Bijlage - Huidig speelruimtebeleid
Tekst van het document
Speelruimtebeleidsplan 2015-2019 Augustus 2015
Inhoud 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
2
Waar hebben we het over ?
6
2.1
Wettelijke context
6
2.1.1. Wettelijke verantwoordelijkheid
7
Ontwikkelingen
8
2.2.1 Bereikbaarheid
8
2.2.2 Materiaalgebruik
8
2.2
2.3
Aantal speelplaatsen en kinderen
9
2.4
Richtlijnen bewegen
10
3
Wat hebben we bereikt ? wat hebben we daarvoor gedaan ?
11
3.1
Nieuwe speelplekken
11
3.2
Accent van de speelplekken
12
3.3
Variatie van de speelplek
12
3.4
Inbreng van buurtbewoners
13
3.5
Schoolpleinen
13
3.6
Jongeren Ontmoetingsplekken
14
4
Wat willen we bereiken?
15
4.1
Algemeen
15
4.2
Staand beleid
15
4.3
Nieuw beleid
15
5
Wat gaan we ervoor doen?
16
5.1
Algemeen
16
5.2
Staand beleid
16
5.3
Nieuw beleid
17
6
Bijlage
18
Afb. 1. Natuurspeelplek Luxemburglaan nabij 20-174
Afb. 2. Tijdens de opening van de natuurspeelplek
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Algemeen wordt erkend dat de ruimtelijke omgeving waarin kinderen opgroeien van invloed is op hun ontwikkeling. Spelen is belangrijk voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van opgroeiende jeugd. Door te spelen verkennen kinderen hun omgeving, ontmoeten andere kinderen en volwassenen en ontdekken allerlei materialen, structuren en situaties. Het leren omgaan met al deze dingen is een belangrijk onderdeel voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. In het latere leven is dit een voorwaarde voor het ontwikkelen van waarneming, denken, problemen oplossen en het geheugen. Het kind leert door het spelen met andere kinderen grenzen te verleggen. Hierdoor bouwt het zelfvertrouwen op. Dit zelfvertrouwen is weer belangrijk voor het leggen van sociale contacten. Spelen draagt ook bij aan het ontwikkelen van de motoriek, aan de lichamelijke fitheid en het welzijnsgevoel van een kind en het draagt bij aan het verminderen van gezondheidsklachten. Kortom spelen is belangrijk voor kinderen en als gemeente kunnen wij door onder meer het aanleggen van speelveldjes een positieve bijdrage hier aan leveren. Daarnaast heeft de gemeente Heemskerk zich aangesloten bij de Landelijke organisatie Jongeren op gezond gewicht.
Samen met partners wordt gestreefd naar een samenleving waarin alle kinderen en jongeren wonen, leren, recreëren en werken in een gezonde omgeving met structureel aandacht voor een gezonde leefstijl in het algemeen en voor een gezond gewicht in het bijzonder. Uitgangspunt hierbij is dat de omgeving ervoor zorgt dat de gezonde keuze weer de normaalste zaak van de wereld is. Het faciliteren van speelruimte helpt hierbij. In augustus 2011 verscheen de nota Speelruimtebeleid, Ruimte voor spelen. Om de vier jaar wordt een beleidsnota herzien. Deze geactualiseerde nota kent de volgende opbouw: Inleiding Waar hebben we het over ? Wat hebben we bereikt ? wat hebben we daarvoor gedaan ? Wat willen we bereiken ? Wat gaan we ervoor doen ? 1.2
Doel
Het doel van dit speelruimtebeleidsplan is het borgen van goede openbare speelvoorzieningen voor alle kinderen in de gemeente Heemskerk. Het beleidsplan wordt gebruikt als leidraad bij ontwikkeling, aanleg, beheer en onderhoud van speelruimtes in zowel bestaande als te (her)ontwikkelen gebieden. De gemeente Heemskerk wil zich opstellen als een kindvriendelijke gemeente waar gezinnen met kinderen goed kunnen wonen in een leefomgeving met hoge kwaliteit, waarbij voldoende mogelijkheden zijn voor kinderen en jongeren om te spelen op kwalitatief goede formele en informele speelplekken. Dit sluit ook aan bij de ambities uit de strategische visie Heemskerk, inzetten op sociale cohesie en betrokken buurten.
