15. Onnodige plaatsing elektriciteitshuisjes ANONIEM.pdf
Tekst van het document
Omdat thuis laden typisch gebeurt na werkdagen en tot uiterlijk het vertrek de volgende ochtend, nemen we aan dat pieken in thuislaadprofielen geschoven kunnen worden binnen een tijdsblok van 17.00 tot 08.00 uur. Publiek laden vindt juist plaats van huis en kan daarom geschoven worden binnen een tijdsblok van tussen 08.00 en 20.00 uur. Binnen deze tijdsblokken kunnen pieken geschoven worden, maar het totaalvolume dient gelijk te blijven. Om te voorkomen dat alle auto’s op onbeperkt vermogen zullen gaan laden op het één goedkoopste uur, wordt er een beperking gelegd op het maximale laadvermogen van auto’s. Het effect van de EV-sturing is aanzienlijk. Bij de grootste tien jaarpieken wordt 71% tot 85% van de piekreductie gerealiseerd door de sturing van EV’s. Voornamelijk het effect van thuis laden is groot, waarbij grote volumes van de avonduren verschuiven naar de nacht en vroege ochtend.
75) Nationaal Laadonderzoek, rvo 2021 en 2022 76) Slim Laden voorkomt overbelasting energienetwerk, ElaadNL 77) Nationaal Laadonderzoek, rvo 2022
67
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Thuisbatterij
Aangenomen is een adoptie van thuisbatterijen van in totaal 5,98 GWh aan opslag en een (ont)laadvermogen van 2 GW verdeeld over 7,5% van de huishoudens in Nederland (naar aannames in ETM). Zonder tariefprikkel acteren deze batterijen enkel op day-ahead-prijsreeksen uit het ETM. Hierbij wordt geladen en ontladen op basis van de hoogste en laagste prijzen binnen blokken van zes uur. In aanwezigheid van de tariefprikkel wordt batterijgedrag complexer; immers geldt het tijdgebonden kWh-tarief alleen op afname (dus opladen), maar wordt dit niet terugverdiend bij ontladen. Daarom wordt er voor laden wederom gekeken naar de hoogste prijs binnen blokken van zes uur. Echter, maximaal ontladen wordt alleen gedaan wanneer de prijs voor teruglevering (ontladen) op dat moment hoger is dan de laagste prijs die binnen een blok van 24 uur voor laden betaald zou moeten worden. Wanneer dat niet het geval is, wordt alleen ontladen met het eigenverbruik van dat moment voor de betreffende huishoudens (7,5% van Nederland).
Overig en zon-PV
Overige posten van elektriciteitsvraag en opwek van zonnepanelen verschuiven niet.
Kostenverdeling Voor de analyses rondom de kostenverdeling is gebruik gemaakt van de Kerncijfers wijken en buurten 202278). Hierin staan aantallen woningen per woningtype en gemiddelde inkomens genoteerd op buurtniveau. Dit is het meest gedetailleerde niveau waarop het CBS openbaar rapporteert79). Deze data zijn gecombineerd met de elektriciteitsverbruiksdata (gecategoriseerd op buurtniveau), waaruit een grove inkomstenverdeling volgt per woningtype en elektriciteitsverbruik.
78) Kerncijfers wijken en buurten 2022. 79) Het gebruiken van CBS’ microdata zou een fijnmazigere analyse zijn, maar gezien het tijdspad van dit onderzoek is hier niet voor gekozen; in een vervolg studie naar de detailuitwerking van een tariefrichting wordt dit wel geadviseerd.
68
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Bijlage 3 Deze bijlage geeft een toelichting op de voornaamste aannames die ten grondslag liggen aan de inschatting van de groepsgroottes in de huishouden casuïstiek. Kwetsbaar huishouden. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij rond de dertigduizend woningen. In 2022 bestond voor ±32k personen op grond van de ZvW een vergoeding voor hoge elektriciteitskosten door medische apparatuur als chronische thuisbeademing, thuisdialyse en zuurstofapparatuur thuis80). Een prognose richting 2030 is hierin lastig. Appartementeigenaar. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 200k-550k. In 2021 bestonden er 435k warmtenetaansluitingen; wij schatten dat minimaal (en waarschijnlijk meer dan) de helft hiervan uit appartementen bestond, wat de ondergrens vormt. De ambitie van het voorgaande kabinet was om in 2030 tot 950.000 warmtenetaansluitingen te komen81). Energieleveranciers richten zich onder de huidige marktomstandigheden voor warmtenetten voornamelijk op nieuwbouw82), wat volgens ABF richting 2030 voor 63% uit appartementen bestaat83). Dit vertaald zich naar circa +325k extra warmtenet appartement aansluitingen. Modaalhuishouden. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 2,0 mln – 3,4 mln. In 2023 waren er 3,38 mln rijtjeswoningen, ofwel 42,0% van het totaal91.
Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 42%
80) Personen voor wie op grond van de Zvw een vergoeding bestaat voor elektriciteitskosten bij gebruik van medische hulpmiddelen thuis: Chronische thuisbeademing, Thuisdialyse, Zuurstofapparatuur Thuis 81) Nationaal Warmtenet Trendrapport 2021 (link; link) 82) Vattenfall: grootschalige warmteprojecten in bestaande bouw niet meer opgestart 83) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit
nog eens 374k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM84) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 2,03 mln woningen. Een huis vol. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 220k-410k. Volgens het CBS waren er in 2023 405k85) huishoudens met 5 personen of meer; hun prognose van 2018 voor 2030 was 404k86) huishoudens (wat vervolgens weer oploopt naar 436k in 2040). Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM87) heeft in 2030 nog 54% van de woningen een HR-ketel. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling resulteert dit in 218k woningen. Duurzaamheidsambitie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 90k-260k. In 2023 waren er 704k 2-onder-1 kap woningen, ofwel 8,7% van het totaal88). Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-203089) komen hier met 8,7% nog eens 78k 2-onder-1 kap woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM90) heeft in 2030 11,5% van de huishoudens een hybride warmtepomp en zijn grofweg een derde van de personenauto’s elektrisch.
Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 90k (11,5% van 782k) en 260k (33% van 782k). 84) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 85) CBS - Particuliere huishoudens naar samenstelling en grootte, 1 januari 86) CBS - Prognose huishoudens op 1 januari; kerncijfers 2019-2060 87) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie 88) CBS - Nederland in cijfers - Hoeveel woningen zijn er? 89) Kamerbrief over Primos-prognose en rapportage plancapaciteit 90) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Maximale elektrificatie. Het aantal huishoudens in deze categorie schatten wij tussen de 90k-180k. In 2023 waren er 1,04 mln vrijstaande woningen, ofwel 13,0% van het totaal91. Met de doelstelling van nog 891k extra woningen tussen 2023-2030 komen hier met 13% nog eens 115k vrijstaande woningen bij; in praktijk verwachting wij dat er relatief meer meergezinswoningen worden bijgebouwd. Volgens de IP2024 Klimaatambitie in ETM91) heeft in 2030 7,5% van de woningen een thuisbatterij en 15,1% een full-electric warmtepomp. Voor nu uitgaande van een homogene verdeling vormen dit de ondergrenzen van: 86k (7,5% van 1,16 mln) en 175k (15,1% van 1,16 mln).
91) Energietransitiemodel – IP2024 Klimaatambitie
69
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Bijlage 4 B.4.1 Hoe ziet het nettarief er voor niethuishoudelijke klanten uit? Huishoudelijke kleinverbruikers hebben doorgaans een 3x25 ampère aansluiting. Om de impact op niet-huishoudelijke klanten te bepalen moet ook voor alle andere kleinverbruikaansluitingen (alle aansluitingen tot en met 3x80 ampère) worden vastgesteld hoe het tijdgebonden kWhtarief eruit zal zien. Hiertoe trekken we de methodiek zoals uitgewerkt voor huishoudens door naar de grotere aansluitingscategorieën. Hierbij is het uurlijks variërende tarief is gelijk voor alle categorieën. Om per aansluitcategorie nog steeds dezelfde totale netwerkkosten op te halen, wordt het uurlijks variërende tarief aangevuld met een basislast dat bestaat uit een vast bedrag dat bepaald wordt voor elke aansluitingscategorie. Variabele prijsprofiel gelijk voor alle KV-aansluitingen Om de impact van het uitgewerkte alternatief nettarief op niet-huishoudelijke klanten in te schatten, wordt gerekend met hetzelfde prijsprofiel voor huishoudens (zie Figuur 1). De vorm van dit prijsprofiel is opgesteld aan de hand van de verbruiksprofielen van woningen, die met 90% van alle KV-aansluitingen zeer bepalend zijn voor de netbelasting op laagspanning.
