Bijlage 2. Implementatiehandleiding bij de Model Participatieverordening 2024
Tekst van het document
Aan_de_slag_met_participatie_-_ handreiking_2.0.pdf.
20
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Relevante websites: • Lokale Democratie (lokale-democratie.nl). • Projecten met gemeenten - ProDemos. • Kennisknooppunt Participatie. • ParticipatieWijzer. • LSA (lsabewoners.nl). • Geografische kaart – gemeenten met participatieverordening
Bijlage 1: Van inspraak naar samenwerking Inleiding Sinds de Amsterdamse bewonersgroep ‘Hart voor de K-buurt’ in 2018 een participatiestaking uitriep, is het debat over de duurzaamheid en representativiteit van participatie in alle hevigheid losgebarsten. Termen als ‘participatiemoeheid’ en ‘participatie paradox’ komen tegenwoordig veel terug in beschouwingen.
Wat is participatie? Participatie roept bij iedereen weer andere associaties op. Daarom is het belangrijk om zuiver te zijn in de definitie die in deze implementatiehandleiding wordt gehanteerd. In de twee varianten van de modelverordening zelf worden twee vormen van participatie genoemd. In zowel variant 1 als variant 2 staat: ‘inwonersparticipatie’ = het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid. Variant 2 bevat daarnaast ook het begrip: ‘overheidsparticipatie’ = het op initiatief van inwoners of maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, wijziging, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen. Daarnaast definieert variant 2 ook het woord ‘participatie’ zelf: de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonersparticipatie en overheidsparticipatie begrepen.
Samenspel Hier wordt meteen de ontwikkeling zichtbaar die wellicht kenmerkend is voor deze nieuwe participatieverordening en het denken dat daaraan ten grondslag ligt. Waar de lokale democratie een paar jaar geleden nog werd beschouwd als een samenspel van de representatieve en de participatieve democratie (gemeenteraad + inspraak), wordt zij nu beschouwd als het
21
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
samenspel tussen de representatieve, de participatieve en de maatschappelijke democratie (gemeenteraad + inspraak + initiatief). Participatie omvat tegenwoordig alle praktijken die gaan over relaties tussen inwoners, collectieven en gemeente. En die relaties gaan twee kanten op. Gemeenten kunnen participeren in de initiatieven van inwoners (‘overheidsparticipatie’), en inwoners kunnen participeren in de processen van de gemeente (‘inwonersparticipatie’). Allebei de kanten van participatie hebben hun plek in de beide varianten. In variant 1 middels het uitdaagrecht en inwonersparticipatie en in variant 2 middels overheidsparticipatie in brede zin en inwonersparticipatie. Want de spelregels voor de lokale democratie spreek je met elkaar af, dus moet het voor zowel de inwoners als voor de gemeente relevant zijn. Nieuwe rol overheid Vrijwel alle gemeenten werken op hun eigen manier aan nieuwe manieren om het samenspel tussen inwoners en maatschappelijke partijen en de representatieve democratie beter te faciliteren. En ook vanuit het Rijk zoekt men naar manieren om aan deze ontwikkelingen bij te dragen. Veelal ziet men waarom dit zo belangrijk is: in een bloeiende democratische samenleving krijgen inwoners op zoveel mogelijk manieren de kans om democratische ervaringen op te doen.
Niet alleen door eens in de vier jaar naar de stembus te mogen, maar dagelijks, op allerlei manieren, in allerlei facetten van het leven. Vrijwel alle gemeenten hebben dan ook beleid om maatschappelijke initiatieven te stimuleren. Dat gaat vaak goed, tenzij maatschappelijke initiatieven zich niet gedragen zoals in de logica van het beleid past. Dan ontstaan spanningen, die nog wel eens ten koste gaan van de ruimte voor maatschappelijke initiatieven. In plaats daarvan kunnen overheden beter ruimte geven en de eigen procedures aanpassen aan de ‘logica van de straat’. Geen
inwonersparticipatie, maar overheidsparticipatie. Daarbij kan de overheid beter ondersteunen door faciliteiten te bieden, zoals vergaderlocaties of hulp bij het indienen van subsidieaanvragen. Een andere rol van de overheid ligt in het bewaken van de eerlijkheid en toegankelijkheid van besluitvormingsprocessen (procedurele rechtvaardigheid): monitoren dat álle belanghebbenden een plek hebben, ook zij die minder goed georganiseerd, mondig of vaardig zijn.
