Bijlage 1. Adviesbrief eerste cluster vergunningaanvragen project Heracless-Groen Staal Tata Steel
Tekst van het document
datum: onderwerp:
12 december 2025 Adviesbrief cluster 1 project HeraclessGroen Staal Tata Steel onze referentie: Z/2025/486200 D/2025/756971 uw referentie: voor informatie: E. Heg direct nummer: +31628350278 aantal pagina’s: 8 bijlagen:
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Regiebureau Ebbehout 31 1507 EA Zaandam
Betreft: Adviesbrief aanvraag omgevingsvergunning voorbereidende werkzaamheden cluster 1 project Heracless Groen Staal
Geachte heer, mevrouw, Op 4 oktober 2025 is de aanvraag omgevingsvergunning voorbereidende werkzaamheden cluster 1 project Heracless-Groen Staal Tata Steel (referentie: ID-3384) door u voor advies toegestuurd. De IJmondgemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen hebben samen met de Omgevingsdienst IJmond en ondersteund door de GGD Kennemerland een advies opgesteld. Hierbij sturen wij u dit uitgewerkte en op 11 december door de gemeenteraad van de gemeente Heemskerk vastgestelde advies toe. De gemeenteraad van Heemskerk kon pas op 11 december 2025 een besluit nemen over het advies. Daarom volgt er nu nog een nazending. De IJmondgemeenten hebben gezamenlijk kennis genomen van uw adviesverzoek het voorbereidende werkzaamheden cluster 1 project Heracless-Groen Staal en het milieueffectrapport (MER) Groen Staal. Een zo gezond mogelijke leefomgeving staat voor ons als IJmondgemeenten voorop. Het is belangrijk dat de vervuiling en hinder zo snel mogelijk vermindert, de staalindustrie in de IJmond zo snel mogelijk vergroent en verduurzaamt. De inwoners van de IJmond verdienen een substantieel schonere en gezondere leefomgeving waar ook voldoende werk is, uiterlijk in 2030. Gelet op deze belangen sturen wij u dit advies. Opmerkingen vooraf In onze adviesbrief geven we een aantal opmerkingen ten aanzien van de aanvraag voor een omgevingsvergunning mee.
Ook geven we een aantal adviezen mee ten aanzien van het concept milieueffectrapport (MER) dat als bijlage bij de vergunningaanvraag is gevoegd.
*Z0D4B25E6D9* Z0D4B25E6D9
pagina:
2 van 8
onze referentie:
D/2025/756971
We constateren op basis van het concept MER dat de gezondheidswinst voor de omgeving op basis van het project Heracless-Groen Staal beperkt is. We constateren echter ook dat door aanvullende bovenwettelijke maatregelen, die in het kader van de nog te maken maatwerkafspraken onlangs in een intentieverklaring zijn vastgelegd, de gezondheidswinst in de IJmond groter lijkt te worden. Naar aanleiding van de adviezen van de Expertgroep Gezondheid IJmond wordt er een GER (gezondheidseffectrapportage) opgesteld om de daadwerkelijke impact van de beoogde maatwerkprojecten op de gezondheid van omwonenden in kaart te brengen. Wij vinden het belangrijk dat de inzichten uit de GER worden meegenomen bij de onderhandelingen over de maatwerkafspraak. Als IJmondgemeenten verwelkomen we het dat de uitkomsten van het MER en de GER naast de WHO-advieswaarden uit 2005 en 2021 worden gelegd. Wij verwachten dat de beoogde verbetering van de luchtkwaliteit, de geluidssituatie en de geursituatie in de IJmond wordt vastgelegd in bindende maatwerkafspraken. Het concept MER laat zien dat er door de plannen een daling is van stikstofdepositie in de nabijgelegen Natura-2000 gebieden. Alleen in het Noordhollands Duinreservaat is op enkele plekken juist een toename van stikstofdepositie te verwachten.
