CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Eindrapport pilot Vaktherapie

Raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Vaststellen lijst van ingekomen documenten4.687 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eindrapport Pilot Vaktherapie april 2026 Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

1

Samenvatting Op verzoek van de commissie Samenleving is een pilot vaktherapie opgezet. (vergadering 7 februari 2022). Het letterlijke verzoek van de raadscommissie: “De raadscommissie verzoekt het college om: • als pilot per 1-1-2023 vrijgevestigde vaktherapie te contracteren voor een periode van minimaal 2 jaar, waarbij ieder jaar een evaluatie plaatsvindt ten aanzien van de maatschappelijke opbrengst; • deze pilot vorm te geven in samenwerking met CJG en 023vaktherapeuten; • onderzoek te doen naar financieringswijze van contracteren van vrijgevestigde vaktherapeuten voor deze pilot; indien nodig, hiervoor middelen vrij te maken in de begroting 2023.”

Vaktherapie is een behandeling voor mensen met een psychische aandoening of met psychosociale problemen. Een belangrijk kenmerk van vaktherapie is de non-verbale, ervaringsgerichte aanpak.

Vaktherapie is een overkoepelende naam voor verschillende therapieën. * beeldende therapie * danstherapie * dramatherapie * muziektherapie * psychomotorische therapie * psychomotorische kindertherapie * speltherapie.

2

Het doel van de pilot is weten of de volgende aanname over vaktherapie klopt: Vaktherapie inzetten als zorg in natura (ZIN) heeft meerwaarde, omdat daardoor een doelgroep wordt bereikt die nu niet of minder goed wordt bereikt. Dit eindrapport geeft antwoord op de volgende hypothesen.

Hypothese 1 Er is een doelgroep met een zorgvraag binnen de Jeugdwet die we beter kunnen bedienen door non verbaal, ervaringsgericht aanbod door vaktherapie directer beschikbaar te maken. Conclusie hypothese 1 Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) heeft 63 jeugdigen doorverwezen naar vaktherapie. Er is dus een doelgroep voor non-verbaal en ervaringsgericht aanbod. Verdere afbakening van de doelgroep kan hier niet gegeven worden: deze jeugdigen hadden hiervoor te veel verschillende hulpvragen. De pilot biedt geen aanwijzingen dat de bereikbaarheid van de doelgroep afneemt wanneer vaktherapie niet rechtstreeks wordt aangeboden. Met ‘rechtstreeks’ wordt bedoeld: dat vaktherapie direct door het CJG kan worden geïndiceerd in plaats van via gecontracteerde aanbieders of via een persoonsgebonden budget (pgb). De pilot lijkt, gezien het aantal aanmeldingen, een doelgroep te bereiken voor wie vaktherapie voorheen minder toegankelijk was. Mogelijk hebben de bekendheid van de pilot en de geringe wachttijd hier invloed op gehad, maar dit is niet onderzocht. De betrokken vaktherapeuten geven hierover het volgende aan: “Ik zie niet dat het vastlopen van de zorg een reden is voor het aanvragen van Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

3

Inhoudsopgave vaktherapie. De ouders die we spreken hebben vaak andere dingen geprobeerd en zien in vak­ therapie echt een oplossing.”

Hypothese 2 De huidige route waarbij er diverse stappen nodig zijn om vaktherapie in te zetten als jeugdhulp, is onnodig en kan sneller en eenvoudiger. Conclusie hypothese 2 Over de snelheid van de aanvraagroute voor vaktherapie kunnen maar beperkt conclusies worden getrokken met de onderzoeksgegevens. 75% van de ouders heeft niet eerder jeugdhulp ontvangen; zij deden dus eerder geen ervaring op met aanvraagroutes. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) onderzoekt bij elke hulpvraag welke vorm van hulp het meest passend is. De processtappen die het CJG hiertoe moet doorlopen gelden ook voor vaktherapie.

Toelichting van de bevindingen van ouders, zorgprofessionals en vaktherapeuten Uit de pilot kwam het volgende naar voren: • Er is een brede doelgroep met een diverse hulpvraag, die gebruik heeft gemaakt van vaktherapie. • De zorg (na afgeven indicatie) kon snel van start. Onder andere omdat er geen/ nauwelijks wachtlijsten zijn en doordat de pilot vaktherapie bekender maakte. • Ouders waarderen de laagdrempeligheid en de snelle start van de therapie. • GGZ (regie)behandelaren erkennen de meerwaarde van vaktherapie, maar plaatsen ook kanttekeningen bij de onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid van vaktherapeuten in het proces van intake en verwijzing.

