CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden

Commissie Bestuur, Financiën en Economische zaken 9 juni 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel verordening Rechtspositie raads en commissieleden1.577 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening rechtspositie raadsen commissieleden gemeente Heemskerk 2026 25 juni 2026

INTITULÉ Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Heemskerk houdende regels omtrent de rechtspositie van raads- en commissieleden (Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heemskerk 2026)

D/2026/804453

*Z0E0CC0E1AD* Z0E0CC0E1AD

VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE HEEMSKERK 2026

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

3

Artikel 2

Doelstelling (beleidsregel)

3

Artikel 3

Toelage raadslid onderzoekscommissie [en bijzondere commissie]

3

Artikel 4

Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het

4

bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak

4

Artikel 5 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden

4

Artikel 6 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden

4

Artikel 7 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

4

Artikel 8 Betaling vaste vergoedingen commissieleden

4

Artikel 9 Betaling en declaratie van onkosten

5

Geregistreerd onder nummer D/2026/804453 Wettelijke grondslag: De raad van de gemeente Heemskerk;

Gelezen het advies van het presidium van 21 mei 2026 en de commissie BFE van 9 juni 2026; Gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; Besluit vast te stellen de: Verordening rechtspositie raadsleden en commissieleden gemeente Heemskerk 2026

VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE HEEMSKERK 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1

Definitiebepalingen

⚑ Noot: Dit artikel is facultatief en kan worden geschrapt indien gewenst; de begrippen vloeien ook rechtstreeks voort uit de Gemeentewet.

In deze verordening wordt verstaan onder: A. Commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; B. Commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd; C. Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; D. Raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel 2 Doelstelling (beleidsregel) [Van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt [percentage (maximaal 20%)] uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen ten opzichte van het aantal gehouden vergaderingen.]

⚑ Noot: Dit artikel is facultatief. Het biedt de raad de mogelijkheid om een deel van de maandelijkse raadsvergoeding (maximaal 20%) als presentiegeld uit te keren, op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen ten opzichte van het totaal aantal gehouden vergaderingen. Als de raad hier geen gebruik van wil maken, kan dit artikel worden geschrapt. Indien het artikel wordt opgenomen, dient het percentage (maximaal 20%) te worden ingevuld. Uit de toelichting bij de modelverordening blijkt dat

het niet gaat om een extra vergoeding, maar om een verdeling van de vergoeding. Max 80% wordt op vaste basis overgemaakt naar de rekening van het raadslid. Max 20% kan als presentiegeld worden uitgekeerd als de raad daarvoor zou kiezen. Artikel 3 Toelage raadslid onderzoekscommissie [en bijzondere commissie] 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage van € 153,33 zolang de commissie actief is. De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.

⚑ Noot: In deze leden is aangesloten bij de artikelen 3.1.1. tot 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

3

VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE HEEMSKERK 2026 Artikel 4 Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak 1. Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van [percentage] (maximaal 20%)] boven op de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid deelneemt aan de commissie. 2. Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van [percentage] (maximaal 20%)] bovenop de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, als de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, niet redelijk wordt geacht ten opzichte van de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de werkzaamheden.

⚑ Noot: De raad dient een percentage aan te geven (maximaal 20%).Dit artikel is door de VNG aangemerkt als een niet facultatief artikel. Het bevat echter wel facultatieve elementen. Er dient een percentage tussen de 0% en 20% te worden ingevuld.

Artikel 5 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, als bedoeld in artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in bij het presidium via de griffier. 2. Bij dit verzoek worden documenten met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald. Artikel 6 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Het raads- of commissielid levert binnen twee maanden na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. 3.

Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer. Artikel 7 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de loonbelasting 1964. Artikel 8 Betaling vaste vergoedingen commissieleden De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers vindt maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.

4

VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE HEEMSKERK 2026

Artikel 9 Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; b. betaling vooruit uit eigen middelen; of c.

betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier en beoordeeld door de griffier. 4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 10 Titel en inwerkingtreding 1. Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heemskerk 2026 en treedt in werking met ingang van de dag na datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst. 2. De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden, zoals vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Heemskerk van 28 november 2019, wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 11 Overgangsbepalingen 1. De rechten en verplichtingen die zijn ontstaan onder de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden, zoals vastgesteld op 28 november 2019, blijven van toepassing op aanspraken die zijn ontstaan vóór 1 april 2026. 2. De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing op aanspraken die zijn ontstaan met ingang van 1 april 2026, zijnde de datum van aanvang van de raadsperiode 2026–2030.

⚑ Noot: Deze overgangsbepalingen regelen dat de nieuwe verordening materieel terugwerkt tot 1 april 2026, de aanvangsdatum van de nieuwe raadsperiode. De formele inwerkingtreding vindt plaats op de dag na bekendmaking (artikel 12). In het raadsvoorstel dient de terugwerkende kracht nader te worden toegelicht en gemotiveerd.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Heemskerk in zijn openbare vergadering van 25 juni 2026 de raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17023013/1