CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. bijlagenrapport bij Masterplan

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel masterplan Schrijversbuurt28.705 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BIJLAGENBOEK Adaptief Masterplan Schrijversbuurt

INHOUDSOPGAVE Bijlage 1 – Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 2 – Archeologisch booronderzoek Bijlage 3 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 – Akoestisch onderzoek Bijlage 5 – Mobiliteitsonderzoek Schrijversbuurt Bijlage 6 – Omgevingsscan flora en fauna Bijlage 7 – Stedenbouwkundige verkenning / participatieverslagen

3 31 66 254 296 332 385

BIJLAGE 1 – ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK

Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Argo 452

ARCHEOLOGENBUREAU

ARGO

2 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Opdrachtgever: Bevoegde overheid: Gemeente: Plaats: Deskundige namens bevoegde overheid: Toponiem: Onderzoeksmeldingsnummer.: Coördinaten: Titel: Rapportnummer.: Auteur(s): Illustraties: Fotografie: Opmaak: Dataverwerking: Datum uitgave: Versienummer: Beheer en plaats projectdocumentatie: Autorisatie: ISSN: Goedkeuring bevoegde overheid:

Woonopmaat Gemeente Heemskerk Heemskerk Heemskerk NMF Erfgoedadvies Schrijversbuurt 5709483100 106748.81/502776.09 (centrum) Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk Argo 452 L. Baghdadi L. Baghdadi (tenzij anders vermeld) L. Baghdadi(tenzij anders vermeld) L. Baghdadi L. Baghdadi Maart 2025 04 Archeologenbureau Argo te Zaandam J.P.L. Vaars (Archeologenbureau Argo) 1879-7091 Ja

Eventuele vragen over dit rapport kunnen aan de auteur worden gesteld via onderstaand mailadres: info@archeologenbureauargo.nl

Disclaimer: Archeologenbureau Argo en de samensteller(s) van dit rapport kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade (direct of indirect dan wel gevolgschade) voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. Archeologenbureau Argo betracht de grootste zorgvuldigheid bij het uitvoeren van al haar onderzoeken. De aard van archeologisch onderzoek en in het bijzonder de steekproefsgewijze benadering die inherent is aan archeologisch vooronderzoek maakt het echter onmogelijk garanties te geven ten aanzien van de resultaten van dergelijk onderzoek. © Archeologenbureau Argo

Archeologenbureau Argo Symon Spiersweg 7-B14 1506 RZ Zaandam

075-6314418 info@archeologenbureauargo.nl www.archeologenbureauargo.nl

3 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Inhoudsopgave 1. Inleiding...................................................................................................................................4 2. Bureauonderzoek...................................................................................................................... 6 2.1 Doelstelling en methode...................................................................................................... 6 2.2 Beleid............................................................................................................................... 6 2.2.1 Landelijk beleid...........................................................................................................6 2.2.2 Provinciaal beleid........................................................................................................6 2.2.3 Gemeentelijk beleid.....................................................................................................7 2.2.4 Status onderzoeksgebied.............................................................................................

7 2.3 Geo(morfo)logie (naar: Kremer, 2023)..................................................................................7 2.4 Bewoningsgeschiedenis (naar: Baggerman, 2021)...................................................................9 2.5 Historisch kaartmateriaal..................................................................................................... 9 2.6 Bekende archeologische waarden........................................................................................13 2.6.1 AMK-terreinen...........................................................................................................13 2.6.2 Onderzoeken............................................................................................................ 13 2.7 Verwachtingsmodel........................................................................................................... 16 3. Samenvatting en advies...........................................................................................................17 4.

Literatuur en bronnen..............................................................................................................18 4.1 Literatuur.........................................................................................................................18 4.2 Internetbronnen............................................................................................................... 18 4.3 Afbeeldingenlijst............................................................................................................... 18 Bijlage 1. Traject archeologische monumentenzorg: stappenplan.......................................................20 Bijlage 2. Tabel archeologische en geologische perioden...................................................................22 Bijlage 3. Afkortingenlijst.............................................................................................................23 Bijlage 4. Ontwerptekeningen....................................................................................................... 24 Bijlage 5. Archis.......................................................................................................................... 25

4 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

1. Inleiding In maart 2024 is in opdracht van Woonopmaat een bureauonderzoek uitgevoerd naar de archeologische waarden binnen het plangebied Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk (afbeelding 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 117.000 m2 . Woonopmaat onderzoekt in samenwerking met de gemeente Heemskerk de mogelijkheden voor de herstructurering van de wijk "De Schrijversbuurt’’ te Heemskerk. Deze wijk, gelegen nabij het dorpscentrum, maakt deel uit van de wijk Poelenburg en wordt begrensd door de Maerelaan (noorden), de Laan van Assumburg (oosten), de Constantijn Huijgensstraat (zuiden) en de Cornelis Groenlandstraat (westen). In de huidige situatie bevinden zich binnen het plangebied meerdere flats en 172 gezinswoningen (afbeelding 2). Het plangebied is grotendeels bebouwd. Momenteel vindt de sloop van de Van Lennepflat plaats. Dit naar aanleiding van een urgent bouwtechnisch probleem. In het kader van de herstructurering worden ook de mogelijkheden onderzocht om de 172 omliggende eengezinswoningen te slopen, met als doel een volledig nieuwe wijk te realiseren. Het merendeel van de nieuwe gebouwen zal op de bestaande bouwvlakken worden gerealiseerd. Voor de sloop van de oude en de bouw van de nieuwe woningen zal afgegraven moeten worden. De ontgravingsdiepte van de oudbouw is traditioneel en bedraagt circa 0,80 m -mv.

Voor de nieuwbouw zijn er momenteel geen kelders voorzien. Daarnaast zal aanzienlijk meer groen worden geïntroduceerd in de huidige, sterk versteende wijk (bijlage 4). Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.2) protocol 4002 Bureauonderzoek.

Afbeelding 1. De locatie van het onderzoeksgebied op een uitsnede van een recente topografische kaart.

5 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Afbeelding 2. De locatie van het onderzoeksgebied op een uitsnede van een recente luchtfoto (bron: Landelijke Service Beeldmateriaal, 2024).

6 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

2. Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en methode De eerste fase van archeologisch vooronderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (bijlage 1). Een bureauonderzoek kan worden omschreven als een inventarisatie van bekende of te verwachten archeologische waarden op het schaalniveau van het individuele plangebied. Het doel van een bureauonderzoek is het verwerven van informatie aan de hand van bestaande bronnen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een omschreven gebied. Het resultaat is een standaardrapport met een gespecificeerde archeologische verwachting op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van (eventueel) vervolgonderzoek. Het rapport bevat, waar mogelijk, gegevens over aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden, ondergrondse bouwhistorische waarden en aardwetenschappelijke eigenschappen. Afhankelijk van de omvang van de toekomstige (planologische) ingreep en werkzaamheden (de aanleiding tot het bureauonderzoek) zullen aanvullende gegevens moeten worden verzameld. Archeologenbureau Argo maakt voor haar bureauonderzoeken gebruik van bodemkundige, geomorfologische, geologische, topografische en historische kaarten.

