarin wordt gewezen op de noodzaak meer capaciteit beschikbaar te stellen, maar net zo belangrijk is de doorontwikkeling van de politieorganisatie en het politievak. De plannen die dit kabinet mogelijk heeft gemaakt, vergen nog tot 2024 – 2025 om volledig uitgevoerd te kunnen worden. Wat daarbovenop en daarna nog nodig en mogelijk is, zal aan een nieuw kabinet zijn.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020 Ons kenmerk 3079051

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Ferd Grapperhaus

Pagina 8 van 8

1

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020

Analyse GGP

Horend bij

GGP en politiecapaciteit

Om de doorontwikkeling van de GGP zo goed mogelijk te kunnen begeleiden en sturen, worden de ontwikkelingen in onder meer de GGP gemonitord en periodiek geanalyseerd. Daarbij wordt gekeken naar alle relevante aspecten van het werken in de GGP. De in-, door- en uitstroom, de capaciteitsontwikkeling, de veranderingen in het werkaanbod etc. Deze bijlage bevat een aantal elementen daarvan. GGP en personeel Formatie en bezetting Op dit moment werken er ruim 46.000 fte opgeleide operationele medewerkers bij de politie. Daarnaast zijn er thans ongeveer 4.600 fte aspiranten in opleiding. Zij zullen de komende jaren aan de slag gaan in een operationele functie. Zoals de figuur hieronder laat zien, werken er ruim 20.000 fte opgeleide operationele medewerkers in de GGP. Dit zijn de politiemensen die aanwezig zijn in de wijk en herkenbaar en aanspreekbaar zijn voor de burger. Zowel bij alle operationele functies als die in de GGP specifiek is er sprake van onderbezetting. Binnen de GGP zijn onder meer wijkagenten werkzaam en ook de agenten die in roosterdienst werken en belast zijn met de incidentenafhandeling, die 24 uur per dag en 7 dagen per week doorgaat. De politie heeft de afgelopen jaren een prestatiedashboard opgezet dat inzicht geeft in de formatie, bezetting en inzetbaarheid tot op teamniveau.

Uit analyse van het inmiddels volledig operationele dashboard blijkt dat de druk op de GGP de afgelopen jaren flink is toegenomen. Overbezetting van teams is bijna overal afgebouwd en op veel plaatsen is er sprake van onderbezetting, met name in de randstedelijke eenheden is de onderbezetting fors. Deze onderbezetting heeft vooral gevolgen voor de medewerkers die kunnen worden ingezet voor de incidentafhandeling. Zoals de figuur hiernaast laat zien, is de formatie voor deze groep medewerkers ruim 15.200 en zijn er op dit moment feitelijk slechts ruim 14.000 fte voor deze taak beschikbaar. Dat betekent dat er sprake is van een onderbezetting van 1.175 fte. De verwachting is dat deze onderbezetting de komende jaren eerst nog groter zal worden, voordat het

Pagina 1 van 6

herstel inzet. De figuur laat ook zien dat er binnen de GGP een lichte overbezetting is van wijkagenten, namelijk van 37 fte. Achtergrond van de druk op de GGP Er zijn meerdere redenen voor de verhoogde druk op de inzetbare capaciteit in de GGP. Zoals bekend, is er in de huidige periode sprake van een verhoogde uitstroom, onder meer als gevolg van pensionering. Tevens verlaten relatief veel agenten de GGP voor functies in andere delen van de politieorganisatie, zoals de opsporing of de intelligence organisatie. Ook zijn er agenten die overstappen naar een baan buiten de politie. Zoals de figuur hieronder laat zien, hebben in 2019 774 fte GGP-medewerkers de politie verlaten; ca. 400 daarvan gingen met pensioen, de rest zette de loopbaan voort buiten de politie. Verder zijn 1.133 fte doorgestroomd naar andere functies binnen de politie. In 965 gevallen betrof dat een andere operationele functie en in 168 gevallen een niet-operationele functie.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020

Er is sprake van hoge doorstroom, omdat de GGP in het huidige systeem de ‘kweekvijver’ van de politie vormt. Aspiranten beginnen in het huidige onderwijsstelsel na hun opleiding vooral in de GGP, maar stromen later in hun carrière in de regel door naar functies buiten de GGP. Met de komst van de vernieuwde basispolitieopleiding die volgend jaar van start gaat, zal dit minder sterk het geval zijn, omdat er uitstroomrichtingen voor de GGP en de opsporing komen. De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in uitbreiding van de politie, bijvoorbeeld ten behoeve van ondermijnende criminaliteit, bewaken en beveiligen en digitale opsporing. Zodoende zijn er veel doorstroommogelijkheden ontstaan voor medewerkers uit de GGP. De versterking van organisatieonderdelen buiten de GGP heeft dus vrijwel altijd gevolgen voor de capaciteit van de GGP. Omdat de hoge door- en uitstroom in 2019 niet volledig gecompenseerd kon worden door instroom van nieuwe breed of specifiek opgeleide medewerkers, daalde de bezetting van de GGP per saldo 700 fte. Pagina 2 van 6

