Regionale Woonagenda Zuid-Kennemerland IJmond
Tekst van het document
Regionale Woonagenda Zuid-Kennemerland/IJmond Opmaat naar nieuwe meerjarige regionale woonafspraken (Regionaal Volkshuisvestingsprogramma Zuid-Kennemerland/IJmond 2027-2031)
Portefeuillehoudersoverleg Volkshuisvesting Zuid-Kennemerland/IJmond November 2025 Opgesteld in afstemming met en met subsidie van de provincie Noord-Holland. Opgesteld met ondersteuning van RIGO.
Waarom een Regionale Woonagenda? Een traditie van samenwerken in Zuid-Kennemerland/IJmond De gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort werken sinds vele jaren samen op het gebied van wonen in de regio ZuidKennemerland/IJmond. De woningmarkt functioneert immers regionaal en ook organisaties waarmee we samenwerken, zoals woningcorporaties, ontwikkelende partijen of zorgaanbieders, werken vaak in meerdere gemeenten. Over de jaren heen is de samenwerking verder gegroeid. Zo is er één gezamenlijk woonruimteverdeelsysteem tot stand gebracht voor de verdeling van de sociale huurwoningen van woningcorporaties in deze regio. Ook is de samenwerking verbreed van woonruimteverdeling en bouwen naar onder andere wonen en zorg: we zien de opgaven als regionale opgaven en werken steeds meer samen met zorg- en welzijnsorganisaties in de regio. De samenwerking is daarnaast ook functioneel. We leren van elkaar en ook verkennen we gezamenlijk nieuwe onderwerpen. Eveneens stemmen we onderling af om met één mond te spreken richting de Metropoolregio Amsterdam (MRA), provincie en Rijk. Samen staan we sterker. De huidige samenwerkingsafspraken staan in het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 ‘Samen bouwen aan een toekomstbestendige regio’.
Ook de provincie is hierin partij en biedt daarnaast subsidiemogelijkheden voor de uitvoering van de afspraken. De woningcorporaties in de regio hebben het Woonakkoord onderschreven. Voorsorteren op nieuwe regionale woonafspraken, mede in het licht van de Wet versterking regie volkshuisvesting Met de provincie Noord-Holland is afgesproken dat de opvolger van het Woonakkoord een ‘regionaal volkshuisvestingsprogramma’ wordt, om recht te doen aan de verwachte veranderende regelgeving. De overheid herneemt de regie op de volkshuisvesting door meer te gaan sturen op hoeveel, waar en voor wie wordt gebouwd. Allereerst werd dit zichtbaar in de nationale Woon- en Bouwagenda, uitmondend in diverse programma’s en de Woondeals1. Vervolgens is gewerkt aan wetgeving. De Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv), waarin het instrument volkshuisvestingsprogramma een belangrijke plek inneemt, is in aantocht. Inhoudelijk is voor 99% duidelijk wat de wet behelst, maar de wet is nog niet vastgesteld en de datum van inwerkingtreding is op dit moment nog niet bekend. Voor het hebben van een vastgesteld volkshuisvestingsprogramma zal bovendien een uitgestelde inwerkingtreding gaan gelden.
Daarom verlengen we in overleg met de provincie het Woonakkoord 2021 – 2025 met maximaal twee jaar2 en werken in de tussentijd toe naar nieuwe regionale afspraken, op te tekenen in wat we gaan noemen een ‘Regionaal volkshuisvestingsprogramma’ voor Zuid-Kennemerland/ IJmond. Een regionaal volkshuisvestingsprogramma is overigens geen formeel instrument. De Wvrv kent alleen een (verplicht) volkshuisvestingsprogramma op Rijks- provinciaal en gemeentelijk
1
Zuid-Kennemerland/IJmond is onderdeel van de MRA Woondeal (2023).
