Bijlage 1. Resultaten woonwensen 55+ def
Tekst van het document
Resultaten Enquête Woonwensen 55+
Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................. 3 Een 55-plusser in Heemskerk .......................................................................................................... 3 De resultaten: .................................................................................................................................... 3 Q1 “wat is uw leeftijd?” ................................................................................................................... 4 Q2 “woont u in Heemskerk?” .......................................................................................................... 5 Q3 “Als u ergens anders wilt wonen: waar en waarom?” ................................................................... 6 Q4 “hoe woont u nu?” ..................................................................................................................... 8 Q5 “Hoeveel personen wonen in uw huishouden?”........................................................................... 9 Q6 “Is uw huidige woning een nul treden woning?” ......................................................................... 10 Q7 “Heeft u moeite met traplopen of andere mobiliteitsbeperkingen?” ...........................................
10 Q8 “Zou u willen verhuizen naar een andere woning die beter bij uw wensen past?” ......................... 11 Q9 “Wat zijn voor u de belangrijkste redenen om te verhuizen?” ...................................................... 12 Q10 “Als u zou willen verhuizen, welke woonvorm past dan het beste bij u?” ................................... 13 Q11 “Staat u ingeschreven bij platform Mijn Woonservice?” ........................................................... 14 Q12 “Hoeveel kamers heeft u minimaal nodig?” ............................................................................. 15 Q13 “moet uw woning gelijkvloers zijn?” ........................................................................................ 16 Q14 “Moet uw woning op de begane grond zijn?” ............................................................................ 17 Q15 toelichting op Q14 ................................................................................................................. 17 Q16 “waar let u vooral op als u op zoek gaat naar een woning?” ...................................................... 18 Q17 “In welke omgeving woont u het liefst?” .................................................................................. 19 Q18 “Heeft u zorg of ondersteuning nodig?” ...................................................................................
20 Q19 “zou u het goed vinden om te wonen in een gebouw met mensen van verschillende leeftijden en achtergronden?” .......................................................................................................................... 21 Q20 “Zou u het goed vinden om ruimtes te delen met andere bewoners?” ....................................... 22 Q21 “Welke voorzieningen zou u willen delen?”.............................................................................. 23 Q22 “Hoe belangrijk is het voor u om in een woonomgeving te wonen waar u gemakkelijk sociale contacten kunt houden?”.............................................................................................................. 24 Q23 “Zou u willen wonen in een wooncomplex waar bewoners afspraken maken over onderlinge hulp?” .......................................................................................................................................... 25 Q24 opmerkingen, wensen over wonen en creatieve ideeën ............................................................ 26 Conclusie ........................................................................................................................................ 29 Evaluatie en aandachtspunten bij de enquête ....................................................................................
30 Uitval: ...................................................................................................................................... 30 Open vervolgvragen: ................................................................................................................. 30 Meerdere antwoorden: .............................................................................................................. 30 Formulering Q19: ...................................................................................................................... 30 Representativiteit ..................................................................................................................... 31
2
Inleiding In het kader van het verkrijgen van inzicht in de woonsituatie en woonwensen van 55-plussers is in april 2026 de enquête 55+ Wonen uitgevoerd. De enquête heeft 274 inwoners bereikt, waarvan 208 respondenten deze volledig hebben ingevuld. De enquête geeft een overzicht van de resultaten van de enquête 55+ Wonen onder inwoners van Heemskerk en omgeving. De enquête biedt inzicht in de huidige woonsituatie van 55-plussers in de gemeente Heemskerk; verhuisbereidheid, woonwensen, behoefte aan zorg en ondersteuning, en opvattingen over samen wonen en voorzieningen delen. De resultaten laten zien hoe de doelgroep nu woont, welke knelpunten zij ervaren en onder welke voorwaarden zij bereid zijn te verhuizen. Daarnaast geven de antwoorden op de open vragen aanvullende inzichten in de zorgen, verwachtingen en ideeën rondom woningbouw, doorstroming en toekomstbestendig wonen. De uitkomsten vormen daarmee een feitelijke basis voor verdere analyse en beleidsmatige afwegingen op het gebied van wonen voor ouderen in Heemskerk.
Een 55-plusser in Heemskerk Op basis van de meest voorkomende antwoorden uit de enquête is het onderstaande profiel opgesteld. Het betreft een samengesteld beeld van een ‘55-plusser in Heemskerk”. Dit profiel helpt om de belangrijkste woonwensen en kenmerken van de doelgroep inzichtelijk te maken.
3
De resultaten: Q1 “wat is uw leeftijd?” De eerste vraag van de enquête “wat is uw leeftijd?” is ingevuld door 274 respondenten. Het grootste deel van de respondenten valt in de leeftijdscategorieën 55–64 jaar en 65–74 jaar. De leeftijdsgroep 75–84 jaar is duidelijk kleiner vertegenwoordigd. Slechts een beperkt aantal respondenten is jonger dan 55 jaar of 85 jaar en ouder. De resultaten laten zien dat de enquête met name is ingevuld door jongere en middelste leeftijdsgroepen binnen de 55-plus doelgroep, die zich mogelijk al oriënteren op hun toekomstige woonsituatie. Tegelijkertijd kan worden opgemerkt dat de groep 75-plussers, die vanwege leeftijd mogelijk vaker te maken krijgt met afgenomen mobiliteit en toenemende zorgbehoefte, relatief minder vertegenwoordigd is. Juist deze groep zou mogelijk meer urgentie kunnen ervaren om toekomstbestendig te verhuizen, bijvoorbeeld naar een gelijkvloerse of toegankelijke woning. Dit betekent dat de bereidheid tot verhuizen binnen de oudste leeftijdsgroep in de praktijk mogelijk groter is dan op basis van deze enquête zichtbaar wordt.
4
Q2 “woont u in Heemskerk?” Q2 “Woont u in Heemskerk?” is door 274 respondenten beantwoord. Het merendeel van de respondenten geeft aan in Heemskerk te wonen en hier graag blijven wonen. Daarnaast is er een kleinere groep respondenten die in Heemskerk woont maar aangeeft te willen verhuizen. Een beperkt aantal respondenten woont niet in Heemskerk, maar heeft de enquête wel ingevuld. Deze respondenten gaven aan uit de volgende plaatsen te komen: Beverwijk (15x), Broekpolder(2x), Heiloo(1x), Assendelft(1x), Amstelveen(1x), Castricum(1x).
