Bijlage 1. Brief HVC wijziging tarieven 2026 in verband met hogere CO2-heffing en vrachtwagenheffing
Tekst van het document
Aan:
Aandeelhouders A
Van:
Directie
Betreft:
Wijziging tarieven 2026 in verband met hogere CO2-heffing en vrachtwagenheffing
Datum:
13 mei 2026
Bijlagen: 1. Brief 16 maart jl. 2026 aan de deelnemende gemeenten inzake ontwikkelingen CO2-heffing 2025 en 2026 en Tarievenbrief 2026 d.d. 20 oktober 2025 2. Sheets van de presentatie tijdens de bijeenkomst d.d. 15 april 2026 in Hoofddorp
1. Inleiding Vorig jaar oktober heeft u de brief ontvangen met de tarieven voor 2026 voor de verwerking van restafval en GFT en voor overslag en transport (O&T) van deze stromen. Onderdeel van het tarief 2026 voor restafval was een toeslag van € 2,90/ton, ter dekking van de geraamde CO2-heffing, die door HVC aan de fiscus moet worden afgedragen. De werkelijke hoogte van de CO2-heffing per ton restafval over 2026 is pas januari volgend jaar bekend, maar op basis van de nu beschikbare informatie is duidelijk dat de CO2-heffing per ton restafval over 2026 fors hoger zal uitvallen dan vorig jaar geraamd. De reden hiervoor is dat het systeem van de CO2-heffing bij afvalverbrandingsinstallaties zich kenmerkt door een hoge mate van onvoorspelbaarheid. Daarom is ook nu nog steeds niet precies aan te geven hoe hoog de voor 2026 verwachte CO2-heffing per ton restafval wordt. Duidelijk is wel dat de heffing zal vallen binnen een range van € 5,40 - € 12,40 per ton. HVC zet zich in om die langdurige onzekerheid zoveel mogelijk weg te nemen. Het doel is om gelijktijdig bij vaststelling van de verwerkingstarieven voor een volgend kalenderjaar, ook de hoogte van de CO2-heffing die dat kalenderjaar van toepassing wordt, goed te kunnen ramen, zodat de gemeenten deze kosten tijdig en nauwkeurig kunnen begroten.
Hiervoor wordt, tezamen met branchegenoten, overleg gevoerd met het ministerie van KGG en met de Nederlandse Emissie autoriteit (NEa). Vanwege de bijgestelde raming van de CO2-heffing en de problematiek die dat voor gemeenten kan veroorzaken, vond op 15 april jl. met genodigde portefeuillehouders en financieel ambtenaren van de deelnemende gemeenten een bijeenkomst plaats. Daarin is gesproken over de systematiek van de heffingen, de redenen voor bijstelling van de raming alsmede de financiële consequenties ervan. Ook is geklankbord over de wijze waarop de verwachte hogere heffing via de tarieven het beste kan worden doorbelast. Afgesproken werd dat HVC, na een besluit over de wijze van doorbelasten van de heffing, begin mei een brief met toelichting zal sturen, waarbij ook zal worden ingegaan op de vrachtwagenheffing die per 1 juli 2026 van kracht wordt. Met voorliggende brief, die als aanvulling geldt op de oktober 2025 verzonden tarievenbrief 2026, wordt hieraan invulling gegeven. Verder is op 15 april verzocht om een memo dat kan worden gebruikt voor het informeren van de gemeenteraden over dit onderwerp. Dit memo kunt u op korte termijn tegemoet zien.
1
2. Ontwikkelingen rond de CO2-heffing over de uitstoot in 2025 en 2026 Achtergrond en systeem van de CO2-heffing Sinds 2021 legt het Rijk een heffing op aan afvalenergiecentrales (en andere grote industrieën die onder het Europese emissiehandelssysteem vallen), omdat via de schoorsteen van deze installaties verhoudingsgewijs veel fossiele CO2 wordt uitgestoten. Het in afvalenergiecentrales te verbranden afval bestaat voor een groot deel uit stoffen die zijn afgeleid van aardolie, zoals plastics en andere kunststoffen, waardoor bij de verbranding ervan fossiele CO2 wordt uitgestoten. Het Rijk wil met de CO2-heffing stimuleren dat zoveel mogelijk afval wordt hergebruikt en fossiele CO2 wordt afgevangen. Het systeem van de CO2-heffing kent naast een tarief per ton fossiele CO2, ook ‘dispensatierechten’. Deze rechten betreffen tonnen fossiele CO2 die van heffing zijn vrijgesteld. Sinds de start in 2021 neemt elk jaar het CO2-tarief toe en neemt het vrijgestelde tonnage af. Eerder werd verwacht dat 2026 het eerste jaar zou zijn dat er meer wordt uitgestoten dan het tonnage fossiele CO2 dat is vrijgesteld, waardoor er per saldo over de uitstoot belasting wordt geheven. De jaarlijkse afdracht van de heffing aan de belastingdienst vindt plaats in de maand oktober, na het kalenderjaar waarin over de fossiele CO2-uitstoot belasting wordt geheven.
De afdracht van de heffing over de uitstoot in 2026 vindt dus plaats in oktober 2027. Raming d.d. oktober 2025 van de CO2-heffing per ton restafval in 2026 In de tarievenbrief 2026 d.d. oktober 2025 is uitgebreid ingegaan op het Belastingplan 2026 dat op Prinsjesdag verscheen. Het plan licht toe dat de afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing de komende jaren extra toenemen en de vrijgestelde tonnen fossiele CO2 versneld worden afgebouwd, om daarmee de vervallen plastictaks (geraamde opbrengst circa € 567 miljoen per jaar) te compenseren. Volgens het Belastingplan komt in 2026 de generieke CO2-heffing uit op een bedrag van € 5,79 per ton restafval. HVC heeft bij vaststelling van de tarievenbrief in oktober 2025 ervoor gekozen om in 2026 de helft van dit bedrag (= € 2,90/ton) aan aandeelhouders door te belasten. De reden daarvoor was dat het Belastingplan nog moest nog worden behandeld door de Tweede Kamer en er een redelijke kans was dat vanwege de lobby van derden hiertegen de geplande heffing van € 5,79 zou worden verlaagd. Die verwachting werd door het Rijk versterkt door de uitnodiging aan de afvalsector om met alternatieven voor dekking van de vervallen plastictaks te komen. Uiteindelijk heeft een en ander niet geleid tot een lagere CO2-heffing en/of afvalstoffenbelasting.
Bijstelling raming CO2-heffing 2025 en 2026 Inmiddels is duidelijk dat de verwachte CO2-heffing voor 2026 fors hoger zal uitkomen dan de eerdere raming voor 2026. Er is zelfs een kans dat, met terugwerkende kracht, over 2025 een aanslag CO2heffing volgt. Deze bijgestelde raming heeft de volgende achtergrond: a. Wijziging van de emissiefactor De CO2-heffing is gebaseerd op de hoeveelheid fossiele CO2 die bij het verbranden van een ton restafval via de schoorsteen wordt uitgestoten. Om die hoeveelheid te bepalen analyseert Rijkswaterstaat jaarlijks op basis van een (gering) aantal monsters restafval de verhouding tussen het fossiele en het niet-fossiele deel van het restafval. Aan de hand van die verhouding
2
wordt bepaald hoeveel CO2 van fossiele oorsprong wordt uitgestoten bij het verbranden van een ton restafval (de zogenaamde “emissiefactor”). De emissiefactor bepaalt dus in hoge mate de heffing. De onzekerheid komt voort uit het feit dat de emissiefactor altijd begin januari van elk jaar wordt vastgesteld en dan betrekking heeft op het vorige kalenderjaar. Door het geringe aantal afvalmonsters waarop de emissiefactor wordt gebaseerd is bovendien de kans op onverklaarbare uitschieters groot. Concreet: januari 2026 is de emissiefactor voor 2025 vastgesteld. Deze factor is toegenomen van 0,322 (ton fossiele CO2 per ton verbrand afval) in 2024 naar 0,350 in 2025. Dat wil zeggen dat verondersteld wordt dat bij het verbranden van een ton restafval in 2025 0,350 ton CO2 van fossiele oorsprong vrijkomt. Dat is 8,7% meer fossiele CO2 dan zou zijn uitgestoten bij het verbranden van een ton restafval in 2024. Die toename werd niet verwacht, omdat de trend juist een daling laat zien. Door deze hogere emissiefactor stijgt de berekende uitstoot boven het niveau van de vrijstellingen. Omdat over 2025 geen heffing werd verwacht is door HVC en andere exploitanten van afvalenergiecentrales vorig jaar bij ontdoeners geen heffing in rekening gebracht.
