4. Bijlage Etfal onderbouwing Verkeersonderzoek Oosterweg 7-1
Tekst van het document
Verkeersonderzoek Oosterweg
Opdrachtgever
C. Nelis bouw & ontwikkeling
Titel rapport
Verkeersonderzoek Oosterweg
Kenmerk
021045.20251029.R1.03.
Datum publicatie
7 januari 2026
Projectteam Goudappel
Tom Hartog en Joost Verhoeven
Projectteam opdrachtgever
Michiel Mulder en Cees Nelis
Status
Definitief © Copyright Goudappel BV 7-1-26
Inhoudsopgave 1. Aanleiding en vraag
1
2. Huidige situatie Oosterweg
2
2.1
Huidige verkeersintensiteiten op de Oosterweg
3
2.2
Hoeveel verkeer kan de Oosterweg verwerken?
6
3. Toekomstige situatie Oosterweg
9
3.1
Verkeersgeneratie manege
9
3.2
Kan de Oosterweg deze extra verkeersdruk aan?
10
1. Aanleiding en vraag Op het adres Oosterweg 8a wordt de bestaande paardenhouderij uitgebreid tot een manege met bijbehorende activiteiten, zoals lesgeven. Deze uitbreiding omvat mogelijk ook een toename van het aantal paardenboxen. Om de gevolgen hiervan voor de verkeerssituatie op de Oosterweg te beoordelen, is een analyse uitgevoerd van zowel de huidige situatie als de effecten van de geplande uitbreiding. Figuur 2.1 toont de ligging van de Oosterweg en de locatie van de paardenhouderij. Op 10 december 2025 heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst hebben omwonenden hun zorgen geuit over de toename van het verkeer als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, de verkeersveiligheid, het verkeer dat tegen de rijrichting in rijdt en de hoge gereden snelheden op de Oosterweg. In dit verkeersonderzoek worden de volgende vragen beantwoord: 1.
Wat zijn de huidige verkeersintensiteiten op de Oosterweg?
2.
Hoeveel verkeer kan de Oosterweg redelijkerwijs verkeersveilig verwerken?
3.
Wat is de verwachte verkeersgeneratie als gevolg van de uitbreiding van de paardenhouderij?
4.
Kan de Oosterweg deze extra verkeersdruk op een goede wijze verwerken?
Hoofdstuk 2 behandelt de vragen 1 en 2 en geeft daarmee inzicht in de huidige verkeerssituatie op de Oosterweg. Hoofdstuk 3 richt zich op de toekomstige situatie en geeft antwoord op de vragen 3 en 4.
Figuur 1.1: de locaties van de Oosterweg en de paardenhouderij.
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
1
2. Huidige situatie Oosterweg De Oosterweg vormt de verbinding tussen de Rijksstraatweg en de Marquettelaan en ligt buiten de bebouwde kom, in een landelijk gebied aan de noordzijde van Heemskerk. De weg vervult een lokale functie en wordt voornamelijk gebruikt door bestemmingsverkeer. Een belangrijke verkeersgenererende functie langs de weg is de voetbalvereniging ADO’20. De Oosterweg is grotendeels ingericht als eenrichtingsweg in oostelijke richting. Ontheffinghouders en (brom)fietsers mogen de weg ook in westelijke richting gebruiken. De weg heeft de status van erftoegangsweg en is voorzien van een maximumsnelheid van 30 km/uur. Dit is beleidsmatig opvallend, aangezien voor erftoegangswegen binnen de bebouwde kom doorgaans een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt, terwijl buiten de bebouwde kom een limiet van 60 km/uur gebruikelijk is. De rijbaanbreedte van de Oosterweg varieert van circa 3,3 meter in het noordelijke deel tot 4,3 meter in het zuidelijke deel. Het noordelijke deel is daarmee merkbaar smaller en kent minder uitwijkmogelijkheden. Op de gehele weg delen gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers dezelfde rijloper, zonder dat er specifieke voorzieningen zijn ingericht voor langzaam verkeer. Figuur 2.1 geeft een indicatie van de verschillende wegbreedtes op de Oosteerweg.
Figuur 2.2 toont een foto van de Oosterweg ter hoogte van de paardenhouderij, waar de weg een breedte van circa 3,5 meter heeft.
Figuur 2.1: Indicatieve rijbaanbreedtes op de Oosterweg. De wegbreedtes kunnen in de praktijk sterk verschillen per locatie. Per wegdeel is op enkele locaties gemeten om een zo goed mogelijk beeld te verkrijgen.