22
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Bijlage 2: Rollen van de gemeenteraad en de rol van ambtenaren bij participatie Leidende rol van de gemeenteraad In de handreiking van de VNG “Aan de slag met participatie. Handreiking 2.0: voor de participatieverordening”, die in 2023 door Berenschot is opgesteld, wijzen de auteurs er al op dat de gemeenteraad een leidende rol heeft bij participatie. De Wet versterking participatie op decentraal niveau ondersteunt de gemeenteraad in die leidende rol. In de handreiking staat hierover: “De representatieve democratie is en blijft leidend: bij participatie gaat het al snel over de verhouding tussen de representatieve en participatieve democratie. Het wetsvoorstel is hier duidelijk over. De toelichting is kristalhelder over het feit dat de gemeenteraad keuzes zal moeten maken rond participatie. Decentrale overheden mogen zelf kiezen hoe zij de verordening invullen, maar de regering ziet een bepalende rol voor de gemeenteraad.” De gemeenteraad is bij participatie dus aan zet. Een gesprek over de inhoudelijke uitgangspunten bij participatie, maar ook de rolopvatting van de gemeenteraad is daarmee een belangrijk startpunt. Bij de rolopvatting gaat het bijvoorbeeld om de vraag of de gemeenteraad sturend wil zijn bij participatie.
Stelt de gemeenteraad met name vooraf kaders en ziet de gemeenteraad vooral een meer volgende of beherende rol voor zichzelf? Of wil de gemeenteraad ook in concrete gevallen betrokken zijn? De keuze voor een rol bepaalt mede de andere keuzes die gemaakt worden.
Gesprek over de invulling van de leidende rol van de gemeenteraad Er zijn gemeenten waar een werkgroep vanuit de gemeenteraad wordt samengesteld om na te denken over participatie. Belangrijke (kaderstellende) vragen voor wat betreft de inhoud zijn dan; wat voor een gemeente zijn we
23
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
nu qua participatie en wat voor een gemeente willen we zijn? Wat willen onze inwoners? Welke participatievormen zijn er en welke willen we graag toepassen of mogelijk maken voor onze inwoners? In andere gemeenten wordt dit proces opgepakt door het college en krijgt de gemeenteraad een voorstel waarover een debat plaatsvindt. Bij de gesprekken over de inhoudelijke invulling van de participatie kan, naast de hiervoor genoemde handreiking, gebruik worden gemaakt van de Quick Scan Lokale Democratie. Dit is een instrument om te weten te komen hoe de lokale democratie en participatie ervoor staat. De Quick Scan is een online peiling bij inwoners, gemeenteraadsleden, collegeleden en ambtenaren die direct inzicht biedt in hoe zij aankijken tegen de huidige samenwerking en initiatieven op het gebied van participatie. Ook wordt er gevraagd naar wat de wensen zijn voor verbetering en ondersteuning van de samenwerking. Uit de enquête volgt een rapport met aanbevelingen. Het is een instrument dat gebruikt kan worden als startpunt voor het proces om te komen tot de formulering van visie en mogelijk beleid op participatie. Het past ook goed bij het te volgen proces voor het formuleren van een (nieuwe) participatieverordening. Meer informatie over de Quick Scan is te vinden op de website lokale-democratie.nl.
Als er keuzes worden gemaakt over participatie is het goed om een onderscheid te maken tussen de rol van de gemeenteraad als initiatiefnemer van participatie (inwonersparticipatie) en de rol van de gemeenteraad als beoordelaar van een participatieverzoek (overheidsparticipatie). Inhoudelijk geldt dat de gemeenteraad in beide gevallen eenzelfde normenkader zou moeten hanteren. Voor de rolopvatting is van belang dat bij inwonersparticipatie geldt dat soms de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is dat aan het eind van een
participatieproces het besluit neemt. Soms is dit echter de burgemeester of het college. Het is aan de gemeenteraad om na te gaan wat in die situaties zijn rol is. Als de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is en het college bereidt de participatie voor, dan kan de gemeenteraad bijvoorbeeld bepalen dat hij vooraf het participatieplan wil zien zodat hij mogelijke wensen aan het college mee kan geven. Denkbaar is echter ook dat de gemeenteraad niet over alle participatieprocessen geïnformeerd wordt, maar alleen bij grote projecten of als er sprake is van coproduceren of meebeslissen (meer hierover in bijlage 4). Voor de participatieprocessen over bevoegdheden van de burgemeester of het college geldt dat de vraag is of de gemeenteraad hierover ook geïnformeerd wil worden, en zo ja, hoe. Voor overheidsparticipatie geldt dat de gemeenteraad in een vroeg stadium geïnformeerd wordt wanneer een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht of overheidsparticipatie wordt ingediend dat betrekking heeft op de bevoegdheden van de gemeenteraad. Het college zal dit verzoek doorsturen. De gemeenteraad kan dan nog aangeven welke rol hij wil hebben en of hij bijvoorbeeld periodiek geïnformeerd wil worden over de voortgang.
Als de leden van de gemeenteraad met elkaar in gesprek gaan over de rol van de gemeenteraad bij de participatieprocessen verdient het ook aanbeveling om stil te staan bij meer praktische punten. Wat doe je als gemeenteraadslid als na een participatieproces enkele inwoners ontevreden zijn en naar jou toekomen? Wacht je als gemeenteraadslid de uitkomsten van een participatieproces af of volg je een proces als toeschouwer of misschien zelfs als deelnemer? Het is belangrijk dat de gemeenteraad dit gesprek met elkaar voert. Hoe zien de verschillende gemeenteraadsleden hun rol als volksvertegenwoordiger (als onderdeel van de representatieve democratie) en hoe verhoudt dit zich tot de participatie die je wilt binnen de gemeente en het feit dat gemeenteraadsleden zelf ook inwoners zijn? Gemeenteraadsleden verschillen in opvattingen hoe zij op dit punt hun rol als inwoner en als gemeenteraadslid willen invullen. Als gemeenteraadsleden hierover met elkaar in gesprek gaan zorgt dat voor transparantie.
Kaders stellen en sturen door de gemeenteraad Uiteindelijk heeft de gemeenteraad in elk geval de taak om de spelregels over participatie vast te leggen in de participatieverordening. Daarin moet dus in elk geval tot uitdrukking komen welke inhoudelijke keuzes de gemeenteraad
24
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
heeft gemaakt en hoe de gemeenteraad binnen participatie zijn rol voor zich ziet. De gemeenteraad heeft echter meer mogelijkheden om dit te verankeren en hier tussentijds ook op te sturen. In de eerste plaats kan de gemeenteraad ervoor kiezen om beleid vast te stellen. Daarin kan de gemeenteraad bijvoorbeeld vastleggen wat de uitgangpunten voor participatie zijn. In de verordening wordt dan bepaald welke participatiemogelijkheden bij die uitgangspunten horen en hoe de processen verlopen. Artikel 3 van variant 1 en artikel 7 van variant 2 bieden daarbij de mogelijkheid naar het vastgestelde participatiebeleid te verwijzen. In artikel 10 van variant 1 en de artikelen 5 en 6 van variant 2 van de model participatieverordening zijn facultatieve bepalingen opgenomen die de raad mogelijkheden bieden om ook op andere momenten sturing te geven. Op grond van die bepalingen moet het college in de begroting en het jaarverslag op participatie ingaan. Dit biedt de gemeenteraad ruimte om richting aan de participatie te geven, maar er ook voor te zorgen dat hiervoor budget wordt vrijgemaakt. Daarnaast staat in beide varianten van de verordening dat er voor inwonersparticipatie een participatieplan wordt opgesteld. Hierin worden de verschillende rollen uitgewerkt. De rol van de inwoners maar ook de rol van het college en de gemeenteraad.
Dit plan kan meer of minder uitgebreid zijn afhankelijk van het participatietraject. Alle participatieplannen zijn bovendien openbaar. De gemeenteraad kan op basis hiervan dus ook in specifieke gevallen sturen.