4

• De pilot bevordert de samenwerking tussen vaktherapeuten, andere zorgprofessionals en ouders. Vaktherapeuten ervaren een verbeterde samenwerking met het CJG. Ook maakt de pilot het makkelijker om GGZ en vaktherapie aanvullend op elkaar in te zetten. Doelgroep van de pilot Jeugdigen (0 tot 18 jaar) met een hulpvraag vanuit psychische, psychosociale en/of gedrags­problematiek, die onvoldoende in het voorliggend veld opgelost kan worden, waarbij bij de indicatie ingeschat wordt dat een nonverbaal, ervaringsgericht aanbod nodig is om tot verbetering te komen van de problematiek of om voorwaarden creëren die (verbale) vervolghulp beter mogelijk maakt. Uit de pilot is gebleken dat vooral jeugdigen uit de leeftijdscategorie van 4 tot en met 12 jaar gebruik hebben gemaakt van vaktherapie.

1.

Inleiding

6

2.

Aanleiding

7

3.

Resultaten onderzoek

9

3.1

Algemeen 3.2 Doelgroep 3.3 Toeleiding 3.3.1. PGB-route 3.3.2. GGZ-route

9 10 13 15 16

4.

Ontwikkelingen 4.1. Landelijke ontwikkelingen Hervormingsagenda Jeugd

17

Conclusie

19

5.

17

Toegevoegde waarde In lijn met de gemeentelijke doelstelling ‘voor iedere jeugdige een passend aanbod’ is met deze pilot onderzocht of vaktherapie als zelfstandige enkelvoudige vorm van jeugdhulp een toegevoegde waarde heeft. De resultaten tonen aan dat vaktherapie een waardevolle aanvulling kan zijn voor een specifieke doelgroep, met name jeugdigen die zich moeilijk verbaal kunnen uiten. De laagdrempeligheid en de snelle start van de therapie werden door ouders gewaardeerd. Ook hadden de ouders niet te maken met administratieve lasten.

Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

5

1. Inleiding

2. Aanleiding

Een van de doelstellingen in de programma­ begroting is ‘voor elke jeugdige een passend aanbod’. De toenmalige wethouder heeft op 17 februari 2022 de toezegging gedaan aan de commissie Samenleving om een pilot te starten voor de inzet van vaktherapie. Deze pilot is gestart in juli 2023.

Hier volgt de omschrijving van vaktherapie in het De groep vaktherapeuten geeft aan dat zij voordelen zien bij het rechtstreeks kunnen vastgestelde projectplan voor de pilot: inzetten van vaktherapie voor jeugdigen met een specifieke hulpvraag. De voordelen die de vaktherapeuten noemen “Vaktherapie biedt een behandeling voor zijn: mensen met een psychische aandoening of • Vaktherapie biedt hoofdzakelijk non-verbale, psychosociale problematiek. Denk daarbij ervaringsgerichte therapie wat voor een groep aan angstklachten, gedragsproblemen, jeugdigen de best passende zorg is, maar die trauma of verliesverwerking. Een belangrijk niet vrij toegankelijk of direct via een indicatie kenmerk van vaktherapie is de non-verbale, inzetbaar is. ervaringsgerichte aanpak. Een non-verbale • Vaktherapie is ook als zelfstandige, afgeronde aanpak is passend bij cliënten die minder therapie van meerwaarde en niet enkel baat hebben bij een therapie die vooral als onderdeel van een breder pakket aan verbaal gericht is. Denk aan jonge kinderen jeugdhulp. en mensen die niet kunnen of willen praten • Vaktherapeuten kunnen een behandeling over hun problematiek.

Vaktherapie is de bieden zonder een DSM5-diagnose en overkoepelende naam voor beeldende de therapie kan daarmee bijdragen aan therapie, danstherapie, dramatherapie, het normaliseren en demedicaliseren van muziektherapie, psychomotorische therapie, jeugdhulpvragen – wat past in de visie van de psychomotorische kindertherapie en gemeente en het wettelijk kader. speltherapie. • Door vaktherapie als zorg in natura (ZIN) Vaktherapie maakt geen deel uit van het beschikbaar te maken, worden de drempels gecontracteerde hulpaanbod. Er kan binnen van persoonsgebonden budget (pgb) en het huidige stelsel van jeugdhulp niet regiebehandelaarschap verminderd, wat direct worden verwezen naar vaktherapie. kosteneffectiever is en de wachttijd voor hulp Vaktherapie kan als integraal onderdeel van kan verminderen. een GGZ-behandeling worden ingezet (zorg • Door vaktherapie te contracteren wordt in natura) of via een persoonsgebonden vaktherapie beschikbaar voor jeugdigen budget (pgb). Deze twee mogelijkheden van wie de ouders geen persoonsgebonden blijven in de recent vastgestelde verordening budget (pgb) kunnen beheren. jeugdhulp van toepassing. • Voor vaktherapie zijn voldoende kwaliteitswaarborgen ingeregeld, waaronder een registratie in het Register Vaktherapie.

