Bijlage 3. Rapport regionale probleemanalyse februari 2024
Tekst van het document
wat is werkfit en wat is duurzaam werk • Afhankelijk van financiële ruimte en capaciteit verschilt per gemeente de inzet van IJmond Werkt versus inkoop bij andere partijen: bij meer ruimte voor inkoop, wordt ook meer gebruik gemaakt hiervan (bijvoorbeeld in Velsen) • Geen gemeenschappelijke visie op re-integratiedienstverlening bij het inrichten en doorontwikkeling van teams, dus verschillen tussen gemeenten nemen toe en daar moet IJmond Werkt zich toe verhouden • Er starten pilots en projecten met ongeveer hetzelfde doel. Deze projecten lopen naast elkaar maar werken niet vanuit een gemeenschappelijke visie (Banenafspraak, Integraal Werken Velsen, Project trede 2 Heemskerk, Project sociale activering Beverwijk, intake met ABC-methode, ZINZIZ, IJmond Werkt)
3.5 Uitdagingen voor gemeenten Beleidsmatig specialisme Zoals gezegd speelt de overheid met wet- en regelgeving een corrigerende rol op plekken waar de arbeidsmarkt niet goed functioneert. De afgelopen jaren laten een intensivering zien van deze ingrepen, onder andere door nieuwe dienstverlening die in Coronatijd is ontstaan. Individuele gemeenten hebben niet alleen meer te maken met wettelijke taken vanuit de Participatiewet, maar moeten zich in hun keuzes ook verhouden tot regionale initiatieven (en soms verplichtingen) in werkgeversdienstverlening, werk naar werk dienstverlening en dienstverlening op het gebied van levenslang ontwikkelen. Op dit moment wordt beleid in elke gemeente vertaald naar de eigen uitvoering en worden ook besluitvormingsprocessen individueel doorlopen. Ondanks toenemende onderlinge afstemming betekent het een groeiende druk op de beleidscapaciteit per gemeente. Uitvoerende teams De drie gemeenten maken elk eigen keuzes ten aanzien van de samenstelling en capaciteit van hun uitvoerende teams. De teamsamenstelling is bepalend voor omvang van de caseload,
25
specialisatie, kennisbevordering en daarmee voor de kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoner. Met de komst nieuwe doelgroepen die vragen om een specialistische benadering wordt een veel groter én specialistischer beroep gedaan op uitvoerende teams dan voor de introductie van de Participatiewet. Het opbouwen van dit specialisme kost tijd en ook is bekend dat de begeleiding per inwoner meer tijd kost. Dit vraagt om een kleinere caseload, tijd en ruimte om de verbinding te maken met nieuwe netwerken en nieuwe instrumenten en interventies eigen te maken. Ook de persoonlijke relatie met een klant is essentieel binnen een re-integratietraject. Personeel verloop heeft direct gevolgen voor de kwaliteit van de dienstverlening. Bij de kleinere gemeenten Beverwijk en Heemskerk is die uitdaging nog groter. Zij moeten elk specialisme borgen binnen kleinere teams. Verloop heeft bij hen een groter e\ect op continuïteit van dienstverlening. Deze teams hebben enige tijd geworsteld met verloop. Dit is tijdelijk opgevangen met inhuur. In deze periode was het echter weinig zinvol om te investeren in thema’s die specialistische kennis vergen, zoals de Banenafspraak en inburgering. Inmiddels is de bezetting op de meeste plekken op orde en worden inhaalslagen gemaakt. Maar de gemiddelde caseload per medewerker is bij de drie gemeenten nog steeds hoog.
