CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Concept tekst bestuursovereenkomst

Commissie Bestuur, Financiën en Economische zaken 12 mei 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Concept bestuursopdracht opvanglocatie asielzoekers3.384 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestuursovereenkomst inzake de vestiging van een opvanglocatie asielzoekers

Versie maart 2026

Bestuursovereenkomst inzake de vestiging van een opvanglocatie

Partijen

a. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, gevestigd aan de Rijnstraat 8 te Den Haag, hierbij vertegenwoordigd door een lid van het bestuur van het COA, de heer P.L.J. Bos, lid van bestuur, hierna te noemen: ‘COA’ b. De gemeente Uitgeest, gevestigd aan Middelweg 28 te Uitgeest, hierbij vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer S. Nieuwland, hierna te noemen: ‘het gemeentebestuur Uitgeest’ c. De gemeente Heemskerk, gevestigd aan Maerten van Heemskerckplein 1 te Heemskerk, hierbij vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer A. Luijten, hierna te noemen: ‘het gemeentebestuur Heemskerk’

Overwegende: 

Dat het COA tot kerntaak heeft de opvang en begeleiding van asielzoekers;

Dat beide gemeentebesturen via de spreidingswet een taakstelling hebben voor de opvang van asielzoekers;

Dat de gemeenten Heemskerk en Uitgeest gezamenlijk optrekken in het realiseren van hun taakstelling, namelijk 183 plekken voor Heemskerk en 71 plekken voor Uitgeest volgens het verdeelbesluit van december 2024.;

Dat bovengenoemde partijen overeengekomen zijn om de opvang van vreemdelingen tijdelijk (voor een periode van maximaal 10 jaar) te realiseren op een nieuwbouwlocatie binnen de gemeente Uitgeest in samenwerking met de

gemeente Heemskerk op de grens van beide gemeenten, kadastraal bekend als Uitgeest HA 39 en Uitgeest HA 1232. 

Dat gemeenten die asielopvang faciliteren recht hebben op financiële vergoedingen. Totdat een nieuw landelijk besluit over deze vergoedingen is vastgesteld, zullen de uitkeringen plaatsvinden conform de systematiek en berekeningsmethodiek van het voormalige Faciliteitenbesluit opvangcentra. Daarbij geldt dat de middelen vanaf 1 juli 2025 via een decentralisatie-uitkering op grond van artikel 13, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet worden verstrekt, met inhoudelijk dezelfde uitgangspunten als onder het Faciliteitenbesluit. Dit is vastgelegd in de Informatiebrief gemeenten wijziging Faciliteitenbesluit van 13 november 2025;

Dat de gemeentebesturen Uitgeest en Heemskerk de samenwerking en de financiële verrekening van de vergoeding in een samenwerkingsovereenkomst vastleggen;

Dat het COA en beide gemeentebesturen een optimaal functioneren van de opvanglocatie in de plaatselijke gemeenschap en in relatie tot de betrokken diensten en instellingen willen bewerkstelligen door het maken van afspraken en het treffen van de nodige voorzieningen;

Dat de bestuursovereenkomst onverlet laat dat het COA voor het gebruik van de opvanglocatie over de benodigde vergunningen moet beschikken;

Dat het gemeentebestuur Uitgeest zich binnen haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheden inspant voor een zorgvuldige en voortvarende vergunningverlening;

Dat het gemeentebestuur Heemskerk een huurovereenkomst sluit met het COA voor de huur van de grond van de opvanglocatie;

Dat de directe verantwoordelijkheid voor het nemen van de noodzakelijke maatregelen op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en Veiligheid, behalve bij de gemeentebesturen van Heemskerk en Uitgeest en het COA, bij meerdere partijen ligt;

Dat de randvoorwaarden voor de te nemen maatregelen in verband met de opvang van asielzoekers op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare Orde en Veiligheid voldoende in bestaande wet- en regelgeving zijn vastgelegd.

