Bijlage - Visiedocument 'Visie op onderwijshuisvesting'
Tekst van het document
Visie op onderwijshuisvesting In de gemeente Heemskerk
CONCEPT
Opdrachtgever Gemeente Heemskerk
Datum 13 februari 2024
Referentienummer 2230065/202331sl02
Auteurs Leonoor Clemens, Stijn Olthof & Bram Treffers
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave 1.
2.
Visie op onderwijs
3
1.1
Aanbod en samenwerking
3
1.2
Spreiding en schaalgrootte
4
1.3
Inclusie
5
1.4
Bewegingsonderwijs
8
Duurzaamheid en binnenklimaat
10
2.1
Nieuwe gebouwen
10
2.2
Bestaande gebouwen
11
2.3
Circulariteit
12
2.4
Groene schoolpleinen
13
3.
Renovatie
14
4.
Flexibiliteit
15
Overige thema’s onderwijshuisvestingsbeleid
16
5.
5.1
Onderwijskundige vernieuwingen
16
5.2
Leegstandsbeleid
16
5.3
Dislocatiebeleid
18
5.4
Huisvestingsbeleid oude gebouwen (optimaal gebouwenbestand)
18
5.5
Doordecentralisatie onderwijshuisvesting
20
5.6
Veiligheid
20
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
2/21
1. Visie op onderwijs 1.1 Aanbod en samenwerking Schoolbesturen, opvangpartners en de gemeente hebben de ambitie uitgesproken om een doorgaande ontwikkellijn van 0-18 jaar aan te bieden. Het heeft daarbij de voorkeur de ontwikkeling van 0-12 jarigen onder één dak te huisvesten. Een doorgaande ontwikkellijn zorgt ervoor dat onderwijs en opvang, mogelijk in combinatie met zorg, voor alle kinderen vanaf jonge leeftijd binnen de gemeente toegankelijk is. Daar waar mogelijk komen in een kindcentrum de organisaties, die de ontwikkeling van kinderen van 0-12 jaar centraal stellen, samen. Organisaties zoeken, op basis van een gedeelde visie, actief de samenwerking met elkaar op. Per project wordt tussen de betrokken partijen een samenwerkingsovereenkomst opgesteld waarin, naast organisatorische afspraken, onder andere wordt bepaald welke voorzieningen in het gebouw worden gedeeld en op basis van welke afspraken. Daarnaast zien de schoolbesturen van het PO en VO, opvangpartners en de gemeente een bredere maatschappelijke opdracht waar vanuit het onderwijs aan kan worden bijgedragen. Schoolgebouwen zijn vaak ankerpunten in de wijk. Primair worden kind gerelateerde voorzieningen gekoppeld aan de school. Secundair is het de ambitie om wijk gerelateerde maatschappelijke organisaties, naar behoefte, een plek te bieden in het schoolgebouw.
Denk bijvoorbeeld aan organisaties die vereenzaming tegengaan of een serviceplein van de gemeente bedoeld om inwoners ondersteuning te bieden bij werk, inkomen, zorg en welzijn. Het bereikbaar, vindbaar en laagdrempelig bieden van dergelijke maatschappelijke voorzieningen draagt bij aan de effectiviteit van de ondersteuning. Dit vraagt om maatschappelijke ruimte in de school (in dubbel gebruik met het onderwijs of aanvullend op de onderwijscapaciteit), bij voorkeur in een af te sluiten gedeelte binnen het gebouw. Goede afspraken over het gebruik, het beheer en de financiële bijdrage zijn daarbij noodzakelijk. Daarnaast vraagt de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en parkeergelegenheid van (brede) onderwijslocaties om aandacht.
De kaders voor het realiseren van aanvullende ruimten boven op de onderwijscapaciteit (ten behoeve van opvang, zorg of maatschappelijke voorzieningen) zijn reeds vastgelegd in de notitie Kaders IKC’s Heemskerk (2022). Afspraken over het beheer en (mede)gebruik worden per casus vastgelegd in een gebruiksovereenkomst. Het betrokken schoolbestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de overeenkomsten. In de gemeente Heemskerk is ook aanbod voor kinderen met speciale ondersteuningsvragen en -behoeftes. Heliomare Onderwijs in Heemskerk biedt kinderen/jongeren tussen 4 en 20 jaar met een lichamelijke of meervoudige beperking, een verstandelijke beperking, een chronische ziekte, een autismespectrumstoornis, gedragsstoornis of niet-aangeboren hersenletsel op verschillende locaties speciaal (voortgezet) onderwijs. Kinderen krijgen onderwijs en ondersteuning op maat en kinderen met een revalidatie-indicatie, krijgen de benodigde therapieën in één programma, onder schooltijd. Het onderwijsaanbod van Heliomare is gericht op uitstroom naar dagbesteding, arbeid of vervolgonderwijs (vmbo-havo en entree-opleiding). De Van Gilseschool in Heemskerk (Auris) verzorgt in Heemskerk onderwijs aan leerlingen in de onderbouw met een ernstige taalontwikkelingsstoornis (TOS) en aan slechthorende leerlingen (SH).
Deze voorzieningen vallen onder het Speciaal (voortgezet) onderwijs (s(v)o) en hebben een regionale functie. Ten slotte willen de schoolbesturen kinderen al vanaf jonge leeftijd kennis laten maken met techniek en technologie door het bieden van meer praktijkgericht onderwijs en samenwerking met het bedrijfsleven. Het Kennemer Techlab is daar een goed voorbeeld van. Ook binnen het primair onderwijs willen we graag aandacht voor techniekonderwijs. Waar mogelijk worden voorzieningen met elkaar gedeeld. Het voortgezet onderwijs in Heemskerk beschikt over een breed aanbod aan onderwijsrichtingen, van praktijkonderwijs tot havo. Het Dali College biedt reeds meer praktijkgerichte havo programma’s aan. Het
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
3/21
doel daarvan is de beroepsoriëntatie op hbo-niveau te stimuleren en de aansluiting met het vervolgonderwijs te verbeteren. Het VWO wordt in de regio aangeboden, in Beverwijk en Castricum. Specifiek 10-14 onderwijs onder één dak wordt in Beverwijk reeds gefaciliteerd voor de kinderen uit de regio. Voorstel IHP ▪ ▪ ▪ ▪
We kiezen er, daar waar mogelijk, voor om bij de huisvesting van kindcentra specifiek de functies te huisvesten die passen bij een doorlopende ontwikkellijn van 0-12. In kindcentra worden primair kind gerelateerde functies gekoppeld aan de school. Een secundaire ambitie is om bredere wijk gerelateerde organisaties een plek te bieden in het kindcentrum. Bij nieuwbouw en levensduurverlengende renovaties is compartimentering en afsluitbaarheid van de gebouwen een aandachtspunt, zodat gebouwen zich lenen voor medegebruik buiten schooltijden. Aanvullende ruimten boven op de onderwijscapaciteit (ten behoeve van opvang, zorg of maatschappelijke voorzieningen) worden gerealiseerd zoals beschreven in het document Realiseren Kindcentra (2022).
