CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland IJmond Heemskerk 2026

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Huisvestingsverordening Zuid Kennemerland IJmond Heemskerk 20266.781 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvergadering: Portefeuillehouder(s): Commissie d.d.: Aantal bijlage(n):

29 januari 2026 A. Gamri RWK 15 januari 2026 4

Onderwerp: Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ IJmond: Heemskerk 2026 Voorgesteld besluit De gemeenteraad besluit: 1. De Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ IJmond: Heemskerk 2026 (D/2025/762449) vast te stellen en in werking te laten treden op 15 februari 2026, onder gelijktijdige intrekking van de Huisvestingsverordening 2022 Zuid Kennemerland/IJmond, gemeente Heemskerk. Geheimhouding Dit besluit is openbaar. Planning Fase & besluitvorming College Commissievoorste l (indien van toepassing) Commissie Raad Uitvoering

Dec 2025

Jan 2026

Feb 2026 ev.

9

15 29 X

Inleiding In de voorliggende huisvestingsverordening 2026 wordt voorgesteld om nieuwbouwwoningen van sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen maximaal mogelijk toe te wijzen aan de eigen inwoners. Gezien het feit dat Beverwijk en Heemskerk één woongebied vormen met één woonvisie, waar de inwoners in hoge mate over en weer verhuizen, geldt deze voorrang voor inwoners van gemeenten Beverwijk en Heemskerk. De voorliggende verordening is op dit onderwerp een uitwerking van het raadsbesluit van 27 maart 2025 waarin de regionale uitgangspunten voor de huisvestingsverordeningen zijn vastgelegd. Toelichting op het voorstel (onderbouwing) 1. Noodzaak voor hanteren van een huisvestingsverordening Op basis van de vigerende wetgeving mag een gemeente op grond van de Huisvestingswet een verordening hanteren om schaarse woonruimte eerlijk te verdelen. Woonruimte is met zekerheidschaars te noemen in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Of het nu sociale huurwoningen, midden huurwoningen of betaalbare koopwoningen betreft. Schaarste zien wij ook bij alle woningtypes D/2025/761338

*Z0D5D114C55* Z0D5D114C55

1

en in alle wijken in Heemskerk. De vraag is aanzienlijk groter dan het aanbod. Het effect zien wij in prijsstijgingen en langere wachtlijsten, maar ook groepen die moeilijk aan passende woonruimte kunnen komen. Zonder sturing is passend wonen naar inkomen, huishoudensamenstelling of inkomen niet voor iedereen (snel) realiseerbaar. Ook komen starters op de huur- en koopmarkt moeilijk aan bod, krijgen bijzondere doelgroepen minder snel een woning en moeten urgent woningzoekenden te lang wachten. Een huisvestingsverordening lost het woningtekort niet op, maar om schaarse woonruimte eerlijk te verdelen is een huisvestingsverordening wel noodzakelijk. 1.1. Schaarste-onderbouwing Op grond van de Huisvestingswet moet een gemeente schaarste aan woonruimte aantonen om regelgeving in de verordening toe te mogen passen. Het onderzoeksbureau RIGO heeft daarom vanuit diverse bronnen een schaarste onderzoek voor de afzonderlijke gemeenten opgesteld. De conclusies zijn samengevat in de toelichting van de Huisvestingsverordening 2026. Specifiek voor bepaalde onderdelen van de verordening hebben de gemeenten aanvullend onderzoek uitgevoerd. Bij het vaststellen van de regionale uitgangspunten voor huisvestingsverordeningen in maart 2025 was al onderbouwd waarom voorrangsregels voor nieuwbouw betaalbare koopwoningen ingevoerd moeten worden.

Ook was onderbouwd waarom toewijzing aan de eigen inwoners wenselijk is. Ook voor het kunnen invoeren van de opkoopbescherming is data opgevraagd bij het Kadaster. Dit komt op sommige onderdelen van de onderbouwing aan de orde. 1.2. Regionale afstemming Het opstellen van een nieuwe verordening doen de regiogemeenten in nauwe samenwerking. Regionale afstemming is een wettelijke verplichting, maar wij willen dit ook zelf. We vormen immers één woningmarktregio met één woonruimteverdeelsysteem voor sociale huurwoningen. Regelgeving in één gemeente raakt direct woningzoekenden en stakeholders in andere gemeenten. We streven daarom weer naar een eenduidige huisvestingsverordening met maatwerk per gemeente waar dit op grond van de marktwerking en politieke of maatschappelijke invulling noodzakelijk is. 1.3. Voorbereiding op de Wet versterking regie volkshuisvesting De Tweede Kamer heeft de Wet versterking regie volkshuisvesting op 3 juli 2025 aangenomen. Ten tijde van schrijven van dit voorstel moet de Eerste Kamer hierover nog vergaderen. Verwacht wordt dat de wet ingaat op 1 juli 2026. Onze gemeente bereidt zich, mede in samenwerking met de regio, al geruime tijd voor op de nieuwe wet. Door vertraging in besluitvorming over de wetgeving zijn bepaalde verwachtingen vanuit de wet zelfs al afgerond in onze gemeente en/of regio.

De verplichte Woonzorgvisie is al vastgesteld in Heemskerk. Ook is een Woonvisie vastgesteld die zo goed als mogelijk inspeelt op de wet. De Woonvisie wordt in 2026 uitgewerkt in het verplichte gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma. Dit is een concreet uitvoeringsprogramma van de visie dat het college in 2026 wordt aangeboden. Ook als regio wordt gewerkt aan een regionaal volkshuisvestingsprogramma (de opvolger van het vigerende Woonakkoord Zuid-Kennemerland/ IJmond). Dit zal in 2026 aan de raad worden aangeboden. Ook de voorliggende Huisvestingsverordening 2026 met Nadere regels woonurgentie spelen al in op de aankomende wet. De wet stelt namelijk voorwaarden over doelgroepen die gemeenten moeten ondersteunen bij huisvesting. Denk bijvoorbeeld aan mensen met een laag inkomen, doorstroming van senioren, gezinnen die willen doorstromen, jongeren die op zichzelf willen wonen, maar ook specifieke groepen als slachtoffers van huiselijk geweld, uitstromers uit instellingen, dak- en thuislozen. De verordening en nadere regels voor woonurgentie behandelen alle verplichte groepen en meer om te voorzien in een eerlijke verdeling van schaarste. Dit is niet nieuw voor onze gemeente. Wij hanteren al vele jaren een verordening waarin deze groepen zijn opgenomen. Met de verordening is op onderdelen meer aandacht gegeven aan bepaalde groepen en zijn technische verbeteringen D/2025/761338