5
2
Waar hebben we het over ?
2.1
Wettelijke context
Volgens het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) moeten speeltoestellen en speelplekken veilig zijn. Voor nieuwe toestellen geldt, dat ze moeten zijn voorzien van een typekeuring certificaat door een aangewezen keuringsinstantie. Daarnaast moet er, afhankelijk van de hoogte van het toestel, een val dempende ondergrond aanwezig zijn. De wet verplicht de beheerder van speeltoestellen en speelgelegenheden het volgende: De speelgelegenheid veilig te laten plaatsen en/of aan te leggen; In gebruik zijnde speeltoestellen en speelgelegenheden minimaal 1x per jaar uitgebreid te keuren; In gebruik zijnde speeltoestellen minimaal 1x in de drie maanden geïnspecteerd wordt. Een logboek bij te houden en te bewaren. In dit logboek moeten gegevens worden bijgehouden, zoals een volledige omschrijving met foto’s, fabrikant, typeaanduiding, data en resultaten van inspecties, soort van reparaties met data en de uitvoerder hiervan. De NEN normen EN 1176 en EN 1177 specificeren algemene veiligheidseisen voor speeltoestellen en bodemoppervlakken van publieke speelplaatsen. In het logboek worden zowel de jaarlijkse inspectie/keuring bijgehouden als de maandelijkse tot driemaandelijkse functionele inspectie.
Bij de uitvoering van de veiligheidsinspectie gelijktijdig een reguliere onderhoudsronde uitvoeren waarbij kleine reparties worden verricht en onveilige situaties worden weggenomen; De speelgelegenheid wekelijks schoonhouden van zwerfvuil, afval en waar nodig van uitwerpselen van honden en katten. De speelplekken in de gemeente Heemskerk voldoen aan het WAS. Naast het WAS beschrijft de bijbehorende reikwijdte notitie welke inrichtingen/ constructies als speel- of attractietoestel onder het WAS aangemerkt kunnen worden. Voor speelgelegenheden en met name de inrichting en het onderhoud hiervan, beschrijft algemene wetgeving de verantwoordelijkheid van de beherende instantie wat betreft verwijtbaar en nalatig gedrag.
Figuur 1: ingevuld logboek n.a.v. inspectie/onderhoud
6
2.1.1. Wettelijke verantwoordelijkheid Indien er sprake is van een ongeval met blijvend of ernstig letsel door een gebrek aan het speeltoestel of een onveilige ondergrond, dan is degene die eigenaar is van het speeltoestel als eerste aansprakelijk. Deze verantwoordelijkheid is conform aan en aanvullend op de risicoaansprakelijkheid die wordt omschreven in het Burgerlijk Wetboek. Indien de eigendomssituatie van een speeltoestel niet via een contract of overeenkomst is vastgelegd, is de eigenaar van de ondergrond in principe de eigenaar van het toestel. De speeltoestellen op een schoolplein zijn eigendom van de stichting die de school bestuurt. Het schoolbestuur heeft de speeltoestellen ook in beheer.