Sinds de transitie van jeugdhulp naar de gemeente in 2015 geeft een groep vaktherapeuten Na raadsvragen en besprekingen in de raad in de gemeente Haarlem aan, in aanmerking te over vaktherapie is op 17 februari 2022 door de willen komen voor een contract als zelfstandig toenmalige wethouder de toezegging gedaan jeugdhulpaanbieder. De vaktherapeuten hebeen pilot te starten voor de inzet van vaktherapie ben zich niet aangesloten bij een jeugdhulpconsortium, die na de aanbesteding en gunning als zelfstandig product binnen jeugdhulp in 2022/2023 in onze jeugdhulpregio zijn opgericht. Haarlem.”

Voor stukken zie: https://gemeentebestuur-haarlem.notubiz.nl/ document/12288171/1/Motie pilot vaktherapie Hier volgt de letterlijke tekst uit het projectplan: “Met de pilot is onderzocht of de aanmelding voor vaktherapie sneller en eenvoudiger kan en of de gemeente beter kan aansluiten bij een specifieke doelgroep jeugdigen in Haarlem.” Bij de pilot is een andere route van aanmelden voor vaktherapie binnen de jeugdhulp onderzocht. Het doel van de pilot was antwoord krijgen of deze aanname over vaktherapie juist is: Vaktherapie inzetten als zorg in natura (ZIN) heeft meerwaarde, omdat daardoor een doelgroep wordt bereikt die nu niet of minder goed wordt bereikt. Met deze aanname als kapstok zijn twee hypothesen opgesteld over doelgroep en toeleiding. Het totale budget voor de pilot was € 150.000. Het uitgangspunt was: ‘behandeling zo kort als mogelijk, zo lang als nodig’. Het streven was max. 2.100 behandelminuten.

6

Doelgroep Er is een doelgroep die we beter kunnen bedienen door nonverbaal aanbod d.m.v. vaktharapie directer beschikbaar te maken.

Toeleiding De huidige route waarbij meerdere stappen nodig zijn om vaktherapie in te zettenin het kader van jeugdhulp is onnodig, kan sneller en eenvoudiger.

Binnen de pilot kon gebruik worden gemaakt van twee producten: •  Consultatie en advies. Een kortdurende inzet van maximaal 8 uur met als doel om te onderzoeken welke vorm van hulp het meest aansluit bij de hupvraag van de jeugdige. En om jeugdigen en ouders inzicht te geven in de problematiek en risico’s. •  Vaktherapie. Gemiddelde duur van 35 uur, met een maximum van 60 uur. Er zijn 63 jeugdigen die vanuit het pilot-budget vaktherapie kregen. Tijdens de pilot werkten de vier deelnemende vaktherapeuten, het CJG en de gemeente samen. Elk kwartaal was er een voortgangsgesprek. In deze gesprekken werden de pilot besproken, de samenwerking, de financiën, de knelpunten/verbeterpunten en werden successen gedeeld. Partijen wisten elkaar ook tussentijds regelmatig te vinden en men gebruikte elkaars expertise.

Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

7

3. Resultaten onderzoek 3.1. Algemeen Het onderzoek bestond uit: • vragenlijsten voor ouders en GGZ-aanbieders. (Perceel 2. Uitgevoerd door het gemeentelijk data-expertisecentrum.) • interviews* met ouders: in de pilot-route en de pgb-route • interviews* met CJG-medewerkers • interviews* met GGZ- (regie)behandelaren en een vaktherapeut.

Vragenlijst gemeentelijk data-expertisecentrum voor ouders** De ouders van alle deelnemende jeugdigen hebben een vragenlijst gekregen. Ze kregen die lijst van het gemeentelijk data-expertisecentrum (DIA). Hierin stonden doelgroepgerichte vragen en vragen over toeleiding van zorg. 44 ouders hebben de vragenlijst ingevuld, een respons van 69%.