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
2
Figuur 2.2: foto van de inrichting van de Oosterweg ten hoogte van de manege.
2.1
Huidige verkeersintensiteiten op de Oosterweg
De huidige verkeersintensiteiten op de Oosterweg vormen het vertrekpunt om te beoordelen of de weg voldoende capaciteit heeft om de verwachte toename door de uitbreiding van de paardenhouderij tot manege te verwerken. Tussen 30 augustus en 12 september is gedurende twee weken verkeer geteld door NDC Nederland met behulp van een telslang, geplaatst net ten zuiden van de paardenhouderij. Figuur 2.3 toont de geplaatste telslangen. Telslangen geven een betrouwbaar beeld van de hoeveelheid verkeer (intensiteit), samenstelling (licht-, middel- en zwaar verkeer en ook (brom)fietsers) en snelheid (gemiddeld en V85) per uur. De belangrijkste resultaten van de telling zijn samengevat in dit rapport
Figuur 2.3: De telslangen op de Oosterweg ten tijde van de telling.
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
3
Gemiddeld rijden er circa 400 motorvoertuigen (inclusief vrachtverkeer) en 650 (brom)fietsers per etmaal over de Oosterweg. Figuur 2.3 toont de gemiddelde intensiteiten per weekdag. Zaterdagen zijn maatgevend, met een verdubbeling van de verkeersintensiteit ten opzichte van een gemiddelde werkdag (circa 800 mvt/etmaal). Dit is voornamelijk het gevolg van de thuiswedstrijden van voetbalvereniging ADO’20. Per etmaal maken gemiddeld ongeveer 20 voertuigen gebruik van de Oosterweg in de categorie middelzwaar- en zwaar verkeer. Dit kunnen tractoren, aanhangers, paardentrailers of vrachtverkeer zijn.
Gemiddelde intensiteit per dag 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 maandag
dinsdag
woensdag donderdag Auto
vrijdag
zaterdag
zondag
fiets
Figuur 2.4: gemiddelde intensiteit per dag met onderscheid tussen (brom)fietsers en (vracht)auto’s.
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
4
Figuur 2.5 toont de spreiding van het autoverkeer over de dag. Op zaterdagen zijn de verkeersintensiteiten het hoogst in de ochtend, met een piek tussen 8:00 en 10:00 uur. Deze pieken hangen samen met de wedstrijden van voetbalvereniging ADO’20, waarbij de verkeersintensiteit kan oplopen tot circa 150 motorvoertuigen per uur.
De telslang is geplaatst vóór de toegang tot ADO’20. Omdat de Oosterweg eenrichtingsverkeer is, wordt hier alleen het inkomende verkeer naar de club gemeten. Ten oosten van ADO’20 zullen de piekmomenten naar verwachting juist in de middag plaatsvinden, tussen 12:00 en 17:00 uur, wanneer bezoekers de club verlaten. De intensiteit van fietsverkeer is naar verwachting hoger tussen ADO’20 en de bebouwde kom van Heemskerk dan op de tellocatie doordat fietsverkeer de Oosterweg wel in beide richtingen gebruikt.
Verdeling intensiteit over de dag 160 140 120 100
80 60 40 20
00:00 01:00 02:00 03:00 04:00 05:00 06:00 07:00 08:00 09:00 10:00 11:00 12:00 13:00 14:00 15:00 16:00 17:00 18:00 19:00 20:00 21:00 22:00 23:00
0
maandag
dinsdag
woensdag
vrijdag
zaterdag
zondag
donderdag
Figuur 2.5: gemiddelde intensiteit (vracht) auto’s per dag en per uur.
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
5
2.2
Hoeveel verkeer kan de Oosterweg verwerken?
Om de vraag te beantwoorden hoeveel verkeer de Oosterweg redelijkerwijs verkeersveilig kan verwerken, kijken we in eerste instantie naar de wegfunctie. De Oosterweg is een erftoegangsweg (ETW) buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Dit is, zoals eerder beschreven, opvallend. De Oosterweg vertoont zowel kenmerken van een ETW30 als van een ETW60 (type 2). Bij een ETW30 beoordelen we de intensiteit als goed passend bij minder dan 2.000mvt/etm, bij een ETW60 (type 2) is dit 1.000mvt/etm. Omdat de Oosterweg kenmerken van beide wegtypen combineert, kan slechts worden gesteld dat de maximaal wenselijke intensiteit op basis van het wegtype tussen de 1.000 en 2.000 mvt/etmaal ligt. Pas bij meer dan 6.000mvt/etm (ETW30) en 3.000mvt/etm (ETW60) beoordelen we de intensiteit als niet passend bij het wegtype. Aangezien het wegtype van de Oosterweg niet eenduidig is, ligt het meer voor de hand om de feitelijke vormgeving te toetsen aan het daadwerkelijke gebruik. Daarbij is de wegbreedte de grootste beperkende factor. Rijbaanbreedte en maximaal wenselijke intensiteit Bij de relatie tussen rijbaanbreedte en verkeersintensiteit is sprake van een spanningsveld. Enerzijds draagt een smaller profiel bij aan lagere rijsnelheden, wat gunstig is voor de verkeersveiligheid.
