CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Participatieverordening Gemeente Heemskerk 2026

Commissie Mens, Maatschappij en Welzijn 17 februari 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Participatieverordening 20261.665 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieverordening Gemeente Heemskerk 2026 Maart 2026

D/2025/754062

*Z0D3F1C6899* Z0D3F1C6899

PA R T I C I PAT I E V E R O R D E N I N G

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen..............................................................................................................3 Artikel 1 Begripsomschrijving........................................................................................................................... 3 Artikel 2 Doelstelling (beleidsregel).................................................................................................................. 3 Artikel 3 Plan voor participatie.......................................................................................................................... 3 Artikel 4 Inspraak............................................................................................................................................. 4 Artikel 5 Eindverslag participatie......................................................................................................................

4 Artikel 6 Verzoek toepassing uitdaagrecht.......................................................................................................4 Artikel 7 Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht.................................................................4 Artikel 8 Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht...................................................................................4 Artikel 9 Procedure........................................................................................................................................... 5 Artikel 10 Participatieparagraaf........................................................................................................................ 5 Artikel 11 Nadere regels college...................................................................................................................... 5 Artikel 12 Hardheidsclausule (verordening).....................................................................................................5 Artikel 13 Inwerkingtreding............................................................................................................................... 5 Artikel 14 Citeertitel.......................................................................................................................................... 6

Geregistreerd onder nummer D/2025/754062 Wettelijke grondslag: artikel 150 Gemeentewet

PA R T I C I PAT I E V E R O R D E N I N G

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijving In deze verordening / regeling wordt verstaan onder:  Beleid: een gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren.  Bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak. Dat kan de gemeenteraad, het college of de burgemeester zijn.  College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk.  Inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven, zoals bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet.  Inwoners: ingezetenen zoals bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet.  Participatie: het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid.  Maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, sociale ondernemingen, ondernemingen zonder winstoogmerk, ondernemingen die geen winst uitkeren, en andere organisaties die een collectief vormen en tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente.  Ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten.

 Uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, zoals bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Artikel 2 Doelstelling (beleidsregel) 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of participatie plaatsvindt, en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht. 2. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan (artikel 2.4 van de Omgevingswet) of een programma (artikel 3.4 van de Omgevingswet), zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht in acht zoals bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit. 3. Er vindt geen participatie of toepassing van het uitdaagrecht plaats als: a. het gaat om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject, of een ondergeschikte herziening daarvan of van het beleid; b. participatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is; c. de uitkomst van de participatie of het uitdaagrecht vanwege spoedeisendheid niet kan worden afgewacht; d. de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; e.

sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; f. het gaat om interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente; g. het gaat om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen zoals bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; Artikel 3 Plan voor participatie 1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde nota participatie 2022-2026, een plan op met daarin het proces en de planning van de participatie. 2. Het plan bevat in elk geval: a. een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt; 3

PA R T I C I PAT I E V E R O R D E N I N G

b. informatie over het doel, het proces en de planning van de participatie; c. informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid. 3. Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud. Artikel 4 Inspraak Als een bestuursorgaan in het kader van de participatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt. Artikel 5 Eindverslag participatie 1. Nadat participatie heeft plaatsgevonden, stelt het bestuursorgaan een eindverslag op van de participatie en maakt dit openbaar. 2. Het eindverslag bevat in elk geval: a. een beschrijving van het proces dat is gevolgd; b. de uitkomsten van het proces en de argumenten die naar voren zijn gebracht; c. een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten, waarbij wordt aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; d. een evaluatie van het proces dat is gevolgd. 3. Als het college op grond van artikel 3, derde lid, het plan voor de participatie heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud. Artikel 6 Verzoek toepassing uitdaagrecht 1.

Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek indienen om toepassing van het uitdaagrecht. 2. Het verzoek bevat een omschrijving van: a. de taak die de indiener voor ogen heeft; b. de reden waarom de indiener het verzoek indient; c. en het resultaat dat de indiener beoogt. 4. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan: a. wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is; b. welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; c. hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen; d. of er draagvlak is om de taak over te nemen; e. of de indiener met de gemeente wil samenwerken en hoe dat gedaan wordt. 5. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier. 6. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 7 Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of al heeft ingediend. 2. Het college zorgt ervoor dat in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd. Artikel 8 Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht 1.

Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor. 3. Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: 4

PA R T I C I PAT I E V E R O R D E N I N G

a. het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet; b. het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; c. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 6, derde lid gestelde eisen; 4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: a. het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; b. de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt zoals bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012; c. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht; d. als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving; e. als het gaat om een lopend project of kleine aanpassingen daarvan; f. het uitdaagrecht bij of krachtens de wet is uitgesloten; g. er hogere regels zijn waar de gemeente weinig of geen keuzevrijheid in heeft. 5. Het bestuursorgaan reageert binnen vier weken op het verzoek. Deze termijn kan met bijvoorbeeld vier weken worden verlengd. 6. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar.

Artikel 9 Procedure Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a. het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak; b. het budget en de wijze van financiering van de uitvoering van de taak; c. het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; d. de stappen die worden genomen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en bij het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; e. de evaluatie van de uitvoering van de taak. Artikel 10 Participatieparagraaf 1. Het college neemt elk jaar een paragraaf op in de begroting waarin de speerpunten voor participatie in het komende jaar worden benoemd, en legt deze paragraaf ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor. 2. Het college neemt elk jaar een paragraaf op in het jaarverslag waarin het verslag doet van de uitvoering van deze verordening, en legt deze ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor. Artikel 11 Nadere regels college Het college kan over participatie en het uitdaagrecht nadere regels vaststellen. Artikel 12 Hardheidsclausule (verordening) Het bestuursorgaan kan bovenstaande artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van participatie leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.

Artikel 13 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van bekendmaking. 5

PA R T I C I PAT I E V E R O R D E N I N G

Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Gemeente Heemskerk 2026

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Heemskerk in zijn openbare vergadering van 5 maart 2026 de raad voornoemd, de griffier,

6

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16504536/2