Bij de vaststelling van de tarieven 2026 vorig jaar oktober is uitgegaan van de laatst bekende emissiefactor (die begin 2025 is vastgesteld voor 2024). Als begin 2027 door Rijkswaterstaat de emissiefactor voor 2026 wordt vastgesteld, en deze zou gelijk zijn aan die van 2025, dan leidt deze tot een fors hogere heffing (de emissiefactor wordt berekend op basis van een voortschrijdend driejaarsgemiddelde). b. Wijziging van de referentieperiode Op basis van de hoeveelheid fossiele CO2 die in het verleden (gedurende een hiervoor door het Rijk vastgestelde “referentieperiode”) is uitgestoten, is het aantal van de heffing vrijgestelde tonnen fossiele CO2 bepaald. Dit aantal neemt jaarlijks af tot 0 ton in 2033. Vanaf 2033 moet dus heffing worden betaald over de volledige uitstoot aan fossiele CO2. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), die de belastingregeling uitvoert, heeft vanaf verslagjaar 2025 de referentieperiode herzien. De nieuwe referentieperiode betreft de jaren 2019-2023, voorheen 2014-2018. Omdat de fossiele CO2-uitstoot van HVC in de periode 20192023 lager was dan in de periode 2014-2028, is ook het vrijgestelde tonnage lager. Daarmee vallen meer uitgestoten tonnen CO2 onder de heffing. .
3. Financiële impact 2025 Op 15 april jl. hebben wij toegelicht de onzekerheid ten aanzien van de verwachte hogere heffing over 2025 voor eigen risico te zullen nemen. 2026 Per saldo wordt voor 2026 een heffing verwacht die uitkomt op een bedrag van € 5,40 - € 12,40 per ton (excl. BTW). De huidige doorbelasting van € 2,90/ton is daarom € 2,50 – € 9,50/ton te laag. Het huidige bedrag dat nu als opslag voor CO2-heffing in rekening wordt gebracht (€ 2,90/ton) moet daarom worden verhoogd.
3
Doorbelasting Na afstemming tijdens de bijeenkomst met de deelnemende gemeenten op 15 april jl. bleek er bij de aanwezigen een lichte voorkeur te bestaan voor het scenario om nu reeds de voorschotnota’s aan te passen en op basis van nacalculatie te verrekenen bij de eindafrekening over 2026, in plaats van volledige facturatie en betaling in januari 2027 bij de eindafrekening over 2026. Besloten is daarom tot de volgende vorm van verrekening: • In de voorschotnota’s over de maanden mei-december 2026 zal de huidige CO2-toeslag van € 2,90/ton worden verhoogd naar € 8,50 per ton excl. BTW. • In Q1 2027 zal na vaststelling van de emissiefactor voor 2026 de heffing in het kader van de eindafrekening 2026 op nacalculatiebasis worden verrekend. Overeenkomstig de tarievenbrief 2026 wordt de CO2-toeslag/ton voor 100% doorberekend aan fijn huishoudelijk restafval, en vanwege het aandeel te verbranden residu daarin - voor 50% aan GHA-integraal, voor 90% aan GHA-RAD en voor 9% aan GFT/e.
4. Vrachtwagenheffing In de tarievenbrief 2026 is gemeld dat het genoemde tarief voor overslag- en transport (‘O&T’) nog geen rekening houdt met de vrachtwagenheffing die per 1 juli a.s. in Nederland geldt. De omvang van de heffing wordt met name bepaald door het aantal kilometers dat met een bepaald type voertuig is gereden over de wegtrajecten die onder de heffing vallen. Voor een indicatie van de kosten zijn de afvaltransporten gedurende de periode januari 2025 - maart 2026 doorgerekend. Op basis hiervan vindt per 1 juli a.s. de volgende toeslag (excl. BTW) op het O&T-tarief plaats: • • •
FHA/GHA GFT/e RWZI-slib
€ 0,95 p/t € 0,80 p/t € 1,15 p/t
Deze bedragen zullen via de voorschotnota’s vanaf juli in rekening worden gebracht. Voor 2027 en verdere jaren zal gezocht worden naar mogelijkheden om door logistieke optimalisatie de vrachtwagenheffing zoveel mogelijk te beperken.
5. Betekenis van de kostentoename Volgens het Belastingplan 2026 wordt het bedrag van de ‘plastictaks’ de komende jaren ten laste gebracht van de afvalverbrandingsinstallaties. Of die lijn gehandhaafd blijft is onzeker, maar het is verstandig om hier rekening mee te houden. Dat betekent dat de tarieven voor de afvalstoffenbelasting en voor de CO2-heffing de komende jaren extra zullen toenemen: in 2028 zullen beide heffingen tezamen al net zo hoog zijn als het netto restafvaltarief en beide heffingen lopen de jaren daarna snel op. Een en ander betekent ook dat maatregelen moeten worden getroffen om de oplopende kosten voor inwoners te beheersen. Het is het meest effectief wanneer inwoners een handvat krijgen om zelf op kosten te kunnen sturen. Dat betekent dat zij praktisch worden ondersteund en gestimuleerd maar ook financieel worden beloond om meer afval te scheiden en minder restafval aan te bieden. Invoering van zo’n systeem kost tijd, dus het is urgent om nu de benodigde stappen in die richting te zetten.
4
Ook in de verwerkingsketen kunnen maatregelen worden genomen om door verdere nascheiding de hoeveelheid te verbranden restafval te reduceren. HVC wil die ook doorvoeren. Daarmee daalt de CO2-uitstoot (en dus de heffing) per ton huishoudelijk restafval. Ook kan CO2 worden afgevangen waarmee de heffing wordt verlaagd. Hiervoor moet echter wel fors worden geïnvesteerd in verdere nascheiding en CO2-afvang. In dat kader zullen wij binnenkort een bijeenkomst plannen voor na de zomer, om met de deelnemende gemeenten de restafvalstrategie te bespreken. De toenemende heffingen leiden er ook toe dat verschillen tussen de reeds via voorschotnota’s in rekening gebrachte heffingen en de uiteindelijke, via nacalculatie vast te stellen bedragen bij de eindafrekening, groter kunnen worden. In dat verband geven wij in overweging, voor zover uw gemeente daarover nog niet beschikt en u daartoe mogelijkheden heeft, om een egalisatiereserve voor de afvalstoffenheffing in te stellen.
6. Voornemen ten aanzien van de verwerkingstarieven 2027 De tarievenbrief 2027 zal rond de zomer van dit jaar worden verzonden. Het voornemen, onder voorbehoud van goedkeuring RvC, is de verwerkingstarieven (exclusief afvalstoffenbelasting en CO2heffing) op de gebruikelijke wijze te indexeren. Indien van indexering wordt afgeweken zal dit zoals gebruikelijk worden gemeld tijdens de aanstaande aandeelhoudersvergadering d.d. 4 juni a.s. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met Douwe van der Vaart, strategisch relatiemanager, via d.vandervaart@hvcgroep.nl, of Jan van Raaij, secretaris, via j.vanraaij@hvcgroep.nl.
5
Bijlage 1
Aan:
De portefeuillehouders HVC en (financieel) beleidsambtenaren van de deelnemende gemeenten
Van:
Directie
Betreft:
- Ontwikkelingen CO2-heffing 2025 en 2026 - Strategie huishoudelijk restafval gericht op maximale reductie CO2-emissies
Datum:
16 maart 2026
Bijlage: Tarievenbrief 2026
1. Inleiding/samenvatting Dit memo geeft een toelichting op de in negatieve zin bijgestelde verwachting rond de af te dragen CO2-heffing over 2025 en 2026. Verrekening van deze hogere heffing is echter om financiële redenen opportuun. Afhankelijk van het scenario gaat het in 2026 om een verhoging van € 2,50 - 9,50/ton restafval. De oorzaak van deze bijgestelde verwachting houdt verband met de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van de CO2-heffingssystematiek. Deze problematiek speelt branchebreed. Via overleg met het Rijk wordt getracht de voorspelbaarheid van de heffingen belangrijk te verbeteren. Over het geheel gezien is duidelijk dat in meerjarenperspectief de Afvalstoffenbelasting (ASB) en CO2heffing fors zullen toenemen. Om de onvermijdelijke kostentoename voor gemeenten te beperken zijn maatregelen op het gebied van afvalinzameling noodzakelijk, zoals invoering van het Recycletarief, om de vrijkomende hoeveelheden huishoudelijk restafval zoveel mogelijk terug te dringen. Daarnaast is een strategie nodig gericht op maximale reductie van CO2-emissies aan de be- en verwerkingskant van de huishoudelijk afvalketen.