Conform de verplichtingen in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 4.2) worden tevens de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) en ARCHIS (archeologische databank van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) geraadpleegd. Indien beschikbaar en relevant bij een bureauonderzoek, worden ook bouw- en constructietekeningen van te slopen of te wijzigen (historische) bouwwerken, gegevens van milieukundig bodemonderzoek, lucht- en satellietfoto’s en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) geraadpleegd. Ook archiefonderzoek kan deel uitmaken van een bureauonderzoek. Hierbij moet men niet alleen denken aan onderzoek in historische archieven, ook bouwhistorische gegevens (Atlasleefomgeving) en de collectie van archeologische depots kunnen relevant zijn bij bureauonderzoek. Zo mogelijk en indien relevant wordt contact opgenomen met lokale historici, archeologisch regiospecialisten en (amateur)archeologen. De tijdens onderhavig onderzoek geraadpleegde bronnen worden, indien deze relevante informatie hebben opgeleverd, in de komende (sub)hoofdstukken behandeld.

2.2 Beleid 2.2.1 Landelijk beleid Verdrag van Malta Het is in Nederland verplicht om bij ruimtelijke besluitvorming de archeologische belangen mee te wegen. In 1992 is in Valletta het Verdrag van Malta ondertekend door Nederland. De belangrijkste uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn het streven naar behoud in de bodem (behoud in situ), het vroegtijdig betrekken van archeologie in ruimtelijke ordeningsprocessen en tenslotte, wanneer behoud in situ niet mogelijk is, het "de verstoorder betaalt" principe. Na het ondertekenen van dit verdrag werd, in afwachting van de implementatie in de Nederlandse wetgeving, steeds vaker al "in de geest van Malta" gehandeld. De Erfgoedwet (1 juli 2016), Wabo (2010) en Omgevingswet (2024) In deze wetten is de implementatie van het Verdrag van Malta inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed in de Nederlandse wetgeving opgenomen (deze wetten gelden als opvolger van de Monumentenwet 1988. Dit geldt voor iedereen die bodemingrepen gaat (laten) uitvoeren: zowel particulieren als bedrijven, projectontwikkelaars en (lokale) overheden. 2.2.2 Provinciaal beleid "Het archeologiebeleid van de provincie Noord-Holland richt zich op het leesbaar houden van de ontstaansgeschiedenis van de provincie. De provincie is voorstander van het bewaren van het erfgoed in de bodem (in situ).

Om het behoud in de bodem van zoveel mogelijk archeologische waarden te waarborgen, zal de provincie in zowel haar eigen ruimtelijke plannen als in de plannen die zij toetst het behoud als afwegingscriterium mee laten wegen. De meeste archeologische vindplaatsen zijn onbekend, omdat ze onder het maaiveld verborgen liggen. Om te voorkomen dat de waardevolle informatie verloren gaat, moeten deze overblijfselen zo vroeg mogelijk in de planontwikkeling door een archeologisch vooronderzoek worden gelokaliseerd en gewaardeerd. Bij toetsing wordt nagegaan of bij de planvorming voldoende archeologisch vooronderzoek is verricht op basis waarvan een afgewogen besluit kan worden genomen. Wanneer behoud niet mogelijk is, wordt allereerst vastgesteld of de aantasting onvermijdelijk wordt geacht. Er moet een zwaarwegend maatschappelijk belang in het geding zijn, wil de aantasting als onvermijdelijk worden aangemerkt. Ook moet worden vastgesteld dat er redelijkerwijs geen alternatieve oplossingen voorhanden zijn. Indien de aantasting onvermijdelijk is dient de informatie van het bodemarchief te worden veiliggesteld door middel van een wetenschappelijk verantwoord onderzoek, uitgevoerd volgens algemeen geldende normen/richtlijnen KNA” (bron: provincie Noord-Holland).

Naast het bovengenoemde beleid beschikt de provincie Noord-Holland ook over de digitale Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie. Deze kaart geeft in verschillende kaartlagen informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als molens, militaire structuren en historische dijken. De informatiekaart is een

7 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

geografische uitwerking van de Leidraad landschap en Cultuurhistorie, een herziening van de Cultuurhistorische Waardenkaart en is te raadplegen op http://maps.noord-holland.nl/extern/gisviewers/ilc/. 2.2.3 Gemeentelijk beleid De gemeente Heemskerk heeft het bevoegd gezag over het plangebied. Op de beleidskaart van de gemeente Heemskerk, geraadpleegd via omgevingsloket.nl, valt het plangebied in twee archeologische zones, Waarde - Archeologie 2. In het bestemmingsplan van de gemeente ‘Centrum Heemskerk’ (identificatienummer NL.IMRO.0396.BPhkcentrum2010-VA01, vastgesteld 24-04-2013) is vastgesteld dat binnen zone 2 bodemverstorende werkzaamheden groter dan 60 m 2 en dieper dan 0,4 m -mv archeologisch onderzocht dienen te worden. Het plangebied overschrijdt de in het bestemmingsplan vastgestelde vrijstellingsgrens. 2.2.4 Status onderzoeksgebied In de huidige situatie bevinden zich binnen het plangebied meerdere flats en 172 gezinswoningen. De oorspronkelijke bouwjaren van de panden lopen uiteen van 1956 tot en met 2006. Het maaiveld binnen het plangebied varieert volgens het Algemeen Hoogtebestand van Nederland (AHN4) tussen 0,3 m -NAP en 0,8 m +NAP. Op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) is aan het onderhavige gebied een hoge trefkans op archeologische resten toegeschreven.

Het plangebied valt daarnaast gedeeltelijk samen met de historische dorpskern van Heemskerk. De begrenzing van deze historische kern is bepaald op grond van de historische kaart uit 1849-1859. De archeologische waarde van historische kernen bestaat uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bouwhistorische resten en archeologische sporen en voorwerpen. Samen bevatten zij een veelheid aan historische informatie over de ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern. De historische dorpskern heeft een hoge archeologische waarde.

2.3 Geo(morfo)logie (naar: Kremer, 2023) Bij het opstellen van een archeologische verwachting wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de relatie die bestaat tussen de situering van de archeologische vindplaatsen en het landschap, of zelfs specifieke landschapselementen. Deze relatie (locatiekeuzefactoren) verschilt per archeologische periode en per complextype. Rond 4800 BP (Van Straaten, 1965) zijn de vroegste strandwallen gevormd, parallel aan de huidige kustlijn. In de lagune die hierachter ontstond, werd in de transgressiefasen Calais III en IV (dit is een oude geologische benaming; nu onderdeel van het Laagpakket van Wormer) een dik pakket (zandige) klei afgezet. Rond 4700 BP waren de strandwallen uitgegroeid tot een gesloten kustlijn. Achter de doorlopende strandwallen vormde zich vanaf deze tijd een veenpakket: het Hollandveen. De strandwallen breidden zich inmiddels steeds verder westwaarts uit, waarbij door verstuiving de zogenaamde Oude Duinen ontstonden. Rond 3500 BP brak vanuit het zuidoosten het Oer-IJ door de strandwallen en zocht via een brede monding bij Heemskerk een weg naar de zee. Deze raakte door de voortgaande duinvorming echter rond 3000 BP verstopt, waarna het Oer-IJ zich door middel van een vlechtend geulenstelsel een weg langs Castricum naar het noorden baande.