5
Q3 “Als u ergens anders wilt wonen: waar en waarom?” Als vervolgvraag op de respondenten die ingevuld hadden in Heemskerk te wonen maar te willen verhuizen luidde 3: “Als u ergens anders wilt wonen: waar en waarom?” en kon worden overgeslagen indien niet van toepassing. Deze vraag is ingevuld door 48 respondenten. Na en bij deze open vervolgvraag is sprake van verdere uitval in de enquête, wat verklaarbaar is doordat de vraag alleen relevant was voor een specifieke groep respondenten en een open toelichting vroeg. De vraag was gericht op mensen die aangaven buiten Heemskerk te willen verhuizen, voor veel respondenten was dit onduidelijk. De meeste respondenten hebben locaties aangeven binnen Heemskerk of hebben alleen aangegeven wat voor woning kenmerken zij zouden willen. De antwoorden bij deze vraag geven inzicht in de herkomst en woonvoorkeuren van respondenten die verhuizen overwegen. Respondenten geven het volgende aan: Heemskerk: -
-
Heemskerk (3x) We willen wel in Heemskerk blijven wonen maar van onze eengezinswoning naar een betaalbaar appartement. Westerheem Graag in Heemskerk, dichtbij winkels Afhankelijk van de aangeboden senioren huurwoningen overwegen wij wel of niet in Heemskerk te blijven Heemskerk is een prima gemeente Heemskerk, geboren en getogen tot 2021. (Nu Heiloo) Ik wil graag in Heemskerk wonen omdat ik het een prachtig en gezellig dorp vind. De markt, het gezellige centrum en de leuke horeca. Dicht bij de duinen en het strand, Heemskerk heeft het allemaal. Goede voorzieningen voor ouderen, fantastisch om daar te wonen. In Heemskerk en dan kleiner Heemskerk, groene gemeente Heemskerk voelt dorpser dan Beverwijk. Eerder zo’n 40 jaar in Heemskerk gewoond Ik woon op de rand van Heemskerk Overlast AZC Dichtbij dorp Centrum-appartement Ik wil graag een seniorenwoning naast Westerheem. Last van de bovenburen al 10 jaar Woongelegenheid voor ouderen Centrum leeftijd en lift Huis is te groot voor mij alleen In het dorp, op loopafstand van alle voorzieningen
Regio; maximaal 20 km afstand van Heemskerk: -
Naburige gemeenten, afhankelijk van mogelijkheden Wil ik altijd overwegen, liefst in de buurt blijven of 15 km er vandaan Een seniorenwoning in de regio. Zorgelozer wonen. Beverwijk omdat mijn kinderen daar wonen Castricum. Omdat het veel nettere inwoners heeft. Niet te ver van Heemskerk, max 20 km
Meer dan 20+ km binnen Nederland: -
Zuiden van het land. Meer ruimte en rust. Utrecht, overdekt winkelcentrum & OV, bereikbaarheid ziekenhuis. Buiten de randstad 6
-
Ja, Misschien Drenthe Zou graag ergens op de Veluwe willen wonen op een vakantiepark
Buitenland: -
Frankrijk, Spanje, Portugal. Ik vind Nederland best wel negatief worden. Omdat Heemskerk te veel veranderd, willen graag naar Duitsland
Geen locatie aangegeven: -
Wij zouden graag gelijkvloers willen wonen. Dat is voor ons hier onbetaalbaar. Daarvoor zouden we elders in Nederland moeten kijken. Ergens waar betaalbare appartementen zijn Naar een rustige en groene omgeving Huur te hoog Levensbestendig appartement met 2 slaapkamers nodig In een gelijkvloerse woning klein met een tuintje, koopwoning Wij willen graag naar een levensloopbestendige woning. Slaapkamer beneden. Een appartement met lift Grote huurwoning vrije sector, wil kleiner, goedkoper en gelijkvloers Kleiner huis, gelijkvloers en minder grote tuin. Graag appartement of gelijkvloerse woning In een seniorenwoning met schuurtje bij woning. En waar mijn vrouw haar fiets in kan. En mijn driewielers. Dat ik er wel makkelijk bij kan
7
Q4 “hoe woont u nu?” Q4 “Hoe woont u nu?” is beantwoord door 213 respondenten. Uit de resultaten blijkt dat het grootste deel van de respondenten momenteel woont in een koopwoning (eengezinswoning). Deze woonvorm is duidelijk vaker genoemd dan alle andere antwoordcategorieën. Daarnaast woont een aanzienlijk deel van de respondenten in een huurwoning van een woningcorporatie. Andere woonvormen, zoals koopappartementen, huurappartementen en particuliere huurwoningen, worden aanmerkelijk minder vaak genoemd. Slechts een zeer klein aantal respondenten woont in een aanleunwoning of heeft gekozen voor de categorie ‘anders’. De resultaten laten zien dat de huidige woonsituatie van veel respondenten wordt gekenmerkt door het wonen in relatief ruime, grondgebonden koopwoningen, wat aansluit bij latere antwoorden in de enquête waarin respondenten aangeven dat hun woning vaak als te groot wordt ervaren en dat er behoefte bestaat aan kleinere en beter passende woonvormen.
8
Q5 “Hoeveel personen wonen in uw huishouden?” Q5 “hoeveel personen wonen in uw huishouden? Inclusief uzelf” geeft de huidige huishoud samenstelling van 214 respondenten weer. De huidige huishoudsamenstelling laat zien dat het merendeel van de respondenten een huishouden van 2 personen kent. In totaal gaat het om 137 huishoudens bestaande uit twee personen. Daarnaast wonen 41 respondenten alleen. Huishoudens met drie personen komen minder vaak voor (23), gevolgd door huishoudens met vier personen (12). Slechts één respondent geeft aan met vijf personen in één huishouden te wonen. Deze verdeling laat zien dat de doelgroep voornamelijk bestaat uit een- en tweepersoonshuishoudens, wat relevant is bij het nadenken over passende woningtypen en woninggrootte.
huishoud samenstelling 5 pers 4 pers 3 pers 2 pers 1 pers 0
50
100
Kolom1
Kolom2
1 pers 2 pers 3 pers 4 pers 5 pers
41 137 23 12 1
150
9
Q6 “Is uw huidige woning een nul treden woning?” Q6 over de nul tredenwoning is beantwoord door 212 respondenten. Uit de resultaten blijkt dat het grootste deel van de respondenten aangeeft dat de huidige woning géén nul tredenwoning is. Een duidelijk kleinere groep woont wel in een woning zonder drempels en trappen. Dit betekent dat voor veel respondenten de huidige woning mogelijk minder geschikt is naarmate de mobiliteit afneemt, wat aansluit bij eerdere antwoorden over mobiliteitsbeperkingen en de wens om gelijkvloers te wonen.