Ook de hoogte van tarieven in het prijsprofiel zijn gebaseerd huishoudens, die voornamelijk het capaciteitstarief van de 1x25 ampère – 3x25 ampère categorie betalen, waarbij het uitgangspunt is om in het nieuwe tariefstelsel gelijke netbeheerkosten op te halen binnen deze categorie.
70
71
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Uurtarieven nieuw stelsel, voor ‘winter’ en ‘zomer’ Gehanteerd voor doorrekeningen dit onderzoek, o.b.v. gemiddeld verbruik, profiel en netkosten per woning in 2030
Winter
Δ 0,21
Zomer
€ 0,24
€ 0,24
Δ 0,16
€ 0,24
€ 0,20
€ 0,20
€ 0,20
€ 0,16
€ 0,11
€ 0,09
€ 0,12
€ 0,13
€ 0,16
€ 0,12
€ 0,11
€ 0,16
€ 0,12 € 0,07
€ 0,08
€ 0,06
€ 0,08
€ 0,04
€/kWh
€/kWh
€ 0,03 € 0,04 € 0,00 1
2
3
4
5
Uur van de dag
6
€ 0,12
7
8
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24
€ 0,04 €-
€ 0,00 1
2
3
4
5
6
7
8
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24
Uur van de dag
Figuur 20 Uurtarieven voor een nieuw tariefstelsel, zoals gehanteerd voor de doorrekeningen in dit onderzoek92). Links het tarief voor de ‘winter’-periode (oktober – april) en rechts de ‘zomer’ (april – oktober).
92) Uurtarieven zijn gebaseerd op het gemiddelde verbruik en profiel van woningen volgens het IP2024 ‘Klimaat Ambitie’ scenario, zoals ingevoerd in het Energie Transitie Model.
72
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
De basislast wordt aangepast per aansluitingscategorie om de opgehaalde netwerkkosten binnen elke categorie gelijk te houden Een uitgangspunt in deze analyse is om dezelfde inkomstenverdeling over de verschillende aansluitingscategorieën te behouden als onder het huidige nettarief in 2030 het geval zou zijn. Hierin zijn in een detailuitwerking mogelijk ook andere keuzes te maken (zie paragraaf 4.3.3). Om per categorie het bedrag voor de basislast vast te stellen, is daarom per aansluitcategorie bepaald wat de verwachte opbrengsten zullen zijn vanuit de variabele tariefcomponent. Deze worden vervolgens aangevuld met een basislast om zo te komen tot het tarief onder het huidige stelsel (in 2030)93). Figuur 21 toont per aansluitcategorie de verwachte gemiddelde kosten vanuit het uurtarief en de daaruit volgende hoogte van de basislast. Gemiddelde kostenverdeling basislast en uurtarief Voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën, 2030 € 7.000 €/jr.
Basislast
€ 4.976
€ 5.000 € 3.755
€ 4.000 € 3.000 € 2.000 € 1.000 €0
Figuur 21
€ 6.199
Uurtariefkosten
€ 6.000
€ 2.532
3x35 A
€ 2.280
€ 2.228
€ 1.695 € 837
€ 2.778
€ 1.527 3x50 A
€ 2.696 3x63 A
€ 3.421
3x80 A
Kostenverdeling basislast en uurtariefkosten voor de hogere kleinverbruik aansluitcategorieën. Hierdoor blijven de inkomsten ten opzichte van het huidige nettariefstelsel (in 2030) gelijk.