1.2 Spreiding en schaalgrootte De gemeente Heemskerk kent een grote diversiteit aan scholen verspreid over de gemeente. Dit is een groot goed. De scholen zijn samen verantwoordelijk voor het behoud van dit diverse aanbod. De scholen gaan niet de concurrentie met elkaar aan. De schoolbesturen dragen dit uit en over aan de schoolleiders. Thuis nabij onderwijs voor alle kinderen is het streven. Uitgangspunt is dat er per wijk voldoende onderwijscapaciteit is en dat er niet (tijdelijk) wordt uitgebreid als er in de nabijheid ruimte beschikbaar is. Er wordt daarom gekeken naar het maximaal aantal kinderen dat past binnen de aanwezige capaciteit in de wijk en binnen de aanwezige capaciteit van de school. Als de scholen geen ruimte voor groei meer hebben binnen hun aanwezige capaciteit in het schoolgebouw wordt er gezamenlijk en wijkgericht naar oplossingen gezocht. Het is de wens in iedere wijk ten minste één onderwijslocatie (primair onderwijs) te hebben die qua grootte past bij de populatie kinderen in de betreffende wijk. Een onderwijslocatie telt bij voorkeur een aantal basisvoorzieningen, zoals kinderopvang, zorg, cultuur, muziek en beweging. Dit verkleint de concurrentiepositie tussen de aanwezige locaties en vergroot de versterkende werking die de school op de wijk heeft. De onderwijslocaties streven naar een gezonde omvang, met een ondergrens van circa 200 leerlingen (min.
8 groepen), uitzonderingen daargelaten. Voor een exploitabel kindcentrum met rendabele kinderopvang wordt gestreefd naar een omvang van minimaal 275 leerlingen binnen het onderwijs. Bij een externe kinderopvangaanbieder kan van dit aantal worden afgeweken. Dit maakt de locaties toekomstbestendig en aantrekkelijk om langdurige samenwerking met bijvoorbeeld kinderopvang, zorg en maatschappelijk organisaties aan te gaan en een breed aanbod te realiseren. Het voortgezet onderwijs is binnen Heemskerk centraal gehuisvest. Stichting Voortgezet Onderwijs Kennemerland is tevreden met deze situering. Het speciaal onderwijs in Heemskerk betreft gespecialiseerde voorzieningen met een centrale (hoofd)locatie. Eén van de aanbieders van speciaal onderwijs heeft de ambitie om te gaan werken met meer decentrale voorzieningen in de vorm van hubs. Dit wordt verder beschreven in paragraaf 1.3. In het IHP beoordelen we wijkgericht wat bovenstaande principe uitspraken betekenen voor de aanwezige onderwijslocaties. Vanuit de geconstateerde knelpunten werken we scenario’s uit die rechtdoen aan de ambities.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
4/21
Voorstel IHP ▪
▪
▪
De onderwijscapaciteit wordt op wijkniveau op peil gehouden en getoetst aan de prognoses, er wordt daarom niet (tijdelijk) uitgebreid als op een andere school binnen dezelfde wijk of in een aanpalende wijk (binnen gestelde verwijsafstanden) nog voldoende capaciteit aanwezig is om deze groei op te vangen. We streven naar schoolgebouwen van minimaal 200 leerlingen, uitzonderingen daargelaten. Voor voorzieningen met kinderopvang wordt gestreefd naar minimaal 275 leerlingen. Bij een externe kinderopvangaanbieder kan van dit aantal worden afgeweken. Op iedere school wordt, waar mogelijk en gewenst, een passend aanbod van basisvoorzieningen gerealiseerd zoals kinderopvang, zorg, cultuur, muziek, techniek en beweging.
1.3 Inclusie Inclusief onderwijs Sinds de komst van de Wet passend onderwijs in 2014 wordt in het onderwijs verplicht gewerkt aan passend onderwijs: alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Alle samenwerkende scholen in een regio bepalen vanuit een samenwerkingsverband samen wat er onder hun basisondersteuning passend onderwijs valt en zorgen samen voor een dekkend aanbod in de regio. Een kind gaat naar een gewone school als dat kan en naar het speciaal onderwijs als er intensieve begeleiding nodig is. Vanuit de landelijke en regionale ambitie ‘naar inclusiever onderwijs’, heeft Heliomare de ambitie om zowel fysiek met leerlingen als ook met ondersteuning en expertise aan te sluiten bij het regulier onderwijs. Vanuit de centrale locaties van Heliomare, willen ze meer gaan werken in decentrale kleinere locaties/voorzieningen, genaamd de hubs. Deze hubs fungeren als (tijdelijke) brugfunctie tussen het regulier en het speciaal onderwijs van waaruit de ondersteuning of de specialistische expertise van Heliomare kan worden gedeeld of waar ook daadwerkelijk leerlingen in kunnen plaatsnemen om verwijzing naar het speciaal onderwijs te voorkomen of om hen juist te voorzien in de terugplaatsing in een reguliere setting.
Bij nieuwe projecten wordt onderzocht welke kansen en mogelijkheden er zijn om basisvoorzieningen (onderwijs, opvang en zorg) voor kinderen met een zorgbehoefte op te nemen. Hierdoor wordt een toegankelijke leeromgeving gecreëerd voor kinderen zonder én met een lichte tot middelzware zorgbehoefte. Voor kinderen met een zware zorgbehoefte blijven specialistische onderwijsvoorzieningen noodzakelijk. Dit staat in relatie tot het ondersteuningsplan po/vo van het (regionale) samenwerkingsverband. Per project wordt onderzocht of er extra volume (bovenop de onderwijscapaciteit) dient te worden toegevoegd. Uitgangspunt is dat de behoefte voor deze aanvullende capaciteit wordt onderbouwd met een heldere visie vanuit de deelnemende partijen en dat er wordt nagedacht over dubbel gebruik. De gemeente is bereid het extra volume te realiseren onder voorwaarde dat de ruimten minimaal kostendekkend aan zorgpartijen worden verhuurd. Hoe deze invulling er op projectniveau uit ziet is maatwerk en afhankelijk van de lokale behoefte. Ook in bestaande gebouwen kan op de genormeerde onderwijsruimte een opslag worden toegekend in het kader van inclusiever onderwijs. Ook hier dient het schoolbestuur de ruimteclaim te onderbouwen met een visie en concrete samenwerkingsintenties met partijen die de extra (zorg)ondersteuning gaan bieden.
De rolverdeling in het bekostigen van de investeringen die nodig zijn voor aanpassingen van de bestaande ruimte is afhankelijk van de situatie. Over de bekostiging gaan het onderwijs, de eventuele huurder en de gemeente in gesprek.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
5/21
Voorstel IHP ▪ ▪ ▪
Bij het realiseren van nieuwe projecten wordt onderzocht welke kansen en mogelijkheden er zijn om basisvoorzieningen (onderwijs, opvang en zorg) voor kinderen met een zorgbehoefte op te nemen. De gemeente is bereid om bij nieuwe projecten extra volume te realiseren voor inclusiever onderwijs, onder de voorwaarde dat deze ruimten kostendekkend aan zorgpartijen verhuurd worden. Bij bestaande gebouwen heeft het schoolbestuur de regie op het onderbouwen van de additionele ruimtebehoeftes om inclusiever onderwijs te realiseren. De wijze van bekostigen van inpandige aanpassingen volgt uit het gesprek tussen onderwijs, de eventuele huurder en de gemeente.