Wij gaan er bij de bevoegde autoriteiten voor pleiten dat de vrijkomende stikstofrechten (als compensatiemaatregel) voor projecten in de IJmond gebruikt kunnen worden. Het gaat dan om projecten die zorgen voor een brede regionale leefbaarheids- en innovatie-impuls. De provincie Noord-Holland krijgt in het kader van het project Heracless-Groen Staal een exploitatiebijdrage van Tata Steel, terwijl de IJmondgemeenten waarschijnlijk een deel van het werk moeten uitvoeren. Gelet hierop zou het gepast zijn als de provincie op haar beurt de gemeenten vergoedt voor de kosten die zij maken. Daarnaast kan er als gevolg van de realisatie van dit project schade ontstaan aan gemeente-eigendommen. De provincie zou zich jegens de gemeenten moeten verbinden om die kosten op Tata Steel te verhalen als dat zich zou voordoen. De IJmondgemeenten gaan de provincie hierover benaderen. Wij constateren dat er nadere afstemming nodig is over de positionering en het gebruik van de coasterkade in relatie tot het project Energiehaven (grondgebied gemeente Velsen). Wij verzoeken om hier nadere afstemming over te zoeken met het consortium dat de Energiehaven ontwikkelt. Tenslotte is onder de Omgevingswet de ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (hierna ETFAL) een belangrijk afwegingskader uit het stelsel van de Omgevingswet.
Deze afweging vindt voor het project Heracless Groen Staal plaats onder het projectbesluit dat door de provincie Noord-Holland wordt genomen. Aangezien het projectbesluit nog niet is genomen kunnen wij niet beoordelen of er sprake is van een ETFAL voor deze eerste vergunningsaanvraag. Wij zullen deze afweging meenemen in ons advies op het projectbesluit. Toelichting op onze adviezen op de voorbereidende werkzaamheden cluster 1 project Heracless Groen Staal
In algemene zin brengen bouwwerkzaamheden risico’s met zich mee zoals een tijdelijke verhoging van stof-, geluid- en geurbelasting. Dit kan leiden tot een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit en geluidssituatie. Dit is een ongewenste situatie die voorkomen moet worden. Wij adviseren om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk bouwmachines en vrachtwagens emissievrij werken, en dat werktijden beperkt zijn (buiten de nachtelijke uren; van 22 tot 7u, en bij voorkeur ook niet/minder in de avonden). En we adviseren dat Tata Steel een klachtenmeldpunt inricht waar direct op klachten geacteerd wordt, en dat er 24/7 een omgevingsmanager beschikbaar is waar omwonenden met hun klachten en vragen terecht kunnen.
pagina:
3 van 8
onze referentie:
D/2025/756971
Tijdens de voorbereidende fase worden enkele faciliteiten verplaatst. Van sommigen, zoals bouw-/opslaglocatie 10B is bekend dat deze van grote omvang zijn en redelijk dichtbij bewoning liggen. Een nieuwe locatie kan invloed hebben op de leefomgeving van direct omwonenden, zoals bv geluid, geur,- of stofhinder. Wij adviseren om ervoor te zorgen dat er bij omwonenden geen extra hinder door stof, geur en geluid optreedt.
Ten aanzien van verkeer is de beschikbare informatie te weinig gedetailleerd om over de verkeer- en parkeergeneratie en modaliteitenverdeling voor de huidige en toekomstige situatie te kunnen oordelen. Bij de geplande bouwwerkzaamheden staat bijvoorbeeld niet wat de uitgangsituatie is, in hoeverre er een toename is van vrachtverkeer en hoeveel parkeerplaatsen erbij komen of afgaan. Wij adviseren om aanvullende informatie op te vragen met betrekking tot de maatvoeringen van de wegen en parkeerplaatsen, in hoeverre er rekening is gehouden met zwaar vrachtverkeer en de wijzigingen van de hoeveelheid parkeerplaatsen op het terrein.
Zorg ervoor dat de nieuwe verkeersbewegingen, waaronder de vrachtwagenroutes, niet of zo min mogelijk dicht langs bebouwing gaan zodat de mogelijke overlast voor omwonenden zoveel als mogelijk voorkomen wordt. Wij adviseren om inzichtelijk te maken hoe deze verkeersbewegingen gaan lopen.
Bij de nieuwe voorziening voor het kiepstoelpuinschap worden maatregelen getroffen om stofen geluidemissies te voorkomen. Een belangrijk aandachtspunt is het risico op hinderlijke piekgeluiden door het storten van puin in een bak en het is ons onduidelijk of de huidige maatregelen daarin voldoende in voorzien. Wij adviseren om maatregelen te treffen om geluidshinder door pieken te voorkomen of te minimaliseren.
