Bijlage 1. Decembercirculaire 2025
Tekst van het document
Gemeentefonds
Decembercirculaire 2025
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 16 december 2025 Kenmerk 2025-0000688416
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
decembercirculaire gemeentefonds 2025 bekendmaking van beleid en het geven van informatie decembercirculaire 2024 (2024-0000953334); meicirculaire 2025 (2025-0000332806) septembercirculaire 2025 (2025-0000554447) 16 december 2025 1 juli 2026
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
Voorwoord Voor u ligt de decembercirculaire Gemeentefonds 2025. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De decembercirculaire heeft doorgaans een beperkte strekking. Het gaat primair om onderwerpen die vóór het einde van het jaar geregeld dienen te zijn, met het oog op de jaarafsluiting door het Rijk en de gemeenten. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
1
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
2
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten ................................................................................................................. 6 1.1
Inleiding .................................................................................................................. 6
1.2
Algemene Uitkering ................................................................................................... 6
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ..................................................................... 6
Algemene uitkering ........................................................................................................ 8 2.1
Inleiding .................................................................................................................. 8
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering .................................................... 8
1.
Wet Versterking regie volkshuisvesting ..................................................................... 9
2.
Kinderopvang pleegouders ...................................................................................... 9
3.
Hervormingsagenda Jeugd ..................................................................................... 10
4.
‘Weeffout’ Jeugdzorg ............................................................................................. 10
5.
Basisregistratie Personen (BRP) .............................................................................. 10
5a.
BRP Logisch Ontwerp ............................................................................................ 10
5b.
BRP experiment ................................................................................................... 11
5c.
Bijdrage gebruik BRP 2025 .................................................................................... 11
6.
Handelsregister KvK .............................................................................................. 11
7.
Landelijke Vreemdelingen Voorziening (overheveling naar decentralisatie-uitkering) ..... 11
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering ....................................................................... 12
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering .................................................................. 12
2.4.1
Veranderingen in het verdeelstelsel ..................................................................... 12
2.4.2
Bommenregeling ............................................................................................... 12
2.5 3
Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor .................................................. 13
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ........................................................................ 15 3.1
Inleiding ................................................................................................................. 15
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ..................................... 15
1.
Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven............................................... 16
2.
Meerkosten Oekraïne sociaal domein ....................................................................... 17
3.
Uitvoeringskosten Nij Begun................................................................................... 17
4.
Almere ................................................................................................................ 17
5.
Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................................................................. 18
6.
Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp.......................................................... 18
7.
Landelijke Vreemdelingen Voorziening (overheveling van algemene uitkering) .............. 19
8.
Impulsbudget arbeidsmarktregio’s .......................................................................... 19
9.
LPO Meerjarige regeling aardbevingsgebied Groningen 2024–2030 ............................. 20
10.
Implementatie Plateau 2 ........................................................................................ 20
11.
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties................................................... 20
11a. Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus .......................................................................... 20 11b. Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) ................................................. 21
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
3
12.
Beëindiging varkenshouderij Nederweert .............................................................. 21
13.
Startbanen statushouders .................................................................................. 22
14.
Erfgoed Deal ..................................................................................................... 22
15.
Veilig vergaderen .............................................................................................. 22
16.
Pilot Sportpas ................................................................................................... 23
17.
Nieuwkomers aan het werk................................................................................. 23
18.
Gelijkwaardige schadeafhandeling Drieborg .......................................................... 23
19.
Wet betaalbare huur .......................................................................................... 23
20.
Veerkracht en weerbaarheid ............................................................................... 24
21.
Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe ........................................ 24
22.
Work in NL ....................................................................................................... 24
22a.
Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen ....................................... 24
22b.
Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) .................................................... 24
23.
Landelijk bureau Zorg- en Veiligheidshuizen.......................................................... 25
24.
Pilots Samenwerken sociaal- en veiligheidsdomein ................................................ 25
25.
Maatwerkoplossing grootschalige bodemschade drugsproductie............................... 25
26.
Gebiedsgerichte leeraanpak funderingsproblematiek .............................................. 25
27.
Doorontwikkeling Ondernemers Centraal (OC)-applicatie ........................................ 26
28.
Pilot maatschappelijk herbestemmen (Maher) ....................................................... 26
29.
Powerport regio Moerdijk .................................................................................... 26
30.
Onderwateropgraving Land van Cuijk ................................................................... 26
31.
Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ................................ 26
32.
Verduurzaming Vlieland...................................................................................... 27
33.
LHBTI-beleid Regenboogsteden ........................................................................... 27
34.
Natuurbrandpreventie en -mitigatie ..................................................................... 27
35.
Inzet ID-wallets ................................................................................................ 27
36.
Evacués ........................................................................................................... 27
37.
Aanpak recreatieparken ..................................................................................... 28
38.
Actieagenda mkb-dienstverlening ........................................................................ 28
39.
Dossier Fivoor Zeist ........................................................................................... 28
40.
Almere Explosies en Jeugd ................................................................................. 28
41.
Privacy jurist Amsterdam ................................................................................... 28
42.
Veldacademie.................................................................................................... 28
43.
Gebiedsplan Maasduinen .................................................................................... 29
44.
Grenslandconferentie ......................................................................................... 29
45.
Realisatie energietransitie................................................................................... 29
46.
