17. Raadsinformatiebericht Vragen over Financiële verordening 12 maart.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebericht Collegevergadering: 18 maart 2025
Zaaknummer Team Portefeuillehouder Openbaarheid
: 1304500 : Concern Control : S.A. de Wit-van der Linden : Actief openbaar
Onderwerp Raadsinformatiebericht: Vragen over Financiële verordening ☐ Ter informatie/update ☐ Beantwoording schriftelijke vragen
☒ Toezeggingen/actielijst commissie of raad ☐ Overige
U krijgt een reactie op de toezegging van de commissie Samenleving op 12 maart 2025. 1. Waarom is de definitie van het EMU saldo opgenomen in de verordening, deze term komt verder nergens in de verordening voor? In artikel 7 van de Financiële verordening is iets opgenomen over het EMU saldo. Om die reden definiëren we het EMU saldo. 2. In artikel 2 is opgenomen dat de raad bij de Kadernota voorafgaand aan het begrotingsjaar de programma- en paragrafenindeling van de begroting vast. Betekent dit dat de raad hier in november niets meer over mag zeggen? Kan de ene raadsvergadering verbieden dat er in een andere raadsvergadering iets niet mag beslissen. Hoe zit dit staatsrechtelijk? De begroting moet jaarlijks uiterlijk 15 november ingediend worden bij de provincie. Als de raad in november met een amendement een programma en parafenindeling indient, is de gemeente niet in staat om de begroting tijdig in te dienen bij de provincie. Gezien de P&C cyclus is het daarom veel logischer om bij de Kadernota de kaders rondom de begroting van het komende begrotingsjaar, waar de programma- en parafenindeling ook onder valt, vast te stellen en niet bij de begrotingsbehandeling zelf. De raad kan, ook bij instemming met artikel 2, bij de begrotingsbehandeling een amendement aannemen om de programma- en parafenindeling te wijzigen.
De raad gaat over haar eigen kaders, conform artikel 147 van de Gemeentewet. Ze kan daarmee ook haar eigen vastgestelde kaders wijzigen of hiervan afwijken. 3. In de Financiële verordening zijn verschillende bepalingen opgenomen om producten eenmaal in de vier jaar te updaten. Kunnen we dit nader specificeren en aanpassing in het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen. Deze aanpassing kan natuurlijk worden gemaakt, maar dat vindt het college niet verstandig. Er kunnen zich omstandigheden voordoen dat een update op een ander moment veel logischer is. Denk daarbij aan gewijzigde hogere wetgeving. Als een nota of statuut recent in het derde of vierde jaar van een bestuurstermijn is aangepast, heeft aanpassing in jaar 1 van de volgende bestuursperiode weinig toegevoegde waarde. Of juist omgekeerd dat het bekend is dat op korte termijn een wetswijziging wordt verwacht, waardoor het verstandiger is om te wachten tot deze pagina 1 van 2
wijziging is doorgevoerd voordat de nota of statuut wordt aangepast. Daarnaast is het qua capaciteit niet haalbaar om alle nota’s en statuten in 1 jaar te updaten. 4. In artikel 16, eerste lid worden balansposten en uitgaveposten bij elkaar opgeteld. Dit zijn normaliter eenheden die niet bij elkaar op te tellen zijn. In dit artikel wordt weergegeven waar het weerstandsvermogen uit bestaat. In feite gaat het over de financiële buffer van de gemeente. Een reserve is een post waar de raad uit kan onttrekken om onverwachte tegenvallers mee te dekken. Alle dotaties en onttrekkingen van reserves lopen via de exploitatie. De post onvoorzien is een budget dat jaarlijks ter beschikking staat om kleine tegenvallers op te vangen. In dit geval hoeft er geen dotatie of onttrekking plaats te vinden om het via de exploitatie te laten lopen En daarmee zijn ze beide onderdeel van het weerstandsvermogen. 5. Artikel 16, derde lid wordt bepaald dat het college verantwoordelijk wordt voor het weerstandsvermogen, maar de raad is verantwoordelijk voor de financiën en ook voor het weerstandsvermogen. In artikel 16, derde lid wordt aangegeven dat de ambitie van de gemeente is om een weerstandsvermogen tussen 1,6 en 1,8 na te streven, waarbij de kwalificatie wordt gegeven van ‘ruim voldoende’. Dit gaat over een ambitie, niet over wie verantwoordelijk is.
In artikel 16, tweede lid, is opgenomen welke handelingen het college verricht om te waarborgen dat het weerstandsvermogen op peil is en blijft. 6. In artikel 17, eerste lid wordt gesproken over kostprijs van leges en heffingen. Bij leges en heffingen is geen sprake van kostprijs. Kunnen we dat anders noemen. In dit artikel wordt besproken over hoe wordt omgegaan met de toerekening van directe en indirecte kosten aan producten (zoals goederen, diensten, of leges en heffingen). In de bedrijfseconomische termen wordt hier dan gesproken van een kostprijs. Daarom is voor deze term gekozen. 7. Bij de directe kosten wordt betrokken de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (btw). Het verhaal van de compensabele btw,. We betalen de btw dubbel. We betalen hem als btw en nog een keer aan het Rijk en we kunnen hem ook dubbel terugkrijgen bij belastingdienst en bij de inwoners. Graag anders formuleren. In dit artikel gaan we niet in over de techniek van de compensabele belasting, maar geven we aan dat we compensabele belasting betrekken bij de bepaling van de directe kosten. De formulering zoals opgenomen in de Financiële verordening is conform de modelverordening van de VNG.
pagina 2 van 2