Afb. 3. Speelplek Ark terrein aan de Maasstraat
Afb. 4. De functionele inspectie: Inspecteren, onderhouden en rapporteren in het logboek. Door de inspecteur Spelen
7
2.2
Ontwikkelingen
2.2.1
Bereikbaarheid
Door de Nederlandse Organisatie voor Speeltuinwerk en Jeugdrecreatie (Nuso) en het Nationaal Jeugdfonds Jantje Beton, is een ruimtelijke norm voor het toewijzen van speelplaatsen ontwikkeld. Deze Nuso Norm is door het Rijk overgenomen als landelijke richtlijn. De norm gaat uit van 300 m2 buitenspeelruimte (speelterrein + omgeving) per hectare, oftewel 3% van de beschikbare ruimte. De gemeente Leiden heeft de 3% norm verfijnd, en stelt ook normen aan de speelplekken uitgaande van het aantal kinderen binnen een bepaalde leeftijdscategorie en binnen de voor hen geldende wegen waterbarrières. Deelgebieden voor kinderen tot en met 12 jaar worden bepaald door fysieke barrières als waterpartijen met diep water en hoge oevers en wegen waar de snelheid 50 km/u of hoger is. Per deelgebied bepaalt het aantal kinderen per leeftijdscategorie hoeveel speelplekken er moeten zijn, met een minimum van één speelplek per deelgebied voor de jongste twee groepen. Bij de inrichting van de speelplekken wordt rekening gehouden met de doelgroep waarvoor het is bedoeld. Oudere kinderen spelen anders dan jonge kinderen. Zo is voor het speelgedrag een leeftijdsindeling gemaakt in jonge kinderen (0 tot 6 jaar), schoolkinderen (6 tot 12 jaar) en jongeren (12 tot 18 jaar). Ook binnen deze leeftijdsgroepen is weer verschil in speelgedrag te zien.
In de nota Speelruimtebeleid, Ruimte voor spelen uit 2011 is de speelruimtenorm van de gemeente Leiden als beleid vastgesteld. Planniveau
Bereik
Doelgroep
Aantal kinderen per
Oppervlakte per speelplek
speelruimte Blokniveau
150 meter
0-5 jaar
50
180 m2/ha
Buurtniveau
400 meter
6-12 jaar
100
720 m2/ha
Wijkniveau
1000 meter
13-18 jaar
150
700-1500 m2/ha
Tabel 1: Speelruimtenorm Leiden.
. 2.2.2 Materiaalgebruik In de nota Speelruimtebeleid, Ruimte voor spelen uit 2011 is gekozen voor onderhoudsvriendelijk materiaalgebruik met een lange levensduur. Voorbeelden hiervan zijn speeltoestellen van metaal, steen, kunststof en speelondergronden van kunstgras. Hiermee wordt de levensduur verlengd van gemiddeld 15 jaar (hout) naar 30 jaar. Kunstgras ondergronden moeten na ca. 10 jaar vervangen worden. Kunstgrasondergronden hebben als voordeel dat kinderen er in alle jaargetijden gebruik van kunnen maken. Daarnaast is kunstgras ook geschikt voor minder validen.
8
2.3
Aantal speelplaatsen en kinderen
Momenteel zijn er in Heemskerk in de openbare buitenruimte 139 speelplekken. Hiervan is er 1 niet in beheer bij de gemeente maar bij een basisschool. Van 5 speelplekken is besloten deze in 2015 te verwijderen. De meeste speelplekken zijn geschikt voor kinderen in de leeftijd van 3 tot en met 12 jaar. Enkele speelplekken zijn alleen geschikt voor de leeftijd 12 plus. Benaming speelbuurt
Speelplek
Speelplek
Gem. aantal
Gem. oppervlakte
Kleinste speelplek
0-12 jaar
12+ jaar
kinderen
speelplek
Boven de Baandert
18
6
42
430 m2
131 m2
Hart van Heemskerk
22
5
33
435 m2
33m2 (1 toestel)
Duin tot Dorp
20
4
45
620 m2
97m2
Van Acker tot Burcht
40
10
23
330m2
87m2
Zuidbroek - Oosterwijk
14
4
48
676m2
109m2
Broekpolder
16
2
97
811 m2
101m2
Totalen
130
31
41
Tabel 2: Kinderen per speelplek op x aantal m2 (peildatum 1 januari 2014).