Het Bestuursakkoord is verlengd door de raden van de 7 gemeenten. De Uitvoeringsagenda wordt verlengd en geactualiseerd door de colleges van de 7 gemeenten in december 2025, gelijktijdig met de behandeling van deze Regionale Woonagenda. De Provincie Noord-Holland (GS) zal alle Woonakkoorden in de provincie gelijktijdig verlengen. 2
1
niveau. Maar de regiogemeenten willen graag opnieuw de regionale samenwerking bevestigen en met elkaar regionale afspraken maken die een kader bieden voor lokale afspraken. Deze naamgeving geeft goed de volkshuisvestelijke context weer. In de Wvrv is regionale afstemming niet vrijblijvend, daar gaan we in hoofdstuk 2 ‘Uitgangspunten’ nader op in. Omdat een regionaal volkshuisvestingsprogramma geen formeel instrument is, is er daarnaast ook vrijheid en ruimte voor een eigen regionale invulling. Het regionaal volkshuisvestingsprogramma dat de regiogemeenten samen met de provincie in 2026 - na de gemeenteraadsverkiezingen – willen gaan opstellen, afgestemd met de betrokken stakeholders, zien we als een regionaal afsprakenkader voor de jaren vanaf 2027, waarin we de onderlinge samenwerking en de samenwerking met de provincie vorm en inhoud geven. Het is een instrument om de regionale afstemming te organiseren. Er is geen verplichte volgordelijkheid tussen de volkshuisvestingsprogramma’s op verschillende niveaus, maar wel zal het regionale kader worden opgesteld rekening houdend met het woonbeleid van de gemeenten en andersom zullen gemeenten hun (toekomstige) volkshuisvestingsprogramma afstemmen op het regionaal ‘volkshuisvestingsprogramma’. Een Regionale Woonagenda als tussenstap Als tussenstap naar nieuwe regionale afspraken presenteren we deze Regionale Woonagenda.
Er zijn meerdere redenen voor deze tussenstap: • •
•
Eén reden is, zoals aangegeven, dat er met Wvrv veel verandert, maar nog onduidelijk is wanneer deze in werking treedt; Een andere reden is de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026. Om recht te doen aan de verkiezingen zullen we pas daarna, met nieuwe gemeentebestuurders, de nieuwe afspraken gaan maken. Het huidig portefeuillehoudersoverleg Volkshuisvesting wil graag de goede regionale samenwerking en afspraken bestendigen en meegeven richting nieuwe regionale afspraken.
Doel van deze Regionale Woonagenda is om de ontwikkelingen en denkbeelden anno 2025 te beschrijven over de onderwerpen waarop vanaf 2027 regionale samenwerking noodzakelijk of wenselijk is. Het document dient om vooruit te kijken en de gedachten te vormen. Het is agenderend. Er worden nog geen keuzes gemaakt. Het is input voor de nieuwe raadsperiode en voor gemeentelijke coalitieakkoorden. Na de gemeenteraadsverkiezingen vormt het een basis om met de nieuwe gemeentebestuurders te bespreken welke nieuwe en concrete regionale afspraken we met elkaar en met de provincie willen maken. Totstandkoming Deze Woonagenda is tot stand gekomen door verschillende besprekingen in het ambtelijk en bestuurlijk regionaal overleg volkshuisvesting vanaf juli 2025. Op 2 oktober 2025 is tijdens een brede stakeholdersbijeenkomst in Velsen met woningcorporaties, marktpartijen, zorg- en welzijnsorganisaties en met ambtenaren wonen en uit het sociaal domein gesproken over de regionale samenwerking en over hun ideeën om regionale meerwaarde te bereiken. In de eindfase heeft een aantal stakeholders feedback gegeven op een conceptversie van de Regionale Woonagenda. Voordat we de Regionale Woonagenda presenteren, gaan we in op de context en op de samenwerking.
2
Context van de Regionale Woonagenda We stellen de Regionale Woonagenda niet op in het luchtledige. We houden rekening met actueel beleid en regelgeving van Rijk, provincie en gemeenten en bouwen daarop voort. Daarnaast hebben we te maken met praktische aspecten als ambtelijke capaciteit en financiële beperkingen. In dit hoofdstuk beschrijven we puntsgewijs deze context. Regelgeving en beleid om rekening mee te houden: •
•
•
•
•
•
3
De Woonagenda is in lijn met de vereisten van de aankomende Wvrv voor het Volkshuisvestingsprogramma, en dan met name de regionale vereisten3. Deze hebben betrekking op: - de onderlinge verdeling van het aantal te bouwen betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur, betaalbare koop); - de onderlinge verdeling van de bouwopgave voor huisvesting van ouderen, starters en overige aandachtsgroepen; - een regionale urgentieregeling en onderlinge verdeling van de urgenten (te regelen in de huisvestingsverordening). Er geldt een voorbehoud t.a.v. de regionale afbakening van de in de Wvrv verplichte ‘woningbouwregio’ (bouwen) en ‘woningmarktregio’ (woningtoewijzing). Na overleg met gemeenten hakt de provincie daarover de knoop door, volgens de huidige planning in het eerste kwartaal van 2026. Ook indien als woningbouwregio het MRA-niveau wordt gekozen, beschouwen we Zuid-Kennemerland/IJmond als een belangrijk schaalniveau voor onderlinge afstemming en samenwerking. Dit sluit aan bij onze ervaringen en bij het schaalniveau van onze samenwerkingspartners, waaronder de woningcorporaties. De Woonagenda houdt geen rekening met de volkshuisvestingsprogramma’s van Rijk en provincie. Deze zijn namelijk nog niet voorhanden. Rijk en provincie Noord-Holland werken nog aan het opstellen van hun volkshuisvestingprogramma’s. De verwachting is dat het Rijk deze begin 2026 gereed heeft.
