13. Wensen en opvattingen 80% versie MRA Agenda ANONIEM.pdf
Tekst van het document
52
9.4
De regio groeit als kool, maar helaas hebben we naast de groei van het aantal inwoners ook de ongelijkheid zien toenemen. De inkomensongelijkheid is gegroeid, het voorzieningenniveau is in sommige deelregio’s uitgehold en niet overal is het mogelijk om op een gezonde manier te wonen. Bovendien staat de volkshuisvesting onder druk; voor veel mensen lastig om in onze regio een betaalbare woning te vinden. Dit is extra cru omdat we zien dat de plek waar je opgroeit in belangrijke mate bepaalt wat de kansen in je leven zijn. Amsterdam wil deze spiraal waar rijk rijker en arm armer wordt, tegengaan. Dit heeft niet alleen een morele grondslag, maar ook een economische. We kunnen immers niet zonder leraren, loodgieters en winkelpersoneel. Amsterdam wil daarom de komende jaren ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder het begrip Brede Welvaart, zie beantwoording bij 9.2.
9.5
In de nieuwe MRA-agenda willen we een punt op de horizon zetten. De MRA moet een klimaatneutraal en groen industriegebied worden. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De opbouw van de nieuwe MRA Agenda is gewijzigd ten opzichte van voorgaande versies: in plaats van acties of uitvoeringslijnen als vertrekpunt te nemen, redeneren we nu vanuit ambities: punten op de horizon die we gezamenlijk willen bereiken op de langere termijn. Daarin staan o.a. ook ambities als ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) en ambitie 4 (werklocaties), die goed passen bij de wens om onze industrie te verduurzamen.
9.6
Kansen voor natuurinclusieve inrichting van de MRA zullen we optimaal moeten benutten, om de nodige ruimte te geven aan de natuur én te kiezen voor een klimaatadaptieve toekomst. Door zelf duurzaam te produceren nemen wij als regio onze verantwoordelijkheid in de transitie naar een duurzamere en socialere wereld. De ecologische transitie heeft haast, en daarom willen we deze missie in sneltreinvaart bereiken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) raakt aan het in samenhang afwegen van keuzes (zie hoofdstuk 1 uit de Agenda). Bij het afwegen van keuzes bij of tussen ambities zijn waarden als natuur, biodiversiteit, ecologie waarden die mee worden genomen in de afwegingen die we maken (met als bijvoorbeeld water- en bodem sturend).
53
9.7
In het verwezenlijken van deze ambitie neemt het Noordzeekanaalgebied, waaronder de havens, een bijzondere plek in. Hier moeten grote, noodzakelijke investeringen voor de energietransitie landen, hier zal ruimte moeten zijn voor de circulaire economie en hier zullen fabrieken in rap tempo moeten verduurzamen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) en ambitie 4 (werklocaties).
9.8
Daarnaast zullen we ons in MRA verband samen sterk moeten maken voor een transitie in de landbouw. De landbouw voor dierlijke producten moet transformeren naar een landbouw met minder milieubelastende activiteiten. Zo kunnen we ook verdere bodemdaling en veenoxidatie tegengaan. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Voor landbouw of bodemdaling zijn geen aparte ambities opgenomen in de MRA agenda: zij raken aan heel veel van de andere ambities, en zijn waarden / belangen die we bij de realisatie van onze andere ambitie als wegingsfactor mee moeten nemen. Zie ook antwoord bij 9.6
9.9
Maar om een klimaatneutraal en groen industriegebied te worden zullen we ook genoeg geschoold personeel moeten hebben. Voor de economische ontwikkeling van de MRA vormen arbeidstekorten een uitdagend probleem. Tekorten hebben gevolgen voor de economische groei, verduurzaming en de concurrentiekracht van de MRA. Het tegengaan van arbeidstekorten vereist een geïntegreerde benadering waarbij zowel de woningmarkt als de arbeidsmarkt worden aangepakt. Dit omvat het creëren van meer betaalbare huisvesting in de regio, het stimuleren van gemengde woon-werkgebieden en het bevorderen van de ontwikkeling van hoogwaardige werkgelegenheid in verschillende delen van de regio. Het streven naar een evenwichtige verdeling van woningen en economische kansen kan bijdragen aan het verminderen van arbeidstekorten en het bevorderen van inclusieve groei in de MRA. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Deze punten hebben we een plek gegeven in ambitie 3 (arbeidsmarkt) en ambitie 5 (woningen), en ambitie 4 (werklocaties).
9.10 Om deze evenwichtige verdeling te bewerkstellingen willen we, zoals afgesproken in de NOVEX MRA, werk maken van de meerkernige ontwikkeling. Dit ontlast niet alleen het lokale en regionale mobiliteitssysteem, maar moet vooral worden ingegeven door het verlangen een metropool voor iedereen te bouwen, waar woonlocatie niet een belangrijke voorspeller is voor geluk of een kans op een baan. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 9.1.