Een Warme Jas, verduurzaming monumenten ....................................................... 29
3.3. Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ... 29 3.3.1 Vrouwenopvang ...................................................................................................... 29 3.3.2 Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE).............................. 30 4
Overige mededelingen ................................................................................................... 31
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
4
4.1
Inleiding ................................................................................................................. 31
4.2
Bevoorschotting ....................................................................................................... 31
4.3
Website financiën decentrale overheden: www.findo.nl ................................................. 31
4.4
Pilot dakloze EU-burgers ........................................................................................... 32
Bijlagen ............................................................................................................................ 33 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ................................................ 34 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2025 per cluster............................................................ 36 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ................................................ 38 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2026 per cluster............................................................ 40 Bijlage 2.5.1 Geactualiseerde volumina .............................................................................. 42 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkering 2025-2030........................................................... 43 Bijlage 3.2-1 Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven ...................................... 44 Bijlage 3.2-2 Meerkosten Oekraïne sociaal domein ............................................................... 46 Bijlage 3.2-3 Uitvoeringskosten Nij Begun .......................................................................... 50 Bijlage 3.2-5 Faciliteitenbesluit opvangcentra ...................................................................... 51 Bijlage 3.2-6 Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp .................................................
52 Bijlage 3.2-6 Landelijke Vreemdelingen Voorziening ............................................................. 56 Bijlage 3.2-8 Impulsbudget arbeidsmarktregio’s .................................................................. 57 Bijlage 3.2-11a Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus .............................................................. 58 Bijlage 3.2-11b Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) ...................................... 60 Bijlage 3.2-13 Startbanen statushouders ............................................................................ 62 Bijlage 3.2-14 Erfgoed Deal .............................................................................................. 63 Bijlage 3.2-15 Veilig vergaderen ........................................................................................ 64 Bijlage 3.2-17 Nieuwkomers aan het werk .......................................................................... 65 Bijlage 3.2-19 Wet betaalbare huur.................................................................................... 66 Bijlage 3.2-20 Veerkracht en weerbaarheid ......................................................................... 70 Bijlage 3.2-22a Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen ..............................
71 Bijlage 3.2-34 Natuurbrandpreventie en -mitigatie ............................................................... 72 Bijlage 3.3-2 Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ................... 73
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
5
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten- en lasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Najaarsnota 2025 en de bijbehorende Tweede Suppletoire Begroting 2025. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Zoals gebruikelijk bevat de decembercirculaire geen nieuwe accresramingen. Voor de jaarafsluiting 2025 is het accres 2025 zoals gemeld in de meicirculaire 2025 de definitieve stand. 1.2
Algemene Uitkering
Wet Versterking regie volkshuisvesting Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting ontstaan extra werkzaamheden voor de medeoverheden. In een artikel 2 onderzoek is vastgesteld dat deze werkzaamheden financiële gevolgen hebben voor gemeenten (en provincies) in de vorm van incidentele en structurele uitvoeringslasten. Ter compensatie van de in het artikel 2 onderzoek geïdentificeerde incidentele uitvoeringslasten is € 48,8 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. 1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2025 een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen: -
De decentralisatie-uitkering Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven. Medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven ondervinden nadelige gevolgen van de fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2025. Via het amendement Van Kent 1 is € 40 miljoen beschikbaar gekomen om medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven compensatie te bieden voor deze nadelige gevolgen.
1
Kamerstukken II 2024-2025, 36 725 XV, nr.6
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
6
-
De decentralisatie-uitkering Meerkosten Oekraïne sociaal domein. De verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en de Wet publieke gezondheid voor de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek ligt voor Oekraïense ontheemden bij gemeenten. In totaal is hiervoor € 33 miljoen beschikbaar gesteld.
-
De decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Nij Begun. In het kader van Nij Begun maakt een deel van de gemeenten in de provincies Groningen en Noord-Drenthe uitvoeringskosten voor het verder uitwerken van de betreffende maatregelen. De gemeenten worden voor de uitvoeringskosten in 2024 en 2025 gecompenseerd met een bedrag van € 29,1 miljoen.
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
7
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Deze drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.
Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de mutaties in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2025 tot en met 2030 ten opzichte van de septembercirculaire 2025. Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire.
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
8
De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder ten opzichte van de septembercirculaire 2025 en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de septembercirculaire 2025 (in duizenden euro's)
stand septembercirculaire 2025
2025
2026
2027
2028
2029
2030
42.145.226
41.827.919
43.238.199
43.650.789
45.543.572
47.678.236
41.827.919
43.238.199
43.650.789
45.543.572
47.678.236
algemene mutaties taakmutaties 1)
Cluster Infrastructuur, ruimte en milieu Wet Versterking regie volkshuisvesting
48.801
2) 3) 4)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Kinderopvang pleegouders Hervormingsagenda Jeugd 'Weeffout' Jeugdzorg
10.700 2.200 -10.000
5) 5a) 5b) 5c) 6)
cluster Bestuur en ondersteuning Basisregistratie Personen (BRP) BRP Logisch ontwerp BRP experiment Bijdrage gebruik BRP 2025 Handelsregister KvK
1.343 850 -5.078 -2.295
7)
Cluster Sociale basisvoorzieningen Landelijke Vreemdelingen Voorziening
-9.368
stand deze circulaire
42.182.379
Toelichting Algemene uitkering 1.
Wet Versterking regie volkshuisvesting
Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting ontstaan extra werkzaamheden voor de medeoverheden. In een artikel 2 onderzoek is vastgesteld dat deze werkzaamheden financiële gevolgen hebben voor gemeenten (en provincies) in de vorm van incidentele en structurele uitvoeringslasten. Ter compensatie van de in het artikel 2 onderzoek geïdentificeerde incidentele uitvoeringslasten is € 48,8 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. De middelen worden verdeeld via het cluster Infrastructuur, ruimte en milieu. 2.
