07. Rapport Armoedefonds voor raadsleden ANONIEM.pdf
Tekst van het document
Van: Verzonden: Onderwerp: Bijlagen:
donderdag 4 januari 2024 09:06 Rapport Armoedefonds voor raadsleden Rapport Armoedefonds december 2023.pdf
Categorieën:
LIS
Beste griffie, Vandaag publiceert S.ch.ng Armoedefonds haar nieuwe onderzoek. Graag delen we dit met de gemeenteraad. Kunt u onderstaande mail en bijgevoegd rapport delen met de raadsleden? Bij voorbaat dank!
Betre6: Rapport Armoedefonds – Steeds meer mensen vragen armoedehulp aan Beste raadsleden, S.ch.ng Armoedefonds houdt periodiek onderzoek onder lokale armoedehulporganisa.es, zoals Voedsel-, kleding-, en speelgoedbanken, S.ch.ng Leergeld, SchuldHulpMaatjes en meer lokale ini.a.even. Vandaag is het nieuwe rapport ‘De impact van voortdurende armoede op hulporganisa.es in Nederland’ gepubliceerd (zie bijgevoegd). Hieruit blijkt dat steeds meer mensen armoedehulp aanvragen. Door de groeiende druk op armoedehulporganisa.es moet 1 op de 9 organisa.es noodgedwongen met een wachtlijst werken. Dat is een flinke toename ten opzichte van voorgaande jaren.
Rapport Armoedefonds voor raadsleden De oorzaak van de toename in hulpvragen blijkt voornamelijk te liggen in de s.jgende kosten van levensonderhoud. Dat tre6 met name (alleenstaande) ouders met kinderen. Steeds vaker kloppen ook werkende mensen aan voor hulp. Het Armoedefonds ziet dat lokale hulporganisa.es een cruciale rol spelen in de aanpak van armoede. Zij hebben echter structurele (financiële) steun nodig om de groeiende hulpvragen te kunnen opvangen. Naast voedselhulp constateert het Armoedefonds een groeiende vraag naar menstrua.e- en overige verzorgingsproducten. Door s.jgende prijzen hebben mensen steeds vaker tekorten aan basisproducten als wasmiddel, doucheproducten, tandenborstels en tandpasta. Sinds kort komt daar ook in grotere mate de nood voor deodorant en schoonmaakmiddelen bij. Het tekort aan basisproducten benadrukt de impact die armoede hee6 op het dagelijks leven van mensen. Zij worden dagelijkst gedwongen om keuzes te maken, zelfs op het gebied van essen.ële levensproducten en persoonlijke hygiëne. S ch ng Armoedefonds is de landelijke organisa e die armoede bestrijdt en de gevolgen hiervan verzacht door lokale hulporganisa es te steunen. Het Armoedefonds roept met dit onderzoeksrapport op tot ac e. Het gehele onderzoek is te vinden op www.armoedefonds.nl/onderzoek.
Voor meer informa e kunt u contact opnemen met woordvoerder Armoedefonds Met vriendelijke groet, Woordvoering & Politiek Armoedefonds T: E:
Stichting Armoedefonds De Grote Elst 52, 5246 JR Rosmalen t: (073) 7440181 Bank: NL19 INGB 0006 2638 41 www.armoedefonds.nl www.hulpbijarmoede.nl Facebook Linkedin Twitter Instagram
Steun elkaar!
Rapport
DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Een vervolgonderzoek naar trends binnen het werkveld van armoedebestrijding Rosmalen, december 2023
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van (de gevolgen van) armoede, door het financieel en in natura ondersteunen van honderden lokale organisaties die actief zijn op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens. Het Armoedefonds helpt dagelijks lokale hulporganisaties in heel Nederland.
Rosmalen, december 2023 Stichting Armoedefonds De Grote Elst 52 5246 JR Rosmalen Telefoon 073 - 744 01 81
Tekst- en drukfouten voorbehouden. Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding.
2
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD
4
SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN
5
1.
INLEIDING 1.1 Armoede in Nederland 1.2 Publicaties over armoede in Nederland 1.3 Doelstelling en belang onderzoek Armoedefonds 1.4 Dataverzameling onderzoek Armoedefonds
7 7 7 8 8
2.
TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JA AR 2.1 Aantal hulpvragen 2.2 Aard van de veranderingen in hulpvragen 2.3 Soort hulpvragen 2.4 Behoefte aan basisbenodigdheden 2.5 Behoefte aan voedselhulp
12 12 13 14 15 16
3.
MATE VAN KRACHT BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES 3.1 Financiële kracht lokale hulporganisaties 3.2 Hulporganisaties met een wachtlijst
18 18 19
4.
MATE VAN TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST 4.1 Aantal hulpvragen nabije toekomst 4.2 Benodigde middelen 4.3 Online fondsenwerving
20 20 21 21
TRENDVERKENNING: 5 JA AR PERIODIEK ONDERZOEK NA AR DE IMPACT VAN ARMOEDE OP HULPORGANISATIES
23
6.
CONCLUSIES
25
7.
A ANBEVELINGEN
28
BRONNEN
30
5.
3
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
VOORWOORD Veel producten zijn duurder geworden. Niet alleen boodschappen maar ook verzorgingsproducten als tandpasta, wasmiddel en maandverband. De stijgende kosten van levensonderhoud hebben een grote impact op de financiële stabiliteit van talloze huishoudens in Nederland. Voornamelijk (alleenstaande) ouders met kinderen hebben het zwaar. Steeds vaker wordt zichtbaar dat velen aan het einde van de maand de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen. Mensen komen structureel geld tekort en kloppen daarom aan voor hulp. Lokale armoedehulporganisaties krijgen daarom steeds meer hulpvragen binnen. Er lijkt meer aandacht dan ooit te zijn voor armoedebestrijding. Dankzij tijdelijke herstelmaatregelen lijkt het aantal huishoudens met een risico op armoede vorig jaar ook af te nemen. Toch is dat niet altijd terug te zien in de praktijk. Zowel mensen met een uitkering als mensen met een baan hebben soms onvoldoende geld en middelen om rond te komen en mee te doen in onze samenleving. Zij moeten een beroep doen op inkomensondersteunende maatregelen, hun omgeving en hulporganisaties in de buurt. Het is dan ook niet voor niets dat bestaanszekerheid een centraal thema in de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 is geworden.