Ter voorbereiding van besluitvorming over de tarieven en van voorstellen aan de Algemene Vergadering ter implementatie van een restafvalstrategie, wil de directie graag met de portefeuillehouders HVC en betrokken (financieel) beleidsambtenaren van de deelnemende gemeenten klankborden. Hiervoor is een bijeenkomst gepland op 15 april a.s. van 09.30- 12.00 u te Hoofddorp. 2. Ontwikkelingen rond de CO2-heffing over de jaren 2025 en 2026 Toename heffingsbedragen 2025 en 2026 Achtergrond Sinds 2021 legt het Rijk een heffing op aan exploitanten van afvalverbrandingsinstallaties en andere grote industriële bedrijven die onder het Europese emissiehandelssysteem vallen, vanwege de uitstoot van fossiele CO2, met als doel – ten aanzien van de afvalsector – om circulariteit en CO2afvang zoveel mogelijk te stimuleren en afvalimport tegen te gaan. Het systeem van de CO2-heffing gaat uit van jaarlijks toenemende heffingen en afnemende vrijstellingen. Tot 2025 waren voor de afvalverbrandingssector de vrijstellingen hoger dan de heffingen, waardoor er per saldo niets hoefde te worden afgedragen. In de tarievenbrief 2026 van 20 oktober jl. wordt toegelicht dat in 2026 voor het eerst netto CO2-heffing wordt geheven. De afdracht daarvan dient in 2027 plaats te vinden. De tarievenbrief verscheen dit jaar vanwege de aangekondigde hogere heffingen ook later dan gebruikelijk.
Prinsjesdag (het Belastingplan 2026) moest worden afgewacht voor meer duidelijkheid
1
over de hoogte van de ASB en de CO2-heffing vanaf 2026, die juist voor de afvalverbrandingssector tot extra hoge heffingen zouden leiden, zo was aangekondigd. Die duidelijkheid kwam er slechts ten dele. Hoewel het plan concrete bedragen noemt waarmee de ASB en de CO2-heffing de komende jaren zullen toenemen, mede ter dekking van de het wegvallen van de eerder door het Rijk geraamde inkomsten van € 567 miljoen/jaar uit de ‘plastictaks’, gaf het Rijk tegelijkertijd de afvalsector de ruimte om ter voorbereiding op de voorjaarsnota 2026 te komen met alternatieve dekkingsplannen voor de vervallen plastictaks. Bovendien moest de behandeling van het plan door de Tweede Kamer nog plaatsvinden en niet uitgesloten werd dat door lobby de voorgenomen heffingen uiteindelijk zouden worden verlaagd. De verwachting bij het opstellen van de tarievenbrief 2026 was daarom dat de af te dragen bedragen over 2026 lager zouden uitvallen dan de aangekondigde generieke heffing van € 5,79 per ton restafval. Op grond daarvan is de keuze gemaakt om in 2026 slechts de helft van dit bedrag aan aandeelhouders door te belasten. Bijstelling raming Sectorbreed is duidelijk geworden dat de CO2-heffing over het belastingjaar 2026 fors hoger zal uitpakken dan de bedragen die het afgelopen najaar werden geraamd en dat er zelfs een reële kans is dat over 2025 een aanslag CO2-heffing volgt.
Voor HVC gaat het in 2026 om een toename van € 5-7 miljoen en in 2025 – dus met terugwerkende kracht - om een toename van circa € 1,6 miljoen. Oorzaken De toename kent twee belangrijke oorzaken: a. Wijziging van de emissiefactor: de hoeveelheid CO2 die bij het verbranden van een ton restafval wordt geëmitteerd Ieder jaar analyseert Rijkswaterstaat (op basis van een klein aantal monsters) de landelijke samenstelling van het huishoudelijk restafval om de relatieve omvang te bepalen van de brandbare fractie van fossiele oorsprong. Aan de hand van die verhouding worden de CO2emissies van fossiele oorsprong bepaald die bij het verbranden van een ton restafval vrijkomen (“de emissiefactor”). De CO2-uitstoot vanwege het verbranden van Nederlands bedrijfsafval is ongeacht de werkelijke samenstelling van dat afval gelijkgesteld aan die van huishoudelijk restafval. De emissiefactor bepaalt dus in hoge mate de heffing. Het probleem hierbij is dat de emissiefactor achteraf wordt vastgesteld: zo is de factor die in januari 2026 is gepubliceerd bepalend voor de (berekende) uitstoot van de AEC’s in 2025. Begin 2026 heeft Rijkswaterstaat bericht dat in Nederland de fossiele emissiefactor van het huishoudelijk restafval is toegenomen van 32,2 procent in 2024 naar 35 procent in 2025. Naar verwachting neemt hierdoor per saldo de heffing over 2025 toe met circa € 1,6 miljoen.
Op grond van de eerdere verwachting dat over 2025 geen heffing zou plaatsvinden, is door HVC en andere exploitanten van AEC’s vorig jaar bij ontdoeners geen heffing geïnd. Als wordt uitgegaan van deze hogere emissiefactor, leidt deze ook tot een hogere verwachte afdracht voor 2026: omdat in oktober 2025 de tarieven voor 2026 zijn vastgesteld, is uitgegaan van de laatst bekende emissiefactor (2024) voor een inschatting van de verwachte afdracht over 2026. Zekerheid over deze factor is er pas in januari 2027. Wanneer echter de in januari jl. vastgestelde factor als uitgangspunt wordt genomen voor de afdracht over 2026, dan stijgt de af te dragen heffing met circa € 3-5 miljoen.
2
b. Wijziging van de referentieperiode Op basis van de CO2-uitstoot van een bedrijf gedurende een door het Rijk vastgestelde periode in het verleden (de “referentieperiode”) wordt de mate van vrijstelling van de heffing bepaald. Onder het systeem van de heffing neemt die vrijstelling jaarlijks af en bedraagt deze in 2033 0 ton CO2. Het Rijk (i.c. de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)) herziet vanaf verslagjaar 2025 de referentieperiode. De nieuwe referentieperiode betreft de jaren 2019-2023, voorheen 20142018. Aangezien de CO2-uitstoot in de periode 2019-2023 lager is dan in de periode 20142028 is ook de vrijstelling lager, waardoor per saldo hogere heffingsbedragen dienen te worden afgedragen. Naar verwachting leidt deze wijziging van de referentieperiode tot een € 2 miljoen hogere belastingaanslag over 2026. Bezwaar HVC onderzoekt met een gerenommeerde advocaat de mogelijkheden om de wijziging van de referentieperiode juridisch aan te vechten, onder meer omdat deze wijzigingen niet tijdig zijn gecommuniceerd: we ontvingen hierover pas bericht in januari 2026. Ook vindt langs diverse kanalen met het Rijk overleg plaats om te komen tot een veel eerder moment waarop de emissiefactor wordt bepaald.
Om met de impact van een wijziging van de emissiefactor op de heffing tijdig rekening te kunnen houden, en daarmee beter voorspelbaar te kunnen worden ten aanzien van de af te dragen CO2-heffing, is het immers noodzakelijk dat de emissiefactor wordt vastgesteld geruime tijd vóór aanvang van het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft. Impact hogere heffing op HVC en de deelnemende gemeenten Het uitgangspunt van belastingen en heffingen op het verbranden van restafval is dat deze worden doorgelegd aan ontdoeners. De hiervoor genoemde bedragen tellen voor 2025 en 2026 op tot € 1,6 miljoen respectievelijk € 5-7 miljoen. De afdracht ervan dient plaats te vinden in 2026 respectievelijk 2027. Omgerekend per ton restafval gaat het in 2026 om een bedrag binnen een (vooralsnog grote) bandbreedte van € 2,50 – € 9,50 ton, afhankelijk van het scenario waarmee wordt gerekend. Dit probleem speelt voor de gehele branche en daarmee voor alle ontdoeners van restafval, waardoor dit onderwerp naar verwachting ook media-aandacht zal krijgen de komende maanden. Bij vragen hierover kunt u met ons contact opnemen. Nu blijkt dat de heffingen fors hoger zijn dan eerder geraamd betekent dit dat zowel door HVC als door de deelnemende gemeenten te weinig is geïnd voor een kostendekkende afdracht.
Er is daarom afstemming nodig over een passende wijze en timing van (noodzakelijke) facturatie van de heffing aan de gemeentelijke ontdoeners. 3. Strategie gericht op maximale reductie CO2-emissies In de tarievenbrief wordt de meerjarenontwikkeling van de ASB en CO2-heffing geschetst. Indien geen maatregelen worden genomen om de hoeveelheid huishoudelijk restafval afval te verminderen en ook niet de CO2-emissies bij de verwerking van huishoudelijk afval worden gereduceerd, dan leiden deze heffingen zoals bekend tot een belangrijke lastenverzwaring voor inwoners. Het verminderen van de vrijkomende hoeveelheid restafval vraagt maatregelen bij inwoners gericht op betere afvalscheiding, zoals invoering van het Recycletarief. Daarnaast ontwikkelt HVC een strategie om de CO2-emissies die vrijkomen bij de be- en verwerking van huishoudelijk restafval zoveel mogelijk te verlagen. Belangrijke elementen van die strategie zijn uitbreiding en intensivering van mechanische nascheiding alsmede nabewerking van de organische natte fractie, het afvangen van CO2 voor opslag en benutting, alsmede de wijze van verrekenen van kosten (tarieven) en baten (lagere ASB en CO2-
3
heffing) ten gevolge van deze investeringen. Een en ander zal zodra gereed voor besluitvorming ter goedkeuring aan de Algemene Vergadering worden voorgelegd. 4. Uitnodiging Graag nodigen wij u als portefeuillehouders HVC en (financieel) beleidsambtenaren van de deelnemende gemeenten uit om, na een verdere toelichting op de hiervoor genoemde punten, te klankborden over de wijze en timing van het doorbelasten van heffingen aan de gemeentelijke ontdoeners van restafval en over de strategie gericht op het verminderen van de hoeveelheid te verbranden huishoudelijk restafval en het reduceren van de bij verbranding van dit afval vrijkomende CO2-emissies. Een en ander dient ter voorbereiding van gedragen besluitvorming hierover. Hiervoor is een bijeenkomst gepland op 15 april a.s. van 09.30 u - 12.00 u in Van der Valk Hotel Schiphol A4 te Hoofddorp. U kunt door middel van bijgaand aanmeldformulier aangeven of u hieraan wilt deelnemen. Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met Douwe van der Vaart, strategisch relatiemanager, via d.vandervaart@hvcgroep.nl, of Jan van Raaij, secretaris, via j.vanraaij@hvcgroep.nl.
4
Aan:
de aandeelhouders A
Betreft: a. Tarieven 2026 voor de be- en verwerking van (grof) huishoudelijk restafval en GFT/e, en voor overslag & transport b. Garantstellingsprovisie 2025 Datum: 20 oktober 2025
1. Inleiding Met deze brief informeren wij u over: a. De voor 2026 geldende tarieven voor de be- en verwerking van fijn huishoudelijk restafval (HHA), grof huishoudelijk restafval (GHA), groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (GFT/e), alsmede voor overslag en transport (O&T); b. De in 2025 uit te keren garantstellingsprovisie. U ontvangt deze brief later dan gebruikelijk. De reden hiervoor is dat het Kabinet dit voorjaar belangrijke wijzigingen aankondigde met betrekking tot de afvalstoffenbelasting en CO2-heffing voor afvalenergiecentrales. Wij hebben daarom Prinsjesdag afgewacht om te kunnen bepalen hoe het voorgestelde Belastingplan 2026 zich vertaalt naar de tarieven en gerelateerde belastingen voor 2026 e.v. 2. Uitgangspunten De activiteiten op het gebied van be- en verwerking van HHA, GHA en GFT/e en bijbehorende O&T worden op grond van de ballotageovereenkomst uitgevoerd voor alle deelnemende gemeenten. Uitgangspunt voor de tarifering hiervan is een gematigde tariefontwikkeling. Het is gebruikelijk dat hiervoor de consumentenprijsindex januari wordt toegepast. Wanneer hiervan in negatieve zin wordt afgeweken, wordt dit toegelicht in de aandeelhoudersvergadering van mei/juni, voorafgaand aan het jaar waarop de tarieven betrekking hebben.
Uit de afgelopen vergadering kon worden afgeleid dat, behoudens belastingen en heffingen, een dergelijke negatieve afwijking voor 2026 niet plaats zal vinden. De afgelopen jaren is met regelmaat aangekondigd dat de CO2-heffing en het Europese systeem van emissierechten (EU-ETS) in toenemende mate impact zal hebben op de kosten van restafvalverwerking. In deze brief worden de gevolgen hiervan voor 2026 nader toegelicht. Voor de tariefontwikkeling is verder de financiële strategie van belang. Deze wordt weergegeven in de herijkte strategie 2025-2035, zoals vorig jaar vastgesteld. De financiële strategie is gericht op: a. Het versterken van HVC ten behoeve van het mitigeren van risico’s voor het bedrijf en daarmee voor de aandeelhouders; b. Financiering van de activiteiten die door de aandeelhouders aan HVC zijn/worden opgedragen; c. Het na invulling van de punten a. en b. benutten van resterende ruimte voor een tariefmatiging, dat wil zeggen een teruggave via de tarieven aan de aandeelhouders. Bij de behandeling van de jaarrekening door de aandeelhoudervergadering wordt jaarlijks door directie en Raad van Commissarissen verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop aan bovenstaande doelstellingen van de financiële strategie invulling wordt gegeven. Ten aanzien van punt c.
kan hier worden vermeld dat over het boekjaar 2024 een teruggave aan aandeelhouders heeft plaatsgevonden van € 10/ton GFT/e.
1
3. Algemene lijn tarieven en belastingen/heffingen 2026 voor be- en verwerking van HHA, GHA en gft/e en overslag en transport a. Indexering Alle tarieven voor 2026 worden geïndexeerd overeenkomstig de gebruikelijke CPI-indexering, met als basis de maand januari. Deze bedraagt voor januari 2025 3,3% (2024: 3,2%). b. Kosten lachgascilinders Sinds het Rijk het gebruik van lachgas inclusief het statiegeldsysteem voor lachgascilinders illegaal heeft verklaard, worden lachgascilinders gedumpt in de openbare ruimte of in restafvalcontainers gegooid. Cilinders die nog lachgas bevatten en in de oven van de afvalenergiecentrales (AEC’s) belanden, exploderen met grote kracht en veroorzaken zo grote schade aan de vuurhaard. Inmiddels zijn diverse maatregelen getroffen, bijvoorbeeld door het shredderen van risicovolle stromen. Ook met deze maatregelen zijn hoge kosten gemoeid. Vaak verhalen AEC-exploitanten de schade en kosten op de gemeenten die restafval aanleveren, wat kan leiden tot een noodzakelijke verhoging van de afvalstoffenheffing met € 10 - € 20 euro per huishouden. Tot op heden heeft HVC de schade ten gevolge van lachgascilinders niet doorbelast. Die doorbelasting zal ook in 2026 niet plaatsvinden, ervan uitgaande dat de huidige succesvolle samenwerking met gemeenten om deze cilinders uit het restafval te houden wordt gecontinueerd. c.
Afvalstoffenbelasting 2026 In het kader van de Wet belastingen op milieugrondslag (WBM) heft het Rijk verschillende belastingen, waaronder een afvalstoffenbelasting (ASB) op de hoeveelheid afval die wordt verwerkt in een AEC. Er geldt een aftrek voor de hoeveelheid reststoffen die na verbranding en verdere opwerking wordt hergebruikt. De ASB voor 2025 bedraagt € 39,70 en zal voor 2026 door het Rijk worden geïndexeerd aan de hand van het prijsindexcijfer over 2025. Het CPB raamt een CPI-stijging van 3,2% over kalenderjaar 2025. Daarmee komt de ASB voor 2026 naar verwachting uit op € 40,98 per ton. In de afrekening van HVC wordt deze belasting gespecificeerd en wordt uitgegaan van de definitief vastgestelde bedragen. In de genoemde tarieven voor GHA-Integraal en GHA-RAD is de ASB begrepen die wordt geheven op de te verbranden niet herbruikbare restfractie. Dit geldt ook voor het tarief voor GFT/e, waar bij de vergistings- en composteerinstallaties niet-composteerbare verontreinigingen worden afgezeefd, die eveneens worden verbrand. Restitutie vanwege hergebruik HVC reinigt de vrijkomende bodemas met behulp van een wasprocedé, waarmee een vrij toepasbare bouwstof wordt geproduceerd. Op grond daarvan zal naar verwachting 16% van de bij de verwerking van huishoudelijk restafval middels voorschotnota’s in rekening gebrachte ASB kunnen worden gerestitueerd.
Bij de eindafrekening over 2026 wordt het definitieve percentage vastgesteld en verrekend. d. CO2-heffing 2026 In het kader van de wens om CO2-emissies terug te dringen, heeft Nederland besloten om vanaf 2021, naast de grote industriële bedrijven die onder het Europese emissiehandelssysteem vallen, ook AEC’s te belasten voor hun CO2-emissies. Het doel hiervan is om ontdoeners van afval te stimuleren om afval te voorkomen, scheiden en recyclen. De heffing wordt bepaald aan de hand van aflopende compensatierechten en correctiefactoren, die ertoe leidden dat tot 2025 per saldo geen heffing plaatsvond. Er is echter sprake van een ingroeimodel, waardoor het bedrag van de heffing jaarlijks toeneemt en de dispensatierechten en correctiefactoren afnemen.