Kinderopvang pleegouders
Bij Voorjaarsnota 2025 is door de Rijksoverheid extra geld beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen, zie paragraaf 2.2.6 meicirculaire 2025. Deze bijdrage geldt voor alle pleegouders die gebruik maken van (vormen van formele) kinderopvang en buitenschoolse opvang (bso), ook in het vrijwillig kader. Pleegouders betalen nu een eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang; dit zijn kosten die overblijven na het ontvangen van de eventuele kinderopvangtoeslag. Besloten is om alsnog voor 2025 deze middelen eenmalig € 10,7 miljoen toe te voegen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd op basis van de maatstaf jongeren. Gemeenten en pleegzorgaanbieders spreken met elkaar af hoe pleegouders aanspraak kunnen maken op deze bijdrage.
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
9
Voor de jaren 2026 en 2027 is ook € 10,7 miljoen per jaar beschikbaar voor dit doel. Dit geld staat op dit moment gereserveerd op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Met de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, Jeugdzorg Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt het ministerie van VWS aan een wijze waarop deze middelen aan pleegouders worden uitgekeerd, zie paragraaf 2.2.8 septembercirculaire 2025. 3.
Hervormingsagenda Jeugd
Op de begroting van het ministerie van VWS zijn in 2025 middelen gereserveerd voor de uitvoering Hervormingsagenda Jeugd. Deze middelen zijn niet volledig tot besteding gekomen. Het ministerie van VWS boekt de resterende middelen van het beschikbaar gemaakte budget voor de Hervormingsagenda Jeugd voor 2025 naar de algemene uitkering van het gemeentefonds (zie ook paragraaf 2.2.5b van de septembercirculaire 2025). In totaal wordt € 2,2 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds. Dit bedrag bestaat voor € 1,4 miljoen uit de algemene uitvoeringsmiddelen en € 800.000 uit de investeringsmiddelen. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 4.
‘Weeffout’ Jeugdzorg
Bij de decentralisatie van de jeugdzorg is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg overgegaan van de provincies naar de gemeenten. In het bestuursakkoord 2011-2015 2 is vastgelegd dat er € 90 miljoen van het provinciefonds werd overgeheveld naar het gemeentefonds. De uitname was gebaseerd op het aantal jongeren op dat moment. Bij de berekening van de bedragen is geen rekening gehouden met het feit dat de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zelf al verantwoordelijk waren voor de jeugdzorg. Hierdoor is er destijds € 10 miljoen structureel teveel overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. In de septembercirculaire 2025 is in paragraaf 4.5 aangekondigd dat deze ‘weeffout’ bij de eerstvolgende budgettaire gelegenheid meerjarig zal worden hersteld en dat in ieder geval bij Najaarsnota de boeking voor het jaar 2025 wordt verwerkt. In deze circulaire wordt voor 2025 daartoe € 10 miljoen overgeheveld naar het provinciefonds. Uiterlijk bij Voorjaarsnota 2026 zal de boeking voor de jaren 2026 en verder worden gedaan. De middelen worden onttrokken aan het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 5.
Basisregistratie Personen (BRP)
Met betrekking tot de Basisregistratie Personen (BRP) vindt een drietal mutaties plaats. Deze mutaties worden hieronder toegelicht. 5a. BRP Logisch Ontwerp Alle gemeenten ontvangen een bijdrage van in totaal € 1,3 miljoen in verband met extra kosten die zij in 2025 maken die samenhangen met diverse aanpassingen in de decentrale systemen van de BRP (zie ook paragraaf 2.2.1 van de decembercirculaire 2023). De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning op basis van de maatstaf inwoners.
2
Kamerstukken II 2010-2011, 32749, nr. 1
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
10
5b. BRP experiment In het najaar van 2023 is het besluit experimenten bijhouding BRP in werking getreden. Dit experiment heeft als doel ingeschrevenen in de BRP op het woonadres te informeren over de inschrijvingen op het betreffende adres (zie ook paragraaf 2.2.17 van de meicirculaire 2024). Dit experiment geeft uitvoering aan het door de Tweede Kamer aangenomen amendement Rajkowski c.s. en een toezegging van de toenmalige staatssecretaris van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) dat een experiment over het doen van meldingen aan ingeschrevenen op een woonadres over inschrijvingen op of adreswijzigingen naar het betreffende adres zal worden gehouden. Het experiment moet uitwijzen of de verplichting leidt tot een lastenverzwaring voor colleges in termen van uitvoering en kosten. De gemeenten ontvangen jaarlijks gedurende de looptijd van het experiment (2023-2026) een vergoeding voor de verplichte medewerking aan de evaluatie van circa € 2.400 per jaar per gemeente. Voor 2025 wordt in totaal een bijdrage van € 850.000 aan het gemeentefonds toegevoegd. De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning op basis van de maatstaf vast bedrag. 5c. Bijdrage gebruik BRP 2025 Met betrekking tot de BRP wordt vanwege extra gebruik door gemeenten in 2025 een aanvullende bijdrage doorbelast van € 5,1 miljoen.
De middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning op basis van de maatstaf inwoners. 6.
Handelsregister KvK
De Kamer van Koophandel (KvK) beheert in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (EZ) het Handelsregister. Dit register is de basisregistratie waarin alle bedrijven en rechtspersonen ingeschreven staan. Daarnaast staan alle andere organisaties die deelnemen aan het economisch verkeer in dit register. Naast private organisaties kunnen ook gemeenten, provincies, ministeries, waterschappen en overige organisaties met een publieke taak gebruik maken van het Handelsregister. Sinds 1 januari 2014 is er sprake van inputfinanciering voor het overheidsgebruik van het Handelsregister waarbij gemeenten bijdragen in de kosten (zie ook paragraaf 2.2.16 van de meicirculaire 2024). Deze mutatie heeft betrekking op een aanvullende bijdrage in de kosten voor 2025. De verhoging is een gevolg van sterk gestegen kosten en wegvallende inkomsten. Het gaat om een totaalbedrag van € 2,3 miljoen. De middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning. 7.