Stichting Armoedefonds houdt een periodiek onderzoek onder lokale hulporganisaties die zich richten op het bestrijden en verzachten van de gevolgen van armoede. Zodoende ontstaat een duidelijk trendbeeld van wat er speelt onder deze organisaties. De resultaten van dit najaar hebben ons doen schrikken. Ondanks de laatste berichten van het CBS zien wij in de praktijk iets anders. Het aantal hulpvragen bij lokale organisaties nam al toe maar is nog verder doorgestegen. Hulporganisaties kunnen dit niet altijd meer bijbenen en kampen met tekorten aan middelen of hebben wachtlijsten. Daardoor kunnen mensen in armoede niet altijd geholpen worden met eten en drinken, kleding, menstruatie- en hygiëneproducten, de financiële administratie of onderwijsen sportactiviteiten voor hun kinderen. Kortom, te veel mensen leven in bestaansonzekerheid. Dat vraagt om een gecoördineerde inspanning om armoede in Nederland structureel te bestrijden. Het vraagt om steun voor de lokale hulporganisaties die de mensen zien en helpen en zo armoede voorkomen en verzachten. Wij danken alle lokale hulporganisaties hartelijk voor de belangeloze medewerking aan dit onderzoek, waardoor het mogelijk is om deze inzichten te krijgen. Door het delen van de resultaten van het onderzoek willen wij een bijdrage leveren aan het stap voor stap oplossen van de armoedeproblematiek in Nederland. Stichting Armoedefonds
4
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN Veel mensen hebben te weinig geld om maandelijks van rond te komen en deel te nemen aan de samenleving. Zij zijn vaak afhankelijk van de hulp van lokale armoedehulporganisaties. Zij bieden op allerlei vlakken hulp aan mensen. Van voedselhulp tot de uitgifte van menstruatieproducten. En van SchuldHulpMaatjes tot het aanbieden van uitjes om je als kind een dag een ‘normaal’ kind te voelen. Stichting Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de impact van armoede op lokale hulporganisaties door heel het land. Zij staan dagelijks aan de bak om de mensen die tussen wal en schip vallen te helpen. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in wat er speelt in de praktijk bij deze hulporganisaties. Daarbij focust het onderzoek zich op drie vragen: 1. Hoe verandert het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat (gesteld) om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen en hebben zij daar voldoende middelen voor? In oktober en november 2023 heeft de dataverzameling van dit onderzoek plaatsgevonden. Hiervoor is een online vragenlijst uitgezet onder meer dan 1.000 lokale hulporganisaties.
375 organisaties, verschillend in grote, hulpaanbod en geografische locatie, hebben de vragenlijst ingevuld. Het onderzoek concludeert dat meer dan de helft van de hulporganisaties in het afgelopen jaar een stijging van het aantal hulpvragen zag (namelijk 56% van de organisaties). Zij geven aan dat deze stijging voornamelijk komt door de prijsstijgingen van boodschappen en door de energieprijzen. Ook lopen mensen vast in de bureaucratie. Steeds vaker vragen alleenstaande ouders met kinderen of paren met kinderen om hulp. Huishoudens hebben voornamelijk behoefte aan voedselhulp en hebben tekorten aan menstruatieproducten, wasmiddel, luiers, doucheproducten en tandenborstels en tandpasta. Door de toenemende hulpvragen, wordt de druk op hulporganisaties steeds groter. Als gevolg hiervan werkt 1 op de 9 hulporganisaties met een wachtlijst. Zij kunnen niet direct de nodige hulp bieden. Ook de financiële stabiliteit van hulporganisaties blijft een heikel punt. 64% van de armoedehulporganisaties is
5
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
financieel niet stabiel en moet haar reserves of hulp van derden aanspreken om te blijven bestaan. 69% van de organisaties verwacht komend half jaar een stijging in het aantal aanvragen. Dit komt overeen met de trend die het Armoedefonds al vijf jaar ziet: het aantal hulpvragen blijft bij veel armoedehulporganisaties toenemen. A ANBEVELINGEN Armoede is een hardnekkig probleem, wat iedereen kan overkomen. Door de huidige kosten van levensonderhoud is het inkomen van groepen mensen, ook werkenden, niet meer voldoende. Naast structurele maatregelen vindt het Armoedefonds het essentieel dat lokale armoedehulporganisaties in staat worden gesteld om hun werk te blijven doen. Daarvoor is structurele financiële steun van hulporganisaties nodig zodat zij de stijgende hulpvragen kunnen opvangen. Uit onze eerdere onderzoeken blijkt dat voor deze steun circa vijf miljoen euro nodig is. Ook mensen die net buiten de grenzen van inkomenshulp vallen, hebben soms hulp nodig. Het loslaten van strikte armoedegrenzen en het toepassen van maatwerk is belangrijk om te zorgen dat niemand buiten de boot valt. Ten slotte is het cruciaal dat de overheid volledig gebruikmaakt van het waardevolle (net)werk en bereik van lokale hulporganisaties. Hulporganisaties zijn namelijk dé plekken waar mensen laagdrempelig voor hulp in aanmerking kunnen komen.
6
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
1. INLEIDING 1.1
ARMOEDE IN NEDERLAND In 2022 liepen 637 duizend mensen een risico op armoede, volgens het CBS 1 . Dat is minder dan voorgaande jaren. Dankzij tijdelijke maatregelen als de energietoeslag werden mensen in 2022 en 2023 boven water gehouden. Zonder die maatregelen zouden een miljoen Nederlanders onder de lage-inkomensgrens uitkomen. In november 2023 zijn boodschappen fors duurder dan het jaar daarvoor 2 . De energieprijzen schommelen en zorgen ervoor dat de koopkracht van sommige mensen al lange tijd onder druk staat. Meer mensen wonen in 2022 in een huishouden met een inkomen dat dicht bij de lage inkomensgrens ligt 3 . Ook wonen relatief veel mensen met een migratieachtergrond en kinderen in een huishouden met een risico op armoede. Van de mensen met een risico op armoede is bijna een kwart een minderjarig kind 4 . Begin 2023 stonden er meer dan 720.000 huishoudens geregistreerd met problematische schulden. Dat betekent dat iemand niet in staat is om deze schulden af te lossen 5 . De maatschappelijke kosten van deze problematische schulden worden ingeschat op 15 tot 17 miljard euro per jaar 6 . De kans om in armoede te belanden is het hoogste voor mensen in de bijstand. Van hen leeft 71% onder de armoedegrens 7 . Daarnaast maakt het Armoedefonds zich ook zorgen over het aantal werkende armen in Nederland. Ongeveer een kwart van de mensen in armoede had betaald werk.
Dit ziet het Armoedefonds ook terug in de praktijk: steeds meer mensen doen aanvraag voor hulp bij lokale initiatieven, waaronder ook veel werkende mensen. Tevens laten hulporganisaties weten dat veel ouderen bij hen aankloppen.
“Ouderen staan huilend voor mijn deur. Het zijn er steeds meer.” Steunpunt 0416
1.2
PUBLICATIES OVER ARMOEDE IN NEDERLAND Een grote groep Nederlanders heeft te weinig geld om maandelijks van rond te komen en deel te nemen aan de samenleving. Een groeiende groep inwoners maakt zich zorgen over vervoerskosten en zorgkosten 8 . Dat geldt vooral voor mensen in de bijstand of met een lager inkomen.