Benaming buurt
0-4
5-12
13-18
Totaal
% kinderen tot 18 Per buurt
Boven de Baandert
266
482
392
1.140
14%
Hart van Heemskerk
256
465
378
1.099
13,5%
Duin tot Dorp
323
585
476
1.384
17%
Van Acker tot Burcht
332
603
490
1.425
17,5%
Zuidbroek-Oosterwijk
237
430
350
1.018
12,5%
Broekpolder
550
998
812
2.361
29%
Totaal kinderen
1.898
3.443
2.801
8.142
20,8%
jongens
984
1.817
1.369
4.170
10,7%
meisjes
914
1.626
1.432
3.972
10,2%
Totaal aantal inwoners
4,8%
8,8%
7,2%
39.088
Tabel 3: Kinderen per wijk Heemskerk (peildatum 1 januari 2014 (Bron CBS))
In de tabellen is te zien dat in nieuwe buurten als Broekpolder en Waterakkers de meeste kinderen en jongeren wonen. Ook blijkt uit de cijfers dat er in de buurten Van Acker tot Burcht en Hart van Heemskerk de meeste formele speelplekken aanwezig zijn. Uit de cijfers van de speelwijken kan opgemaakt worden dat Heemskerk ruimschoots voldoet aan de speelruimtenorm Leiden.
9
2.4
Richtlijnen bewegen
Volgens de Nederlandse norm gezond bewegen (opgesteld door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) moeten kinderen jonger dan 18 jaar minimaal 60 minuten per dat matig intensief lichamelijk actief zijn. Buitenspelen is belangrijk om deze norm te halen. De rijksoverheid heeft samen met de levensmiddelenindustrie, horeca, werkgevers, zorgverzekeraars en sportorganisaties een Convenant Gezond Gewicht opgesteld. Hierin staat dat ieder kind een aantrekkelijke, veilige, speelplek verdient binnen 400 meter van zijn huis. Voor wat betreft het realiseren van speelplekken houdt gemeente Heemskerk de speelruimtenorm Leiden aan. Jongeren op gezond gewicht (JOGG) Gemeenten, lokale ondernemers en professionals kunnen zich aansluiten bij de JOGG beweging. Het JOGG bureau levert ondersteuning bij de implementatie van de aanpak en werkt samen met publieke en private partijen om de JOGG beweging groot te maken.
10
3
Wat hebben we bereikt ? wat hebben we daarvoor gedaan ?
3.1
Nieuwe speelplekken
In de nota Speelruimtebeleid, Ruimte voor spelen uit 2011 (hierna te noemen nota speelruimtebeleid 2011) staat beschreven dat het aantal speelplekken in Heemskerk voldoende is en dat de gemeente waar mogelijk het aantal formele speelplekken wil behouden, tenzij vanuit kwaliteitseisen (multifunctioneel gebruik), beheers aspecten en/of financiële overwegingen een andere afweging wordt gemaakt. In 2013 is besloten enkele formele speelruimte op te heffen vanuit financiële overwegingen. Bij het opheffen van de speelplekken is de speelruimtenorm in stand gebleven. Wanneer een speelterrein wordt opgeheven, wordt de buurt hiervan in kennis gesteld. Nieuwe speelplekken bij herstructurering worden ingericht op basis van de vastgestelde speelruimtenorm. Voorbeelden hiervan zijn Slotheerenbuurt en locatie de Vlinder. In de nota speelruimtebeleid 2011 staat dat de volgende 3 natuurspeelplekken gerealiseerd worden: - De Waterakkers-Lunetten; - De Vlaskamp; - In de nabijheid van Basisschool de Kariboe. Aan de Wateracker is een natuurspeelplek gerealiseerd. In de Vlaskamp is niet gekozen voor een volledige natuurspeelplek maar voor een speelplek met een natuurlijke uitstraling. Dit is gedaan omdat dit goedkoper is in onderhoud en beter aansluit bij het landschappelijk ontwerp. Er is een natuurspeelplek op het schoolplein van De kariboe geplaatst. Het beheer is in handen van het schoolbestuur.