93) De hoogte van de tarieven zijn gebaseerd op de door ACM gepubliceerde tarieven van 2023 en de veronderstel groei van tarieven door Netbeheer Nederland7 richting 2030
B.4.2 Hoe ziet de groep niet-huishoudelijke aansluitingen eruit? De groep klein-zakelijke aansluitingen is zeer heterogeen in zowel netaansluiting, als omvang van verbruik en verbruiksprofiel. Zodoende is de impact van de voorgestelde tariefrichting op deze groep als geheel dan ook moeilijk te duiden. Daarom bieden we meer inzicht in sectoren, verbruiken en verbruiksprofielen binnen de groep van klein-zakelijke aansluitingen. Klein-zakelijke aansluitingen vertegenwoordigen een tiende van de kleinverbruikersaansluitingen en 15% van het energieverbruik Op basis van de jaarverbruiksdata van de regionale netbeheerders94) is een onderverdeling gemaakt van kleinverbruiksaansluitingen en -verbruik per aansluitcategorie. Deze informatie is geëxtrapoleerd naar 2030, uitgaande van een groei van het aantal aansluitingen95) en verbruik96). De onderverdeling tussen klein-zakelijke aansluitingen en huishoudens is gebaseerd op een dataset van Alliander met verdelingen per aansluitcategorie; deze set is getoetst met een Enexis dataset. Uit deze analyse blijkt dat 10% van de aansluitingen en 15% van het energieverbruik afkomstig is van klein-zakelijke aansluitingen.
Overgrote meerderheid van de kleinverbruikersaansluitingen, waaronder klein-zakelijk, bevindt zich in de 1x25A t/m 3x25A aansluitcategorie De onderverdeling van KV-aansluitingen in 2030 per aansluitcategorie laat zien dat veruit de meeste aansluitingen tot de 1x25 ampère – 3x25 ampère groep97) behoren. Onder het huidige nettariefstelsel betalen zij een vergelijkbaar capaciteitstarief rond de €350 per jaar, afhankelijk van de netbeheerder. Negentig procent van de aansluitingen binnen deze groep betreft huishoudens. 94) Sinds 01-07-2015 publiceren alle regionale netbeheerders jaarverbruiksdata op hun eigen website. 95) Hierin is uitgegaan van de jaarlijkse groei van 110k nieuwe kleinverbruik aansluitingen in 2023, NBNL 96) Voor de groei van het verbruik is, net als in de rapportage, uitgegaan van het IP2024 Klimaatambitie scenario in het Energietransitiemodel. 97) Dit is een categorisering op basis van het capaciteitstarief die de regionale netbeheerders rekenen. Elke regionale netbeheerder hanteert een andere categorisering.
73
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie
Verdeling huishoudens en klein-zakelijke kleinverbruikers 2030 prognose o.b.v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei aantal KV-aansluitingen. De onderverdeling klein-zakelijk en huishoudens is gemaakt met interne datasets RNBs.
2030 o.b.v. 2023 verbruiksgegevens RNBs en groei KV-aansluitingen 9.042.054
10.000.000 7.500.000
10%
5.000.000
15%
2.500.000 0
Aansluitingen (aantal)
Energieverbruik (kWh)
1.712
889
1x6 A
1x10 A
1x25 A, 1x35 A 3x25 A
22.434
3.173
4.898
12.270
3x35 A
3x50 A
3x63 A
3x80 A
Figuur 23 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen per aansluitcategorie tot en met 3x80A
Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen Klein-zakelijke aansluitingen zijn heterogeen in type verbruik; impact van het variabele
85%
90% huishoudens klein-zakelijk
Figuur 22 Onderverdeling kleinverbruiksaansluitingen en energieverbruik tussen huishoudens en niethuishoudelijke aansluitingen, <3x80 ampère.
In alle andere aansluitcategorieën betreft de meerderheid van de aansluitingen kleinzakelijke aansluitingen. Omdat de aansluitcategorie 1x25 ampère - 3x25 ampère zo omvangrijk is, bevat deze in absolute aantallen toch nog de meeste klein-zakelijke aansluitingen (circa 900.00 aansluitingen).