De planning van de provincie is een conceptprogramma in september 2026 en afronding aan het eind van dat jaar. Er is nog weinig zicht op wat deze documenten voor de regio gaan betekenen. De Regionale Woonagenda - en met name straks de regionale woonafspraken - bieden aan de gemeenten een kader voor hun lokale volkshuisvestingsprogramma’s 4, maar houdt ook rekening met lokaal beleid; in de praktijk is er sprake van een wisselwerking tussen beide. Een andere belangrijke bouwsteen voor zowel het regionale volkshuisvestingsprogramma als de lokale volkshuisvestingsprogramma’s is de Regionale woonzorgopgave ZuidKennemerland/IJmond (DSP, juni 2024). De Regionale woonzorgopgave formuleert opgaven, maar ook uitgangspunten voor een regionale aanpak. Het stuk is door alle regiogemeenten geaccordeerd en zal door gemeenten worden vertaald en meegenomen in de lokale volkshuisvestings-programma’s, waar een lokale woonzorgvisie onderdeel van is. Naast de Regionale Woonzorgopgave houden we rekening met actuele regionale documenten, zoals diverse stukken t.a.v. of van de MRA 5, de Regionale woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond (DSP, juni 2024), De woningbehoefte in de MRA en Noord-
Deze vereisten gelden voor de woningbouwregio en woningmarktregio, zie het volgende punt.
Sommige gemeenten in de regio werken nu al aan het opstellen en vaststellen van een gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma. 4
5
Proposities ZKIJ en IJmond, MRA agenda
3
•
Holland Noord6 (RIGO, 2025), het woonwensenonderzoek WiMRA, het convenant toekomstige bestendige woningbouw en het convenant houtbouw. Naast de ‘verplichtingen’ vanuit de Wvrv is er ruimte voor andere onderwerpen en activiteiten wanneer die voor de gemeenten regionaal meerwaarde hebben. Bijvoorbeeld de woonruimteverdeling.
Praktische zaken om rekening mee te houden: •
•
•
• •
Zowel gemeenten als woningcorporaties en ander stakeholders hebben behoefte aan focus en prioriteiten binnen de regionale samenwerking. Dubbel werk of overlap met bijvoorbeeld inspanningen/afspraken op lokaal niveau willen we voorkomen. De ambtelijke capaciteit is beperkt. Dat betekent regionale meerwaarde als voorwaarde stellen en bewust keuzes maken. De provincie stelt subsidie beschikbaar voor het opstellen en uitvoeren van regionale afspraken. Ook deze Woonagenda is opgesteld met subsidie van de provincie. De regeling7 is geldig t/m 2027. Op dit moment is subsidie mogelijk voor 50% van de te maken kosten, aan te vragen per project, en tot het provinciale budget is uitgeput. We willen subsidiemogelijkheden benutten. De provincie benut hiervoor een potje van het Rijk. Op dit moment is onbekend of er ook na 2027 subsidie beschikbaar zal zijn. Regionale samenwerking vergt van een gemeente soms een tijdsinvestering, maar kan ook helpend zijn en leiden tot tijdsbesparing of effectiever beleid/aanpak. Dit geldt zeker voor kleinere gemeenten die minder gespecialiseerde kennis in huis hebben of meer hinder ondervinden bij personeelswisselingen. Maar kan ook gelden voor alle regiogemeenten indien kennis over een nieuw onderwerp ontwikkeld moet worden.
We kijken dus steeds kritisch naar inspanningen en kosten in relatie tot verwachte (regionale) opbrengsten en zoeken daarin steeds de juiste balans. Omdat wonen raakvlakken heeft met zowel ruimtelijke ordening (zo wordt het volkshuisvestingsprogramma een instrument in het kader van de Omgevingswet), duurzaamheid als met het sociale domein (huisvesting en bijbehorende zorg en begeleiding van ouderen en andere aandachtsgroepen) is de samenwerking tussen deze disciplines van groot belang. Dit geldt zowel binnen gemeenten (ambtelijk, bestuurlijk) als met stakeholders. Dit moet geborgd worden in de regionale overlegstructuur.