2

doorgevoerd. Nieuw is de verplichting om ex-sekswerkers een voorrangpositie te verstrekken. Deze groep was voorheen niet opgenomen in de verordening, maar deze groep wordt onder de aankomende wet wel een nieuwe en verplichte urgentiecategorie. De urgentie voor ex-sekswerkers is in afwachting van de inwerkingtreding van de aankomende wet al toegevoegd aan de verordening, maar treedt pas in werking op het moment dat het college een inwerkingtredingsbesluit over de urgentiestatus van deze groep neemt. De Wet versterking regie volkshuisvesting vraagt gemeenten ook om regionale afspraken te maken over een evenwichtige verdeling van de doelgroepen. Voor het overgrote deel bestaan deze afspraken al. In het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond zijn beleidsafspraken gemaakt. En gemeenten in de regio zijn, samen met woningcorporaties en zorgpartijen, een convenant Pact voor uitstroom aangegaan. Hierin is niet alleen de werkwijze naar huisvesting maar ook een contingentverdeling tussen gemeenten afgesproken. Waar noodzakelijk worden aanvullende verdelingsafspraken tussen gemeenten opgenomen in het regionaal volkshuisvestingsprogramma dat de regiogemeenten met elkaar gaan opstellen in 2026. De verordening regelt dat de doelgroepen aan bod komen op de woonmarkt in de regio. Het regelt de voorwaarden voor verdelingsafspraken.

Een uitstromer uit een instelling krijgt, op grond van de verordening, bijvoorbeeld een urgentie. Daarbij is bepaald dat de uitstromer bemiddeld wordt naar een woning die gelegen kan zijn in de gehele regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Verdelingsafspraken staan echter niet in de verordening. Dit wordt geregeld in regionale overeenkomsten. 1.4. Open woonmarkt Het is belangrijk te benoemen dat een verordening de woonmarkt bijstuurt. Gemeenten in de regio willen een open woonmarkt blijven bieden. Een woonmarkt waar woningzoekenden iets te kiezen hebben, ook over gemeentegrenzen heen. Uit monitoring blijkt dat dit leidt tot meer verhuizingen. Het is belangrijk terughoudend te zijn met beperkende regelgeving. Het gaat tenslotte om verdeling van schaarste. Daar waar een bepaalde groep middels regelgeving sneller aan een passende woning kan komen, daar moeten andere woningzoekenden langer wachten. De regio Zuid-Kennemerland/IJmond heeft mede door de terughoudendheid in het hanteren van regelgeving kortere wachttijden dan andere regio's in de Metropoolregio Amsterdam. 2. Wijzigingen ten opzichte van de vigerende huisvestingsverordening De gemeente kan in de verordening regels stellen ten aanzien van de verdeling van woonruimte en ten aanzien van de samenstelling van de woonruimte. Wij gaan hier verder in op de onderwerpen die zijn aangepast in de verordening.

Wij benoemen niet tot in detail alle technische wijzigingen om de werking juridisch correct of de tekst regionaal eenduidig te formuleren. 2.1. Algemeen De regio Zuid-Kennemerland/IJmond streeft naar eenheid. Dit betekent ten eerste dat de artikelnummering in alle verordeningen gelijkgetrokken is. Als een gemeente een bepaalde regelgeving niet hanteert wordt dit artikel als 'gereserveerd' opgenomen. Hiermee wordt ook voldaan aan een wens van stakeholders, zoals Woonservice. Woonservice voert namens de corporaties de woonruimteverdeling en de beoordeling van urgentieverzoeken uit en is daarmee direct gebonden aan de regelgeving in de verordening en nadere regels woonurgentie. Een eenduidige verordening en nadere regels woonurgentie vereenvoudigt voor Woonservice de beoordeling van toewijzingen en urgentieverlening die zij voor de gemeenten afhandelen. De IJmondgemeenten hanteren al vele jaren een beleidsregel voor woonurgentie bij de huisvestingsverordening. Daar waar de huisvestingsverordening de urgente doelgroepen vastlegt D/2025/761338

3

beschrijft de beleidsregel meer concreet de situaties waarin men wel of niet in aanmerking komt voor een urgentie. De beleidsregels zijn opgesteld aan de hand van decennia aan jurisprudentie. De beleidsregels voor woonurgentie zijn nu omgezet in nadere regels voor woonurgentie waarmee deze niet alleen voor de gemeente zelf gelden. Daarnaast is het werkingsgebied uitgebreid. De regels gaan gelden voor alle gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. De nadere regels zijn technisch geactualiseerd en aangepast op nieuwe eisen die voortkomen uit de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting en op nieuw beleid. 2.2. Verdeling van de woonruimte De Huisvestingswet is in 2024 gewijzigd. Het biedt nieuwe sturingsmogelijkheden voor de gemeenten. Op 27 maart 2025 heeft de raad regionale uitgangspunten voor verordeningen met de daarbij behorende schaarste onderbouwing vastgesteld, gericht op de nieuwe mogelijkheden die de Huisvestingswet biedt. De vastgestelde uitgangspunten zijn verwerkt in de Huisvestingsverordening 2026. De raad heeft op basis van deze uitgangspunten de volgende wijzigingen voorgesteld:  Bied een open woningmarkt met zo weinig mogelijk (voorrangs)regels zodat woningzoekenden iets te kiezen hebben en de dynamiek op de woonmarkt blijft.

 Pas waar nodig de regels aan om urgent woningzoekenden uit de eigen gemeente met voorrang te kunnen blijven huisvesten in de eigen gemeente.  Wijs 50% van alle nieuwbouw sociale huurwoningen toe aan de inwoners uit de eigen gemeente om de doorstroming te bevorderen, maar de impact van voorrangsregels op de totale woonmarkt beperkt te houden. Gezien het feit dat Beverwijk en Heemskerk één woongebied zijn waar onze inwoners in hoge mate over en weer verhuizen geldt lokale voorrang voor inwoners uit de gemeenten Beverwijk en Heemskerk.  Maak het in de verordening mogelijk om woningen met voorrang aan huishoudens met een vitaal beroep toe te wijzen. Dit is nieuw voor de gemeenten. Het vraagt om een nadere uitwerking. Het college zal daarom een inwerkingtredingsbesluit voor toewijzing aan vitale beroepsgroepen uitwerken met nadere regels over de wijze waarop de uitvoering, in samenwerking met corporaties en werkgevers, is georganiseerd. In de regio lopen meerdere pilots met toewijzing aan huishoudens met een vitaal beroep om lering uit te trekken. In Heemskerk loopt hier geen pilot voor.  Maak het in de verordening mogelijk om nieuwbouw betaalbare koopwoningen primair toe te wijzen aan huishoudens die hier op basis van het inkomen op zijn aangewezen. Het Rijk hanteert hiervoor minimale inkomensgrenzen.