Onderwijshuisvesting nieuwkomers Specifieke aandacht is er voor onderwijs aan nieuwkomers binnen de gemeente Heemskerk. Deze groep kinderen is nieuw in Nederland en heeft daarmee behoefte aan een bijzondere vorm van onderwijs waarbij het leren van de taal centraal staat. Deze kinderen hebben een verblijfstatus en zijn daarom naar verwachting voor langere tijd woonachtig in de omgeving. Daarnaast hebben gemeentes een verantwoordelijkheid om kinderen van asielzoekers binnen 3 maanden naar school te laten gaan. Deze kinderen hebben (nog) geen verblijfstatus, daardoor is het vaak niet te voorspellen hoe lang deze kinderen in de omgeving verblijven. Het heeft de voorkeur het onderwijs voor asielzoeker regionaal te organiseren en te zoeken naar een duurzame en toekomstbestendige oplossingen. De zorg voor en het aanbod van het onderwijs aan nieuwkomers en asielzoekers wordt in regionaal verband door de schoolbesturen georganiseerd. Het aanbod van dit type onderwijs dient dan ook onder andere te worden afgestemd op de vestigingsplaatsen van nieuwkomers en asielzoekers.
Gelet op de discussie over de spreiding van plekken voor opvang van bijvoorbeeld asielzoekers en de ervaringen met de oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne, is het van belang om te bekijken hoe we dit onderwijs willen organiseren en om een bepaalde mate van flexibiliteit te realiseren voor het onderwijs aan nieuwkomers en asielzoekers. Begrippen & definities nieuwkomersonderwijs ▪ ▪
▪ ▪
Nieuwkomers: personen die nieuw zijn in Nederland voor wie de Nederlandse taal nieuw is, met verblijfsstatus. Nieuwkomersonderwijs: onderwijs ten behoeve van nieuwkomers in Nederland. Hierin staat het leren van de taal centraal, om de kinderen later door te laten stromen naar het regulier onderwijs. De groepen zijn met ca. 15 kinderen kleiner dan de groepen in het reguliere onderwijs. Vormen van nieuwkomersonderwijs zijn: ─ Taalklas: nieuwkomersonderwijs voor basisonderwijs in Heemskerk vanaf groep 3. De duur is gemiddeld 1 jaar, daarna stromen de kinderen door naar het regulier onderwijs. ─ Internationale Schakelklas (ISK): onderwijs van 12-18 jaar met als voornaamste taak anderstalige leerlingen voor te bereiden op het reguliere onderwijs. De duur is gemiddeld 2 tot 2,5 jaar, daarna stromen de kinderen door naar het regulier onderwijs. Asielzoekers: persoon die internationale bescherming zoekt, maar wiens beroep op een vluchtelingenstatus nog niet bepaald is. Deze persoon heeft (nog) geen verblijfsstatus. Asielzoekerscentrum: opvanglocatie voor asielzoekers.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
6/21
Huidige situatie: nieuwkomersonderwijs Momenteel worden nieuwkomers in het VO opgevangen in Internationale Schakelklassen (ISK) en in het po op de taalklas. De ISK wordt verzorgd door Stichting Voortgezet Onderwijs Kennemerland (SVOK). De locatie Skills in Heemskerk is het expertisecentrum en daar vindt ook het grootste deel van de scholing plaats. Nieuwkomers in het PO krijgen onderwijs in de taalklas in Heemskerk, dit wordt gefaciliteerd door de Fakkel als onderdeel van kindcentrum Het Rinket door Stichting Tabijn. Dit betreft beide regionale voorzieningen in Heemskerk. De capaciteit in deze voorzieningen is toereikend om het huidige aantal aan nieuwkomers op te vangen. Huidige situatie & verwachting: asielzoekersopvang & -onderwijs Op dit moment verzorgt de gemeente Velsen de opvang van asielzoekers. Deze kinderen zijn ondergebracht bij de bestaande onderwijsfaciliteiten (De Fakkel & ISK van Skills vmbo in Heemskerk). In dit geval is het onderwijs voor asielzoekerskinderen onder gebracht binnen het bestaande nieuwkomersonderwijs in de gemeente Heemskerk. Dit is een tijdelijke oplossing. Het aantal asielzoekers in de regio zal de komende tijd gaan toenemen voortkomend uit de Spreidingswet. Daarmee stijgt ook de behoefte aan onderwijs voor asielzoekers. Er moet goed gekeken worden naar passende en duurzame onderwijshuisvesting voor asielzoekerskinderen.
Daarbij dient er aandacht te zijn voor de balans tussen het reguliere onderwijs en het onderwijs voor nieuwkomers en/of asielzoekers. Kaders voor het IHP De behoefte aan onderwijsvoorzieningen voor nieuwkomers en asielzoekers is moeilijk voorspelbaar: de instroom van deze groepen laat zich moeilijk voorspellen, de ondersteuningsbehoefte is afhankelijk van specifieke omstandigheden, het aanbod van voorzieningen is veelzijdig en als laatste is de behoefte en het aanbod afhankelijk van regionale afspraken. Hier dient gekeken te worden naar passende en duurzame huisvesting. Het is de verwachting dat er binnen de gemeente Heemskerk plekken voor asielzoekers gerealiseerd gaan worden. De behoefte aan huisvesting voor nieuwkomersonderwijs en onderwijs voor asielzoekers zal daarmee toenemen. Ondanks deze onzekerheden formuleren we de volgende uitgangspunten voor het nieuwkomers- en asielzoekersonderwijs: ▪
▪
▪
▪
▪
Op basis van regionale afspraken hebben de gemeenten en schoolbesturen in de regio een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het faciliteren van nieuwkomersonderwijs binnen de gemeente Heemskerk. Het nieuwkomersonderwijs (De Fakkel en ISK) is regionaal ondergebracht bij bestaande onderwijsgebouwen (Het Rinket en SKILLS) binnen de gemeente Heemskerk. Nieuwkomersonderwijs is een specialistische taak die het beste geclusterd kan worden binnen de regio. Op deze manier is alle benodigde kennis en expertise op één plaats aanwezig om deze doelgroep zo goed mogelijk te bedienen. De ruimtebehoefte voor nieuwkomersonderwijs is lastig te bepalen. Bij de actualisatie van het IHP bekijken we hoe we eventueel invulling kunnen geven bij een groei in het nieuwkomersonderwijs. We hanteren daarvoor een groepsgrootte van 15 kinderen per lokaal. Daarnaast kijken we ook hoe we (regionaal) invulling willen geven in het onderwijs aan asielzoekerskinderen. Het geniet de voorkeur de benodigde expertise voor asielzoekersonderwijs en nieuwkomersonderwijs zo efficiënt mogelijk in te zetten. Er dient aandacht te zijn voor de doorstroom van asielzoekersonderwijs en nieuwkomersonderwijs richting het reguliere onderwijs.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
7/21
Voorstel IHP ▪ ▪
Binnen het IHP wordt inzichtelijk gemaakt hoe we rekening kunnen houden met een eventuele groei op het gebied van nieuwkomersonderwijs en onderwijs voor asielzoekers. De benodigde huisvesting (kwantitatief en kwalitatief) voor nieuwkomersonderwijs en onderwijs voor asielzoekers is maatwerk en afhankelijk van de meest actuele situatie.