Rol van de ambtelijke organisatie Het is wellicht een open deur, maar het vaststellen van een participatieverordening heeft ook gevolgen voor de ambtelijke organisatie. Dit vloeit in de eerste plaats uit de wet voort. Soms wordt gesproken over een ingrijpende cultuurverandering doordat, na de inwerkingtreding van de wet, niet alleen bij de voorbereiding, maar ook bij de uitvoering en de evaluatie van beleid altijd nagedacht moet worden over de participatie van inwoners. Verder gaat het niet alleen om situaties waarin de gemeente zelf inwoners wil raadplegen, maar ook om situaties waarin inwoners naar de gemeente toekomen met een participatieverzoek. Verder hebben de keuzes die worden gemaakt in de verordening ook consequenties voor de organisatie. Het is ook
van belang hierbij stil te staan. Zijn alle medewerkers zich bewust van de nieuwe participatiemogelijkheden en staan zij hier ook voor open? Wordt er één loket ingericht voor de inwoners? Komt er een centraal punt binnen de gemeente met deskundigheid? Wie is er intern verantwoordelijk? Is er tijd en geld voor uitgetrokken? Is er bestuurlijk een portefeuillehouder voor bijvoorbeeld democratische vernieuwing waar participatie een onderdeel van is?
25
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Bijlage 3: Uitgelicht: Jongerenparticipatie De laatste jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor het betrekken van groepen die te weinig vertegenwoordigd zijn bij het maken van beleid. Ook gemeenten doen hun best om in hun participatietrajecten voorbij de usual suspects te kijken. Een van de groepen die nog onvoldoende betrokken wordt bij besluitvormingsprocessen, zijn de jongeren. Deze bijlage gaat nader op het betrekken van die groep in.
participatie in hun gemeente. Dit vraagt dus om nieuwe en creatieve manieren om jongeren te betrekken bij lokaal beleid. Hieronder staat een aantal tips om jongeren op een betekenisvolle wijze te laten participeren. Ook in de literatuurlijst staan verwijzingen naar een aantal nuttige documenten over jongerenparticipatie.
Welke leeftijdsgroep je precies onder ‘jongeren’ laat vallen, kan door elke gemeente zelf bepaald worden, maar vaak wordt de leeftijdsgroep 12-25 jaar gehanteerd. Jongeren hebben vaak goede ideeën over wat er beter kan in hun gemeente. Toch worden zij meestal nog onvoldoende meegenomen in participatietrajecten. Dit terwijl het volgens artikel 12 van het Kinderrechtenverdrag een recht is voor kinderen en jongeren om hun mening te geven en gehoord te worden.
In variant 2 van de Model Participatieverordening 2024 is een bepaling over een experimenteerprogramma opgenomen. Een experimenteerprogramma is bedoeld om de gemeente uit te dagen om periodiek te experimenteren met nieuwe vormen van participatie. Een belangrijk bijproduct hiervan is dat de gemeente hiermee ook kan sturen op specifieke doelgroepen. Zo kan de gemeente participatievormen inzetten die specifiek aansluiten bij jongeren of andere lastig te bereiken doelgroepen. Denk aan praktisch opgeleide inwoners of inwoners met een migratieachtergrond. Ter inspiratie is in bijlage 4 een lijst met vijftien participatievormen opgenomen.