Wijs secundair 50% van alle nieuwbouw betaalbare koopwoningen trapsgewijs toe. Eerst aan de inwoner uit de eigen gemeente (inwoners uit de gemeenten Heemskerk en Beverwijk), vervolgens aan inwoners uit de regio en daarna aan overige woningzoekenden. Dit wordt aangevuld met voorrang voor inwoners uit de regio die een sociale huurwoning achterlaten, waarmee de lokale doorstroming verder wordt bevorderd. Dit is nieuw voor de gemeenten. Het college zal daarom een inwerkingtredingsbesluit voor toewijzing van betaalbare koopwoningen uitwerken met nadere regels over de wijze waarop de uitvoering, in samenwerking met marktpartijen, is georganiseerd.  Neem, als van toepassing op de gemeente, de nieuw mogelijk gemaakte leefbaarheidsmaatregelen op in de verordening bij toetsing van aanpassingen aan de bestaande woningvoorraad. Dit is in Heemskerk niet van toepassing. In Heemskerk regelen we de samenstelling van de woningvoorraad via het omgevingsplan. Daarom is dit niet opgenomen in de verordening. Vervolgens is de huidige verordening in zijn geheel geactualiseerd en zijn maatregelen toegevoegd om bestaand beleid uit te kunnen voeren. De raad is in juli 2025 per memo geïnformeerd over de onderwerpen die uitgewerkt worden in de verordening. D/2025/761338

4

Toewijzen van betaalbare woningen Onder betaalbare woningen vallen wettelijk de sociale huurwoningen (tot € 900,-, prijspeil 2025), middenhuurwoningen (tot € 1.184,-, prijspeil 2025) en betaalbare koopwoningen (tot € 420.000,-, prijspeil 2026). Jaarlijks worden deze prijsgrenzen per ministeriële regeling herijkt, waardoor wij jaarlijks ook deze nieuwe grenzen zullen hanteren. De voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting stelt dat regiogemeenten gezamenlijk voor minimaal twee derde betaalbare woningen bouwen. Gemeenten hebben zich met de Woondeal hier ook aan verbonden op gemeenteniveau. Ook is in de nieuwe woonvisie Beverwijk-Heemskerk 2030 de wens uitgesproken om 75% betaalbare woningen te realiseren. Bij verdeling van schaarste moeten huishoudens die op grond van het inkomen van betaalbare woningen afhankelijk zijn daar ook een kans op maken. Het gaat in dit geval om huishoudens afhankelijk van een sociale huurwoning, maar ook om huishoudens die niet voor een sociale huurwoning in aanmerking komen en de concurrentie verliezen van hogere inkomens. Sociale huurwoningen De vigerende verordening regelde al het toewijzen op inkomen van sociale huurwoningen. Overige (sub)kopjes in dit collegevoorstel hebben met name betrekking op deze woningen. In dit subkopje gaan we hierom daar niet verder op in.

Betaalbare koopwoningen De raad heeft in maart 2025 vastgesteld dat nieuwe betaalbare koopwoningen met voorrang aan passende inkomensgroepen kunnen worden toegewezen, dit is opgenomen in de verordening en eerder in dit collegevoorstel benoemd. Middenhuurwoningen Missend in deze context is regelgeving voor middenhuurwoningen. In de verordening is nu opgenomen dat nieuwbouw particuliere middenhuurwoningen met voorrang op inkomen toe worden gewezen. De werkwijze bij betaalbare koopwoningen wordt doorgetrokken voor middenhuurwoningen. Het betreft uitsluitend regelgeving voor nieuwbouwwoningen. Voor bestaande middenhuurwoningen zijn geen regels gesteld. Dit is niet uitvoerbaar. Woningcorporaties wijzen middenhuurwoningen in hun bezit al op inkomen en voorrang (voor achterlaten sociale huurwoning) toe. Aanvullende regelgeving voor corporaties is in de verordening niet noodzakelijk. Ook voor middenhuurwoningen wordt voorgesteld om secundair 50% van alle nieuwbouw particuliere middenhuurwoningen trapsgewijs toe te wijzen. Eerst aan de inwoners uit de gemeenten Heemskerk en Beverwijk, vervolgens aan inwoners uit de regio en daarna aan overige woningzoekenden. Dit wordt aangevuld met voorrang voor inwoners die een sociale huurwoning achterlaten waarmee de lokale doorstroming verder wordt bevorderd.

De wens tot sturing bij middenhuurwoningen is opgenomen in de Woonvisie Beverwijk Heemskerk 2030. Toewijzing van middenhuurwoningen is nieuw voor de gemeenten. Het college zal daarom een inwerkingtredingsbesluit voor toewijzing van middenhuurwoningen uitwerken met nadere regels over de wijze waarop de uitvoering, in samenwerking met marktpartijen, is georganiseerd. In eerste instantie bepaalt het Rijk de inkomensgrens voor de middenhuurwoningen. Op termijn kan blijken dat er weinig gebruik gemaakt wordt van de voorrangsregels. Dit kan voorkomen doordat de huishoudens toch nog over onvoldoende financiële middelen beschikken om de nieuwbouw betaalbare koopwoning of middenhuurwoning te betrekken, waarmee de woningen aan overige woningzoekenden zijn verkocht of verhuurd. Als gewenst, kan de gemeente op grond van de Huisvestingswet de inkomensgrenzen in de verordening dan naar boven bijstellen of bepalen de D/2025/761338