https://www.noordholland.nl/bestanden/pdf/Bouwen_Wonen/Onderzoek%20woningbehoefter%2020242040.pdf 6
https://www.noordholland.nl/Producten_op_alfabet/Woondeals_Noord_Holland_2025_subsidie 7
4
Diverse vormen van samenwerking in de regio Regionale samenwerking kent vele vormen en maten. Er is sprake van samenwerking tussen gemeenten, samenwerking met de provincie en het Rijk en samenwerking met andere organisaties, zoals woningcorporaties. We lichten dat hieronder kort toe. Samenwerking tussen gemeenten Er zijn verschillende vormen en niveaus van samenwerking (tussen gemeenten) te onderscheiden. Van licht tot intensief zijn ze hieronder weergegeven. Deze vormen komen in de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond ook voor. De mate en intensiteit van regionale samenwerking kan dus per onderwerp verschillen. De genoemde vormen van samenwerking komen dus naast en in combinatie met elkaar voor. •
•
•
•
•
•
•
Informatie en kennis uitwisselen, contacten leggen. Toelichting: Bij gebrek aan capaciteit, kennis of ervaring. Of als sprake is van een nieuw onderwerp. Vooral kleine gemeenten hebben hier baat bij. Regionaal kennis verzamelen/onderzoek doen naar regionale woonopgaven (breed of specifieke onderwerpen). Toelichting: Hier is sprake van een zekere erkenning dat opgaven niet gebonden zijn aan één gemeente, maar eerder regionaal van aard zijn. De provincie kan ook kennis aanreiken aan de regio. Regionaal monitoren over de voortgang van opgaven. Toelichting: bijv. monitors voortgang woningbouw, ontwikkeling sociale voorraad. Hierin wordt transparant wat de bijdrage van elke gemeente is. Regionaal bespreken – bespreekpunten formuleren. Toelichting: Bijvoorbeeld n.a.v. monitors bespreken hoe het staat met de voortgang van opgaven, wat goed gaat en wat niet, wat de bijdrage van elke gemeente is, wat verbeterd kan worden en of regionale afstemming/samenwerking daarbij wenselijk is. Bijv. arbeidsmigranten. Waarop aanpak richten? Waarop beleid maken? Is regionaal samenwerken zinvol? Regionaal afstemmen en/of samenwerken, krachten bundelen (aanpak, beleid). Toelichting: bijv. aanpak ouderenhuisvesting (campagne Ook later lekker wonen, project Zorgkantoor), aanpak doorstroming. Niet wettelijke vereisten. Regionaal beleid opstellen.
Bestuursakkoord Woonakkoord: gezamenlijk beleidslijnen vaststellen Regionale Woonzorgopgave ZKIJ: gezamenlijk opgave en uitgangspunten vaststellen. De regionale opgave concreet verdelen. Regionale (verdeel)afspraken maken (met Wvrv verplicht op bepaalde onderwerpen). Toelichting: Concrete en harde afspraken maken over ieders aandeel in de gezamenlijke regionale opgave (zoals nu voorzien met de Wvrv voor betaalbaar bouwen, huisvesting aandachtsgroepen en woningtoewijzing aan urgenten).
Samenwerking met de provincie De provincie is ook partij in de regionale samenwerking en in de regionale afspraken die we in 2026 gaan opstellen voor de daaropvolgende jaren. De provincie heeft meerdere rollen ten aanzien van de gemeenten: • • •
Kennis aanreiken (onderzoek, deskundigheid) Faciliteren (flexpool, subsidies) Samenwerken (deelnemen in de regionale afspraken, convenanten)
5
• • •
Regisseren (Woondeals, regionale verdeelafspraken in de woningbouwregio’s, regionale verdeelafspraken urgenten in de woningmarktregio’s); Sturen met regelgeving (ruimtelijk beleid in omgevingsvisie en omgevingsverordening, provinciaal volkshuisvestingsprogramma), op provinciaal niveau; Interbestuurlijk toezicht houden op gemeenten (huisvesting statushouders, huisvestingsverordeningen, woonvisies (nu), volkshuisvestingprogramma’s (straks). Toezicht vormt pas het sluitstuk van een escalatieladder.
Samenwerking met andere disciplines en met andere organisaties Aandacht is ook nodig voor samenwerking tussen verschillende disciplines en met tal van organisaties: •
•
•
Binnengemeentelijk en regionaal: wonen, zorg/sociaal domein en fysieke/ruimtelijke pijler (RO) met elkaar verbinden. Hoe kunnen we regionaal borgen dat deze afstemming voldoende plaatsvindt? Dit speelt op het niveau van de betrokken ambtenaren en op het niveau van de betrokken wethouders (portefeuilleverdeling). Diverse overheden: (regio)gemeenten – regio - provincie – Rijk. Naast het niveau van de regio Zuid-Kennemerland/IJmond, werken de regiogemeenten ook samen (veelal via vertegenwoordiging) binnen het gemeentelijk samenwerkingsverband van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ook de provincies Noord-Holland en Flevoland zijn onderdeel van de samenwerking. De MRA houdt zich onder meer bezig met de Verstedelijkingsstrategie, de Woondeal 2023, de randvoorwaarden voor de bouwopgave en is gesprekspartner voor het Rijk. Met samenwerkingspartners/stakeholders: gemeenten – woningcorporaties – marktpartijen – zorg- en welzijnsorganisaties/zorgkantoor.