Op deze wijze vormde zich achter de strandwallen het zogenaamde Oer-IJ estuarium, dat werd gevoed door rivieren uit het oosten. Dit estuarium stond daarnaast onder sterke invloed van de zee. In deze periode deed met name de Duinkerke I-transgressie (ca. 2400 BP, dit is ook een oude geologische benaming; nu onderdeel van het Laagpakket van Walcheren) zich sterk gelden. Gedurende deze transgressie vormden zich in het westelijk deel van het onderzoeksgebied uitgestrekte vlakten van getijafzettingen. Aan de oostzijde werd het Hollandveen gedeeltelijk afgedekt met een kleilaag. Rond het begin van de jaartelling kwam het Oer-IJ estuarium door de verlanding van het zeegat bij Egmond voor een deel droog te liggen. Hoewel de meeste geulen droog vielen, verliep de afwatering van het achterliggende veenlandschap vanaf het einde van de Romeinse Tijd, ongeveer. 400 jaar na het begin van onze jaartelling, echter steeds meer via de nog resterende Oer-IJ geulen, waarvan de Kil een deel vormt. Het bleef daardoor een relatief laag en nat gebied. Er ontstonden zoetwatermeren (waaronder het IJ) en het veen kon zich verder ontwikkelen (Zagwijn, 1971; Vos, 1983). In de Late Middeleeuwen, ongeveer 1000 jaar na het begin van onze jaartelling, kende het Hollandveen zijn grootste verbreiding. Het besloeg toen bijna geheel Noord-Holland en bereikte een dikte van vele meters.

Met de Duinkerke Illb-transgressie (vanaf ca. 1150 jaar na het begin van onze jaartelling) begon een periode van afbraak waarin door afslag grote meren in het veengebied ontstonden. Door bedijking, afwatering en inpoldering heeft de mens daarna de regie overgenomen. Op de huidige bodemkaart is het plangebied gelegen binnen een wegens bebouwing niet gekarteerd gebied. In het omliggende gebied bevinden zich onder andere enkeerdgronden (noordwesten), vlakvaaggronden (westen en zuiden), leek-/woudeerdgronden (noordoosten) en poldervaaggronden (zuidoosten) (afbeelding 3). Gezien de variatie in het gebied zegt het echter weinig over het plangebied zelf. Op de geomorfologische kaart van Nederland bevindt het plangebied zich binnen een vlakte ontstaan door afgravingen of egalisatie van duinen of strandwallen (afbeelding 4).

8 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Afbeelding 3. Het plangebied weergegeven op de bodemkaart van Nederland (Alterra, 2008).

Afbeelding 4. Het plangebied weergegeven op de geomorfologische kaart van Nederland (Alterra, 2008).

9 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

2.4 Bewoningsgeschiedenis (naar: Baggerman, 2021) Op grond van de geo(morfo)logische gesteldheid van het onderhavige plangebied bestaat er een kans op het aantreffen van archeologische resten daterend vanaf het Midden Neolithicum, alhoewel de kans op resten tot de Romeinse Tijd laag is; deze mogen eerder worden verwacht bij de (oude) strandwallen dan in de vlakte waarin het plangebied ligt. De oudste bewoningssporen in de omgeving dateren uit de Bronstijd en zijn in de Broekpolder, gelegen ten zuiden van het plangebied, gedaan bij archeologisch onderzoek. Bij de onderzoeken zijn met name sporen uit de Late IJzertijd en de Romeinse Tijd aangetroffen. Sporen van bewoning en landgebruik (akkers) zijn op meerdere plaatsen aangetroffen. In de nabijheid van het plangebied zijn archeologische resten en cultuurlagen aangetroffen uit de periode van de Late IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. In de Middeleeuwen legde men zogenaamde "geesten" aan op de ruggen van de strandwallen. Dit waren langgerekte, ovaalvormige akkerbouwcomplexen, omringd door een weg. Binnen de ringweg lagen de akkers, net erbuiten waren de nederzettingen (en dan met name aan de uiteinden van de geest), hoewel men aanvankelijk tussen de akkers woonde. Het dorp Heemskerk en het nabijgelegen Nooddorp en Hoogendorp/Hofdorp zijn allen op een geest ontstaan (Alders et al., 2009).

Voor Heemskerk, getuige de archeologische vondsten, is dit waarschijnlijk al in de 9de eeuw geweest. De eerste vermelding dateert uit 1063 in een oorkonde waarin sprake is van een Kerk voor Hemezen. Binnen het grondgebied van de huidige gemeente waren twee domeinhoven aanwezig, onder andere het grafelijk domein Hofland, dat in 1248 werd opgeheven. De strategische ligging tussen Holland en West-Friesland zorgde dat in deze periode in het gebied zes kastelen gebouwd werden. Het dorp Heemskerk had en behield zijn agrarisch karakter tot in de 20ste eeuw, toen met de komst van industriële ontwikkelingen rondom de IJmond de industrie een veel grotere rol ging spelen en de regio verstedelijkte.

2.5 Historisch kaartmateriaal Er zijn verschillende historische kaarten aan de hand waarvan de latere ontwikkeling van het gebied kan worden geïllustreerd. Historische kaarten zijn echter niet altijd even betrouwbaar. Deze zijn vaak een sterk vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Lang niet alle huizen en gehuchten werden weergegeven; vaak volstond men met een schetsmatige weergave van de belangrijkste steden en dorpen waarbij enkel de belangrijkste gebouwen werden geschetst (kerken, kastelen, etc.) en wat bebouwing. Soms staat enkel de naam van een gehucht vermeld, zonder dat er bebouwing wordt weergegeven. Bovendien laat de schaal naar de huidige maatstaven vaak te wensen over. Een nieuwe kaart betekent overigens lang niet altijd dat de kaartenmaker werkelijk de situatie in zijn tijd heeft weergegeven. Niet zelden werden nieuwe kaarten op basis van (veel) oudere exemplaren van andere kaartenmakers vervaardigd. De oudste geraadpleegde kaart is de ‘Nieuwe kaart van 't baljuwschap van Kennemerland met de bannen van Westsaanen, Assendelft, Heemskerk, Wyk aan Duyn, Velsen, Spaarwoude &c’ vervaardigd in 1710 door de Weduwe van Nicolaas Visscher (afbeelding 5). Op de 18 de eeuwse kaart van 't baljuwschap van Kennemerland is een herkenningspunt de ‘De Neck Sloot’ (tegenwoordig de Neksloot). Het plangebied ligt ten westen van de Neksloot.