Vragenlijst gemeentelijk data-expertisecentrum voor GGZ-aanbieders GGZ aanbieders (perceel 2/enkelvoudige jeugdhulp) kregen een vragenlijst van het gemeentelijk data-expertisecentrum (DIA). De vragen waren gericht op het inzetten van vaktherapie tijdens een behandeltraject, de doelgroep en de vooren nadelen van de toeleiding naar vaktherapie. De schriftelijke respons vanuit de GGZ-aanbieders was ruim 40%. Samen met de afgenomen interviews van twee GGZ-aanbieders is dit voldoende om redelijk aanneembare conclusies te trekken.

* De interviews werden uitgevoerd door onderzoeks­ bureau Ipsos. ** De afdeling data informatie analyse (DIA) van de gemeente Haarlem heeft de gegevens uit de vragenlijsten uitgewerkt in een rapport. 8

Interviews onderzoeksbureau Ipsos Extern onderzoeksbureau Ipsos nam 16 interviews af, verdeeld over 5 doelgroepen, namelijk: • 9 interviews met ouders in de pilot-route • 2 interviews met ouders in de PGB-route • 2 interviews met CJG medewerkers (verwijzers) • 2 interviews met GGZ (regie)behandelaren uit perceel 2 • 1 interview met een van de betrokken vaktherapeuten.

Werving en informatie De ouders via de pgb-route en een van de twee GGZ-aanbieders zijn geworven via de vaktherapeuten. De uitkomsten van alle interviews zijn verwerkt in het rapport. De informatie uit het rapport van Ipsos komt terug in de beantwoording van de onderzoeksvragen in dit eindrapport.

Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

9



3.2. Doelgroep Hypothese 1 in het projectplan pilot vaktherapie gaat over de doelgroep: ‘Er is een doelgroep met een zorgvraag binnen de Jeugdwet die we beter kunnen bedienen door non-verbaal, ervaringsgericht aanbod door middel van vaktherapie als zelfstandig product directer beschikbaar te maken.’ Beantwoording deelvragen: 1) Klopt de afbakening van de doelgroep voor vaktherapie in het kader van jeugdhulp zoals hij voor de pilot is omschreven of zijn er aanvullingen/ wijzigingen? 2) Wordt de geboden vaktherapie in de pilot als succesvol bestempeld? 3) H  oe groot is de doelgroep die in aanmerking komt voor vaktherapie? Wat zijn de kosten van de vaktherapie die is ingezet? Is er een gemiddelde duur en welke producten zijn er?

1) Klopt de afbakening van de doelgroep voor vaktherapie in het kader van jeugdhulp zoals hij voor de pilot is omschreven of zijn er aanvullingen/wijzigingen? De doelgroep voor de pilot, alvorens de start van de pilot, was als volgt omschreven: ‘Jeugdigen (0 tot 18 jaar) met een hulpvraag vanuit psychische, psychosociale en/of gedragsproblematiek, die onvoldoende in het voorliggend veld opgelost kan worden, waarbij bij de indicatie ingeschat wordt dat een nonverbaal, ervaringsgericht aanbod nodig is om tot verbetering te komen van de problematiek of om voorwaarden creëren die (verbale) vervolghulp beter mogelijk maakt.’

Uit de onderzoeksresultaten van de pilot komt naar voren dat: • Vooral jeugdigen in de basisschoolleeftijd (4 t/m 12 jaar) hebben in deze pilot gebruik gemaakt van vaktherapie. Het gaat om jeugdigen met een hulpvraag op sociaal en/ of emotioneel gebied, waar bij de indicatie ingeschat wordt dat een non-verbaal, ervaringsgerichte vorm van hulp nodig is om tot verbetering te komen van de problematiek. • Er hebben 2 jeugdigen ouder dan 12 jaar, gebruik gemaakt van vaktherapie (beeldende therapie). • De hulp is vooral op de jeugdige gericht, waarbij de vaktherapeuten ook met ouder(s) meedenken hoe ze jeugdige thuis kunnen ondersteunen. • 7% heeft gebruik gemaakt van product “consultatie en advies”. In het contract behorend bij de pilot, staat consultatie en advies omschreven als: kortdurende inzet van maximaal 8 uur met als doel te onderzoeken welke vorm van hulp het meest aansluit bij de hulpvraag van de jeugdige en om jeugdigen en ouders inzicht te geven in de problematiek en risico’s. Er was voorafgaand aan de pilot al een doelgroep bekend waarbij vaktherapie goed aansloot. Uit de resultaten van de pilot blijkt dat de omschrijving klopt. Er zijn geen zaken naar voren gekomen die maken dat de omschrijving van de doelgroep aangevuld of gewijzigd moet worden. 44 ouders hebben de vragenlijsten bij de pilot ingevuld.