6
WOONAGENDA Zuid-Kennemerland/IJmond: onderwerpen waarop we regionaal verschil maken Toelichting In dit hoofdstuk vindt u de eigenlijke Woonagenda. Per thema beschrijven we kort de belangrijkste ontwikkelingen en opgaven voor de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Vervolgens benoemen we mogelijkheden voor de regionale samenwerking, waarin we meerwaarde voor de regio zien. Sommige van deze mogelijkheden zijn niet vrijblijvend, omdat ze verbonden zijn aan de Wvrv. Andere ideeën zijn gebaseerd op huidige denkbeelden. Deze zijn nog niet (helemaal) getoetst op nut, haalbaarheid, (politieke) wenselijkheid of maatschappelijk draagvlak. Die vragen zullen worden meegenomen in het vervolg, als na de gemeenteraadsverkiezingen gemeenten met elkaar, met de provincie en met stakeholders in gesprek gaan over concrete kaders en afspraken voor een regionaal Volkshuisvestingsprogramma voor de komende jaren. Er is dan vanzelfsprekend ook ruimte voor nieuwe ideeën of andere inzichten. Nogmaals: dit is een Regionale Woonagenda, gebaseerd op eerste verkenningen en gesprekken. We gaan achtereenvolgens in op de volgende thema’s: • • • • • •
woningbouw; betaalbaar bouwen; beter benutten staande woningvoorraad; huisvesting ouderen, starters en overige aandachtsgroepen; woonruimteverdeling en urgenten; leefbare en toekomstgerichte wijken.
7
Ontwikkelingen en opgaven: •
•
•
•
•
Ontwikkeling woningbehoefte in combinatie met het huidige woningtekort. In de Woondeal MRA zijn voor de regio Zuid-Kennemerland/IJmond 18.350 woningtoevoegingen opgenomen voor de periode t/m 2030. Er is een update nodig, waarbij wat verder vooruit wordt gekeken (richting 2035). Het rapport “De woningbehoefte in de MRA en Noord-Holland Noord (2024–2040)” (RIGO, 2025), in opdracht van de Provincie Noord-Holland, biedt hiervoor zowel kwantitatief als kwalitatief inzichten voor de middellange en langere termijn, ook op het niveau van de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. De provincie krijgt in de Wvrv de taak om te sturen op 130% plancapaciteit. Dit wordt onderdeel van het provinciaal volkshuisvestingsprogramma. Op dit moment, kijkend naar de huidige Woondealperiode t/m 2030, beschikt de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond over voldoende plancapaciteit. Als we verder vooruit gaan kijken, moet dit opnieuw worden onderzocht. De provincie Noord-Holland heeft haar ruimtelijk beleid recent wat versoepeld. Er zijn nu meer mogelijkheden voor ‘een straatje erbij’. Voorlopig blijft regionale afstemming van locaties buiten bestaande stedelijk gebied wel een provinciale regel. Bij woningkwaliteit is duurzaamheid een belangrijk aspect. Dit onderwerp wordt met name vormgegeven in landelijke regelgeving, in MRA-convenanten en in lokaal beleid.
Ideeën voor regionale samenwerking: •
We continueren het regionaal monitoren van woningbouwplannen en van opleveringen. Inzicht in de voortgang van de bouwopgave (kwantitatief en kwalitatief) kan worden verbeterd door niet alleen uit te gaan van informatie van de gemeenten, maar ook van woningcorporaties en marktpartijen. Het optuigen van PubliekPrivateMonitoring (PPM), wordt aangejaagd door Rijk, provincie en MRA en krijgt vorm in de provinciale Monitor Plancapaciteit. Het is zinvol om dit inzicht ook op deelregionaal niveau te voeden (zoals al gebeurt in Beverwijk/Velsen) en te bewaken.