Op de kaart is tevens kasteel ‘t Huis te Poelenburg’ weergeven (afbeelding 6). Het is mogelijk dat dit kasteel zich binnen het plangebied bevindt. Echter is nooit archeologisch onderzoek verricht naar het kasteel. In 2003 zijn enkele fragmenten van een pilaar (mogelijk van het toegangshek) aangetroffen in een tuin van een woonhuis die mogelijk verband houden met kasteel Poelenburg (paragraaf 2.6.2 – vondstlocatie 3034570100). Op de kadastrale minuutkaart van de gemeente Heemskerk uit 1811-1832 (sectie D, blad 02) valt het plangebied samen met meerdere percelen (afbeelding 7). In de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) behorende bij sectie D staat informatie weergeven over deze percelen (tabel 1). De oorspronkelijke aanwijzende tafel (OAT) is het register waarin de percelen toen in numerieke volgorde zijn inschreven, met voor elk perceel onder andere informatie over onder andere de eigenaar en het soort eigendom (weiland, tuin, huis, etc.). Het overgrote deel van de bebouwing bevindt zich langs de randen van het plangebied. Opmerkelijk is het vierkante terrein met twee (potentiële) hoektorentjes, aangeduid met groene vierkanten op afbeelding 7. Dit gebied kan mogelijk de locatie zijn van kasteel Poelenburg, waarvan een deel zich binnen het plangebied bevindt.

Tevens lijkt het gebouw dat zich binnen dit terrein bevindt, overeen te komen met hetzelfde gebouw dat op de kaart van de Weduwe van Nicolaas Visscher binnen het kasteelterrein is afgebeeld. De woning bevindt zich op de kadastrale minuutkaart binnen perceel 318 dat in bezit was van rentenier Jonkheer A. A. Deutz van Assendelft (tabel 1).

10 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Perceelnr. 294

Eigenaar

Beroep

Functie perceel

Reinier Koolen

Wagemaker

Tuin

Onderwijzer

Tuin

295 & 296 Lo Schuitemaker 297

Livinus Lieshout

Bouwman

Bos

298

“

“

Boomgaard

299 & 300 “

“

Tuin

301

“

“

Huis + erf

302

“

“

Weiland

303

Hendrik Rozenkrans

Bouwman

Weiland

304

“

“

Bos

305

Dirk de Roode

Slachter

Loos (?)

306

“

“

Huis + erf

307

“

“

Tuin

308

“

“

Boomgaard

309

“

“

Weiland

311

“

“

Bouwland

312

“

“

Bouwland

314

Jan Gotting

Bleeker

Weiland

317

Jonkheer A. A. Deutz van Assendelft

Rentenier

Tuin + huis

318

“

“

Schuur + erf

319

“

“

Bos

320

“

“

Weiland

363 a

Klaas van der Sluis

Bouwman

Tuin

363 b

“

“

Huis + erf

367

C. Hazes

Winkelier

Huis + erf

Tabel 1. Oorspronkelijke Aanwijzende tafel sectie D, gemeente Heemskerk.

De wijk Poelenburg, waarin het onderzoeksgebied is gelegen, onderging een ontwikkelingsperiode die begon in de jaren vijftig van de 20ste eeuw. Zoals blijkt uit de topografische kaart van 1955 (afbeelding 8), was de woonwijk nog in aanbouw, terwijl de kaart van 1962 (afbeelding 9) de voltooiing van de bebouwing illustreert. Op de kaart van 1955 bevindt de bebouwing zich voornamelijk langs de wegen. Op de kaart van 1962 is vrijwel het gehele gebied bebouwd.

11 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Afbeelding 5. Het plangebied (rode cirkel, bij benadering) weergegeven op een uitsnede van de ‘Nieuwe kaart van 't baljuwschap van Kennemerland met de bannen van Westsaanen, Assendelft, Heemskerk, Wyk aan Duyn, Velsen, Spaarnwoude &c’ vervaardigd in 1710 door de Weduwe van Nicolaas Visscher (bron: OldMapsOnline).

Afbeelding 6. Ets van Kasteel Poelenburg vervaardigd door J. Schijnvoet, datering onbekend (bron: KasteleninNederland).

12 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Afbeelding 7. Het plangebied weergeven op de kadastrale minuutkaart van de gemeente Heemskerk uit 1811-1832, sectie D blad 02 (bron: Beeldbank RCE - MIN07043D02).

Afbeelding 8. Het plangebied weergegeven op een topografische kaart uit 1955 (bron: TopoTijdreis).

13 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Afbeelding 9. Het plangebied weergegeven op een topografische kaart uit 1962 (bron: TopoTijdreis).

14 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

2.6 Bekende archeologische waarden Archis is nagelopen op bekende archeologische waarden en eerder uitgevoerde onderzoeken. Alle relevante informatie over monumenten, onderzoeken en waarnemingen in de directe omgeving van het onderzoeksterrein is geraadpleegd. 2.6.1 AMK-terreinen Het plangebied maakt deel uit van een AMK-terrein (afbeelding 10). Het betreft de historische dorpskern van Heemskerk. De begrenzing van deze historische kern is bepaald op grond van de historische kaart uit 1849-1859. De archeologische waarde van historische kernen bestaat uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bouwhistorische resten en archeologische sporen en voorwerpen. Samen bevatten zij een veelheid aan historische informatie over de ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern. De historische dorpskern heeft een hoge archeologische waarde.

Afbeelding 10. AMK-terrein, historische dorpskern Heemskerk, deels gelegen binnen het plangebied (bron: RCE).

2.6.2 Onderzoeken Archis is nagelopen op uitgevoerde archeologische. Binnen en in de omgeving van het plangebied staan verschillende onderzoeken en vondstmeldingen geregistreerd in Archis (bijlage 5). Hieronder zal het meest relevante onderzoek worden besproken. 2186177100, Archeologisch booronderzoek In 2008 is binnen het plangebied, ter hoogte van Poelenburgplantsoen 1 t/m 40, een archeologisch booronderzoek uitgevoerd voorafgaand aan de geplande nieuwbouw. In het plangebied zijn grondboringen uitgevoerd met als doel het bepalen van de bodemopbouw en eventuele bodemverstoringen. In totaal zijn boringen geplaatst in een rechte lijn met een onderlinge een afstand van 20 m. De boringen zijn gezet tot 0,25 m in de ongestoorde ondergrond tot gemiddeld 2,50 m en maximaal 2,90 m -mv. Op 1,95 tot 2,90 m -mv is matig grof zand aangetroffen. Dit zandpakket bevat kleilaagjes en schelpen en is geïnterpreteerd als geulafzettingen. De geulafzettingen zijn afgedekt door oeverafzettingen. Het pakket aan oeverafzettingen bestaat uit zandige en siltige klei. Het pakket oeverafzettingen varieert in dikte en komt voor tussen 0,6-2,20 m -mv. In de oeverafzettingen komen (donker)grijs/bruine antropogeen verstoorde niveau’s voor met spikkels houtskool en een spoor baksteen. Hieruit mag worden afgeleid dat de oevers in het verleden voor bewoning zijn gebruikt.