Voldoende capaciteit en specialisme per team blijft een wankel evenwicht. Bovendien is de volgende reeks veranderingen alweer op komst met de herziening van de Participatiewet. Duidelijk is dat deze veranderingen niet alleen specialistische kennis en zicht op het werkveld vergen, maar ook een andere blik, werkwijze en cultuur. In een krappe arbeidsmarkt wordt het steeds ingewikkelder om dit voor elke gemeente individueel op orde te houden. Het vraagt om strategisch personeelsbeleid om medewerkers aan de IJmond te binden en boeien. Inzichten en verkenningen Een overzicht van de capaciteit van de uitvoerende teams blijft in deze analyse zeer op hoofdlijnen, omdat data tussen gemeenten niet te vergelijken zijn. De teams bevatten vergelijkbare functies (intake, kwaliteit, re-integratie, inburgering, recherche etc), maar de invulling en rolverdeling in de werkprocessen verschillen per team. Een gedetailleerde uitwerking is onderdeel van de scenario’s waar dit wordt gekoppeld aan een schets van de huidige werkprocessen. Om een orde van grootte te geven is de teamgrootte (ongeveer) als volgt11: Beverwijk: Heemskerk: Velsen:
32 fte 11 fte 49 fte
3.6 IJmond Werkt: belemmeringen in de transitie IJmond Werkt is een zogeheten Partieel sociaal ontwikkelbedrijf: het is verantwoordelijk voor uitvoering van de Wsw en daarnaast voor een aantal re-integratietaken binnen de Participatiewet. De huidige infrastructuur voor (leren) werken bestaat uit een kleinschalige beschutte werkomgeving en een groenbedrijf. Met de toestroom van de doelgroep Beschut Werk, die niet 11
Bron: gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen
26
tot nauwelijks via detachering bij reguliere werkgevers aan de slag kan, komt de bedrijfsvoering van dit deel van IJmond Werkt onder druk te staan. Maar ook de re-integratiedienstverlening staat onder druk door de afnemende instroom en de groeiende complexiteit van de doelgroepen die wel voor re-integratie naar IJmond Werkt wordt overgedragen. De kanteling van het estafettemodel naar een individuele aanpak vraagt om een cultuuromslag. De wijze waarop de financiering van IJmond Werkt is ingericht zorgt ervoor dat IJmond Werkt niet eigenstandig de transitie kan maken naar de toekomst. In de begroting van IJmond Werkt zijn de kosten voor re-integratie opgenomen, maar er wordt geen relatie gelegd met de opbrengsten hiervan voor gemeenten (besparing op de BUIG). De Wsw-bedrijven hebben tot op heden een sluitende begroting. Maar deze baten worden verrekend met de gemeentelijke dekking voor het totaal van de taken van IJmond Werkt. Het is dus onduidelijk of er sprake is van positief resultaat bij IJmond Werkt dat kan worden ingezet voor herinrichting. Uit de interviews • Hoewel de bedrijven van IJmond Werkt tot op heden een positief resultaat behalen, komt ook hier de bedrijfsvoering steeds meer onder druk door uitfasering van de oude doelgroep en zwaardere problematiek bij de nieuwe doelgroep.
• Een deel van de werkgevers die voorheen open stonden voor detachering van mensen uit de Wsw staan niet altijd open voor de huidige medewerkers wegens de intensieve begeleiding. Vervanging bij het aflopen van een detachering is daarmee steeds minder vanzelfsprekend • De medewerkers Nieuw Beschut hebben intensievere en andere begeleiding nodig dan de medewerkers die vallen onder de Wsw. De leidinggevenden bestond voorheen uit mensen uit de doelgroep Wsw. Zij zijn echter niet voldoende toegerust om de juiste ondersteuning te bieden. Hierop moet nu ambtelijke capaciteit worden ingezet wat hogere kosten met zich meebrengt. In 2021 is een bedrijfsmaatschappelijk werker aangetrokken. • De overhead bij IJmond Werkt is relatief groot door inzet van specifieke expertise om het primaire proces op orde te houden. Zo heeft IJmond Werkt te maken met verschillende cao’s. Daarnaast vragen de gevolgen van de hack en kwaliteitsvereisten om specifieke expertise in een krappe arbeidsmarkt • De verschillende projecten en uitdagingen die nodig zijn om binnen IJmond Werkt de kanteling naar de toekomst te maken, doen een beroep op medewerkers in projectgroepen. De balans tussen focus op de klant en interne organisatie staat onder druk • Interne verkokering: de SW-bedrijven hebben een andere opgave en bedrijfsvoering dan het onderdeel re-integratie.
Hoewel er kansen liggen voor kruisbestuiving is de organisatie intern momenteel nog verkokerd. De nieuwe organisatiestructuur moet hierin verandering brengen • De schadelastbeperking van de re-integratie zit bij gemeenten. Daar zit een prikkel om zo snel mogelijk naar werk te bewegen. Prikkel binnen IJmond Werkt is duurzame uitstroom. Hierdoor is er niet altijd eenzelfde beeld of iemand klaar is voor werk
27
4.VERVOLG 4.1 Aanknopingspunten voor oplossingsrichtingen De grote uitdagingen bij de uitvoering van de Participatie vragen om slimme keuzes zodat mensen die willen en kunnen werken ook in de toekomst kunnen worden geholpen. Dit is niet alleen belangrijk voor de inwoners van de IJmond, wiens maatschappelijke positie en bestaanszekerheid afhangt van succesvolle re-integratie. Het draagt ook bij aan de economische ontwikkeling in onze regio waarin alle inzet, kennis en kunde hard nodig is.