Komen het volgende overeen:

Artikel 1 - Definities In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a) Asielzoeker: de persoon die in de opvanglocatie van het COA wordt opgevangen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Het betreft hier zowel asielzoekers, als vergunninghouders (voormalige asielzoekers die inmiddels een verblijfsvergunning hebben), die nog geen reguliere huisvesting in een gemeente hebben, danwel vreemdelingen die in artikel 3, derde lid van de Regeling verstrekkingen en andere categorieën vreemdelingen (Rva) 1met een asielzoeker gelijk zijn gesteld; b) Statushouder: voormalig asielzoeker die een verblijfsvergunning heeft gekregen om in Nederland te mogen blijven; c) Vreemdeling: ieder die niet de Nederlandse identiteit bezit (vreemdelingenwet 2000); d) Capaciteitsplaatsen: plaatsen in een opvanglocatie beschikbaar voor de opvang van asielzoekers, zoals bedoeld in artikel 1.b van het Faciliteitenbesluit; e) Opvanglocatie: een opvangvoorziening waarin door of onder verantwoordelijkheid van het COA opvang wordt geboden aan asielzoekers. Hieronder vallen een Opvangcentrum of een Noodopvang. f) Datum van ingebruikname: de datum waarop de eerste asielzoeker gebruik maakt van de opvanglocatie; g) Faciliteitenbesluit: Regeling (AmvB) waarmee gemeenten financieel gecompenseerd werden voor de kosten van het huisvesten van asielzoekers.

De regeling is vervallen per 01/07/2025. De ‘Informatiebrief gemeenten wijzigingen Faciliteitenbesluit’ van 13 november 2025 licht de vervangende decentralisatie-uitkering toe.

1

Zie bijlage 4 voor de tekst van artikel 3 uit de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 wetten.nl - Regeling - Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 - BWBR0017959

h) Informatiebrief: De informatiebrief gemeenten wijziging Faciliteitenbesluit van 13 november 2025 met referentienr. 6847896 (Bijlage D).

Artikel 2 - Opvanglocatie 1. Het gemeentebestuur Uitgeest en het gemeentebestuur Heemskerk stemmen in met het gebruik van de opvanglocatie op de grens van beide gemeenten door het COA, met dien verstande dat alle benodigde vergunningen zijn verleend. 2. Het COA gebruikt de opvanglocatie onder eigen verantwoordelijkheid als een opvanglocatie ten behoeve van de opvang van asielzoekers, gedurende de afgesproken duur in artikel 5.

Opvang van asielzoekers Artikel 3 - Aanvullende werkafspraken In aanvulling op de bestuursovereenkomst maken het gemeentebestuur Uitgeest, het gemeentebestuur Heemskerk en het COA nadere werkafspraken, rekening houdend met elkaars bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Voor artikel 4 worden deze vastgelegd in het separaat document ‘Aanvullende Werkafspraken’ artikel 4, aangehecht als bijlage A aan deze overeenkomst. Daarnaast nemen we overige informatie en afspraken over de praktische en financiële aspecten die de komst van een opvanglocatie met zich meebrengt, zoals communicatie, veiligheid, leefbaarheid, terugkeer en vertrek, bedrijfsvoering van het COA en diensten op de opvanglocatie, op in het addendum ‘aanvullende afspraken’ Voor zover in deze bestuursovereenkomst afspraken nader zijn uitgewerkt in Bijlage A en het addendum aanvullende werkafspraken, gelden deze uitwerkingen als bindende verplichtingen voor partijen. Artikel 4 – Aantal asielzoekers en capaciteitsplaatsen 1. In de opvanglocatie worden maximaal 254 asielzoekers opgevangen. 2. In de opvanglocatie worden maximaal 279 capaciteitsplaatsen gerealiseerd, waarbij nadrukkelijk wordt afgesproken dat het