Een derde natuurspeelplek is eind 2014 gerealiseerd aan de Luxemburglaan.
Afb. 7. Natuurspeelplek Wateracker
11
3.2
Accent van de speelplekken
In de nota speelruimtebeleid 2011 is voorgesteld dat de gemeente prioriteit geeft aan speelplekken die actief, creatief of avontuurlijk spelen stimuleert en een gevarieerd aanbod heeft voor verschillende leeftijdsgroepen. Niet speeltoestellen maar speelaanleidingen staan tussen 2011 en 2015 centraal. Dit kan zijn op de speelplek, de directe omgeving, op straat of nabij het groen. Hier is het accent niet op komen te liggen. Er is met name ingezet op het onderhouden en herstellen van de aanwezige formele plekken. Dit omdat de technische staat van veel formele speelplaatsen dusdanig slecht was dat hier eerst op is ingezet. 3.3
Variatie van de speelplek
In de nota speelruimtebeleid 2011 is voorgesteld om te investeren in minder maar grotere en meer gevarieerde speelplekken. Bovendien is op grote plekken het ontmoetingsaspect hoger en is er meer sociale controle. Dit verhoogt de veiligheid. Hier is aan voldaan, een voorbeeld van een grote gevarieerde speelplek is de Vlaskamp. Hierop staan een basketbalveld, voetbalveld, skatebaan, JOP, groot klimelement voor de oudere jeugd en voor de jonge kinderen een speellandschap. Naast fysiek aanbod is er ook aanbod in de vorm van activiteiten door jongerenwerkers en sportbuurtcoach. Op de meeste speelplekken is rekening gehouden met differentiatie van speeltoestellen. Kritische noot is dat er meerdere plekken met weinig fantasie zijn ingericht of zo klein zijn dat de speelwaarde van deze speelruimte niet hoog is. Enkele van deze speelplekken zijn vanaf 2014 aangepast, verwijderd of gerenoveerd. Dit vindt ook de komende jaren plaats. Differentiatie in de buurt wordt vooral gevormd door de 12+ plekken. Deze zijn voornamelijk ingericht als sportplek. In Heemskerk vinden we meerdere aangelegde voetbalvelden, skatebanen, basketbalvelden en pannaveldjes. Maar ook 3 natuurspeelplekken, een parcours, crossbaan en 5 Jongeren Ontmoetings Plaatsen (JOP’s).
Afb. 5. Skatebaan aan de Suykersacker
12
Afb. 6. Voetbalveld speelplek Wieringen
3.4
Inbreng van buurtbewoners
In de nota speelruimtebeleid 2011 is voorgesteld dat de inbreng van buurtbewoners centraal staat bij het realiseren van speelvoorzieningen. Bij de renovatie van speelplekken worden bewoners voortijdig geïnformeerd en krijgen zij de keuze, veelal tussen 3 verschillende ontwerpen. Hierbij kiezen uiteindelijk de kinderen.
Afb. 8. Kinderen kiezen uit 3 ontwerpen, de uiteindelijke keuze wordt geplaatst. Hier te zien speelplek Doornenburg.
3.5
Schoolpleinen
In de nota speelruimtebeleid 2011 is de wens uitgesproken om schoolpleinen open te stellen voor kinderen uit de buurt. Bij drie basisscholen heeft de gemeente een financiële bijdrage geleverd voor de aanschaf van een speelobject. Voorwaarde voor deze financiële bijdrage was dat de scholen ook buiten schooltijd de schoolpleinen zouden openstellen voor spelende kinderen uit de buurt. Met de volgende scholen zijn deze afspraken gemaakt: - De Kariboe (natuurspeelplek); - De Lunetten (parcours); - De Otterkolken (parcours). Ook andere scholen zijn nadien benaderd met het verzoek of ook zij buiten schooltijd hun schoolplein wilde openstellen voor kinderen uit de buurt. Maar de overige scholen voelden hier niet voor omdat zij de kans op vandalisme te groot achtte.
