Bijlage 1. concept regioadvies VAWOZ en 380kV NNHN 90% versie ten behoeve van consultatie volksvertegenwoor
Tekst van het document
• Bij de start van de 380kV-NNHN zijn de opgaven geformuleerd in het voornemen en voorstel voor participatie.2 Het kunnen realiseren van deze opgaven ziet het ministerie van KGG als randvoorwaarde voor het regioadvies om over te kunnen nemen door de Ministers.
1 2
Zie: Voornemen en voorstel voor participatie - 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord. Zie: Voornemen en voorstel voor participatie - 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord. Pagina 2 van 5
Uitgangspunten en randvoorwaarde voor programma VAWOZ: • In de cNRD voor het Programma VAWOZ zijn diverse uitgangspunten opgenomen. Deze ziet het ministerie van KGG als randvoorwaarden voor het regioadvies om over te kunnen nemen door de Ministers. • Op basis van de systeemintegratiestudies wordt duidelijk hoeveel elektrische aanlandingen er technisch maximaal gerealiseerd kunnen worden in de provincie Noord-Holland. • Uitgaan van één aanlanding van waterstofbuisleidingen in provincie NoordHolland. • Bij iedere aansluiting op een 380kV-hoogspanningsstation is het noodzakelijk om binnen een straal van 6 kilometer van het 380kV-hoogspanningsstation een convertorstation van 5,5 ha te realiseren. Op het 150kVhoogspanningsstation Velsen is het nodig dat eerst de huidige aangesloten restgastcentrales van Vattenfall uit dienst gaan. • Om meer dan één aanlandingen in de Kop van Noord-Holland te kunnen realiseren, zijn twee mastenrijen nodig in plaats van één mastenrij. • Binnen Programma VAWOZ wordt onderzoek gedaan naar kansrijke locaties voor elektrolysers nabij aansluitlocaties op land. Het uitgangspunt is dat de grootschalige elektrolysers op dezelfde 380kV-hoogspanningsstations worden aangesloten als waar een converterstation op wordt aangesloten.
Klimaat en groene Groei
Ons kenmerk KGG / 97684530
3. Aanleiding en noodzaak 380kV-NNHN Het gebruik en transport van elektriciteit in Nederland neemt al tientallen jaren toe. Ook in Noord-Holland Noord (het gebied boven het Noordzeekanaal tot en met de Kop van Noord-Holland) groeit de vraag naar elektriciteit snel. TenneT gebruikt prognoses om een tweejaarlijks investeringsplan op te stellen. Uit het investeringsplan tot 2031 blijkt het volgende: • Dat de komende jaren een verdubbeling van de vraag naar elektriciteitstransport verwacht wordt in Noord-Holland Noord. • Dat er nu al verschillende knelpunten in het huidige 150 kV-netwerk in NoordHolland Noord zijn. Deze worden de komende jaren erger. • Daarnaast komen er nieuwe knelpunten bij, doordat er steeds meer transportcapaciteit wordt gevraagd door een toenemende vraag en aanbod van elektriciteit. • De verwachte druk op het elektriciteitsnet van Noord-Holland Noord is in 2030 zo groot, dat dit niet met een versterking van het huidige 150 kV-net kan worden opgelost. Het is noodzakelijk dat er een uitbreiding van het 380 kVnet komt dat aansluit op het bestaande 150 kV hoogspanningsstation Middenmeer om leveringszekerheid in de gehele regio te kunnen garanderen. Het project 380kV NNHN is in 2023 gestart om de benodigde 380kV-netuitbreiding te realiseren en om zo de netcongestie op te lossen. Er wordt nu door TenneT onderzoek gedaan voor het opstellen van het plan-MER en IEA.
Op basis van de plan-MER, IEA, een advies daarover van de Commissie m.e.r. en het regioadvies neemt de minister van KGG, in overeenstemming met de minister van VRO de voorkeursbeslissing voor het project 380 kV NNHN. Het regioadvies heeft een belangrijke adviserende rol in het besluitvormingsproces. KGG verwacht begin 2026 de concept ontwerp-voorkeursbeslissing met u te kunnen bespreken. Daarna wordt deze gepubliceerd en is het voor eenieder mogelijk een zienswijze in te dienen. In de zomer of het najaar van 2026 wordt de definitieve voorkeursbeslissing gepubliceerd. Dan is duidelijk welke onderzoeklocaties voor de hoogspanningsstations en welke corridor(s) nader onderzocht worden binnen het plan-MER.