5

voorrangsregel af te schaffen. Voorrangsregels sociale huurwoningen (niet-zijnde urgentieregelingen) De verordening kan het woningtekort niet oplossen. Het gaat om een eerlijke verdeling van schaarste. Uit de onderzoeken is gebleken dat de bestaande voorrangsregels voor sociale huurwoningen in de verordening functioneren. De corporaties gebruiken de regelgeving kundig. De wachttijden van doelgroepen naar leeftijd of huishoudenssamenstelling verschillen weinig van elkaar. Wijzigingen in de voorrangsregels zijn niet noodzakelijk. Op verzoek van corporaties wordt wel mogelijk gemaakt dat bepaalde kleine grondgebonden gezinswoningen toegewezen kunnen worden aan kleine gezinnen en grote grondgebonden gezinswoningen aan grote gezinnen. In praktijk is meer maatwerk gewenst. Wij laten tot nu toe in de bestaande woningvoorraad kansen liggen om meer passend te sturen voor gezinnen met kinderen. Inschrijftijdverlenging voor gedupeerde van de toeslagenaffaire Als gevolg van de toeslagenaffaire ondervinden enkele gedupeerden ook een woonprobleem. Dit is een kleine doelgroep in speciale omstandigheden die buiten de voorrangsregels en urgentieregels van de bestaande verordeningen valt. Dit kunnen uitzichtloze omstandigheden zijn waar de gemeente een zorgplicht voor heeft.

De voorliggende verordening zorgt ervoor dat huishoudens die aantoonbaar gedupeerd zijn door de toeslagenaffaire en als gevolg daarvan aantoonbaar niet passend wonen in aanmerking komen voor een inschrijftijdverlenging. Inschrijftijdverlenging voor inwonende huishoudens met kinderen Actueel in het nieuws zijn huishoudens met kinderen die ongewild inwonend zijn om dakloosheid te voorkomen. Een situatie die niet lang kan duren en tot onwenselijke situaties kan leiden. Dit is een beperkte groep woningzoekenden die volgens de huidige verordening niet aanmerking komt voor een voorrangsregel of een urgentie. In Zuid-Kennemerland kwam deze groep in aanmerking voor een inschrijftijdverlenging (acht jaar). Het wordt in praktijk zelden toegepast, maar biedt kansen voor maatwerk en extra ondersteuning van huishoudens in een benarde situatie. Inschrijftijdverlenging wordt nu in de gehele regio in de verordening opgenomen. Toewijzen van flexibele woningen Huishoudens die een huurcontract voor een tijdelijke flexibele woning zijn aangegaan kunnen binnen twee maanden na tekenen een verzoek indienen om bij hernieuwde inschrijving voor een sociale huurwoning de inschrijftijd te behouden. Dit om de doorstroming te bevorderen. Samenwonen stimuleren Om de doorstroming in de corporatiesector te bevorderen en het vrijkomende woningaanbod te vergroten wordt samenwonen gestimuleerd.

Twee huishoudens die een koppel vormen en ieder een corporatie- sociale huurwoning achterlaten door in één woning (sociale- of middeldure huurwoning) samen te gaan wonen als één huishouden kunnen bij hernieuwde inschrijving een verzoek indienen om de inschrijftijd te behouden. Voorkomen wordt dat twee woningen door één koppel worden aangehouden. Het samenwonen van meer huishoudens in zogenoemde friendscontracten valt hier dus niet onder. Daarvoor moeten aanpassingen worden doorgevoerd rondom het (tijdelijk) omgevingsplan. Het (tijdelijke) omgevingsplan knelt nu om dergelijke samenwoningsvormen actief te faciliteren. Als dit meer gefaciliteerd kan gaan worden, dan worden effecten vanuit het sociaal domein – zoals verlies van uitkeringen – overzichtelijk gemaakt voor de inwoners. Wanneer mogelijk en gewenst kan hier ook compensatie voor worden aangeboden. Uitbreiding van de urgente doelgroepen Op grond van het rijksbeleid en de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting is de wettelijk D/2025/761338

6

urgente doelgroep in de verordening uitgebreid met uitstromende ex-sekswerkers en exgedetineerden. Ex-gedetineerden werden tot nu toe voor urgentie beoordeeld onder de sociale urgente doelgroep. Dit is in de verordening alleen technisch omgezet in een wettelijke groep. Exsekswerkers is voor onze regio een nieuwe groep. De urgentie voor de groep ex-sekswerkers gaat in op het moment dat de Wet regie volkshuisvesting is aangenomen. Inspelen op Regionaal Actieplan Dakloosheid Dak- en thuislozen worden in de regio gehuisvest met een urgentie op basis van de uitstroomregeling Pact. Nadere regels kunnen voor dak- en thuislozen mogelijk noodzakelijk zijn om beter in te spelen op het Regionaal Actieplan Dakloosheid. Momenteel loopt onder dit actieplan in Haarlem een pilot 'Wonen eerst' in Haarlem regio. Gebruiken van een urgentiestatus In Zuid-Kennemerland kan een woningzoekende een verkregen urgentie inzetten in geheel ZuidKennemerland (met uitzondering van statushouders. Zij kunnen zoeken in de toegewezen gemeente op grond van de wettelijke taakstelling). In de IJmond is het gebied waar een urgentie geldig is verschillend per urgentiecategorie. Soms is een urgentie geldig in de eigen gemeente. Andere urgente doelgroepen kunnen de urgentie weer verzilveren in de regio IJmond. En andere weer in de gehele regio Zuid-Kennemerland/IJmond.

De werkwijze is in praktijk onoverzichtelijk, onwerkbaar en onnodig. Dit geldt zeker in een situatie waar een woningzoekende zelf kan zoeken naar woonruimte met de urgentieverklaring. Gelijk aan de werkwijze in Zuid-Kennemerland wordt een urgentie, onder de nieuwe verordening afgegeven in een van de IJmondgemeenten, geldig in alle IJmondgemeenten. De effecten worden gemonitord. Een belangrijk criterium is dat urgent woningzoekenden ondersteund worden in het oplossen van het woonprobleem, maar dat er geen concentratie ontstaat van het zoekgebied door de urgent woningzoekenden. Uitzondering hierop vormt de uitstromer vanuit instellingen, zoals slachtoffers van pogingen tot femicide en huiselijk geweld die uitstromen uit een blijf-van-mijn-lijfhuis. Hiervoor is al afgesproken dat deze groep in de gehele regio bemiddeld kan worden. Bevorderen van de sociale samenhang in bepaalde complexen. In bepaalde complexen is het wenselijk dat bij woningtoewijzing rekening gehouden wordt met de sociale samenhang. Bijvoorbeeld in complexen met veel ouderen waar een mix kan ontstaan met mensen die bereid zijn de ouderen te ondersteunen. Of juist complexen met een leefbaarheidsproblematiek. In dat geval is het niet wenselijk als hier bepaalde bijzondere doelgroepen bij komen wonen die al moeite hebben hun eigen leven op orde te houden.