Q7 “Heeft u moeite met traplopen of andere mobiliteitsbeperkingen?” Q7 “heeft u moeite met traplopen of andere mobiliteitsbeperkingen” is beantwoord door 213 respondenten. Uit de resultaten blijkt dat een aanzienlijk deel van de respondenten aangeeft moeite te hebben met traplopen of andere mobiliteitsbeperkingen te ervaren. Tegelijkertijd geeft een grotere groep aan hierover geen problemen te hebben. Dit laat zien dat mobiliteitsbeperkingen bij een relevante groep al aanwezig zijn, maar dat er ook veel respondenten zijn die hier (nog) geen hinder van ondervinden. De uitkomsten benadrukken dat de behoefte aan toegankelijke en toekomstbestendige woningen voor een deel van de doelgroep al actueel is en voor een bredere groep op termijn van belang kan worden.
10
Q8 “Zou u willen verhuizen naar een andere woning die beter bij uw wensen past?” Q8 “Zou u willen verhuizen naar een andere (kleinere) woning die beter bij uw wensen past?” is beantwoord door 213 respondenten. De antwoorden laten zien dat een groot deel van de respondenten openstaat voor verhuizen, zij het op verschillende momenten. Ongeveer 14% van de respondenten geeft aan binnen twee jaar te willen verhuizen. Daarnaast wil circa 20% binnen vijf jaar verhuizen. De grootste groep respondenten die een verhuiswens uitspreekt, geeft aan dit op langere termijn te willen doen; dit betreft ongeveer 29% van de respondenten. Wanneer deze drie antwoordcategorieën worden samengenomen, blijkt dat ongeveer 63% van de respondenten aangeeft ja te willen verhuizen naar een andere, beter passende woning, nu of in de toekomst. Daartegenover geeft ongeveer 19% aan in de huidige woning te willen blijven wonen, terwijl circa 8% liever de huidige woning wil aanpassen, bijvoorbeeld door het plaatsen van een traplift. Ongeveer 11% van de respondenten weet het op dit moment nog niet. De resultaten maken duidelijk dat er een brede bereidheid bestaat onder respondenten om op termijn te verhuizen naar een kleinere of beter passende woning, waarbij de verhuiswens vaker middellange of lange termijn betreft dan een directe verhuisbeweging.
11
Q9 “Wat zijn voor u de belangrijkste redenen om te verhuizen?” Q9 “Wat zijn voor u de belangrijkste redenen om te verhuizen?” is beantwoord door 191 respondenten. Omdat meerdere antwoorden konden worden gegeven, tellen de percentages niet op tot 100%. De meest genoemde reden om te willen verhuizen is dat de huidige woning te groot is. Ongeveer 50% van de respondenten heeft deze reden genoemd. Daarnaast geeft circa 35% aan dat de woning te veel onderhoud vraagt. Ook het ontbreken van een lift of traplift wordt door een aanzienlijk deel van de respondenten genoemd, dit betreft ongeveer 23%. Verder geeft ongeveer 18% van de respondenten aan te willen verhuizen vanwege een behoefte aan zorg of ondersteuning dichtbij. De behoefte aan meer sociale contacten wordt door circa 10% genoemd, terwijl financiële redenen door ongeveer 9% van de respondenten zijn aangekruist. Daarnaast heeft een deel van de respondenten gebruikgemaakt van de categorie ‘anders, namelijk’, wat wijst op aanvullende en uiteenlopende motieven. De resultaten laten zien dat verhuiswensen vaak samenhangen met de omvang en onderhoudslast van de woning, aangevuld met toenemende behoefte aan toegankelijkheid en zorgnabijheid.
12
Q10 “Als u zou willen verhuizen, welke woonvorm past dan het beste bij u?” Q10 “Als u zou verhuizen, welke woonvorm past dan het beste bij u?” is beantwoord door 202 respondenten. De resultaten laten zien dat met name seniorenwoningen als passende woonvorm worden genoemd. De meeste respondenten geven aan dat een huur seniorenwoning het beste bij hen zou passen. Daarnaast wordt ook een koop seniorenwoning door een groot deel van de respondenten genoemd. Een aanzienlijk aandeel van de respondenten kiest voor geclusterd wonen, bijvoorbeeld in de vorm van een hofje of een woonvorm met gemeenschappelijke voorzieningen. Andere woonvormen, zoals een aanleunwoning (zelfstandig wonen met zorg dichtbij), worden minder vaak genoemd. Slechts een klein aantal respondenten ziet een huurwoning bij een woonzorgcentrum, een woongroep voor ouderen of een verpleeghuis als een passende optie. Daarnaast heeft een deel van de respondenten gebruikgemaakt van de categorie ‘anders, namelijk’, wat wijst op aanvullende of meer specifieke woonwensen. Binnen deze categorie geven respondenten onder andere aan het nog niet te weten, of beschrijven zij een voorkeur voor bijvoorbeeld een levensloopbestendige woning, patiowoning, appartement, kleinere koopwoning, bungalow, rolstoeltoegankelijke woning of een grote vrijstaande woning.
Enkele respondenten geven aan dat meerdere van de genoemde woonvormen bij deze vraag voor hen passend zouden zijn. De resultaten laten zien dat de voorkeur van respondenten vooral uitgaat naar zelfstandig wonen in een seniorenwoning, met in sommige gevallen interesse in een meer gemeenschappelijke woonvorm, terwijl zware zorgvormen slechts door een beperkte groep worden genoemd.
13
Q11 “Staat u ingeschreven bij platform Mijn Woonservice?” Q11 “Staat u ingeschreven bij platform Mijn Woonservice?” is beantwoord door 208 respondenten. De resultaten laten zien dat een deel van de respondenten staat ingeschreven bij Mijn Woonservice en ook actief reageert op woningaanbiedingen. Daarnaast is er een groep respondenten die wel ingeschreven staat, maar niet actief reageert. Het grootste deel van de respondenten geeft echter aan niet ingeschreven te staan bij Mijn Woonservice. Deze uitkomst wijst erop dat een aanzienlijke groep 55-plussers (nog) geen gebruikmaakt van het reguliere toewijzingssysteem voor sociale huurwoningen, ook al bestaat er bij een deel wel een verhuiswens. Ter toelichting is het van belang te vermelden dat ook huishoudens die momenteel een koopwoning bezitten, in aanmerking kunnen komen voor een sociale huurwoning. Bij de toewijzing wordt namelijk uitsluitend gekeken naar de inkomensverklaring van de Belastingdienst, en niet naar het huidige woningbezit. De maximale inkomensgrenzen liggen hierbij doorgaans rond € 51.537 voor een eenpersoonshuishouden en € 56.910 voor een meerpersoonshuishouden. Dit betekent dat inschrijving bij Mijn Woonservice ook relevant kan zijn voor ouderen in een koopwoning die overwegen door te stromen naar een sociale huurwoning.
14
Q12 “Hoeveel kamers heeft u minimaal nodig?” Q12 “Hoeveel kamers heeft u minimaal nodig? (Inclusief woonkamer en slaapkamer)” is beantwoord door 206 respondenten. Uit de resultaten blijkt dat het overgrote deel van de respondenten aangeeft minimaal drie kamers nodig te hebben. Deze antwoordcategorie wordt duidelijk het meest genoemd. Een kleinere groep respondenten geeft aan te kunnen volstaan met 1 tot 2 kamers. Daarnaast is er ook een relevante groep die aangeeft vier kamers of meer nodig te hebben. De resultaten laten zien dat, ondanks de wens om kleiner te wonen, veel respondenten behoefte houden aan meerdere ruimtes, bijvoorbeeld voor een extra slaapkamer, logeerkamer, hobbyruimte of mantelzorg. Dit benadrukt het belang van het realiseren van kleinere, maar functionele woningen met voldoende kamers voor de doelgroep.
15
Q13 “moet uw woning gelijkvloers zijn?” Q13 “Moet uw woning gelijkvloers zijn?” is beantwoord door 205 respondenten. Uit de resultaten blijkt dat het overgrote deel van de respondenten aangeeft dat een woning gelijkvloers moet zijn. Deze antwoordcategorie wordt veruit het meest gekozen. Een kleinere groep respondenten geeft aan dat een gelijkvloerse woning niet noodzakelijk is, terwijl een beperkte groep aangeeft geen voorkeur te hebben. De uitkomsten laten zien dat gelijkvloers wonen voor een zeer groot deel van de doelgroep een belangrijke randvoorwaarde is. Dit sluit aan bij eerdere antwoorden over mobiliteitsbeperkingen en de wens om toekomstbestendig te wonen en benadrukt het belang van woningen zonder trappen of met alle essentiële functies op één woonlaag.
16
Q14 “Moet uw woning op de begane grond zijn?” Q14 “Moet uw woning op de begane grond zijn?” is beantwoord door 206 respondenten. Uit de resultaten blijkt dat een deel van de respondenten aangeeft dat wonen op de begane grond wenselijk of noodzakelijk is. Tegelijkertijd geeft een aanzienlijke groep aan dat dit geen vereiste is, terwijl ook een relatief grote groep respondenten geen specifieke voorkeur heeft. De uitkomsten laten zien dat, hoewel gelijkvloers wonen voor veel respondenten belangrijk is (zoals blijkt uit de vorige vraag), dit niet automatisch betekent dat de woning per se op de begane grond hoeft te liggen. Voor een deel van de respondenten kan een woning op een hogere etage met bijvoorbeeld een lift eveneens passend zijn. Dit biedt ruimte voor verschillende woonoplossingen binnen het aanbod van gelijkvloerse woningen.
Q15 toelichting op Q14 Bij Q15 werd er een toelichting om Q14 gevraagd. Uit de toelichtingen bij Q15 blijkt dat buitenruimte voor de meeste respondenten een zwaarwegend onderdeel van de woonwens is. Daarbij geven veel respondenten expliciet aan dat een eigen tuin voor hen belangrijk of zelfs noodzakelijk is. De tuin wordt genoemd in relatie tot leef comfort, uitnodigen van mensen, dagelijks gebruik, huisdieren en het gemakkelijk naar buiten kunnen gaan. Voor een deel van de respondenten is een ruim balkon een acceptabel alternatief voor een tuin, mits deze voldoende groot is en praktisch kan worden gebruikt. Deze groep ziet een balkon vooral als passend wanneer een tuin niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij een appartement, maar wil daarbij niet inleveren op kwaliteit of bruikbaarheid van de buitenruimte. Naast buitenruimte speelt toegankelijkheid een belangrijke rol. Veel respondenten geven aan behoefte te hebben aan een gelijkvloerse woning of een woning met slaapkamer en badkamer op de begane grond. Daarbij wordt regelmatig genoemd dat aangepaste of levensloopbestendige woningen schaars zijn, waardoor men soms genoodzaakt is de huidige woning aan te passen. Wat betreft het wonen op hoogte verschillen de meningen. Sommige respondenten zouden vanwege het uitzicht of veiligheid graag op een hogere etage willen wonen.
Andere vinden een hogere etage acceptabel, mits er een lift aanwezig is. Een aantal respondenten geven aan juist niet afhankelijk willen zijn van een lift vanwege angst, storingen of praktische bezwaren. Samenvattend laten de toelichtingen zien dat buitenruimte, met name een tuin, voor het merendeel van de respondenten een essentiële woonvoorwaarde is, terwijl een ruim balkon voor een groep als volwaardig alternatief wordt gezien, in combinatie met een toegankelijke en toekomstbestendige woning. 17
Q16 “waar let u vooral op als u op zoek gaat naar een woning?” Q16 “Waar let u vooral op als u op zoek gaat naar een woning?” is beantwoord door 207 respondenten, waarbij maximaal vier antwoordopties konden worden geselecteerd. De resultaten laten zien dat locatie het meest genoemde aandachtspunt is bij de zoektocht naar een woning. Daarnaast worden dichtbij voorzieningen, zoals winkels, huisarts en openbaar vervoer, en prijs ook zeer vaak genoemd. Verder blijkt dat buitenruimte (balkon, terras of tuin) en de grootte van de woning voor een groot deel van de respondenten belangrijke overwegingen zijn. Ook het aspect nul tredenwoning (geen trappen of drempels) wordt relatief vaak aangekruist, wat aansluit bij de eerder geuite wensen rondom toegankelijk en gelijkvloers wonen. Andere factoren, zoals duurzaamheid (bijvoorbeeld goede isolatie of zonnepanelen), veiligheid in de buurt, en de mogelijkheid om huisdieren te houden, worden eveneens genoemd, maar minder vaak. Aspecten zoals openbaar vervoer en ruimte voor mantelzorg of een logeerkamer spelen voor een kleinere groep een rol. De resultaten laten zien dat respondenten bij het zoeken naar een woning vooral waarde hechten aan een goede ligging, betaalbaarheid en nabijheid van voorzieningen, in combinatie met voldoende buitenruimte en een woning die past bij hun (toekomstige) fysieke mogelijkheden.
18
Q17 “In welke omgeving woont u het liefst?” Q17 “In welke omgeving woont u het liefst?” is beantwoord door 206 respondenten, waarbij maximaal drie antwoordopties konden worden geselecteerd. De resultaten laten zien dat veel respondenten een duidelijke voorkeur hebben voor wonen in het centrum en bij een park. Ook wonen in een woonwijk en aan het water wordt door een aanzienlijk deel van de respondenten als prettig ervaren. Een kleinere groep respondenten heeft gebruikgemaakt van de categorie ‘anders, namelijk’. In deze open toelichtingen worden aanvullende en meer specifieke wensen ten aanzien van de woonomgeving genoemd. Respondenten geven onder andere aan belang te hechten aan een groot balkon of terras met uitzicht, de mogelijkheid om een scootmobiel of rolstoel binnen de woning te kunnen plaatsen, en voldoende parkeergelegenheid of de aanwezigheid van een garage of garagebox. Daarnaast worden ook sociale en omgevingsfactoren genoemd, zoals de wens om dicht bij kinderen te wonen, de kwaliteit van de woonomgeving, en de mogelijkheid om zorg of ondersteuning in de nabijheid te hebben. Tot slot geven enkele respondenten expliciet aan belang te hechten aan een woonomgeving zonder overlast, waarbij onder andere wordt genoemd dat men liever geen AZC in de directe omgeving van de woning ziet.
De resultaten laten zien dat de gewenste woonomgeving voor respondenten niet alleen wordt bepaald door de ligging (centrum, wijk of groen), maar ook door praktische, sociale en veiligheid gerelateerde aspecten die bijdragen aan een prettig en toekomstbestendig woonklimaat.
19
Q18 “Heeft u zorg of ondersteuning nodig?” Q18 “Heeft u zorg of ondersteuning nodig?” is beantwoord door 208 respondenten, waarbij meerdere antwoorden mogelijk waren. De resultaten laten zien dat het grootste deel van de respondenten aangeeft op dit moment geen zorg nodig te hebben. Dit suggereert dat veel respondenten zich momenteel nog zelfstandig redden. Daarnaast geeft een deel van de respondenten aan gebruik te maken van mantelzorg, bijvoorbeeld van familie of vrienden. Een kleinere groep ontvangt thuiszorg. Ook wordt door een relevante groep aangegeven dat het belangrijk is om dichtbij zorg te wonen, ook wanneer er op dit moment nog geen concrete zorgvraag bestaat. Dit wijst op een duidelijke behoefte aan toekomstbestendigheid en nabijheid van ondersteuning. Onder de categorie ‘anders, namelijk’ zijn aanvullende toelichtingen gegeven, die vooral betrekking hebben op informele of preventieve zorgbehoeften, zoals: •
Zorgmogelijkheden in de buurt,
•
Nabijheid van kinderen of familie,
•
Het kunnen wonen in een omgeving waar ondersteuning eenvoudig kan worden georganiseerd wanneer dat nodig wordt.
De resultaten laten zien dat de meerderheid van de respondenten (nog) geen zorg ontvangt, maar dat zorgnabijheid en ondersteuning op termijn voor een deel van de doelgroep wel degelijk een belangrijk aandachtspunt is bij het nadenken over toekomstige woonvormen.
20
Q19 “zou u het goed vinden om te wonen in een gebouw met mensen van verschillende leeftijden en achtergronden?” Q19 “Zou u het goed vinden om te wonen in een gebouw met mensen van verschillende leeftijden en achtergronden?” is beantwoord door 207 respondenten. De resultaten laten zien dat een deel van de respondenten hier positief tegenover staat. Daarnaast geeft een aanzienlijk deel aan twijfel te hebben en kiest voor het antwoord “misschien”. Ook is er een groep respondenten die aangeeft dit niet te zien zitten. Een kleinere groep geeft aan het niet te weten. De spreiding van de antwoorden laat zien dat de meningen over gemengd wonen uiteenlopen en dat er geen eenduidige voorkeur is binnen de doelgroep. Dit wijst erop dat wonen met mensen van verschillende leeftijden en achtergronden voor sommigen aantrekkelijk is, terwijl anderen hier terughoudender tegenover staan of hier nog geen duidelijk standpunt over hebben ingenomen. In de evaluatie van deze enquête onderaan deze rapportage wordt nader ingegaan op de vraagstelling van deze vraag, waarbij wordt aangegeven dat de formulering als te algemeen is ervaren en daardoor beperkt inzicht geeft in de specifieke voorkeuren van respondenten.
21
Q20 “Zou u het goed vinden om ruimtes te delen met andere bewoners?” Q20 “Zou u het goed vinden om ruimtes te delen met andere bewoners?”, (zoals een tuin of gemeenschappelijke koffie-/theeruimte) is beantwoord door 210 respondenten. De resultaten laten zien dat een deel van de respondenten openstaat voor het delen van ruimtes. Daarnaast geeft een aanzienlijke groep aan dit alleen acceptabel te vinden wanneer er duidelijke afspraken zijn over gebruik en onderhoud. Tegelijkertijd is er ook een grotere groep respondenten die aangeeft liever volledig zelfstandig te wonen en geen behoefte te hebben aan gedeelde ruimtes. Een kleinere groep kiest voor het antwoord misschien, wat duidt op twijfel of afhankelijkheid van de concrete invulling van gedeelde voorzieningen. De spreiding van de antwoorden laat zien dat de houding ten opzichte van het delen van ruimtes sterk uiteenloopt binnen de doelgroep. Voor sommige respondenten kan gedeeld gebruik bijdragen aan contact en praktische voordelen, terwijl anderen hier geen behoefte aan hebben of dit zelfs nadrukkelijk willen vermijden.
22
Q21 “Welke voorzieningen zou u willen delen?” Q21 “Welke voorzieningen zou u willen delen?” is beantwoord door 200 respondenten, waarbij meerdere antwoorden mogelijk waren. De resultaten laten zien dat de gemeenschappelijke tuin veruit het meest genoemd wordt als gedeelde voorziening. Daarnaast geeft een aanzienlijk deel van de respondenten aan geen voorzieningen te willen delen, wat erop wijst dat zelfstandig wonen voor deze groep belangrijk blijft. Verder worden ook een berging of garage en een werkruimte door een deel van de respondenten genoemd. Gedeeld vervoer, zoals een auto of fiets, wordt in beperktere mate genoemd. Het delen van een keuken of woonkamer komt slechts zelden voor in de antwoorden. Een kleine groep respondenten heeft gebruikgemaakt van de categorie ‘andere voorzieningen die u belangrijk vindt’. In deze toelichtingen wordt met name het belang van een sociale ontmoetingsplek genoemd. Respondenten geven aan behoefte te hebben aan een gedeelde ruimte voor eten, activiteiten of het ontvangen van gasten. Daarnaast benoemt een respondent dat het waardevol is wanneer bewoners elkaar onderling kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door het uitwisselen van vaardigheden, zoals hulp bij administratieve zaken of praktische klussen in huis.
23
Q22 “Hoe belangrijk is het voor u om in een woonomgeving te wonen waar u gemakkelijk sociale contacten kunt houden?” Q22 “Hoe belangrijk is het voor u om in een woonomgeving te wonen waar u gemakkelijk sociale contacten kunt onderhouden?” is beantwoord door 209 respondenten. De resultaten laten zien dat voor het grootste deel van de respondenten het onderhouden van sociale contacten belangrijk tot heel belangrijk is. Daarnaast geeft een deel van de respondenten een neutrale houding aan ten opzichte van dit onderwerp. Slechts een kleine groep geeft aan dat het niet belangrijk is om in een woonomgeving te wonen waar sociale contacten gemakkelijk kunnen worden onderhouden. De uitkomsten laten zien dat sociale verbondenheid en de mogelijkheid tot contact met anderen voor een groot deel van de doelgroep een belangrijke rol speelt bij het wonen, al verschilt de mate waarin dit als essentieel wordt ervaren.
24
Q23 “Zou u willen wonen in een wooncomplex waar bewoners afspraken maken over onderlinge hulp?” Q23 “Zou u willen wonen in een wooncomplex waar bewoners afspraken maken over onderlinge hulp?” is beantwoord door 208 respondenten. De resultaten laten zien dat een groot deel van de respondenten hier positief tegenover staat, mits deelname niet verplicht is. Deze antwoordcategorie wordt het meest gekozen. Daarnaast geeft een deel van de respondenten aan wel bereid te zijn om in een wooncomplex met onderlinge hulp te wonen, terwijl een andere groep aangeeft hier geen behoefte aan te hebben. De uitkomsten laten zien dat onderlinge hulp voor veel respondenten aantrekkelijk kan zijn, maar vooral op basis van vrijwilligheid. Dit wijst erop dat bewoners openstaan voor wederzijdse ondersteuning, zolang zij zelf kunnen bepalen in hoeverre zij hieraan deelnemen.
25
Q24 opmerkingen, wensen over wonen en creatieve ideeën In de laatste vraag van de enquête was er ruimte voor opmerkingen, wensen over wonen en andere creatieve ideeën. Bij de open antwoorden van Q24 geven respondenten vooral aan dat betaalbaarheid, doorstroming, toekomstbestendig wonen, ruimte (binnen en buiten) en tijdig bouwen voor ouderen en doorstromers belangrijke aandachtspunten zijn. Daarnaast worden veel concrete suggesties gedaan voor woonvormen (zoals Knarrenhof, levensloopbestendige woningen en patiowoningen), kritiek op huidig beleid, en zorgen over het ontbreken van passende alternatieven, waardoor mensen noodgedwongen in te grote woningen blijven wonen. Alle antwoorden van de respondenten: - Sommige vragen heb ik niet beantwoord. De enquête maakt me wel duidelijk dat ik aan de toekomst moet gaan denken en wat ik later wil. - Een omgeving met verschillende leeftijden is prima, veel groen in en om woongebieden, en vooral het dorpskarakter behouden. - Ik ben al drie jaar bezig om een familiewoning op te zetten in het kader van de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting, die hopelijk in juni door de Eerste Kamer gaat. Mijn plan bespaart de gemeente Heemskerk kosten in de gezondheidszorg, brengt twee of drie eengezinswoningen op de woningmarkt en versterkt de sociale structuur, maar de gemeente ziet vooral bezwaren.
- Graag zouden wij ons grote gezinshuis verruilen voor een kleinere woning waarin we oud kunnen worden. Ga bouwen, dan kan er doorstroom komen. - Het stimuleren van een mix van verschillende leeftijden vind ik belangrijk. - De komende tien jaar denk ik hier zo over. Vanaf mijn 70e verandert dat waarschijnlijk. Ook is het belangrijk waar mijn twee kinderen later gaan wonen: ver weg of dichtbij. Hier zijn geen vragen over gesteld in de enquête. Het leven kan bovendien plots veranderen als mijn partner of ikzelf hulpbehoevend worden. Er zijn geen vragen gesteld over mantelzorg, bijvoorbeeld als ouders nog leven maar niet in de buurt wonen. - Ik vind het vooral belangrijk dat ik lopend boodschappen kan doen, dus voorzieningen dichtbij. - Wij zijn nog betrekkelijk jong, 64 en 65 jaar, en wonen nu in een twee-onder-een-kapwoning met een grote tuin. De hypotheek is bijna afbetaald. We willen best verhuizen, maar in de praktijk betekent dit minder ruimte en buitenruimte, terwijl de woonlasten hoger worden. Dat is voor ons geen optie. Op patiowoningen en bungalows is zoveel vraag dat de kans klein is om daarvoor in aanmerking te komen, of de prijs wordt door schaarste absurd hoog. Wij blijven daarom voorlopig zitten. - Maak de verhuisregeling 65+ via woningcorporaties ook mogelijk voor midden huur en vrije sector.
Op dit moment voelt dit als discriminatie, omdat de regeling alleen geldt voor achtergelaten sociale huurwoningen. - Op Vlaskamp is een mooi gebied voor meer gezellige natuur. Het plan ligt er, maar de gemeente moet dit ook helpen ontwikkelen. Verder is snel bouwen belangrijk. En bouw niet alleen huizen voor jonge mensen; kleine gezinnen en alleenstaanden, jong én oud, hebben woningen nodig. Er zijn al voldoende grote en dure huizen in Heemskerk. Start snel met bouwen langs het spoor. - Rookvrije ruimtes vind ik belangrijk. - Ik zou graag een woonvorm willen waar stellen of echtparen niet van elkaar worden gescheiden als er veel zorg nodig is, maar waar wel voldoende zorg kan worden verleend. Denk aan woningen zonder drempels, met brede deuren voor rolstoelgebruik, een douche met zitmogelijkheid, steunen en een verhoogd toilet. Alles om comfortabel en veilig te kunnen wonen en bij elkaar te blijven. - Er zouden meer betaalbare 55+ woningen moeten komen. Nu is een appartement vaak duurder dan een huis. Zo komt doorstroming nooit op gang. - U houdt nu een enquête, maar u had veel eerder moeten beginnen met bouwen voor ouderen, starters, doorstromers en alleenstaanden. - Alle vragen zijn gericht op verhuizen, maar ik wil niet verhuizen. - Wij vinden het belangrijk om met leeftijdsgenoten te wonen, bijvoorbeeld in een knarrenhof. - Het is jammer dat woonkamers vaak klein zijn.
Je leeft in de woonkamer en niet in de slaapkamer. 26
-
-
-
-
-
Een knarrenhof lijkt mij leuk. Bergingen voor fietsen en scootmobielen zijn belangrijk. Meer mogelijk maken door bijvoorbeeld de bouw van levensloopbestendige woningen in laagbouw, geen flats. Veilig wonen voor senioren vind ik belangrijk. Ik zou wel willen verhuizen, ik woon nu in een grote flat. Wat mij tegenhoudt is de verhuizing. Ik heb geen hulp en de flat moet in oorspronkelijke staat worden opgeleverd. De verhuurder is star in houding en biedt geen hulp. Meer denken in laagbouw binnen veel groen, niet mensen stapelen en te dicht op elkaar laten wonen om overlast te voorkomen. Laat mensen meer meedenken over woningbouw. Ouderen krijgen vaak het verwijt dat zij ruime woningen bezet houden. In dit park zijn appartementen gebouwd. De sociale woningbouw zit volledig vol en koopwoningen zijn extreem duur. Ruilen is niet mogelijk; er moet een hoge hypotheek bij, waarna je woont op 70 m² met een balkon aan de Duitslandlaan. Dit was bedoeld voor wijkbewoners, maar zij konden het niet betalen. Zo lukt het nooit. Als we appartementen kopen, moet de prijs normaal zijn en niet vele malen duurder dan eengezinswoningen. Er zouden meer betaalbare patiowoningen in Heemskerk moeten komen. Meer aandacht voor veiligheid en het beperken van overlast. Het zou mooi zijn als ik mijn woning achterlaat en huurgarantie krijg.
Ik blijf nu in mijn veel te grote woning, omdat verhuizen minimaal 200 euro per maand duurder wordt. Een knarrenhof is leuk. Mensen vanaf 55 willen vaak nog een normale woning. Wonen in een zorgomgeving is pas op latere leeftijd relevant. Er is bij deze doelgroep net zoveel behoefte aan kleinere woningen als bij starters. Graag een rustige omgeving voor 70+, zodat je nog rustig in je tuin of op het balkon kunt zitten zonder overlast van spelende kinderen. Ik zou heel graag in een vakantiewoning op een park willen wonen. Ik woon heerlijk in een ruime flat met alle leeftijden en allerlei soorten mensen. Bij mijn leeftijdsgroep wordt onvoldoende rekening gehouden met de verhoogde pensioenleeftijd en het feit dat kinderen later het huis uitgaan door woningnood. Doorstroming wordt hierdoor lastig. Als ik met pensioen ga, daalt mijn inkomen. Als ik verhuis wil ik daarna niet nog een keer verhuizen, dus blijf ik voorlopig waar ik zit. Het sociale aspect is voor mij belangrijk: contact met anderen en elkaar helpen waar nodig. Meer bouwen voor ouderen om doorstroming op gang te brengen, meer sociale huurwoningen en een rem op huurverhogingen. Als alleenstaande kun je nauwelijks nog een woning betalen. Een knarrenhof is een mooi Nederlands initiatief en had goed gepast op Eikenhof 2. Zo’n hofje zou ik graag willen.
Mijn koopwoning verkopen aan een woningcorporatie in ruil voor een nieuwbouwappartement, met prijsverrekening. Een klein stukje eigen tuin naast een gemeenschappelijke tuin zou heel fijn zijn. Ik zou graag verhuizen zodat mijn grote woning naar een gezin kan gaan, maar ik wil geen 1.500 tot 2.000 euro per maand betalen voor een appartement. Mijn man heeft PLS, een variant van ALS. Hij kan daarmee oud worden, maar met beperkingen. Ouderen willen graag een appartement met twee à drie kamers en een balkon waar minimaal vier personen kunnen zitten. Dit is ook praktisch voor thuiszorg. Appartementen bij voorkeur maximaal vier lagen in het centrum, hogere bouw aan de buitenrand. Knarrenhof kan eventueel deels hoger of met terrasflats. Het dorp moet geen Bijlmer worden. Bouw hoger bij het station en langs de Communicatieweg. Bij de Vomar aan de Starweg ouderenwoningen. Bij Meerstate eventueel twee à drie lagen. Het Nielenplein (oude Rabobank) ombouwen tot appartementen. Ouderen uit sociale huur naar een appartement met dezelfde huur, waardoor eengezinswoningen vrijkomen voor jonge gezinnen en doorstroming verbetert. 27
-
Kijk naar projecten zoals De Tuunen en Den Burg: jong en oud samen, zelfstandig wonen en elkaar helpen. Dat scheelt mantelzorg en formele zorg. Graag terrasbalkons met ruimte voor een grote tuin set.
28
Conclusie De resultaten van de enquête laten zien dat een grote groep 55-plussers in Heemskerk momenteel woont in relatief ruime woningen, vaak een gezin koopwoningen, die steeds minder goed aansluiten bij hun huidige en toekomstige woonbehoeften. Veel respondenten ervaren hun woning als te groot en onderhoudsintensief en houden rekening met afnemende mobiliteit. Tegelijkertijd willen de meeste respondenten graag in Heemskerk blijven wonen, mits er passende en betaalbare alternatieven beschikbaar zijn. Er is sprake van een overwegende verhuisbereidheid. Het merendeel van de respondenten staat open voor verhuizen, meestal op de middellange tot langere termijn, maar stelt hier voorwaarden aan. Belangrijke randvoorwaarden zijn betaalbaarheid, gelijkvloers wonen, toegankelijkheid (bijvoorbeeld een lift of wonen op één woonlaag), voldoende kamers (meestal twee tot drie) en het behoud van kwaliteit van wonen, waaronder buitenruimte. Een tuin wordt daarbij door veel respondenten als essentieel beschouwd; een ruim balkon wordt door een deel van de doelgroep als alternatief geaccepteerd. De voorkeur gaat nadrukkelijk uit naar zelfstandig wonen in seniorenwoningen, zowel in huur als koop. Zware zorgvormen zoals verpleeghuizen worden slechts door een zeer kleine groep als passend beschouwd.
Hoewel veel respondenten op dit moment nog geen zorg nodig hebben, hechten zij wel grote waarde aan toekomstbestendig wonen en de mogelijkheid om zorg of ondersteuning dichtbij te ontvangen wanneer dat nodig wordt. Dit maakt duidelijk dat de vraag vooral ligt bij levensloopbestendige woningen tussen “volledig zelfstandig” en “zorginstelling” in. Sociale aspecten spelen eveneens een belangrijke rol. Sociale contacten worden door het merendeel van de respondenten als belangrijk tot zeer belangrijk ervaren. Tegelijkertijd blijkt dat de bereidheid tot samen wonen, het delen van voorzieningen of het maken van afspraken over onderlinge hulp sterk afhankelijk is van vrijwilligheid en duidelijke afspraken. Veel respondenten willen autonomie behouden en staan minder open voor collectieve woonvormen of gedeelde voorzieningen. Tot slot blijkt uit de open antwoorden een duidelijke frustratie over het gebrek aan passend en betaalbaar aanbod, waardoor doorstroming in de praktijk vaak niet van de grond komt. Respondenten geven aan dat verhuizen regelmatig leidt tot hogere woonlasten en minder woonkwaliteit, wat hen noodzaakt in de huidige, te grote woning te blijven wonen. Daarnaast worden beleidsmatige knelpunten benoemd, zoals beperkte verhuisregelingen en onvoldoende aandacht voor midden- en vrije sector ouderen.
Veel respondenten geven aan dat eerder en sneller bouwen, met aandacht voor ouderen, doorstromers én starters, noodzakelijk is om de woningmarkt beter in beweging te brengen. Samenvattend laat de enquête een duidelijke en consistente boodschap zien: 55-plussers in Heemskerk willen graag kleiner, gelijkvloers en toekomstbestendig wonen, zonder hun woonkwaliteit of betaalbaarheid te verliezen, en het liefst binnen de eigen gemeente. Het ontbreken van voldoende passend aanbod vormt hierbij de belangrijkste belemmering voor daadwerkelijke doorstroming.
29
Evaluatie en aandachtspunten bij de enquête Uitval: Bij de analyse van de enquête zijn enkele methodische aandachtspunten naar voren gekomen die relevant zijn voor toekomstige enquêtes. Een belangrijk punt is de uitval van respondenten bij en na open vragen, met name bij vraag Q3. Open vragen, vragen meer inspanning van respondenten en lijken in dit geval te hebben bijgedragen aan voortijdige uitval, waardoor een deel van de vervolgvraagstukken door minder respondenten is ingevuld.
Open vervolgvragen: Daarnaast was er onduidelijkheid over de bedoeling van sommige vervolgvragen. Bij vraag Q3 werd specifiek gevraagd naar waar en waarom respondenten elders zouden willen wonen, indien zij niet in Heemskerk wilden blijven wonen. Uit de antwoorden blijkt dat meerdere respondenten deze vraag anders hebben geïnterpreteerd en alsnog hebben toegelicht dat zij juist binnen Heemskerk willen verhuizen, bijvoorbeeld naar een kleinere of gelijkvloerse woning. Dit wijst erop dat de voorwaardelijkheid van de vraag (“indien niet van toepassing overslaan”) voor een deel van de respondenten onvoldoende duidelijk was, wat de eenduidigheid van de antwoorden heeft verminderd. Ook de vraag over de huishoudsamenstelling was onnodig open geformuleerd. Respondenten konden hier vrij hun antwoord invullen, terwijl deze informatie eenvoudiger en beter analyseerbaar had kunnen worden opgehaald met vaste antwoordcategorieën. De open invulling heeft geleid tot extra bewerkingen bij de analysefase en verminderde vergelijkbaarheid tussen antwoorden. Verder had de volgorde van de vragen mogelijk verbeterd kunnen worden. Het plaatsen van open vragen aan het einde van de enquête had de kans vergroot dat respondenten eerst alle gesloten vragen zouden afronden, wat de volledigheid van de dataset ten goede had kunnen komen.
Meerdere antwoorden: Bij de analyse van de enquête is daarnaast gebleken dat bij sommige vragen respondenten behoefte hadden om meerdere antwoorden te kunnen geven, terwijl dit niet altijd mogelijk was. In enkele open antwoorden en toelichtingen is aangegeven dat meerdere antwoordopties tegelijk passend zouden zijn voor de persoonlijke situatie, bijvoorbeeld bij vragen over gewenste woonvormen of woonwensen.
Formulering Q19: Bij vraag Q19 is gebleken dat de formulering van de vraag voor interpretatie vatbaar is. De begrippen “verschillende leeftijden” en “verschillende achtergronden” zijn breed en kunnen door respondenten op uiteenlopende manieren worden opgevat, bijvoorbeeld als verschillen in leeftijd, gezinssamenstelling, leefstijl, culturele achtergrond of sociaaleconomische situatie. Dit maakt het lastig om de antwoorden eenduidig te duiden. Daarnaast was de vraagvorm beperkt tot de antwoordopties ja, nee, misschien en weet ik niet, terwijl uit de context van de enquête en de doelgroep blijkt dat sommige respondenten waarschijnlijk meer nuance hadden willen aanbrengen. Het had mogelijk meer inzicht opgeleverd als specifieker was gevraagd met welke typen huishoudens men wel of niet samen zou willen wonen, bijvoorbeeld met jongeren, gezinnen, alleenstaanden, andere ouderen of gemengde woonvormen. Voor toekomstige enquêtes kan het daarom wenselijk zijn om dit type vraag concreter te formuleren of op te splitsen in meerdere vragen, zodat duidelijker wordt waar de acceptatie of terughoudendheid precies op ziet. Dit kan bijdragen aan beter bruikbare inzichten voor beleid en woningprogrammering.
30
Representativiteit: Een aanvullend aandachtspunt bij de interpretatie van de resultaten is de representativiteit van vragen over zorg en ondersteuning. Het is aannemelijk dat ouderen die al intensieve zorg nodig hebben of te maken hebben met gezondheidsproblemen minder geneigd of minder goed in staat zijn geweest om de enquête in te vullen. Juist deze groep kan ondervertegenwoordigd zijn in de respons. Bij de resultaten van de eerste vraag is ook te zien dat de leeftijden 75+ nauwelijks de enquête ingevuld hebben. Terwijl vooral de 75plussers meer bereidheid kunnen hebben om door te stromen naar een toekomstbestendige woning. Dit betekent dat de uitkomsten over zorgbehoefte vooral een beeld geven van relatief vitale 55-plussers, die nog zelfstandig wonen en actief nadenken over hun toekomstige woonsituatie. De daadwerkelijke zorgvraag binnen de totale doelgroep kan daarmee hoger liggen dan uit de enquête naar voren komt.
31