13
3.6
Jongeren Ontmoetingsplekken
In de nota speelruimtebeleid 2011 staat beschreven dat de gemeente er naar streeft om in elke buurt een voorziening te plaatsen die dient als jongeren ontmoetingsplek (JOP). Afgelopen jaar is in Boven de Baandert en Zuidbroek-Oosterwijk een JOP geplaatst. In de Broekpolder is in 2015 een JOP geplaatst. In Van Acker tot Burcht en Duin tot Dorp staat geen JOP, hiermee is niet volledig voldaan aan het streven.
Afb. 9. Jongeren Ontmoeting Plek (JOP) in Broekpolder
14
Wat willen we bereiken?
4
Het belang van spelen is onmiskenbaar. Tegelijkertijd wordt de gemeente geconfronteerd met minder financiële middelen. Om toch een goed speelruimteaanbod te behouden wordt ingezet op speelvoorzieningen met toekomstwaarde. Dit willen we als volgt bereiken (4.1 en 4.2 behouden en 4.3 bereiken): 4.1 -
-
4.2
Algemeen Speeltoestellen zijn veilig en heel en voldoen aan de wettelijke voorschriften; Onderhoud en functionele inspectie van de speeltoestellen gebeurt minimaal 3 maandelijks met een jaarlijkse algehele inspectie door een inspecteur Spelen, waarna alles in de logboeken wordt bijgehouden; Onderhoud van de valdempende ondergronden gebeurt minimaal jaarlijks, waarna alles in de logboeken wordt bijgehouden. Staand beleid
-
-
-
4.3
Traditionele speelplekken worden standaard voorzien van een kunstgras val dempende ondergrond of vergelijkbaar. Voordeel hiervan is dat kinderen te allen tijde gebruik kunnen maken van de speelvoorziening; Er blijft bij traditionele speelplekken ingezet worden op speeltoestellen die vervaardigd zijn uit hoogwaardige materialen, als staal, aluminium en kunststof. Keuze hiervoor is gemaakt vanwege een betere vandalismebestrijding en langere levensduur; Bij inbreiding van bestaande woongebieden wordt de aanleg van formele speelruimte uit de projectkosten betaald; Nieuw te plaatsen toestellen worden uitgekozen in samenspraak met omwonenden, waarbij uiteindelijk de kinderen kiezen. Nieuw beleid
-
-
-
Het huidige areaal speelruimte en speeltoestellen krimpt in, waarbij afgeschreven toestellen niet meer vanzelfsprekend worden vervangen. Kleinere speelplekken met weinig toestellen verdwijnen, waarbij wordt toegewerkt naar grotere centraal gelegen speelplekken met een hogere diversiteit aan speeltoestellen; Er wordt ingezet op een hoge diversiteit aan spelen voor alle kinderen (0-18 jaar) op goed bereikbare plaatsen. Er wordt gezorgd voor een optimale spreiding van de speelplekken over de buurten. Speeltoestellen worden indien mogelijk hergebruikt. Een enkel losstaand speeltoestel op een kleine speelplek wordt herplaatst op een grotere centrale speelplek; Er worden in bestaande buurten in beginsel geen nieuwe speelplekken aangelegd. Wel worden speeltoestellen waar nodig vervangen en vernieuwd; In nieuwe buurten waar geen speelgelegenheid is worden speelplekken aangelegd om de dekking (norm Leiden) te kunnen blijven garanderen; Bij vervanging van een traditionele speelplek wordt telkens overwogen om hiervoor in de plaats een natuurspeelplek aan te leggen, dit om meer differentiatie van speelplekken in de buurt te krijgen.
15
5
Wat gaan we ervoor doen?
