CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Raadsmemo financiële ontwikkelingen 2025

Raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Vaststellen lijst van ingekomen documenten1.182 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

aan: datum: onderwerp:

de raad 11 november 2025 Raadsmemo financiële ontwikkelingen jeugdzorg 2025 van: het college openbaar: ja registratienr.: D/2025/753822 aantal bijlage(n): 0

Aanleiding In de tweede bestuursrapportage 2025 (D/2025/755510) wordt duidelijk dat het financiële tekort in de jeugdzorg verder oploopt, waardoor aanvullende middelen noodzakelijk zijn. Het tekort bedraagt € 1,5 miljoen. Deze memo geeft een overzicht van de belangrijkste financiële ontwikkelingen die aan dit tekort ten grondslag liggen. De inkoop van specialistische jeugdhulp in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond, waar Heemskerk deel van uitmaakt, is verdeeld over twee percelen. Perceel 1 betreft vier consortia met lumpsumfinanciering, perceel 2 omvat individuele aanbieders met bekostiging op basis van prijs × hoeveelheid en budgetplafonds. Deze memo richt zich op de kostenstijging binnen perceel 1, die buiten de reguliere lumpsumfinanciering plaatsvindt. Toelichting Het oplopende tekort in de jeugdzorg wordt de afgelopen jaren vooral veroorzaakt door maatwerkregelingen. Deze omvatten enerzijds de recente regelingen voor acute onveiligheid en excessieve casuïstiek, en anderzijds oudere maatwerkcontracten die voor de invoering van de nieuwe contractperiode in 2023 zijn afgesloten. Het totale bedrag aan maatwerk tot nu toe in 2025 bedraagt € 1.654.932. Dit betreft de daadwerkelijk gemaakte kosten tot en met 1 oktober, gebaseerd op de op dit moment beschikbare gegevens.

Maatwerkregeling acute onveiligheid Deze maatwerkregeling is bedoeld om in situaties waarin jeugdbescherming betrokken is, sneller passende hulp te bieden aan jeugdigen die op een wachtlijst staan. Het betreft gevallen met een direct en ernstig risico voor veiligheid of welzijn, waarbij onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is om schade te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan situaties zoals het meemaken van huiselijk geweld en zelf fysiek risico ervaren. Gemeenten hebben de verplichting om direct hulp te bieden aan jeugdigen in situaties van acute onveiligheid. Wanneer binnen de reguliere zorg geen plek beschikbaar is, moet deze ondersteuning via maatwerk worden georganiseerd. De regeling is gestart in juli 2024 en loopt tot en met 31 december 2025 om tijdelijk verlichting te bieden binnen een overbelast jeugdhulpsysteem. Om te voorkomen dat deze vorm van maatwerk na dit jaar nog nodig is, is in de afgelopen periode ingezet op:  Inhoudelijke toetsing bij verlenging van bestaande maatwerkvoorzieningen.  Versterking van de samenwerking met ketenpartners rondom deze casuïstiek.  Onderzoek naar hiaten in het huidige zorgaanbod.

 

pagina:

2 van 3

registratienr.:

D/2025/753822

Analyse van mogelijkheden om jeugdigen in acute onveiligheid voorrang te geven, ondanks wachtlijsten. Inventarisatie van wachtlijsten, oplossingen en knelpunten in samenwerking met de gecertificeerde instellingen.

