Bijlage 3. Brief met bestuurlijke reactie van het college
Tekst van het document
datum: onderwerp:
1 juni 2026 Brief met bestuurlijke reactie op DOE MEE onderzoek Onderbesteding onze referentie: Z/2026/500042 D/2026/803739 uw referentie: voor informatie: J. Verhoeks direct nummer: +31251256928 aantal pagina’s: 4 bijlagen: -
Geachte leden van de rekenkamer , Op 28 april 2025 heeft u aangekondigd dat u deel neemt aan het landelijke DOE MEE onderzoek naar onderbesteding. Hiervoor heeft u de organisatie een vragenlijst toegezonden met het verzoek deze in te vullen en daarnaast de begrotingen en jaarrekeningen over de periode 2017 tot en met 2024 aan te leveren. Verder heeft u gesprekken gevoerd met de leden van de Auditcommissie en de concerncontroller. Op 30 april 2026 is het eindrapport verschenen. Daarnaast heeft u verzocht om een bestuurlijke reactie op de conclusies en aanbevelingen zoals die in de brief (D/2026/802208) genoemd worden. Doel van het onderzoek is om mogelijke onderbestedingen op te sporen. In een positief rekening resultaat veronderstelt u dat er sprake kan zijn van onderbesteding. In onze gemeente blijkt dat in vijf van acht jaren sprake was van positieve financiële resultaten bij de jaarrekening. De beantwoording van de conclusies en aanbevelingen worden hieronder puntsgewijs gedaan. Conclusies 1) Extra bijdragen uit het gemeentefonds verklaren veel van de meevallers in de baten. Vaak komt dit geld pas in de loop van het jaar beschikbaar, te laat om nog te besteden. Reactie college: het college herkent dit beeld. 2) Naast het gemeentefonds zijn ook andere rijksmiddelen een belangrijke verklaring voor onderbesteding.
Het onderzoek laat voorbeelden zien, zoals middelen voor sportakkoorden en de opvang van Oekraïners. Vaak stonden extra lasten tegenover die extra baten. In onze gemeente bleef per saldo geld over. Reactie college: het college herkent dit beeld. 3) Een verklaring voor onderbesteding is zogenaamd planningsoptimisme waardoor het niet lukt om de geplande lasten daadwerkelijk te besteden. Reactie college: In de periode 2021 – 2024 is gewerkt aan de basis op orde om (nog) beter in control te komen. Over het afgelopen jaar zijn er in de Bestuursrapportage 2025 voortijdig de meevallers benoemd waardoor de afwijking bij de jaarrekening erg klein was. Ook is bij de ombuigingsoperatie nog eens nadrukkelijk gekeken naar het realisme van de planning van de investeringen. 4) De onderbezetting in de capaciteit van de ambtelijke organisatie leidt ook tot onderbesteding. In onze gemeente was volgens de ingevulde enquête de gemiddelde onderbezetting in 2024 29% van de formatie.
*Z0E09D7C7B5* Z0E09D7C7B5
pagina:
2 van 3
onze referentie:
D/2026/803739
Reactie college: In 2024 was er inderdaad veel onderbezetting. Er waren in 2024 ook veel meer vacatures dan in andere jaren, namelijk 85 vacatures. Ter vergelijking in 2025 waren dat er 50. In 2024 werd er ook veel meer ingehuurd. Inmiddels laat de jaarrekening 2025 zien dat het inhuur percentage flink is gedaald. 5) De inhuur van extern personeel overschrijdt elk jaar ruimschoots de begrote bedragen. Reactie college: het klopt dat de inhuur de begrote bedragen overschrijdt. Inhuur bij vacatures is aanmerkelijk duurder dan de begrote loonsom. En bij inhuur als gevolg van langdurige ziekte lopen de loonkosten gewoon door. Door in te huren, ondanks de hogere kosten, kunnen bestuurlijke wenselijke projecten of ambities alsnog gerealiseerd worden. 6) We hebben ook goed gekeken naar de afschrijvingen. Het blijkt dat in de begroting met uitzondering van 2019 sprake is van overschatting van de lasten voor afschrijvingen. Overschatting van afschrijvingen is een signaal dat er waarschijnlijk vertragingen zijn bij de uitvoering van grote projecten Reactie college: Het college herkent het beeld dat er in de afgelopen jaren verschuivingen in grote projecten zijn geweest, waardoor er onderuitputting van kapitaallasten ontstaat. Het college heeft hier echter niet in alle gevallen directe invloed op.
Denk aan weersomstandigheden bij grote civiele projecten, of vertraging in de besluitvorming bij bouwprojecten van bijvoorbeeld scholen. 7) Grondexploitaties zijn gevoelig voor procedures en doorlooptijden. Om die reden hebben we daar ook naar gekeken, waarbij we kijken naar de periode 2017-2024 en de periode 2020-2024 om toeval uit te filteren. In onze gemeente is het beeld als volgt: a) Lasten van grondexploitatie liggen lager dan begroot, baten liggen hoger dan begroot. Dat wijst in de richting van vertragingen in de grondexploitatie in combinatie met hogere prijzen voor de grond. Het kan een indicatie zijn dat winstgevende grondexploitaties vlotter worden afgehandeld dan verliesgevende grondexploitaties. Reactie college: het college herkent zich niet in de conclusie en suggestie. 8) Uit het onderzoek blijkt ook dat ontvangen en betaalde rente een rol spelen bij onderbesteding. Rentelasten zijn regelmatig lager dan verwacht en rentebaten nemen vanaf 2022 juist toe. De nog onbestede rijksmiddelen spelen hierin een belangrijke rol, naast de ontwikkeling van de marktrente. Reactie college: Het college werkt volgens het BBV verplicht met een omslagrente bij het ramen van de begroting. Deze omslagrente wijkt altijd af van de werkelijke rente en dat verschil wordt zichtbaar in de jaarrekening. Een verband met de nog onbestede rijksmiddelen ziet het college niet.