5.1
Algemeen
We blijven voldoen aan de wettelijke voorschriften. We volgen de nieuwste ontwikkelingen via training en opleidingen. Dit geldt voor zowel de beheerder speelvoorzieningen als de inspecteur speelvoorzieningen. We houden de speelvoorzieningen bij in het logboek zodat gedocumenteerd is hoe de staat van onderhoud is. 5.2
Staand beleid -
-
-
De beleidsmatige ruimtelijke vertaling van het speelruimtebeleid vindt in hoofdzaak plaats in de bestemmingsplannen. In de vigerende bestemmingsplannen zijn speelvoorzieningen bij diverse bestemmingen mogelijk gemaakt, bijv. in de bestemming Groen. Bij de herzieningen zal telkens worden bezien hoe wij het actuele speelruimtebeleid adequaat kunnen vervatten in de bestemmingsplannen; In Heemskerk hebben we merendeels traditionele speelplekken, bij vervangingen en bij nieuwe speelplekken maken we gebruik van een kunstgras valdempende ondergrond of een vergelijkbare ondergrond; Bij aanleg van nieuwe speelplekken wordt ingezet op duurzaam en ‘’hufter-proof’’ materiaalgebruik; Speelplekken die aangelegd moeten worden in nieuw te ontwikkelen gebieden, worden betaald vanuit het project; Bij aan te leggen speelplekken worden bewoners betrokken bij de keuze van de aan te leggen speelvoorzieningen waarbij de keuze van de kinderen doorslaggevend is.
Afb. 10. Speelplek Toscanestraat, uitgekozen door de buurtkinderen en gerealiseerd in 2014.
16
5.3
Nieuw beleid -
-
-
Het jaarlijks budget voor speelvoorzieningen is verlaagd. Met het huidige budget is het totale areaal niet meer te onderhouden. Daarom worden speelvoorzieningen geclusterd en sommige verwijderd. Wel blijven wij voldoen aan de speelruimtenorm Leiden. In bijlage II. staat het huidige speelareaal met hierbij aangegeven welke toestellen/ speelplekken verwijderd worden; Er wordt ingezet op zoveel mogelijk differentiatie per speelplek, zodat meerdere leeftijdsgroepen gebruik kunnen maken van deze speelplek. Tevens wordt per buurt ingezet op differentiatie van verschillende speelplekken, bijv. een voetbalveld, een natuurspeelplek en een traditionele speelplek; Er worden geen nieuwe speelplaatsen meer aangelegd, wel worden bestaande speelplekken gerenoveerd of vernieuwd; Initiatieven vanuit bewoners, organisaties en ondernemers uit de samenleving worden meegewogen binnen het beleid.
Afb.11. Natuurspeeltuin Luxemburglaan, voetballen, tafeltennissen, klimmen, balanceren, glijden en kruipen. 17
6
Bijlage
I. II. III.
De koppeling tussen leeftijd, speeltoestel en spelvorm Speelareaal 2015-2019 Plattegronden met speelcirkels
18
Bijlage I. De koppeling tussen leeftijd, speeltoestel en spelvorm In deze bijlage worden enkele handvatten aangereikt waar rekening mee gehouden kan worden bij een (her)inrichting van een nieuwe speelplek. Uiteraard is het niet altijd mogelijk om rekening te houden met alle factoren en zullen keuzes weloverwogen gemaakt moeten worden. Kinderen zoeken uitdaging in spel passend bij hun leeftijd. Leeftijdsgroep
Typering
Type spel
0-3 jaar
Babies en peuters
Zijn vooral actief met eigen lichaamsverkenning en exploratie van materialen. Gebruiken al hun zintuigen, dus ook hun mond om nieuwe ervaringen op te doen.
3-6 jaar
Kleuters
Fantasie- en rollenspel naast de verdere uitbreiding van het exploratieve spel. Regels in het spel worden rigide gehanteerd.