8
• •
•
•
• •
Deelregionale versnellingstafels verder uitbouwen. Op basis van PPM-monitoring wordt ook het gesprek over het voorkomen van vertragingen effectiever. Regionaal gesprek over afstemmen dan wel minimaliseren van de bovenwettelijke eisen die worden gesteld aan woningen of bouwplannen op gemeenteniveau (bijvoorbeeld ten aanzien van duurzaamheid, toegankelijkheidseisen, parkeren). Dit geeft eenduidigheid aan bovenlokale ontwikkelaars, die daardoor sneller of goedkoper kunnen bouwen. Een voorbeeld van afstemming zijn de MRA convenanten over toekomstbestendig bouwen en over houtbouw. Regionaal gesprek over afstemmen dan wel kennisdelen over voorwaarden t.a.v. betaalbare woningen om realisatie en kwaliteit te waarborgen. Bijvoorbeeld over voorkeurspositie corporaties bij sociale huur, instandhoudingstermijnen, (variatie in) woninggrootte, prijs/kwaliteitsverhouding. Aanzet tot een globaal woningbouwprogramma (o.a. betaalbare woningen, geschikte woningen voor aandachtsgroepen waaronder ouderenhuisvesting), met input van regionale verdeelafspraken (zie ook 3.2 betaalbaar bouwen en 3.4 huisvesting ouderen, starters en overige aandachtsgroepen). Afstemmen over openbaar vervoer en infrastructuur voor inbreng bij MRA (NOVEX). Gezamenlijke lobby over aanpak netcongestie op MRA niveau.
9
Ontwikkelingen en opgaven: •
•
Vanwege het grote tekort aan betaalbare woningen, is in de Wvrv opgenomen dat er veel betaalbare woningen moeten worden gebouwd. De regelgeving van de Wvrv bevat instructieregels voor betaalbaar bouwen op Rijks-, provinciaal, regionaal (woningbouwregio): 30% van de woningtoevoegingen moet sociale huur zijn en in totaal tweederde van de woningtoevoegingen moet betaalbaar zijn (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop). De Wvrv geeft aan gemeenten de volgende instructieregels mee. Indien sprake is van een benedengemiddeld aandeel sociale huurwoningen (corporaties) in de voorraad8: minimaal 30% sociale huur in de nieuwbouw. Indien sprake is van een bovengemiddeld aandeel sociale huur in de voorraad: minimaal 40% middensegment (huur of koop) in de nieuwbouw. Na wijziging van de Europese staatssteunregels voor middenhuur kan voor de financiering van middenhuurwoningen door woningcorporaties mogelijk ook gebruik worden gemaakt van het bestaande borgstelsel. Dit vergt nog aanpassing van de Woningwet.
Ideeën voor regionale samenwerking: •
8
Verplicht: Een verdeling tussen de gemeenten in een woningbouwregio van het aantal te realiseren betaalbare woningen is verplicht. Naast de instructieregel per gemeente, zullen regiogemeenten gezamenlijk aan de regionale instructieregels moeten voldoen (tweederde betaalbaar en 30% sociale huur). De uitkomst van de regionale verdeling moet landen in de gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma’s. Op dit moment is nog niet bepaald wat de afbakening wordt van de woningbouwregio. De provincie vraagt op dit moment advies aan de deelregio’s binnen de MRA (de huidige Woondealregio). De provincie overweegt ook het niveau van de MRA-regio.
Meest recente cijfer: gemiddeld 26 à 27%.
10
•
•
Tweederde van alle woningen bouwen in het betaalbare segment (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) is in onze regio een uitdaging. Dat geldt met name voor de bouw van middenhuur en sociale/betaalbare koop. We willen kennisdelen en ook gezamenlijk optrekken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan gezamenlijke afspraken met ontwikkelaars of gezamenlijke inkoop van industriële bouwconcepten. Zo hebben ontwikkelaars wellicht meer belangstelling, kan meer tempo worden gemaakt, en kunnen kosten worden bespaard. Naast het monitoren van nieuwbouw van sociale huurwoningen blijven we ook de ontwikkeling van de totale voorraad sociale huurwoningen regionaal volgen. Leidt de nieuwbouw inderdaad tot een significante groei?
11
Ontwikkelingen en opgaven: •
• •
•
•
• •
Niet alle toevoegingen van woningen en woonruimte verloopt via nieuwbouw. Ook toevoegingen in de bestaande voorraad tellen mee in de woningbouwopgave volgens de Wvrv. Er zijn verschillende mogelijkheden in de bestaande voorraad: Transformatie leegstaande gebouwen (functieverandering). Aanpassingen – op niveau woning of gebouw (bijvoorbeeld Lang Leven Thuisflats9 in Amsterdam), waardoor meer woningen geschikt worden voor een bepaalde doelgroep (bijvoorbeeld ouderen). Splitsen, optoppen, erf delen. Met name splitsen van bestaande woningen levert veel nieuwe woningen op, zo blijkt uit CBS-cijfers. Er is potentie hiervoor in de regio: sommige gemeenten zoals Bloemendaal en Heemstede beschikken over relatief veel grote woningen. Ook woningdelen kan zorgen voor meer woonruimte. Dit is in principe onzelfstandige woonruimte (alleenstaanden die samen een woning bewonen, of verhuur van kamers (hospitaverhuur)) en kan voor bepaalde doelgroepen (tijdelijk) een oplossing zijn. Woningdelen kan (onder voorwaarden) mogelijk worden gemaakt via ruimtelijk beleid en/of via de huisvestingsverordening. Doorstroming van ouderen naar meer geschikte woningen en van hogere inkomens uit de sociale huur blijft wenselijk. Voorkomen langdurige leegstand en stimuleren tijdelijke verhuur aan starters en aandachtsgroepen.