1.4 Bewegingsonderwijs Een belangrijk deel van het onderwijs vormt het bewegingsonderwijs. De gemeente is verantwoordelijk voor het bewegingsonderwijs in het po, vo en (v)so. Het aantal uren bewegingsonderwijs, uitgedrukt in klokuren gym, is wettelijke vastgesteld. In de huidige wetgeving hebben in het primair onderwijs (po) de groepen 3 t/m 8 recht op minimaal 1,5 klokuur gym per week, verdeeld over twee lessen. Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) geldt dat de groepen 3 t/m 8 recht hebben op minimaal 2,25 klokuur gym per week in een sportaccommodatie. Groep 1 en 2 van het po en (v)so maken gebruik van een speellokaal. Voor het vo is de behoefte afhankelijk van het onderwijsniveau. De norm voor het Vmbo is 125 minuten per schoolweek, voor de havo 108 minuten en voor het vwo 100 minuten. In het po, vo en so heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor het beschikbaar stellen van een sportaccommodatie. Primair onderwijs Voor het toekennen van klokuren gym, binnen het primair onderwijs, wordt gebruik gemaakt van een splitsingstabel (behorend bij de huisvestingsverordening). Door de methodiek van de splitsingstabel komen vooral kleine reguliere basisscholen met kleinere klassen dan de norm en schakelklassen niet aan 1,5 klokuur bewegingsonderwijs per week.
Het is de ambitie van de schoolbesturen in het po om minimaal 1,5 klokuur bewegingsonderwijs in een gymzaal aan te kunnen bieden voor iedere geformeerde groep. Het is dan ook de wens om de methodiek van de splitsingstabel los te laten en de klokuren gym toe te wijzen aan de hand van het geformeerd aantal groepen. Een ander streven is het beperken van de maximale reisafstand voor voorzieningen bewegingsonderwijs voor het PO. In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (gemeente Heemskerk, 2019) worden de maximale reisafstanden beschreven voor verschillende scholen. Het streven is om alle scholen, ongeacht de schoolgrootte, binnen de eerste categorie van 1.000 meter hemelsbreed voldoende capaciteit in lokalen bewegingsonderwijs beschikbaar te hebben. Daarnaast wordt gestreefd naar het roosteren van de klokuren bewegingsonderwijs in de meest dichtstbijzijnde accommodatie op basis van de werkelijke looptijd. Tenslotte streven de scholen naar een dynamische schooldag waarin meer bewogen wordt. Deze extra beweegmomenten hoeven echter niet altijd in een gymzaal plaats te vinden. Iedere school is vrij invulling te geven aan het bewegen op bijvoorbeeld groene beweegpleinen of buitensportvoorzieningen in de nabije omgeving van de school. Als een school extra bewegingsonderwijs wil geven, wordt onderzocht of dat binnen de bestaande capaciteit mogelijk is.
Het schoolbestuur kan daarvoor zelf uren huren in de sportaccommodaties, de eventuele kosten komen voor rekening van de betreffende school. In het kader van sportoriëntatie is het tevens wenselijk om de samenwerking met sportverenigingen te zoeken en kinderen in contact te brengen met verschillende vormen van sport. Team Sportservice Kennemerland biedt hierbij de nodige ondersteuning. Concreet is voor het po afgesproken dat: ▪ ▪
De scholen jaarlijks voor de opmaak van de gymroosters voor het opvolgende schooljaar bij de gemeente aangeven hoeveel geformeerde groepen (3 t/m 8) zij het opvolgende jaar hebben. De gemeente houdt met deze groepen rekening voor het toewijzen van het aantal klokuren (1,5 klokuur per geformeerde groep).
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
8/21
▪ ▪
De gemeente roostert zo veel mogelijk in de meest dichtstbijzijnde locatie voor bewegingsonderwijs. Capaciteitsknelpunten worden per situatie opgelost. Indien er een capaciteitsprobleem bij enkele gymzalen ontstaat, gaan de betreffende schooldirecteuren gezamenlijk om de tafel om tot oplossingen te komen en de roosters kloppend te maken. Een capaciteitsprobleem door de inroostering op basis van het aantal geformeerde groepen kan nimmer leiden tot een uitbreiding van de huidige capaciteit;
(Voortgezet) speciaal onderwijs Het (voortgezet) speciaal onderwijs heeft binnen de huisvestingsnorm recht op 2,25 klokuur bewegingsonderwijs per week per groep leerlingen. Vaak hebben deze scholen, gezien de doelgroep, een (eigen) sportvoorziening ter beschikking om aan deze normatieve behoefte te voldoen. In het geval de onderwijsinstelling gebruik wil maken van meer capaciteit dan de norm voorschrijft, gebeurt dat binnen de bestaande bewegingsonderwijsvoorzieningen. Als daar niet voldoende capaciteit voor aanwezig is, gaan de gemeente en schoolbesturen in overleg over een passende oplossing. Voortgezet onderwijs Het vo beschikt over een sportbox om invulling te geven aan de gestelde normen en invulling te geven aan de specifieke sportprofielen (aanvullend op de normen). Voor het vo is afgesproken dat: ▪ ▪
De gemeente minimaal voldoende sportvoorzieningen beschikbaar stelt conform de behoefte uit de norm en laatste prognoses. Aanvullende behoefte vanuit de sportprofielen worden zoveel mogelijk ingepast binnen de resterende capaciteit die beschikbaar is binnen de sportaccommodaties voor het vo. Als dit niet voldoende is, kan er worden uitgeweken naar accommodaties in de omgeving.
Voorstel IHP ▪ ▪
▪ ▪
Er dient minimaal voldoende capaciteit in sportaccommodaties beschikbaar te zijn om bewegingsonderwijs te faciliteren zoals de vigerende wet- en regelgeving dat voorschrijft. De gemeente streeft ernaar om 1,5 klokuur bewegingsonderwijs voor iedere geformeerde groep in een school te faciliteren in een sportaccommodatie. Capaciteitsknelpunten die daaruit voortkomen worden per situatie opgelost in de roostering. Een capaciteitsprobleem door de inroostering van groepen op basis van geformeerde groepen kan nimmer leiden tot een uitbreiding van de huidige capaciteit. De gemeente streeft ernaar om voor iedere school binnen 1.000 meter hemelsbreed voldoende capaciteit beschikbaar te hebben. In nieuwe projecten is aandacht voor een beweegvriendelijke omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van groene beweegpleinen (binnen en buiten) of buitensportvoorzieningen.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
9/21
2. Duurzaamheid en binnenklimaat Duurzaamheid en een gezond binnenklimaat zijn belangrijke thema’s bij het creëren van toekomstbestendige onderwijshuisvesting. In het Klimaatakkoord zijn concrete doelstellingen geformuleerd voor het reduceren van de CO2-emissie. Voor 2030 is het streefdoel een reductie van 55% (ten opzichte van 1990) en voor 2050 is een hard einddoel van een reductie van 95% afgesproken. In dat kader is tevens het doel gesteld om in 2050 volledig aardagasvrij te zijn. We zitten inmiddels aan het begin van deze energietransitie. Daarnaast geeft het Programma van Eisen Frisse Scholen1 duidelijke richtlijnen ten aanzien van luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid in schoolgebouwen. De normen die in het vigerende bouwbesluit voor nieuwbouw worden gehanteerd, zijn vergelijkbaar met Frisse Scholen Klasse B. De onderwijsportefeuille in Heemskerk moet aan deze landelijke en lokale eisen gaan voldoen. Gemeenten en schoolbesturen hebben nog circa 26 jaar de tijd om dit te bereiken. Aan nieuwbouw en aan verbouwing (aanpassing, renovatie) van bestaande gebouwen worden wettelijk gezien verschillende eisen gesteld. Maar de verduurzamingsopgave waar we als maatschappij voor staan, geldt feitelijk voor de gehele vastgoed voorraad.