6-9 jaar
Jonge schoolkind
Basisvaardigheden voor bewegen worden beheerst. Kinderen gaan hiermee experimenteren en vaardigheden combineren. In staat om regels te begrijpen en te veranderen als de situatie daarom vraagt.
9-12 jaar
Tiener
Navolging op Jonge schoolkind: “Durft en kan alles”
12-15 jaar
Puber
Sterke lichamelijke verandering en daarmee onzekerheid in eigen capaciteiten.
15-18 jaar
Jongeren
Grenzen opzoeken en samenzijn in groepen
Tabel 1. Leeftijd en spelvormen
Naast de basisvoorwaarden voor de speelruimte is het ook van belang om te onderzoeken of de inrichting van de speelplek voldoet aan de leeftijdsgroep die gebruik maakt van deze speelruimte. Leeftijdsgroep
speelkwaliteit
Inrichting speelplek
0-4 jaar
Ontdekken en exploreren van ruimtes, materialen en vaardigheden. Rollenspel en fantasiespel.
Kleine speelelementen (glijbaantje, speelhuisjes, veerelementen en balanceerobjecten) Zand en water, begroeiing en diverse natuurlijke materialen. Speeltoestellen in de vorm van vliegtuig, boot, trein of auto met bankje voor de ouders.
5-9 jaar
Regelspel en balspel. Gevarieerdere en wilder bewegingsspel. Ontdekking en grensverleggende situaties.
Toestellen die uitdaging bieden voor de fysieke vaardigheden en uitnodigen tot samenspel. Ruimte voor balspel, fiets crossen e.d. gevarieerd gebied voor avontuur en experiment, met open en besloten ruimtes, diversiteit in ondergrond en landschap, beplanting.
10-14 jaar
Sporten en dans. Uitdagende spelvormen. Ontmoeting
Voetbalveld, skatebaan, basketbalveld. Fysiek en avontuurlijk Ontmoetingsplek
15-19 jaar
Sporten in een informele context Vrijetijdsbesteding met een belangrijke sociale functie
Voetbalveld, skatebaan, basketbalveld. Jongeren Ontmoeting Plek (JOP). Trefpunt in combinatie met trapveld
Tabel 2. Speelkwaliteit en gewenste inrichting
19
Daarnaast spelen ook de sociale omgeving en fysieke omgeving een grote rol voor spel in de formele en informele ruimte per leeftijdsgroep. Leeftijdsgroep
Wenselijke sociale omgeving
Wenselijke fysieke omgeving
0-3 jaar
Directe zorg en toezicht van volwassenen. Contact met andere kinderen maar altijd begeleid door een volwassene.
Beschutten en veilige ruimtes. Beperkte oppervlakte. Zichtbaar door ouders/volwassen.
3-6 jaar
Contact met leeftijdsgenoten wel altijd ‘een zichtlijn’ met volwassenen.
Ruimte in het zicht van de woning. Kleuters moeten ook snel zelf terug kunnen vallen op de veilige thuisomgeving.
6-9 jaar
Leeftijdsgenoten, voor samenspel en voor vergelijking met andere jongen en meisjes spel zijn (duidelijk) gescheiden.
Ruimtes voor samenspel en voor verbreding van ontwikkeling van basisvaardigheden.
9-12 jaar
Leeftijdsgenoten voor samenspel en voor vergelijk met anderen.
Ruimtes voor samenspel en voor informeel ontmoeten.
12-15 jaar
Jongen en meisjes zoeken elkaar meer op.
Zien en gezien worden zijn hier belangrijke uitgangspunten voor de situering van speelruimte.
15-18 jaar
Ontmoeting met leeftijdsgenoten, experimenteren met verschillende ‘stijlvormen’. Zoektocht naar eigen identiteit door groepsvorming.
Eigen ontmoetingsruimtes, passend bij de groepsidentiteit.
Tabel 3. Wenselijke sociale en fysieke omgeving per leeftijdsgroep.
20