Zoals hierboven kort is genoemd, kent participatie ook uitdagingen. Dat geldt zeker voor het betrekken van jongeren. Veel jongeren weten simpelweg niet hoe ze kunnen participeren. Daarnaast zijn jongeren over het algemeen lastig te bereiken als doelgroep voor participatie. Dit komt doordat ze niet altijd op dezelfde plekken te vinden zijn als andere doelgroepen en op andere manieren geactiveerd worden om mee te doen. Bovendien is het belangrijk om te erkennen dat ‘jongeren’ geen homogene groep vormen. Geen jongere is hetzelfde, en binnen deze doelgroep kunnen de behoeften, wensen en belangen dan ook sterk verschillen. Gevaar is dat de overheid dit vaak interpreteert als onwil van jongeren om te participeren. Terwijl een groot deel van de jongeren wel degelijk mee wil praten, denken en beslissen in hun gemeente (NJi 2024). Uit onderzoek van UNICEF (2022) blijkt dat 78% van de jongeren tussen 10 en 18 jaar een mening wil geven over lokaal beleid, zeker als het gaat over onderwerpen die zij belangrijk vinden, zoals sport, cultuur, onderwijs en speel- en ontmoetingsplekken. Bijna 60% van de jongeren weet echter niet welke mogelijkheden er zijn voor
26
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Experimenteerparagraaf
Aan de slag met jongerenparticipatie De nieuwe participatieverordening daagt gemeenten verder uit om na te denken over participatie; wat betekent participatie eigenlijk? Wanneer wordt participatie wel en niet ingezet? Dit geldt ook voor jongerenparticipatie. Het is daarom belangrijk om als gemeente goed te bekijken bij welke beleidsonderwerpen je jongeren wil laten participeren. De participatieverordening vormt ook een kans om een breed draagvlak te creëren binnen de gemeente en jongerenparticipatie op een duurzame manier te borgen in het gemeentelijke beleid. Bovendien is het cruciaal om richting jongeren duidelijk te zijn over wat zij kunnen verwachten van het participatieproces. De participatieverordening kan hierbij helpen.
Bijlage 4: Vijftien veelgebruikte participatievormen De participatieverordening stimuleert gemeenten om het gesprek (opnieuw) aan te gaan over participatie en de lokale democratie. In variant 2 van de modelverordening wordt in artikel 7, tweede lid, onderdeel c gebruik gemaakt van een participatieladder.
voor dat je als overheid de inwoners opzoekt. Een inloopbijeenkomst hoeft niet altijd in het gemeentehuis plaats te vinden. Juist door een plek te kiezen die aansluit bij de inwoner, laat je als overheid zien dat je de betrokkenheid van inwoners belangrijk vindt.
Er zijn ook participatieladders op andere beleidsterreinen. Bijvoorbeeld in het kader van de participatiewet, die ladder meet de mate van participatie in de samenleving van een inwoner. De hier gebruikte participatieladder is een hulpmiddel om verschillende niveaus van inwonersparticipatie te identificeren en te organiseren, van laag naar hoog in termen van de mate van invloed die inwoners hebben op besluitvormingsprocessen.
2. Social media Social media kan worden ingezet in verschillende fasen en bij verschillende vormen van participatie. Bij uitstek kan het gebruikt worden om inwoners te informeren, bijvoorbeeld via een campagne op Instagram. Daarnaast kan het als medium gebruikt worden om andere vormen van participatie te promoten, zoals een enquête. Daarbij is het gebruik van social media om inwoners te informeren over voorgenomen beleid een effectieve manier om jongeren te bereiken.
Deze participatieladder geeft inzicht in de verdeling van invloed tussen inwoners en de overheid. Er zijn ontzettend veel vormen van participatie, dit maakt het soms lastig om als gemeente te weten waar te beginnen. Hieronder staan daarom 15 veelgebruikte vormen van participatie, ingedeeld per trede van de participatieladder. Dit betekent echter niet dat deze vormen uitsluitend bij één trede van de participatieladder horen. Zij kunnen ook bij een andere trede worden toegepast. Voor de totstandkoming van deze lijst zijn verschillende bronnen gebruikt, waaronder de Participatiewijzer van ProDemos (2021).
Informeren Het informeren van inwoners kan worden gezien als de eerste trede van de participatieladder. Hier heeft de inwoner geen invloed op de besluitvorming, maar worden inwoners wel betrokken bij het beleidsproces. Dit door ze te informeren over het voorgenomen beleid, de keuzes die voorliggen en de implicaties van die keuzes. Bij het informeren van inwoners hebben de inwoners dus geen actieve rol in het beleidsproces. 1. Inloopbijeenkomst Een inloopbijeenkomst is een laagdrempelige manier om inwoners van informatie te voorzien over het beleid van de gemeente. Zorg er hierbij wel
27
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3. Online workshop Een online workshop is een manier om inwoners op een interactieve manier bekend te maken met het onderwerp dat ter discussie staat. Dit kan bijvoorbeeld door het organiseren van een onlinebijeenkomst, waarbij je de deelnemers verdeelt in subgroepen en met elkaar, door middel van een interactieve werkvorm, meer leert over het onderwerp. Belangrijk bij het organiseren van een online workshop om inwoners te informeren over een beleidsproces, is dat inwoners er ook concreet iets aan hebben. Anders dan bij een inloopbijeenkomst waar alleen informatievoorziening plaatsvindt, biedt een online workshop de mogelijkheid om inwoners niet alleen te informeren over een beleidsproces, maar ook om iets nieuws te leren over het onderwerp.