Met betrekking tot externe veiligheid is het van belang om voor Seveso-inrichting Linde Gas (Zufa 2/3/5) te beoordelen of domino-effecten al dan niet aanwezig zijn. We spreken over domino-effecten als een zwaar ongeval bij de Seveso-inrichting kan leiden tot een zwaar ongeval bij een naburige Seveso-inrichting. De PR 10-6 contour en het gifwolkaandachtsgebied van de nieuwe Oxygashouder liggen binnen de begrenzing van de Seveso-inrichting Tata Steel. De nieuwe PR 10-6/jaar- contour en GAG van de oxygashouder liggen over Seveso-inrichting Linde Gas (ZuFa 2/3/5). In bijlage MW 10 QRA staat dat er onderling niet hoeft getoetst. In de instructieregels van het Bkl staat dat het bevoegd gezag de domino-effecten moet beoordelen (art 8.13).
Met betrekking tot natuurcompensatie is met de bouw van het Transformatorstation op het terrein van Tata Steel een aantal maatregelen afgesproken. Om de bouw mogelijk te maken is een groot areaal vrijgemaakt van beplanting. In het Landschapsplan Net op zee Hollandse Kust (noord) en Net op zee Hollandse kust (west Alpha) zijn de maatregelen opgenomen. In de voorliggende vergunningsaanvraag is opgenomen dat er ten behoeve van de voorbereidende werkzaamheden bomen en beplanting worden gekapt. Het is niet duidelijk of de huidige plannen in lijn zijn met de compensatiemaatregelen die in 2018 zijn vastgelegd. Het eerdere compensatieplan “Staalblauwtje” maakt geen onderdeel uit van de rapportages. Wij adviseren om te controleren of deze plannen samengaan en elkaar niet belemmeren. Hierbij is het van belang om inwoners de ruimte te geven mee te denken en in te spreken bij de inrichting van met name de gebieden dicht bij Wijk aan Zee.
pagina:
4 van 8
onze referentie:
D/2025/756971
Toelichting op onze adviezen op het concept MER project Heracless Groen Staal Luchtkwaliteit In oktober 2025 heeft ODNZKG het elektronisch Milieujaarverslag (e-MJV) van Tata Steel over 2024 beoordeeld. Hieruit bleek dat de gerapporteerde uitstoot van meerdere stoffen significant hoger is dan in voorgaande Milieujaarverslagen. Eén van de mogelijke oorzaken hiervoor kan zijn dat de Omgevingsdienst sinds 2024 vaker eigen metingen uitvoert. Op basis van deze berichtgeving vragen wij ons af in hoeverre de hogere uitstoot gerapporteerd in het meest recente e-MJV impact heeft op de geldigheid van de referentiesituatie van het MER. Wij adviseren om, gezien de rapportage van significant hogere waarden, deze te verwerken in het MER.
Voor de referentiesituatie is het ons onduidelijk in hoeverre bijzondere bedrijfssituaties (ongewone voorvallen) zijn meegenomen. De bijzondere bedrijfssituaties maken geen onderdeel uit van de normale bedrijfsvoering van Tata Steel, maar hebben een significante impact op de omgeving. Bij de luchtkwaliteitsberekeningen wordt opgemerkt in het MER dat bijzondere bedrijfssituaties van korte duur zijn en geen effect hebben op de jaargemiddelden van luchtkwaliteit. De piekemissies hebben echter wel significant effect op de hinder en gezondheid van omwonenden. Doordat bedrijfsprocessen in de toekomst wijzigen is het wel mogelijk dat de calamiteiten niet meer plaatsvinden. Hierdoor kan in de praktijk wel degelijk een groot gezondheidseffect voor de omwonenden optreden. Wij adviseren om in het MER expliciet op te nemen in hoeverre de ongewone voorvallen die zich voordoen in de referentiesituatie toe of afnemen in de bouw, de transitie en de operationele fase.
Op pagina 125 van de detailstudie Luchtkwaliteit staat dat er voor grof stof geen verspreidingsrekenmodellen beschikbaar zijn. In bijlage 15 van het MER wordt er echter een verspreidingsmodel voor grof stof beschreven en toegepast. Wij adviseren om de rapporten op dit punt te corrigeren.