Hieruit blijkt: • Bij 93% van de jeugdigen is vaktherapie ingezet voor behandeling van problemen op sociaal en/of emotioneel gebied.

10

• 7% heeft gebruik gemaakt van product consultatie en advies. Verder blijkt uit de onderzoeksgegevens dat: • Bij 66% van de jeugdigen speltherapie is ingezet. • Bij 25% van de jeugdigen beeldende therapie is ingezet. Uit de interviews met ouders, GGZ-aanbieders, CJG en vaktherapeuten, door onderzoeksbureau Ipsos, blijkt: • De vaktherapeuten constateren dat veel ouders die deelnemen aan de pilot niet bekend zijn met vaktherapie. Desondanks ervaren de vaktherapeuten dat vaktherapie goed aansluit bij de problematiek van de kinderen binnen de pilot. • Een combinatie van vaktherapie met andere therapievormen wordt door GGZ (regie) behandelaren als wenselijk en meest passend gezien. Uit onderzoeksgegevens van de 17 GGZ (regie) behandelaren die de vragenlijst hebben ingevuld, blijkt: • Meer dan de helft van de (regie) behandelaren hebben de afgelopen 2 jaar zelf vaktherapie tijdens een behandeling geboden. De vorm van vaktherapie die het meest werd ingezet was speltherapie. • Meer dan de helft van de (regie) behandelaren geeft aan dat vaktherapie (in onderaannemerschap), voor kinderen die bij hen (binnen GGZ) in behandeling zijn, mogelijk een meerwaarde heeft.

Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

11

2) Wordt de geboden vaktherapie in de pilot als succesvol bestempeld? De pilot lijkt, gezien het aantal aanmeldingen, een doelgroep te bereiken voor wie vaktherapie voorheen minder toegankelijk was. Mogelijk hebben de bekendheid van de pilot en de geringe wachttijd hier invloed op gehad, maar dit is niet onderzocht. Vaktherapie geeft hierover het volgende aan: “Ik zie niet dat het vastlopen van de zorg een reden is voor het aanvragen van vaktherapie. De ouders die we spreken hebben vaak andere dingen geprobeerd en zien in vaktherapie echt een oplossing.”

Ouders Ouders ervaren de directere toegang naar vaktherapie in de pilot overwegend positief. Ook de laagdrempeligheid en de snelle start van de zorg worden gewaardeerd. De positieve effecten van de inzet van vaktherapie worden benadrukt. Zoals minder boosheid, meer motivatie voor school en

3) H  oe groot is de doelgroep die in aanmerking komt voor vaktherapie? Wat zijn de kosten van de vaktherapie die is ingezet? Is er een gemiddelde duur en welke producten zijn er? • Er hebben vanaf de start van de pilot in juli 2023 tot 1 januari 2025, in totaal 63 jeugdigen deelgenomen aan de pilot vaktherapie (Haarlem). • Bij de pilot hoorden twee verschillende producten: consultatie en advies, en 12

handvatten in de omgang met hun kind. De mogelijkheid om een vaktherapie te kiezen die past bij het kind, wordt als een pluspunt gezien.

Vaktherapeuten Vaktherapeuten constateren dat veel ouders (pilot) onbekend zijn met vaktherapie. Vaktherapeuten ervaren zij dat de hulpvraag van de kinderen (pilot) aansluit bij wat vaktherapie biedt. GGZ (regie)behandelaren GGZ (regie) behandelaren erkennen de meerwaarde van vaktherapie. Vaktherapie wordt vaak in combinatie met andere psychotherapievormen ingezet. Zorgprofessionals uiten ook zorgen over vaktherapie, waaronder: de kwaliteitsborging van vaktherapie en de competenties van de vaktherapeuten omtrent de doorverwijzing en/of de behandeling van complexe problematiek.

behandeling. Bij 7% van de jeugdigen (pilot) is consultatie en advies ingezet. Er is dus het meest gebruik gemaakt van een behandeltraject. • Voor het leveren van vaktherapie is een tarief van € 71,03 per uur vastgesteld. Dit tarief was geldig tijdens de looptijd van deze overeenkomst en is niet geïndexeerd. •D  e meerderheid van de vaktherapietrajecten is binnen 2100 minuten (35 uur) afgerond.