Pagina 3 van 5
Programma VAWOZ Nederland heeft de ambitie om onafhankelijk te worden in haar energievoorziening, willen we de leveringszekerheid borgen en willen we in 2050 klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat er grote hoeveelheden hernieuwbare energie nodig is, bestaande uit onder andere elektriciteit en CO₂-arm geproduceerd waterstof. Om dit te bereiken, is de tijdige ontwikkeling van grootschalige windenergie op zee cruciaal. Het Programma VAWOZ onderzoekt daarom hoe de energie van, nog te bouwen, windparken op zee aan land kan worden gebracht in de vorm van elektriciteit of waterstof. Ook kijkt het Programma VAWOZ naar de mogelijke ruimtelijke inpassing van grootschalige elektrolyse op land gekoppeld aan de aanlanding wind op zee.
Klimaat en groene Groei
Ons kenmerk KGG / 97684530
In de praktijk betekent dit dat er in Noord-Holland in de periode van 2031-2040 veel grootschalige energie-infrastructuur voor elektriciteit en waterstof bijgebouwd zal gaan worden. Deze infrastructuur is ook nodig voor de verduurzaming van de Noord-Hollandse industrie en biedt kansen voor economische structuurversterking in de gehele provincie. Op basis van de adviezen vanuit de diverse regio’s, de input van de brede omgeving, het advies van de Commissie m.e.r., het advies van het Omgevingsberaad Wadden en het Bestuurlijk Overleg Wadden, het advies van Rijkswaterstaat, raadpleging van het Noordzeeoverleg en de onderzoeksresultaten stelt het ministerie van KGG een concept van het ontwerp-programma op. Hierin wordt een selectie gemaakt van meest kansrijke alternatieven, dit noemen we voorkeursalternatieven. Deze zal met u worden besproken. Naar verwachting kan het ontwerp-programma in juni 2026 ter inzage worden gelegd. Zodra de zienswijzen zijn beantwoord en verwerkt zal de ministerraad naar verwachting eind 2026 het Programma VAWOZ vaststellen en besluiten voor welke alternatieven ruimtelijke procedures gaan starten. Na afronding van Programma VAWOZ worden de voorkeursalternatieven verder uitgewerkt in een eigen projectprocedure.
4. Samenhang tussen 380kV NNHN en Programma VAWOZ De samenhang tussen project 380kV NNHN en Programma VAWOZ is als volgt; • Binnen het project 380kV NNHN wordt gezocht naar locaties voor twee nieuwe hoogspanningsstations; één in het noorden nabij station Middenmeer150kV en één in het zuiden tussen Beverwijk en Diemen. Voor beide stations zijn nog diverse zoekgebieden in studie. Programma VAWOZ onderzoekt voor beide hoogspanningsstations of daar mogelijk aangeland kan worden. • Indien vanuit Programma VAWOZ wordt besloten om op één of beide van deze nieuwe hoogspanningsstations aan te sluiten, dan zal er binnen een straal van 6 kilometer van deze locatie(s) ook een convertorstation gebouwd moeten worden. • Als er in de Kop van Noord-Holland meerdere aanlandingen gerealiseerd worden voor elektriciteit geproduceerd op zee, dan is er een dubbele rij hoogspanningsmasten door Noord-Holland nodig. Binnen het project 380kV NNHN worden tracés onderzocht waar een mogelijke tweede mastenrij geplaatst zou kunnen worden. • Kaart 1. laat zien welke zoeklocaties voor waterstofaanlandzones, hoogspanningsstations en convertorstations en welke tracés voor hoogspanningsmasten, ondergrondse elektriciteitskabels en waterstofroutes bestudeerd worden in beide onderzoekstrajecten. Hiermee wordt ook helder dat er een grote inhoudelijke samenhang is tussen beide trajecten.
Een locatie of tracékeuze in het ene traject heeft dus direct gevolgen voor de keuzes die in het andere traject gemaakt moeten worden. Pagina 4 van 5
Klimaat en groene Groei
Ons kenmerk KGG / 97684530
Kaart 1. Samenhang project 380kV NNHN en Programma VAWOZ (2031-2040).