uurtarief zal verschillend uitpakken voor ochtend-, middag-, en avondgebruikers
Het verbruiksprofiel van verschillende huishoudens kent relatief weinig variatie. Typisch verbruikt een huishouden in de nacht weinig elektriciteit en in de ochtend- en avonduren veel. Klein-zakelijke aansluitingen tonen een veel grotere heterogeniteit in hoeveelheden verbruik, maar ook in de verbruiksprofielen. Een meubelzaak zal typisch overdag veel verbruiken, een kleine bakker ‘s nachts en een restaurant in de avond. De impact van het voorgestelde tariefstelsel zal dus ook verschillen tussen deze type klein-zakelijke aansluitingen. Om toch inzicht te bieden in de impact op deze groep definiëren we vijf typische verbruiksprofielen en geven we een inschatting van de verdeling van niethuishoudelijke aansluitingen over deze vijf verbruiksprofielen. We gebruiken een CBS-dataset98) die per bedrijfstak (SBI 2008 codes, niveau 1) een onderverdeling maakt van het aantal zakelijke klanten met een verbruik van minder dan 100.000 kWh/jaar (zie Figuur 23). Dit verbruik komt naar schatting overeen met het verbruik van KV-aansluitingen. Op basis van de beschrijving van de achterliggende 98) CBS - Aardgas- en elektriciteitslevering aan bedrijven; verbruiksklasse, SBI 2008
74
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
economische activiteiten (SBI-codes), schatten we kwalitatief in welke verbruiksprofielen gevonden kunnen worden binnen elke bedrijfstak. We maken hierin onderscheid tussen een profiel met een ‘ochtendpiek’, ‘overdagpiek’, ‘avondpiek’, ‘nachtpiek’ en een ‘vlak (ook wel continu)’ profiel. Figuur 23 toont per economische hoofdactiviteit het totaal aantal KV-aansluitingen en een inschatting van welke typische profielen voornamelijk voorkomen. Deze analyse resulteert bovendien in een inschatting van het aantal aansluitingen per type verbruiksprofiel (onderaan figuur 23). Onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak Bedrijfstak (SBI-code)
Bedrijfstak (SBI-code)
Inschatting
Per bedrijfstak worden 5 blokken kwalitatief verdeeld Landbouw, bosbouw en visserij
A
Delfstoffenwinning
B
Industrie
C
Energievoorziening
D
2.645
Waterbedrijven en afvalbeheer
E
1.575
Bouwnijverheid
F
Handel
G
Vervoer en opslag
H
Horeca
I
Informatie en communicatie
J
Financiële dienstverlening
K
Verhuur en handel van onroerend goed
L
360 43.710
60.685 169.080 28.320 91.425 6.435 32.500 21.335
Specialistische zakelijke dienstverlening M Verhuur en overige zakelijke
N
Openbaar bestuur en overheids
O
Onderwijs
P
Gezondheids- en welzijnszorg
Q
Cultuur, sport en recreatie
R
Overige dienstverlening
S
Extraterritoriale organisatie
U
Ochtend Overdag Avond Nacht Vlak
58.235
38.040 14.535 20.225 14.295 66.420 22.995 31.990 540
Figuur 24 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per bedrijfstak op basis van CBS-data 2022, tot 100.000 kWh/jaar
Ochtend
Overdag
Avond
Nacht
Vlak
Aansluitingen
20%
48%
13%
4%
15%
O.b.v. kwalitatieve inschatting
~150k
~350k
~90k
~30k
~110k
Figuur 25 Inschatting van onderverdeling klein-zakelijke aansluitingen per type verbruiksprofiel, op basis van een kwalitatieve inschatting
75
Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik | Eindrapport
Casuïstiek van daadwerkelijke profielen De beschikbaarheid van daadwerkelijke profielen is zeer beperkt en maakt het uitdagend om op basis van de wel beschikbare data conclusies te trekken. Desondanks geven we graag inzicht in hoe het alternatieve nettarief zou uitpakken voor een drietal daadwerkelijke en geanonimiseerde verbruiksprofielen waartoe we beschikking hebben gekregen via COMCAM (Restaurant 1 en 2) en Scholt Energy (Winkel). Het betreft de profielen van een restaurant met een 3x50 ampère aansluiting en een restaurant en een winkel beide met een 3x35 ampère aansluiting (zie Figuur 25). Zoals verwacht gaan beide restaurants meer betalen voor het tijdgebonden kWh-tarief omdat hun verbruik het hoogste is tussen 16:00 – 22:00. Voor restaurant 1 nemen de netbeheerkosten toe
met zo’n 88% tot € 9.392,-. Een stijging van de netkosten is in lijn der verwachting, bovendien is het jaarverbruik van dit restaurant binnen zijn aansluiting aan de hoge kant. Dit verklaart de grote toename van de netkosten. De stijging in de netbeheerkosten voor restaurant 2 zijn met 6% een stuk beperkter. De netbeheerkosten van de winkel nemen met 1% zeer beperkt af. Hoewel het verbruik van deze winkel een typische ochtendpiek laat zien, waarmee je een daling van de netkosten zou verwachten, is de daling beperkt doordat het jaarverbruik binnen de aansluitcategorie aan de hoge kant ligt. Ter vergelijking, het jaarverbruik van de winkel is bijna 2000 kWh hoger dan dat van restaurant 2. Desondanks daalt het nettarief van de winkel.