Inspraak of raadplegen De tweede trede van de participatieladder is inspraak. Dit houdt in dat inwoners hun mening kunnen geven over het voorgenomen beleid. Wat er met deze meningen wordt gedaan, is aan het bevoegde bestuursorgaan.
4. Inspraakbijeenkomst Een voor de hand liggende manier om vorm te geven aan inspraak is de inspraakbijeenkomst of ‘inspraakavond’. Vaak vindt er tijdens zulke bijeenkomsten eerst een vorm van informatievoorziening plaats, waarna aanwezigen hun meningen kunnen geven, opmerkingen kunnen maken en vragen kunnen stellen over het voorgenomen beleid. Een inspraakbijeenkomst is een manier om input vanuit de samenleving te verzamelen. 5. Enquête Een enquête is een andere klassieke vorm van participatie. Het is een makkelijke manier om de standpunten van inwoners op te halen. Hierbij kan je als overheid relatief makkelijk sturen op welke input je wilt ophalen. Ook is een enquête makkelijk op verschillende manieren te verspreiden, zowel digitaal als analoog, en is deze vorm van participatie weinig tijdsintensief. 6. Werkbezoek Een andere, interactieve vorm van participatie is het organiseren van een werkbezoek. Hiervoor kan het initiatief zowel bij de inwoners als bij de gemeente liggen. Tijdens een werkbezoek komt de gemeente langs bij een groep inwoners of een organisatie en gaat zij, aan de hand van de ervaringen van inwoners, met hen in gesprek over het voorgenomen beleid. 7. Maatschappelijk initiatief Maatschappelijk initiatief is een verzamelnaam voor verzoeken vanuit inwoners voor ondersteuning door de gemeente. Hier kunnen dus ook gevallen van het uitdaagrecht onder vallen.
Belangrijk is dat het initiatief vanuit inwoners komt en dat de gemeente een ondersteunende rol vervult. De mate van ondersteuning door de gemeente hangt sterk af van de aard en inhoud van het maatschappelijk initiatief. 8. Inwonerforum of discussieforum Een inwonerforum is een digitaal platform waar inwoners met elkaar of met de gemeente in gesprek kunnen gaan en vragen kunnen stellen over het beleid van de gemeente. Inwoners kunnen hier zelf opmerkingen of suggesties aandragen, en anderen kunnen hier op reageren.
28
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Adviseren Bij adviseren worden inwoners actief betrokken bij het beleidsproces. Niet alleen geven inwoners hun mening over het onderwerp, maar het bevoegde bestuursorgaan neemt deze meningen en adviezen mee in het besluit. Deze trede geeft de inwoner meer invloed dan alleen inspraak. 9. Adviesraad Adviesraden geven de gemeente gevraagd en ongevraagd advies over beleidsonderwerpen. Soms geven adviesraden alleen advies over nog vast te stellen beleid, in andere gevallen geven zij advies in alle fasen van het beleidsproces. Een adviesraad bestaat uit een groep inwoners die op vrijwillige basis advies uitbrengt. Deze adviesraad is onafhankelijk van het college en de gemeenteraad. Een bekend voorbeeld van een adviesraad is de jongerenraad. 10. Burgeraudit Inwoners kunnen ook betrokken worden bij het beleidsproces door middel van een burgeraudit. Dit houdt in dat inwoners een rol als ‘controleur’ van het beleid van de gemeente vervullen. Op deze manier wordt de kennis van de samenleving ingezet om het gemeentelijk beleid te controleren. Zo krijgen inwoners de kans zich uit te spreken over het beleid als ‘factcheckers’. Hierbij is het wel van belang dat er duidelijke afspraken gemaakt worden over de vorm en de reikwijdte van deze controlefunctie van inwoners. 11. Focusgroepen Een andere manier om inwoners te betrekken is door middel van focusgroepen.
Focusgroepen kunnen op verschillende manieren ingericht worden, maar in essentie zijn dit kleine groepen (zo’n vijf tot tien personen) van inwoners die samen de gemeente adviseren op specifieke punten. De bedoeling van zo’n focusgroep is vaak dat hier meer verdiepend in wordt gegaan op het beleidsvraagstuk. Soms wordt een focusgroep gevormd uit een willekeurige selectie van inwoners, soms wordt hier specifiek geselecteerd op basis van bepaalde criteria. Een focusgroep kan op zichzelf staan als participatievorm, maar het kan ook goed dienen als voorzet of opvolging van een andere participatievorm. Zo kunnen focusgroepen worden ingezet om scherp te krijgen wat de gemeente een grotere groep inwoners wil vragen door middel van een enquête of kan het juist als opvolging worden ingezet
van een eerder werkbezoek of inspraakbijeenkomst, om meer de diepte in te gaan. 12. Burgervisitatie Bij een burgervisitatie beoordeelt een groep inwoners de gemeente op een aantal aspecten. Dit is bij uitstek geschikt ter beoordeling van het functioneren van de gemeentelijke organisatie, de gemeenteraad of het college. Deze participatievorm leent zich dus niet voor alle beleidsterreinen.
Coproduceren Coproduceren houdt in dat het bestuursorgaan en inwoners samen optrekken bij het opstellen en uitwerken van een plan. Een andere vorm voor inwoners om de gemeente te adviseren, is het inwonerpanel. Een inwonerpanel bestaat vaak uit een relatief grote groep inwoners (variërend van tientallen tot soms honderden inwoners) die een paar keer per jaar bevraagd wordt over het beleid van de gemeente. Deze groep wordt dus elke keer over een ander onderwerp gevraagd hun mening te geven. Het is aan de gemeente wat er wordt gedaan met de uitkomsten, maar als gemeente kan je ervoor kiezen een periodiek rapport te publiceren, waarin staat wat er gedaan wordt met de uitkomsten van het inwonerpanel.
(Mee)beslissen (Mee)beslissen is de laatste trede van de participatieladder. Hierbij maken overheid en inwoner, net als bij coproduceren, samen een plan. Anders dan bij coproduceren beslissen overheid en inwoner ook samen over wat er met dit plan gebeurt. 14. Burgerberaad (of burgertop of burgerforum) Een burgerberaad is een uitgebreid traject van inwonersraadpleging. Bij een burgerberaad vindt de selectie van de inwoners die deelnemen plaats door middel van een loting. Het is namelijk de bedoeling dat de groep inwoners een goede afspiegeling is van de samenleving. Deze groep wordt goed geïnformeerd over het onderwerp en gaat vervolgens met elkaar in gesprek. Zij komen tot verschillende ideeën en aanbevelingen. Vaak stemmen zij over de definitieve adviezen. Van tevoren is afgesproken wat de opdrachtgever (de gemeente) doet met deze adviezen.
29
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
15. Burgerbegrotingen Burgerbegrotingen zijn een participatievorm waarbij inwoners beslissen over een deel van het gemeentebudget. Hiervoor wordt eerst een aantal budgettaire prioriteiten vastgelegd en daarna wordt er in een groep besloten waar het budget aan wordt besteed. In sommige gevallen heeft dit een adviserend karakter, maar vaak beslissen de inwoners wat er met het budget gebeurt. Het gaat dan dus niet om meebeslissen, maar om beslissen. Vaak stelt het bestuursorgaan wel vooraf kaders op. Zoals eerder benoemd is het belangrijk om te weten dat veel van deze vormen niet uitsluitend zijn in te zetten bij één trede van de ladder; de meeste van deze vormen kunnen bij verschillende maten van invloed ingezet worden. Ook kunnen sommige vormen goed gecombineerd worden met elkaar. Zo versterken ze elkaar.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 info@vng.nl december 2024