54
9.11 Naast de NOVEX-MRA is ook de bedrijventerreinenstrategie een belangrijk middel om de evenwichtige groei te bewerkstelligen. We vragen daarin speciale aandacht voor de grondstoffentransitie, aangezien bedrijven die essentieel zijn voor een circulaire economie, vaak milieucontouren kennen of extra opslagruimte vragen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt is ondergebracht in ambitie 4 (werklocaties). 9.12 Tot slot willen we doorpakken met de Regionale Ontwikkelmaatschappij (ROM) InWest. De publiek-private samenwerking achten wij essentieel om onze duurzaamheidsdoelen te bewerkstelligen. Hierin zien we ook een belangrijke rol voor samenwerking met de Economic Board weggelegd. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De ambities die in de nieuwe MRA Agenda worden opgenomen vinden we als samenwerkende overheden belangrijk als stip op de horizon, maar we beseffen ons ook dat we ze niet alleen kunnen realiseren. Bij alle ambities is samenwerking nodig met partners uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen, sociaal-maatschappelijke instellingen, waterschappen, de Rijksoverheid en Europese partners, in wisselende coalities, afhankelijk van het onderwerp. Hoe we dit operationaliseren krijgt straks vorm in het meerjarig uitvoeringsprogramma. 9.13 We zullen als regio werk moeten maken van volkshuisvesting door veel, in het juiste segment, op een duurzame manier te bouwen.
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen) 9.14 Daarnaast zullen we ons ruimtelijk beleid moeten stoelen op wat er vanuit water en bodem mogelijk is. We zullen de consequenties hiervan moeten durven aanvaarden. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie antwoord bij 9.6 9.15 Niet al onze plannen kunnen, en de daaruit komende pijn moeten we samen opvangen en verdelen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt hopen we te ondervangen door Brede Welvaart en Meerkernigheid (als centraal begrip in onze Verstedelijkingsstrategie) goed te operationaliseren in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma.
55
9.16 Om de stad en de regio verantwoord te laten groeien, heeft. Amsterdam een nieuwbouwambitie van 7.500 woningen per jaar. Met het 40-40-20 beleid willen we bewerkstelligen dat lage- en middeninkomens in de stad kunnen blijven wonen. De Amsterdamse productie is echter niet genoeg om de vraag vanuit deze groepen op te vangen. In de Woondeal MRA is dan ook afgesproken dat alle gemeenten binnen de regio hun aandeel nemen in de opgave voor meer betaalbare woningen waaronder meer sociale huur. Een evenredige inzet vanuit elke gemeente in de MRA is noodzakelijk om de groeiende groep mensen binnen de aandachtsgroepen te huisvesten Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen). 9.17 We willen daarnaast kijken of gesprekken over woonmilieus kunnen resulteren in afspraken over verschillende doelgroepen, zoals ouderen maar ook studenten. De afgelopen jaren hebben we als regio laten zien dat woningbouw en duurzaamheidsambities samen kunnen gaan. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen). 9.18 In de Green Deal Houtbouw hebben we de eerste stappen gezet naar circulair bouwen. De komende jaren willen we onderzoeken of we samen kunnen doorpakken op biobased bouwen, circulaire materialen en het creëren van energiezuinige woningen.
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen), ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) en ambitie 4 (werklocaties). 9.19 Daarbij willen we ook kijken naar energiearmoede, want iedereen moet mee kunnen profiteren van de energietransitie. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio), en is geborgd door Brede Welvaart als uitgangspunt te nemen voor al onze ambities. 9.20 Een andere duurzaamheidsambitie in de woningbouw die in regionaal verband meer aandacht verdient is natuurinclusiviteit, zowel in de bestaande bouw als in de nieuwbouw. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen) en ambitie 4 (werklocaties). 9.21 Als regio is het onze uitdaging om deze enorme groei een plek te geven, zonder onze identiteit te verliezen of in te boeten op ons welzijn. We bouwen immers niet alleen woningen, maar complete steden, met scholen, zorginstellingen, culturele voorzieningen en (natuur)recreatiemogelijkheden. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen) en ambitie 4 (werklocaties). Recreatie valt onder ambitie 5 (woningen) en 7 (toerisme en recreatie).
56
9.22 Het bouwen van woningen zal binnenstedelijk opgevangen moeten worden. Zo kunnen we het landschap openhouden, ons erfgoed bewaren en ook ruimte bieden aan recreatie. Bovendien hebben we het landschap hard nodig hebben om de klimaatopgaven op te vangen. De regio is immers kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering, in de vorm van weersextremen (hitte, droogte, neerslag) en overstromingsrisico’s. We moeten ons hier als regio gezamenlijk op voorbereiden en ons hieraan aanpassen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (klimaat neutrale regio), ambitie 5 (woningen), ambitie 1 (werklocaties), ambitie 6 (cultuurhistorisch erfgoed en landschap) en ambitie 7 ( toerisme en recreatie) 9.23 Vraagstukken waar we als regio gezamenlijk in moeten optrekken zijn onder andere de kwetsbaarheid van het regionale watersysteem dat aan haar grens zit; extra afvoer (in geval van een overstroming of hevige neerslag) is niet mogelijk. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 9.8 en bij 9.14. 9.24 Bij veel van bovenstaande opgaven zullen we als MRA, samen met het Rijk naar een (nieuw) instrumentarium moeten zoeken of nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 9.12.
9.25 Om de stad in de toekomst leefbaar te houden, voldoende ruimte te maken/behouden voor gezonde vormen van mobiliteit én de luchtkwaliteit te verbeteren, zal het gebruik van de openbare ruimte veranderen. Daarbij is een verandering van onze mobiliteit onvermijdelijk. De komende jaren willen we samen met de regio en het Rijk stappen zetten om het Multimodaal Toekomstbeeld uit te rollen. Zo mitigeren we de mogelijk nadelige gevolgen die het Amsterdamse beleid kan hebben voor een bredere omgeving en versterken we de regionale mobiliteitsnetwerken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers). 9.26 We zullen samen moeten investeren in een betaalbaar OV met een afdoende dekkend netwerk. Dit moet de regio voor iedere bewoner en gebruiker bereikbaar houden ongeacht woonlocatie of inkomen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers).