Verbruiksprofielen en netwerkkosten 2030 Voor het drietal werkelijke klein-zakelijke profielen, geen sturing Verbruiksprofiel, gemiddelde winterdag
16 kW
Netwerkkosten met huidige en nieuwe tarief
Restaurant 2
Winkel
19.169 kWh/jr 3x35 A
20.999 kWh/jr 3x35 A
€ 9.392
€ 10.000
Winkel Restaurant 1 Restaurant 2
14
Restaurant 1 58.763 kWh/jr 3x50 A
12
€ 7.500
10 8
€ 5.000
€ 4.976
6 4
€ 2.532
€ 2.500
2 €0
0 0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13 14 15
16 17 18 19 20 21 22 23 24
uren van de dag
Huidig
Basislast
Uurtarief
Figuur 25 Drietal verbruiksprofielen en netwerkkosten in 2030 van werkelijke profielen. Data beschikbaar gesteld door COMCAM (Restaurant 1 & 2) en Scholt Energy (Winkel).
€ 2.672
€ 2.532
€ 2.502
76
‘WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG’ Wij zien een Nederland dat altijd in ontwikkeling is. Zowel sociaal als organisatorisch verandert er veel. Al meer dan 80 jaar volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. Daarbij staan we voor duurzaam advies en de implementatie hiervan. Altijd gericht op vooruitgang én echt iets kunnen betekenen voor mensen, organisaties en de maatschappij. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. In ons advies zijn we hard op de inhoud, maar houden rekening met de menselijke maat. Onze adviseurs doen er alles aan om complexe vraagstukken om te zetten naar praktische oplossingen waar u iets mee kan. Wij geven advies en bieden digitale oplossingen waarbij we ons focussen op: y y y y
Toekomst van werk en organisatie Energietransitie Toekomst van zorg Transformatie van openbaar bestuur
Berenschot Groep B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl
Betreft: Nettarief Stelsel Netbeheerders: misleiding: 20-40K per huishouden plus 800 miljard onnodige indirecte lastenverzwaring aan netwerk(uitbreiding)kosten Geachte Dames en Heren, Ik citeer uit het bijgevoegde (paard van Troje) Berenschot Rapport: 'Omdat het elektriciteitsnetwerk zo Moet (?) zijn ontworpen dat het ook op de drukste momenten niet overbelast raakt' Dat kan je dus eenvoudiger en goedkoper realiseren met: huishoudens en bedrijven zelf laten opwekken, zelf gebruiken, zelf overschotten opslaan en Niet terug leveren. Stroom die niet aangevoerd HOEFT te worden door zelf opwekken en stroom die niet terug geleverd MOET worden aan het netwerk dan raakt het netwerk ook niet overbelast of moet worden uitgebreid en scheelt het Iedereen 800 miljard euro en draagt de thuisbatterij niet bij aan netcongestie maar lost die juist netcongestie op. Berenschot heeft een rapport geschreven en wederom wordt iedereen afgeleid en misleid met prachtig consultancy jargon: 'grip geven op hun energierekening' en ‘aftoppen van zonnepanelen’ en ‘slimme sturing op vermogen’ en ‘draagvlak richting de consument’ en ‘heldere communicatie’ terwijl iedereen voor het 3e jaar op rij gewoon weer wordt misleid omdat de molensteen van de 800 miljard kostende netwerkuitbreiding operatie nog steeds gaande is (25 miljard per jaar) en om de nek van de Nederlanders hangt die dit niet weten.
Nederlanders die vaak ook geen keuze hebben omdat ze werken, van huis zijn tussen 08.00 en 18.00 maar wel nu de rekening gepresenteerd krijgen. In mijn plan gebruikt iedereen tegelijk eigen, groene zonnestroom en zijn ‘prikkels’ niet nodig. Netbeheer Nederland wil 800 miljard belastinggeld uitgeven maar communiceert dit niet in de media wat een schande is. Wanneer gaan de netbeheerders (‘energieadviseurs’- ex netbeheerders) zich aan de Nederlandse wet en hun eigen gedragscodes houden en wanneer stopt hun voortdurende misleiding met desinformatie en begint de ‘heldere communicatie’? Het rapport is uitgebreid en voor leken en bestuurders met weinig kennis van het onderwerp Lijkt het een oplossing maar het kernprobleem blijft bestaan: het terug leveren van stroom overschotten aan het netwerk en daarmee hun 800 miljard kostende (onnodige) netwerkuitbreidingen. Ze verdelen, verspreiden, verdunnen de netwerkuitbreiding kosten een beetje over verschillende bevolkingsgroepen, dagdelen en -maanden, -langere periode, goochelen met kWh cijfers en grafieken en plaatjes maar uiteindelijk betaald iedereen direct, indirect dus die 800 miljard zonder dat je er erg in hebt dat je 800 miljard betaald in x centen per keer.
Plus daarbij de kosten (20K-40K per huishouden gemiddeld) voor aanschaf van zonnepanelen, omvormers en huisbatterijen daarbij opgeteld moeten worden die daar geen 0% financieringsvorm of steun van de overheid voor krijgen.
Een klimaat neutrale samenleving krijg je alleen als er water uit de schoorstenen van fabrieken en uitlaten van vrachtwagens komen en de auto’s EV zijn. Dat gaat niet gebeuren op de manier waarop het nu gaat. Het alternatief wordt genegeerd. Stroom die niet aangeleverd hoeft te worden (zelf opwekken) en stroom die niet terug geleverd moet worden (zelf overschot opslaan) dan hoeft het netwerk ook niet zodanig uitgebreid te worden. De oplossing voor het klimaat-, stikstof-, energie transitie-, boeren/koeien-, kostprijs- problemen van Nederland. Er komen voor iedereen onnodige lastenverzwaringen aan van 25 miljard per jaar. Voor onnodige stroomnetwerk verzwaringen vanwege het verplicht terug leveren aan het netwerk (tot misschien wel 800 miljard euro, 77% van de economie). Iedere onwetende Nederlander/Bedrijf wat een stroom aansluiting heeft en stroom gebruikt en nu gedwongen stroom moet ‘delen’ of op halve kracht moet draaien omdat netbeheerders iedereen misleiden en de oplossing negeren. Deze oplossing is goedkoper, makkelijker en sneller en niet tegen de Nederlandse wet en neemt minder grond in beslag maar wordt al 4 jaar lang professioneel, structureel genegeerd wordt door overheid, kamer, netbeheer en media.
Als ieder huis/gebouw in Nederland met energieleverancier, met netbeheerder, aangesloten op een goed netwerk tussen April en September met eigen zonnepanelen, met aangepaste elektronica van de omvormers en batterijen zelf zo veel mogelijk opwekt voor eigen gebruik en niet terug levert aan het netwerk ontstaat er een situatie waarin ieder huis ‘op de eigen batterij loopt’. Het probleem van 18 miljoen mensen in 8 miljoen huizen die gemiddeld 131 verschillende elektrische apparaten hebben en Netbeheer weet niet wie, waar, welke apparaten, voor hoelang aandoet/uitdoet is dat in mijn oplossing: ieders thuisbatterij. Die die continu veranderende aantal combinaties (18 miljoen x 8 miljoen =144 miljard x 131= (1,96) 2x 10 tot de macht 16 (ongeveer) aan mogelijke combinaties buiten het netwerk houdt. Dan zijn er dus geen terug levering pieken, geen handel in elektriciteit geen ontladingen door energiemaatschappijen meer. 1richtingsverkeer. Het netwerk stabiel gehouden kan dus heel makkelijk worden gedaan door de netbeheerders met eigen stroom uit eigen wind/zonneparken die stroom kan simpel worden rondgepompt of getransporteerd voor een stabiel netwerk wat simpelweg niet voor 800 miljard euro uitgebreid hoeft te worden. Netbeheerders hoeven soms alleen maar de batterijen bij te laden wanneer de slimme meter dat nodig vindt.