Ook is de ambitie dat het binnenklimaat van onze gebouwen een positieve impact op de gezondheid en leerprestaties van leerlingen en docenten opleveren. Onderstaand wordt voor zowel voor nieuwe als bestaande bouw beschreven hoe wordt bijgedragen aan het realiseren van duurzame en gezonde onderwijsgebouwen.
2.1 Nieuwe gebouwen Onder nieuwe gebouwen worden de schoolgebouwen verstaan die in het IHP binnen een afzienbare tijd een grootschalige ingreep krijgen in de vorm van nieuwbouw of vernieuwbouw (renovatie). Het doel van de ingreep is het verhogen van de kwaliteit en levensduur van het gebouw. Bovenop bestaande wetgeving (Bouwbesluit) heeft de gemeente een aantal convenanten getekend die bij nieuwbouw van toepassing zijn, te weten: ▪ ▪
MRA klimaatbestendige nieuwbouw 3.0; Greendeal convenant Houtbouw.
Boven op de aanstaande wetgeving om BENG te realiseren, is de gezamenlijke ambitie uitgesproken om bij nieuwbouw van scholen binnen de gemeente Heemskerk te voldoen aan ‘ENG of Nul-op-de-meter’. Dit houdt in dat het saldo aan gebouw- en gebruiksgebonden energie 0 is. Op het gebied van gezondheid wordt Frisse Scholen Klasse B bij nieuwbouw gezien als ondergrens. Gezocht wordt naar een optimaal samenspel tussen het reduceren van de energiebehoefte en een gezond binnenklimaat, waarbij voldoende aandacht is voor koeling. Aandachtspunt: netcongestie. Er is momenteel een wachtlijst voor het elektriciteitsnet voor grootgebruikers in Heemskerk en omstreken. De verwachting is dat dit niet snel is opgelost. Voor projecten in het IHP betekent dit snel aanvragen en een overzicht te creëren richting de uitvoering van alle projecten. Daarnaast is dit aandachtspunt ook van toepassing voor uitbreidingsvraagstukken en verduurzaming.
1 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/06/PvE-Frisse-Scholen-2021.pdf
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
10/21
Voorstel IHP De gemeente en schoolbesturen dragen gezamenlijk bij aan het behalen van bovenwettelijke ambities (met andere woorden: ambities die verder gaan dan het bouwbesluit). De gemeente bekostigt het wettelijke deel (nu nog BENG, aardgasvrij en minimaal Frisse Scholen B). In het IHP passen we de VNGnormbudgetten aan het huidige prijspeil aan, zodat wordt gerekend met marktconforme budgetten. Tevens wordt onderzocht met welke gemeentelijke ambities rekening gehouden dient te worden. In het IHP indexeren we de investeringskosten naar het jaar dat de uitvoering van het project gepland staat. In een businesscase wordt onderzocht of de stap van BENG naar ENG of Nul-op-de-meter te realiseren is met een bijdrage vanuit de schoolbesturen. Uitgangspunt is dat de schoolbesturen deze eenmalige bijdrage kunnen dekken uit besparing op de energielasten, uit (rijks)subsidies en uit eventuele besparingen op het meerjaren onderhoudsplan (MJOP). In een businesscase wordt de haalbaarheid van deze aanvullende bijdrage onderzocht en onderbouwd.
2.2 Bestaande gebouwen Onder bestaande gebouwen vallen de gebouwen die de komende 16 jaar in stand worden gehouden. Hoewel deze gebouwen geen grootschalige ingreep in de vorm van nieuwbouw of vernieuwbouw krijgen, is het ook voor deze categorie de ambitie om bij te dragen aan de verduurzaming en het binnenklimaat te verbeteren. Uitgangspunt is immers dat over circa 25 jaar alle gebouwen CO2 neutraal zijn. Binnen de huidige regelgeving is het schoolbestuur verantwoordelijk voor het in stand houden en onderhouden van het schoolgebouw. Zij stellen hiervoor onder andere een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) op en verrichten metingen naar de luchtkwaliteit. Het schoolbestuur is tevens verplicht om de Erkende Maatregelenlijst (EML, Wet Milieubeheer) uit te voeren in het geval er sprake is van middelgroot verbruik (50.00 kWh/25.000 m³ gas). Dit betreft een energiebesparingsplicht met duurzame maatregelen die zich in minimaal 5 jaar terugverdienen. Voor het onderhouden en het uitvoeren van de Erkende Maatregelen zet het schoolbestuur een deel van haar vergoeding vanuit het Rijk in. Deze regeling blijft gehandhaafd. Toch vraagt het behalen van de doelstellingen uit het klimaatakkoord om aanvullende maatregelen. Hiertoe is in 2022 een routekaart verduurzaming scholen opgesteld.
Hieruit is gebleken dat veel investeringen in duurzaamheid een onrendabele top kennen die niet wordt terugverdiend. In het IHP wordt in kaart gebracht welke scholen de ingrepen voor verduurzaming uit de routekaart hebben uitgevoerd. Met het geactualiseerde IHP en uitvoeringsplan kunnen de gemeente en schoolbesturen in gesprek over de scholen waarbij geen ingreep in het IHP wordt voorzien, maar die wel toe zijn aan verduurzaming.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
11/21
Voorstel IHP Er zijn in de afgelopen jaren verschillende subsidiemogelijkheden geweest om te investeren in duurzaamheid en het binnenklimaat, zoals de SUVIS, JFT subsidie en DUMAVA-regelingen. Hierbij wordt een deel van de investering door subsidies gedekt en hebben het schoolbestuur en de betreffende gemeente een gedeelde verantwoordelijkheid om de rest van de investering te maken. Het kan voorkomen dat een schoolbestuur niet over de middelen beschikt om bij zo’n grootschalige ingreep extra maatregelen te nemen om te verduurzamen of het binnenklimaat te verbeteren. De bekostiging voor schoolbesturen is immers gebaseerd op investeringen voor instandhouding, niet voor grootschalige uitbreidingsinvesteringen in installaties. De gemeente onderzoekt daarom de mogelijkheid om voor deze gevallen een gunstige duurzaamheidslening beschikbaar te stellen. Daarnaast blijft het onderwerp over een eventuele financiële bijdrage vanuit de gemeente ten behoeve van deze investeringen bij bestaande gebouwen de komende jaren op de agenda staan, voor de investeringen met een onrendabele top.
2.3 Circulariteit Nederland heeft zich ten doel gesteld om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Dat vraagt ook voor bouwopgaven een andere benadering. Gemeente en schoolbesturen hebben de ambitie om bij projecten (nieuwbouw en renovatie) te onderzoeken welke circulaire maatregelen er binnen het projectbudget en exploitatiemiddelen mogelijk zijn. De komende jaren zetten de gemeente en schoolbesturen zich in om kennis op te doen over de mogelijkheden voor onderwijshuisvesting in de ontwikkeling van de circulaire economie. Dat gaat zowel om technische mogelijkheden voor circulair bouwen, maar ook de boekhoudkundige kansen waarbij bijvoorbeeld niet langer gebouwen tot € 0, - worden afgeschreven gezien hun materiële restwaarde. Per project wordt onderzocht wat er mogelijk is. We maken daarbij zoveel mogelijk gebruik van de kennis en ervaring die elders is en nog wordt opgedaan. Voorstel IHP Bij projecten wordt in een businesscase onderzocht welke circulaire maatregelen haalbaar zijn en welke kosten dit met zich mee brengt. We denken hier aan: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
het aanleggen van een materialen paspoort (in Madaster); flexibel bouwen, zodat multifunctioneel van het gebouw gebruikgemaakt wordt; demontabel bouwen; toepassen van biobased materialen; opvangen van regenwater ten behoeve va doorspoelen toiletten; gebruikmaken van hergebruikte materialen (waaronder het behouden van de constructie bij vernieuwbouw); circulair slopen en sloopmaterialen inzetten in de nieuwe gebouwen.