2
Over de CO2-emmissies in 2026 dient voor het eerst effectief belasting te worden afgedragen. De algemene regel is dat AEC-exploitanten de heffing die hen wordt opgelegd over de CO2-emissie in kalenderjaar x dienen af te dragen in kalenderjaar x + 1. Dat betekent dat de afdracht van de heffing die wordt opgelegd over de emissies in 2026 zal plaatsvinden in 2027. Het tarief voor de CO2-heffing industrie is voor 2026 vastgesteld op € 100,74/t CO2 van fossiele oorsprong (https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/tarieven-co2-heffing). Aangezien de hoeveelheid CO2 (gewicht) vanwege het verbranden van restafval voor gemiddeld 35% van fossiele oorsprong is, bedraagt het kale tarief dan 35% x 100,74 = € 35,26 per ton verbrand afval. Over 2026 is echter een deel van de uitstoot van AEC’s nog vrijgesteld. Rekening houdend met deze vrijstelling bedraagt de heffing € 5,79 per ton restafval1. Doorvertaling van de CO2-heffing 2026 naar de tarieven. Over de precieze toepassing van de regeling is nog discussie, maar vooral wordt er landelijk door anderen nog volop gelobbyd om de regeling aangepast te krijgen, zie bijvoorbeeld het onderwerp van de polymerenheffing zoals toegelicht in de volgende alinea. HVC heeft er daarom voor gekozen om in 2026 de helft van het bedrag van € 5,79/ton door te belasten, en de andere helft voor eigen rekening en risico te nemen.
Dat betekent dat in 2026 via de voorschotnota’s onder de noemer ‘CO2-heffing’ een bedrag van € 2,90/ton aan aanbieders in rekening worden gebracht. In het onvoorziene geval dat de Nederlandse CO2-heffing toch zou worden afgeschaft, zal vanzelfsprekend restitutie van de reeds in rekening gebrachte CO2-heffing plaatsvinden. e. Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing vanaf 2027 Het belastingplan 2026 kondigt voor de periode vanaf 2027 belangrijke verhogingen aan ten aanzien van de voor AEC’s toepasselijke ASB en CO2-heffing. De achtergrond van deze verhogingen is het doorhalen van de polymerenheffing (‘plastictaks’), die per 2028 ten laste van de plasticproducenten zou komen. Het niet invoeren van deze heffing leidt voor het Rijk tot een budgettaire derving van € 567 miljoen per jaar, ingaande 2028 (prijspeil 2025). Om deze derving te compenseren stelt het kabinet met het Belastingplan 2026 alternatieve maatregelen voor die met name ten laste van AEC’s komen: het algemene tarief van de afvalstoffenbelasting wordt per 2028 verhoogd van € 39,70 per ton afval naar € 90,21. Vanaf 2035 wordt het tarief verder verhoogd naar € 113,812 (alle bedragen prijspeil 2025). Daarnaast wordt de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties aangescherpt.
Het tarief van € 100,74/ton CO2 stijgt naar € 295/ton CO2 in 2030 (prijspeil 2025), onder gelijktijdige afbouw van dispensaties en correctiemogelijkheden.
1
De nationale reductiefactor (NRF) en correctiefactor voor AEC’s zijn voor 2026 respectievelijk 0,979 en 0,88 (https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/dispensatierechten/berekening-aantal-dispensatierechten). De procesemissiefactor is 0,97 (https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/afvalverbrandingsinstallaties). Bij 35% fossiele CO2-emissie is het generieke tarief dan 100,74 x 35% x (1 - 0,979 x 0,88 x 0,97) = 5,79 per ton. 2
Zie Belastingplan 2026, pag. 110. 3
Tabel 1: heffing per ton geëmitteerde CO2 van fossiele oorsprong (prijspeil 2025) Bron: Belastingplan 2026, pag.121. Het Kabinet verwacht dat door deze maatregelen de import van afval voor verwerking in een AEC volledig wordt afgebouwd, zodat de Nederlandse AEC’s uitsluitend bestemd zijn voor de verwerking van Nederlands afval, in lijn met de Beleidsvisie Afvalverbranding van het Rijk. Het Kabinet zegt open te staan voor suggesties voor een alternatieve dekking binnen het circulaire domein, die kunnen worden meegenomen bij het opstellen van de Voorjaarsnota. Hiertoe zal met een werkgroep vanuit de afvalsector overleg worden gevoerd. Voor deze tarievenbrief nemen wij het Belastingplan 2026 en het daarin opgenomen meerjarenperspectief als uitgangspunt, omdat wij de kans op substantiële wijzigingen gering achten. Op grond hiervan kan voor de periode tot 2030 worden uitgegaan van de volgende generieke CO2heffing per ton te verbranden afval: CO2-heffing/ton restafval periode 2025-2030 (prijspeil 2025) 2026 2027 2028 2029 € 5,79 € 17,50 € 36,10 € 56,00 (prijspeil 2026) Tabel 2: raming CO2-heffing/ton restafval Jaar Heffing/ton
2025 -
2030 € 78,20
Het Belastingplan 2026 laat ook de verwachte lastenstijging voor Nederlandse huishoudens door hervormingen van de afvalstoffenbelasting en aanscherping van de CO 2-heffing industrie voor AEC’s zien. De in het plan getoonde tabellen geven weer dat door inzet op restafvalreductie de mate waarin de lasten zullen stijgen belangrijk kan worden beperkt. In onderstaande tabel wordt de verwachte gemiddelde lastenstijging getoond.
4
Tabel 3: macrobenadering lastenstijging huishoudens. Bron: Belastingplan 2026, pag.165 f. Vrachtwagenheffing Ten aanzien van de genoemde O&T-tarieven merken wij op dat per 1 juli 2026 door de Rijksoverheid een vrachtwagenheffing3 wordt ingevoerd. De vrachtwagenheffing is een vorm van kilometerheffing, in samenhang met maatregelen om schoner transport te bevorderen. Op dit moment is nog niet duidelijk welke implicaties deze heffing heeft op de verevende kosten voor overslag en transport. Ook is nog niet helder hoe de effecten van de heffing kunnen worden verrekend met de deelnemende gemeenten en waterschappen. Dat betekent dat wij op dit punt een voorbehoud maken ten aanzien van de genoemde O&T-tarieven vanaf 1 juli 2026. 4. Tarievenoverzicht 2026 Het vorenstaande leidt voor 2026 tot de volgende tarieven en gerelateerde belastingen en heffingen. (Alle genoemde tarieven, belastingen en heffingen gelden per ton en zijn vermeld exclusief BTW). a. Fijn huishoudelijk restafval (HHA) Tarief 2026
Tarief 2025
HHA
€ 98,58
€ 95,43
ASB
€ 40,98
€ 39,70
CO2-hefing (100%)
€ 2,90
€0
b. Grof huishoudelijk restafval (GHA) GHA kent verschillende tarieven voor GHA-Integraal en GHA-RAD. GHA-Integraal betreft het grof restafval wat aan huis wordt ingezameld in de wijken. Via sortering kan circa 50% gerecycled worden. Om die reden wordt 50% van de ASB/ton en de CO2-heffing/ton toegerekend. De toepasselijke ASB is begrepen in het tarief. Tarief 2026
3
Tarief 2025
GHA-Integraal
€ 185,31
€ 179,39
CO2-heffing (50%)
€ 1,45
€0
Vrachtwagenheffing in Nederland | Vrachtwagenheffing 5
c. Grof huishoudelijk afval van het regionaal afvaldepot (GHA-RAD) GHA-RAD betreft het voor verbranding in aanmerking komende residu dat wordt ingezameld via de restcontainer op het afvalbrengstation. Het doel van nasortering van deze stroom is het verwijderen van zgn. stoorstoffen, zoals ijzeren staven, die in de verbrandingsovens storingen kunnen veroorzaken. Circa 90% van deze stroom wordt afgevoerd naar een AEC. Ook hiervoor geldt een pro rata toerekening van de ASB en CO2-heffing/ton. De toepasselijke ASB/ton is begrepen in het tarief. Tarief 2026
Tarief 2025
GHA-RAD
€ 225,32
€ 218,12
CO2-heffing (90%)
€ 2,61
€0
d. Groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (GFT/e) Aangezien circa 9% van de inkomende stroom bestaat uit niet-organisch materiaal dat wordt afgezeefd en verbrand, wordt 9% van de ASB en CO2-heffing/ton en toegerekend. De toepasselijke ASB is begrepen in het tarief. Tarief 2026
Tarief 2025
GFT/e
€ 75,63
€ 73,21
CO2-heffing (9%)
€ 0,26
€0
e. Overslag en transport HHA/GHA en GFT/e De tarieven voor O&T zijn voor 2026 geïndexeerd, met het hiervoor onder 3.f. genoemde voorbehoud ten aanzien van de vrachtwagenheffing. Tarief 2026
Tarief 2025
O&T HHA/GHA
€ 21,42
€ 20,74
O&T GFT/e
€ 15,30
€ 14,81
5. Themabijeenkomst CO2-heffing Met het oog op de aangekondigde forse stijging van de kosten van restafvalverwerking de komende jaren, zal begin 2026 een bijeenkomst voor ambtenaren en bestuurders van de deelnemende gemeenten worden georganiseerd. Daarin willen wij een technische toelichting op de systematiek van de CO2-heffing geven (de precieze uitwerking is namelijk op dit moment nog steeds niet duidelijk) en het gesprek voeren over een visie op verdergaande mogelijkheden voor reductie van te verbranden restafval (na inzameling), en daarmee van te betalen ASB en CO2-heffing. 6. Garantstellingsprovisie 2025 De in 2025 aan aandeelhouders uit te keren garantstellingsprovisie bedraagt in totaal 1% van de stand van de gegarandeerde leningen per 31 december 2024 en wordt uitgekeerd naar rato van duur en aantal gehouden aandelen A, respectievelijk B, in 2025. De stand van de gegarandeerde leningen bedraagt per 31 december 2024 € 616.173.300 waarvan: a. Gegarandeerde leningen aandeelhouders A: € 524.814.500; b. Gegarandeerde leningen aandeelhouders B: € 91.358.800.
6
De in totaal in 2025 uit te keren garantstellingsprovisie bedraagt daarmee € 6.161.733 waarvan: a. Aandeelhouders A: € 5.248.145 b. Aandeelhouders B: € 913.588. De garantstellingsprovisie wordt jaarlijks in twee delen pro rata uitgekeerd. Het eerste deel is uitgekeerd op 31 augustus jl., het tweede deel wordt uitgekeerd op 11 december a.s., een en ander conform de eerder toegezonden specificatie. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Voor eventuele toelichting of nadere vragen kunt u contact opnemen met Jan van Raaij, secretaris, via j.vanraaij@hvcgroep.nl. Met vriendelijke groet, NV HVC
Dion van Steensel, algemeen directeur
7
Bijlage 2
CO2-beprijzing: effecten 2025 en 2026 Bijeenkomst deelnemende gemeenten d.d. 15 april 2026
agenda. • Opening en welkom
• Inleiding en doel • Achtergrond • Aanleiding (gestegen) heffingen
• Actualiteit ontwikkelingen rondom CO2-heffing
2
inleiding. • Heffingen op restafval fors omhoog Al vele jaren is bekend dat het verbranden van restafval zal leiden tot een CO2-heffing, waarvan het bedrag jaarlijks fors zal toenemen. De deelnemende gemeenten zijn hierover met regelmaat geïnformeerd. Aangekondigd is dat 2026 het eerste jaar is dat de heffingen financieel effect op de tarieven zullen hebben.
• Afwijkingen in NEa systematiek De sector, en daarmee ook HVC, is recentelijk verrast door de Nederlandse Emissie Autoriteit (NEa) over de systematiek die wordt gehanteerd bij de vaststelling van de afdracht voor 2025 en 2026. Die systematiek leidt ertoe dat een hoger dan eerder geraamde CO2-heffing moet worden doorbelast.
3
inleiding. • Voorspelbare verwerkingstarieven HVC De deelnemende gemeenten zijn van HVC gewend dat de verwerkingstarieven, inclusief door te belasten heffingsbedragen, medio het voorafgaande jaar worden gecommuniceerd.
• Uitzonderlijke situatie Nu is sprake van de uitzonderlijke situatie dat lopende het kalenderjaar de verwachte CO2heffing in negatieve moet worden bijgesteld, en is de vraag hoe we hiermee om moeten gaan
Een en ander is aanleiding voor een uitnodiging aan de deelnemende gemeenten voor een gesprek over wat er nu concreet aan de hand is. 4
doel bijeenkomst vandaag. • oorspronkelijk doel (volgens tarievenbrief 2026) Technische toelichting op de systematiek van de CO2-heffing en voeren van het gesprek over een visie op verdergaande mogelijkheden voor reductie van te verbranden restafval (na inzameling), en daarmee van de te betalen Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing.
• bijgesteld doel vanwege actualiteit Vandaag willen we na een toelichting op de achtergrond en inhoud van de systematiek van de CO2-heffing, de op dit moment verwachte omvang van de heffing over 2025 en 2026 bespreken. We lichten de maatregelen toe om ten behoeve van het begrotingsproces van de deelnemende gemeenten de voorspelbaarheid van de heffing te verbeteren dit betekent ook dat het gesprek over de visie op verdergaande mogelijkheden voor reductie van te verbranden restafval (na inzameling), en daarmee van te betalen Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing, op een nader te bepalen tijdstip zal volgen. 5
achtergrond CO2-heffing. Klimaatdoelen. • Doel (Parijs): opwarming van de aarde beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius met zicht op 1,5 graden Celsius
• Middel (Europa/Nederland): heffingen als prijsprikkel om de verbranding van (onder meer) restafval en daarmee fossiele CO2-uitstoot te verminderen (visie Rijk op afvalverbranding)
• Herijking strategie 2024 (HVC): Aandeelhouders, RvC en directie ondersteunen gezamenlijk de strategie gericht op CO2-reductie 6
impact belastingplan 2026.
2025
2026
2027
2028
2029
Verwerkingstarief HVC
7
2030 CO2 toeslag
2031
2032
2033
ASB incl. 16% restitutie
2034
2035
•
Belastingplan 2026 sterk gestegen heffingen door schrappen plastictaks
•
Verwerking fors duurder grofweg driemaal zo duur door sterke stijging CO2-heffing (rood) en afvalstoffenbelasting (blauw)
Strategie HVC Restafval.
8
•
Heffingen ondersteunen verduurzaming heffingen stijgen door; verduurzaming leidt tot vermeden heffingen
•
Heffing ondersteunen strategie: beperken van verwerkingskosten door investeringen in gedrag en installaties die uitstoot verminderen waarbij kosten voor de baat uitgaan
•
Oorspronkelijke agenda 15/4 u deelgenoot maken van de invulling van de strategie met de effecten op heffingen
actualiteit. • CO2-heffing industrie onvoorspelbaar door onvoorziene wijzigingen door het Rijk, die leidt tot een hoger dan verwachte afdracht over 2025 en 2026 • Materie is complex de systematiek van de heffingen vraagt om toelichting • Impact de door HVC doorbelaste heffing 2026 van € 2,90/ton restafval is op basis van de huidige informatie € 2,50 - 9,50/ton te laag.
9
Ontwikkelingen CO2-heffing industrie.
inhoud. 1. Herhaling CO2-heffing industrie
2. Aanleiding en context recente ontwikkelingen belastingjaar 2025 3. Impact op de heffing 2025, 2026 en verder 4. Mitigatie 5. Scenario’s voor doorbelasting
11
Herhaling CO2-heffing industrie
12
CO2-heffing industrie. achtergrond invoering
Aanleiding: Urgenda uitspraak
13
•
Doel: 14,3Mton CO2-reductie additionele reductie in 2030 (49% t.o.v. 1990) om aan wettelijk doel te kunnen voldoen
•
Focus op fossiele uitstoot fossiele emissies worden gemonitord en belast
•
Betreft alleen industrie alles met een “schoorsteen”, dus geen emissies door wagenpark of energieverbruik
•
Geen aftrek vermeden emissies
CO2-heffing industrie.
belastingplan 2026: aanscherping tarief
verwachte tariefsontwikkeling
Waar gingen we ook alweer vanuit?
(exclusief ASB)
2025
14
2026
2027
2028
2029
2030
Verwerkingstarief HVC
2031
2032
CO2 toeslag
2033
2034
2035
•
CO2-tarieven aangescherpt budgettaire reparatie wegvallen plastictaks
•
Verwachte verdubbeling verwerkingstarief door heffing
•
Noodzaak kostendekkende doorbelasting voor ontdoeners
•
Herhaling: hoe zat het ook alweer?
CO2-heffing industrie.
systematiek: tarief af te dragen fossiele CO2 € 350
€ 303,55
€ 303,55
€ 303,55
•
Tarief Jaarlijks publiceert de Rijksoverheid middels de NEa het dan geldende tarief en tariefpad
•
Wettelijk vastgelegd tariefpad van de CO2-heffing is opgenomen in de Wet belasting op milieugrondslag
•
Indexatie alle bedragen worden ieder jaar geïndexeerd
•
Omvang heffingen gaan van € 87,90/ton fossiele CO2 in 2026 naar € 303,55/ton in 2033
€ 303,55
€ 300 € 254,16 € 250
€ 203,74 € 200
€ 153,32
€ 150
€ 103,66 € 100
€ 87,90
€ 50
€0 2025
15
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
bron: https://www.emissieautoriteit.nl/regelgeving/co2-heffing/tarieven-co2-heffing
CO2-heffing industrie. systematiek: vrijstelling
Vrijstelling 120% 114% 109% 103%
69%
51% 37% 23% 16%
8% 2022
2023
2024
2025
2026
2027 onbelast
16
Belastingvrije voet die geleidelijk wordt afgebouwd
•
Doel: partijen de tijd geven om aan de systematiek te wennen
•
In 2025-2027 komen verwerkers in de zone dat emissie > vrijstelling is, waardoor effectief heffingsafdracht plaatsvindt
103%
84%
2021
•
2028 belast
2029
2030
2031
2032
2033 0%
CO2-heffing industrie.
systematiek: vaststellen van emissie
Euralcode naar afvalcategorie WAR-rapportage
Publicatiedatum: 5 augustus 2022
Eural-code Omschrijving Eural
Hoofdcategorie
Afvalcategorie
01 01 01 01 01 02 01 03 05 01 03 07
Bedrijfsafval Bedrijfsafval gevaarlijk afval gevaarlijk afval
Industrieel afval, niet gevaarlijk Industrieel afval, niet gevaarlijk Overig afval of niet gespecificeerd, gevaarlijk Overig afval of niet gespecificeerd, gevaarlijk
Bedrijfsafval Bedrijfsafval
Industrieel afval, niet gevaarlijk Industrieel afval, niet gevaarlijk
Bedrijfsafval Bedrijfsafval Bedrijfsafval
Industrieel afval, niet gevaarlijk Industrieel afval, niet gevaarlijk Industrieel afval, niet gevaarlijk
01 03 08 01 03 99 01 04 08 01 04 10 01 04 12
afval van de winning van metaalhoudende mineralen afval van de winning van niet-metaalhoudende mineralen andere tailings die gevaarlijke stoffen bevatten ander afval van de fysische en chemische verwerking van metaalhoudende mineralen dat gevaarlijke stoffen bevat Niet onder 01 03 07 stof- en poederachtig afval Niet elder genoemd afval van de fyschische en chemische verwerking van metaalhoudende mineralen niet onder 01 04 07 vallend grind- en rotsafval niet onder 01 04 07 vallend stof- en poederachtig afval niet onder 01 04 07 en 01 04 11 vallende schilfers en ander afval van het wassen en schoonmaken van mineralen
Voorlopige emissiefactor: (biomassa en fossiel) in ton C O2 per ton afval Afvalcategorie 1 gemengd stedelijk afval 2 huishoudelijk afval 3 grofvuil 4 bedrijfsafval 5 agrarisch afval 6 industrieel afval, niet gevaarlijk 7 specifiek ziekenhuisafval, niet gevaarlijk 8 reststoffen scheiding 9 autobanden
17
2015 0,995 0,995 1,076 0,995 1,172 1,005 1,172 0,995 1,603
2016 0,997 0,997 1,076 0,997 1,172 1,005 1,172 0,997 1,603
2017 1,001 1,001 1,076 1,001 1,172 1,005 1,172 1,001 1,603
2018 0,993 0,993 1,076 0,993 1,172 1,005 1,172 0,993 1,603
2019 0,976 0,976 1,076 0,976 1,172 1,005 1,172 0,976 1,603
2020 0,965 0,965 1,076 0,965 1,172 1,005 1,172 0,965 1,603
2021 0,965 0,965 1,076 0,965 1,172 1,005 1,172 0,965 1,603
2022 0,960 0,960 1,076 0,960 1,172 1,005 1,172 0,960 1,603
2023 0,940 0,940 1,076 0,940 1,172 1,005 1,172 0,940 1,603
2024 0,959 0,959 1,076 0,959 1,172 1,005 1,172 0,959 1,603
Vaststellen CO2-emissie •
Weegbrug is leidend: ingewogen tonnen basis voor berekening
•
Categorie: NEa verdeelt alle EURAL-codes naar 20 afvalcategorieën
•
Emissiefactor: voor iedere categorie publiceert de NEa een emissiefactor (hoeveel ton CO2 er vrijkomt per ton verbrand afval) en biogeenfractie op basis van sorteerproeven
CO2-heffing industrie. berekening doorbelasting HVC
Toeslag CO2-heffing • De regels zijn complex, een omstandigheid buiten onze invloedsfeer
• Hier volgt toch een korte toelichting • Details zijn niet noodzakelijk om vervolg presentatie te kunnen volgen; we willen hier slechts informeren
18
CO2-heffing industrie. berekening doorbelasting HVC
Door te leggen CO2-heffing: Heffing: (verwachte afdracht) / (verwachte doorzet AEC’s)
19
Mee te nemen parameters •
verwachte doorzet AEC’s HVC bepaalt de jaarlijks verwachte doorzet obv onderhoudsschema en proces parameters
CO2-heffing industrie. berekening doorbelasting HVC
Door te leggen CO2-heffing:
Mee te nemen parameters •
verwachte doorzet AEC’s HVC bepaalt de jaarlijks verwachte doorzet obv onderhoudsschema en proces parameters
•
verwachte emissiefactor (grotendeels) gebaseerd op door NEa bepaalde emissie factoren
•
tarief fossiele CO2 jaarlijks vastgesteld door de Rijksoverheid
Heffing: (verwachte afdracht) / (verwachte doorzet AEC’s) verwachte afdracht = ((verwachte doorzet x verwachte emissiefactor) - vrijstelling) x tarief fossiele CO2
20
CO2-heffing industrie. berekening doorbelasting HVC
Door te leggen CO2-heffing:
Mee te nemen parameters •
verwachte doorzet AEC’s HVC bepaalt de jaarlijks verwachte doorzet obv onderhoudsschema en proces parameters
•
verwachte emissiefactor (grotendeels) gebaseerd op door NEa bepaalde emissie factoren
•
tarief fossiele CO2 jaarlijks vastgesteld door de Rijksoverheid
•
vrijstellingspercentage
heffing: (verwachte afdracht) / (verwachte doorzet AEC’s) verwachte afdracht = ((verwachte doorzet x verwachte emissiefactor) - vrijstelling) x tarief fossiele CO2 vrijstelling: jaarvracht 2014-2018 x (vrijstellingspercentage (= Procesemissiefactor x Nationale Reductie Factor x Correctiefactor AVI)) 21
set van factoren bepaald door Rijksoverheid om CO2 doel te behalen
CO2-heffing industrie. berekening doorbelasting 2025
Mee te nemen parameters
• Tarief CO2 2025: 87,90 €/ton
•
verwachte doorzet AEC’s HVC bepaalt de jaarlijks verwachte doorzet obv onderhoudsschema en proces parameters
•
verwachte emissiefactor (grotendeels) gebaseerd op door NEa bepaalde emissie factoren
•
tarief fossiele CO2 jaarlijks vastgesteld door de Rijksoverheid
•
vrijstellingspercentage
• Verwachte emissiefactor: 0,35 ton CO2/ton verbrand (op basis laatst bekende factoren NEa 2023)
• Verwachte emissie: 0,35 * 935kton afval = 327kton CO2 • Vrijstelling: 103% van de gemiddelde uitstoot 2014-2018, 380kton CO2
Vrijstelling (veel) groter dan verwachte afdracht, en dus nul euro CO2-heffing doorbelast
set van factoren bepaald door Rijksoverheid om CO2 doel te behalen
resumerend. berekening doorbelasting 2025
Inschatting: geen afdracht, daarom doorbelasting van nul euro
aanleiding en context recente ontwikkelingen belastingjaar 2025
24
aanleiding en context. januari 2026: NEa wijzigt systematiek Aanpassen referentieperiode
Hoge(re) emissiefactor 2025
van 2014-2018 naar 2019-2023 Uitstoot HVC [ton fossiele CO2]
Wijzigingen NEa t.o.v. aanname •
Aanpassen referentieperiode In plaats van de referentieperiode te baseren op de jaarvracht 20142018 dient nu gerekend te worden met de jaarvracht 2019 – 2023 Gevolg: lagere vrijstelling
•
Hoge(re) emissiefactor 2025 waar de fossiele emissiefactor voor afval dalende was, is deze voor 2025 het hoogst Gevolg: hogere uitstoot
Emissiefactor Fossiel [tCO2/tAfval]
Combinatie resulteert in hogere afdracht 2025 dan voorzien!