aantal van 254 asielzoekers niet, ook niet tijdelijk, zal worden overschreden. 3. Het COA spant zich in voor een zorgvuldig bepaalde evenwichtige samenstelling van de asielzoekers op de opvanglocatie, naar herkomst, geslacht, leeftijd en gezinssituatie. Leefbaarheid op de locatie en van de omgeving is hierin altijd ledend, wat betekent dat het COA streeft naar een gemixte doelgroep, waarbij de instroom richtinggevend is.  4. Op verzoek van de gemeentebesturen Uitgeest/Heemskerk, verstrekt het COA het gemeentebestuur informatie over het aantal en over de in het vorige lid bedoelde samenstelling van de asielzoekers dat in de gevraagde periode in de opvanglocatie verblijft. 5. Het COA zal in de opvanglocatie opgevangen asielzoekers na het verkrijgen van een verblijfsvergunning zo maximaal mogelijk aan de gemeente Heemskerk of Uitgeest koppelen, passend binnen de taakstelling voor het huisvesten van statushouders. Indien de gemeenten al haar taakstelling tot huisvesting van statushouders hebben voldaan, dan koppelt het COA statushouders zo maximaal mogelijk aan omliggende gemeenten. 6. Het COA vrijwaart gemeente van aanspraken van derden als gevolg van de beëindiging van onderhavige bestuursovereenkomst.

Artikel 5 - Duur van de overeenkomst 1. De bestuursovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van maximaal 10 jaar en vangt aan op de datum van ingebruikname. Op het moment dat de eerste asielzoeker gebruik maakt van de opvanglocatie wordt deze datum vastgelegd in de “Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie”, zoals weergegeven in bijlage C en zal aan deze overeenkomst worden toegevoegd. 2. De overeenkomst eindigt van rechtswege na het verstrijken van de in lid 1 genoemde periode. Zie voor een toelichting op deze afspraak de aanvullende werkafspraken, bijlage A 

3. De overeenkomst kan door het gemeentebestuur in de volgende gevallen tussentijds worden opgezegd: a. indien het COA zich tenminste driemaal en na een verzoek tot herstel niet houdt aan de afspraken uit deze overeenkomst; b. indien het COA zich tenminste driemaal en na een verzoek tot herstel niet houdt aan de werkafspraken in bijlage A en het addendum ‘aanvullende werkafspraken’. 4. De gemeentebesturen Uitgeest en Heemskerk dienen in geval van een tussentijdse opzegging een opzegtermijn van tenminste zes maanden in acht te nemen. De opzegging dient schriftelijk bij aangetekende brief te worden gedaan. 5. Het COA kan per aangetekende brief besluiten tot tussentijdse opzegging van de overeenkomst. Indien het COA overgaat tot tussentijdse opzegging geldt een opzegtermijn van tenminste 6 maanden. Artikel 6 – Uitkeringen middels Informatiebrief De aanspraak op de verstrekking van de in de Informatiebrief genoemde decentralisatie-uitkering betrekking hebbend op: -

Capaciteitsplaatsen (art.3 FB); Wooneenheden (art. 4 FB); (Vrijwilligers) groepen (art 6 FB),

vangt aan op de datum van ingebruikname. Uitkeringen worden vergoed op basis van de ligging van de locatie. De gemeentebesturen Uitgeest en Heemskerk leggen de onderlinge afspraken over de verdeling van de uitkeringen vast in een samenwerkingsovereenkomst. Uitgangspunt is de taakstelling van beide gemeenten: -

Heemskerk: 183 plekken Uitgeest: 71 plekken

Artikel 7 - Overige bepalingen 1. Bijlagen B (Toelichting Bestuursovereenkomst) en C (Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie) behoren bij en geven een nadere toelichting en/of uitwerking van deze bestuursovereenkomst.