Op pagina 12 van onderdeel D MER wordt geconstateerd dat de toegenomen ervaring van hinder en bezorgdheid niet overeenkomt met de daling in gemeten luchtverontreiniging. ‘Mogelijke verklaringen zijn volgens de GGD dat jaargemiddelden geen rekening houden met kortdurende hoge concentraties en calamiteiten, en dat andere factoren zoals het publieke debat en media-aandacht een rol spelen.’ Echter, een andere verklaring is dat hinder en bezorgdheid niet alleen met luchtkwaliteit te maken hebben, maar ook met geluid- en geuroverlast. Uit het dashboard van de Omgevingsdienst NZKG blijkt dat >20% van de meldingen gaat over geluidsoverlast en >70% over geurhinder. Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
Op pagina 13 van onderdeel D van het MER wordt de volgende constatering gedaan over de resultaten van het luchtmeetnetrapport IJmond 2024 “Voor fijnstof (PM10) dalen de concentraties significant over de afgelopen 10 jaar op de twee meetstations in Velsen. In IJmuiden, Wijk aan Zee (Banjaert) en Beverwijk dalen de concentraties fijnstof, maar niet sterk.” Dit is een onjuiste interpretatie. In het rapport staat namelijk het volgende: “Voor PM10 dalen de concentraties statistisch significant over de afgelopen 10 jaar op de twee meetstations in Velsen en niet in IJmuiden, Wijk aan Zee (Banjaert) en Beverwijk.” Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
pagina:
5 van 8
onze referentie:
D/2025/756971
De tabel 4.3 op pagina 22 van onderdeel D MER geeft een WHO-advieswaarde voor benzeen van 0,17 ug/m3. De WHO stelt echter al sinds 2000 dat er geen veilig niveau voor benzeen kan worden gedefinieerd, zie Luchtkwaliteit - benzeen | RIVM. Wij adviseren de advieswaarde voor benzeen in het MER naar 0,00 ųg/m3 aan te passen.
Op pagina 32 van onderdeel D MER wordt genoemd dat Heracless geen nadelige gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit m.b.t. fijnstof (PM10, PM2.5). Wij vinden deze beoordeling te kort door de bocht. Op drie locaties is er namelijk een lichte stijging voor fijnstof berekend (pagina 31). Deze toename van fijnstof is ongunstig voor de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid. Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
Op pagina 32 van onderdeel D MER staat dat er in de voorbereidende fase en aanlegfase sprake is van tijdelijk hogere concentraties fijnstof en stikstofdioxiden. Er wordt gesteld dat toenames erg beperkt zijn en dat deze geen invloed hebben op de gezonde leefomgeving (pagina 37). Op veel toetslocaties is de hoeveelheid fijnstof en stikstofdioxide al hoger dan de WHO-advieswaarde 2021. Een verhoging gedurende de verschillende fases draagt wel degelijk bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid, omdat bekend is dat iedere verlaging tot een verbetering van de gezondheid leidt. Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
Op pagina 33 van onderdeel D MER wordt genoemd dat Heracless geen nadelige gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit met betrekking tot stikstofdioxide. Wij vinden ook deze beoordeling te kort door de bocht. Voor stikstofdioxide wordt op 4 locaties een lichte toename vastgesteld (pagina 31). Ook deze toename is ongunstig voor de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid. Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
Op pagina 34 van onderdeel D MER wordt een toetswaarde voor dioxine voorgesteld door een richtwaarde voor voeding om te rekenen naar een indicatieve gezondheidskundige waarde voor lucht. Een dergelijke omrekening is niet betrouwbaar, omdat lucht (inademing) en eten (ingestie) voor een andere manier van blootstelling zorgen en daarmee ook andere effecten kunnen geven. Ter illustratie: het inademen van asbest geeft een risico op mesothelioom, maar ingestie van asbest is veilig. Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
De conclusie op pagina 38 van onderdeel D MER dat Heracless geen negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit ondersteunen wij niet. Uit het PoC rapport van het RIVM (2023) blijkt dat de meeste gezondheidswinst met betrekking tot de luchtkwaliteit is te behalen door het verminderen van onder meer concentraties fijnstof en stikstofdioxide. Juist deze twee componenten van luchtverontreiniging nemen op een aantal locaties toe. Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
Op pagina 39 van onderdeel D MER wordt gesteld “Samenvattend: De bijdrage van Heracless aan de dioxineblootstelling via depositie van grof stof is verwaarloosbaar en leidt niet tot gevolgen voor de gezonde leefomgeving”. Heracless zorgt naar verwachting wel voor een hogere blootstelling aan dioxine via de grof stof inname, aangezien dioxineconcentraties in de lucht aanzienlijk toenemen. Dit is schadelijk voor de gezondheid. Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
Blootstelling aan lood door hand-mond contact is al in kleine hoeveelheden schadelijk voor kinderen. Het is positief dat Heracless leidt tot een verminderde orale blootstelling aan lood
pagina:
6 van 8
onze referentie:
D/2025/756971
(pagina 40), maar de hoeveelheid afname die het betreft staat niet uitgeschreven. Wij adviseren dit aan het MER toe te voegen.