7
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Het CBS heeft onlangs cijfers gepubliceerd waaruit blijkt dat het armoederisico in Nederland is gedaald 9 . Ondanks een daling van het armoederisico, mede door een groeiende werkgelegenheid en dankzij aanvullende maatregelen zoals de energietoeslag, bestaat het risico op armoede nog steeds voor een grote groep. Mensen met een laag inkomen hebben relatief gezien de meeste geldzorgen, in vergelijking met midden- en hoge inkomens. Zonder aanvullend beleid kunnen een miljoen mensen in de armoede belanden. Daarbij zijn voornamelijk kinderen kwetsbaar. Zij leven relatief gezien vaker in armoede dan volwassenen. Zo komt een stel in de bijstand met één of meer kinderen gemiddeld 200 tot bijna 500 euro per maand tekort. Om armoede structureel terug te dringen is de Commissie Sociaal Minimum opgericht. In het najaar van 2023 presenteerde zij haar tweede rapport over wat er nodig is om de bestaanszekerheid van mensen met een inkomen rond het sociaal minimum te versterken 10 . Zij deden aanbevelingen hoe het besteedbaar inkomen van mensen structureel verhoogd kan worden en wat voor systematiek daarbij aansluit. Zo stelt de commissie voor om onder andere het minimumloon, de bijstand en de kindregelingen te verhogen. Na de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 is het aan de politiek of, en zo ja welke, van deze maatregelen opgevolgd worden. 1.3
DOELSTELLING EN BELANG ONDERZOEK ARMOEDEFONDS Stichting Armoedefonds ziet dat de omvang van armoede in Nederland veel impact heeft op het dagelijkse werk van de lokale hulporganisaties. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te verkrijgen in de praktijk bij lokale hulporganisaties. In hoeverre zijn zij in staat om mensen in armoede te helpen en wat is er voor nodig om te zorgen dat mensen niet nog verder in de financiële problemen komen? Het onderzoek kijkt terug naar de ontwikkelingen in het afgelopen half jaar, staat stil bij de (slag)kracht van lokale hulporganisaties en kijkt vooruit naar de verwachtingen voor de toekomst.
Dit doen we aan de hand van de volgende vragen: 1. Hoe verandert het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat (gesteld) om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen en hebben zij daar voldoende middelen voor? Het Armoedefonds voert al vijf jaar lang onderzoek uit onder lokale hulporganisaties. Dat levert daarom ook een trendbeeld op over hoe armoede zich in de afgelopen jaren, in de praktijk, heeft ontwikkeld. 1.4
DATAVERZAMELING ONDERZOEK ARMOEDEFONDS De dataverzameling voor het onderzoek is gerealiseerd middels een kwantitatief onderzoek in oktober en november 2023.
8
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Het onderzoek, bestaande uit een vragenlijst van 31 vragen, is uitgezet onder meer dan 1.000 lokale hulporganisaties. Verschillende soorten lokale hulporganisaties zijn uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen om zoveel mogelijk representativiteit te waarborgen. In totaal is het onderzoek ingevuld door 375 hulporganisaties. Hierbij is gezorgd dat maximaal één persoon per organisatie de vragenlijst heeft ingevuld. Figuur 1.1 Wat voor soort lokale hulporganisaties betreft het? Overig
32%
Voedselbank
31%
Leergeld
13%
SchuldHulpMaatje
6%
Kledingbank
4%
Dak- en thuislozen
4%
Vincentius
3%
Urgente Noden
3%
Quiet
2%
Speelgoedbank
1% 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
De deelnemende hulporganisaties zijn verspreid over heel Nederland en verschillen van grootte en soorten hulp die zij bieden. De organisaties die deelnamen aan het onderzoek zijn onder te verdelen in verschillende categoriën, zie figuur 1.1. Zo vulden organisaties als Voedselbanken (31%), Stichting Leergeld (13%) en SchuldHulpMaatje (6%) het onderzoek in. Categorie ‘overig’ is toepasbaar op 32% van de organisaties. Figuur 1.2 Wat voor soort hulp bieden de lokale organisaties? Voedselhulp
48%
Hygiëne- | verzorgingsproducten
36%
Kleding
36%
Speelgoed
24%
Financiële (nood)hulp
23%
Ontmoetingsplek | uitjes | samenzijn
21%
Ondersteuning administratie
18%
Begeleiding naar zelfredzaamheid
16%
Spullen | witgoed
16%
Binnen- en buitenschoolse activiteiten
14%
Scholing | Training | Cursus
10%
Vakantie
9%
Onderdak | woonbegeleiding
3% 0%
10%
20%
9
30%
40%
50%
60%
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Zoals in figuur 1.2 te zien bieden de organisaties voornamelijk voedselhulp aan (door 48% van de respondenten benoemd), hygiëne- en verzorgingsproducten (36% van de respondenten) en kleding (ook 36% van de respondenten). Ook speelgoed, financiële (nood)hulp en het bieden van een ontmoetingsplek of uitjes - bijvoorbeeld rondom de feestdagen - worden vaker genoemd.
“Als een kind geen sinterklaas kan vieren, maar wel hoort dat de sint bij andere kindjes is langs geweest, is dat psychisch best een ding. Sommige kinderen melden zich ziek van school zodat ze niet hoeven vertellen dat sinterklaas niet bij hen is langs geweest. Daarom bieden we kinderen een onvergetelijke sinterklaaservaring. Want ieder kind moet sinterklaas kunnen vieren.” Stichting Ieder Kind een Sint
Figuur 1.3 Hoe zijn de lokale hulporganisaties geografisch over Nederland verspreid? Zuid-Holland
21%
Noord-Brabant
20%
Gelderland
12%
Utrecht
10%
Noord-Holland
9%
Overijssel
7%
Limburg
6%
Groningen
5%
Landelijk
4%
Drenthe
3%
Friesland
2%
Zeeland
2%
Flevoland
2% 0%
5%
10%
15%
20%
25%
Lokale hulporganisaties uit heel Nederland deden mee aan het onderzoek, zie figuur 1.3. Gemiddeld hebben de organisaties 101 medewerkers en/of vrijwilligers.
10
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Figuur 1.4 Hoeveel medewerkers/vrijwilligers kennen de lokale hulporganisaties en hoeveel klanten/cliënten helpen zij op jaarbasis? Aantal medewerkers/vrijwilligers
Aantal klanten op jaarbasis
Gemiddeld
101
824
Mediaan
30
245
Zoals te zien is in figuur 1.4 is de mediaan 30 personen die actief zijn voor een hulporganisatie. Uit het onderzoek blijkt dat de organisaties gemiddeld 824 hulp behoevenden in hun bestand hebben staan, met een mediaan van 245 personen dat op jaarbasis geholpen wordt.
“De armoede is hier heel groot. We zijn een dunbevolkt gebied. Daardoor zijn er minder lokale hulporganisaties voorhanden. Mensen kunnen hier niet zomaar naar een kledingbank toe. We horen van ouders dat zij kinderen thuis van school houden omdat ze geen maandverband kunnen betalen. De armoede is schrijnend.” De Kracht van Vriendelijkheid Westerwolde
11
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
2. TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JA AR Door de stijgende kosten voor levensonderhoud komen steeds meer mensen in de problemen. Er is een nieuwe groep ‘armen’ ontstaan. Steeds meer mensen die boven de armoedegrens leven kunnen niet meer voorzien in hun eerste levensbehoeften. Deze mensen konden eerst het hoofd boven water houden, maar komen er door de stijgende boodschappen- en energieprijzen niet meer uit. In dit hoofdstuk komen de resultaten aan bod die inzicht geven op de vraagstelling ‘Hoe verandert het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar?’. 2.1
A ANTAL HULPVRAGEN Het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties is sinds het laatste half jaar bij 196 hulporganisaties (56%) toegenomen (figuur 2.1). Daarnaast geven 61 organisaties (17%) een daling in hulpvragen aan. Dat betekent dat 73% van de lokale hulporganisaties te maken heeft gekregen met een verandering voor de organisatie. Veranderingen in hulpvragen hebben invloed op de menskracht, hulpmiddelen en financiën binnen de organisatie.