Om een circulair gebouw en -gebruik te realiseren wordt bij de initiatieffase van de projecten advies ingewonnen van partijen die ervaring hebben met circulair bouwen. Hierin wordt onderzocht welke circulaire uitgangspunten haalbaar zijn binnen het gestelde budget. Ook wordt er in de voorbereidingsfase voldoende tijd ingeruimd om de circulaire principes te vertalen naar een haalbaar ontwerp. Bij het lopende project St. Leonardus wordt ervaring opgedaan met circulair bouwen, hierbij wordt zo veel mogelijk materiaal gebruikt dat in de toekomst hergebruikt kan worden. Het is de verantwoordelijkheid van de bouwheer om te sturen op circulaire uitgangspunten in de initiatief-, ontwerp- en realisatiefase. Het delen van relevante ervaringen met betrekking tot circulair bouwen gebeurt in het periodiek bestuurlijk overleg van de schoolbesturen.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
12/21
2.4 Groene schoolpleinen In 2018 heeft de gemeenteraad de motie ‘groene schoolpleinen’ aangenomen. De aanleiding is tweeledig. Spelen en bewegen in een groene en uitdagende omgeving bevordert het welbevinden van kinderen. Het biedt de mogelijkheid tot een buitenlokaal en natuureducatie. Daarnaast hebben groene schoolpleinen een positief effect op de biodiversiteit en draagt een groen schoolplein bij aan klimaatadaptatie. Zo kun je met een groen schoolplein hittestress tegengaan en regenwater opvangen en langer vasthouden. Vanuit de schoolbesturen werd destijds de wens uitgesproken om te spreken over beweegpleinen. Het groene plein moet kinderen vooral uitdagen om te bewegen. De gemeente Heemskerk heeft een aantal groene beschermde zones door haar gemeente lopen. Voor scholen binnen deze zones is er extra aandacht voor vergroening van het terrein. Voorstel IHP Al meerdere schoolpleinen binnen de gemeente zijn inmiddels vergroend, veelal op eigen initiatief en bekostiging van de schoolbesturen. In een enkel geval was een bijdrage van de gemeente van toepassing. In het IHP wordt geïnventariseerd welke schoolpleinen nog niet zijn vergroend en besteden we hier aandacht aan in de scenariovorming.
De verantwoordelijkheid en bekostiging voor het vergroenen van schoolpleinen ligt in de basis bij schoolbesturen, zij kunnen per casus een aanvraag doen bij de gemeente voor aanvullende bekostiging. Afhankelijk van de aanvraag en de financiële mogelijkheden kan de gemeente besluiten om deze verzoeken te honoreren of af te wijzen. De gemeente en schoolbesturen gaan de komende periode in gesprek over het beheren en verdelen van de kosten bij openbare schoolpleinen. Openbare pleinen kunnen vaak een meerwaarde hebben voor de buurt, maar zorgt wel voor hogere onderhouds- en beheerlasten voor het schoolbestuur waar de normvergoeding niet in voorziet. Ook kunnen in dit gesprek de mogelijkheden onderzocht worden om het beheren en onderhouden van (groene) schoolpleinen efficiënter te realiseren, door bijvoorbeeld een collectief te organiseren.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
13/21
3. Renovatie Renovatie is een actueel thema, maar vooralsnog hanteert de (onderwijs)wet het begrip renovatie niet. PORaad, VO-Raad en VNG hebben recent de minister geadviseerd om renovatie een formele status te geven en een wetwijziging wordt momenteel voorbereid. Het is de ambitie om, vooruitlopend op de aanstaande wetwijziging, in het IHP, naast de in de verordening opgenomen voorzieningen ‘nieuwbouw’ en ‘uitbreiding’ uitgangspunten op te nemen ten aanzien van de oplossingsrichting ‘renovatie’. Gemeente en schoolbesturen zien renovatie in de eerste plaats als een gelijkwaardig alternatief voor (vervangende) nieuwbouw. We spreken in het vervolg daarom van het begrip ‘vernieuwbouw’ in plaats van renovatie. Met een vernieuwbouw wordt gestreefd naar hetzelfde kwaliteitsniveau als nieuwbouw (zie hoofdstuk 3.1). Met als voordeel dat bij vernieuwbouw een deel van het gebouw behouden blijft, op zijn minst de constructie. Een vernieuwbouw draagt zodoende bij aan het verminderen van het grondstofgebruik en hergebruik van materiaal. Er is geen principevoorkeur voor vernieuwbouw of nieuwbouw, de beste optie is altijd afhankelijk van de specifieke situatie.
De doorslag voor vernieuwbouw of nieuwbouw wordt gemaakt in een businesscase met afwegingskader waarbij de volgende zaken worden gewaarborgd: ▪ er wordt een afweging gemaakt of de benodigde flexibiliteit en functionaliteit die hoort bij het Programma van Eisen/de onderwijsvisie behaald kan worden bij vernieuwbouw; ▪ er wordt een afweging gemaakt tussen de klimaateffecten van verbeterde energieprestaties van het gebouw enerzijds, versus de klimaateffecten die het realiseren van het project (nieuwbouw of vernieuwbouw) zelf met zich meebrengen; ▪ in het bouwproces worden duidelijke afspraken gemaakt over het te behalen kwaliteitsniveau. Deze moet gelijkwaardig zijn aan nieuwbouw zodat de gemeente hiervoor dezelfde afschrijftermijn van 40 jaar kan hanteren; ▪ er dient een goed onderbouwde vergelijking op diverse facetten, o.a. onderwijsinhoudelijk, bouwkundig en planologisch, gemaakt te worden. Per situatie wordt er een weging aan deze facetten toegekend. Gemeente en schoolbesturen dienen vooraf een eenduidig afwegingskader op te stellen. In uitzonderlijke gevallen kan een revitalisatie worden toegepast. Het uitgangspunt is dat met een revitalisatie BENG kwaliteit wordt behaald en de levensduur van het gebouw met 20 jaar wordt verlengd.
In combinatie met het reguliere onderhoud draagt een revitalisatie bij aan het verduurzamen en verbeteren van het binnenklimaat en de onderwijskundige functionaliteit. De afweging om tot een revitalisatie of om verder te gaan tot een (ver)nieuwbouwscenario is onderdeel van het IHP. Revitalisatie kan bijvoorbeeld plaatsvinden als een gebouw meer dan 40 jaar oud is, maar niet binnen afzienbare tijd op de planning staat in het IHP omdat de bouwkundige en functionele staat nog redelijk is. Door middel van een revitalisatie kan de levensduur van het gebouw verlengd worden met relatief beperkte ingrepen. Voorstel IHP In het IHP wordt vernieuwbouw als een gelijkwaardig alternatief voor (vervangende) nieuwbouw gezien. In het IHP wordt gerekend met één investeringsbudget voor zowel vernieuwbouw als (vervangende) nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor nieuwbouw vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten waar ook een vernieuwbouw uit bekostigd kan worden. De afweging voor nieuwbouw of vernieuwbouw wordt gemaakt na het opstellen van het IHP, in een businesscase. In de businesscase wordt de haalbaarheid van vernieuwbouw ten opzichte van nieuwbouw nader onderzocht op basis van een technische, functionele, ruimtelijke en financiële verkenning, met aandacht voor de impact die vernieuwbouw of nieuwbouw heeft op het milieu/klimaat.