Buren moeten in staat en bereid kunnen zijn om elkaar te ondersteunen in een complex. Wij spreken van community building. Het doel is duidelijk en opgenomen in de Woonvisie en in de Woonzorgvisie. De uitvoering is ingewikkeld om tegelijkertijd discriminatie te voorkomen en gelijke rechten van woningzoekenden te handhaven. Woningtoewijzing met behulp van een motivatiebrief is een mogelijkheid die gebruikt wordt om tot meer sociale samenhang te komen. Momenteel loopt een experiment hiervoor in Haarlem. De voorliggende verordening maakt het mogelijk om in samenwerking met woningcorporaties nadere regels op te stellen om community building voor bepaalde complexen in woningtoewijzing te betrekken. Woonwagenstandplaatsen Sommige gemeenten in de regio hebben de toewijzingsregels voor woonwagenstandplaatsen opgenomen in de verordening. Deze gemeenten streven naar meer eenheid van de regelgeving. Dit komt tot stand in samenwerking met vertegenwoordigers uit de doelgroep woonwagenbewoners. In gemeenten, die de toewijzingsregels niet hebben opgenomen in de verordening wordt de toewijzing D/2025/761338

7

bepaald door afspraken tussen de verhurende woningcorporatie en de woonwagenbewoners. De toewijzingsregels zijn al jaren geleden opgesteld. Er zijn geen aanwijzingen in deze gemeenten (waaronder Heemskerk) die een gewijzigd beleid noodzakelijk maken. Deze regels worden niet opgenomen in de verordening. In de gemeente Heemskerk zijn er momenteel geen huurstandplaatsen. Als dit in de toekomst wel het geval wordt, treden we in overleg met de woningcorporaties. 2.3. Nadere regels voor het verstrekken van een woonurgentie Bij voorgaande en ook de vigerende huisvestingsverordeningen uit 2022 van de gemeenten in de IJmond behoren beleidsregels voor de aanvraag van een woonurgentie. Deze beleidsregels zijn aan de hand van decennia aan jurisprudentie opgesteld. Het college heeft de laatste wijziging van de beleidsregels vastgesteld in 2023 ten tijde van de overdracht van de uitvoerende werkzaamheden van de urgentieverlening aan Het Vierde Huis en Woonservice. Woonservice en het Vierde Huis hebben de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland verzocht om dezelfde regelgeving en werkwijze te hanteren als de IJmondgemeenten hanteren. De gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond hebben daarop gezamenlijk de beleidsregels geactualiseerd op de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting en de inhoud en nummering aangepast op de voorliggende huisvestingsverordening.

De beleidsregels zijn daarbij omgezet in nadere regels, waarmee deze niet meer alleen van toepassing zijn op het handelen van de gemeenten. Het college zal de nadere regels vaststellen nadat de gemeenteraad heeft besloten tot het vaststellen van de nieuwe Huisvestingsverordening. Deze kunnen ingaan op het moment dat de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond Heemskerk 2026 van kracht wordt. De nog door het college vast te stellen nadere regels zijn ter informatie als bijlage toegevoegd. 3. Samenstelling van de woningvoorraad 3.1. Woonruimtevoorraadbeheer is gereguleerd in het omgevingsplan De Huisvestingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om via de huisvestingsverordening regels vast te stellen voor het omgaan met wijzigingen in de bestaande woningvoorraad. Dit noemen we woonruimtevoorraadbeheer. De gemeenten in de IJmond regelen dit al vele jaren via het omgevingsplan of het voormalige bestemmingsplan. Sturen met het omgevingsplan is conform de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting. Daarbij is het onwenselijk om een dubbel vergunningstelsel te hanteren voor vergelijkbare ingrepen. Dit leidt tot onduidelijkheid, regeldruk en kosten voor gemeenten en inwoners. Dit is mede waarom de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting streeft naar sturing met het omgevingsplan.

Het is in de IJmond niet logisch om nu alsnog regelgeving in de verordening op te nemen. De Woonvisie Beverwijk – Heemskerk 2030 heeft als doel om de woningvoorraad beter te benutten in tijden van schaarste, zonder dat dit leidt tot woningonttrekking, verkamering aan arbeidsmigranten of onleefbare situaties in wijken en complexen. De sturing hierop vindt plaats in het (tijdelijk) omgevingsplan en niet in de huisvestingsverordening. Het tijdelijk omgevingsplan voorziet momenteel in knellende regelgeving die het beter benutten van de woningvoorraad niet stimuleert. 3.2. Opkoopbescherming is niet opgenomen in de verordening De opkoopbescherming voorkomt het ‘in gebruik geven’ van door de gemeenteraad aangewezen woningen binnen een bepaald gebied zonder vergunning. De regels voorkomen de verhuur van een woning in de eerste vier jaar na aankoop. Het kopen zelf wordt niet verboden, maar voor beleggers wordt het wel minder aantrekkelijk om de woning te kopen omdat verhuur de eerste vier jaar niet mogelijk is. Primair is het de bedoeling van de wetgever om starters een kans te bieden op de woningmarkt zonder dat zij beconcurreerd worden door investeerders. Investeerders kopen woningen D/2025/761338

8

op en verhuren deze tegen hoge prijzen. Haarlem, Zandvoort en Bloemendaal hebben de opkoopbescherming in 2022 ingevoerd. Deze gemeenten hebben ieder een maximale WOZ-waarde (ten tijde van notariële overdracht) bepaald, waar de opkoopbescherming op van toepassing is. Deze zijn als volgt: Haarlem: €451.000, Zandvoort: €438.000 en Bloemendaal €600.000. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Uit data aangeleverd door het Kadaster blijkt dat de regelgeving functioneert, waarbij ook rekening is gehouden met een mogelijk waterbedeffect van eerder ingevoerde regelingen. Starters hebben nu een betere positie op de woningmarkt. Investeerders maken nog maar een klein aandeel uit van alle aankopen. Daar waar het aantal aankopen door starters klein is, heeft dit te maken met luxe woonwijken met dure koopwoningen en de concurrentie van doorstromers vanuit bestaande koopwoningen. Haarlem, Bloemendaal en Zandvoort zetten de opkoopbescherming door in de nieuwe verordening. In de overige gemeenten in de regio was er in het verleden geen duidelijke verdringing door investeerders zichtbaar, waardoor de opkoopbescherming destijds niet is ingevoerd. Ook in de nieuwe data vanuit het Kadaster is geen verdringing aangetoond, met uitzondering van Wijk aan Zee. Het aandeel van investeerders is in alle overige wijken te klein en neemt ook af.

Dit komt ook door wijzigingen in de overdrachtsbelasting en huurwetgeving. Het omgekeerde vindt eerder plaats. Kleine investeerders verkopen huurwoningen (mede aan starters) in plaats van dat zij woningen opkopen. Voor deze gemeenten kan niet beargumenteerd worden dat het invoeren van de opkoopbescherming in de verordening rechtvaardig is, behalve voor dorp Wijk aan Zee binnen de gemeente Beverwijk. Ook voor Heemskerk is het momenteel niet verdedigbaar om een opkoopbescherming in te stellen. Het aantal investeerders in aankooptransacties is de afgelopen jaren gedaald van 3% naar 1% (zo’n 3 à 4 woningen per jaar) en het aandeel koopstarters onder aankooptransacties volgt een stijgende trend (van 26% in 2016-2017 naar 33% in 2023-2024). Vergeleken met andere gemeenten in de regio en het woningbestand van Heemskerk in het achterhoofd houdende, zijn dit geen cijfers waarmee een opkoopbescherming op dit moment te rechtvaardigen valt. Heemskerk hanteert wel een zelfbewoningsplicht van nieuwbouwwoningen tot de NHG-grens. Wel wordt het belangrijk geacht dat onderzoek naar de proportionaliteit voor het instellen van een opkoopbescherming periodiek wordt herhaald. Bijvoorbeeld als er een sterke stijging van het aantal woningtransacties aan beleggers is binnen korte tijd, of het aandeel koopstarters in de woningtransacties sterk afneemt.

Als nieuwe cijfers vanuit het Kadaster aanleiding geven tot het instellen van een opkoopbescherming in (delen van) Heemskerk, dan kan daartoe worden besloten. We hebben bekeken hoe de opkoopbescherming, wanneer passend, op een snelle manier kan worden ingevoerd. In de raadsmemo Voorbereiding Huisvestingsverordening 2026 (D/2025/730041) werd hiervoor een ‘kan’-bepaling in de verordening geopperd. Hiermee zou de bevoegdheid van het instellen van een opkoopbescherming, inclusief de details hiervan, bij het college komen te liggen (in plaats van bij de gemeenteraad). Deze verschuiving van bevoegdheden vinden we niet passend. Hierom is deze ‘kan’-bepaling niet opgenomen in de verordening. Het is realistischer om elke twee jaar – als een evaluatie én bij het opstellen van een nieuwe Huisvestingsverordening – data vanuit het Kadaster op te vragen om de proportionaliteit van een opkoopbescherming te onderzoeken, tenzij er eerder signalen zijn dat het noodzakelijk is dit eerder te doen. 3.3. Registratie van toeristische verhuur is niet opgenomen in de verordening Toeristische verhuur van woonruimte biedt kansen voor de gastvrijheidseconomie, maar grootschalige verhuur van woonruimte aan toeristen kan ook ongewenste effecten hebben op de woningmarkt.

De Huisvestingswet biedt de gemeente de mogelijkheid om te sturen op toeristische verhuur van woonruimte middels een registratieplicht, nachtcriterium of meldingsplicht. Om de toeristische verhuur D/2025/761338

9

van woonruimte als instrument in te kunnen zetten, moeten nut en noodzaak van de maatregel worden aangetoond. Onderzoeksbureau RIGO heeft onderzoek verricht waaruit blijkt dat in Heemskerk in 2022 op 40 adressen tenminste één toeristische verhuur is geregistreerd. Vergeleken met andere gemeenten in de provincie Noord-Holland scoort Heemskerk in het jaar 2022 bijna het laagste op het gebied van het aantal actieve accommodaties dat via Airbnb/Vrbo verhuurd wordt. Heemskerk stond dat jaar op nummer 42 van de 44 onderzochte gemeenten op basis van het aantal actieve accommodaties in de provincie Noord-Holland. Per 1.000 inwoners was er in 2022 minder dan 1 accommodatie. Ter vergelijking, in de gemeenten met de hoogste scores Bergen, Zandvoort en Texel, werden in 2022 tussen de 45 en 62 accommodaties per 1.000 inwoners aangeboden. Ook als het gaat om het aantal gereserveerde nachten staat Heemskerk laag op de ranglijst: op plek 43 van de 44 gemeenten. Het onderzoek van de Universiteit Utrecht en Sweco geeft ook inzicht in de activiteit op Airbnb/Vrbo op buurtniveau. De accommodaties concentreren zich vooral in Heemskerkerduin, waar 15 van de 40 accommodaties liggen. Het gaat hier daarnaast om 17 accommodaties per 1.000 inwoners, terwijl het in andere buurten meestal om maar 1 accommodatie per 1.000 inwoners gaat.

Uit het onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) 2023 blijkt dat slechts 4 procent van de huishoudens in de gemeente weleens overlast ervaart door toeristische verhuur, waarvan 1 procent vaak. Verder ontving de gemeente Heemskerk geen gerelateerde overlastmeldingen. Het onderzoek van UU en Sweco wijst niet op een sterke aanwezigheid of toename van toeristisch verhuurde woonruimte in Heemskerk: er zijn relatief weinig accommodaties en de groei is minimaal. Met 1 accommodatie per 1.000 inwoners heeft Heemskerk een van de laagste dichtheden in de provincie. Lokaal (in Heemskerkerduin) kan deze dichtheid wel groter zijn. Op basis van de beschikbare gegevens is niet de conclusie te trekken dat er nut en noodzaak bestaat voor sturing op toeristische verhuur; dit afgezien van de conclusie dat er wel sprake is van schaarste aan woningen in Heemskerk. Daarom kan niet worden aangetoond dat het proportioneel is om registratie van toeristische verhuur op te nemen in de verordening.

Invloed kaders op keuzeruimte Wettelijk kader  Op grond van artikel 147 van de Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd een verordening vast te stellen;  Op grond van artikel 4 van de Huisvestingswet is de gemeenteraad bevoegd een huisvestingsverordening vast te stellen met betrekking tot het in gebruik nemen of geven van woonruimte en met betrekking tot wijzigingen in de bestaande woonruimtevoorraad;  Op grond van artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet is het college bevoegd om beslissingen van de raad over een huisvestingsverordening voor te bereiden;  De gemeenteraad kan op grond van artikel 156 van de Gemeentewet het college de bevoegdheid geven nadere regels op te stellen ter uitwerking van onderdelen van de verordening. Met betrekking tot urgentieverlening op grond van artikel 2.3.3 tot en met 2.3.12 van de verordening zijn de nadere regels voor woonurgentie in combinatie met de huisvestingsverordening opgesteld om in samenhang in te kunnen gaan op 15 februari 2026;  Artikel 6 van de Huisvestingswet bepaalt dat het college aan gedeputeerde staten van de provincie bij de voorbereiding van de vaststelling van een huisvestingsverordening advies vraagt over de gevolgen voor de regionale woningmarkt, de woningbouwopgave en de toepassing van artikel 14 van de Huisvestingswet waarin de voorrangsregels zijn verwoord.

Bestuurlijk kader  Huisvestingsverordening 2022 Zuid Kennemerland/IJmond, gemeente Heemskerk; D/2025/761338

10

      

Beleidsregel woonurgentie IJmond, gemeente Heemskerk 2023; Raadsbesluit Woonvisie 2030 Beverwijk en Heemskerk 'Samen bouwen aan prettig wonen’ (D/2025/710269); Raadsbesluit Woonzorgvisie 2030 Beverwijk en Heemskerk. Thuis in de buurt 'Samenwerken aan wonen, zorg en welzijn' (Z/2025/470757); Raadsbesluit Regionale Uitgangspunten voor Huisvestingsverordeningen ZuidKennemerland/IJmond (Z/2024/444453); Raadsmemo (D/2025/730041): Voorbereiding Huisvestingsverordening 2026; Collegebesluit Terinzagelegging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ IJmond: Heemskerk 2026 (D/2025/744047); Raadsmemo Terinzagelegging Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Heemskerk 2026 & Nadere regels Woonurgentie Zuid-Kennemerland/IJmond: Heemskerk 2026 (D/2025/745468).

Door het college overwogen alternatieven De vigerende verordening loopt af op 1 maart 2026. Om negatieve effecten van schaarste op de woonmarkt te bestrijden is een nieuwe verordening noodzakelijk. Er is geen alternatief voor het behandelen van een nieuwe verordeningen, behalve het ongewijzigd vaststellen van de huidige verordening voor een nieuwe periode. Dit kan alleen een tijdelijke optie zijn totdat de gewenste wijzigingen zijn opgesteld en regionaal afgestemd. Hierbij worden echter de instrumenten die de raad per besluit in maart 2025 heeft opgedragen, met name om woningen meer toe te wijzen aan de eigen inwoners, niet opgenomen in de verordening. Ook wordt niet ingespeeld op bestaand beleid, op de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting en op de input van stakeholders. Regionale samenwerking en couleur locale De gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond hanteren al vele jaren een op elkaar afgestemde huisvestingsverordening. De meeste verordeningen lopen af op 31 december 2025, in Heemskerk loopt de verordening af op 1 maart 2026. De gemeenten in de regio hebben daarom nieuwe huisvestingsverordeningen opgesteld, die inspelen op nieuwe wet- en regelgeving en beleidsdoelstellingen. De nieuwe verordeningen zijn in de regio zo veel als mogelijk eenduidig met lokaal maatwerk waar dat noodzakelijk is.

Risico’s Besluitvorming over de voorgestelde Wet regie volkshuisvesting is keer op keer vertraagd. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer, maar duidelijk is dat er inhoudelijke wijzigingen gaan plaatsvinden. De Tweede Kamer verkiezingen en de formatie van eind 2025 zullen het proces en de inhoud mogelijkweer kunnen beïnvloeden. De voorliggende huisvestingsverordening en nadere regels voor woonurgentie spelen zo veel als mogelijk in op de nieuwe wet. Niettemin kan na vaststellen van de verordening de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting weer gewijzigd zijn. De gemeenten in de regio zullen met een afgestemd voorstel komen om de verordening hierop aan te passen. De onduidelijkheid speelt bijvoorbeeld bij de voorrang van statushouders op een woning. Statushouders vormen een urgente doelgroep in de vigerende verordening en in de nieuwe verordening zodat gemeenten kunnen voldoen aan de wettelijke taakstelling in huisvesting van statushouders. Jaarlijks wordt ca. 5%-10% van de vrijgekomen sociale huurwoningen toegewezen aan een statushouder. Zonder een voorrangspositie zijn statushouders kansloos voor een woning. De wachttijden zijn gemiddeld iets meer dan 5 jaar. Daarbij hebben statushouders veelal geen inkomen op grond waarvan verhuurders geen huurcontracten met hen aangaan. Ook woningdelen is in de omgevingsplannen zelden toegestaan.

Statushouders kunnen wel bij familie intrekken, maar dit kan D/2025/761338

11

tot over-bewoning en andere onwenselijke situaties leiden. Een gemeente kan zonder de voorrangspositie niet voldoen aan de wettelijke taakstelling huisvesting statushouders. De voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting kan niettemin een verbod op voorrang voor statushouders opnemen. Ook werkt minister Keizer aan een aanpassing van de Huisvestingswet om de voorrangspositie van statushouders op een woning te verbieden. Het is afwachten wat er tijdens het formeren en met het nieuwe kabinet gaat gebeuren. Het kan zijn dat de gemeenten de voorrangspositie op termijn uit de verordening en nadere regels voor woonurgentie moeten schrappen. Nieuw beleid is dan noodzakelijk over de wijze waarop gemeenten aan hun taakstelling kunnen voldoen. Het risico bestaat dat een gemeenteraad in de regio bij de behandeling van de verordening wijzigingen wenst in de voorliggende verordening. Wijzigingen in het hoofdstuk over de woningtoewijzing vragen om regionale afstemming en uitwerking. Op dit onderwerp zijn alle voorliggende verordeningen identiek. De regio heeft namelijk één woonruimteverdeelsysteem waarvoor verschillende regelgeving per gemeente onwenselijk en onuitvoerbaar is.