Pagina 5 van 5
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
Bijlage 2: Overzicht Resultaten Noordelijk Station planMER
43
Concept-regioadvies pVAWOZ & 380kV NNHN – versie 15-10-2025
Bijlage 3: Overzicht Resultaten Zuidelijk Station planMER
44
Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer
(bron: https://nnhn-iea.witteveenbos.com/nl/samenstellen/ (E-Merge viewer IEA NNHN))
5 varianten vergeleken: Via de viewer van witteveen en bos zijn vijf varianten met elkaar vergeleken. Het gaat om de varianten donkerblauw, geel en lichtblauw, rood vanaf Wijdewormer en Groen via P15. Een keuze voor de variant ‘rood vanaf Wijdewormer (met een station in de Wijdewormer (ZM1/ZM2), langs de A7 (P18 & via geel/rood) richting Agriport) was eerder als variant in beeld bij de overheden. Hoofdstuk 4 van de IEA toont aan dat deze variant onvergunbaar lijkt vanuit de wetgeving rond Natura 2000 als er alternatieven zijn. Ook varianten geel en lichtblauw lijken om deze reden niet vergunbaar. Bij elk thema is met een rode contour de meest negatieve score aangegeven indien onderscheidend t.o.v. de andere corridors.
Lichtblauw Rood vanaf Wijdewormer Geel Donkerblauw Groen via P15
Vergeleken varianten
Delen van de tracéalternatieven en verbindingsstukken waar de risico’s op vergunbaarheid Natura 2000 spelen, weergegeven in grijs (bron IEA, hfst 4)
Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer
Veiligheid
Water
Bodem
Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer
Natuur
Leefomgeving en gezondheid
Gebruiksfuncties
Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
Techniek
Bijlage 4: Vergelijking 3 hoofdcorridors met Groen via P15 en Rood vanaf Wijdewormer
Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten (bron: https://nnhn-iea.witteveenbos.com/nl/samenstellen/ (E-Merge viewer IEA NNHN))
5 varianten vergeleken: Via de viewer van Witteveen en Bos zijn vijf varianten met elkaar vergeleken
Groen via P15 Groen via Geel Groen via Rood Groen Groen via P14 Alle vergeleken varianten gaan via Groen ZZ, Groen Z en Groen ZM. De scores voor deze deeltracés worden in deze analyse niet getoond, omdat ze niet onderscheidend zijn. Bij elk thema is met een rode contour de meest negatieve score aangegeven indien onderscheidend t.o.v. de andere corridors. Soms scoren alle corridors (sterk) negatief maar is er wel degelijk onderscheid omdat er meer deeltracés negatief scoren t.o.v. een of meerdere andere varianten. In dat geval zijn met een gele contour de meest negatief scorende corridors aangegeven.
Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten
Veiligheid
Resultaat: • Groen via Rood heeft negatievere invloed op groepsrisico en plaatsgebonden risico, de andere scoren minder negatief • Verder geen onderscheidende zaken
Leefomgeving en gezondheid
Resultaat: • Alle corridors hebben een negatief effect op geluidsgevoelige gebouwen en gebieden. Bij Groen via Geel, Groen via Rood en Groen via P14 scoren meerdere deeltracés negatief • Alle corridors hebben een negatief effect op luchtkwaliteit. Bij Groen via Rood en Groen via P14 scoren meerdere deeltracés negatief • Alle corridors hebben een negatieve effect op gevoelige gebouwen binnen magneetveldzone. Bij Groen via Rood scoren meerdere deeltracés negatief
Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten
Bodem
Resultaat: • geen onderscheidende zaken
Water
Resultaat: • Alle corridors hebben een negatieve invloed op KRW-grondlichamen. Bij Groen via P15, Groen via Geel en Groen via P14 scoren meerdere deeltracés negatief • Alle corridors hebben een sterk negatievere invloed op afgeleide effecten op basis van doorsnijden slecht doorlatende lagen Bij Groen via P15, scoren meerdere deeltracés negatief • Verder geen onderscheidende zaken
Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten
Natuur
Resultaat: • Groen via Geel, heeft sterk negatieve effecten op habitattypen en soorten in Natura 2000gebieden, en daardoor een hoog risico op vergunbaarheid. De anderen hebben geen negatieve effecten • Groen via P15, Groen via P14 en Groen hebben sterk negatieve effecten op NNN-gebieden, de anderen hebben geen negatieve effecten • Groen via P15, Groen via P14, Groen via Geel en Groen via Rood hebben sterk negatieve effecten op weidevogelleefgebied binnen Beschermd Landschap, de andere heeft geen negatieve effecten • Alle corridors hebben een sterk negatievere effect op houtopstanden. Bij Groen via Geel en Groen, scoren meerdere deeltracés negatief • Verder geen onderscheidende zaken
Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten
LCA (Landschap Cultuurhistorie en Archeologie)
Resultaat: • Groen via P14 heeft sterk negatievere invloed op historische geografie • Groen via Rood heeft negatievere invloed op aardkundige waarden, • Groen via Geel, Groen via Rood hebben een negatievere impact op de bestaande samenhangen die het landschappelijk hoofdpatroon bepalen • Groen heeft een sterk negatieve impact en Groen via Geel, Groen via Rood hebben een negatieve impact op de kwaliteit tracé: vormgeving van het tracé en de lijn, de anderen hebben geen negatieve effecten • Alle corridors hebben een negatieve invloed op beïnvloeding gebiedskarakteristiek. Bij Groen via P15, Groen via Geel, Groen via Rood en Groen via P14 scoren meerdere deeltracés negatief • Alle corridors hebben een negatieve invloed op samenhang tussen specifieke elementen en hun context op lijnniveau en op historische stedenbouw. Bij Groen via Geel, Groen via Rood scoren meerdere deeltracés negatief. • Alle corridors hebben een sterk negatieve invloed op aantasting van bekende archeologische waarden. Bij Groen via Geel, Groen via Rood scoren meer dan twee deeltracés negatief. • Alle corridors hebben een sterk negatieve invloed op aantasting van verwachte archeologische waarden. Bij Groen via Geel scoren meerdere deeltracés negatief. Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten
Gebruiksfuncties
Resultaat: • Groen, Groen via P15 en Groen P14 hebben sterk negatievere invloed op recreatie en zijn negatiever m.b.t. oppervlakteverlies landbouwareaal • Groen via Rood heeft sterk negatief effect op werkfuncties, de andere scoren minder negatief • Alle corridors hebben een negatief effect op woonfuncties. Bij Groen via Geel, Groen via Rood en Groen P14 scoren meerdere deeltracés negatief. • Alle corridors hebben een negatief effect op lengte doorsnijding landbouwgrond. Bij Groen via P15, Groen via Geel, Groen via Rood en Groen P14 scoren meerdere deeltracés negatief.
Techniek
Resultaat: • Alle corridors hebben een technische uitdagingen. Bij Groen en Groen via P14 scoren meer dan twee deeltracés negatief.
Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten
Analyse vijf noordelijke corridors (tracé) obv Algemene uitgangspunten Regioadvies Groen voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1. 2. 3.
4. 5. 6. 7.
Vraag en aanbod bij elkaar en in balans Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuurwaarden en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen
Groen via P15 voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1. 2. 3.
4. 5. 6. 7.
Vraag en aanbod bij elkaar en in balans Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen
Groen via P14 voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1. 2. 3.
4. 5. 6. 7.
Vraag en aanbod bij elkaar en in balans: Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuur- en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen
Groen via Geel voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1.
Vraag en aanbod bij elkaar en in balans:
Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten
2. 3.
4. 5. 6. 7.
Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuurwaarden en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen
Groen via Rood voldoet aan de volgende uitgangspunten (wel / niet / beter dan andere varianten): 1. 2. 3.
4. 5. 6. 7.
Vraag en aanbod bij elkaar en in balans: Rekening houden met de sociaal economische draagkracht en de gezondheidscondities in de regio. Inzetten op maximale omgevingskwaliteit: efficiënt omgaan met onder- en bovengrondse ruimte, en rekening houden met aanwezige landschappelijke karakteristieke en erfgoedwaarden Rekening houden met water en bodem condities, nu en in de toekomst Zo min mogelijk aantasting van aanwezige en toekomstige natuurwaarden en recreatiewaarden Keuzes zijn robuust richting de toekomst en houden rekening met de factor tijd Aansluiten bij andere gebiedsopgaven en -processen en de opgave voor het energiesysteem combineren met andere doelstellingen
Kaartbeeld overlap corridors met Beschermd Landschap (lila) en NNN/Natura 2000 (lichtgroen) Bijlage 5: Analyse vijf noordelijke varianten