Uitgangspunt is dat bij vernieuwbouw een gelijkwaardige kwaliteit als bij nieuwbouw wordt behaald, daarmee is ook het budget en de afschrijftermijn voor vernieuwbouw gelijk aan die voor nieuwbouw. Schoolbesturen en gemeente vragen, wanneer mogelijk, voor vernieuwbouwprojecten beschikbare subsidies aan. In uitzonderlijke gevallen wordt revitalisatie toegepast. De gemeente draagt 30% van het genormeerde nieuwbouwbudget bij aan een revitalisatie. Schoolbesturen dragen hier vanuit hun onderhoudsvoorziening aan bij en vragen beschikbare subsidies aan.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
14/21
4. Flexibiliteit Maatschappelijke ontwikkelingen hebben invloed op de vraag naar onderwijshuisvesting. Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in het gebruik (functionaliteit) is het de ambitie om flexibele huisvesting te realiseren. Met name de onvoorspelbaarheid van leerlingenprognoses zorgen ervoor dat er zich vaak onverwachte ontwikkelingen voordoen waar het gebouw op moet kunnen anticiperen. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag. Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet en waar verschillende gebruikers multifunctioneel gebruik van maken. Dit vraagt om een flexibele inrichting en het mogelijk maken van dubbel/naschools gebruik. Maar ook om een goede samenwerking tussen partijen binnen flexibele gebouwen. Een heldere visie op samenwerking draagt bij het gezamenlijk gebruik van een gebouw. Het realiseren van flexibele onderwijshuisvesting vraagt na het IHP, in de planvormingsfase voor (ver)nieuwbouw, rekening te houden met: ▪
▪
▪
De toekomstige uitbreidbaarheid van het gebouw. Dit kan in de vorm van een grondgebonden aanbouw of als verdieping op het bestaande gebouw. Hier wordt rekening mee gehouden door bij het bepalen van het terrein oppervlak te anticiperen op een toekomstige uitbreiding van zowel het gebouw als voor buitenruimte. Hierbij dient aandacht te zijn voor de wijkgerichte behoefte in relatie tot de reeds beschikbare onderwijscapaciteit (zie H 1.2). Indien een uitbreiding na ingebruikname noodzakelijk is, dient het schoolbestuur hier echter nog steeds een ontheffing voor aan te vragen. De toekomstige (interne) aanpasbaarheid. Denk hierbij aan flexibele indeelbaarheid van het gebouw en de snelheid waarmee intern ruimtes aangepast kunnen worden naar bijvoorbeeld onderwijs, kinderopvang of een andere functie. Hierbij dient onder andere aandacht te zijn voor een passend installatieconcept. Modulaire bouwmethoden, waarbij gewerkt wordt met gestandaardiseerde en demontabele onderdelen, worden als een kans gezien. De mogelijkheid het schoolgebouw in de toekomst te transformeren naar een andere functie (denk aan andere maatschappelijke functies of wonen), zonder de bruikbaarheid van het gebouw voor het onderwijs teniet te doen.
Flexibele gebouwen realiseren is een ambitie, maar geen verplichting. Het moet kansen bieden om een toekomstbestendig gebouw te realiseren, zonder dat het ten koste gaat van de beoogde onderwijskwaliteit. Voorstel IHP In het IHP wordt de behoefte aan onderwijscapaciteit, nu en in de toekomst per wijk, op basis van de leerlingenprognoses bepaald. In iedere wijk dient in deze toekomstbestendige huisvestingsbehoefte te worden voorzien in de vorm van ten minste één onderwijslocatie. Ook een wijkgerichte verwijzing van leerlingen en het inzetten van leegstaande onderwijsruimten wordt gezien als een middel om flexibel met de bestaande capaciteit om te gaan. In het IHP wordt bij (ver)nieuwbouw bekeken of er voldoende ruimte beschikbaar is op de huidige kavel of dat de nieuwbouw op een andere locatie komt.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
15/21
5. Overige thema’s onderwijshuisvestingsbeleid Naast de (gedeeltelijk nieuwe) thema’s visie op onderwijs, duurzaamheid en binnenklimaat, renovatie en flexibiliteit wordt in dit IHP ook reeds vigerend onderwijshuisvestingsbeleid opgenomen. In dit hoofdstuk zijn de beleidsthema’s uit het Onderwijshuisvestingsbeleid 2021-2022 (oktober 2020) opgenomen die na het vaststellen van het IHP van kracht blijven.
5.1 Onderwijskundige vernieuwingen Schoolbesturen zijn met ingang van 2015 verantwoordelijk voor het groot onderhoud en daarmee ook voor de aanpassingen in een schoolgebouw als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen. Wanneer een school in aanmerking komt voor vernieuwbouw of renovatie kunnen de wensen voor wat betreft onderwijskundige vernieuwingen worden meegenomen in de ((ver)nieuwbouw of renovatie) bouwplannen.
Beleidspunt De onderwijskundige aanpassingen kunnen worden meegenomen in renovatie of vervangende (ver)nieuwbouwopgaves. Door flexibele onderwijsgebouwen te realiseren (hoofdstuk 4) kan het gebouw ook in de toekomst meebewegen met onderwijskundige vernieuwingen.
5.2 Leegstandsbeleid De gemeente Heemskerk voert een actief leegstandsbeleid. Er is een goede samenwerking tussen de schoolbesturen en gemeente en waar nodig worden capaciteitsproblemen in goed overleg op de meest optimale manier opgelost. Omdat de scholen en de gemeente veel waarde hechten aan thuisnabij onderwijs heeft de gemeente uitgesproken dat eventuele knelpunten die bij scholen ontstaan wordt opgelost in de buurtgebonden scholen gelegen in het voedingsgebied van de betreffende school. Bij de invulling van het leegstandsbeleid worden de in figuur 1 genoemde onderdelen betrokken in de afweging of de leegstand wel of niet wordt ingezet (dit is bedoeld als fasering: punt I – VI).
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
16/21
Figuur 1: Fasering leegstandenbeleid *Bij punt IV wordt opgemerkt dat thans, bij het inzetten van de leegstand voor onderwijskundige vernieuwingen en/of met betrekking tot de omvorming van een school tot een integraal kind centrum, elke afzonderlijke situatie wordt bezien in relatie tot de normering in de verordening onderwijshuisvesting. Het maken van eenduidige spelregels en afspraken over het inzetten van bestaande onderwijshuisvesting voor andere (mogelijk commerciële) doeleinden geeft voor zowel gemeente als schoolbesturen meer duidelijkheid. Bij deze spelregels dient aandacht te zijn voor: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
investering en eigendom van de aanvullende ruimten voor opvang; duur van de overeenkomsten; het wel/niet vorderen van aanvullende ruimten voor opvang of onderwijsruimten; wijze van bepalen huurprijzen; beheer en exploitatie; risico’s per partij.
De spelregels zijn uitgewerkt in de notitie Kaders IKC’s Heemskerk (2022).
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
17/21
Beleidspunt Het optimaal inzetten van de bestaande onderwijshuisvesting gaat voor het toevoegen van nieuwe voorzieningen (tenzij sprake is van uitbreidingsgebieden, renovatie en vervangende nieuwbouw). Samen met de schoolbesturen worden eenduidige spelregels en afspraken gemaakt over het inzetten van overmaat in bestaande onderwijshuisvesting voor andere (commerciële) doeleinden en dit krijgt vorm in het in 2021 opgestelde IKC-beleid.