Op pagina 42 van onderdeel D MER wordt benoemd dat de orale inname van neergeslagen grof stof ruim onder de grenswaarde voor veilige voedselinname liggen. Dit klopt niet voor lood en PAK, waarbij de EFSA stelt dat de inname via voedsel zo laag mogelijk moet zijn (zie pagina 24). De afname aan blootstelling door Heracless is een goede ontwikkeling, maar dus ook noodzakelijk om de gezondheid te verbeteren. Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
Op pagina 42 van onderdeel D MER wordt ook benoemd dat de bijdrage van grof stof aan de blootstelling aan de componenten in de stof in de referentiesituatie al beperkt is. Ook deze stelling achten wij onjuist, aangezien in het PoC rapport van het RIVM (2023) het volgende wordt geconcludeerd: “De uitstoot van het terrein van Tata Steel draagt aanzienlijk bij aan de luchtvervuiling en de neerslag van lood en PAK in de omgeving”. Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
Het MER stelt dat ultrafijnstof (UFP) ontstaat bij verbrandings- en hete processen en dat de staalindustrie daarom een bron van UFP kan zijn (blz. 59). Wij betreuren dat er geen inschatting wordt gemaakt van de ultrafijnstofconcentraties in de referentiesituatie en de operationele fase met Heracless. Het ontbreken van een gezondheidskundige grenswaarde is geen reden om geen beschouwing van ultrafijnstof te doen. Het advies van de WHO en het RIVM is tenslotte om de blootstelling aan UFP zo veel als mogelijk te beperken. Wij zouden graag modelberekeningen zien, net als voor grof stof gedaan is, ondanks dat deze momenteel nog onzekerheden bevatten.
Geluid In de BBT+ variant ontstaat er binnen de milieuvergunning geluidsruimte. In de operationele fase zal de geluidsbelasting lager zijn dan in de referentiesituatie. Wij verwachten dat het lagere geluidsniveau wordt vastgelegd in de vergunning zodat er sprake is van een duurzame verbetering voor de leefomgeving.
Uit de gezondheidsmonitor IJmond (2020) en het RIVM-rapport (2023) is bekend dat er sprake is van een ongewenste hoeveelheid geluid gehinderden in de IJmond. Dit kan leiden tot stress, slaapverstoring en hart- en vaatziekten. De geluidsoverlast neemt volgens het MER op verschillende onderdelen juist toe of is te beperkt onderbouwd. Dit blijkt uit de volgende punten: Gedurende de voorbereidende fase kan sprake zijn van een beperkte toename van geluid ten opzichte van de referentiesituatie. Vanuit gezondheidskundig oogpunt is dit ongewenst. Tijdens de transitiefase zijn zowel bestaande als nieuwe installaties in gebruik en is de geluidsbelasting het hoogst. Aangegeven wordt dat deze fase tijdelijk is (1 jaar met een mogelijke uitloop). Op bijna alle meetpunten, en zeker dicht bij het industrieterrein, treedt een aanzienlijke overschrijding van de door de GGD geadviseerde nachtelijke richtwaarde van 40 dB op. Ditzelfde geldt voor de meeste locaties tijdens de operationele fase. Bekend is dat in de huidige situatie, waarbij voldaan wordt aan de vergunde waarde, een ongewenste hoeveelheid gehinderden is. Ook voor de aanlegfase wordt verwacht dat de geluidsbelasting toeneemt. Vanuit gezondheidskundig oogpunt is dit ongewenst.