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024
25
Uitstoot HVC
referentie
2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 NEa
Trend
aanleiding en context wijzigen referentieperiode • CO2-heffing sluit aan bij Europese regels, en hier wordt nieuwe referentieperiode pas van toepassing over belastingjaar 2026 (en dus niet 2025) • Interpretatie HVC is dat over belastingjaar 2025 de referentieperiode ongewijzigd moet blijven • Interpretatie is extern getoetst door Loyens & Loeff: lezing HVC is juist Wijziging was dus niet te voorzien Oplossing: • Als NEa zienswijze HVC overneemt geen naheffing over 2025 • Als NEa zienswijze niet overneemt is dit juridisch aanvechtbaar 26
aanleiding en context stijging emissiefactor • Emissiefactor resultaat van landelijke sorteerproefen: naar we nu begrijpen 13 proeven van 800kg (erg weinig (0,00035%) en daarom schommelingen!) • Publicatie factoren altijd achteraf, HVC moet haar tarieven vooraf vaststellen
• Door vrijstellingen was dit voor HVC en sectorgenoten vooralsnog nooit een materieel issue • Risico op sterke stijging onderschat: gebaseerd op 3-jaars voortschrijdend gemiddelde en dan normaliter geen uitschieters Risico onderschat, maar deels te voorzien Oplossing:
• Veranderen systematiek. In samenwerking met vereniging van 27 afvalbedrijven sturen we op publicatie van factoren vooraf
impact op heffing 2025, 2026 en verder
28
impact op heffing 2025. • Tarief CO2 2025: 87,90 €/ton • Verwachte emissiefactor: 0,35 0,36 ton CO2/ton verbrand
In 2025 heeft, naar nu blijkt ten onrechte, geen doorbelasting plaatsgevonden
• Verwachte emissie: 0,36 * 935 937 kton afval = 327 339
•
HVC: Boekjaar afgesloten, geen voorziening op de balans
•
Gemeenten: Boekjaar afgesloten, afvalstoffen heffing al vastgesteld
kton CO2 • Vrijstelling: 103% van de gemiddelde uitstoot 2014-2018
2015-2023, 380 320 kton CO2 Emissie dus hoger dan vrijstelling: 339 kton(emissie) - 320
kton(vrijstelling) = 19kton CO2 wordt belast
Impact: 19kton x € 87,90 = € 1,7 miljoen
impact op heffing 2026 e.v. tarievenbrief: 50% doorbelasting van geraamde heffing 2026
Bij vaststelling tarief onzekerheid: •
Aangenomen motie afschaffing CO2-heffing, en dan dus nul euro afdragen?
•
Mogelijk tariefsverlaging door aangedragen alternatieven voor plastictaks
Onzekerheid duurt voort: besluitvorming alternatieven uitgesteld van Voorjaarsnota naar Prinsjesdag, voor belastingjaar 2026 terugdraaien heffing zeer onwaarschijnlijk
impact op heffing 2026 e.v. inschatting werkelijke heffing 2026
• tarief 2026: 100,74 €/ton fossiel
• vrijstelling: 84% van de gemiddelde uitstoot 2014-2018, 380kton CO2 • verwachte emissiefactor: 0,35 ton CO2/ton verbrand (op basis factoren NEa 2023)
• verwachte emissie: 0,35 * 935kton afval = 327kton CO2 • verwachte belaste emissie: 380 minus 327 = 53kton CO2 doorbelasting: (53kton * €100,74)/935kton doorzet = 5,79 €/t
impact op heffing 2026 e.v. extra doorbelasting 2026 (voorlopige bevindingen) • Emissiefactor nog onzeker • Hogere emissie als met laatst bekende emissiefactor wordt gerekend • Duidelijkheid pas in januari 2027
• € 5 - € 7 miljoen hogere afdracht dan geraamd • huidige doorbelasting van € 2,90/ton is € 2,50 – € 9,50/ton te laag • Effect op gemeente met 113.000 inwoners en 202 kg/inwoner (bv. Alkmaar) • 113.000 inwoners: € 57.000 – € 217.000 extra • Per huishouden: € 1 - € 4 extra 32
Mitigatie
33
mitigatie. Contacten In nauw overleg met vijf actoren zoeken we naar oplossingen. • KGG: Ministerie van Klimaat en Groene Groei, maakt de regels • NEa: Nederlandse emissieautoriteit, interpreteert de regels en voert die uit • Rijkswaterstaat: verantwoordelijk voor sorteeranalyses, en de daaruit voortvloeiende onzekerheid (vast stelling achteraf, maar ook aantal monsternames) • Vereniging van afvalbedrijven: gezamenlijk aansturen op aanpassen systematiek; iedereen heeft baat bij zekerheid vooraf • Loyens en Loeff: adviseert over juridische positie 34
mitigatie. Werksporen We doen ons best om de onzekerheid zo snel mogelijk weg te nemen, en de kosten zoveel mogelijk te beperken langs de twee werksporen:
• Emissiefactor: niet alleen proces aanpassen voor tijdige publicatie emissiefactoren, maar ook zo snel mogelijk duidelijkheid 2026. Voorstel om factor van 2024 te hanteren: dit is immers de factor die partijen hebben gebruikt voor het vaststellen van hun tarieven. Zonder aanpassing dus geen zekerheid voor januari 2027 en verwachte verhoging van de doorbelasting van 2,90/ton met € 2,50 - € 9,50/ton (totaal 5,40 - 12,40/ton) noodzakelijk (→ VA, RWS, NEa) • Referentieperiode: de sector heeft aanpassing niet voorzien. Nu de heffing de-facto is afgeschaft voor de industrie is aansluiting met Europese regels ook niet meer opportuun (→ NEa, KGG, LoyensLoeff) 35
mitigatie. Tijdlijn HVC • 2026 Januari 2027 definitieve afdracht bekend, september 2027 belastingaangifte en afdracht • 2027 en verder: Inzet op veranderen proces om voorspelbaarder te worden. Naar verwachten niet vóór de zomer van 2026 gereed
36
Scenario’s voor doorbelasting
37
samenvattend. 2025: Impact is € 1,7 miljoen. HVC neemt onzekerheid aandeelhouders weg en absorbeert zo nodig de kosten.
2027 en verder: aansturen bij NEa op duidelijkheid vooraf om herhaling te voorkomen 2026: huidige doorbelasting dekt niet de werkelijke heffing. Nu klankborden over oplossing 38
Scenario’s voor doorbelasting. 1. Nacalculatie/verrekening begin 2027 • Doorbelasting heffing vanaf 1 januari jl. op basis van werkelijke bedrag, zonder aanpassing voorschotnota’s, en betaling/verrekening definitief bedrag pas na eindafrekening over 2026 in Q1 2027.
2. CO2-heffing verhogen met gelijktijdige verhoging voorschotnota’s
39
•
Doorbelasting heffing vanaf 1 januari jl. en gelijktijdige verhoging voorschotnota’s vanaf 1 januari jl. op basis van beste inschatting zodat eindafrekening lager uitvalt
•
Verrekening definitief bedrag doorbelasting bij eindafrekening over 2026
Uitgangspunt: Werkelijke bedrag wordt doorbelast Scenario’s: Heffing verhogen per 1 januari jl. met betaling in 2026 of 2027 Uitvraag: Wat werkt het best voor gemeenten? Vervolg: Brief met concrete acties
vervolgstappen. • Keuze directie voor een scenario van doorbelasting heffing aan deelnemende gemeenten op basis van input 15 april. • Brief met uitleg d.d. mei 2026 aan deelnemende gemeenten.
• Aansturen bij NEa op duidelijkheid vooraf om herhaling te voorkomen. • Juridisch traject heffingen.
• Tarievenbrief 2027 d.d. juli 2026 met herziene inschatting heffing 2027 • Plannen bijeenkomst over visie op verdergaande mogelijkheden voor reductie van te verbranden 40 restafval.
vragen of opmerkingen?
Conclusies bijeenkomst 15 april
42
conclusies. • Lichte voorkeur voor direct verhogen heffing, en beide wijzen van doorleggen van kosten zijn werkbaar • Brief over de tariefsaanpassing, met een goed leesbare toelichting die ook voor de raad bruikbaar is, volgt z.s.m. In deze brief geven we ook de bandbreedte aan • Wij blijven informeren over aanpassingen van de systematiek: inzet is op tijdige publicatie van emissiefactoren en beter onderbouwde bepaling daarvan
43
hvcgroep.nl