Naast het tekort dat is ontstaan ten aanzien van de groep agenten die voor de incidentafhandeling kunnen worden ingezet, zorgt een suboptimale aansluiting tussen werkplanning en piekbelasting binnen dit werk ook nog voor de nodige druk op de roosters. Wijkgericht werken/ wijkagenten Aantal wijkagenten Dat lokale verankering een belangrijk uitgangspunt is voor de Nederlandse politie, komt onder meer tot uitdrukking in de wettelijke landelijke norm dat er per 5.000 inwoners ten minste één wijkagent moet zijn (hierna: norm 1:5.000).1 In 2015 kenden een aantal eenheden nog een onderbezetting bij de wijkagenten (minder wijkagenten dan de formatie). Er is de afgelopen jaren geïnvesteerd om de bezetting van de wijkagenten op orde te krijgen. De bezetting van het aantal wijkagenten is vanaf 2015 toegenomen met circa 362 ft naar 3.555 fte op 31-082020 (zie ook in de figuur pag. 2). Bij vier eenheden was op 31-08-2020 nog een lichte onderbezetting variërend van 2 tot maximaal 17 fte. Kijkend naar de bevolkingsomvang op dit moment, voldoet het aantal wijkagenten landelijk aan de norm 1:5.000.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020

Tijdsbesteding wijkagenten In het Inrichtingsplan Nationale Politie is geconcretiseerd dat wijkagenten 80% van hun tijd werkzaamheden ten behoeve van de wijk verrichten. Deze streefnorm is niet wettelijk verankerd. Het is thans niet mogelijk om op basis van politieregistraties absolute aantallen te genereren waarmee de 80%-streefnorm kan worden getoetst. Ik informeerde uw Kamer hierover in het halfjaarbericht over de politie van 4 juli 2019.2 De politieregistraties kunnen wél trendmatig gebruikt worden om enig inzicht te geven in de werking van de 80%-streefnorm in de praktijk. Uit analyse van de urenregistratie van wijkagenten blijkt dat er in 2019 meer uren aan de wijk

Artikel 38a lid 1 Politiewet 2012. Dit betreft een landelijke norm die per eenheid wordt toegepast. 2 Kamerstukken II 2019-2020, 29.628, nr. 896. 1

Pagina 3 van 6

worden besteed dan in 2017. Daarnaast staat het gegeven dat als gevolg van roosterdruk incidenteel de keuze wordt gemaakt om wijkagenten in te zetten voor incident afhandeling. De in de hoofdbrief toegelichte maatregelen dragen eraan bij dat wijkagenten zoveel als mogelijk tijd kunnen besteden aan werkzaamheden in en voor de wijk. Een gegeven blijft echter dat er in de komende jaren druk blijft bestaan op het wijkgerelateerd werk, evenals op ander politiewerk, doordat diverse politiemedewerkers waar nodig ingezet worden voor de incidentafhandeling.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020

Tevredenheid van burgers over contact en nabijheid politie In de Veiligheidsmonitor zien we dat de tevredenheid van de burger over het functioneren van de politie de afgelopen jaren is toegenomen: in 2019 was gemiddeld 35,2% van de Nederlandse burgers (zeer) tevreden over het functioneren van de politie in het algemeen.3 In 2015 was dit nog 30,2%.4 Ook ervaren burgers steeds meer dat de politie benaderbaar is en dat de politie contact heeft met de buurtbewoners. In de figuur hieronder wordt per basisteam weergegeven of bewoners contact met de politie in de buurt ervaren. Daarbij wordt 2015 vergeleken met 2019. De kleur oranje betekent bijvoorbeeld dat 35% of meer van de respondenten heeft aangegeven het eens of helemaal eens te zijn met de stelling ‘de politie heeft contact met buurtbewoners’. Te zien is bijvoorbeeld dat in een groot deel van de meer landelijke gebieden, waaronder Friesland, Oost-Nederland, Limburg, Brabant en Zeeland burgers in vergelijking met 2015 meer contact ervaren tussen politie en buurtbewoners. In enkele plattelandsgebieden in Groningen en Noord-Holland lijkt het contact tussen politie en de buurtbewoners te verminderen.