2. Indien de bestaande wet- en regelgeving op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en veiligheid niet afdoende blijkt te zijn en hierdoor een knelpunt op dat onderdeel ontstaat, dan zullen het COA en de gemeentebesturen Heemskerk en Uitgeest zich gezamenlijk inspannen dit knelpunt aan te kaarten bij het verantwoordelijke Ministerie. 3. In geval van een wijziging van wet- of regelgeving die gevolgen heeft voor deze overeenkomst, treden partijen met elkaar in overleg over hoe deze gevolgen het beste kunnen worden opgevangen. 4. Wijzigingen van deze overeenkomst zullen, na overeenstemming hierover tussen partijen, schriftelijk worden vastgelegd en als addendum aan deze overeenkomst worden gehecht. 5. In situaties waarin deze overeenkomst niet voorziet of in geval van geschillen, de uitleg en/of de uitvoering ervan, zullen partijen een maximale inspanning verrichten om deze geschillen in onderling overleg op te lossen. Aldus overeengekomen, in drievoud opgemaakt en ondertekend. Uitgeest

Heemskerk

Den Haag

[ datum ]

[datum]

[ datum ]

Gemeente Uitgeest Centraal Orgaan opvang asielzoekers

Gemeente Heemskerk

De heer S. Nieuwland burgemeester van bestuur

De heer A. Luijten burgemeester

BIJLAGEN:

Dr P.L.J. Bos lid

Bijlage A: addendum Aanvullende informatie artikel 4 Bijlage B: Toelichting Bestuursovereenkomst. Bijlage C: Voorbeeld: Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie; Bijlage D: ‘Informatiebrief gemeenten wijziging Faciliteitenbesluit’ referentienr 6847896 Bijlage E: Tekst artikel 3 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 Bijlage A Aanvullende informatie bij artikel 4 behorende bij de bestuursovereenkomst [datum] tussen het COA, de gemeente Uitgeest en de gemeente Heemskerk, inzake de nieuwbouw van een opvanglocatie

1. Aantallen opvanglocatie Voor het COA is het van belang om de bezetting in een opvanglocatie optimaal te kunnen gebruiken. Daarom benoemen we zowel het aantal asielzoekers (254) als het aantal capaciteitsplaatsen (279). Om het maximumaantal asielzoekers te kunnen onderbrengen in de opvanglocatie, is het noodzakelijk om meer capaciteitsplaatsen beschikbaar te hebben. Zo kan het voorkomen dat een gezin bestaande uit vier personen in een wooneenheid met capaciteit voor vijf personen wordt geplaatst. De vijfde capaciteitsplaats blijft daardoor vacant. Daarom zijn meer capaciteitsplaatsen nodig dan het maximumaantal op te vangen asielzoekers. Niet elke capaciteitsplaats zal in de praktijk bezet worden. 2. Samenstelling doelgroep Voor een leefbare, beheersbare en veilige opvang van asielzoekers is het belangrijk dat de samenstelling van de groep bewoners op de opvanglocatie aansluit bij de leefomgeving van Heemskerk en Uitgeest. Het COA verdeelt bewoners daarom zo evenwichtig mogelijk en huisvest een diverse groep, met variatie in gezinssamenstelling, leeftijd, geslacht en nationaliteit. Daarbij maakt het COA geen onderscheid op basis van nationaliteit, religie, seksuele geaardheid of achtergrond. Op de opvanglocatie plaatst het COA geen uitgeprocedeerde asielzoekers zonder recht op opvang en geen alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers).

Omdat er elders aparte opvanglocaties worden ingericht voor asielzoekers met een kansarme asielaanvraag (voorheen spoor 2), zal het COA het aantal bewoners uit deze groep op deze locatie zoveel mogelijk afbouwen zodra deze locaties open zijn. Wanneer in het aanmeldcentrum in Ter Apel al vooraf duidelijk is dat een asielaanvraag weinig kans van slagen heeft, doorlopen deze asielzoekers een versneld proces en worden zij opgevangen in een aparte, soberdere opvang, terwijl plaatsing op deze opvanglocatie voor kwetsbare asielzoekers en asielzoekers die in beroep gaan wel mogelijk blijft

Bijlage B

Toelichting Bestuursovereenkomst

1. Doel Bestuursovereenkomst Inleiding Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zorgt er voor – op grond van de Wet COA - dat asielzoekers in een kwetsbare positie in een veilige en leefbare omgeving professioneel worden opgevangen en begeleid in een opvanglocatie. Het COA opent pas een opvanglocatie nadat de gemeente daarmee heeft ingestemd. In de bestuursovereenkomst staan afspraken tussen de gemeente en het COA over de vestiging en ingebruikname van een opvanglocatie. Het COA dient over de benodigde vergunningen te beschikken voordat een opvanglocatie in gebruik wordt genomen. De gemeente is door het ondertekenen van de bestuursovereenkomst niet gebonden deze vergunningen te verlenen, maar partijen komen overeen dat de gemeente zich zal inspannen voor een zorgvuldige en voortvarende vergunningverlening. Afspraken vastleggen over de vestiging van een opvanglocatie Het doel van de bestuursovereenkomst is: -

Afspraken vastleggen tussen het COA en de gemeenten over de harde kaders van de opvanglocatie, zoals ook het aantal, duur en samenstelling van de toekomstige bewoners.

-

Separaat maken COA en gemeente aanvullende werkafspraken. Deze hebben betrekking op de leefbaarheid en het dagelijkse reilen en zeilen op locatie. Hierin maken we inzichtelijk wat elkaars wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn op de beleidsterreinen Onderwijs, Gezondheidszorg en Openbare orde en Veiligheid, in relatie tot de opvanglocatie. Deze werkafspraken horen onlosmakelijk bij de bestuursovereenkomst.

Meer informatie Meer informatie over de praktische en financiële aspecten die de komst van een opvanglocatie met zich meebrengen, zoals communicatie, veiligheid, leefbaarheid, terugkeer en vertrek, bedrijfsvoering van het COA en ook over de uitkeringen en berekensystematiek van het Faciliteitenbesluit staan op de website van het COA https://www.coa.nl/nl/een-azc-de-gemeente en worden,

voor zover van toepassing, benoemd in de aanvullende werkafspraken tussen het COA en de gemeentebesturen Uitgeest en Heemskerk.

Bijlage C

Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie

(wordt door het COA verzonden zodra de opvanglocatie voor bewoning in gebruik is genomen)

College van burgemeester en wethouders van de gemeente [ Uitgeest ] Ter attentie van de Burgemeester, [ naam ] Postbus [ Postbus Nummer ] Postcode

[ datum ] [ kenmerk ] Onderwerp: Verklaring datum ingebruikname opvanglocatie [ plaats opvanglocatie ] Geachte burgemeester, Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) bedankt het college voor alle gezamenlijke inspanningen om te komen tot het realiseren van een opvanglocatie in [naam gemeente]. Samen met u geven we invulling aan een maatschappelijk vraagstuk;: het bieden van opvang en begeleiding aan asielzoekers in Nederland. Met deze verklaring informeren wij u dat de opvanglocatie [plaats opvanglocatie] op [datum en jaar] voor de opvang en begeleiding van asielzoekers in gebruik wordt genomen. Dit is overeenkomstig artikel 4 van de bestuursovereenkomst. Wij vertrouwen op een goede samenwerking met uw gemeente, met omwonenden en andere betrokken organisaties. Mocht u vragen hebben over de verklaring of over de opvanglocatie dan kunt u contact opnemen met [naam regiomanager / locatiemanager en emailadres]. Met vriendelijke groet, Den Haag, Centraal Orgaan opvang asielzoekers mevr. M. Schreur-Vianen

Manager Vastgoed en Facilitair Bijlage D ‘Informatiebrief gemeenten wijziging Faciliteitenbesluit’ referentie 6847896

Bijlage E Tekst artikel 3 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005

1. Het COA draagt zorg voor de centrale opvang van asielzoekers door erin te voorzien dat hen opvang wordt geboden in een opvangvoorziening. 2. Tot de in het eerste lid bedoelde categorieën asielzoekers aan wie opvang wordt geboden behoren: a. de asielzoeker als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d van deze regeling; b. de asielzoeker als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder e van deze regeling.

3. Met de in het vorige lid bedoelde categorieën asielzoekers worden gelijkgesteld: a. de vreemdeling wiens asielaanvraag binnen de procedure op het Aanmeldcentrum is afgewezen en ten aanzien van wie een daartoe strekkend en tijdig ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening om de behandeling van het beroeps- en hoger beroepsschrift in Nederland te mogen afwachten, is toegewezen; b. een alleenstaande minderjarige vreemdeling wiens asielaanvraag binnen de procedure op het Aanmeldcentrum is afgewezen; c. de vreemdeling aan wie de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 of 28 van de Vreemdelingenwet 2000, is verleend en die, met inachtneming van artikel 12, reeds in de centrale opvang verblijft, dan wel verblijft in de handhavings- en toezichtlocatie in afwachting van het betrekken van woonruimte in een gemeente; d. de vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 heeft ingediend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid indien sprake is van gezinshereniging met een asielzoeker aan wie met toepassing van deze regeling opvang wordt geboden;

e. de vreemdeling die niet in een opvangvoorziening verblijft als bedoeld in artikel 1 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, en die in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, of in het bezit wordt gesteld van een asielgerelateerde verblijfsvergunning, vanaf het moment van vergunningverlening tot het moment waarop passende huisvesting buiten de opvangvoorziening kan worden gerealiseerd, tenzij de vreemdeling reeds van overheidswege in een opvangvoorziening is gehuisvest; f.

de vreemdeling wiens uitzetting op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 achterwege blijft, met uitzondering van de vreemdeling die in afwachting is van de definitieve beslissing op zijn verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 en die niet een uitgeprocedeerde asielzoeker is en die evenmin een vreemdeling is die in afwachting is van de uitspraak in hoger beroep in zijn asielprocedure;

g. de vreemdeling aan wie in verband met het onderzoek naar de feitelijke toegankelijkheid van de noodzakelijke zorg in zijn land van herkomst voorlopig uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend in afwachting van de definitieve beslissing op zijn verzoek om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000; h. de vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder f of h van de Vreemdelingenwet 2000, en zich, naar het oordeel van Onze Minister, feitelijk in dezelfde situatie bevindt als bedoeld in artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000; i.

de vreemdeling op wie een besluit als bedoeld in artikel 45, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing is;

j.

de vreemdeling op wie een besluit als bedoeld in artikel 45, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing is;

k. de vreemdeling aan wie binnen de procedure op het Aanmeldcentrum een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 wordt verstrekt; l.

de uitgenodigde vluchteling, ook en indien reeds binnen de procedure op het Aanmeldcentrum een verblijfsvergunning is verleend;

m. de vreemdeling wiens asielaanvraag is afgewezen en die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van een door de president van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens getroffen voorlopige maatregel (‘interim measure’) waarin is bepaald dat de vreemdeling vooralsnog niet mag worden uitgezet; n.

de uitgeprocedeerde asielzoeker of de vreemdeling die in afwachting is van de uitspraak in hoger beroep in zijn asielprocedure met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000, die voorafgaand aan de indiening van een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 onder de beperking ‘medische behandeling’ zijn complete en actuele medische gegevens heeft overgelegd;

o. de uitgeprocedeerde asielzoeker aan wie een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 onder de beperking ‘verblijf voor het ondergaan van medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ is verleend op basis van voorafgaand aan de aanvraag overgelegde complete en actuele medische gegevens; p. de uitgeprocedeerde asielzoeker of de vreemdeling die in afwachting is van de uitspraak in hoger beroep in zijn asielprocedure met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000, die voorafgaand aan de aanvraag om verblijf op medische gronden zijn complete en actuele medische gegevens heeft overgelegd;

q. de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder m, van de Vreemdelingenwet 2000; r. de vreemdeling die in het bezit is gesteld van een machtiging tot voorlopig verblijf als bedoeld in artikel 1a, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 en voldoet aan de voorwaarden van artikel 29, tweede lid, van die wet; s. de vreemdeling aan wie op grond van de Afsluitingsregeling Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend.

4. Het COA draagt zorg voor de centrale opvang van andere categorieën vreemdelingen, als bedoeld in artikel 3, tweede, lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, na een verzoek hiertoe van Onze Minister.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16853402/2