Op oeverafzettingen is in de boringen 2, 4, en 6 een (donker)grijs/bruine humeuze kleilaag (gyttja) aangetroffen. Gedacht werd dat de bodem van de 17 de eeuwse eendenkooi, die in het plangebied verwacht werd, was aangetroffen. Dit was echter niet het geval (zie 2203664100). De gyttja-laag rust op (licht)grijze klei, zodat mag worden aangenomen dat de oeverafzettingen op deze plaatsen in meer of mindere mate voor de aanleg van de eendenkooi zijn afgegraven. De oeverafzettingen en gyttja-laag zijn afgedekt door pakket een vlekkerig zand. Dit is naar

15 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

alle waarschijnlijkheid in de jaren 50 opgebracht voor de bouw van woningen. De dikte van het opgebrachte pakket varieert van 0,60 tot 1,50 m. 2203664100, Proefsleuvenonderzoek Naar aanleiding van het booronderzoek in 2008 (zie 2186177100) is in 2008 tevens een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied, ter hoogte van Poelenburgplantsoen 1 t/m 40. De 17de eeuwse eendenkooi die werd verwacht binnen het plangebied is niet aangetroffen. Het weinige vondstmateriaal is voornamelijk afkomstig uit de 16de en 17de eeuw, afgezien van het handgemaakte aardewerk uit werkput 1 en de bodem van proto-steengoed uit werkput 3. Verder aangetroffen sporen duiden op een nat terrein (een of meerdere vennen en/of sloten) wat pas in de jaren 50 van de vorige eeuw bebouwd is geraakt. Voor die tijd is het terrein gebruikt door tuinderijen. De sporen in werkput 1 lijken te maken te hebben met de bebouwing en beplanting die hier vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw zijn gerealiseerd. De ronde gaten zijn waarschijnlijk boomgaten en de paalkuilen kunnen te maken hebben met een schutting of hek. Verder wordt uit de sporen in de drie werkputten duidelijk dat dit een nat terrein is geweest met vennetjes en/of sloten. Voor de jaren 50 van de vorige eeuw is hier weinig tot geen bebouwing geweest.

Het plangebied ligt min of meer in de ‘voortuin’ van het voormalige Huis Poelenburg, een kasteel wat direct ten zuidwesten van het plangebied lag. De verwachte eendenkooi lijkt daarom toch enkele honderden meters noordelijker of noordoostelijker te hebben gelegen, nog voorbij de Heksloot, welke tegenwoordig nog steeds bestaat. Dit is tevens terug te zien op historisch kaartmateriaal. Vastgesteld was dat het onderzoeksgebied, ondanks zijn ligging in de directe omgeving van het historische centrum van Heemskerk, geen hoge archeologische verwachting heeft. Echter, men heeft hier destijds hoogstwaarschijnlijk delen van de kasteeltuin opgegraven. 2156799100, Archeologisch booronderzoek Direct en zuidwesten van het plangebied, ter hoogte van de Coornhertstraat, is in 2007 een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Gedurende het onderzoek zijn in totaal 8 boringen gezet tot een diepte van 2,00 m -mv. In het plangebied komen geul- en oeverafzettingen voor. Het algemene beeld van de geologische opbouw in het plangebied wordt gekenmerkt door het voorkomen van grijze zandige afzettingen (zwak siltig zand met kleilagen of sterk zandige klei met zandlagen) tussen 2,00 m en 1,00 m –mv. Naar boven toe worden de sedimenten fijnkorreliger (“fining upward”-sequentie). De zandige afzetting zijn afgedekt door kleilagen met een variabele bijmenging van zand of silt.

In de boringen 2, 3, 4, 5, 6 en 7 is een (donker)grijsbruine humeuze kleilaag aangetroffen, waarvan de top op een diepte variërend van 0,90 m (boring 2) tot 1,30 m (boring 5) -mv ligt. In de boringen 5 en 7 wordt de humeuze kleilaag afgedekt door grijsgroene kleilaag met groene vlekken. De top van deze 0,25 m dikke groene kleilaag ligt op 0,80 m –mv. De groene kleilaag komt ook in boring 8 voor. In de boringen 6 en 7 komt een tweede humeuze grijsbruine kleilaag voor op respectievelijk 0,65-0,80 en 0,55-0,75 m –mv. De zandige en siltige kleilagen liggen onder een vlekkerig pakket zand met een dikte variërend van 0,45 m aan de noordwestkant en 0,85 m aan de zuidoostkant van het plangebied. Tijdens het booronderzoek zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op archeologische resten in de bodem. Deze indicatoren bestaan uit houtskoolbrokjes (boringen 2, 7 en 8) en fosfaatvlekken (5, 7 en 8) en baksteen- en kalkmortelresten. 2299018100, Proefsleuvenonderzoek Direct ten oosten van het plangebied, langs de Laan van Assumburg, is in 2010 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Gedurende het onderzoek zijn vijf sleuven aangelegd. Het plangebied is gelegen ten oosten van de strandwal van Beverwijk-Heemskerk. Over het gehele plangebied ligt aan de basis van het profiel een pakket van wadafzettingen, bestaande uit zwak tot matig siltig zand.

Hierin bevinden zich onder andere schelpen; slijkgapers. De slijkgapers komen voor in de bovenst 0,25 m van een getijdenmilieu (wadden). Deze wadafzettingen zijn afgezet binnen het getijdengebied van het Oer IJ estuarium. Omstreeks 100 na Chr. was de kustlijn inmiddels weer dicht, waarna de mariene invloed op het gebied sterk verminderde. In put 1, 2, 4 en 5 zijn in totaal vijf greppels aangetroffen. De vulling van de greppels in put 2, 4 en 5 is bruin/donkergrijs van kleur, sterk humeus en bevat riet. De ‘losse’ vulling deed tijdens het veldwerk vermoeden dat deze greppels in de Nieuwe Tijd (vanaf 1500 n.Chr.) dateren, maar in de greppels zijn geen vondsten aangetroffen. In de zandige laag spoor 3600 aan de oostkant van put 2, vermoedelijk te interpreteren als wadafzettingen, zijn wel enkele botfragmenten en scherven (prehistorisch) verzameld, maar het materiaal is flink verweerd en zeer waarschijnlijk verspoeld. De greppel in put 1 bevatte recent materiaal. 2261190100, Archeologisch booronderzoek Direct ten noorden van het plangebied, langs de Maerelaan, is in 2009 een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Bij het verkennend booronderzoek zijn op de onderzoekslocatie in totaal acht boringen gezet tot een minimale diepte van 2,40 m –mv.

De bodem van de onderzoekslocatie vertoont in het noordelijk deel (boringen 1 – 4) een opbouw van een 0,45-0,50 m dik pakket zwak tot sterk siltig zand. In boringen 1 en 4 betreft dit opgebracht cunetzand, terwijl in boringen 2 en 3 baksteen aanwezig is. Onder het zand in boring 1 ligt sterk zandige klei met baksteen tot 0,95 m –mv, en in boring 4 een 10 cm dikke laag zwak humeuze, zwak zandige klei. Onder dit vergraven pakket is sterk tot uiterst siltige klei met zandlagen aangetroffen, dat op 1,20-1,30 m –mv overgaat in sterk tot matig siltig zand met kleilagen. Deze laag gaat op diepten van 1,60 m (boring 1) en 2,00 m (boring 4) over in zwak siltige klei en reikt tot diepten van 3,00 m (boringen 2 en 4) tot 3,80 m –mv (boring 1). In boring 5 is onder een 10 cm dikke laag opgebracht matig siltig zand grijs zwak siltig zand aangetroffen tot 3,00 m –mv, met een dunne laag donker bruingrijs matig siltig zand op 0,70 m –mv. In het zuidwestelijk deel (boringen 6 – 8) is de

16 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

bodemopbouw tot 1,50-1,70 m –mv verstoord, met puin in de vorm van baksteen en mortel aanwezig in een rommelige laag van sterk siltige klei en zwak siltig zand. Onder dit pakket is tot 2,05 m (boring 8) en 2,80 m –mv (boring 8) sterk siltige klei en sterk siltig zand aangetroffen, met een zwak humeuze laag in boringen 7 en 8. De verstoring in het zuidwestelijke deel is aanzienlijk, terwijl in het noordoostelijke deel de verstoring tot maximaal 0,95 m –mv reikt. De aangetroffen puin duidt op recente verstoring. Onder de verstoorde lagen, behalve in boring 5, zijn sterk gelaagde getij-afzettingen van het Oer-IJ-systeem aangetroffen, en er is kreekbeddingzand ontdekt. De mogelijk aanwezige strandwalafzettingen zijn niet aangetroffen en er zijn geen archeologische indicatoren waargenomen. 2350022100, Archeologisch booronderzoek In 2011 is ter hoogte van de Vrijburglaan, circa 200 ten zuiden van het plangebied, een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Gedurende het onderzoek zijn in totaal 49 boringen gezet. Op de boringen 42, 46 en 49 na, kon in alle gevallen de boringen worden doorgezet tot in de natuurlijke ondergrond. Na een bouwvoor/zodelaag was in alle boringen een subrecente (1800-heden) cultuur-/ ophogingslaag aanwezig van zwak humeus homogeen zand.

In sommige boringen, waaronder boring 6, is duidelijk te zien dat deze subrecente cultuur-/ophogingslaag in meerdere fases is ontstaan. In andere boringen is dat minder duidelijk. Dat kan komen doordat de nieuwste ingreep in het landschap de vorige heeft oversneden. In een groot aantal boringen bevindt zich direct onder de subrecente ophogingslaag een licht humeuse, homogene, grijze zandlaag. Deze laag is te interpreteren als een cultuurlaag, maar het is bij gebrek aan vondstmateriaal niet geheel duidelijk of het een akkerlaag uit de Middeleeuwen of de Prehistorie dateert. In de lagen daaronder werden geen archeologische indicatoren aangetroffen. Onder de cultuurlaag lag in enkele gevallen een pakket van schoon zand, op natuurlijke wijze - grotendeels eolisch - afgezet. Hieronder een laag veen/veenslik, langzaam overgaand in een pakket klei met siltige zandbandjes dat naar onder toe vaak steeds grover werd. 4747081100, Archeologische boring In 2019 is ter hoogte van de Bilderdijkstraat 14, binnen het plangebied, een archeologische boring uitgevoerd. Op het onderzoeksterrein zijn in totaal 6 boringen gezet tot een diepte van minimaal 2,0 mmv. De bouwvoor bestaat uit humeus zand met een dikte van 0,1 tot 0,5 m. Hieronder bevindt zich een heterogeen pakket zand waarin af en toe wat puinbrokken en/of kiezels aanwezig zijn.

Dit zandpakket gaat door tot een diepte variërend van 1,10 tot 1,45 m-mv en is geïnterpreteerd als een in recente tijd (vermoedelijk voorafgaand aan de bouw van de school in 1960) opgebrachte laag. Onder dit zand ligt een kleilaag met een dikte van 0,15 tot 0,40 m. Ook hierin zijn soms wat puinbrokken en/of kiezels aanwezig, wat er op wijst dat deze laag in recente tijd is vergraven. Deze kleilaag ontbreekt overigens in boring 4, wellicht is deze hier weggegraven. Vanaf 1,30 tot 1,75 m -mv zijn intacte natuurlijke getijafzettingen aanwezig bestaande uit klei, soms met wat schelpgruis en/of zandlenzen en uit zandlagen met schelpgruis. Deze afzettingen zijn afgezet in een wad-achtig milieu waarbij het onderzoeksgebied onder invloed stond van de zee. Gedurende het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Vondstlocaties (binnen het plangebied/binnen een straal van circa 200 m van het plangebied – Bijlage 5) 2946679100 17de eeuwse funderingen van de St. Laurentiuskerk. Waarneming gedaan in 1993 na opruiming oud kerkhof ten behoeve van nieuwbouw. 3034570100

Fragmenten van een pilaar, 17de of 19de eeuws, aangetroffen in een voortuin van een woonhuis aan de Cornelis Groenlandstraat in 2003. De locatie ligt op slechts 30 m afstand van het voormalige kasteelterrein Poelenburg.

2792202100

Akkerlaag met ploegsporen en handgevormd aardewerk uit de periode vroege/midden IJzertijd. In 1978 aangetroffen in een bouwput ter hoogte van de Gerrit van Assendelftstraat.

2952226100

Vondstmelding uit 1976 betreffende inheems Romeins aardewerk en laatmiddeleeuwse scherven ter hoogte van de Starsstraat.

2792227100

Vondstmelding uit 1971 van bewoningssporen en handgevormd aardewerk uit de periode vroege/midden IJzertijd ter hoogte van de Gerrit van Assendelftstraat.

3103055100

Opgraving in bouwput ter hoogte van de Beyerlust door in 1991. Onder een IJzertijd-akkerlaag, die enige scherven aardewerk opleverde, werden twee veenlagen aangetroffen (uitlopers Hollandveen: 1000-600 v.Chr. en 500-300 v.Chr.).

3039699100

Op de begraafplaats van de Nederlands Hervormde Kerk zijn laatmiddeleeuwse en nieuwetijdse vondsten gedaan bij vrij oppervlakkige plantsoenwerkzaamheden (aardewerk, grafzerken, bouwmateriaal).

2917064100

Vondsten verzameld uit een bouwput aan de Deutzlaan in 1969. De vondsten betreffen vroeg- en laatmiddeleeuws aardewerk.

17 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

2.7 Verwachtingsmodel Op basis van de geo(morfo)logische gesteldheid van de bodem, de bekende archeologische waarden en de bewoningsgeschiedenis kan een verwachtingsmodel worden opgesteld voor het plangebied. Uit het onderzoek is gebleken dat het plangebied geomorfologisch gezien gelegen is in een vlakte die is ontstaan door het afgraven en egaliseren van duinen of strandwallen, behorend tot de Formatie van Naaldwijk en het Laagpakket van Zandvoort. Onder deze lagen bevinden zich getijafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer). Archeologische resten uit de Bronstijd zijn vooral te verwachten in de bovenste lagen van de strandafzettingen, aangezien hoger gelegen gebieden aantrekkelijk waren voor bewoning. In de directe omgeving van het plangebied zijn daarnaast enkele vondsten gedaan uit de IJzertijd. Vondsten in de omgeving wijzen op bewoning en sporen van akkerbouw gedurende de Bronstijd/IJzertijd. Hoewel het aantreffen van archeologische waarden uit het Neolithicum niet uitgesloten kan worden, is de verwachting hierop laag. De diepteligging van eventuele cultuurlagen kan door het voorheen glooiende duinlandschap variëren. De strandwal of het duingebied waarop het plangebied is gelegen is geëgaliseerd waardoor eventuele archeologische waarden zich mogelijk direct onder het maaiveld bevinden.

De 19 de en 20de eeuwse bebouwing zal de ondergrond tot enige diepte verstoord hebben. De wijk waarin het plangebied zich bevindt, Poelenburg, is vanaf de jaren ‘50 van de 20ste eeuw ontwikkeld. Voor die periode was het terrein onder andere in gebruik als landbouwgrond, weiland, tuin of erf, en was er nauwelijks bebouwing binnen het plangebied. Wel bevindt een deel van het kasteelterrein van kasteel Poelenburg zich binnen het plangebied. Daarnaast bevindt het plangebied zich deels binnen de historische dorpskern van Heemskerk. Binnen het plangebied kunnen dus resten uit zowel de Middeleeuwen als de Nieuwe Tijd worden verwacht, echter moet rekening worden gehouden met (relatief) recente verstoringen.

18 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

3. Samenvatting en advies In maart 2025 is in opdracht van Woonopmaat een bureauonderzoek uitgevoerd naar de archeologische waarden van het plangebied Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 117.000 m2. De opdrachtgever is voornemens binnen het plangebied de wijk te herstructureren. Momenteel vindt de sloop van de Van Lennepflat plaats. Daarnaast worden de mogelijkheden onderzocht om de 172 omliggende eengezinswoningen te slopen. Overigens zal aanzienlijk meer groen worden geïntroduceerd. Voor de sloop van de huidige flats en eengezinswoningen zal ontgraven moeten worden. Het doel van het onderhavige onderzoek was het verwerven van informatie aan de hand van bestaande bronnen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied. Uit het onderzoek is gebleken dat op basis van de geo(morfo)logische situatie en eerdere vondsten in het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor resten uit de Bronstijd en IJzertijd. De verwachting voor resten uit het Neolithicum is daarentegen laag. De verwachting voor resten uit de Middeleeuwen is hoog, aangezien het plangebied deels overlapt met de historische dorpskern en het kasteelterrein van kasteel Poelenburg. Deze verwachting geldt tevens voor de Nieuwe Tijd.

De verwachting zou echter naar beneden kunnen worden bijgesteld naar aanleiding van de (relatief) recente verstoringen. Dit moet echter getoetst worden. Op basis van de resultaten van het onderhavige bureauonderzoek wordt geadviseerd om een verkennend booronderzoek (IVO-B) uit te voeren om de intactheid van het bodemprofiel en de aan- of afwezigheid van archeologisch relevante lagen te bepalen. In de intacte delen van het plangebied is mogelijk verder archeologisch onderzoek noodzakelijk, in de vorm van proefsleuven en/of een opgraving. De locaties en oppervlaktes van eventueel vervolgonderzoek zijn afhankelijk van de locaties van de toekomstige ingrepen in de bodem. Bij het verkennend booronderzoek dient een dichtheid van 8 boringen per hectare aangehouden te worden. Dit onderzoek dient plaats te vinden in de rood aangegeven zone in afbeelding 11. Deze is bepaald op basis van de vermoedelijke locatie van kasteel Poelenburg, gebaseerd op historisch kaartmateriaal. De pilaar aangetroffen ter hoogte van de Cornelis Groenlandstraat is naar alle waarschijnlijkheid een flink stuk verplaatst ten gevolge van 19de/20ste eeuwse graafwerkzaamheden binnen het plangebied. Het kasteelterrein ligt zeer waarschijnlsijk op de locatie zoals aangegeven op de kadastrale minuutkaart. Aan het gebied ter hoogte van het Poelenburgplantsoen een hoge archeologische waarde worden toegeschreven.

Dit naar aanleiding van een proefsleuven onderzoek in 2008 (Archisnr.: 2203664100) waar destijds sleuven zijn gegraven binnen het kasteelterrein. Hier zijn sporen van de kasteeltuin gevonden, waaronder een palissade, plantgaten, een vijver, etc. Verder is de boorzone vastgesteld op basis van de grenzen van de historische dorpskern van Heemskerk. De oppervlakte van de onderzoekszone in afbeelding 11 bedraagt circa 84.000 m2 (8,4 ha).

Afbeelding 11. In rood de zone waarvoor verkennend booronderzoek wordt geadviseerd. Ook is de veronderstelde locatie van kasteel Poelenburg aangegeven.

19 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

De beslissing om bovenstaand advies al dan niet over te nemen (een selectiebesluit) dient door de bevoegde overheid, de gemeente Heemskerk, te worden genomen. Tot slot dient te worden vermeld dat, ongeacht dit advies en het selectiebesluit, er een wettelijke meldingsplicht bestaat (Omgevingswet, 2024) mochten er onverhoopt toch archeologische overblijfselen worden aangetroffen.

20 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

4. Literatuur en bronnen 4.1 Literatuur Alders, G.P., J. Roefstra, L. van den Boon, 2009. Beleidsnota Archeologie gemeente Heemskerk 2009. SCENH-rapport cultuurhistorie 129, Wormer. Baggerman, M., 2021. Archeologish bureauonderzoek De Velst III te Heemskerk, gemeente Heemskerk. Argo 292, Zaandam. Berendsen, H.J.A., 2011. De vorming van het land, Assen. Kremer, K. 2023. Archeologisch bureauonderzoek Schieland tussen 8 en 12 te Beverwijk, gemeente Beverwijk. Argo 395, Zaandam. Médard, A., 2018. Kwaliteitshandboek Archeologenbureau Argo, versie 2.1. Argo 1, Zaandam. Roo, H.C. de, 1953. De bodemgesteldheid van Noord-Kennemerland. De Bodemkartering van Nederland, deel XIV. Verslagen van landbouwkundige onderzoekingen No. 59.3, Stichting voor Bodemkartering, 'sGravenhage. SIKB, 2024. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.2. Straaten, L.M.J.U. van, 1965. Coastal barrier deposits in South- and North-Holland, in particular the areas around Scheveningen and IJmuiden. Mededelingen van de Geologische Stichting, NS 17. Vos, P.C., 1983. 'De relatie tussen de geologische ontwikkeling en de bewoningsgeschiedenis in de Assendelver polders vanaf 1000 voor Chr.' In: R.W. Brandt, G.J. van der Horst & J.J. Stolp; De Zaanstreek geologisch bekeken. Zaanstad. Zagwijn, W.H., 1971. De ontwikkeling van het "Oer-IJ" estuarium en zijn omgeving. Westerheem 20.