Landelijke Vreemdelingen Voorziening (overheveling naar decentralisatie-uitkering)
Het pilot-programma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In overleg met gemeenten en de VNG is besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. Het kabinet heeft besloten de Rijksbijdrage aan de LVV, waarvan een gedeelte ten laste kwam van de algemene uitkering van het gemeentefonds, stop te
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
11
zetten vanaf 2025. In deze brief 3 is tevens opgemerkt dat gemeenten de mogelijkheid hebben om onderdak voor niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen zelfstandig te financieren. Naar aanleiding van deze brief heeft de VNG, met instemming van haar leden, de fondsbeheerders verzocht om voor het jaar 2025 nog eenmaal het bedrag van € 9,4 miljoen hiervoor uit de algemene uitkering van het gemeentefonds te onttrekken en middels een decentralisatie-uitkering aan de desbetreffende gemeenten te verstrekken. Zoals aangekondigd in paragraaf 4.6 van de septembercirculaire 2025 wordt dit verzoek in deze circulaire verwerkt. De middelen worden onttrokken aan het cluster Sociale basisvoorzieningen. 2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering
2.4.1
Veranderingen in het verdeelstelsel
Er hebben zich ten opzichte van de septembercirculaire 2025 geen veranderingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering voorgedaan. 2.4.2
Bommenregeling
De gemeente Doetinchem had voor de meicirculaire 2025 een aanvraag voor de Bommenregeling gedaan. Deze aanvraag is na overleg met de gemeente Doetinchem met circa € 73.500 neerwaarts bijgesteld.
3
Kamerstukken II 2024-2025, 19 637, nr. 3326
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
12
2.5
Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid en de uitkeringsfactor. Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Er heeft alleen een actualisatie van enkele maatstaven plaatsgevonden. Voor een overzicht van de geactualiseerde maatstaven zie bijlage 2.5.1. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2025 4. Gewicht per maatstaf De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2025-2030 ten opzichte van de septembercirculaire 2025 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1-4 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2025 en 2026.
In deze tabellen wordt de stand van de septembercirculaire 2025 vergeleken met de stand decembercirculaire 2025. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de Onroerendezaakbelasting (OZB)-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis. De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: •
De informatie uit de tabel 2.2.1 met betrekking tot de algemene mutaties
•
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.
•
De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina. Bijlage 2.5.1 bevat een overzicht van de maatstaven waarvan de volumina in deze circulaire zijn geactualiseerd.
•
4
De belastingcapaciteit.
Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
13
2023 De uitkeringsfactor voor 2023 stijgt ten opzichte van de septembercirculaire 2025 van 1,305 naar 1,307. Deze bijstelling wordt veroorzaakt door het verwerken van de definitieve volumina voor de Waardering Onroerende Zaken (WOZ)-waarden waardoor de OZB-maatstaven wijzigen. 2024 De uitkeringsfactor voor 2024 wijzigt niet ten opzichte van de septembercirculaire 2025 en blijft 1,417. 2025 De verwerking van de taakmutaties en de actualisatie van de volumina van een aantal maatstaven (zie voor een overzicht van de geactualiseerde maatstaven bijlage 2.5.1) leidt niet tot een wijziging van de uitkeringsfactor ten opzichte van de septembercirculaire 2025. Deze blijft 1,486. 2026 De uitkeringsfactor voor 2026 stijgt ten opzichte van de septembercirculaire 2025 met 1 punt van 1,490 naar 1,491. Het vrijvallen van een gedeelte van de verdeelreserve 5 in 2026 (€ 20 miljoen op een totaal van € 40 miljoen) heeft een opwaarts effect op de uitkeringsfactor van circa 1 punt.
5
Middelen die worden gereserveerd om fluctuaties, onder andere als gevolg van volumemutaties, op te vangen totdat de definitieve uitkering van enig uitkeringsjaar is vastgesteld.
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
14
3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de septembercirculaire 2025. De mutaties hebben betrekking op 2025 en worden onder de tabel toegelicht. In veel gevallen is er ook sprake van een overboeking aan het BTW-compensatiefonds. In de meicirculaire 2026 wordt een overzicht van deze overboekingen voor het jaar 2025 opgenomen.
