10. ingekomen e-mail inwoner aangaande openbaar water ANONIEM.pdf
Tekst van het document
Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:
donderdag 23 januari 2025 21:31 Raadsgriffier Heemstede Bezwaar Verordening Openbaar Water 2025. Openbaar Water Vergadering van 30 januari 2025 gemeenteraad Heemstede
Aan de Gemeenteraad van Heemstede Bezwaar Verordening Openbaar Water 2025 Gaarne wil ik onderstaande bezwaren inbrengen tegen uw concept Verordening Openbaar Water 2025. Mijnes inziens zijn met de concept verordening enkele fundamentele rechtstatelijke principes in het geding: I) Gij zult geen verordeningen uitvaardigen die geen doel dienen en niet zijn te handhaven: 1) De bewoner mag maar maximaal een boot afmeren aan de eigen oever, (de rest: ook al is er plaats voor meer boten is volstrekt irrelevant, want als er geen plaats is kan kunnen er niet meer boten afmeren. Zinvoller is het te eisen dat de boot met de langszijde langs de oever wordt afgemeerd en dat dubbel parkeren niet is toegestaan, alhoewel dat aan het Spaarne geen enkel probleem zal zijn) 2. De bewoner moet eigenaar zijn van de boot (volstrekt overbodige en eis die niet gehandhaafd kan worden en zal worden). 3. Tijdelijke bezoekers mogen niet meer afmeren (volstrekt overbodige eis die niet gehandhaafd kan worden of zal worden) 4. Niet eigendom maar toegankelijkheid van het water is leidend in de bepaling of water openbaar is. (De juiste bepaling van wat openbaar water is, is dat dat water is waarvan het waterschap of de gemeente of het rijk eigenaar van is.
De vraag die daarbij moet worden gesteld en opgelost is: wie eigenaar is van het openbare water in de Gemeente? En daarmee fundamentele vraag in hoeverre de gemeente een belasting kan opleggen over water dat zij niet bezit. De gemeente is in elk geval geen eigenaar van de private tuinen aan openbaar water.) De enige grond waar de gemeente iets over te zeggen heeft is grond waarvan de gemeente eigenaar is. De vrees bestaat, dat toegankelijkheid tot openbaar water het fundament wordt waarop deze nieuwe belasting gaat worden geheven. Dat betekent dat ook oevers van tuinen die aan openbaar water grenzen, straks voor een virtuele ligplaats kunnen worden aangeslagen, dus 1
ook al zijn/hebben deze oevers helemaal geen ligplaats en heeft de eigenaar helemaal geen boot. Ik wil daar een fundamenteel bezwaar tegen aantekenen. Ik voorzie ook discussie voor de rechter over deze toegankelijkheid in gevallen waar de eigenaar de oever geheel beplant of laat dichtgroeien, zodat het openbare water vanaf de tuin niet (meer) toegankelijk is. Ik zou er voorstander om dit met andere tuin-aan-het-water eigenaren te gaan doen en hierover gezamenlijk naar de rechter te stappen. Want ik vrees hier wettelijke willekeur. II) Gij zult geen dubbele belasting heffen: Het dwingend laten betalen (van liggeld voor een ligplaats aan) eigen tuin gelegen aan openbaar water, is een vorm van dubbele belasting. Immers bewoners met een tuin aan water, en meer nog aan openbaar water met de potentie een ligplaats te hebben, betalen daar al belasting voor, namelijk in de vorm van een beduidend hogere WOZ aanslag ten opzichte van andere volstrekt vergelijkbare woningen in dezelfde wijk die niet aan het water liggen. De “ligplaats-belasting” voor de eigen tuin is ook om deze reden een maatregel die helemaal niet nodig is als het gaat om eerlijk belasten. III) Gij zult geen andere diensten aanmoedigen om zelf ook nieuwe belastingen uit te vaardigen als reactie op de eigen nieuwe belasting.
Het is zeker niet uitgesloten dat het Waterschap, dat over het openbare water gaat, kosten aan de Gemeente in rekening gaat brengen voor de hinder in het onderhoud die zij ondervinden door al die ligplaatsen aan open water waarvoor de gemeente geld ontvangt. Dit betreft dan uiteraard voor alle ligplaatsen aan open water in de Gemeente. Hoogachtend
2