Tegelijk zijn mensen en middelen schaars. Gerichte keuzes zijn dus nodig om de inzet beheersbaar te houden. De analyse laat zien dat er in de IJmond voldoende aanknopingspunten zijn om de dienstverlening vanuit de Participatiewet op het gebied van re-integratie en Wswbedrijven te verbeteren en te richten op de toekomst, door: • • • •
De beschikbare uitvoeringscapaciteit af te stemmen op de behoefte Maatwerk doordat interventies en instrumenten op gebied van activering, re-integratie en andere leefgebieden te combineren zijn rondom de vraag van de inwoner Medewerkers werken vanuit een duidelijke visie en definities en worden gefaciliteerd met een passende caseload en goed instrumentarium Specialistische kennis en persoonlijke relaties die nodig zijn voor reintegratiedienstverlening wordt geborgd door strategisch personeelsbeleid om medewerkers aan de IJmond te binden en boeien
Dit brengt twee randvoorwaarden met zich mee die een trendbreuk zijn met de huidige aanpak en alleen met herontwerp kunnen worden bereikt en geborgd. Randvoorwaarde 1 Ondersteuning voor de meest kwetsbare groepen is alleen haalbaar vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid met het brede sociale domein. Een gedeelde verantwoordelijkheid betekent: samen investeren in de inzet van mensen en middelen, zodat inzet elkaar versterkt. Het betekent ook redeneren vanuit brede schadelastbeperking (berekening van de baten). De baten uit re-integratie vallen deels bij Werk en Inkomen en deels bij andere onderdelen van het sociaal domein. Naast de directe besparingen op de bijstandsuitkering, moet worden gedacht aan daling van arbeidsmatige dagbesteding en andere Wmo-voorzieningen. Belangrijk om daarbij voor ogen te houden is dat meer dan de helft van de baten in dit geval niet bij gemeenten landt, maar bij zorgverzekeraars of het Rijk12. Randvoorwaarde 2 Het regionaal e\iciënt inzetten van mensen en middelen is voorwaarde voor de financiële en inhoudelijke haalbaarheid. Maar ook een strategisch personeelsbeleid gericht op het binden en boeien van mensen vraagt om een gezamenlijke aanpak In deze krappe arbeidsmarkt is het niet haalbaar om de continuïteit van de specialistische kennis te borgen op het niveau van individuele gemeenten.
Daarnaast vraagt de op handen zijnde herziening van de Participatiewet een andere blik, werkwijze en cultuur. Dit is een ingrijpend en omvangrijk verandertraject dat gezamenlijk e\ectiever en e\iciënter kan worden ingericht. 12
bron: De brede baten van werk, CPB/CSP maart 2020
28
4.2 Werken vanuit draagvlak De analyse laat zien dat de wijze waarop de dienstverlening is ingerícht vaak in de weg staat van wat die inwoner nodig heeft. Dit heeft de laatste jaren op relationeel niveau regelmatig tot relationele spanning geleid tussen medewerkers gemeenten en IJmond Werkt. Dit is jammer en onnodig, want een belangrijke constatering tijdens de verkenning was dat medewerkers bij alle partijen een enorme intrinsieke motivatie voelen om het beste te doen voor de inwoners van onze regio. Het is dus belangrijk de medewerkers goed te faciliteren in hun gemeenschappelijke doel. De verkenning start op een moment dat binnen elke gemeente én tussen gemeenten en IJmond Werkt hard wordt gewerkt aan verbetering van de re-integratiedienstverlening. Met onder andere de opgaven uit de Uitgangspuntennotitie 2022-2025 als handvat. Op uitvoerend niveau wordt ruimte gegeven om te ‘experimenteren’ en hierdoor is de uitvoering behoorlijk in beweging. De relatie tussen gemeenten en IJmond Werkt in de uitvoering verbetert hierdoor, en ook de dienstverlening voor de inwoner. Hoewel het proces van herontwerp zich nog in de verkenningsfase bevindt, is in maart 2024 gestart met een lichte projectstructuur. De leidinggevenden van de uitvoerende teams van de vier organisaties worden hierdoor nauw betrokken bij de verdere verkenning.
En in overleg met hen zullen ook medewerkers worden betrokken in de volgende fase: het uitwerken van realistische scenario’s. Met de IJmondiale ParJcipaJeraad is afgesproken dat wordt nagedacht over een passende vorm om (het perspecJef van) de inwoner te betrekken. Ook dit zal vorm krijgen in de uitwerking van de scenario’s. 4.3 De opmaat naar scenario’s Dit document is de basis voor de volgende stap: het formuleren van verschillende oplossingsrichtingen en een keuze welke hiervan worden uitgewerkt in scenario’s. De analyse is in december 2023 en januari 2024 besproken met sleutelfiguren vanuit de vier betrokken organisaties (drie gemeenten en IJmond Werkt) en met de drie wethouders met de portefeuille Participatiewet. En in drie gemengde bijeenkomsten zijn de uitkomsten breed gedeeld met de uitvoerende medewerkers van de drie gemeenten en IJmond Werkt. In al deze stappen werd het beeld uit deze analyse herkend en bevestigd. Vervolgstappen in het voorjaar van 2024 zijn: • Presenteren en bespreken van de uitkomsten met de drie gemeenteraden in de IJmond • Het opstellen van een longlist met oplossingsrichtingen en het selecteren van een aantal hiervan voor uitwerking in scenario’s • Uitwerking van een aantal scenario in het tweede en derde kwartaal van 2024 Op 7 februari 2024 is het geschetste beeld ook gedeeld met de wethouders met portefeuille wmo.
Naar aanleiding hiervan worden momenteel gesprekken gevoerd met het bredere sociale domein om te onderzoeken op welke manier de verbinding hiermee kan worden meegenomen in de uit te werken scenario’s.
29