57
9.27 Een belangrijke rol zien we in het verder uitbreiden van het fietsnetwerk, waarbij het slechten van barrières zoals water en snelwegen niet mag worden vermeden. Daarnaast willen we doorpakken op de mobiliteitshubs, gekoppeld aan slimme mobiliteit. Op deze manier maken we het voor reizigers vanuit een autoafhankelijke deelregio aantrekkelijker om hun reis richting de stad op een gegeven moment te vervolgen met het openbaar vervoer, de fiets of deelmobiliteit. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers). 9.28 En omdat veel inwoners van Amsterdam geen auto hebben, is het belangrijk om in deze hubs ook genoeg deelmobiliteit te faciliteren. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers). 9.29 Naast personenvervoer zetten we ook in op duurzame logistiek/goederenvervoer. Goederenvervoer is belangrijk voor onze economie, maar vormt ook een aanzienlijk aandeel in de belasting van ons regionaal mobiliteitsnetwerk. Om de plek van goederenvervoer in ons toekomstig mobiliteitsnetwerk te garanderen, gaan we met het bedrijfsleven, betrokken overheden en het maatschappelijk veld op zoek naar de juiste ruimtelijke keuzes om dit mogelijk te maken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit en verduurzaming goederenvervoer en logistiek).
9.30 Het succes van onze regionale samenwerking is afhankelijk van de samenwerking met de bewoners, bedrijven en stichtingen in onze regio, en vooral ook het Rijk. De MRA zal de komende jaren daarom nog meer moeten inzetten op een gezamenlijk geluid naar Den Haag en het versterken van de triple helix.
58
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 9.12. Welke onderwerpen we centraal stellen in onze lobby activiteiten, daarover stemmen we af in de PHO’s, Platforms en het MRA Bestuur. 9.31 Daarnaast hebben wij een steeds grotere behoefte om gezamenlijk sociale vraagstukken te bespreken. Dit is inhoudelijk ingegeven door de groeiende sociale ongelijkheid en het groeiende takenpakket van gemeentes. Procesmatig zien we de kracht die een gezamenlijk geluid kan maken in Den Haag om tot structurele beleidsmaatregelen en middelen te komen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De sociale vraagstukken raken aan bijna alle ambities. We hebben daarom Brede Welvaart als uitgangspunt genomen voor alle ambities: bij alle afwegingen die we maken bij de realisatie van onze ambities of de uitvoer van acties, vragen we ons af hoe dat bij kan dragen aan het versterken van Brede Welvaart. 9.32 Tot slot zien we dat het Rijk tientallen beleidsprogramma’s en NOVEX-gebiedsgerichte programma’s vanuit de Nationale Omgevingsvisie vaststelt. Dit legt een groot beslag op onze gezamenlijke uitvoeringscapaciteit, beschikbare middelen en besluitvormingsprocedures. Voor een daadkrachtige en wendbare regio lijkt het ons daarom verstandig om het moment van een nieuwe MRA-agenda ook te gebruiken om goed kijken naar hoe we sturen op de veelheid aan opgaven, programma’s en projecten.
Als het aan Amsterdam ligt kijken we goed waar we het Rijk kunnen uitnodigen bij reguliere ambtelijke overleggen van de MRA. We brengen in kaart op welke prioriteiten dit wenselijk kan zijn. Plek in de nieuwe MRA Agenda: In de nieuwe MRA agenda redeneren we vanuit ambities in plaats van uit acties of uitvoeringslijnen. Bovendien proberen we die ambities concreter te maken door indicatoren te benoemen aan de hand waarvan we inzichtelijk kunnen maken in hoeverre onze ambities gerealiseerd zijn. Dat geeft richting aan de acties en projecten die we uitvoeren. Daarbij moet vermeld worden dat we een veelzijdige en gecompliceerde regio zijn, met veel verschillende inhoudelijke belangen en kansen. Als we focussen op een zeer beperkt aantal inhoudelijke punten, vallen andere punten af die ook evident op regionale schaal moeten worden opgepakt, en die we ook heel belangrijk vinden. We kijken daarom goed naar welk onderwerp we op welke schaal en met welke coalitie we moeten oppakken. Dat werken we uit in een Meerjarig Uitvoeringsprogramma. Of we het Rijk uitnodigen aan gesprekstafels in de MRA, is aan de betreffende gremia om zelf te bepalen. Bij het Platform Mobiliteit zijn bijvoorbeeld al met enige regelmaat nationale partners als Rijkswaterstaat of de NS aanwezig.
59
10. Provincie Noord-Holland Algemeen De Provincie Noord-Holland geeft in haar propositie aan dat zij graag vanuit een openhouding samen wil werken met gemeenten, andere provincies en het rijk, vanuit het besef dat overheden in toenemende mate met elkaar verweven raken. Gezien de schaal van ruimtelijke vraagstukken is bestuurlijke samenwerking ook hard nodig, mede gelet op het feit dat regio’s in toenemende mate te maken krijgen met de doorwerking van Europese regelgeving. Dit besef van verbondenheid zet aan tot samenwerken over de eigen bestuurlijke grenzen heen, onder andere door intensiever samen te werken met het Rijk en richting de EU. Zij vragen aandacht voor de vraag welke thema’s en bijbehorende activiteiten de MRA oppakt, en waarvoor primair de beide provincies (of de gemeenten) aan de lat staan. Meer helderheid daarover versterkt de focus van bestuurlijke overleggen en zorgt voor een efficiënte inzet van ambtelijke ondersteuning. Ook wordt de positie van kleine gemeenten in de MRA samenwerking aangehaald: zij moeten binnen de MRA voldoende aan hun trekken kunnen komen. Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland heeft de wens geformuleerd om uitgebreider en concreter geïnformeerd te worden over de resultaten die door de MRA worden bereikt. Dat vraagt van een nieuwe MRA Agenda dat daarin concretere en meetbaarder doelen worden opgenomen dan in de huidige agenda.