5.3 Dislocatiebeleid De scholen wensen zoveel mogelijk op één locatie gehuisvest te zijn en zo min mogelijk dislocaties te hebben. Dit is een afweging en beslissing van het onderwijskundig bevoegd gezag (schoolbesturen). De gemeente heeft hierin geen bevoegdheden. Onderwijskundig en organisatorisch is het voor scholen minder gewenst om meerdere locaties te hebben. Anderzijds is er ook begrip voor de situatie dat unielocaties niet altijd haalbaar zijn vanwege beperkingen in de bestaande onderwijshuisvesting of vanwege de omvang van de scholen. Wanneer de scholen te groot worden of door fusie, kan het wenselijk zijn meerdere locaties te hebben. Ook moeten er mogelijkheden blijven om nieuwe dislocaties te realiseren in situaties dat de stichtingsnorm voor een zelfstandige voorziening binnen de gemeente Heemskerk niet haalbaar is. Wanneer meerdere locaties in beeld zijn, streven de gemeente Heemskerk en de schoolbesturen naar maximering van aantal locaties vanuit onderwijskundige en organisatorische overwegingen. Het streven is maximaal 2 locaties (waarvan één hoofd- en één dislocatie) met een maximale afstand van 1 kilometer. Belangrijk aspect bij dislocaties (of medegebruik) is de omvang van de voorziening.
Bij voorkeur wordt gestreefd naar een voorziening waar minimaal twee groepen kunnen worden gehuisvest en in de optimale situatie een volledige school voor de (combinatie)groepen 1 tot en met 8 met voldoende aanvullende ruimten. In de dagelijkse praktijk zal dit niet altijd haalbaar zijn. Soms is tijdelijk één aanvullende groepsruimte nodig. De school kan hierin dan de overweging maken elders gehuisvest te worden of dat zij dit intern en in de bestaande huisvesting weten op te vangen (organisatorisch en ruimtelijk). Beleidspunt Binnen het huisvestingsbeleid wordt gestreefd naar minimalisering van het aantal dislocaties. Wanneer sprake is van dislocaties wordt uitgegaan van een minimale omvang van 2 groepen.
5.4 Huisvestingsbeleid oude gebouwen (optimaal gebouwenbestand) Vanuit de wettelijke verantwoordelijkheden investeren schoolbesturen (onderhoud) en gemeenten (vernieuwbouw, renovatie en uitbreiding) in de onderwijsgebouwen. Dit leidt er toe dat de gebouwen langer in stand kunnen worden gehouden. Deze tussentijdse investeringen van schoolbesturen en gemeente zorgen ervoor dat de economische eigenaar (de gemeente) veelal na 40 jaar niet altijd over hoeft te gaan tot vervanging, terwijl een gebouw dan wel overwegend financieel is afgeschreven (en mogelijk nog voor een geringe boekwaarde aanwezig is binnen de gemeentelijke begroting). Vanuit financieel perspectief zou vervanging wellicht aan de orde zijn, vanuit de technische staat van onderhoud geldt dit niet altijd.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
18/21
Bij de overdracht van het onderhoud in 2015 heeft de gemeente in overleg met de schoolbesturen conditiemetingen uitgevoerd op alle schoolgebouwen. De gemeente verplicht zich bij de terug levering van het gebouw door het schoolbestuur deze conditiescore meting opnieuw te laten uitvoeren. Hoewel dit eigen is aan de wet- en regelgeving zien de schoolbesturen graag een proactief beleid van de gemeente voor de gebouwen van 40 jaar en ouder daar waar het gaat om de afweging afstoten (en vervangende nieuwbouw) of grootschalig renoveren versus het handhaven. Immers naarmate een gebouw ouder wordt worden de onderhoudskosten ook hoger om het gebouw in een goede staat te houden. Om dit scherper in beeld te krijgen kan bij schoolgebouwen die financieel (nagenoeg) zijn afgeschreven het in figuur 2 genoemde stappenplan gevolgd kunnen worden.
Figuur 2: Stappenplan huisvestingsbeleid Uitkomsten van deze procedure kunnen zijn: 1. 2. 3.
de gemeente voert de wettelijke taak uit en zorgt voor de financiering van de renovatie van de schil (technische en functionele aanpassing); gekozen wordt voor een renovatie met een kwaliteitsimpuls zodat het gebouw wordt aangepast aan de eisen van de tijd (technische en functionele aanpassing); vervangende (ver)nieuwbouw. Beleidspunt Het stappenplan huisvestingsbeleid is gehanteerd voor de scholen zoals opgenomen in het IHP en wordt tevens gehanteerd voor eventuele toekomstig op te stellen huisvestingsplannen.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
19/21
5.5 Doordecentralisatie onderwijshuisvesting De gemeente Heemskerk is integraal verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting van het Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO) en Speciaal (voortgezet) Onderwijs (S(v)O). De gemeente voert datgene uit dat wettelijk is vastgelegd in de Wet primair onderwijs, Wet voortgezet onderwijs en Wet op Expertisecentra. In die zin wijkt Heemskerk niet af van de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in de wetgeving. Met betrekking tot het Speciaal Onderwijs (SO) is de gemeente Heemskerk ten aanzien van de huisvesting verantwoordelijk voor de huisvesting van de Auris Van Gilseschool. Met stichting Heliomare (Speciaal (voortgezet) onderwijs) is in 2014 een doordecentralisatie-overeenkomst afgesloten. Dat houdt in dat alle wettelijke taken op het gebied van onderwijshuisvesting uit de WEC zijn overgedragen aan dit schoolbestuur, met uitzondering van de zorgplicht.
5.6 Veiligheid Het aspect veiligheid heeft betrekking op de verkeersveiligheid en de fysieke en sociale veiligheid (vandalisme) in en rondom scholen. De verkeersveiligheid is een complex vraagstuk. Vaak hebben scholen te kampen met verkeersonveilige situaties, vooral tijdens het brengen en halen van kinderen. Het oplossen van de problematiek is niet eenvoudig. Inmiddels zijn alle gebieden rond de scholen aangemerkt als schoolzones met een zichtbare indicatie. Naast de verkeersveiligheid vraagt ook de fysieke en sociale veiligheid aandacht. In enkele gevallen is sprake van vandalisme dat het gevoel van onveiligheid raakt. In sommige situaties kan het vandalisme opgelost worden door het plaatsen van hekwerken zodat buiten schooltijden geen gebruik kan worden gemaakt van de speelterreinen van de scholen. Maar wanneer in meerdere situaties wordt besloten tot het omheinen van de scholen, komt de ambitie om ook buiten schooltijd kinderen gebruik te laten maken van deze ruimten onder druk te staan. Beleidspunt De gemeente overlegt voortdurend met de schoolbesturen over de veiligheidssituatie rond een school en maakt afspraken over de verdeling van uitvoerende en financiële verantwoordelijkheden.
2230065/202331sl02 | www.icsadviseurs.nl
20/21
De hoogste kwaliteitseisen aan onze dienstverlening. Een goed gebouw begint met het beste idee. Colofon Datum: Auteurs:
13 februari 2024 Leonoor Clemens, Stijn Olthof & Bram Treffers
info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27
2230065/202331sl02 www.icsadviseurs.nl | www.icsadviseurs.nl
21/21 Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV