CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. VNG-ledenbrief-25.062-Wijziging-Model-Verordening-rechtspositie-raads-en-commissieleden

Commissie Bestuur, Financiën en Economische zaken 10 februari 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening rechtspositie raads- en commissieleden6.580 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden

Datum

9 december 2025 Ons kenmerk

U202500792 Lbr. 25/062 Telefoon

070 373 83 93 Bijlage(n)

4

Onderwerp Wijziging Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden en Model Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder

Geachte leden van college en gemeenteraad, Met deze ledenbrief informeren wij u over de geactualiseerde versies van de Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden en de Model Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder. Aanleiding Het rijk actualiseert jaarlijks het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de onderliggende Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers om bedragen te indexeren en inhoudelijke wijzigingen door te voeren. Daarnaast zijn in de afgelopen periode enkele circulaires verschenen die invloed hebben op de bepalingen over scholing, informatie- en communicatievoorzieningen en declaratie van onkosten. De VNG heeft deze wijzigingen verwerkt in de modelverordening en -regeling en de toelichtingen hierop geactualiseerd. Daarnaast zijn de modellen redactioneel en fiscaaltechnisch herzien voor een betere aansluiting op de gemeentelijke praktijk. Ook heeft de projectgroep Duidelijke Overheidscommunicatie de modellen herschreven voor betere leesbaarheid en begrijpelijke taal. We adviseren u deze wijzigingen in uw eigen Verordening en Regeling over te nemen. Wijzigingen De wijzigingen in beide modellen zijn hieronder kort opgesomd.

Wijzigingen in beide modellen (zowel de Verordening als Regeling) • Het is nu expliciet vastgelegd dat overname van ICT-middelen na schoning mogelijk is tegen vergoeding van de resterende waarde in het economisch verkeer. Deze bepaling sluit aan op de actuele fiscale richtlijnen en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO); • Beide modellen verduidelijken dat bij forfaitaire vergoedingen geen bewijsstukken hoeven te worden overgelegd;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/2

• •

•

De bepaling over niet-partijpolitieke scholing is uitgebreid met voorwaarden over prijskwaliteitverhouding, overeenkomstig artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit; De bepalingen over de aanwijzing van vergoedingen als eindheffingsbestanddeel onder de Wet op de loonbelasting 1964 zijn geactualiseerd en afgestemd op de actuele werkkostenregeling; De bepalingen over indiening en betaling van declaraties zijn verduidelijkt en op onderdelen dynamisch gemaakt (aanduiding van percentages in plaats van vaste bedragen);

Aanvullende wijzigingen Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden • Het artikel is geactualiseerd naar aanleiding van de invoering van artikel 3.1.4a van het Rechtspositiebesluit (toelage voor voorzitterschap ‘zware’ commissies); • In artikel 4 is de bepaling over niet-partijpolitieke scholing verduidelijkt: alleen functiegerichte scholing komt voor vergoeding in aanmerking, met aandacht voor redelijke prijs-kwaliteitverhouding en uitsluiting van dubbele vergoedingen; Aanvullende wijzigingen Model Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder • De regeling verduidelijkt de procedurele verantwoordelijkheid van het college bij de uitvoering van individuele verzoeken, zoals scholing en ICT-voorzieningen; • De bepaling over niet-partijpolitieke scholing is aangescherpt: aanvragen verlopen via de gemeentesecretaris en worden door het college getoetst binnen de kaders uit het Rechtspositiebesluit; Bijlagen Deze ledenbrief bevat vier bijlagen: Bijlage 1. Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Bijlage 2. Model Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder Bijlage 3. Toelichting Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Bijlage 4.

Toelichting Model Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder Informatie De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving. De VNG-modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving. Vragen Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Klantcontactcentrum van de VNG (070-3738393 of info@vng.nl).

Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Model Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder Leeswijzer modelbepalingen -

[…] of (bijvoorbeeld) [tijdstip] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld de aanhef.

-

[(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente.

[iets] = facultatief.

-

Combinaties zijn ook mogelijk.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente], gelezen het voorstel van [datum en nummer];

gelet op de artikelen 44 en 66 van de Gemeentewet en [de ]artikel[en] [3.2.10], 3.3.2, 3.3.3, tweede lid en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers; gezien het advies van [naam commissie];

besluit nadere regels vast te stellen: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder [naam gemeente].

Artikel 1. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing 1. De burgemeester of de wethouder die een vergoeding wil ontvangen in verband met de deelname aan

niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie (zoals bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de gemeentesecretaris.

2. Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-

kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een andere basis kunnen worden betaald.

[3. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:

a. b.

€ [bedrag] per jaar voor de wethouder; € [bedrag] per jaar voor de burgemeester.

4. Het verzoek wordt uitgevoerd nadat het is getoetst aan de kaders van deze regeling, het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.]

Artikel 2. Informatie- en communicatievoorzieningen 1. De burgemeester of de wethouder tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de

gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter

beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2. De burgemeester of de wethouder levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en

communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

Artikel 3. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de

loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de

loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze regeling, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 4. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van onkosten die op grond van deze regeling voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a.

betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden

b.

betaling vooruit uit eigen middelen; of

c.

betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard.

factuur;

2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een

declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken over te leggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen [termijn] na factuurdatum of betaling door de burgemeester of wethouder ingediend bij de gemeentesecretaris.

4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan burgemeester of wethouder binnen [termijn] na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 5. Titel en inwerkingtreding 1. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeester en wethouder [naam

gemeente] en treedt in werking met ingang van [de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst].

2. De regeling rechtspositie burgemeester en wethouder [naam gemeente en eventueel jaartal] wordt

ingetrokken.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente], [datum], De burgemeester, De secretaris,

Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Leeswijzer modelbepalingen -

[…] of (bijvoorbeeld) [tijdstip] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 3 lid 1.

-

[iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 2.

-

[(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 3 lid 1.

Combinaties zijn ook mogelijk.

De raad van de gemeente [naam gemeente] gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.3, eerste lid, 3.1.4, eerste lid, artikel 3.1.4a, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; gezien het advies van [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden [naam gemeente].

[Artikel 1. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden Van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, wordt [percentage (maximaal 20%)] uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen ten opzichte van het aantal gehouden vergaderingen.]

Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie [en bijzondere commissie] 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage van [bedrag] zolang de commissie actief is. (De

toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.)

2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage van

maximaal [percentage] procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.

3. Een raadslid dat voorzitter is van een commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt een maandelijkse toelage van maximaal [percentage] procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is.

[4. Raadsleden die roulerend voorzitter zijn in één commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid,

van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangen ieder een maandelijkse toelage van maximaal [percentage] procent van het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, per persoon, zolang de commissie actief is.]

Artikel 3. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak 1. Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van [percentage (bijvoorbeeld 10 %)] bovenop de

vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers,

als het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid deelneemt.

2. Een commissielid krijgt een verhoogde vergoeding van [percentage (bijvoorbeeld 10 %)] bovenop de

vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers,

als de vergoeding van artikel 3.4.1, eerste lid niet redelijk wordt geacht ten opzichte van de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de werkzaamheden.

Artikel 4. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid dat een vergoeding wil ontvangen in verband met het deelnemen aan

niet-partijpolitiek georiënteerde scholing voor de uitvoering van zijn functie, zoals bedoeld in artikel

3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daarvoor vooraf een gemotiveerd verzoek in [bij het [presidium OF seniorenconvent]] via de griffier.

2. Bij dit verzoek worden documenten (papier of digitaal) met de benodigde inhoudelijke informatie meegestuurd. Ook wordt een kostenspecificatie meegestuurd waaruit blijkt dat de prijs-

kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is, en dat de kosten ervan niet al op een

andere basis kunnen worden betaald.

[3. De maximale vergoeding voor de scholing bedraagt:

a. b.

€ [bedrag] per jaar per raadslid; € [bedrag] per jaar per commissielid.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen 1. Een raads- of commissielid tekent, zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst

voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld. Het gaat hier om de informatie- en communicatievoorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit

decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Een raads- of commissielid levert [termijn (bijvoorbeeld 6 weken / twee maanden)] na beëindiging van zijn functie, de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.

3. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is mogelijk na schoning en tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.

Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de

loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en

verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding,

tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 7. Betaling vaste vergoedingen De betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit

decentrale politieke ambtsdragers vindt [termijn (bijvoorbeeld maandelijks)] plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering, tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen.

Artikel 8. Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Regeling rechtspositie

decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur;

b. betaling vooruit uit eigen middelen; of c. betaling ten laste van de gemeentelijke creditcard. 2. Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een

declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen [termijn] na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via de griffier.

4. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen [termijn] na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Artikel 9. Titel en inwerkingtreding 1. Deze verordening word aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden [naam gemeente] en treedt in werking met ingang van [de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze regeling wordt geplaatst].

2. De [citeertitel verordening (Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden 2019)] wordt ingetrokken.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente [naam gemeente], [datum], De voorzitter, De griffier,

Toelichting Model Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Let op: Deze toelichting hoort bij de (mogelijke) keuzes die in de modelverordening zijn gemaakt. Als een individuele gemeente andere keuzes maakt, past deze toelichting misschien niet precies. Wel kan deze toelichting worden gebruikt als basis een door de gemeente zelf geschreven toelichting. Lees deze modelverordening samen met de hierbij behorende ledenbrief voor een volledig beeld.

ALGEMEEN DEEL Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle belangrijke onderwerpen over de rechtspositie van

gemeentelijke politieke ambtsdragers opgeschreven. In de Gemeentewet staat dat de precieze

afspraken over de rechten en plichten en de financiële afspraken van raads- en commissieleden moet

worden opgeschreven bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Die precieze uitwerking staat in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling

decentrale politieke ambtsdragers zijn de regels over (onkosten)vergoedingen verder opgeschreven.

Dynamische regels Tijdens deze herzieningsronde is de verordening op enkele punten dynamisch gemaakt. In bepaalde artikelen zie je tussen blokhaken het woord ‘percentage’ in plaats van bedrag. Als de gemeente het maximale bedrag uit het Rechtspositiebesluit hanteert, kan hier dus 100% worden ingevuld. Als het bedrag wordt geïndexeerd, hoeft de verordening niet te worden aangepast. Uiteraard is het niet verplicht dit over te nemen. Indien uw gemeente liever bedragen opneemt in de verordening, attenderen wij u op de aanpassing daarvan bij indexatie van bedragen.

Hoofdlijnen gemeentelijke verordening In deze verordening staan alleen regels over de rechtspositie van raadsleden en leden van

gemeentelijke commissies in het geval zij niet al hiertoe worden verplicht door hogere wet- en

regelgeving. Dit volgt uit de Gemeentewet het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en

harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018) over, de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er opnieuw een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en

regelgeving vastgelegd. De reden hiervan is het voorkomen van politieke discussies over

voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om door

middel van een verordening af te wijken. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin

artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke verordening.

Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat ’buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en

tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen. Deze verordening vormt een (verdere)

uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen.

De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Raads- en commissieleden zijn niet in dienst van de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever.

Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en

Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raadsen commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in

de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden kiezen voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschap, het

zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een

opting-in verklaring bij de Belastingdienst.

Als de raads- en commissieleden en de gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan

moeten de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten worden gezien en mogen de

(beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raads- of commissielid

moeten opgeven in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige

werkzaamheden. De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raads- en

commissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst door te geven middels een formulier IB-47. Omdat raads- en commissieleden

persoonlijk worden gekozen, worden zij niet gezien als (fiscaal) ondernemer. Daarom hoeft er geen

VAR-verklaring of/Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan de gemeente.

De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) geldt niet voor raads- en commissieleden.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING [Artikel 1. Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden Raadsleden krijgen een vaste vergoeding. Hoeveel dat is, hangt af van het aantal inwoners van de gemeente (de inwonersklasse). Vanaf de dag van beëdiging hebben de raadsleden recht op de vergoedingen die bij hun functie horen. Wat betreft de vergoeding voor de werkzaamheden is dit geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit. De gemeenteraad kan op basis van het zesde lid van artikel 3.1.1 bij verordening bepalen dat een deel van de vergoeding wordt uitbetaald als presentiegeld. Dit kan maximaal 20% van de vergoeding zijn. In een dergelijke verordening mag geen onderscheid worden gemaakt tussen de raadsleden: een presentievergoeding geldt dan voor alle raadsleden. Deze bepaling kan bijvoorbeeld worden gebruikt bij spookleden. Spookleden zijn volksvertegenwoordigers die wel zijn gekozen, maar die niet of nauwelijks aanwezig zijn bij de vergaderingen of activiteiten van de desbetreffende gemeenteraad. Het raadslid kan de vergoeding niet weigeren en de gemeente is verplicht de raadsvergoeding over te maken naar de bankrekening van het raadslid. Het raadslid mag zelf ervoor kiezen om (een deel) van de raadsvergoeding aan de eigen politieke partij te geven, maar dit is niet verplicht.

Het is ook niet toegestaan om af te spreken dat de vergoeding direct naar de partij gaat (bijvoorbeeld met een akte van cessie). De reden hiervoor is dat het raadslid een onafhankelijke positie heeft en niet financieel afhankelijk mag zijn van de politieke partij.]

Artikel 2. Toelage raadslid onderzoekscommissie [en bijzondere commissie] Dit artikel gaat over de toelagen (extra vergoedingen) voor de raadsleden die lid zijn van zogenaamde

‘zware commissies’. Dit geldt voor de vertrouwenscommissie en de onderzoekscommissie, zoals deze

in de Gemeentewet zijn genoemd. Let op: de rekenkamerfunctie kan op basis van de Gemeentewet

niet meer worden gecombineerd met het raadslidmaatschap. Zo'n bijzondere commissie, met deze

financiële gevolgen, moet bij verordening worden vastgesteld. Daarbij moet worden aangegeven dat het lidmaatschap van deze commissies duidelijk extra werk (meerwerk) is naast het gewone

lidmaatschap van de gemeenteraad. De hoogte van de toelage voor het werk in de eerdergenoemde zware commissies is anders voor de vertrouwenscommissie dan voor de onderzoekscommissie.

Voor de toelage van een lid van de vertrouwenscommissie geldt een vast bedrag per maand. Dit

bedrag is belast en staat in artikel 3.1.2. van het Rechtspositiebesluit. Voor de toelage van een lid van een bijzondere commissie geldt het bedrag genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, per maand voor de

periode dat de commissie actief is. Het bedrag wordt berekend in verhouding tot die periode. Zolang

een commissie «slapend» is, althans niet actief, ontvangen de leden geen toelage. Het gaat dus niet om hoe lang iemand lid is, maar om hoe lang de commissie echt aan het werk is.

Het derde lid gaat over de toelage van de vaste voorzitter. Dit volgt uit het nieuwe artikel 3.1.4a. van het Rechtspositiebesluit. Sommige gemeenten hadden behoefte aan zo’n bepaling. Hoe groot de

gemeente is, maakt daarbij niet uit. De raad beoordeelt hoeveel werk en tijd het voorzitterschap kost.

Op basis daarvan bepaalt de raad vervolgens of er een vergoeding nodig is en hoe hoog deze moet zijn.

[Het vierde lid is voor voorzitters die elkaar afwisselen binnen één commissie. De raad kan met deze

regel bepalen dat alle voorzitters een vast percentage van het maximale bedrag krijgen. Dit betekent niet dat het maximale bedrag uit artikel 3.1.4. moet worden verdeeld over de voorzitters. Als de raad bijvoorbeeld kiest voor het percentage 70% van het maximum, dan krijgen alle voorzitters 70% van het maximum.]

[Artikel 3. Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak De hoogte van de vergoeding voor leden van gemeentelijke commissies, die zijn ingesteld op basis van artikel 82, 83 en 84 van de Gemeentewet is verplicht vastgesteld op een vast bedrag per

inwonersklasse. Dit bedrag geldt voor elke vergadering van de commissie die het lid bijwoont. In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld als er bijzondere deskundigheid nodig is of als het werk in de

commissie zwaarder is, kan een hoger bedrag per vergadering worden toegekend dan is bepaald in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het kan bijvoorbeeld gaan om een raadscommissie met een bijzondere opdracht, waardoor het werk voor één of meerdere

commissieleden meer tijd of inzet kost. Omdat hiervoor een verordening nodig is, kan de gemeente zelf een algemene en politieke afweging maken.]

Artikel 4. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Voor raads- en commissieleden is duidelijk bepaald dat de kosten voor scholing die niet-partijpolitiek

is, zoals deelname aan congressen en opleidingen, door de gemeente kunnen worden betaald.

Scholing die wel partijpolitiek is, wordt niet door de gemeente vergoed. Of scholing partijpolitiek is,

hangt af van de inhoud van die scholing. Dat betekent dat wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij dit dus niet automatisch partijpolitieke scholing is.

Om scholingskosten vergoed te krijgen, moet duidelijk worden uitgelegd dat het gaat om scholing die nodig is voor het werk. Scholing is nodig voor het werk als het bedoeld is om vakkennis en

vaardigheden te leren of bij te houden die je voor je functie nodig hebt. Scholing is partijpolitiek

georiënteerd als het helemaal of voor een deel het doel heeft om diegene op te leiden in de ideeën en standpunten van die partij.

De gemeente kan ook dit soort scholing zelf geven of regelen. De kosten daarvan worden ook door de gemeente betaald. Uit paragraaf 3.1 van de circulaire Wijzigingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten blijkt dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering aan de hand van de centrale kaders uit het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Er kan ook mandaat worden verleend aan een commissie van de gemeenteraad om te toetsen of scholingsverzoeken binnen het kader vallen. 1 Die commissie moet dan wel een formele commissie zijn in de zin van de Gemeentewet. In het geval van een informele commissie, kan de gemeente het beste de modelbepaling volgen waarin die commissie enkel als adviesgevend orgaan is benoemd. Het College en de Raad zijn niet bevoegd om uitzonderingen of beperkingen op te leggen aan individuele verzoeken op de centraal gestelde kaders. Als de aanvraag binnen de kaders valt, wordt het uitgevoerd. Op grond van artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, tweede lid kan de gemeenteraad regels maken over de scholing van raadsleden. Deze regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan staan.

In dit plan kunnen procedureregels voor individuele aanvragen om scholing worden opgenomen en ook regels over de hoogte van de tegemoetkoming. Dit plan kan vervolgens als handvat of hulpmiddel worden gebruikt bij de beoordeling van deze individuele scholingsaanvragen. Het Rechtspositiebesluit is op twee onderdelen aangevuld. Ten eerste moeten de prijs en kwaliteit van de scholing in verhouding tot elkaar staan. Zo blijven de kosten redelijk. Daarnaast mogen de kosten niet al op een andere manier worden vergoed. Verder is in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, derde lid een koppeling gemaakt met artikel 3.1.7 en 3.2.9. De gemeente betaalt, als daar een goede reden voor is, de reis- en verblijfskosten die nodig zijn voor de scholing.

Artikel 5. Informatie- en communicatievoorzieningen Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid,

wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking.

Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Onder informatie- en

communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone een computer en de daarbij

1

Toelichting bij artikel 3.3.3 van het Rechtspositiebesluit.

behorende (internet)abonnementen. Er mag slechts één computer verstrekt worden. Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer. De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke

ambtsdrager, omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Hiervoor wordt een redelijk termijn

(bijvoorbeeld een termijn tussen de 6 en 8 weken) afgesproken in de verordening. De gemeente draagt zorg voor het schonen van dit ICT-middel en het al dan niet beschikbaar stellen voor hergebruik Als

hergebruik niet aan de orde is, kan de gemeente ambtsdragers de mogelijkheid bieden het ICT-middel over te nemen. Dit overnemen is dus geen recht van de ambtsdrager, maar het gevolg van een keuze

van de gemeente. In dit geval is er bereidheid het ICT-middel af te stoten. Een circulaire vereist in dat

geval dat de gemeente ervoor zorgt dat het ICT-middel door of namens de gemeente is geschoond

met speciale software (conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)).1 Verder dient de politieke ambtsdrager voor het overnemen van het ICT-middel op grond van de circulaire een

vergoeding te betalen. Deze vergoeding dient gelijk te zijn aan de resterende waarde van het ICTmiddel in het economisch verkeer.

Artikel 6. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de

loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de

politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.

Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale

loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.

Op de website van de VNG treft u advies over de vrije ruimte.

Artikel 7 Betaling vaste vergoedingen & artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen

wanneer de vergoedingen en onkosten betaald worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kunnen deze artikelen uitkomst bieden. De betaling van onkosten kan

worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de

gemeente. Het verdient aanbeveling dat het college een formulier vaststelt waarmee raads- en

commissieleden gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Raads- en commissieleden declareren in beginsel hun onkosten bij de griffier. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.2

Toelichting Modelregeling rechtspositie burgemeester en wethouder NB: Deze toelichting is geschreven met de (mogelijke) keuzes die in deze modelregeling gemaakt zijn in gedachten. Als een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan ze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld dient deze modelregeling in samenhang met de hierbij behorende ledenbrief gelezen te worden.

ALGEMEEN DEEL Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de

rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere

invulling van de rechtspositie van burgemeesters en wethouders alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nader regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt.

College verantwoordelijk voor uitvoering Een belangrijke noot betreft de uitvoering van het Rechtspositiebesluit, de Rechtspositieregeling en deze regeling. Steeds vaker zijn onderwerpen als scholing, preventieve beveiligingsmaatregelen en andere

vergoedingen van individuele politieke ambtsdragers onderwerp van gesprek. Het is niet de bedoeling

individuele verzoeken te agenderen en te bespreken in raads- en collegevergaderingen. Als een verzoek voldoet aan deze regeling en de centraal gestelde kaders uit het Rechtspositiebesluit en de

Rechtspositieregeling, dan wordt het verzoek uitgevoerd. Het college is verantwoordelijk voor de toetsing

aan de kaders en de uitvoering. Ook het college is dus niet bevoegd om uitzonderingen of beperkingen op te leggen bij individuele verzoeken. In paragraaf 3.1 van de circulaire Wijzigingen in het

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten wordt hier uitgebreid bij stilgestaan.

Dynamische regels Tijdens deze herzieningsronde is de regeling op enkele punten dynamisch gemaakt. In bepaalde artikelen zie je tussen blokhaken het woord ‘percentage’ in plaats van bedrag. Als de gemeente het maximale

bedrag uit het Rechtspositiebesluit hanteert, kan hier dus 100% worden ingevuld. Als het bedrag wordt

geïndexeerd, hoeft de regeling niet te worden aangepast. Uiteraard is het niet verplicht dit over te nemen. Indien uw gemeente liever bedragen opneemt in de regeling, attenderen wij u op de aanpassing daarvan bij indexatie van bedragen.

Hoofdlijnen gemeentelijke regeling In deze regeling zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van burgemeesters en

wethouders zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is

te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en

harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018) betreffende de rechtspositiebesluiten voor

decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en

regelgeving vastgelegd. De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke

ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te

voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal van wettelijke regelingen af te wijken. Wel kunnen er nadere regels gesteld worden. Indien een gemeente besluit om nadere regels te stellen, zijn een aantal regels van belang. Het ministerie van BZK publiceert jaarlijks circulaires waarin

artikelen uit het Rechtspositiebesluit en de onderliggende Regeling wijzigen. Deze wijzigingen kunnen van invloed zijn op de gemeentelijke regeling.

In artikel 44 en 66 Gemeentewet is bepaald dat ‘buiten hetgeen bij of krachtens de wet is toegekend’, de

burgemeester en wethouders als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente ontvangen.

Deze regeling is een (nadere) uitwerking van de gestelde regels van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen voor de burgemeesters en wethouders.

De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Burgemeesters en wethouders zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente, maar wel benoemd. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij niet vallen onder de

werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Omdat burgemeesters en wethouders wél ambtenaar in formele zin zijn,

worden zij fiscaal behandeld als ware zij actief in dienstbetrekking door de Wet op de loonbelasting 1964. Er wordt daarom op de bezoldiging van burgemeesters en wethouders ook loonheffingen ingehouden. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is van toepassing op wethouders en

burgemeesters. De burgemeester volgt de pensioenaanspraken van de ABP-Pensioenregeling.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1. Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing Voor burgemeesters en wethouders is expliciet bepaald dat de kosten voor niet-partijpolitiek

georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen

worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is.

Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is.

Om in aanmerking te komen voor vergoeding van de scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde

vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij.

Overigens kan de gemeente ook zelf dit soort scholing (laten) verzorgen. Ook die lasten komen ten laste van de gemeente.

Er is ruimte voor lokale accenten. Op grond van artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke

ambtsdragers, tweede lid kan het college nadere regels stellen voor de eigen scholing. Deze nadere regels kunnen bijvoorbeeld in een scholingsplan komen te staan. In dit plan kunnen procedureregels voor individuele scholingsverzoeken worden opgenomen als ook regels over de hoogte van de

tegemoetkoming. Dit plan kan vervolgens als handvat dienen bij toetsing van individuele scholingsaanvragen.

Het beoordelen of fiatteren van scholingsaanvragen is de verantwoordelijkheid van het college. De gemeentesecretaris kan worden gemandateerd hiervoor.

Het Rechtspositiebesluit is op twee onderdelen aangevuld. Ten eerste is prijs-kwaliteitverhouding van de

scholing als voorwaarde toegevoegd om de kosten redelijk te houden. Daarnaast moeten de kosten niet al uit anderen hoofde worden vergoed. Verder is in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke

ambtsdragers, derde lid een koppeling gemaakt met artikel 3.1.7 onderscheidenlijk 3.2.9 om, als daar

redelijkerwijs aanleiding voor is, reis- en verblijfkosten in het kader van de scholing te vergoeden ten laste van de gemeente.

Artikel 2. Informatie en communicatievoorzieningen Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en

communicatievoorzieningen ter beschikking op grond van een bruikleenovereenkomst. Onder informatie-

en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone een computer en de daarbij

behorende (internet)abonnementen. Een computer is een desktop, een tabletcomputer of een laptop. Er mag slechts één computer verstrekt worden.

De gemeente verstrekt informatie- en communicatievoorzieningen in bruikleen aan de politieke

ambtsdrager, omdat dit noodzakelijk gereedschap is voor het vervullen van de politieke functie. Het fiscale noodzakelijkheidscriterium vereist dat dit digitale gereedschap bij aftreden of ontslag weer door de

ambtsdrager wordt ingeleverd bij de gemeente. Hiervoor wordt een redelijk termijn (bijvoorbeeld een

termijn tussen de 6 en 8 weken) afgesproken. De gemeente draagt zorg voor het schonen van dit ICT-

middel en het al dan niet beschikbaar stellen voor hergebruik. Als hergebruik niet aan de orde is, kan de

gemeente ambtsdragers de mogelijkheid bieden het ICT-middel over te nemen. Dit overnemen is dus geen

recht van de ambtsdrager, maar het gevolg van een keuze van de gemeente. In dit geval is er bereidheid

het ICT-middel af te stoten. Een circulaire vereist in dat geval dat de gemeente ervoor zorgt dat het ICT-

middel door of namens de gemeente is geschoond met speciale software (conform Baseline

Informatiebeveiliging Overheid (BIO)). 1 Verder dient de politieke ambtsdrager voor het overnemen van het

ICT-middel op grond van de circulaire een vergoeding te betalen. Deze vergoeding dient gelijk te zijn aan

de resterende waarde van het ICT-middel in het economisch verkeer.

Artikel 3. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en in deze regeling

aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan een burgemeester of wethouder kan worden overgemaakt. Anders

worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de bestuurder loonbelasting

worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden

aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt.

Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte - tot 1,2% fiscale loonsom - onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.

Op de website van de VNG treft u advies over de vrije ruimte.

Artikel 4. Betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen op welk moment vergoedingen en onkosten betaald worden aan burgemeesters en wethouders.

Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kan dit artikel uitkomst bieden. De betaling van onkosten

kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Hierbij gaat de voorkeur uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente. Het verdient aanbeveling dat het college een formulier vaststelt waarmee burgemeester en wethouders

gemaakte onkosten kunnen verantwoorden. Burgemeester en de wethouders declareren hun onkosten bij de gemeentesecretaris en dienen daarbij bewijsstukken te verstrekken. Het vereiste om bewijsstukken te verstrekken geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 2

1 Circulaire “overname ICT na ambtstermijn decentrale politieke ambtsdragers” 2022-0000173050, 29 maart 2022. 2 Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (

2018, 68918) p.8.

Stcrt. 7 december

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16557360/1