Figuur 2.1 Stijgt of daalt het aantal hulpvragen bij de lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar? 80% 60%
56%
40% 27% 20% 0%
17% Daalt
Blijft gelijk
Stijgt
Het aantal organisaties dat een stijging van het aantal hulpvragen ervaart, is ten opzichte van mei 2023 wel afgenomen van 64% naar 56%.
12
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
“Het levensonderhoud is veel te duur geworden voor onze doelgroep. Maar de doelgroep die daar net boven zit komt nu ook bij ons. Daar is het nog erger. Mensen zeggen: ‘We werken allebei wel maar we komen gewoon niet rond.’ Het aantal aanvragen is verdubbeld ten opzichte van voor corona.” Kleding- en speelgoedbank Twenterand
Van de organisaties die een stijging ervaren in het aantal hulpvragen komt de grootste groep (34%, zie figuur 2.2) uit de categorie ‘overig’. Onder deze categorie vallen lokale armoedehulporganisaties zoals Stichting de Melkkan en Stichting Veul Diech Good. Hulporganisaties uit deze categorie merken dat mensen steeds vaker niet meer kunnen rondkomen met hun bestaande inkomen. Deze groep komt vaak echter niet in aanmerking voor bepaalde hulp en regelingen, waardoor ze afhankelijk zijn van deze lokale, laagdrempelige organisaties. Daarnaast ziet de Voedselbank (27%) en Stichting Leergeld (15%) ook een flinke stijging in het aantal hulpvragen. Figuur 2.2 Welke verdeling naar soort hulp kan gemaakt worden bij de organisaties die een stijging in het aantal hulpvragen ervaren? ORGANISATIES DIE EEN STIJGING ERVAREN (237) Overig
34%
Voedselbank
27%
Leergeld
15%
SchuldHulpMaatje
7%
Kledingbank
5%
Dak- en thuislozen
5%
Vincentius
5%
Urgente Noden
3% 2%
Quiet
1%
Speelgoedbank 0%
2.2
5%
10%
15%
20%
25%
30%
35%
40%
A ARD VAN DE VERANDERINGEN IN HULPVRAGEN Van de respondenten ziet 56% een stijging in het aantal hulpvragen. Hulporganisaties merken dat mensen steeds vaker niet kunnen rondkomen met het bestaande inkomen. De prijzen in de supermarkt stijgen en ook de gas- en energieprijzen zijn enorm gestegen. Eventuele stijging van het inkomen weegt niet op tegen de inflatie. Dit betekent dat een grote groep mensen die eerst niet afhankelijk was van lokale hulporganisaties dat nu wel is.
13
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Figuur 2.3 Onder welke groepen zien de lokale organisaties een stijging van de hulpvragen? TOENAME ONDER HULPGROEPEN HET AFGELOPEN HALF JA AR Alleenstaande ouders met kinderen
56%
Gezinnen
44%
Alleenstaanden
37%
Migranten met verblijfsvergunning
31%
Vluchtelingen
26%
AOW’ers
23%
Jongeren
19%
Chronisch zieken
18%
Personen met een beperking
14%
Daar heb ik geen zicht op
12%
ZZP’ers
11%
Ongedocumenteerde migranten
10%
Onder geen groep toegenomen
4%
Ondernemers
2% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
Wanneer we kijken naar de groepen waaronder een stijging wordt ervaren, zien we het beeld dat de lokale hulporganisaties vooral een stijging zien onder alleenstaande ouders met kinderen (genoemd door 56% van de organisaties) en gezinnen (genoemd door 44% van de organisaties) (figuur 2.3). Ook onder alleenstaanden (genoemd door 37% van de organisaties) en migranten met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (genoemd door 31% van de organisaties) ziet men een stijging. 2.3
SOORT HULPVRAGEN Op de vraag waar hulporganisaties ernstige problemen zien ontstaan, konden ze antwoorden rangschikken. Prijsstijgingen van boodschappen en hoge gas- en energieprijzen worden als belangrijkste reden gegeven waardoor mensen financiële problemen ervaren. Ook geven hulporganisaties aan dat ze merken dat veel mensen vastlopen door bureaucratie en daardoor in de problemen komen (figuur 2.4).
“Energiekosten, de naweeën van COVID en de onzekerheid rondom toeslagen helpen allemaal niet mee. Daarbij zijn er zo veel regelingen die net niet helemaal hetzelfde zijn. Daarmee creëer je een woud. Het zou fijn zijn als het allemaal overzichtelijker voor mensen wordt.” Schuldhulpmaatje Zuid-Kennemerland
14
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Figuur 2.4 Waar zien organisaties (zeer) ernstige problemen ontstaan?
25%
Prijsstijgingen van boodschappen
22%
Hoge gas- en energieprijzen
13%
Vastlopen door bureaucratie
10%
Oplopende huur/hypotheek schulden
10%
Schoolkosten
10%
Tandartskosten
9%
Auto/benzine/vervoerskosten
Een stijging van het aantal hulpvragen is een reden tot zorg. We zien dat vooral de hulporganisaties die nu geconfronteerd worden met een algemene stijging van hulpvragen bezorgd zijn of ze dit op de lange termijn wel kunnen continueren. Ze zien de hulpvragen toenemen, maar de hoeveelheid hulp die ze kunnen bieden stijgt niet mee. De stijgende prijzen voor levensonderhoud zijn een grote reden tot zorg. 2.4
BEHOEFTE A AN BASISBENODIGDHEDEN Basisbenodigdheden zijn middelen waarover iedereen zou moeten kunnen beschikken om te kunnen leven. Voor mensen in armoede zijn deze middelen echter niet vanzelfsprekend en is er vaak een tekort aan bepaalde basisbenodigdheden. Lokale hulporganisaties merken dat er (naast voedsel) vooral tekort is aan menstruatieproducten (door 50% van de hulporganisaties genoemd, zie figuur 2.5). Daarnaast is er ook een grote behoefte aan wasmiddel (door 48% genoemd), babyen kinderluiers (door 47% genoemd), douchegel en shampoo (door 46% genoemd) en tandenborstels en tandpasta (door 43% genoemd).
