Beantwoording toezegging T2025/030
Tekst van het document
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAAG
Nummer:
T2024 / nummer
Onderwerp:
Technische vragen inzake raadsvoorstel 'Vestiging voorkeursrecht Jan Ligthartstraat 33, 65, 67 en Maerten van Heemskerckstraat 67, 67a’.
Vragen gesteld door:
Mw. Perré-Meijer (Hart voor Heemskerk)
Naar aanleiding van (bv. Commissievergadering / Raadsvergadering):
Commissie MMW en RWK van 8 oktober 2024
A. Zalinyan Portefeuillehouder: Datum beantwoording:
9 oktober 2025
TECHNISCHE VRAAG Wat zijn de gevolgen van een gevestigd voorkeursrecht op een onroerende zaak voor de kinderen van de eigenaar, in het geval van: Vervreemding van het onroerend goed aan (één van) de kinderen; of Vererving van het onroerend goed aan (één van) de kinderen? Welke wetsartikelen zijn hierbij van toepassing? BEANTWOORDING: Juridisch kader De hoofdregel is dat als er een voorkeursrecht is gevestigd op een onroerende zaak, de eigenaar die onroerende zaak niet mag vervreemden (bijvoorbeeld door verkoop, ruil of schenking) zonder deze eerst aan te bieden aan de gemeente (art. 9.7 Omgevingswet). Op deze hoofdregel bestaan uitzonderingen. Deze zijn in artikel 9.8 Omgevingswet (Ow) opgesomd. In deze gevallen is de aanbiedingsplicht van artikel 9.7 Ow níet van toepassing. Uitzonderingen op de aanbiedingsplicht: a. Vervreemding aan naaste familie of pleegkind (art. 9.8, lid a Ow) Er is geen aanbiedingsplicht bij overdracht aan: · De echtgenoot of geregistreerde partner; · Bloed- of aanverwanten in de rechte lijn (ouders, kinderen, kleinkinderen); 1
· ·
Bloed- of aanverwanten in de zijlijn tot en met de tweede graad (broers, zussen, grootouders); Een pleegkind dat duurzaam als eigen kind is verzorgd en opgevoed.
b. Vervreemding bij verdeling van een gemeenschap Er is geen aanbiedingsplicht bij vervreemding in het kader van verdeling van een gemeenschap, zoals: Een huwelijksgemeenschap bij echtscheiding; Een nalatenschap (verdeling onder erfgenamen); Een gezamenlijke aankoop (bijvoorbeeld onder vennoten). Voorbeeld: Als twee kinderen samen een perceel erven en één kind koopt het andere uit, dan is er geen aanbiedingsplicht. c. Vervreemding door uiterste wilsbeschikking Het gaat hierbij om testamentaire verkrijging. Als de grond bij overlijden wordt gelegateerd aan een kind, vriend, stichting etc., dan is er geen aanbiedingsplicht. Indien er slechts één erfgenaam is zonder testament, is er: Geen gemeenschap → artikel 9.8, sub b is niet van toepassing; Geen uiterste wilsbeschikking → artikel 9.8, sub c is niet van toepassing. In dat geval geldt de aanbiedingsplicht van artikel 9.7 Ow wel. Na overdracht op grond van een uitzondering blijft het voorkeursrecht rusten op het onroerend goed. Dit betekent dat bij een volgende vervreemding de aanbiedingsplicht opnieuw van toepassing kan zijn, tenzij ook dan weer een uitzondering van toepassing is.
2