Seniorencomplexen waar woningcorporaties, zorgverleners en welzijnsorganisaties actief werk maken van community building voor ouderen. 9
12
Ideeën voor regionale samenwerking: •
• •
Op regionaal niveau vooral kennis delen. Bijvoorbeeld hoe je woningdelen via regelgeving en communicatie kunt stimuleren. En of je dit beter regelt via het ruimtelijk beleid dan wel via de huisvestingsverordening. Of hoe je kopers of huurders kunt informeren over of faciliteren bij kamerverhuur. Verkennen of het wenselijk is om het beleid t.a.v. woningdelen en voorraadbeheer regionaal af te stemmen. Voor het bevorderen van doorstroming blijven we afstemmen (regionale blokkades wegnemen) en kennisdelen over wat werkt.
13
Ontwikkelingen en opgaven: •
• •
•
Ouderen en andere groepen die zorg of begeleiding nodig hebben worden geacht vaker zelfstandig te gaan/blijven wonen (o.a. doelgroepen Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen, jeugdzorg). Vaak kan dat in reguliere woningen. Deels is daarvoor ook een variatie aan specifieke woonvormen nodig. Huisvesting van aandachtsgroepen kan via nieuwbouw tot stand komen, maar er zijn ook mogelijkheden in de bestaande woningvoorraad (woningen of woningdelen). De aandachtsgroepen zijn gedefinieerd in de Wvrv (zie onderstaande afbeelding). Starters zijn daar recent aan toegevoegd op initiatief van de Tweede Kamer. Ouderen (65+) vormen de grootste aandachtsgroep en daarmee getalsmatig ook de grootste opgave. Voor ouderen zijn meer geschikte woningen nodig (nultreden, geclusterd wonen, zorggeschikt wonen en andere woonconcepten), waarnaar zij kunnen doorstromen. Ook de woonomgeving is daarbij van belang. Is er bijvoorbeeld een geschikte woonzorgcirkel? Het betreft grotendeels een lokale opgave. Wel is het zinvol regionaal de voortgang te monitoren. De regelgeving rondom de huisvesting van statushouders is op dit moment nog niet helder.
14
Ideeën voor regionale samenwerking: •
•
•
•
•
•
•
Verplicht: Een verdeling tussen de gemeenten in een woningbouwregio van de huisvestingsopgave voor ouderen, starters en overige aandachtsgroepen is verplicht. Onderwerp van gesprek is o.a. of gemeenten daarbij ook verschillende accenten willen leggen (mogelijke uitruil van aandachtsgroepen). De uitkomst van de regionale verdeling moet landen in de gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma’s. We beschikken al over een vastgestelde Regionale Woonzorgopgave ZuidKennemerland/IJmond (DSP, juni 2024). Daarbij ligt de focus op de volgende groepen: mensen met een beperking, mensen met een psychische kwetsbaarheid, (dreigend) daklozen en ouderen 65+. Er zijn uitgangspunten voor de regionale aanpak vastgesteld. Deze zullen we benutten bij het uitwerken van de bovengenoemde verdeling. We bouwen hierop voort. Voor de huisvesting van ouderen heeft het meerwaarde regionaal ideeën uit te werken. Op dit moment loopt er bijvoorbeeld een project met subsidie van het Zorgkantoor naar de kwaliteitseisen voor ouderen, naar informatievoorziening voor ouderen en naar de mogelijkheden voor de exploitatie van gemeenschappelijke ruimtes. Een ander aspect is hoe de zorg efficiënter te maken in tijden van personeelstekorten. Regionaal zijn we in gesprek over ‘Wonen Eerst’ en over Skaeve huse. Het sociaal domein heeft daarbij het initiatief.