“Laatst kregen we een donatie van het Armoedefonds met shampoo en babydoekjes. Dat vliegt de deur uit. Mensen bellen constant of we dat nog hebben.” SKBB Breda
15
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Figuur 2.5 Aan welke basisbenodigdheden heeft men behoefte? Menstruatieproducten
50%
Wasmiddel
48%
Baby- | kinderluiers
47%
Douchegel | shampoo
46%
Tandenborstel en tandpasta
43%
Deodorant
36%
Schoonmaakartikelen
35%
Scheerspullen
22%
Cosmetica
15%
Incontinentiemateriaal
14%
Voorbehoedsmiddelen
10% 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
“We merken dat producten als wasmiddelen, tandenborstels en tandpasta hard nodig zijn. Dat zijn dure producten. Door de tekorten voelt dat bijna als een luxeproduct terwijl het eigenlijk een basisbehoefte is.” Voedselbankwinkel Schappelijk in Scheveningen
2.5
BEHOEFTE A AN VOEDSELHULP De stijgende kosten voor levensonderhoud zorgen bij veel mensen voor financiële problemen. Zij die al moeite hadden om rond te komen, lopen nu vast omdat het budget wat zij voorheen konden besteden aan voedsel nu niet toereikend is. Als gevolg hiervan kloppen steeds meer mensen aan bij lokale hulporganisaties voor voedselhulp. Uit figuur 2.6 blijkt dat 50% van de hulporganisaties aangeeft dat ze een stijging zien in de hulpvragen omtrent voedselhulp. Bij 35% van de hulporganisaties is dit aantal gelijk gebleven en bij slechts 15% zijn dit type aanvragen gedaald.
16
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Figuur 2.6 In hoeverre ziet u vragen omtrent voedselhulp binnen uw organisatie? 60% 50% 40%
20%
0%
35%
15%
Daalt
Blijft gelijk
Stijgt
Ook hebben wij de hulporganisaties die een stijging in aanvragen voor voedselhulp zien gevraagd hoe zij deze hulpvragen opvangen. 47% van de hulporganisaties vangt deze aanvragen op door het uitdelen van voedsel (figuur 2.7). Daarnaast deelt 21% een boodschappenkaart uit. Voor 32% van de hulporganisaties is het niet mogelijk om (extra) voedselhulphulp te bieden. Figuur 2.7 Hoe vangt uw hulporganisatie de hulpvragen voor voedsel op? 60% 47% 40% 32% 21%
20%
0% Wij bieden hulp door voedsel uit te delen
Niet, wij kunnen geen (extra) voedselhulp aanbieden
17
Wij bieden hulp door bood schappenk aarten aan te bieden
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
3. MATE VAN KRACHT BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES De stijgende kosten van levensonderhoud hebben een groot effect voor mensen in armoede. Daarnaast treft dit ook een groep mensen die voorheen net konden rondkomen. Zij redden het nu niet meer en kloppen daarom aan bij lokale armoedehulporganisaties. Als gevolg hiervan stijgen het aantal aanvragen bij deze lokale hulporganisaties. In hoeverre kunnen zij hulp bieden aan de groeiende hulpvraag? 3.1
FINANCIËLE KRACHT LOK ALE HULPORGANISATIES Uit de resultaten blijkt dat 33% van de lokale hulporganisaties zich kan redden met eigen middelen (figuur 3.1). 17% van de hulporganisaties geeft aan zich redelijk te kunnen redden maar moet wel haar reserves aanspreken. En 47% geeft aan zich redelijk te kunnen redden met hulp van derden. Het voortbestaan van 3% van de lokale hulporganisaties staat op het spel. Zij hebben onvoldoende middelen tot hun beschikking. In totaal staat 67% van de hulporganisaties er dus financieel niet sterk voor. Deze situatie is licht verbeterd ten opzichte van een half jaar geleden. Toen stond 69% van de lokale armoedehulporganisaties er financieel niet sterk voor.
Figuur 3.1 Hoe staan de lokale hulporganisaties er financieel voor? 50%
47%
40% 33% 30% 20%
17%
10% 3% 0%
Prima, we redden ons met eigen middelen
Redelijk, we redden ons maar spreken onze reserves aan
Redelijk, we redden ons met hulp van derden
18
Slecht, ons voortbestaan staat op het spel
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
3.2
HULPORGANISATIES MET EEN WACHTLIJST Ondanks het feit dat lokale armoedehulporganisaties er gemiddeld financieel iets beter voor staan dan een half jaar geleden, is het aantal hulporganisaties dat werkt met een wachtlijst sterk gegroeid. 11% van de hulporganisaties geeft aan te werken met een wachtlijst (figuur 3.2). In mei 2023 gaf slechts 5% van de hulporganisaties aan te werken met een wachtlijst.
Figuur 3.2 Werkt uw organisatie momenteel met een wachtlijst?
11%
Ja
89%
Nee
“Op onze wachtlijst staan 100 mensen. Dat is triest. We zijn er juist om te helpen. Maar je kunt niet harder werken dan je doet.” Kleding- en speelgoedbank Twenterand
19
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
4. MATE VAN TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST De inflatie en stijgende kosten voor levensonderhoud zorgen voor problemen onder een grote groep mensen. Wat verwachten de lokale armoedehulporganisaties met het oog op de nabije toekomst voor het aantal hulpvragen? 4.1
A ANTAL HULPVRAGEN NABIJE TOEKOMST 69% van de lokale armoedehulporganisaties verwacht het komende half jaar een van het aantal hulpvragen (figuur 4.1). Zij verwachten dat er door de stijgende kosten meer mensen in financiële problemen zullen komen. Hierdoor zal er een toestroom aan hulpvragen komen. Daarnaast geeft een groep van 24% aan dat zij hier geen zicht op hebben. 7% van de lokale hulporganisaties verwacht geen stijging van het aantal hulpvragen.
Figuur 4.1 Verwachten de lokale hulporganisaties het komende half jaar een stijging in het aantal aanvragen?
69%
Ja
7%
Nee
24%
Weet ik niet
“We krijgen geen subsidie en moeten alles op eigen kracht doen. Dat is aanpoten. Het is vechten voor ons bestaan en heel veel werk. Maar de dankbaarheid die je ervoor terugkrijgt is met geen geld te betalen. We zijn de enige organisatie in ons gebied die ook hulp aanbiedt voor mensen die net buiten de armoederegelingen vallen. Maar ik hou mijn hart vast voor januari wanneer de landelijke steunmaatregelen wegvallen. Zelfs middeninkomens kunnen niet rondkomen.” Stichting samen zijn we er voor elkaar
20
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
4.2
BENODIGDE MIDDELEN Om de toename van hulpvragen aan te kunnen moeten lokale armoedehulporganisaties externe bronnen aanspreken. Zij zijn vooral afhankelijk van donateurs of eenmalige giftgevers (80%, zie figuur 4.2). Daarnaast moeten ze het vaak hebben van subsidies van de gemeente of overheid (68%), bijdrages vanuit de kerk (56%) of giften uit het bedrijfsleven (53%). Daarnaast spreekt 65% van de lokale armoedehulporganisaties het Armoedefonds aan als hulpbron. Het Armoedefonds ondersteunt deze hulporganisaties door middel van goederen en geld.