Anderzijds leidt dit tot meer interactie en potentiële conflicten, bijvoorbeeld wanneer auto’s achter fietsers moeten wachten door de beperkte passeerruimte, wat een risico vormt voor de verkeersveiligheid van fietsers. De maximaal wenselijke verkeersintensiteit hangt af van de breedte van de weg en of er sprake is van éénof tweerichtingsverkeer. Voor de Oosterweg geldt dat de weg grotendeels als eenrichtingsverkeer wordt gebruikt door auto’s: uit tellingen blijkt dat ongeveer 90% van het autoverkeer in oostelijke richting rijdt. Voor fietsers geldt dat zij de weg in beide richtingen gebruiken. Figuur 2.6 geeft een beoordelingskader weer voor de relatie tussen wegbreedte en capaciteit, gebaseerd op eenrichtingsverkeer voor auto’s en tweerichtingsverkeer voor fietsers. Dit kader is opgesteld door Goudappel en is gebaseerd op ervaringsgegevens en CROW-kencijfers. Bij minder dan 2.000mvt/etm beoordelen we een wegbreedte van minder dan 3,5 meter als slecht, bij tussen de 3,5 en 3,8 meter als matig en vanaf 3,8meter (tot 6,5 meter) als goed. De Oosterweg is tussen de 3,3 en 4,3 meter breed. Afhankelijk van de locatie scoort de weg dus slecht, matig of goed. Deze minimale wegbreedtes hangen samen met de verkeersveiligheid van fietsers en voetgangers op de rijbaan.
Auto’s moeten fietsers en voetgangers in principe in beide richtingen veilig en comfortabel kunnen passeren, zonder dat iemand hoeft uit te wijken naar de berm. Volgens het CROW is de normvoetganger 0,70 meter breed. Voor voetgangers die meer ruimte nodig hebben (bijvoorbeeld iemand met een rollator, in een rolstoel of met een kinderwagen) is de benodigde breedte 0,90 meter. Een rijdende fietser neemt 1,00 tot 1,45 meter in beslag en is daarmee maatgevend voor langzaam verkeer. Een rijdende auto neemt, inclusief koersafwijking, 2,40 meter in beslag.
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
6
Een minimale breedte van 3,50 meter is noodzakelijk zodat een auto tegemoetkomende fietsers veilig kan passeren. Vanaf 3,80 meter wordt het ook comfortabel voor auto’s en fietsers om elkaar te passeren. Bij een wegbreedte smaller dan 3,80 meter ontstaat bovendien het risico op bermschade. Dit ontstaat doordat voertuigen moeten uitwijken en (deels) door de berm rijden om tegenliggers of fietsers te kunnen passeren. Gezien het relatief hoge aandeel fietsers op de Oosterweg is een breedte van ten minste 3,80 meter wenselijk. Dit betekent dat de smallere delen van de weg, met name het noordelijke deel, niet voldoen aan de gewenste maatvoering. Dit staat los van de intensiteit, mits deze lager is dan 2.000 mvt/etm. Wel betekent een hogere intensiteit dat deze conflicten zich vaker zullen voordoen.