Alleen bijladen, niet leeg laten trekken door netbeheerders want die hebben de thuisbatterij niet betaald en de schaarse 6K-20K oplaadt/ontlaadt cycli zijn bedoeld voor de bewoner en 20 jaar gebruik, niet de netbeheerder. Doordat iedereen zelf opwekt, zelf gebruikt, zelf de overschotten opslaat en niets terug levert is de stroomvraag minder en dus het ook het stroom aanbod op het netwerk. Tussen April en September heeft het netwerk dus geen tussen 0-70kWh continu variërende overschotten per huis te verwerken op zonnige dagen. Mensen kunnen dus ‘gratis’ een airco draaien op warme dagen, een EV opladen voor 1 euro, de meest groene inflatievrije stroom die er bestaat.
In de winter is het huidige netwerk sterk genoeg om met wind stroom de 7,9-16 miljoen (zand/zoutwater) batterijen te vullen waar dat nodig is in de avonduren/nachturen bijvoorbeeld. Individuele (niet aangesloten) zon/windparken kunnen direct aangesloten worden op groene waterstof productie containers wat het kip /ei probleem oplost voor de transportsector met deze ‘tankstations’ waarmee bestaande diesel vrachtwagens dan makkelijk en goedkoop omgebouwd worden naar waterstof elektrische vrachtwagens wat de uitstoot van CO2 en NOx vervangt door water. Dan is er dus de noodzaak om als drinkwater bedrijf intensief te gaan samenwerken met Provincies, Energie Maatschappijen, Waterschappen en groene waterstof producenten. Het smeltwater in de winter kan dus deels opgepompt worden om droogte te voorkomen en te destilleren. Dus spelen er opeens geen stikstof problemen meer bij woningbouw, boeren uitkopen of koeien wegdoen en Natura2000 gebieden. Problemen van uitstoot, energie transitie hebben als kernprobleem het terug leveren op het netwerk. In mijn plan onttrekt ieder huis x kWh stroom van het netwerk die niet meer geleverd hoeft te worden en x MW voor iedere fabriek die op eigen terrein x honderd/duizend zonnepanelen heeft liggen naar eigen behoefte en mogelijkheid.
Dat is de meest eerlijke oplossing want ‘gedrag’ en verbruik bepalen de prijs per installatie, In mijn plan kan iedereen tegelijk zonnepanelen en windmolens aanleggen op eigen dak of terrein en kan ieder bedrijf gewoon onmiddellijk een netwerkaansluiting krijgen. In mijn plan is de kWh prijs van het netwerk voor iedereen gelijk maar variabel en goedkoper in de zomer en duurder in de winter (windstil en grijs) en is de kWh prijs per systeem verschillend omdat prijs en ligging van elkaar verschillen. Een klein huis heeft minder zonnepanelen en batterijen nodig, een groot huis heeft meer zonnepanelen en batterijen nodig. Dat is het meest eerlijk. Is het iedere avond ‘Earth Hour’ met lichten uit en een kaarsje aan en om 22.00 slapen of is het iedere avond feest met 10 keer koffie en thee zetten en om 01.30 de lichten uit? Het kan niet zo zijn dat de kosten voor het netwerk en de ‘overheidslening’ van 100 miljard euro niet terugbetaald moet gaan worden door iedereen en dat die kosten een ‘investering’ zijn voor de pensioenfondsen en dat de terug lever kosten tegelijkertijd een ‘boete’ zijn voor de mensen met zonnepanelen. En dan moeten er nu ook bouwbedrijven helpen om het netwerk uit te breiden.
Het rendement van de pensioenfondsen en de winstmarge van de bouwbedrijven worden gewoon bij de toekomstige ‘kosten’ gerekend door netbeheerders en die sigaar is dus een sigaar uit eigen doos. Niemand ‘verdient terug’ met terug leveren, iedereen betaald 25 miljard per jaar. Als de Nederlandse regering alle overgebleven huizen nu zonder zonnepanelen een 40K 0% rente lening geeft met een looptijd van 20 jaar voor zonnepanelen en een batterij dan betalen zij 166 euro, 240 maanden lang voor groene, inflatievrije stroom zonder terug leveren. 193c-Burgerlijk Wetboek 6 Een handelspraktijk is misleidend indien informatie wordt verstrekt die feitelijk Onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of Kan misleiden.