9) Tot slot is er in veel gemeenten sprake van onderschatting van belastingen anders dan OZB (zie paragraaf 10.5). In Heemskerk is dit beeld minder eenduidig. Bij de toeristenbelasting is er, met uitzondering van 2021, sprake van tegenvallers. Bij de overige belastingen is dit sinds 2020 het geval. Daarnaast laten de algemene bevindingen zien dat huuropbrengsten en leges vaak pessimistisch worden ingeschat. Reactie college: Zoals de rekenkamer al aangeeft is het beeld niet zo eenduidig. Op de OZB is geen duidelijke onderschatting en dat is ook de grootste inkomsten bron in de categorie “Leges en heffingen”. Een enkele uitschieter kan ook voortkomen uit de bouwleges voor een groot bouwproject, bijvoorbeeld de flats aan de Debora Bakelaan. Vanuit het voorzichtigheidsbeginsel in het BBV raam je dergelijke grote (incidentele) inkomsten pas op het moment dat je zeker weet dat ze in dat jaar gerealiseerd worden. Aanbevelingen aan de raad U als raad heeft mogelijkheden om in meer of mindere mate bij te sturen op de besteding van middelen in de begroting. De rekenkamer doet aanbevelingen om meer grip te krijgen op het fenomeen onderbesteding. In het landelijke rapport staan ook aanbevelingen voor andere partijen om de informatievoorziening rondom begrotingen en rekeningen te verbeteren.
Uiteindelijk dragen die aanbevelingen ook bij aan het goed kunnen invullen van uw rol om middelen toe te wijzen aan de
pagina:
3 van 3
onze referentie:
D/2026/803739
maatschappelijke doelen die u in Heemskerk wilt bereiken. Via uw netwerk en de activiteiten van het college richting organisaties als VNG kunt u die aanbevelingen ook ondersteunen. Uit de conclusies komen de volgende concrete aanbevelingen voor de raad: 1. Vraag bij elke begrotingswijziging (die extra lasten voor het lopende jaar betreft) of er voldoende ambtelijke capaciteit is om het project voor te bereiden en uit te voeren. Vraag ook of externe partijen ook voldoende capaciteit hebben om het project daadwerkelijk uit te voeren. Soms is het nodig om tussentijds een nieuw project te autoriseren, maar laat bij twijfel de financiële en personele gevolgen in het volgende begrotingsjaar vallen. Vuistregel: na de zomer nog extra lasten honoreren levert een hoog risico op onderbesteding op, dat geld kan vaak niet meer in het lopende jaar worden besteed. Reactie college: dit is uiteraard aan de raad. Het college kan zich hierin vinden. 2. Bespreek bij elk signaal van extra baten of het nog lukt om die baten nog in te zetten in het lopende jaar. Weeg af of een bestemmingsreserve gericht op besteding volgend jaar niet de betere oplossing is. Reactie college: uiteraard is het goed om te bespreken of de middelen nog in het lopende jaar ingezet kunnen worden.
Het college raadt een vorm van een bestemmingsreserve af omdat in Heemskerk al het instrument “budgetoverhevelingen” gebruikt wordt. Uw raad krijgt in december een voorstel om budgetten uit het lopende jaar die niet zijn aangewend maar waarvan de activiteit al is gestart en er in het volgende jaar geen (structurele) middelen in de begroting staan, over te hevelen naar het jaar erna. 3. Maak bij de behandeling van de kadernota en de begroting een expliciet bespreekpunt van de trend van de eigen baten uit belastingen, leges en huren. Hier is vaak sprake van onderschatting van de opbrengsten. Reactie college: Er is geen sprake van onderschatting van de OZB opbrengsten, de grootste bron van opbrengsten binnen de leges & heffingen. Op bladzijde 10 van deze brief staat dat dit verschil nihil is. De afwijkingen overige leges zijn wel iets hoger dan de referentie groep; 13,2 % versus 10,6%. Dat kan deels worden toegeschreven aan incidentele hoge bouwleges in enig jaar zoals eerder vermeld. Daarnaast noemt de rekenkamer de toeristenbelasting wel een significante inkomsten bron. Die bedraagt in Heemskerk € 60.000. Een kleine afwijking in euro’s leidt al gauw tot een groot procentueel verschil. Als voorbeeld is een afwijking van € 6000,- als bedrag op de hele begroting verwaarloosbaar, maar levert procentueel een afwijking van 10% op bij de toeristenbelasting. 4.
Vraag het college om informatie over de belangrijkste kostensoorten op hoofdlijnen met een vergelijking tussen begroting en rekening (omdat dit niet standaard in de begroting en rekening wordt vermeld). Kijk dan kritisch naar de ontwikkelingen bij lasten eigen personeel en inhuur, afschrijvingen in plaats van kapitaallasten, belasting en leges exclusief de OZB, rentelasten en baten. Reactie college: het college is uiteraard bereid tot het verschaffen van meer informatie op verzoek van de raad. Overigens kunt u in het verplichte hoofdstuk Overhead en de verplichte paragrafen Lokale heffingen en Bedrijfsvoering ook al de nodige informatie vinden op deze onderwerpen maar mochten er specifieke wensen zijn bij uw raad dan verneemt het college dit graag. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Heemskerk,
secretaris,
burgemeester,