Figuur 4.2 Welke hulpbronnen gaan de lokale hulporganisaties aanspreken zodat er geen tekorten ontstaan? Donateurs en eenmalige giftgevers
80%
Subsidies Gemeente of Overheid
68%
Stichting Armoedefonds
65%
Bijdrage vanuit de Kerk
56%
Giften uit het bedrijfsleven
53%
Acties door particulieren
47%
Vermogendsfondsen en serviceclubs
46%
We krijgen veel hulp in natura
35%
Acties door bedrijven
35%
We hebben eigen reserves | noodfonds
10%
Calamiteitenfonds van koepelorganisaties
8%
Digitale Collecte Armoedehulp
6%
Rode Kruis
5%
Geen geldbronnen | geen fondsenwerving
2% 0%
4.3
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90%
ONLINE FONDSENWERVING Het wordt steeds belangrijker om online actief te zijn. Er zijn online namelijk veel mogelijkheden om geld of goederen te werven en donateurs op de hoogte te houden. Lokale armoedehulporganisaties zijn steeds vaker actief online met een eigen website of sociale media kanalen. 33% van de lokale hulporganisaties geeft aan actief te zijn met online fondsenwerving (33%, zie figuur 4.3). Daar tegenover staat 61% die nog niet actief is met online fondsenwerving.
21
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Figuur 4.3 Zijn lokale hulporganisaties actief met online fondsenwerven?
33%
Ja
61%
Nee
7%
Weet ik niet
De 115 organisaties die hebben aangegeven dat ze actief zijn met online fondsenwerven maken vooral gebruik van hun eigen website met donatie mogelijkheid (88%, zie figuur 4.4). Daarnaast worden vooral sociale media kanalen ingezet voor online fondsenwerving. Vooral Facebook wordt veelgebruikt (69%), gevolgd door Instagram en Facebook (beide gebruikt door 27% van de hulporganisaties). Ook maakt 25% van de lokale armoedehulporganisaties gebruik van een digitale nieuwsbrief voor online fondsenwerving. Figuur 4.4 Welke hulpmiddelen zetten de lokale hulporganisaties in voor online fondsenwerving? Eigen website met donatiemogelijkheid
88%
69%
27%
27%
Digitale nieuwsbrief
25% 14%
Digitale Collecte Armoedehulp Geef.nl donatiemogelijkheden
7%
Tikkie
6%
5%
YouTube
5% 1%
Tiktok 0%
20%
22
40%
60%
80%
100%
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
5. TRENDVERKENNING: 5 JA AR PERIODIEK ONDERZOEK NA AR DE IMPACT VAN ARMOEDE OP HULPORGANISATIES Het Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de staat van lokale hulporganisaties. Sinds 2018, en sinds 2020 twee keer per jaar, worden hulporganisaties gevraagd om te delen wat zij zien bij hun organisatie. Dat levert een trendbeeld op over wat er speelt in de praktijk. 5.1
STIJGING HULPVRAGEN: ER IS EEN TOENAME VAN HET A ANTAL HULPVRAGEN Het beeld dat het onderzoek dat voor u ligt, laat zien is een trend van de afgelopen vijf jaar. Met uitzondering van de coronajaren geeft sinds 2018 gemiddeld 65,3% van de deelnemende hulporganisaties aan dat het aantal hulpvragen dat zij ontvangen is toegenomen 11 .* Deze wijzigingen hebben een impact op de menskracht, hulpmiddelen en financiën binnen hulporganisaties. Met uitzondering van de coronajaren ziet tot de zomer van 2023 maar een erg gering percentage een daling in het aantal hulpvragen. Dat verandert voor het eerst met dit onderzoek. In het afgelopen jaar ervaarden 17% van de organisaties een afname van hulpvragen. Het Armoedefonds ziet met dit onderzoek een tweezijdig beeld. Enerzijds zorgwekkend: meer hulporganisaties moeten noodgedwongen met een wachtlijst werken. Anderzijds voorzichtig hoopvol: bij een deel van de organisaties neemt het aantal hulpvragen af. De hoop is dat dit beeld zich in de toekomst voortzet.
5.2
DOELGROEPEN: VOORAL HUISHOUDENS MET KINDEREN DOEN EEN GROEIEND BEROEP OP HULP De groepen die in de afgelopen jaren steeds vaker een beroep op armoedehulp deden, waren voornamelijk alleenstaande ouders met kinderen of paren met kinderen. In de coronajaren komt daar de nieuwe doelgroep ZZP’ers bij. Het aantal hulpvragen van deze groep stijgt na corona minder hard. Wel zien veel organisaties dan een nieuwe groep ontstaan van vluchtelingen en mensen met een migratieachtergrond. Dit ontstaat veelal door mensen die gevlucht zijn voor de oorlog in Oekraïne. De afgelopen twee jaar zien hulporganisaties ten slotte steeds vaker alleenstaanden zonder kinderen.
* Sinds 2018 stijgt bij gemiddeld 65,3% van de hulporganisaties het aantal hulpvragen, met een uitschieter van 82% in 2022. Zonder deze uitschieter stijgt gemiddeld bij 61,2% van organisaties. Het aantal hulpvragen.
23
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
Het Armoedefonds ziet daarmee een nieuwe doelgroep ontstaan die vaker een beroep moet doen op armoedehulp. De nood onder gezinnen met kinderen blijft hoog. Dat armoede deze kinderen raakt, is schrijnend en vraagt om versterkte inzet. 5.3
STABILITEIT: STEEDS MEER HULPORGANISATIES HEBBEN EEN TEKORT A AN FINANCIËLE MIDDELEN Lokale hulporganisaties zijn voornamelijk afhankelijk van subsidies vanuit de overheid, met name gemeentes. Daarnaast spelen giften van particulieren of bedrijven een rol. De afgelopen jaren kan zo’n 32% van de hulporganisaties zich redden met hun eigen middelen. Zo’n 65% van de hulporganisaties teert in op hun reserves of heeft hulp van derden nodig om hun nodige werk te kunnen blijven doen. Het aantal hulporganisaties waarvan het voortbestaan op het spel staat door financiële nood blijft over de jaren stabiel rond de 3%. Het Armoedefonds vindt het belangrijk dat organisaties op eigen benen kunnen staan maar ziet ook dat steun vanuit de overheid financiële stabiliteit en daarmee rust kan bieden aan organisaties. Daardoor kunnen zij hun tijd en aandacht in de hulp die zij bieden stoppen, in plaats van in het werven van financiën. Daarbij vraagt het Armoedefonds zich af hoe lang het voor organisaties nog mogelijk is om in te teren op hun reserves en wat de gevolgen voor de armoedehulp in Nederland zijn wanneer deze organisaties wegvallen.
5.4
NODIGE PRODUCTEN: NA AST VOEDSELHULP GROEIENDE ROEP OM MENSTRUATIE- EN OVERIGE VERZORGINGSPRODUCTEN De afgelopen jaren is hulporganisaties gevraagd waar de mensen die zij steunen een groot tekort aan hebben. De nood voor voedselhulp blijft hoog. Daarnaast blijft de roep om materiële hulp ook aanwezig. Door de jaren heen blijkt er voornamelijk vraag naar menstruatieproducten en luiers te zijn. De stijgende prijzen leiden ertoe dat mensen steeds vaker ook tekorten hebben aan basisproducten als wasmiddel, doucheproducten en tandenborstels en tandpasta. Sinds kort komt daar ook in grotere mate de nood voor deodorant en schoonmaakmiddelen bij. Het benadrukt de aanzienlijke impact van financiële moeilijkheden, waarbij mensen gedwongen worden om keuzes te maken, zelfs op het gebied van essentiële levensproducten en persoonlijke hygiëne.