pagina:
7 van 8
onze referentie:
D/2025/756971
In het MER wordt geconcludeerd dat ‘het voornemen niet leidt tot waarneembaar laagfrequent geluid’. De onderbouwing van deze conclusie is zeer beperkt. Wij adviseren deze onderbouwing aan te vullen en te verduidelijken. Op pagina 44 staat aangegeven dat in algemene zin een afname van geluid te zien is ter plaatse van de woonkernen in de omgeving van Tata Steel, in de operationele fase ten opzichte van de referentiesituatie. Echter, bij circa 80% van de woningen is de afname maximaal 1dB. Het is onwaarschijnlijk dat dit tot een merkbare afname van de geluidsbelasting en dus vermindering van het aantal gehinderden, zal leiden. Op pagina 49 wordt benoemd dat “hinder door impulsgeluid door heiwerkzaamheden in de aanlegfase niet uitgesloten is en dat er geen effecten op de gezondheid worden verwacht”. Hinder is echter ook een gezondheidseffect dat tot hart- en vaatziekten kan leiden. Ons advies is om het aantal gehinderden te verminderen. Dit sluit aan bij de ambitie van Tata Steel om naast CO2-reductie ook in te zetten op een gezondere leefomgeving. De geluidsbelasting maakt hier een aanzienlijk onderdeel van uit. Geur
Op pagina 54 staat “In de transitiefase worden de nieuwe installaties getest en opgestart. Vanwege de korte duur en de beperkte invloed op de jaargemiddelde geuremissies van deze tests, zijn de emissies ten gevolge van de transitiefase verder niet in kaart gebracht.” Indien de transitiefase een jaar beslaat, dan is het aannemelijk dat deze het jaargemiddelde in het transitiejaar bepaald. Wij adviseren het MER hierop aan te passen. In de beschrijving van de varianten op pagina 54 staat het volgende: “In het kader van geur is het meest ongunstige scenario bekeken – namelijk transport per schip, omdat daarbij een kleine extra geuremissie kan optreden”. En verderop “Met andere woorden, geen van de CCS-varianten leidt tot overschrijding van geurgrenzen of merkbaar meer geurhinder.” Hoe kan zo duidelijk worden gesteld dat de extra geuremissie per schip niet zal leiden tot merkbaar meer geurhinder, aangezien er geen blootstelling-respons curves beschikbaar zijn? Wij adviseren het MER hierop aan te passen.
Bodem In het MER is het uitgangspunt gehanteerd dat de toekomstige EAF-slak volledig nuttig toegepast zal worden ter vervanging van primaire stoffen die toegepast worden als aggregaten in gebonden producten, grondstof voor cement en als bouwstof in ongebonden toepassing in GWW-werken. Gezien de recente ontwikkelingen op het gebied van de toepassing van staalslakken zien wij onzekerheid of deze aanname gedaan kan geworden. Archeologie Voor zover uit de rapporten is op te maken, zijn de onderzoeken conform KNA 4.2 uitgevoerd. Wij hebben diverse op- en aanmerkingen opgenomen in de getoetste rapporten. In verband met de voortgang van de aanvraag zijn deze adviezen op 24 en 28 oktober 2025 al per mail door onze adviseur (NMF erfgoedadvies) aan u toegestuurd. Vooruitlopend op de verwerking van opmerkingen wordt wel al vooruit gekeken naar het advies voor eventuele vervolgonderzoeken. Overeenkomstig het adviesdocument (RAAP-rapport 1479) onderschrijven wij in vrijwel alle gevallen het advies van RAAP, met uitzondering van RAAPrapport 7718 (Harsco). Met betrekking tot een groot aantal locaties is opgenomen dat voor de documentatie van archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog een meldingsprotocol dient te worden opgesteld. Aanbevolen wordt voor alle plangebieden hetzelfde meldingsprotocol te laten gelden.
Voor de voorgestelde vergunningteksten wordt verwezen naar de adviesdocumenten per deellocatie.
pagina:
8 van 8
onze referentie:
D/2025/756971
Monitoring Wij onderschrijven het advies van de commissie MER om de huidige monitoring van luchtconcentraties en deposities in de leefomgeving aan te passen aan project Heracless en waar nodig uit te breiden. Hierbij zijn ook de aandachtspunten die de Expertgroep Gezondheid IJmond gegeven heeft van belang; onder meer het meten van ultrafijnstof en het beter registreren en volgen van incidenten.
Wij adviseren Tata Steel om zoveel mogelijk monitoringsdata openbaar te maken. Zodat de omgeving, overheden en andere betrokkenen de voortgang goed kan volgen en er sprake is van een transparante transitie.
Gezien de omvang van de werkzaamheden en de daarmee gepaard gaande gezondheidseffecten lijkt het ons wenselijk dat er rekening wordt gehouden met een scenario waarin de transitiefase langer duurt dan gepland. Wij adviseren een beschrijving op te nemen in het MER over welke acties ondernomen worden om de hinder te beperken bij vertraging.
Wij adviseren Tata Steel om het bestaande overlastmeldingen en ongewone voorvallen dashboard van de ODNZKG te benutten, in alle fasen van het project Heracless, zodat tijdig bijgestuurd kan worden naar aanleiding van de resultaten. Betrek hierbij de omwonenden, en neem hen serieus.
Wij zijn graag bereid om een verdere toelichting te geven op ons advies.
Met vriendelijke groet,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk