Bijlage 1 Verordening Rechtspostie raadsleden en commissieleden gemeente Heemskerk 2026
Tekst van het document
Verordening rechtspositie raadsen commissieleden gemeente Heemskerk 2026
D/2026/771289
*Z0D85E5C139* Z0D85E5C139
VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN
Inhoudsopgave Artikel 1 Definitiebepalingen
3
Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden
3
Artikel 3 Betaling vaste vergoedingen commissieleden
3
Artikel 4 Toelage voor werkzaamheden vaste voorzitters commissies
3
Artikel 5 Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie
4
Artikel 6 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden
4
Artikel 7 Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden en collectieve ongevallenverzekering
4
Artikel 8 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden
4
Artikel 9 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden
5
Artikel 10 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel
5
Artikel 11 Betaling en declaratie van onkosten
5
Artikel 12 Intrekking oude verordening
5
Artikel 13 Inwerkingtreding
5
Artikel 14 Citeertitel
5
Geregistreerd onder nummer D/2026/771289 Wettelijke grondslag: Gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97,98, 99 van de gemeentewet; Gelet op de artikelen 3.3.3, vijfde lid, 3.1.3 eerste lid, 3.1.4 eerste lid, 3.1.8 eerste lid, 3.1.9. eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1 eerste lid, 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;
VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN Intitulé Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Heemskerk houdende regels omtrent de rechtspositie van raads- en commissieleden (Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Heemskerk 2026)
De raad van de gemeente Heemskerk; Gelezen het advies van het presidium van 22 januari 2026 en de commissie BFE van 10 februari 2026; Gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97,98, 99 van de gemeentewet; Gelet op de artikelen 3.3.3, vijfde lid, 3.1.3 eerste lid, 3.1.4 eerste lid, 3.1.8 eerste lid, 3.1.9. eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1 eerste lid, 3.4.2 en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; Besluit vast te stellen de: Verordening rechtspositie raadsleden en commissieleden Heemskerk 2026
Algemene bepalingen Ten aanzien van het gebruik van de in deze verordening neergelegde voorzieningen gelden de integriteitregels zoals deze zijn opgenomen in de ‘Gedragscode integriteit raadsleden Heemskerk 2017’ zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 30 november 2017.
Artikel 1 Definitiebepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: A. Commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; B. Commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd; C. Griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; D. Raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden De vergoeding voor de werkzaamheden per maand is afhankelijk van de inwonersklasse van de gemeente en wordt vastgesteld aan de hand van de tabel zoals opgenomen in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Artikel 3 Betaling vaste vergoedingen commissieleden Tenzij het rechtspositiebesluit decentrale ambtsdragers of de rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, als bedoeld in artikel 3.4.1. van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.
Artikel 4 Toelage voor werkzaamheden vaste voorzitters commissies Een raadslid dat vaste voorzitter is van commissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet wordt, ten laste van de gemeente, een toelage toegekend van maximum het bedrag, genoemd in artikel 3.1.4., eerste lid, per maand voor de duur van de activiteiten van de commissies.
3
VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN Artikel 5 Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1. Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet ontvangt een maandelijkse toelage zolang de commissie actief is. De toelage is per jaar maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers ontvangt een maandelijkse toelage zoals genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. 3. Een raadslid dat voorzitter is van een commissie als bedoeld in artikel 3.1.4a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ontvangt een maandelijkse toelage zoals genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, zolang de commissie actief is. Artikel 6 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden 1. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b.
bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten. 2. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. 4. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen gemaakt voor de uitoefening van de functie worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel 7 Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden en collectieve ongevallenverzekering 1. Een raadslid, dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7b van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, wordt jaarlijks een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.9, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. 2.
Een raadslid neemt deel aan de collectieve ongevallenverzekering van de gemeente die voorziet in een 24-uur dekking (met inbegrip van gebeurtenissen in de privésfeer) voor overlijden en blijvend letsel. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet. Artikel 8 Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie, als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, kan een beroep doen op het scholingsbudget als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Verordening raadsondersteuning 2019.
4
VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN Artikel 9 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1. Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 2. Het raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen na schoning is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer. Artikel 10 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2.
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel 11 Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur of b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier en beoordeeld door de griffier. 4.
Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel 12 Intrekking oude verordening De oude Verordening rechtspositie raads- en commissieleden zoals vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Heemskerk van 30 november 2019 wordt ingetrokken. Artikel 13 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2026. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Heemskerk 2026
5
VERORDENING RECHTSPOSITIE RAADS- EN COMMISSIELEDEN Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Heemskerk in zijn openbare vergadering van 5 maart 2026 de raad voornoemd, de plv. griffier,
de voorzitter,
A.H.J.J. Luijten M.J. Oostveen
6