Als de raad bij de behandeling van de verordening aanvullende regelgeving wenst, dan kan de raad de verordening vaststellen en het college opdragen op het onderdeel met een wijzigingsvoorstel te komen dat in de regio is afgestemd. Het kan ook zijn dat een gemeenteraad de verordening niet wenst vast te stellen. De gemeenteraden in de regio worden voorgesteld om de vigerende verordeningen in dat geval ongewijzigd vast te stellen voor een nieuwe periode. Dit biedt gemeenten de tijd om met een nieuwe afgestemde verordening te komen. De raad van Heemskerk wordt voorgesteld om in dat geval de vigerende Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ IJmond, gemeente Heemskerk te verlengen tot 31 december 2026. Het risico bestaat hierbij wel dat Heemskerk als enige gemeenten in de regio een verouderde en afwijkende verordening hanteert die niet inspeelt op reeds door de raad vastgestelde sturingsinstrumenten. Financiën Op grond van het raadsbesluit van 27 maart 2025 over regionale uitgangspunten voor de Huisvestingsverordening maakt de verordening 2026 een vergunningstelsel mogelijk voor de toewijzing van nieuwbouw betaalbare koopwoningen, voor nieuwbouw middenhuurwoningen en voor toewijzing van woningen aan vitale beroepsgroepen.

De verordening legt vast dat dit vergunningstelsel pas ingaat op het moment dat het college een inwerkingtredingsbesluit genomen heeft waarin de wijze van uitvoering van de vergunningverlening is georganiseerd. Het inwerkingtredingsbesluit zal financiële consequenties hebben in personele inzet, computerprogramma's en samenwerking met derden. Dit besluit ligt nu nog niet voor. De perspectiefnota van 2027 zal een aanvraag bevatten om geld hiervoor vrij te maken. Gedacht wordt aan een samenwerking met de ODIJ. Afhankelijk van hun tarief en het aantal af te geven vergunningen wordt een raming gemaakt voor deze aanvraag. Als er in 2026 al kosten worden gemaakt die niet uit reguliere budgetten kunnen worden opgevangen dan wordt dit opgenomen in één van de bestuursrapportages van 2026.

Participatie  De verordening en de nadere regels zijn integrale producten van een samenwerking tussen ruimtelijk beleid, juridische zaken, leefomgeving, vergunningen en het sociaal domein;  De verordening is in nauwe samenwerking tussen de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond tot stand gekomen;  De woningcorporaties zijn als uitvoerder van de regelgeving intensief betrokken in het gehele ontwikkelproces voor doelmatigheid en uitvoerbaarheid;  Voor ontwikkelaars, beleggers, huurderorganisaties, makelaars, notarissen en organisaties in het sociaal domein zijn participatiebijeenkomsten georganiseerd; D/2025/761338

12

De huisvestingsverordening en de nadere regels voor woonurgentie hebben 6 weken ter inzage gelegen voor zienswijzen. In Heemskerk zijn geen zienswijzen ingediend. Wij zien hierin een bevestiging van een goed uitgevoerd participatieproces; In de regionale radenbijeenkomst is in 2024 en in 2025 een bijeenkomst gehouden, zijn tussentijds informerende raadsmemo’s gezonden en hebben de gemeenteraden in maart 2025 de uitgangspunten voor verordeningen in de regio vastgesteld; Op grond van de voorgestelde Wet regie volkshuisvesting moet het college aan gedeputeerde staten om advies vragen voordat tot besluitvorming wordt overgegaan. De provincie heeft op ons verzoek in maart 2025 al een ambtelijk advies uitgebracht op de regionale uitgangspunten voor de huisvestingsverordening. Dit om de kwaliteit van de verordening te verhogen en verrassingen in het advies van gedeputeerde staten op de conceptverordening in het besluitvormingsproces te voorkomen. De provinciale reactie was ambtelijk positief. De regionale samenwerking en het streven naar eenheid wordt gewaardeerd. Zij zien dat de gemeenten ervan doordrongen zijn dat woonruimte schaars is en goed verdeeld moet worden, maar dat vrije vestiging overeind blijft. De provincie onderschrijft onze doelstellingen. Ook hebben gedeputeerde staten een positief advies uitgebracht, te vinden in bijlagen.

Communicatie De huisvestingsverordening en nadere regels woonurgentie worden na vaststelling door de gemeenteraad bekend gemaakt via de eigen website, de gemeentepagina en op Overheid.nl. Uitvoering Met het raadsbesluit gaat de huisvestingsverordening in per 15 februari 2026. Na dit raadsbesluit stelt het college de Nadere regels woonurgentie vast. Ook de nadere regels treden in werking per 15 februari 2026. Op onderdelen volgt een nadere uitwerking. Het college zal het volgende uitwerken:  Een inwerkingtredingsbesluit vergunningverlening toewijzing nieuwbouw middenhuur- en betaalbare koopwoningen;  Een inwerkingtredingsbesluit met voorrang toewijzen aan vitale beroepsgroepen;  Nadere regels voor toewijzing op motivatie voor meer sociale samenhang in bepaalde complexen;  Nadere regels om samenwonen te stimuleren om meer aanbod van sociale huurwoningen beschikbaar te krijgen;  Nadere regels over het huisvesten van niet zelfredzame dak- en thuislozen, conform het Regionaal Actieplan.

Bijlage(n)  Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ IJmond: Heemskerk 2026 (D/2025/762449);  Nadere regels Woonurgentie Zuid-Kennemerland/ IJmond: Heemskerk 2026 (D/2025/762443) (nog door het college vast te stellen);  Advies gedeputeerde staten provincie Noord-Holland op de conceptverordening (D/2025/762448);  Bekendmaking Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ IJmond: Heemskerk 2026 (D/2025/762453). Achterliggende documenten Zie bestuurlijk kader onder het kopje Invloed kaders op keuzeruimte.

D/2025/761338

13

Heemskerk, 9 december 2025 Burgemeester en wethouders van Heemskerk, de secretaris, de burgemeester,

D/2025/761338

14

De raad van de gemeente Heemskerk besluit; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 december 2025; gezien het advies van de commissie RWK d.d. 15 januari 2026; gelet op het bepaalde in artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 4 van de Huisvestingswet;

besluit: 1. De huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/ IJmond: Heemskerk 2026 (D/2025/762449) vast te stellen en in werking te laten treden op 15 februari 2026, onder gelijktijdige intrekking van de Huisvestingsverordening 2022 Zuid Kennemerland/IJmond, gemeente Heemskerk. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Heemskerk in zijn openbare vergadering van 29 januari 2026

de raad voornoemd, G.A. van Egmond de griffier,

D/2025/761338

A.H.J.J. Luijten de voorzitter,

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16364445/2