20,9% antwoordde neutraal, 7,0% ontevreden en 36,8% van de respondenten had geen oordeel, uit Veiligheidsmonitor 2019. 4 24,1% antwoordde neutraal, 9,3% ontevreden en 36,4% van de respondenten had geen oordeel, uit Veiligheidsmonitor 2015. 3

Pagina 4 van 6

Het werkaanbod van de GGP De aard en omvang van het werkaanbod van de politie worden onder andere bepaald door kenmerken van de werkomgeving van de politie. Deze kenmerken zijn niet altijd stabiel en ontwikkelen door de jaren heen. Hieronder wordt een aantal opvallende trends in het werkaanbod van de GGP gesignaleerd. Deze zien op de periode 2015-2019. Op eventuele verschuivingen in werkaanbod als gevolg van Covid-19 wordt de vinger aan de pols gehouden, maar het is te vroeg om trends in beeld te kunnen brengen.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020

Het verzorgingsgebied van de verschillende basisteams verandert als gevolg van ontwikkelingen zoals de groei van de Nederlandse bevolking en vergrijzing van het platteland, waar op plekken zelfs sprake is van een dreigende leegloop. Deze demografische ontwikkelingen betekenen iets voor de wijze waarop basisteams zijn samengesteld en het werk wordt georganiseerd. Uiteraard pakt dit voor elk basisteam anders uit. Om hier beter zicht op te krijgen, en daardoor beter te kunnen sturen op maatregelen die lokaal werken, is bezien hoe de basisteams van elkaar verschillen en overeenkomen. Een voornaam onderscheid tussen de basisteams is te maken tussen meer stedelijke gebieden en meer landelijk gelegen gebieden met een grotere oppervlakte en lagere bevolkingsdichtheid, wat een andere invulling van de GGP vergt. Daarnaast heeft de bevolkingssamenstelling in een verzorgingsgebied ook invloed op het werk van de basisteams. Opsporing We zien de afgelopen jaren een dalende trend in het aantal geregistreerde misdrijven van ca. 17% tussen 2015 en 2019 op landelijk niveau 5. In 2015 waren dat er ruim 960.000 en in 2019 ruim 800.000. Het overgrote deel hiervan wordt gevormd door de veelvoorkomende criminaliteit (vvc), waarvan de opsporing binnen de basisteams plaatsvindt. Deze aantallen zeggen uiteraard niets over de complexiteit of bewerkelijkheid van zaken.

Evenementen en demonstraties Er worden, afgezien van de huidige periode met beperkingen vanwege het coronavirus, veel evenementen georganiseerd. En ook is het aantal demonstraties in de periode 2015-2019 toegenomen. Hierdoor wordt meer inzet van de politie voor de lokale handhaving gevraagd. De Nationale Ombudsman schrijft dat vanuit diverse regionale politie-eenheden het signaal komt dat demonstraties erg veel vergen van de politie. Op korte termijn moeten er mensen worden opgetrommeld om demonstraties in goede banen te leiden, waardoor soms ook verloven komen te vervallen of ander werk blijft liggen6.

Kamerstukken II 2019-2020, 29.679, nr. 597 (factsheet strafrechtketen). Demonstreren, een schurend grondrecht? (Rapport 2018/015), de Nationale Ombudsman, 14 maart 2018. 5 6

Pagina 5 van 6

Noodhulp en meldingen, w.o. over personen met verward gedrag o Prio 1 en 2 Gemiddeld is in Nederland een daling van het aantal prio 1-meldingen waar te nemen sinds 2015, terwijl de landelijk gelegen basisteams juist te maken hebben met een stijging van het aantal prio-1 meldingen. Het aantal prio-2 meldingen laat overal in Nederland een stijging zien, waardoor het aantal noodhulpmeldingen als geheel met zo’n 4% stijgt. In de figuur hieronder is dat zichtbaar gemaakt.

Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s Datum 4 november 2020

o Personen met verward gedrag Een deel van de meldingen wordt verklaard door een stijging van het aantal meldingen van overlast door een persoon met verward gedrag. Tussen 2015 en 2019 was er sprake van een gestage stijging van ca. 51%. 7 In 2015 zijn ruim 66.000 van dergelijke meldingen geregistreerd en in 2019 meer dan 99.000.

o Aantal meldingen per inwoner per verzorgingsgebied Een goed voorbeeld van hoe de demografie van een verzorgingsgebied van invloed kan zijn op het werkaanbod is het overzicht van het aantal noodhulpmeldingen per inwoner in een verzorgingsgebied. In de figuur hiernaast is dit weergegeven voor de meldingen in 2019. Hierbij valt op dat met name stedelijke gebieden, waar de bevolkingssamenstelling divers is, gemiddeld relatief veel meldingen per inwoners kennen. Landelijk gelegen gebieden laten gemiddeld genomen minder meldingen per inwoner zien, maar kennen door hun grotere oppervlakte langere aanrijtijden waar het basisteam rekening mee moet houden. Team Havens in de eenheid Rotterdam is een uitschieter in het aantal noodhulpmeldingen per inwoner. Dit is te verklaren door het zeer lage aantal inwoners in het verzorgingsgebied van dit basisteam terwijl er wel meldingen zijn.

7

Bron: data.politie.nl, geraadpleegd op 15 oktober 2020. Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/1093/documents/11797