3.3. Toeleiding Hypothese 2 (inzake toeleiding) was: De huidige route waarbij er diverse stappen nodig zijn om vaktherapie in te zetten als jeugdhulp, is onnodig en kan sneller en eenvoudiger. In de huidige structuur voor geïndiceerde jeugdhulp maakt de gemeente Haarlem de inzet van vaktherapie op twee manieren mogelijk: 1. Via zorg in natura (ZIN) waarbij een indicatie voor GGZ-hulp wordt afgegeven. Een GGZaanbieder kan naar eigen oordeel vaktherapie inzetten als integraal onderdeel van het behandelplan. En hierbij een vaktherapeut betrekken uit de eigen organisatie of als onderaannemer. 2. Via een persoonsgebonden budget (pgb) dat ouders kunnen aanvragen bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het CJG onderzoekt naar aanleiding van de hulpvraag welke vorm van hulp passend is. Wanneer deze vorm van zorg niet binnen het gecontracteerde aanbod aanwezig is, dan is onderzoek en gemotiveerd advies van het CJG nodig om vaktherapie te kunnen indiceren via

een persoonsgebonden budget (pgb). Ouders moeten hierbij voldoen aan de voorwaarden en eisen die aan het beheren van een pgb worden gesteld. De vaktherapeuten geven aan dat voor vak­ therapie voldoende kwaliteitswaarborgen zijn ingeregeld, waaronder een registratie in het Register Vaktherapie. De SKJ-registratie is als kwaliteitseis opgenomen in de recent vastgestelde Verordening Jeugd. Maar in de verordening is vastgelegd dat hier­van mag worden afgeweken na gemotiveerd advies van CJG:

Artikel 3.10 Weigeringsgronden gelegen in de specifieke aanbieder van jeugdhulp, lid: g. “Waar geen SKJ of BIG geregistreerde professionals werkzaam zijn, met uitzondering van vervoer. Op gemotiveerd advies van het CJG kan bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget van voorgaande registratie-eis worden afgeweken”.

Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

13

Uit het onderzoek van de pilot (interviews en vragenlijsten) kunnen onderstaande bevindingen met betrekking tot de toeleiding, gehaald worden.

Onderzoeksgegevens van de 44 ouders die de vragenlijst invulden: • Over de aanvraagroute in de pilot zijn ouders tevreden. • De meeste ouders (25%) zijn voor het eerst geïnformeerd door het CJG over vaktherapie. • De meeste ouders gaven aan dat het proces van het eerste contact tot de start van de vaktherapie prettig (59%), snel (39%), duidelijk (43%) en eenvoudig (39%) verliep. • Gemiddeld duurde het moment van het eerste contact tot de indicatie 3 tot 4 weken. • Van de 63 jeugdigen zijn er: - 26 jeugdigen via de huisarts verwezen - 34 jeugdigen via het CJG verwezen - 2 jeugdigen via de JGZ verwezen - 1 jeugdige via het UMC verwezen.

Onderzoeksgegevens vanuit de 17 GGZ (regie)behandelaren die de vragenlijst hebben ingevuld: • 67% van de behandelaren geven aan dat de directere aanvraagroute voor vaktherapie, als zelfstandig product binnen jeugdhulp in Haarlem, als voordeel van de (pilot) route wordt gezien. Gevolgd door 56% administratieve lastenverlichting (ten opzichte van een pgb-traject voor ouders) en 44% van de GGZ (regie)behandelaren geeft als voordeel aan dat deze route voor hen ook administratieve lastenverlichting kan geven. • 71% van de GGZ behandelaren geeft aan in de afgelopen 2 jaar vaktherapie aan een behandeltraject te hebben toegevoegd. • Als nadeel wordt de versnippering van verschillende zorgaanbieders genoemd en het ontbreken van regie op de totale inzet van zorg. Dit wordt door een aantal GGZ (regie) behandelaren genoemd.