24
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
6. CONCLUSIES De resultaten van het onderzoek naar de impact van voortdurende armoede op hulporganisaties in Nederland, uitgevoerd door Stichting Armoedefonds, tonen een zorgwekkend beeld. In dit onderzoek is ingegaan op drie vragen. Deze worden hieronder per vraag beantwoord. 1.
HOE IS HET A ANTAL HULPVRAGEN BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES SINDS HET LA ATSTE HALF JA AR VERANDERD? Door de stijgende kosten voor levensonderhoud kunnen mensen niet meer altijd rondkomen met hun huidige inkomen. Dat geldt ook voor werkende mensen. Het besteedbaar inkomen – dat overblijft na het betalen van vaste lasten als huur of hypotheek, energiekosten en verzekeringen – is voor verschillende groepen mensen niet meer voldoende om te voorzien in eerste levensbehoeften. Als gevolg hiervan gaan mensen kopje onder. Hulporganisaties zien steeds meer mensen met betaald werk die van hun salaris niet meer kunnen rondkomen. Ook veel ouderen hebben hulp nodig. Daarnaast blijft het aantal gezinnen met kinderen die in armoede leven erg hoog. Het aantal hulpvragen neemt bij meer dan de helft van de organisaties toe. Bij een aantal hulporganisaties daalt het aantal hulpvragen. Opvallend is dat dit deel groter is dan voorgaande jaren met 17% van de organisaties die een daling ervaart. Al in al blijft bij 83% van de organisaties het aantal hulpvragen gelijk of stijgt het. Het gaat hierbij veelal over alleenstaande ouders met kinderen en paren met kinderen. Dit komt overeen met cijfers over doelgroepen in armoede: kinderen leven relatief vaak in armoede. Hulpvragen ontstaan voornamelijk door prijsstijgingen van boodschappen en energieprijzen.
Maar ook door vastlopen in bureaucratie komen mensen in de problemen. Het aantal organisaties dat een stijging van het aantal hulpvragen ervaart is ten opzichte van juni 2023 wel wat afgenomen (van 64% naar 56%). Hulporganisaties merken vooral dat mensen bepaalde basisbenodigdheden voor levensonderhoud niet meer kunnen betalen. Naast stijgende vraag voor voedselhulp is er een tekort aan menstruatieproducten, wasmiddel, luiers, doucheproducten en tandenborstels en tandpasta. Daarbij zien we dat veel organisaties voedselhulpbieden door boodschappenkaarten aan te bieden. Hierdoor behouden mensen keuzevrijheid over de producten die ze kopen, wat erg belangrijk is. Daarbij behouden mensen keuzevrijheid, waarde.
25
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
2.
IN WELKE MATE ZIJN LOK ALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STA AT (GESTELD) OM A AN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Lokale armoedehulporganisaties bieden hulp aan de groep mensen die tussen wal en schip valt. Door de toenemende vraag om hulp, wordt de druk op deze organisaties, mede als op hun medewerkers en vrijwilligers, steeds groter. Als gevolg hiervan werkt 1 op de 9 hulporganisaties nu met een wachtrij. Niet iedereen die een beroep doet op bijvoorbeeld voedselhulp kan direct geholpen worden. Ook financieel gezien hebben de lokale hulporganisaties te maken met aanzienlijke uitdagingen om aan de toenemende vraag te voldoen. Veel organisaties worden geconfronteerd met financiële tekorten. Hoewel sommige organisaties zich redelijk kunnen redden met eigen middelen of hulp van derden, staat het voortbestaan van een klein percentage van hen op het spel. Een meerderheid van de armoedehulporganisaties, namelijk 64%, staat er financieel niet stabiel voor en moeten reserves of hulp van derden, zoals van het Armoedefonds, aanspreken om te blijven bestaan. De financiële tekorten vragen om extra capaciteit vanuit vrijwilligers of medewerkers en legt een extra druk op deze organisaties.
3.
HOE VERWACHTEN LOK ALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MA ANDEN GA AN ONTWIKKELEN EN HEBBEN ZIJ DA AR VOLDOENDE MIDDELEN VOOR? De verwachtingen voor de nabije toekomst zijn niet rooskleurig. Een overgrote meerderheid van lokale armoedehulporganisaties verwacht een verdere toename van het aantal hulpvragen in het komende half jaar. Maar 7% van de hulporganisaties verwacht geen stijging van hulpvragen. Hulporganisaties moeten op steun kunnen rekenen om de te verwachte groei op te vangen. Hiervoor kunnen extra middelen vanuit de overheid maar ook donateurs, de kerk en het bedrijfsleven worden aangesproken als hulpbron. Wanneer dit uitblijft zal online fondsenwerving als potentiële bron nog meer aangesproken moeten worden. Ook dat doet een beroep op de capaciteit van de lokale hulporganisaties. SLOTCONCLUSIE Kortom, in het afgelopen half jaar is het aantal hulpvragen bij veel lokale hulporganisaties verder toegenomen. Zij zijn niet altijd voldoende in staat om aan deze hulpvragen te voldoen. De organisaties werken noodgedwongen met wachtlijsten en hebben soms financiële of materiële tekorten. Dat betekent dat mensen niet geholpen kunnen worden en deze winter in de kou zitten. Naast voedselhulp is er een groeiende roep om menstruatie- en overige verzorgingsproducten.
Het Armoedefonds maakt zich zorgen dat de wachtrijen een extra drempel opwerpen voor mensen om van de nodige hulp gebruik te maken waardoor zij mogelijk van de regen in de drup terecht komen.
26
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
De prognose van een verder stijgend aantal hulpvragen, passend in de trends van de afgelopen vijf jaar, legt nog meer druk op hulporganisaties neer. Wanneer zij niet genoeg middelen hebben om hun organisatie draaiende te houden, worden mensen in armoede en kinderen daar de dupe van. Het Armoedefonds benadrukt daarom het belang van structurele steun aan deze organisaties. Vandaar dat het Armoedefonds in het volgende hoofdstuk verschillende aanbevelingen doet.
27
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
7. A ANBEVELINGEN Armoede is een hardnekkig probleem, wat iedereen kan overkomen. De effecten van financiële bestaansonzekerheid dringen door tot diep in het leven van mensen. Het heeft effect op de gemoedstoestand (stress), de keuzes die mensen maken, de gezondheid, eenzaamheid en op de manier hoe kinderen opgroeien (geringere schoolprestaties). Het toenemende aantal hulpvragen en de bijkomende wachtrijen is daarom zorgwekkend. Te veel mensen zijn afhankelijk van financiële, materiële of andersoortige hulp om rond te kunnen komen. Dat heeft effect op samenleving én mensen. Het inkomen van mensen, ook van werkenden, is niet voldoende voor de huidige kosten van levensonderhoud. Dat vraagt daarom om structurele maatregelen. Enerzijds om mensen uit de armoede te houden en anderzijds de hulp te bieden die zij nodig hebben. De komende jaren moet worden ingezet op verbeterde wet- en regelgeving en betere arbeidsvoorwaarden om te zorgen dat mensen voldoende inkomen hebben om van rond te komen, tegenvallers op te vangen en mee te doen in de samenleving. Dit kost echter tijd om te realiseren. Het Armoedefonds ziet daarom dat het essentieel is dat lokale armoedehulporganisaties in staat worden gesteld om hun werk te blijven doen. Deze aanbevelingen richten zich daarom op hoe de hulporganisaties versterkt kunnen worden. 1.
STRUCTURELE STEUN Het Armoedefonds vindt het belangrijk dat hulporganisaties - van voedsel- en kleding banken tot leergeld en van hulpmaatjes tot organisaties die uitjes aan bieden - hun capaciteit kunnen besteden aan dat waar ze goed in zijn: mensen helpen. Het werk van deze organisaties is namelijk ontzettend waardevol om ervoor te zorgen dat álle mensen mee kunnen doen in de samenleving. Om ervoor te zorgen dat lokale hulporganisaties de stijging van hulpaanvragen kunnen opvangen is zowel landelijke als lokale financiële steun van belang. Uit onze eerdere onderzoeken blijkt dat voor deze steun circa vijf miljoen euro nodig is. Wel ziet het Armoedefonds dat het voor gemeenten steeds lastiger wordt om geld en capaciteit vrij te maken. Landelijke steun blijft cruciaal.
2.
MA ATWERK Een baan geeft niet altijd meer zekerheid op bestaan. Te veel mensen komen maandelijks geld tekort. De tijdelijke maatregelen, zoals de energietoeslag, hebben laten zien dat steunmaatregelen snel ingezet kunnen worden en snel effect kunnen hebben. Maar ook dat deze nodig zijn om mensen, van mensen met uitkering tot een fulltime baan, uit de armoede te houden. Het inkomen dat mensen maandelijks te besteden hebben aan voedsel en verzorgingsproducten is voor te veel mensen structureel te laag. Dat betekent dat er structureel en systemisch niet voldoende gebeurt om bestaanszekerheid van mensen te garanderen. Zonder aanvullend beleid
28
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
kunnen namelijk een miljoen Nederlanders in de armoede belanden. Daarbij zijn vooral kinderen kwetsbaar. Het Armoedefonds roept daarom op tot het structureel op orde brengen van de basis maar ziet ook dat tot die tijd maatwerk nodig is. Mensen die net buiten de standaard grenzen voor inkomenshulp vallen, hebben soms net zo hard hulp nodig. Bij het bieden van armoedehulp zijn het loslaten van strikte armoedegrenzen en het kijken naar het netto, of besteedbaar, inkomen van mensen daarom suggesties die de aanpak van armoede gerichter kunnen maken. Het Armoedefonds vindt het daarbij belangrijk om aan te geven dat hulporganisaties soms noodgedwongen een inkomensgrens voor hun hulp moeten stellen. Vandaar dat het van belang is dat hulporganisaties de financiële, materiële en personele middelen hebben om de hulp voor een nog grotere groep mogelijk te maken.
“Ik zit in de schuldhulpverlening. Sinds kort kom ik door nieuwe regels niet meer in aanmerking voor de Voedselbank. Ik zit 27 euro per maand boven de grens. Heel eerlijk, er zijn dagen dat ik zonder eten zit.” Bezoeker Voedselbank
3.
HULPORGANISATIES ZIJN CRUCIA AL OM DOELGROEP TE BEREIKEN De lokale armoedehulporganisaties zijn degenen die armoede zien, verzachten en bestrijden. Zij helpen mensen die tussen wal en schip vallen, omdat ze – zelfs wanneer ze recht hebben op gemeentelijke of landelijke armoederegelingen – niet rond kunnen komen. Waar zowel lokaal als landelijk ingezet wordt om het niet-gebruik van regelingen tegen te gaan, staan lokale hulporganisaties vaak dichter op mensen en zijn zij goed in staat de doelgroep te bereiken en helpen. Hulporganisaties zijn ook daarom essentieel in de armoedeaanpak. Het is van cruciaal belang dat gemeenten en het Rijk volledig gebruikmaken van het waardevolle (net)werk en bereik van lokale hulporganisaties en dit in kaart brengen. Dit verdient een vaste plaats in armoede- en schuldenbeleid. Hulporganisaties zijn namelijk dé plekken waar mensen laagdrempelig voor hulp in aanmerking kunnen komen. Het groeiend aantal hulpvragen laat zien dat armoedehulporganisaties mensen steeds beter weten te bereiken, dat hulporganisaties mogelijk zichtbaarder worden, en dat de drempel om hulp aan te vragen mogelijk lager ligt. Het Armoedefonds vindt het belangrijk dat die drempel vervolgens niet weer verhoogd wordt doordat meer hulporganisaties noodgedwongen met een wachtrij moeten werken.
Met dit onderzoek en de trendverkenning bouwt het Armoedefonds verder aan een op de praktijk en onderzoek gebaseerde basis voor verdere acties en beleidsmaatregelen om de groeiende armoedeproblematiek in Nederland aan te pakken. Dat blijft hard nodig.
29
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
BRONNEN 1
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023, 7 november). Laagste armoederisico in 45 jaar door energietoeslag. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/ nl-nl/nieuws/2023/45/laagste-armoederisico-in-45-jaar-door-energietoeslag
2
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023c, 30 november). Inflatie in november 1,6 procent bij snelle raming; 4,1 procent exclusief energie. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/48/inflatie-in-november-1-6procent-bij-snelle-raming-4-1-procent-exclusief-energie
3
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023, 7 november). Laagste armoederisico in 45 jaar door energietoeslag. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/ nl-nl/nieuws/2023/45/laagste-armoederisico-in-45-jaar-door-energietoeslag
4
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2022, 1 december). 1 op de 4 mensen met armoederisico is een kind. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/nlnl/nieuws/2022/48/1-op-de-4-mensen-met-armoederisico-is-een-kind
5
Huishoudens met geregistreerde problematische schulden 2015-2023. (2023, 11 november). CBS. 2 december, 2023, from https://dashboards.cbs.nl/v5/ SchuldenproblematiekInBeeld/
6
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2022). Van schuld naar schone lei. Den Haag: RVS.
7
Commissie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum. Rapport I.
8
Nationale Monitor Geldzorgen - Wijzer in geldzaken | Wijzer in geldzaken. (n.d.). Wijzer in Geldzaken. https://www.wijzeringeldzaken.nl/Nationale-Monitor-Geldzorgen/
9
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023, 7 november). Laagste armoederisico in 45 jaar door energietoeslag. Centraal Bureau Voor De Statistiek. https://www.cbs.nl/ nl-nl/nieuws/2023/45/laagste-armoederisico-in-45-jaar-door-energietoeslag
10
Commissie Sociaal Minimum. (2023). Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum. Rapport II.
11
Voorgaande onderzoeken van het Armoedefonds. Op te vragen via info@armoedefonds.nl of te raadplegen via: Pers en media - Armoedefonds. (2023, 30 november). Armoedefonds. https://www.armoedefonds.nl/pers-en-media/
30
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND
31
Steun elkaar!