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
15
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2025-2030 (bedragen in duizenden euro's) 2025 stand septembercirculaire 2025
2026
2027
2028
2029
2030
5.329.339 5.771.023 4.883.822 4.759.518 4.637.007 4.571.296
1 Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven 2 Meerkosten Oekraine sociaal domein 3 Uitvoeringskosten Nij Begun 4 Almere 5 Faciliteitenbesluit opvangcentra 6 Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp 7 Landelijke Vreemdelingen Voorziening 8 Impulsbudget arbeidsmarktregio's 9 LPO Meerjarige regeling aardbevingsgebied Groningen 2024–2030 10 Implementatie Plateau 2 11 Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties 11a Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus 11b uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) 12 Beëindiging varkenshouderij Nederweert 13 Startbanen statushouders 14 Erfgoed Deal 15 Veilig vergaderen 16 Pilot Sportpas 17 Nieuwkomers aan het werk 18 Gelijkwaardige schadeafhandeling Drieborg 19 Wet betaalbare huur 20 Veerkracht en weerbaarheid 21 Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe 22 Work in NL 22a Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen 22b Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) 23 Landelijk bureau Zorg- en Veiligheidshuizen 24 Pilots Samenwerken sociaal- en veiligheidsdomein 25 Maatwerkoplossing grootschalige bodemschade drugsproductie 26 Gebiedsgerichte leeraanpak funderingsproblematiek 27 Doorontwikkeling Ondernemers Centraal (OC)-applicatie 28 Pilot maatschappelijk herbestemmen (Maher) 29 Powerport regio Moerdijk 30 Onderwateropgraving Land van Cuijk 31 Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende
criminaliteit 32 Verduurzaming Vlieland 33 LHBTI-beleid Regenboogsteden 34 Natuurbrandpreventie en -mitigatie 35 Inzet ID-wallets 36 Evacués 37 Aanpak recreatieparken 38 Actieagenda mkb-dienstverlening 39 Dossier Fivoor Zeist 40 Almere Explosies en Jeugd 41 Privacy jurist Amsterdam 42 Veldacademie 43 Gebiedsplan Maasduinen 44 Grenslandconferentie 45 Realisatie energietransitie 46 Een Warme Jas, verduurzaming monumenten
40.000 33.021 29.126 10.134 9.928 9.826 9.368 5.497 4.734 4.550 3.029 1.332 4.000 3.800 3.610 2.400 1.609 1.200 1.082 1.000 898 826 603 234 802 765 753 650 532 484 430 424 338 325 300 269 218 181 170 166 121 100 99 97 64 45 35 30
stand deze circulaire 5.518.544 5.771.023 4.883.822 4.759.518 4.637.007 4.571.296 *Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Toelichting decentralisatie-uitkeringen 1.
Compensatie medewerkers sociaal ontwikkelbedrijven
Medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven ondervinden nadelige gevolgen van de fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2025. Via het amendement Van Kent 6 is € 40 miljoen beschikbaar gekomen om medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven compensatie te bieden voor deze nadelige gevolgen. Op basis van de motie Klaver/Kouwenhoven is er binnen het Belastingplan 2026 een oplossing voor het financiële nadeel van een brede groep werknemers met een laag
6
Kamerstukken II 2024-2025, 36 725 XV, nr.6
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
16
inkomen (waaronder de medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven) gekomen, waardoor eventuele voortzetting van deze decentralisatie-uitkering in 2026 niet aan de orde is. De grootste gemeente binnen een samenwerkingsverband rondom een sociaal ontwikkelbedrijf ontvangt de financiële middelen. Het budget dat een gemeente ontvangt, is gebaseerd op het aantal medewerkers in dienst van het sociaal ontwikkelbedrijf. Meer specifiek betreffen dit de medewerkers in dienst van het sociaal ontwikkelbedrijf die vallen onder de cao Aan de Slag en de cao Sociale Werkvoorzieningen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1. 2.
Meerkosten Oekraïne sociaal domein
De verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo, de Jeugdwet en de Wet publieke gezondheid voor de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek ligt voor Oekraïense ontheemden bij gemeenten (zie ook paragraaf 3.2.2 van de decembercirculaire 2024). De compensatie is vastgesteld op basis van onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar daadwerkelijke opgevangen Oekraïense ontheemden per gemeente in het jaar 2025 en op basis van extern onderzoek naar de gemiddelde gemeentelijke zorgkosten per ontheemde. Op basis daarvan is een bedrag van € 33 miljoen beschikbaar waarbij de verdeelsleutel per gemeente is vastgesteld op basis van bovengenoemde onderzoeken. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2. 3.
Uitvoeringskosten Nij Begun
In het kader van Nij Begun maakt een deel van de gemeenten in de provincies Groningen en Noord-Drenthe uitvoeringskosten voor het verder uitwerken van de betreffende maatregelen. Naar aanleiding van het rapport en de financieringssystematiek van BMC is een verdeelsleutel opgesteld voor de desbetreffende gemeenten en de provincie. De verdeelsleutel bestaat uit drie componenten: vaste voet, variabele voet (op basis van inwonersaantal) en regionale taken. De gemeenten worden voor de uitvoeringskosten in 2024 en 2025 gecompenseerd met een bedrag van € 29,1 miljoen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-3. 4.
Almere
De decentralisatie-uitkering Groeiopgave Almere dateert uit 2015 en is voor maximaal 22 jaar. Het doel van deze uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen een bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren. Per 2021 is deze decentralisatie-uitkering omgezet in een specifieke uitkering (SPUK), zie paragraaf 2.2.4 van de meicirculaire 2021. In 2022 is deze SPUK door Berenschot geëvalueerd en is besloten om voor de periode 2023-2027 vast te houden aan deze uitkering. Er is toen ook afgesproken dat in 2027 opnieuw een evaluatieonderzoek zal plaatsvinden met als doel een besluit te kunnen nemen over eventuele voortzetting van de
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
17
uitkering voor de periode 2028-2032 en de eventuele hoogte van de uitkering. Inmiddels wordt samen met de gemeente Almere en andere betrokken partijen gewerkt aan de voorbereidingen van deze evaluatie. In dat kader is afgesproken de huidige SPUK weer om te zetten in een decentralisatie-uitkering zonder nadere bestedingsvoorwaarden, daarom heet deze uitkering nu ‘Almere’. Het gaat in 2025 om een totaalbedrag van € 10,1 miljoen. Bij Voorjaarsnota 2026 zal de SPUK ook voor 2026 en verder worden omgezet naar een decentralisatie-uitkering. 5.
Faciliteitenbesluit opvangcentra
Vanaf 1 juli 2025 is de juridische grondslag voor deze uitkering gelegen in de Financiëleverhoudingswet. Gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers faciliteren ontvangen nu middelen voor de werkzaamheden in en voor de opvangcentra (Het faciliteitenbesluit tot 1 juli 2025, zie paragraaf 3.2.6 van de meicirculaire 2025), maar ook voor noodopvang, onderwijshuisvestingskosten, voorlichtingskosten en aanvullende bekostiging in het kader van het faciliteren van asielopvang waar niet vanuit een andere regeling aan tegemoet wordt gekomen. In totaal is voor 2025 een aanvullend bedrag van € 9,9 miljoen beschikbaar bovenop de reeds beschikbaar gestelde € 11,4 miljoen in de meicirculaire 2025. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-5. 6.
Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp
Het beoogde doel van deze decentralisatie-uitkering is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de lokale hulp voor huishoudens met een hoge energierekening en laag inkomen te intensiveren. Met de middelen uit de bestaande SPUK Energiearmoede hebben veel gemeenten al een lokale aanpak op energiearmoede opgezet. Uit de halfjaarlijkse monitor van de Nederlandse Organisatie voor toegepastnatuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) over de uitvoering van de energietransitie blijkt dat gemeenten de doelgroep niet altijd goed kunnen vinden of bereiken. Om gemeenten hierbij te helpen, hebben het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en de VNG samengewerkt aan een portaal dat op een zorgvuldige en veilige wijze contactgegevens van aanvragers bij het TNE, die hiervoor toestemming hebben gegeven, beschikbaar stelt aan gemeenten 7. Gemeenten kunnen de extra middelen aanwenden voor hun bestaande lokale aanpak van energiearmoede. In combinatie met de ontvangen data maakt dit het mogelijk huishoudens gericht te benaderen, passende ondersteuning te bieden en daarbij gebruik te maken van het bestaande lokale hulpaanbod. Gemeenten ontvangen in 2025 een bijdrage van € 9,8 miljoen. De middelen worden verdeeld op basis van het percentage energiearmoede per gemeente (zoals ook aangehouden bij de SPUK Energiearmoede).
7
Kamerstukken II 2024-2025, 24 515, nr.813
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
18
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6. De verwachting is dat in het voorjaar van 2026 aanvullende middelen voor 2026 beschikbaar worden gesteld 8. 7.
Landelijke Vreemdelingen Voorziening (overheveling van algemene uitkering)
Het pilot-programma voor de LVV had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In overleg met gemeenten en de VNG is besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2024. Het kabinet heeft besloten de Rijksbijdrage aan de LVV, waarvan een gedeelte ten laste kwam van de algemene uitkering van het gemeentefonds, stop te zetten vanaf 2025. In deze brief9 is tevens opgemerkt dat gemeenten de mogelijkheid hebben om onderdak voor niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen zelfstandig te financieren. Naar aanleiding van deze brief heeft de VNG, met instemming van haar leden, de fondsbeheerders verzocht om voor het jaar 2025 nog eenmaal het bedrag van € 9,4 miljoen hiervoor uit de algemene uitkering van het gemeentefonds te nemen en middels een decentralisatie-uitkering aan de desbetreffende gemeenten te verstrekken. Zoals aangekondigd in paragraaf 4.6 van de septembercirculaire 2025 wordt dit verzoek in deze circulaire verwerkt. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-7. 8.
Impulsbudget arbeidsmarktregio’s
De arbeidsmarktregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget (zie ook paragraaf 3.2.2 van de meicirculaire 2025). Deze middelen maken het mogelijk om gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio. Hiermee kunnen de kaders ontwikkeld worden voor de regionale arbeidsmarktinfrastructuur en mogelijke knelpunten in de regionale samenwerking worden opgelost 10. Aanvullend op de eerder beschikbaar gestelde middelen wordt er nu aanvullend een totaalbedrag van € 5,5 miljoen beschikbaar gesteld voor eenmalige kosten die te maken hebben met de transitie of implementatie van het Werkcentrum. Hierbij kan gedacht worden aan benodigde extra inzet voor de integratie van het WerkgeversServicepunt in het Werkcentrum, het ontwikkelen van een aanpak voor de implementatie van Verbeteren Uitwisselen Matchingsgegevens (VUM) of de aanschaf van ondersteunende software voor matching en talentontwikkeling. Het totaalbedrag wordt evenredig over de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s verdeeld. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-8.
8 9
Kamerstukken II 2024-2025, 29 023, nr.599 Kamerstukken II 2024-2025, 19 637, nr. 3326
10
Gemeentenieuws van SZW 2024-4
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
19
9.
LPO Meerjarige regeling aardbevingsgebied Groningen 2024–2030
Voor de Meerjarige regeling aardbevingsgebied Groningen 2024–2030, worden jaarlijks middelen via SPUKs uitgekeerd aan betrokken gemeenten in het aardbevingsgebied en aan de provincie Groningen. Ten behoeve van de liquiditeit is de afspraak dat dit in het eerste kwartaal van het jaar wordt uitgekeerd. De mogelijke Loon- en Prijsontwikkeling (LPO) op de onderdelen uit de regeling wordt echter later in het jaar toegekend op de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De LPO wordt daarom middels deze decentralisatie-uitkering aan de betreffende gemeenten uitgekeerd. Het gaat voor de desbetreffende gemeenten in 2025 om een bedrag van € 4,7 miljoen. In 2025 ontvangen de volgende vijf gemeenten een bijdrage: Eemsdelta (€ 3.133.000), Groningen (€ 598.000), Het Hogeland (€ 362.000), Midden-Groningen (€ 469.000) en Oldambt (€ 172.000). 10. Implementatie Plateau 2 Gegevens over inburgeraars die vallen onder de Wet inburgering 2021 worden op dit moment veelal handmatig (via portalen en bestanden) uitgewisseld. Dit is niet alleen foutgevoelig, maar ook zeer arbeidsintensief. Om die reden worden op dit moment voorbereidingen getroffen om de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens binnen de inburgeringsketen (“plateau 2”) mogelijk te maken. De implementatie hiervan zal stapsgewijs vanaf 2026 gaan plaatsvinden.
De bijdrage die gemeenten ontvangen, kan worden gebruikt voor eventuele investeringen die voor deze overstap nodig zijn. Het gaat om een totaalbedrag van € 4,6 miljoen en deze middelen worden evenredig over alle gemeenten verdeeld. 11. Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen (zie ook paragraaf 3.2.7 van de meicirculaire 2025). Voor de decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus is er voor beide fases nu aanvullend in totaal € 3 miljoen beschikbaar gekomen. Voor de decentralisatieuitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleinere sectoren) is voor beide fases in totaal € 1,3 miljoen beschikbaar gekomen. 11a. Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus fase 1 De bijdrage voor fase 1 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de periode van 24 januari 2025 tot en met 15 september 2025 verleende (positieve) beschikkingen.
De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze (positieve) beschikking betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€ 7.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds). Voor fase 1 van deze decentralisatie-uitkering is nu aanvullend aan de € 567.000 die in de meicirculaire is gemeld, een bedrag van € 664.433 exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds beschikbaar.
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
20
Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus fase 2 De bijdrage voor fase 2 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de RVO in de periode van 24 januari 2025 tot en met 15 september 2025 geregistreerde ondertekende overeenkomsten tot beëindiging van de veehouderijlocatie. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze overeenkomst betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€ 20.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds). Voor fase 2 van deze decentralisatie-uitkering is nu aanvullend aan de € 9,7 miljoen die in de meicirculaire is gemeld, een bedrag van € 2,4 miljoen, exclusief bijdrage aan het BTWcompensatiefonds beschikbaar. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente en per fase is opgenomen in bijlage 3.2.11a. 11b. Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) Van 18 november 2024 tot en met 20 december 2024 was de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties kleinere sectoren opengesteld, waarmee ook veehouders in kleinere sectoren hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen. Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) fase 1 De bijdrage voor fase 1 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de RVO in de periode van 20 januari t/m 15 september verleende (positieve) beschikkingen.
De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze (positieve) beschikking betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€ 7.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTWcompensatiefonds). Voor fase 1 van deze decentralisatie-uitkering is nu een bedrag van € 625.349 exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds beschikbaar. Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (kleine sectoren) fase 2 De bijdrage voor fase 2 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de RVO in de periode van 20 januari t/m 15 september geregistreerde ondertekende overeenkomsten tot beëindiging van de veehouderijlocatie. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze overeenkomst betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€ 20.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds). Voor fase 2 van deze decentralisatie-uitkering is nu een bedrag van € 707.250 exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds beschikbaar. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente en per fase is opgenomen in bijlage 3.2.11b. 12. Beëindiging varkenshouderij Nederweert Binnen de aanpak piekbelasting zet het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) in op maatwerk.
Maatwerk is bedoeld om het doelbereik van deze aanpak gericht op stikstof, alsook op andere maatschappelijke doelen, te vergroten, het vertrouwen in de overheid te verbeteren en een betere verbinding tussen praktijk en beleid te realiseren.
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
21
Het ministerie van LVVN heeft het, in samenwerking met de medeoverheden, mogelijk gemaakt om in Nederweert een varkenshouderij te laten stoppen. Het Rijk, de provincie en de gemeente dragen allen financieel bij aan de beëindiging. De daadwerkelijke uitvoering ligt bij de gemeente Nederweert en deze gemeente ontvangt daartoe een bijdrage van € 4 miljoen. 13. Startbanen statushouders Het ministerie van SZW spant zich in om de arbeidsparticipatie van statushouders te verbeteren (zie ook paragraaf 3.2.7 van de decembercirculaire 2024). Gemeenten vervullen een belangrijke rol in de begeleiding (inclusief inburgering) naar werk van werkzoekende statushouders. De betrokken twaalf gemeenten (centrumgemeenten van twaalf arbeidsmarktregio’s) ontwikkelen hun eigen proeven (aanpakken) om statushouders die zich gaan vestigen in een gemeente, intensief te begeleiden (inclusief inburgering) en een betaalde baan (Startbaan) aan te bieden. In totaal is hiervoor € 3,8 miljoen beschikbaar. Elke betrokken centrumgemeente ontvangt een gelijk basisbedrag. De arbeidsmarktregio Rotterdam-Rijnmond is betrokken bij twee pilots, waardoor de gemeente Rotterdam tweemaal het basisbedrag ontvangt. Aanvullend ontvangen de betrokken G4 gemeenten € 100.000 gelet op de grootte van de doelgroep. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-13. 14.
Erfgoed Deal In de Erfgoed Deal slaan 15 partijen- zowel overheid als maatschappelijke organisaties - de handen ineen om samen te werken aan een waardevolle leefomgeving (zie ook paragraaf 3.2.6 van de decembercirculaire 2024). Het gezamenlijke doel is om de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken. In deze circulaire wordt een negende ronde met daarin zes gemeentelijke projecten (en één provinciaal project) aan het portfolio toegevoegd. Er is voor deze zes gemeentelijke projecten een totaalbedrag van € 3,6 miljoen beschikbaar gesteld. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-14. 15. Veilig vergaderen De afgelopen periode is gebleken dat vergaderingen van gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen van waterschappen gepaard kunnen gaan met maatschappelijke onrust, ongeregeldheden en zelfs bedreigende situaties. Om gemeenten en provincies te ondersteunen met het treffen van maatregelen om beter voorbereid te zijn op mogelijke verstoringen van vergaderingen van het volksvertegenwoordigend orgaan, wordt aan vijfentwintig gemeenten en drie provincies vanuit het programma Weerbaar bestuur een eenmalige financiële bijdrage verstrekt. De betrokken gemeenten en provincies zijn ingegaan op een algemene uitnodiging van het ministerie van BZK om hier gezamenlijk mee aan de slag te gaan.
Het gaat voor de gemeenten om een totaalbedrag van € 2,4 miljoen. De helft van dit bedrag wordt evenredig over de deelnemende gemeenten verdeeld. De andere helft op basis van inwonersaantal, waarbij gemeenten met een kleiner inwoneraantal een hogere bijdrage ontvangen.
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
22
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-15. 16. Pilot Sportpas Met de pilot Sportpas wordt gekeken wat voor effect de invoering van een sportpas heeft voor jongeren tussen 12-23 jaar. De pilots betreffen het aanbieden van een sportpas met een tegoed in de drie pilotgemeenten. Het gaat om een totaalbedrag van € 1,6 miljoen. De gemeenten Waadhoeke, Dordrecht en Heerlen ontvangen respectievelijk een bijdrage van € 670.320, € 538.200 en € 400.000. De verdeling is gebaseerd op een bedrag per sportpas per gemeente, een schatting van het bereik van het aantal jongeren en met in twee gemeenten een selectie van groepen jongeren op basis van inkomen. 17. Nieuwkomers aan het werk Voor nieuwkomers (asielzoekers en gezinsmigranten/ vrouwelijke statushouders) is werk de beste manier om te integreren in de samenleving. Ze leren de taal sneller op de werkvloer, ze verdienen hun eigen geld en ervaren de mogelijkheid om hun leven zelf vorm te geven. Verder kunnen nieuwkomers een bijdrage leveren aan het tegengaan van arbeidsmarktkrapte. Om de arbeidsparticipatie van nieuwkomers te verhogen en te kijken wat er nodig is om nieuwkomers werk aan te bieden ontvangen zes pilot gemeenten een bijdrage van in totaal € 1,2 miljoen. Het bedrag wordt evenredig over de pilot gemeenten verdeeld.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-17. 18. Gelijkwaardige schadeafhandeling Drieborg In Nij Begun is toegezegd dat er een oplossing komt voor de ontstane verschillen in de schadeafhandeling in het dorp Drieborg in de gemeente Oldambt als gevolg van de getrokken grens. De getrokken grens, waar mogelijke schades als gevolg van de gaswinning worden afgehandeld, loopt dwars door het dorp Drieborg heen. Met een financiële bijdrage van € 1,1 miljoen voor de gemeente Oldambt draagt het Rijk bij aan een gelijkwaardige schadeafhandeling in het dorp Drieborg. 19. Wet betaalbare huur De Wet maximering huurprijsverhogingen liberaliseerde huurovereenkomsten, stelt een maximum aan de jaarlijkse huurverhogingen voor geliberaliseerde huurovereenkomsten (zie ook paragraaf 3.2.12 van de decembercirculaire 2024). Gemeenten hebben sinds 1 juli 2024 handhavende bevoegdheden ten aanzien van verhuurders die zich niet aan deze maximering houden. In 2024 zijn er middelen overgeboekt voor de implementatie van de wet en de daaruit volgende toezichten handhavingskosten in 2024. Voor de uitvoering van de wet in 2025 is een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar. De verdeling van dit budget vindt plaats op basis van de verdeelsleutel van de Wet betaalbare huur. De Wet maximering huurprijsverhoging geliberaliseerde huurovereenkomsten loopt tot 1 mei 2029.
Naar verwachting worden in het voorjaar van 2026 aanvullende middelen voor de periode 2026-2029 beschikbaar gesteld.
Decembercirculaire gemeentefonds 2025
23
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-19. 20. Veerkracht en weerbaarheid Het ministerie van SZW spant zich in voor het versterken van veerkracht en (digitale) weerbaarheid van individuen, omgevingen, gemeenschappen en de samenleving ter bevordering van de sociale stabiliteit (zie ook paragraaf 3.2.22 van de decembercirculaire 2024). In totaal 19 gemeenten ontvangen in totaal een bedrag van € 898.000. Het ministerie van SZW ondersteunt deze gemeenten hiermee in hun lokale aanpak gericht op het verminderen van maatschappelijke spanningen. Gedacht kan worden aan thema’s als (online) radicalisering en extremisme, polarisatie, ongewenste buitenlandse inmenging (OBI) en discriminatie. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-20. 21. Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe In Nij Begun, de kabinetsreactie op de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen, is de ontwikkeling van een sociale agenda aangekondigd (zie ook paragraaf 3.2.1 van de septembercirculaire 2025). In de Sociale Agenda zijn 16 maatregelen opgenomen die in de regio door afzonderlijke partijen worden uitgevoerd. Gemeenten worden via deze decentralisatieuitkering met een bedrag van € 826.000 gecompenseerd voor de loon- en prijsontwikkeling (LPO).