Figuur 2.6: Beoordelingskader voor de wegbreedte in relatie tot de capaciteit weer op basis van éénrichtingsverkeer voor autoverkeer en tweerichtingsverkeer voor fietsers. Grotere voertuigen, zoals landbouwvoertuigen en vrachtauto’s, nemen circa 3,00 meter in beslag. Als deze voertuigen op de Oosterweg een fietser of voetganger passeren, zullen zij moeten uitwijken naar de berm. Uit de tellingen blijkt echter dat dit slechts beperkt voorkomt. Daarnaast rijden er op de Oosterweg, door de aanwezige paardenhouderij, ook paardentrailers. Wettelijk gezien zijn dit aanhangwagens met een maximale breedte van 2,55 meter. Volgens het CROW is een paardentrailer in de praktijk 1,30 tot 1,80 meter breed en 3,00 tot 3,50 meter lang. Een paardentrailer is meestal dus niet breder dan een reguliere auto, die gemiddeld 1,83 meter breed is. Op rechte wegvakken kan een auto met paardentrailer een fietser of voetganger passeren bij een wegbreedte van 3,50 meter; bij 3,80 meter kan dit comfortabel. Alleen in bochten kan de trailer mogelijk verder uitzwaaien, waardoor het risico ontstaat dat (deels) naar de berm moet worden uitgeweken. Bij een te smalle wegbreedte ontstaat, door het uitwijken bermschade. Dit leidt tot sporen en gaten, met name in natte periodes, waardoor hoogteverschillen ontstaan tussen rijbaan en berm.
Dit veroorzaakt verkeersonveilige situaties: voor fietsers neemt het risico op vallen
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
7
toe, terwijl gemotoriseerd verkeer minder goed kan uitwijken bij een tegenligger. De huidige bermschade op de Oosterweg komt echter door recente werkzaamheden.
Conclusie De maximaal gewenste intensiteit wordt op de Oosterweg met name bepaald door de wegbreedte. De wegbreedte van de Oosterweg voldoet niet overal en dit vergroot de kans op toekomstige bermschade en verkeersonveiligheid voor fietsers en voetgangers waarbij deze soms moeten uitwijken naar de berm. Tussen ADO’20 en het stedelijk gebied van Heemskerk is de Oosterweg wel grotendeels voldoende breed. Om de situatie te verbeteren zijn maatregelen zoals het verbreden van de rijbaan, of het toepassen van bermverharding gewenst bij voorkeur aan de zuidzijde (vanwege de richting van het verkeer) van de weg, zodat auto’s daar veiliger kunnen uitwijken voor fietsers zonder dat bermschade ontstaat. Dit hangt echter niet direct samen met de intensiteit, zolang deze onder de 2.000 mvt/etm blijft. Om foutief tegen de richting rijden te voorkomen is het wenselijk om een eenrichtingsverkeer bord te plaatsen bij het uitrijden van de manege. Bij een volledige herinrichting zou, op basis van de wegfunctie en het gebruik ook een fietsstraat overwogen kunnen worden. Deze opgaven spelen in de huidige situatie en staat los van de ontwikkelingen op de Oosterweg 8a.
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
8
3. Toekomstige situatie Oosterweg 3.1
Verkeersgeneratie manege
De uitbreiding van de huidige paardenhouderij naar een manege, met bijbehorende activiteiten zoals het geven van lessen en een mogelijke toename van het aantal paardenboxen, leidt naar verwachting tot extra verkeersbewegingen op de Oosterweg. Daarnaast wordt één bedrijfswoning toegevoegd binnen de bestaande bebouwing. Om deze effecten te kwantificeren is de verkeersgeneratie bepaald op basis van CROW-publicatie 744. Conform het gemeentelijk beleid van Heemskerk valt de ontwikkeling onder het buitengebied. Het bijbehorende kencijfer voor verkeersgeneratie bedraagt 4 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal) per bezette paardenbox. Dit kencijfer is gelijk voor paardenhouderijen en maneges. In de praktijk vinden op een manege doorgaans meer activiteiten plaats (zoals lessen), waardoor de feitelijke verkeersgeneratie hoger kan uitvallen dan bij een paardenhouderij. In de toekomstige situatie wordt uitgegaan van maximaal 75 paardenboxen Dit betreft een bewust conservatieve aanname, aangezien wordt gestreefd naar uitbreidingsruimte in de toekomst. De huidige paardenhouderij beschikt over 30 boxen, wat neerkomt op circa 120 mvt/etmaal. Voor de beoordeling van de effecten op de Oosterweg is een worstcasescenario gehanteerd, waarbij geen rekening is gehouden met de bestaande verkeersgeneratie.