Onderzoekgegevens uit de interviews met ouders, GGZ behandelaren, vaktherapeut en CJG. • Ouders waarderen de eenvoud, de snelle start en de directe communicatie met de vak­ therapeut, zowel voor als tijdens de behandeling. • Vaktherapeuten ervaren de pilot met een rechtstreekse aanvraag via CJG als een belangrijke stap naar erkenning en acceptatie van vaktherapie binnen de jeugdhulp. • Vaktherapeuten geven aan dat de pilot de toegang naar vaktherapie vereenvoudigt en de samenwerking met zowel CJG, zorgprofessionals als ouders bevordert. • Vaktherapie wordt door zorgprofessionals erkend als unieke therapievorm vanwege de nadruk op non-verbale communicatie en het creatieve karakter. GGZ (regie) behandelaren erkennen de meerwaarde van vaktherapie. Vaktherapie wordt vaak in combinatie met andere therapievormen ingezet. Zij plaatsen ook kanttekeningen bij de onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid van de vaktherapeuten in het proces van intake en verwijzing.

14

3.3.1 PGB-route Onderzoeksbureau Ipsos heeft 2 interviews met ouders afgenomen die van een persoons­gebonden budget (pgb) vaktherapie hebben ingezet. Bij de interviews van ouders in de pilot, vaktherapeut en CJG zijn ook vragen gesteld over zowel de pilot route als de pgb-route. De gegevens uit deze interviews zijn verwerkt in de beantwoording van onderstaande deelvragen. Beantwoording deelvragen: 1) Is de bestaande pgb- aanvraagroute onnodig langer en kostbaarder t.o.v. de pilot-route? • De pilotroute brengt minder administratieve handelingen met zich mee dan de gebruikelijke pgb-route. En is hierdoor eenvoudiger en kost minder tijd. Een indicatie hoeft niet doorgezet te worden naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB), wat bij een pgb-indicatie wel het geval is. Het beheren van een pgb kost ouders meer tijd. Uit de onderzoeksgegevens kunnen slechts beperkt conclusies worden getrokken over de snelheid van de aanvraagroute voor vak­therapie. 75% van de ouders, die de vragenlijst hebben ingevuld, heeft niet eerder jeugdhulp aangevraagd. Dit betekent dat zij geen ervaring met eerdere aanvraagroutes hebben opgedaan.

2) Welke voor- en nadelen van de route kunnen we onderscheiden voor de verschillende stakeholders? (Jeugdigen/ouders, vak­therapeuten, GGZ aanbieders, CJG/verwijzers.) Het gaat hierbij over jeugdigen die een GGZ-indicatie krijgen. Vanuit de pilot kon er door de huisarts, praktijkondersteuner huisarts (POH), het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en andere wettelijke verwijzers een indicatie voor vaktherapie worden afgegeven. Binnen de pilot is afgesproken dat alle aanvragen voor vaktherapie via het CJG verlopen. Over de pilotroute zijn de ouders zeer tevreden. Ze waarderen de eenvoud, de snelle start van de therapie en de directe communicatie met de vaktherapeut, zowel voor als tijdens de behandeling. Achteraf gezien, na het zien van de positieve effecten van vaktherapie, gaven sommige ouders aan dat zelf bekostigen ook een optie zou zijn geweest, terwijl een pgbaanvraag als een minder aantrekkelijke route werd beschouwd. * GGZ (regie)behandelaren geven aan dat de pilot vaktherapie toegankelijker maakt, zowel voor ouders als voor andere zorgprofessionals. Tegelijkertijd benadrukken zij het belang van een zorgvuldige intake en verwijzing binnen jeugdhulp, ook als vaktherapie een gepaste therapievorm is. Een GGZ-indicatie wordt in principe niet gezien als een route voor vaktherapie, maar vaktherapie kan in de praktijk via een onderaannemerschap ingezet worden.

Het gaat hierbij om een toevoeging aan een bestaande behandeling.

Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

15

4. Ontwikkelingen 3.3.2 GGZ-route Vaktherapie wordt door GGZ (regie)behan­de­laren erkend als een unieke therapievorm. Dit vanwege de nadruk op non-verbale communicatie en het creatieve karakter. De diverse uitingsvormen sluiten aan bij de behoeften van het kind. Vaktherapie wordt ook vaak gecombineerd met andere psychotherapieën. Dit unieke karakter is in

gesprekken met GGZ (regie)behandelaren benadrukt. Zorgprofessionals uiten ook zorgen over vaktherapie, waaronder: de kwaliteitsborging van vaktherapie en de competenties van de vaktherapeuten omtrent de doorverwijzing en/ of de behandeling van complexe problematiek.

4.1. Landelijke ontwikkelingen Hervormings­ agenda Jeugd De landelijke Hervormingsagenda Jeugd (juni 2023) bevat een omvangrijk pakket samenwerkingsafspraken tussen VNG en Rijk. Doel: verbetering van de kwaliteit en betaalbaarheid van het jeugdstelsel op de volgende punten: • reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen • jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassen-ggz en bestaanszekerheid • stevige lokale teams en toegang • terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk • kwaliteitsverbetering en blijvend leren • verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg • eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking • verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring. In de Hervormingsagenda is afgesproken dat het ministerie van VWS komt tot een wetgeving die leidt tot een afbakening van de reikwijdte van de Jeugdhulpplicht en zo bijdraagt aan de beheersing van het zorggebruik en de kosten. Het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet is in consultatie tot en met april 2026.Het is nog onduidelijk hoe de definitieve wet eruit gaat zien.

Het wetsvoorstel “wet verbeteren beschik­­­baar­heid jeugdzorg” is voorgelegd aan de Eerste Kamer. De Eerste Kamer heeft op 7 oktober 2025 ingestemd met het wetsvoorstel. Het heeft als doel de jeugdzorg beter beschikbaar te maken voor de meest kwets­bare kinderen. Dat gebeurt door de samenwerking tussen gemeenten te versterken en door de regionale en landelijke contractering van specialistische jeugdzorg beter te organiseren. Het wetsvoorstel richt zich specifiek op de specialistische jeugdzorg: kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en bij algemene maatregel van bestuur te bepalen vormen van jeugdhulp.

Het wetsvoorstel “wet verbeteren beschik­­­baar­heid jeugdzorg” is voorgelegd aan de Eerste Kamer. De Eerste Kamer heeft op 7 oktober 2025 ingestemd met het wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel is een van de acties uit de Hervormingsagenda Jeugd. 16

Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

17

5. Conclusie Het doel van de pilot was weten of de volgende aanname over vaktherapie klopt: Vaktherapie inzetten als zorg in natura (ZIN) heeft meerwaarde, omdat daardoor een doelgroep wordt bereikt die nu niet of minder goed wordt bereikt. Met deze aanname als kapstok zijn twee hypothesen opgesteld. Hypothese 1 Er is een doelgroep met een zorgvraag binnen de Jeugdwet die we beter kunnen bedienen door non verbaal, ervaringsgericht aanbod door vaktherapie directer beschikbaar te maken.

Conclusie hypothese 1 Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) heeft 63 jeugdigen doorverwezen naar vaktherapie. Er is dus een doelgroep voor non-verbaal en ervaringsgericht aanbod. Verdere afbakening van de doelgroep kan hier niet gegeven worden: deze jeugdigen hadden hiervoor te veel verschillende hulpvragen.De pilot biedt geen aanwijzingen dat de bereikbaarheid van de doelgroep afneemt wanneer vaktherapie niet rechtstreeks wordt aangeboden. Met ‘rechtstreeks’ wordt bedoeld: dat vaktherapie direct door het CJG kan worden geïndiceerd in plaats van via gecontracteerde aanbieders of via een persoonsgebonden budget (pgb). De pilot lijkt, gezien het aantal aanmeldingen, een doelgroep te bereiken voor wie vaktherapie

18

voorheen minder toegankelijk was. Mogelijk hebben de bekendheid van de pilot en de geringe wachttijd hier invloed op gehad, maar dit is niet onderzocht. De betrokken vaktherapeuten geven hierover het volgende aan: “Ik zie niet dat het vastlopen van de zorg een reden is voor het aanvragen van vaktherapie. De ouders die we spreken hebben vaak andere dingen geprobeerd en zien in vaktherapie echt een oplossing.” Hypothese 2 De huidige route waarbij er diverse stappen nodig zijn om vaktherapie in te zetten als jeugdhulp, is onnodig en kan sneller en eenvoudiger.

Conclusie hypothese 2 Over de snelheid van de aanvraagroute voor vaktherapie kunnen maar beperkt conclusies worden getrokken met de onderzoeksgegevens. 75% van de ouders, die de vragenlijst hebben ingevuld, heeft niet eerder jeugdhulp ontvangen; zij deden dus eerder geen ervaring op met aanvraagroutes. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) onderzoekt bij elke hulpvraag welke vorm van hulp het meest passend is. De processtappen die het CJG hiertoe moet doorlopen gelden ook voor vaktherapie.

Gemeente Haarlem - Eindrapport Pilot Vaktherapie

19

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16967174/1