Maatwerkregeling excessieve casuïstiek Deze maatwerkregeling betreft casussen met een zeer hoge zorgintensiteit en bijbehorende kosten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over jeugdigen die in een kleinschalige woonvoorziening verblijven en continu toezicht en intensieve begeleiding nodig hebben. Deze casussen verdringen het reguliere aanbod binnen de consortia, wat leidt tot oplopende wachtlijsten. Door hun hoge kosten brengen excessieve casussen een aanzienlijk financieel risico met zich mee, zowel voor de consortia als voor individuele gemeenten. Met deze regeling nemen de gemeenten in de jeugdhulpregio de kosten boven € 300.000 per casus voor hun rekening bij de jeugdhulpconsortia. Bij de start van de samenwerking met de consortia is contractueel vastgelegd dat alle noodzakelijke zorg binnen de lumpsumfinanciering wordt geleverd. De hoge meerkosten van excessieve casuïstiek konden echter door de consortia niet goed worden opgevangen binnen de lumpsum. Om deze uitgaven te dekken, gingen zij geld reserveren, waardoor de al lange wachtlijsten nog verder opliepen. Daarom zijn aanvullende afspraken gemaakt met de consortia over deze casuïstiek om de doelstellingen van de overeenkomst toch te kunnen realiseren. Deze afspraken zijn gebaseerd op rechtmatigheid, rechtvaardigheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Deze regeling is in 2024 als tijdelijke maatregel ingevoerd en loopt tot en met 31 december 2025. Regionaal bestaat de ambitie om dit om te zetten naar een structurele, gezamenlijke aanpak. De regiogemeenten nemen hierover naar verwachting in het vierde kwartaal van dit jaar een besluit. Onderdeel van deze besluitvorming is de ontwikkeling van:  Een regionaal, uniform toetsingskader voor de beoordeling van excessieve casuïstiek, wat bijdraagt aan eenduidigheid en versnelt het besluitvormingsproces.  Een regionale monitoringsstructuur om meer grip te krijgen op de afschaling van hulp.  Mechanismen voor controle op de regionale uitvoering en borging van afspraken.  Het vertalen van trends naar contractuele en beleidsmatige verbeteringen. Oudere maatwerkcontracten Een groot deel van het overige maatwerk betreft contracten die zijn afgesloten voor de invoering van de nieuwe overeenkomsten met de consortia. Deze maatwerkcontracten hebben onder andere betrekking op jeugdigen die al in een kleinschalige woonvoorziening woonden voordat de contracten met de consortia ingingen. De overdracht was oorspronkelijk gepland aan het einde van het eerste jaar van de contractperiode, maar door de uitdagingen waar de consortia mee te maken hadden en de oplopende wachtlijsten bleek dit niet haalbaar.

De implementatie vergde aanzienlijk meer inspanning dan vooraf ingeschat, waardoor deze contracten niet eerder konden worden overgedragen. In 2024 namen oude maatwerkcontracten 92% van de totale maatwerkkosten voor hun rekening. In 2025 (tot 1 oktober) is dit aandeel gedaald naar 72%. Deze afname komt deels doordat oudere jeugdhulptrajecten zijn beëindigd, maar ook doordat de uitgaven voor nieuwe maatwerkregelingen voor acute onveiligheid en excessieve casuïstiek stijgen. Omdat deze maatwerkcontracten een aanzienlijk deel van de kosten vertegenwoordigen, is onderzocht welke zorgproducten de duurste jeugdhulptrajecten vormen. Het betreft jeugdigen die (al dan niet tijdelijk) verblijven in instellingen waar 24-uurs zorg of toezicht continu beschikbaar is. Deze trajecten kenmerken zich door intensieve zorg, wat wijst op een hoge zorgbehoefte.

pagina:

3 van 3

registratienr.:

D/2025/753822

De overdracht van maatwerk naar lumpsumfinanciering is in 2026 een belangrijke prioriteit. Het doel is een systematiek te ontwikkelen die recht doet aan zorgzwaarte en tegelijkertijd zorgt voor beheersbare financiële kaders. Een onderzoek is gestart naar de integratie van de overige maatwerkcontracten binnen de lumpsumfinanciering. Doel hiervan is het ontwikkelen van een systematiek die recht doet aan de zorgzwaarte en tegelijkertijd zorgt voor bestuurbare financiële kaders.  Op regionaal niveau wordt per casus beoordeeld of en op welke wijze een jeugdhulptraject kan worden overgedragen aan een consortium.  Het onderzoek vormt de basis voor het verkennen van mogelijke beheersmaatregelen op regionaal niveau.  Met de consortia is afgesproken dat er na 31 december 2025 geen nieuwe maatwerkcontracten meer worden afgesloten. Vanaf dat moment wordt alle jeugdhulp door de consortia zelf opgepakt. De afspraak dat er geen nieuwe maatwerkcontracten meer worden afgesloten betekent niet dat de kosten voor maatwerk na 2025 volledig verdwijnen. Voor contracten die voor 1 januari 2026 zijn afgesloten en waarbij jeugdigen ook in 2026 jeugdhulp nodig hebben, kan aanvullende budgettaire inzet noodzakelijk zijn. Regionaal worden hierover nog aanvullende afspraken gemaakt.

Verwerking financiële ontwikkelingen in de planning- en controlcyclus De financiële effecten over het verslaggevingsjaar 2025 worden verwerkt in de tweede bestuursrapportage van dat jaar. De structurele effecten vanaf 2026 en de daaropvolgende jaren worden opgenomen in de eerste bestuursrapportage van 2026 en in de perspectiefnota 2027–2030. Het tekort in 2025 kan deels worden gedekt met de gecompenseerde incidentele rijksmiddelen uit 2023 en 2024 bestemd voor de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, zoals vermeld in de septembercirculaire 2025. Daardoor zijn deze middelen niet langer beschikbaar voor de geplande transformatie vanuit de Hervormingsagenda, zoals aanbevolen door de commissie Van Ark en de VNG. Bijlagen Niet van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16687929/2