Samenwerking en een heldere rolverdeling tussen wonen en sociaal domein is belangrijk. Dit speelt bij meerdere aandachtsgroepen (denk bijvoorbeeld aan Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen). In het kader van het Woonakkoord heeft de regio dit jaar verkennend onderzoek gedaan naar de positie van arbeidsmigranten en woonwagenbewoners op de regionale woningmarkt. Geleidelijk ontstaat meer inzicht en kennis over deze groepen en komen beleidsvragen beter in beeld, waaronder de vraag wat regionale samenwerking kan bijdragen. De wil tot samenwerken op deze aandachtsgroepen is uitgesproken, soms is het nog zoeken naar de precieze invulling daarvan. Hierover zal de regio nog verder het gesprek gaan voeren. Belangrijk is om een beter totaaloverzicht te verkrijgen van alle aandachtsgroepen gezamenlijk. Wat is de totale regionale opgave? Pas als dat grotendeels in beeld is, kunnen gemeenten met elkaar afspraken maken over fair share: welke bijdrage levert elke gemeente? (zie eerste punt). In het verlengde hiervan: hoe kunnen we de voortgang van de opgaven goed monitoren op regionaal niveau. In hoeverre kunnen we monitoring op provinciaal niveau en op landelijk niveau benutten?
15
Ontwikkelingen en opgaven: •
In de Wvrv wordt een gemeentelijke urgentieregeling verplicht gesteld en wordt een tiental verplichte urgentiecategorieën gedefinieerd. Deze vereisten zijn in ZuidKennemerland/IJmond al verwerkt in de regionaal afgestemde huisvestingsverordening die rond de jaarwisseling 2025/2026 wordt vastgesteld in de regiogemeenten.
Ideeën voor regionale samenwerking: •
•
•
Verplicht: De verplichte verdeling van de te huisvesten verplichte urgente groepen tussen gemeenten in een woningmarktregio moet nog plaatsvinden. Elke gemeente moet de uitkomst hiervan opnemen in haar gemeentelijke huisvestingsverordening. De komende periode gaat de regio eerst aan de slag om de omvang van de urgente groepen in beeld te brengen (de regionale opgave). Overigens is ook de afbakening van de woningmarktregio nog niet vastgesteld door de provincie. Evalueren van het huidige woonruimteverdeelsysteem (Woonservice), samen met de woningcorporaties. Hoe vinden we dat het functioneert? Ook verkennen van mogelijke verbeteringen, bijvoorbeeld het vergroten van de kansen voor actief woningzoekenden. We kunnen ons voordeel doen met ervaringen elders (o.a. regio Amsterdam). Doorstroming – ouderen, inkomensgroepen. Kennis delen over inzet instrumenten en deze zoveel mogelijk regionaal afstemmen. Voorkom belemmeringen/blokkades tussen regiogemeenten. Hoe kunnen we de (regionale) regeling ‘Ouder worden prettig wonen’ verder verbeteren?
16
Ontwikkelingen en opgaven: •
•
•
•
Herstructurering. In de gemeenten Beverwijk en Velsen, maar ook in delen van Haarlem, Heemskerk en Zandvoort is er een opgave om verouderde en eenzijdige wijken leefbaar te houden en toekomstbestendig te maken. Met herstructurering kan de woningvoorraad diverser en duurzamer worden gemaakt en beter afgestemd op diverse doelgroepen (zoals diverse vormen van ouderenhuisvesting). Van belang voor aandachtsgroepen zijn niet alleen de woningen, maar is ook de inrichting van de wijk (toegankelijkheid, nabijheid van voorzieningen, ontmoetingsmogelijkheden, voldoende groen en uitnodigend om te bewegen); Omdat aandachtsgroepen die zorg en begeleiding nodig hebben weer vaker in gewone wijken (blijven of gaan) wonen, is ook de sociale leefbaarheid van belang. Een klein deel van deze aandachtsgroepen kan voor overlast zorgen; dat geldt ook voor andere bewoners. Overlast willen we voorkomen. Spreiding is onder andere een aandachtspunt. Er is steeds meer aandacht, ook in onze regio, voor brede welvaart, waarbij het niet alleen gaat om voldoende inkomen en welvaart, maar ook om fysieke en mentale gezondheid, om samenleven, om klimaat.
Ideeën voor regionale samenwerking: • •
•
•
Afstemmen/faseren van herstructureringsplannen om waterbedeffecten te voorkomen en herhuisvesting van stadsvernieuwingsurgenten te vergemakkelijken. Streven naar een samenhangende, gemeente-overstijgende aanpak (schaalvergroting) om zo meer kans te maken op subsidiemogelijkheden die hard nodig zijn. In IJmond is hiermee al een start gemaakt. Een integrale aanpak van fysieke maatregelen, economische (bijvoorbeeld energiearmoede) en sociale maatregelen en daarbij gezamenlijk leren van de goede voorbeelden binnen en buiten de regio. Kennisdelen van pilots van toewijzingen en projecten zoals ‘Gemengd wonen’. Zo is in Haarlem recent een project gestart.
17