In dit scenario is uitsluitend gekeken naar de verkeersgeneratie behorend bij 75 paardenboxen op de manege, wat leidt tot circa 300 mvt/etmaal. Deze benadering is conservatief doordat de 120 mvt/etm van in de huidige situatie niet van dit aantal zijn afgehaald en waarborgt dat de verkeerskundige impact van de beoogde ontwikkeling niet wordt onderschat en corrigeert voor het verschil tussen een paardenhouderij en een manage. Voor de bedrijfswoning is, om de bovenkant van de bandbreedte weer te geven uit te gaan van het woningtype met de hoogste verkeersgeneratie. Dit is een koop, huis, vrijstaand met een verkeersgeneratie van maximaal 8,6 mvt/etm. De Oosterweg is een eenrichtingsweg voor autoverkeer. Dit betekent dat auto’s slechts in één richting over de weg rijden. De berekende verkeersgeneratie betreft zowel heen- als terugverplaatsingen. Omdat verkeer de Oosterweg vanuit de westkant inrijdt en via de oostkant terugkeert, zal de toename van de intensiteit slechts de helft zijn van de berekende verkeersgeneratie. De feitelijke toename van de intensiteit bedraagt daardoor ongeveer 154 motorvoertuigen per etmaal als gevolg van de ontwikkeling.
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
9
Naast de reguliere verkeersgeneratie vinden op de manege incidenteel wedstrijden plaats. Deze wedstrijden leiden tijdelijk tot extra verkeersbewegingen, waaronder extra ritten met paardentrailers. •
Maandelijks wordt een reguliere wedstrijd georganiseerd met circa 10–20 deelnemers. De deelnemers arriveren en vertrekken niet gelijktijdig, waardoor de verkeersbelasting over de dag gespreid optreedt.
•
Per kwartaal vindt een groter evenement plaats met circa 40–50 deelnemers. Ook hierbij is sprake van spreiding van aankomst- en vertrekmomenten gedurende de dag.
Niet alle deelnemers komen met een paardentrailer: een deel van de paarden is reeds op de locatie gestald. De manege verwacht op de Oosterweg maximaal circa 6–7 paardentrailers per uur. Zoals beschreven op pagina 7 is een paardentrailer niet breder dan een personenauto. De invloed van de extra paardentrailers op de verkeersveiligheid is daarmee beperkt.
3.2
Kan de Oosterweg deze extra verkeersdruk aan?
Op een gemiddelde weekdag rijden er in de huidige situatie circa 400 motorvoertuigen per etmaal over de Oosterweg. Door de voorgenomen uitbreiding van de paardenhouderij zal dit aantal toenemen tot ongeveer 554 motorvoertuigen per etmaal. Op zaterdag ligt de intensiteit nu op ongeveer 800 motorvoertuigen per etmaal en dit kan toenemen tot circa 954 per etmaal. De huidige vormgeving van de Oosterweg voldoet niet, omdat fietsers en auto’s elkaar bij een wegbreedte van minder dan 3,8 meter onvoldoende comfortabel kunnen passeren. Dit zorgt voor verkeersonveiligheid en een risico op bermschade. Dit hangt echter niet direct samen met de uitbreiding van de paardenhouderij tot manege en de wegintensiteit. Zolang de intensiteit onder de 2.000 motorvoertuigen per etmaal blijft, is deze voldoende verkeersveilig. Dit blijft ook bij de uitbreiding van de paardenhouderij ruim het geval. Op zaterdag zijn er duidelijke sterkte pieken rond de wedstrijden van ADO’20. In die periodes kan de intensiteit oplopen tot 150 motorvoertuigen per uur. De maximaal wenselijke uurintensiteit voor de Oosterweg wordt geschat op circa 180–200 motorvoertuigen per uur (uitgaande van een gebruikelijk, gemiddeld drukste uur van 9–10% van de maximaal gewenste etmaalintensiteit voor de verkeersveiligheid). De verkeersgeneratie van een manege kent doorgaans een meer gespreid patroon dan die van een voetbalclub.
De voorgenomen uitbreiding van de paardenhouderij zal op piekmomenten hooguit 15 tot 30 extra motorvoertuigen per uur veroorzaken. Daarmee blijft de verkeersdruk, ook tijdens pieken, binnen de aanvaardbare bandbreedte. Ook is de Oosterweg ten zuiden van ADO’20 grotendeels breder dan 3,8 meter waardoor een auto, met of zonder paardentrailer een voetganger of fietser hier comfortabel kan passeren. Concluderend kan worden gesteld dat de voorgenomen uitbreiding van de paardenhouderij beperkt invloed heeft op het verkeersbeeld en de verkeersveiligheid van de Oosterweg. De bestaande knelpunten hangen vooral samen met de inrichting van de weg, niet met de verkeersintensiteit.
Verkeersonderzoek Oosterweg - 7 januari 2026
10
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW
NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
3801 7479
Nederland
Nederland
www.goudappel.nl
Verkeersonderzoek Oosterweg - 732januari 2026 IBAN NL09 INGB 0001 2746
11