4.2 Internetbronnen ARCHIS3 via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/#/zaak/search Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ https://ruimtelijkeplannen.nl https://topotijdreis.nl https://omgevingswet.nl https://kasteleninnederland.nl

4.3 Afbeeldingenlijst Afbeelding 1. De locatie van het onderzoeksgebied op een uitsnede van een recente topografische kaart..4 Afbeelding 2. De locatie van het onderzoeksgebied op een uitsnede van een recente luchtfoto (bron: Landelijke Service Beeldmateriaal, 2024)......................................................................................... 5 Afbeelding 3. Het plangebied weergegeven op de bodemkaart van Nederland (Alterra, 2008)..................8 Afbeelding 4. Het plangebied weergegeven op de geomorfologische kaart van Nederland (Alterra, 2008)..8 Afbeelding 6. Ets van Kasteel Poelenburg vervaardigd door J. Schijnvoet, datering onbekend (bron: KasteleninNederland)...................................................................................................................11 Afbeelding 5. Het plangebied (rode cirkel, bij benadering) weergegeven op een uitsnede van de ‘Nieuwe kaart van 't baljuwschap van Kennemerland met de bannen van Westsaanen, Assendelft, Heemskerk, Wyk aan Duyn, Velsen, Spaarnwoude &c’ vervaardigd in 1710 door de Weduwe van Nicolaas Visscher (bron: OldMapsOnline)...........................................................................................................................11 Afbeelding 7.

Het plangebied weergeven op de kadastrale minuutkaart van de gemeente Heemskerk uit 1811-1832, sectie D blad 02 (bron: Beeldbank RCE - MIN07043D02).................................................12 Afbeelding 8. Het plangebied weergegeven op een topografische kaart uit 1955 (bron: TopoTijdreis)......12

21 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Afbeelding 9. Het plangebied weergegeven op een topografische kaart uit 1962 (bron: TopoTijdreis)......13 Afbeelding 10. AMK-terrein, historische dorpskern Heemskerk, deels gelegen binnen het plangebied (bron: RCE)..........................................................................................................................................14 Afbeelding 11. In rood de zone waarvoor verkennend booronderzoek wordt geadviseerd. Ook is de veronderstelde locatie van kasteel Poelenburg aangegeven..…………………………………………………………………....18

22 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Bijlage 1. Traject archeologische monumentenzorg: stappenplan In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijkeordeningsproces te kunnen maken. I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder).

Een bureauonderzoek bestaat uit een archief- en literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v. universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: • • • • • • •

• • • • •

aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat. Dit in verband met het bepalen van het onderzoekskader; beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens; beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch-geografische gegevens ; een korte impressie over de ontstaansgeschiedenis van het landschap ; een impressie van de bewoningsgeschiedenis; beschrijven bekende archeologische waarden ; archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE. Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische bescherming te krijgen binnen het bestemmingsplan; archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn.

Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewoningssporen uit het verleden; beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden: aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch onderzoek in aanmerking; aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart; rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces.

II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: • • •

non-destructieve methoden: geofysische methoden (elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden eventueel in combinatie met remote sensing technieken); weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); destructieve methoden: proefsleuven.

Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies. Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek. Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek. Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputten te graven.

23 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermwaardig is. Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem). Eventueel: III. Opgraven ofwel archeologisch vervolgonderzoek Indien het niet mogelijk is een ‘behoudenswaardige of beschermwaardige’ vindplaats in situ te bewaren, zal het hier aanwezige bodemarchief voor het nageslacht bewaard dienen te worden door middel van een vlakdekkend onderzoek. Alleen dan is deze stap (stap III) noodzakelijk. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort (https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2007/01/01/archeologie-en-ruimtelijkeordening).

24 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Bijlage 2. Tabel archeologische en geologische perioden

25 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Bijlage 3. Afkortingenlijst • • • • • • • • • • • • • •

• • • • • •

AMK: Archeologische Monumenten Kaart Archis: ARCheologisch Informatie Systeem: Geografisch Informatie Systeem met archeologische databank van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Bevat veelheid aan gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het onderzoeksgebied. ASB: Archeologische Standaard Boorbeschrijving. C14: Koolstof (radioactieve isotoop), gebruikt voor datering. CAA: Centraal Archeologisch Archief. CHS: Cultuurhistorische Hoofdstructuur. CIS: Centraal Informatie Systeem. CMA: Centraal Monumenten Archief. GIS: Geografische Informatie Systemen. GPS: Global Positioning System. IKAW: Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. IVO: Inventariserend Veld Onderzoek. KLIC: Kabel- en Leidingen Informatie Centrum. KNA: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Op basis van het Verdrag van Malta (Valletta) moet ook in Nederland archeologisch onderzoek aan kwaliteitscriteria voldoen. Net als bij het milieuhygiënische bodembeheer werkt de archeologische sector met een erkenningensysteem (vergunningverlening) en met een op private leest geschoeide kwaliteitsborging, de KNA maakt daar onderdeel van uit. NAP: Normaal Amsterdams Peil (=officieel peilmerk). NOAA: Nationale Onderzoeks Agenda Archeologie. PvA: Plan van Aanpak. PvE: Programma van Eisen. RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. WAMZ: Wet op de Archeologische MonumentenZorg.

26 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Bijlage 4. Ontwerptekeningen Huidige situatie

Toekomstige situatie t.o.v. de huidige situatie

27 Archeologisch bureauonderzoek Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Bijlage 5. Archis Onderzoeksmeldingen

Vondstlocaties

BIJLAGE 2 – ARCHEOLOGISCH BOORONDERZOEK

Verkennend booronderzoek (IVO-B) Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk Argo 482

ARCHEOLOGENBUREAU

ARGO

Verkennend booronderzoek (IVO-B) Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk

Opdrachtgever: Bevoegde overheid: Deskundige namens bevoegde overheid: Gemeente: Plaats: Toponiem: Onderzoeksmeldingsnummer: Coördinaten: Datum veldwerk: Veldteam: Titel: Rapportnummer: Auteur(s): Illustraties: Fotografie: Opmaak: Dataverwerking: Datum uitgave: Versienummer: Beheer en plaats projectdocumentatie: Autorisatie: ISSN: Goedkeuring door de bevoegde overheid:

WoonOpMaat Gemeente Heemskerk NMF Erfgoedadvies Heemskerk Heemskerk Schrijversbuurt 5832432001 106.749/502.776 (centrumcoördinaten) 16 t/m 18 september 2025 J.P.L. Vaars, A. Médard, J. de Munnik & P. ten Kleij Verkennend booronderzoek (IVO-B) Schrijversbuurt te Heemskerk, gemeente Heemskerk Argo 482 J. de Munnik & J.P.L. Vaars J. de Munnik (tenzij anders vermeld) J. de Munnik (tenzij anders vermeld) J. de Munnik J. de Munnik & J.P.L. Vaars Oktober 2025 versie 3 Archeologenbureau Argo te Zaandam J. Vaars (Archeologenbureau Argo) 1879-7091

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16409963/1