Tegen de achtergrond van problemen die in politiek Den Haag en in Europa hoog op de agenda staan, kunnen sommige Statenfracties zich voorstellen dat de inhoudelijke scope van de MRAsamenwerking ongewijzigd blijft, maar het begrip ‘brede welvaart’ een richtsnoer wordt voor de afwegingen die worden gemaakt op de bestaande beleidsterreinen. Noord-Holland vindt het belangrijk dat in de nieuwe MRA-Agenda expliciet wordt gemaakt welke keuzes worden gemaakt in het kader van brede welvaart (hier & nu, later en elders). Reflectie Het Bestuur herkent het belang van duidelijkheid over rollen, en wat op welk schaalniveau moet worden opgepakt. Hiertoe zal in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma inzichtelijk worden gemaakt welke actie het beste op welk schaalniveau kan worden belegd. De samenwerking die we de afgelopen jaren hebben opgebouwd voor de lobby richting Rijk en Europa zetten we vol energie en overtuiging voort. De positie van kleinere gemeenten bewaken we zorgvuldig, ook door meerkernigheid centraal te blijven stellen. Over de mate van concreetheid en meetbare doelen is in de Algemene Vergadering van 9 februari afgesproken dat we geen SMART geformuleerde doelstellingen of indicatoren in de MRA Agenda opnemen, en dat we in zijn algemeenheid waken voor een te hoge mate van concreetheid. We stellen in de MRA Agenda ambities voor de langere termijn, en
60
werken in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma uit welke acties we daartoe de komende vier jaar gaan uitvoeren. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt hoe alle losse inhoudelijke punten uit de propositie een plek hebben gekregen in de nieuwe MRA Agenda. 10.1 Deze partijen vinden het belangrijk dat iedereen die dat wil, een passende woning kan vinden in Noord-Holland. Daarom is in Verbindend Vooruit! afgesproken om in de periode tot 2030 184.000 nieuwe woningen in Noord-Holland te bouwen, waarvan 40.000 in Noord-Hollandnoord en 144.000 binnen de MRA. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 5 (woningen). 10.2 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan de energietransitie en het energienet uitbreiden Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 10.3 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan de natuur versterken Plek in de nieuwe MRA Agenda: Voor natuur of biodiversiteit zijn geen aparte ambities opgenomen in de MRA agenda: zij raken aan heel veel van de andere ambities, en zijn waarden / belangen die we bij de realisatie van onze andere ambitie als wegingsfactor mee moeten nemen.
10.4 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan de luchtkwaliteit verbeteren Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt is geborgd door Brede Welvaart als uitgangspunt te nemen voor alle ambities: bij alle ambities kijken we naar hoe keuzes of acties voor die ambities bij kunnen dragen aan de Brede Welvaart. Daar valt gezondheid (en dus ook een verbetering van de luchtkwaliteit) ook onder. 10.5 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan de klimaatcrisis tegengaan Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 10.6 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan het voorzieningenniveau in stand houden Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 5 (woningen).
61
10.7 Daarnaast willen wij de komende jaren verder werken aan helpen bij de transitie naar duurzame visserij Plek in de nieuwe MRA Agenda: In de nieuwe MRA Agenda is geen aparte ambitie opgenomen voor de visserij, maar dit punt raakt wel aan ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio). Voor visserij hebben we binnen de MRA echter geen specifieke ambities of beleid, ook niet met de nieuwe Agenda. 10.8 Daarnaast willen wij de komende jaren oog houden voor een toekomstbestendige landbouw met een verdienmodel. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Voor landbouw of voedselvoorziening zijn geen aparte ambities opgenomen in de MRA agenda: zij raken aan heel veel van de andere ambities, en zijn waarden / belangen die we bij de realisatie van onze andere ambitie als wegingsfactor mee moeten nemen. 10.9 We vinden dierenwelzijn een belangrijke waarde in ons handelen en beleid. We verwachten daarom ook dat MRA-activiteiten zoveel mogelijk rekening houden met de dieren die in onze regio leven. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit maakt onderdeel uit van het begrip Brede Welvaart. 10.10 Ook het verbeteren van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economie zijn voor ons belangrijke speerpunten, waarbij de menselijke maat niet uit het oog moet worden verloren.
Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 8 (mobiliteit inwoners en bezoekers) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht) en het begrip Brede Welvaart. 10.11 We streven naar een goede balans tussen wonen, werken en gezondheid en gaan bedrijven ondersteunen om de transitie naar meer duurzame en schone productieprocessen te kunnen maken. Voor vervuilende bedrijven die deze transitie op termijn niet kunnen of willen maken is geen toekomst. Ook bij Tata Steel blijft de coalitie zich inzetten om de impact op de leefomgeving, het milieu en het klimaat terug te dringen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio), ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 5(woningen). 10.12 We zetten in op samenwerking tussen scholen en bedrijfsleven en willen dat de opleidingen van nu aansluiten bij de vraag van morgen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt).
62
10.13 Als nieuw provinciebestuur willen we vanuit een open houding samenwerken met gemeenten, andere provincies en het Rijk, in het besef dat overheden in toenemende mate met elkaar verweven raken. Gezien de schaal van ruimtelijke vraagstukken is bestuurlijke samenwerking ook hard nodig, mede gelet op het feit dat regio’s in toenemende mate te maken krijgen met de doorwerking van Europese regelgeving. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De ambities die in de nieuwe MRA Agenda worden opgenomen vinden we als samenwerkende overheden belangrijk als stip op de horizon, maar we beseffen ons ook dat we ze niet alleen kunnen realiseren. Bij alle ambities is samenwerking nodig met partners uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen, sociaal-maatschappelijke instellingen, waterschappen, de Rijksoverheid en Europese partners, in wisselende coalities, afhankelijk van het onderwerp. Hoe we dit operationaliseren krijgt straks vorm in het meerjarig uitvoeringsprogramma. 10.14 Dit besef van verbondenheid zet aan tot samenwerken over de eigen bestuurlijke grenzen heen. Vanuit die houding willen wij in de NOVEX MRA samenwerken met het Rijk, om te komen tot een uitvoeringsagenda en een Regionale Investeringsagenda. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De inspanningen voor de NOVEX continueren we. Dit beschouwen we als een goed middel om onze ambities (die we in de MRA Agenda benoemen) te verwezenlijken.
10.15 Samenwerking met gemeenten en met regio’s, zoals de samenwerking in de regio Noord-Holland Noord en in de MRA, zien wij niet als een beperking van onze eigen beleidsvrijheid, maar juist als een aanvulling daarop en als een kans om grote maatschappelijke opgaven te realiseren en draagvlak te verwerven voor provinciaal beleid. Het is in dat kader aan te bevelen dat de nieuwe MRA Agenda een reflectie bevat op de vraag welke thema’s en bijbehorende activiteiten de MRA oppakt, en waarvoor primair de beide provincies aan de lat staan. Meer helderheid daarover versterkt de focus van bestuurlijke overleggen en zorgt voor een efficiënte inzet van ambtelijke ondersteuning. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De ambities die in de nieuwe MRA Agenda worden opgenomen vinden we als samenwerkende overheden belangrijk als stip op de horizon, maar we beseffen ons ook dat we ze niet alleen kunnen realiseren. Samenwerking is daarbij essentieel, maar het zal ook vragen om acties op verschillende niveaus: sommige dingen moeten we op MRA schaal oppakken, anderen juist door provincies of gemeenten. En soms moeten we nationaal of internationaal schakelen. Hoe we dat precies operationaliseren maken we inzichtelijk in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma.
63
10.16 We beschouwen de samenwerking in de MRA als nuttig en noodzakelijk en willen die in de komende bestuursperiode met kracht voortzetten, ook voor wat betreft de gezamenlijke belangenbehartiging richting Den Haag en Brussel. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 10.13. Welke inhoudelijke punten we gezamenlijk oppakken richting Den Haag of Brussel, daarover stemmen we af in de PHO’s, Platforms en het MRA Bestuur. 10.17 Door de Staten wordt naar voren gebracht dat ook kleinere gemeenten binnen de MRA voldoende aan hun trekken moeten kunnen komen, en de regionale samenwerking niet al te zeer een samenwerking zou moeten zijn waarbij de grotere en meer verstedelijkte gemeenten de dienst uitmaken. Daarvoor is het van belang dat de voorzieningen van kleinere gemeenten mee worden genomen in de nieuwe MRA-Agenda. Dit sluit goed aan bij het coalitieakkoord waarin staat dat de provincie zich inspant om ook voorzieningen samen met gemeenten op peil te houden. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt borgen we door de twee begrippen Brede Welvaart en Meerkernigheid een centrale plek te geven in de MRA Agenda en het Meerjarig Uitvoeringsprogramma. Waar mogelijk proberen we keuzes of acties die we op MRA schaal maken zoveel mogelijk bij te laten dragen aan die begrippen.
10.18 Al eerder (in de vorige Statenperiode) is vanuit PS de wens geformuleerd om uitgebreider en concreter geïnformeerd te worden over de resultaten die door de MRA worden bereikt. Dat vraagt van een nieuwe MRA Agenda dat daarin concretere en meetbaarder doelen worden opgenomen dan in de huidige agenda. Plek in de nieuwe MRA Agenda: De nieuwe MRA Agenda is opgebouwd vanuit ambities, die we zo goed mogelijk door proberen te vertalen in concrete indicatoren, aan de hand waarvan we inzichtelijk kunnen maken in hoeverre onze ambities zijn gerealiseerd. Deze geven bovendien ook richting aan de acties die we uit gaan voeren. In het Meerjarig Uitvoeringsprogramma werken we uit wat we de komende vier jaar concreet gaan doen. 10.19 Daarbij realiseren wij ons terdege dat een goede samenwerking zich niet in alle opzichten laat vatten in prestatie-indicatoren, maar wel dat verantwoord kan worden wat de samenwerking oplevert. Voorop staat daarbij dat de samenwerking in MRA-verband zich richt op díe onderwerpen die de deelnemers afzonderlijk niet kúnnen realiseren. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Communicatie en draagvlak blijft voortdurend van belang. De afgelopen jaren hebben we grote stappen gezet om deze te verbeteren, en deze lijn willen we in de toekomst voortzetten.
64
10.20 Tegen de achtergrond van problemen die in politiek Den Haag en in Europa hoog op de agenda staan, kunnen sommige Statenfracties zich voorstellen dat de inhoudelijke scope van de MRA-samenwerking ongewijzigd blijft, maar het begrip ‘brede welvaart’ een richtsnoer wordt voor de afwegingen die worden gemaakt op de bestaande beleidsterreinen. Noord-Holland vindt het belangrijk dat in de nieuwe MRA-Agenda expliciet wordt gemaakt welke keuzes worden gemaakt in het kader van brede welvaart (hier & nu, later en elders). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Brede Welvaart is in de nieuwe MRA Agenda uitgangspunt voor alle ambities. Bij alle afwegingen die we moeten maken en alle acties die we willen gaan uitvoeren is een positieve bijdrage aan de Brede Welvaart uitgangspunt. Hoe we dit precies operationaliseren werken we de komende tijd concreter uit. Uitgangspunt daarbij is de systematiek die we reeds in de steigers hebben staan vanuit de Economische Verkenningen van de MRA (EVMRA). 10.21 De bestuurlijke samenwerking in de MRA richt zich primair op fysieke thema’s, waarbij wij van mening zijn dat bij deze thema’s een gezonde leefomgeving een leidend principe moet zijn.
Overigens blijft naar de mening van de Staten ook bij een mogelijke thematische verbreding van de inhoudelijke scope van de MRA het uitgangspunt gelden dat het democratisch mandaat blijft liggen bij raden en Staten en de provincie geen bevoegdheden overdraagt aan de Metropoolregio. Plek in de nieuwe MRA Agenda: zie beantwoording bij 10.20
65
11. Platform Economie 11.1 We herkennen we niet alleen de schaduwzijden van ons economische succes, we erkennen ze ook als een bedreiging. De luchtkwaliteit, biodiversiteit en waterveiligheid staan onder druk, de onevenwichtigheden op de arbeids- en woningmarkt leiden tot toenemende verschillen tussen inwoners en we spreken inmiddels van over toerisme op verschillende plekken. Kortom, een blijvend robuuste en toekomstbestedige MRA vereist een economische dynamiek die nadrukkelijk samengaat met een verbetering van het leefklimaat én waarin iedereen gelijke kansen heeft volwaardig te functioneren. Dit betekent dus: inzetten op brede welvaart en daarmee voortdurend de balans zoeken (cq keuzes maken) tussen versterken duurzaamheid, vergroten sociale samenhang en stimuleren economische dynamiek. (conform de ‘brede welvaartsdriehoek’ uit de Economische Verkenningen). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Brede Welvaart is in de nieuwe MRA Agenda uitgangspunt voor alle ambities. Bij alle afwegingen die we moeten maken en alle acties die we willen gaan uitvoeren is een positieve bijdrage aan de Brede Welvaart uitgangspunt. Hoe we dit precies operationaliseren werken we de komende tijd concreter uit. Uitgangspunt daarbij is de systematiek die we reeds in de steigers hebben staan vanuit de Economische Verkenningen van de MRA (EVMRA).
11.2 Juist niet alleen de kernstad Amsterdam, maar ook de andere grotere stedelijke gebieden moeten zich de komende jaren verder ontwikkelen met voldoende woningen, bedrijvigheid en voorzieningen. Dit enerzijds vanuit eigen kracht, maar anderzijds juist ook door het benutten van de onderlinge verbanden binnen de MRA. In termen van economische dynamiek is de meerkernige metropool een suboptimale ontwikkeling. Immers, de agglomoratie-effecten worden met de beoogde spreiding van economische activiteiten minder benut. Maar daar tegenover staan positieve sociale effecten (betere woon-werkbalans, verscheidenheid in woonmilieus etc.); de duurzaamheidseffecten zijn ondermeer het behoud van het landschap en het klimaat-adaptief inrichten van de MRA. Ook veronderstelt deze meerkernige ontwikkeling, dat er in de verschillende deelregio’s voldoende ruimte is voor economische activiteiten, dat deelregionale specialisaties voldoende mogelijkenheden krijgen voor doorontwikkeling, mede door hun onderlinge samenwerking op MRA schaal. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Meerkernigheid is in de nieuwe MRA Agenda een belangrijk begrip. Bij alle afwegingen die we moeten maken en alle acties die we willen gaan uitvoeren is een positieve bijdrage aan de Meerkernigheid uitgangspunt. Hoe we dit precies operationaliseren werken we de komende tijd concreter uit.
Uitgangspunt daarbij is de systematiek die we reeds in de steigers hebben staan vanuit de Economische Verkenningen van de MRA (EVMRA).
66
11.3 Ook in het kader van de meerkernige ontwikkeling gaat het bij de economische dynamiek niet louter om het aantal arbeidsplaatsen, maar juist ook om het optimaal faciliteren van het voorzieningenniveau van de deelregio’s. Dit betekent dus ook dat de deelregio’s voldoende ruimte beschikbaar hebben voor bedrijvigheid, zoals onderhoudsbedrijven, logistiek en groothandel en productie- en hergebruikfaciliteiten. Idealiter zijn er per deelregio enkele clusters/ecosystemen van bedrijven, samen met opleidings- en/of kennisinstellingen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht). 11.4 Wél moeten we ons realiseren, dat de economie zich natuurlijk niet laat sturen. Maar juist door ruimte te bieden en actief (onderschedende) ecosystemen te helpen ontwikkelen, kan ook vanuit de economische ontwikkeling bijgedragen worden aan de meerkernige metropool. In dit kader vraagt de (economische) positie van Almere de komende jaren wellicht de meeste aandacht. Als tweede stad (qua inwoners) van de MRA, met een jonge beroepsbevolking en nog voldoende ontwikkelruimte liggen er mogelijkheden voor een substantiële versterking van het economisch profiel. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 4 (werklocaties) en ambitie 2 (concurrentie en innovatiekracht).
11.5 De ambities in het kader van ‘brede welvaart’ en ‘meerkernige metropool’ moeten we plaatsen binnen de context van schaarste aan ruimte, arbeidskrachten, sociale inclusie, energie, schone lucht, zoet water, bio-diversiteit etc. (gek genoeg lijkt schaarste aan geld minder het geval, al zijn de vooruitzichten voor de gemeentefinanciën de komende jaren niet goed). Veel van genoemde schaarsten – met name die gerelateerd zijn aan een duurzame toekomst en sociale vraagstukken - zijn wellicht ook de directe aanleiding om veel meer vanuit de brede welvaart te denken en te doen. Hierbij schuilt het gevaar van afwenteling in de tijd (dat lossen we later wel op!) of naar plaats (die ruimtevreter of vervuiler kan wel ergens anders in het land of de wereld). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt ondervangen we door Brede Welvaart uitgangspunt te maken voor alle ambities. Dat geeft richting aan de keuzes die we moeten maken of de acties die we willen uitvoeren.
67
11.6
Tegelijkertijd: de energieschaarste agv congestie elektriciteitsnet is wellicht iets van tijdelijke aard (prognose: congestie zeker tot 2030) en zijn veel sociale vraagstukken het gevolg van landelijk beleid. Anders is dit t.a.v. de schaarste aan ruimte. Komt deze niet vooral voort uit de regionale wens of noodzaak om alle ruimteclaims (wonen, werken, mobiliteit, landbouw, recreatie, natuur en water) allemaal in de regio te willen accommoderen, waardoor er voor geen van allen voldoende ruimte is? Wordt het geen tijd om explicieter en meer integraal de afweging te maken van wat we wel en wat we niet nog ruimtelijk willen accommoderen? Wat hierbij wel compliceert, is dat sommige zaken (bv ruimtebehoefte wonen & werken of tekorten arbeidsmarkt) duidelijk kwantificeerbaar zijn, maar andere (luchtkwaliteit, biodiversiteit) veel lastiger. Dat maakt een objectieve discussie over mogelijke uitruil lastig. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt hang samen met veel van de ambities, en komt terug als afweging bij keuzes die we moeten maken (zie hoofdstuk 1 van de Agenda)
11.7 Het is glad ijs, maar gelet op genoemde schaarsten (en in relatie tot onze ambities) moeten we misschien toe naar lijstjes van welke zaken we in welke omvang ruimtelijk nog wel willen faciliteren, en welke niet. En dat dan op basis van zo integraal en objectief mogelijke afwegingen. Dus: als we voorop willen blijven lopen in de digitalisering, dan liever datacenters dan glastuinbouw? Misschien wat minder woningbouw en meer waterberging? Minder landschap en meer werklocaties? En zo zijn er nog veel meer afwegingen te maken – die we vermoedelijk nog nooit integraal hebben gedaan! (zelfs niet in de Verstedelijkingsstrategie/NOVEX MRA) ). Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt hang samen met veel van de ambities, en komt terug als afweging bij keuzes die we moeten maken (zie hoofdstuk 1 van de Agenda) 11.8 Over de noodzaak van de grote transities op het gebied van energie, arbeid, digitalisering en productieketens lijkt geen discussie te bestaan; zo zijn ze ook nadrukkelijk opgenomen in de Transitieversneller. Wél over de vraag hoe, wie en in welk tempo. En dus nadrukkelijk over de rol van de MRA en op wel abstractieniveau. Ten aanzien van digitalisering en productieketens heeft de MRA slechts op een aantal onderdelen (datacenters, voedsel, textielafval) tot op heden geacteerd.
Door deze thema’s nadrukkelijker vanuit brede welvaart te benaderen, is het goed denkbaar dat de MRA-rol groter wordt (bv mbt digitalisering in onderwijs en zorg; regionale voedselketens, ketens in kader circulaire economie). Voor energie zijn de provincies via de RES’sen primair aan zet. Vanuit Brede Welvaart is het echter cruciaal dat energierechtvaardigheid een volwaardig onderdeel is van de energie transitie-strategieen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) en onder het begrip Brede Welvaart.
68
11.9 Zo staat PLABEKA / Bedrijventerreinenstrategie sterk in het teken van bijdragen aan de meerkernige ontwikkeling, met name door het inzetten van het spreiden van ruimte voor bedrijven – maar moet de bijdrage aan brede welvaart nog nadrukkelijker in beeld worden gebracht. De rol van de MRA is agenderend en regie-voerend (plus ondersteunend onderzoek en monitoring) Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 4 (werklocaties) en onder het begrip Brede Welvaart. 11.10 Samen met de ruimtelijke economische vraagstukken, zijn de knelpunten op de arbeidsmarkt vermoedelijk de belangrijkste dossiers vanuit economie in de nieuwe MRA Agenda. Waar in de afgelopen jaren de rol van de MRA sterk lag bij het aanjagen van publiek-private samenwerkingen, zal de komende periode vooral ingezet worden op opschaling van de diverse initiatieven. Ook het bevorderen van meer samenwerking tussen de verschillende partijen en organisaties staat hoog op de agenda. ( nog aanscherpen op basis van lopend BIRCH onderzoek) Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.11 Gezien de demografische ontwikkelingen en arbeidsmarktprognoses is het aannemelijk dat we de komende tijd te maken hebben met structurele tekorten op de arbeidsmarkt. Met alle gevolgen van dien.
Het onvermogen om de energietransitie tijdig te realiseren, te weinig tempo in de noodzakelijke digitalisering van de economie, een onevenwichtige arbeidsmarkt met grote mismatch. We zien dat zelfs in tijden van historische arbeidsmarktkrapte mensen nog steeds aan de kant staan, of onvoldoende mobiel zijn om wendbaar te bewegen op de arbeidsmarkt en hiermee bij te dragen aan hun maatschappelijke en economische ontwikkeling. De urgentie neemt alleen maar toe. Het is een sociale, maar ook economische noodzaak om in te zetten op de arbeidsmarktvraagstukken. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.12 (Door)ontwikkeling arbeidsmarktinstrumentarium en dienstverlening Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.13 Stimuleren en ontwikkelen van werk naar werk mobiliteit Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.14 Het stimuleren van Leven Lang Ontwikkelen Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt).
69
11.15 Het bereiken van onbenut arbeidspotentieel Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 3 (arbeidsmarkt). 11.16 Vanuit het ‘brede welvaarts-denken’ wordt duurzaamheid feitelijk een integraal onderdeel van alle activiteiten die we oppakken. Maar tegelijkertijd zijn er acties die specifiek vanuit de circulaire doelstellingen zijn ingezet (zie daarvoor ook in de bijlage de nadere uitwerking) en voortzetting vragen – zoals bv circulair inkopen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 11.17 In de eerste plaats, we determineren in de huidige agenda wel de samenwerking, doen daarop ook ferme bestuurlijke afspraken, maar vervolgens schort het te vaak aan de implementatie bij de afzonderlijke MRA overheden. Dit moet met de nieuwe MRA agenda echt veranderen. We moeten dit bestuurlijk aan de orde stellen en bereid zijn meer bindende afspraken te maken. We kunnen niet blijven steken in globale afspraken zonder expliciete uitspraken over het eigenaarschap voor de uitvoering daarvan. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt herkennen we. We gaan daarom bij de operationalisatie van de ambities in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma ook inzichtelijk maken wat op welke schaal moet gebeuren, en wie daarbij welke rol heeft. 11.18 Een tweede aspect betreft de verbreding.
Vanuit het ‘nieuwe normaal’, de brede welvaart invalshoek en de integrale duurzame gebiedsontwikkeling, neemt het aantal onderwerpen dat we MRA breed zullen moeten oppakken toe. Dit raakt ook het onderdeel ‘anders kijken, anders doen’. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt herkennen we. We hebben een complexe regio met veel verschillende inhoudelijke belangen en kansen. We maken daarom in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma goed inzichtelijk wat we in welke coalities moeten oppakken, en wat daarbij onze propositie is naar onze triple helix partners en richting Rijk en EU. 11.19 Het gaat er om dat de nieuwe agenda duidelijkheid geeft over: Wie zit er aan tafel? Wie geeft mandaat om risico’s te nemen en innovatie aan te jagen? Wie wordt afgerekend op het behalen van de doelstellingen? Plek in de nieuwe MRA Agenda: Zie beantwoording bij 11.17 en 11.18.
70
11.20 Anders kijken en doen, betekent het komen tot scherpe keuzes over wat nodig is. Eerlijk zijn naar elkaar. Als met de nieuwe agenda niet de bestuurlijke discussie wordt gevoerd dat we echt lokaal wat zullen moeten inleveren om de problemen van vandaag op te pakken, blijft de agenda steken in segmentering en intenties. De agenda biedt het moment om hierover bestuurlijk het gesprek te voeren. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt herkennen we. In de agenda besteden we aandacht aan keuzes, en in het Meerjarig Uitvoeringsprogramma proberen we die zo goed mogelijk inzichtelijk te maken. In sommige gevallen hebben we de keuzes nu al inzichtelijk, in andere gevallen zal dit de komende jaren nog flink wat uitzoek werk betekenen om scherp te krijgen wat precies de keuzes zijn, en welke gevolgen daaraan verbonden zijn. Met het ‘anders kijken, anders doen’ hebben we de lijn ingezet om voortaan ook op deze wijze het gesprek met elkaar te voeren. 11.21 We moeten gezamenlijk toewerken naar honderd procent circulair inkopen. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 11.22 Aanpak grondstofstromen. We hebben prioriteit gelegd bij textiel en plastics. Er liggen nu basisafspraken met het bedrijfsleven, deals in convenanten. De nieuwe MRA agenda is de plek om te benadrukken dat deze afspraken smart en resultaatgericht opgepakt worden.
De vorige MRA agenda’s hebben gezaaid door te benoemen wat nodig is, nu wordt het tijd om te oogsten.’ Voor circulair textiel geldt dat nu rond 1% gerecycled wordt. De MRA bevat een kwart van de Nederlandse textielbranche. Resultaat is er op gericht dat we met de nieuwe agenda terecht komen op ten minste 10% in 2030. Het wordt tijd voor een echte doorbraak waarin niet alleen overheden de handen ineenslaan, maar ook vorm wordt gegeven aan een gezamenlijke aanpak met het bedrijfsleven. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio) 11.23 Vertaling van de bestuurlijk vastgestelde lobby agenda circulaire economie. Deze is immers een nieuw bestuurlijk feit geworden. Deze kent naast textiel en plastics, lobby inzet om te bereiken dat in de MRA vergroening van het belastingstelsel kan worden toegepast; de bouwregelgeving circulariteit gaat afdwingen en we meer sturing kunnen geven op de afvalverwerking door de splitsing tussen huishoudelijk afval en bedrijfsafval op te heffen. We willen deze onderdelen inbedden in de MRA brede lobby inzet in Europa. Plek in de nieuwe MRA Agenda: Dit punt valt onder ambitie 1 (klimaat neutrale en circulaire regio)
71