Antwoord op technische vragen RV 30 juni 2026
Tekst van het document
Techniche vragen raadsvergadering 30 juni 2026 Raadsvergadering datum 30 juni 2026
Nr.
Ingediend Agendapunt door: (nr + titel)
Vraag
Antwoord
1.
Harlinger Belang
In de ontwerpbegroting van 2021 van de FUMO staat dat zij de inwerking tredende Omgevingswet in de eerste instantie wel hadden meegenomen in de stukken. Echter door de toen der tijd uitgestelde inwerkingtreden van de Omgevingswet hebben zij deze consequenties uit de ontwerpbegroting van 2021 gehaald.
De ingangsdatum van de Omgevingswet is meerdere keren uitgesteld. In 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en de effecten hiervan zijn meegenomen in de begrotingswijziging van 2024. Op dit moment heeft de FUMO dus een begroting waarin deze effecten zijn meegenomen.
05.2 Bijlage 2 - FUMO Ontwerpbegroting 2027
De ontstane rechtmatigheid fouten van €1.484.588, had dit bedrag eventueel voorkomen kunnen worden als de consequenties wel in 2021 waren meegenomen? 2.
Harlinger Belang
05.2 Bijlage 2 - FUMO Ontwerpbegroting 2027
Toen er in 2021 ervoor is gekozen om de nieuw omgevingsweten en de aankomende aanpassing niet mee te nemen in de ontwerpbegroting en manier van de vergunningen verwerken. Vraag
Rechtmatigheidsfouten komen voort uit de jaarrekening. Dat staat los van de ontwerpbegroting 2027. Nb. Een rechtmatigheidsfout had de FUMO (indien dit al vooraf inzichtelijk was) kunnen voorkomen met een tussentijdse reparatie door middel van een begrotingswijziging. Vanwege de ingewikkelde en langdurige procedures die hier bij gemeenschappelijke regelingen aan vast zitten, is dat geen wenselijke optie. De FUMO heeft vanaf 2024 een begroting waarin de effecten van de Omgevingswet zijn opgenomen. Er is een landelijk programma dat gaat over het versterken van het VTH-stelsel (IBP-VTH). Dit geldt niet alleen voor de FUMO, maar voor alle Omgevingsdiensten.
Techniche vragen raadsvergadering 30 juni 2026
3.
4.
05.2 Bijlage 2 - FUMO Ontwerpbegroting 2027
D66
a.p. 7
Hoe kan het zo zijn dat er bij de Fumo nu nog (in 2027) word gewerkt aan een interbestuurlijk werkprogramma. Had dit niet al klaar moeten zijn zeker als je alle rechtmatigheidfouten en die kosten hierin mee neemt? blz23 Aangezien er binnen de FUMO nog gewerkt wordt aan de het bijstellen van werkafspraken en het doorvoeren van technische wijzigingen is onze vraag of deze gemaakte rechtmatigheid fouten nu zijn opgelost en waar de kostenpost in weggezet binnen de ontwerpbegroting 2027.
Wij zien geen directe relatie tussen het IBP-VTH en rechtmatigheidsfouten in de jaarrekening 2025.
De raad en het college kent de zienswijze van D66 (12 juni jl gemaild). Welke onderdelen uit onze zienswijze beschouwt het college als juridisch en welke onderdelen als politiek/maatschappelijk?
Juridisch:
Rechtmatigheidsfouten komen voort uit de jaarrekening 2025. Een groot deel hiervan had betrekking op overschrijdingen op programma-niveau. Vanaf 2026 hebben we de programmaindeling vereenvoudigd, waardoor het risico op overschrijdingen wordt verlaagd. Ook zijn begrotingsposten verhoogd in 2027, waardoor ook hier het risico op overschrijdingen kleiner is.
- Onvoldoende gemotiveerde productieverhoging; - Onvoldoende duidelijkheid over de lange termijn effecten; - Vraag om meer terughoudende toepassing van gebruiksruimte (aanvullende natuurtoets); - Effecten op bebouwde omgeving onvoldoende geborgd; - Financiële zekerheid; Bij deze zaken is wel een relatie te leggen met de belangen genoemd in artikel 36 van de Mijnbouwwet; Politiek/maatschappelijk: - Schadeafhandeling, schadefonds; - Nulmeting;
Techniche vragen raadsvergadering 30 juni 2026
5.
PRO
a.p. 8 Begroting FUMO 2027
6.
PRO
a.p. 9 Jaarstukken Harlingen 2025
7.
Harlinger Belang
a.p. 10 Analysedocument commerciële haven
In de BC is er gesproken over een visitatie van de FUMO. Kan de raad het rapport daarvan ontvangen?
De zelfevaluatie van de FUMO is als bijlage bijgevoegd.
In de BC is er gezegd dat er een analyse ten grondslag ligt van de 1,5 miljoen voor de bestemmingsreserve personeel. Kan de raad deze analyse krijgen?
Er is een notitie opgesteld waarin de externe inhuur 2026, het ziekteverzuim en de bestemmingsreserve personeel worden toegelicht. Deze notitie is als bijlage bijgevoegd.
De EBITDA-marge is een financiële indicator die de operationele winstgevendheid van een bedrijf meet ten opzichte van de omzet. Op Blz 49 staat een financieel inzicht EBITDA met een marge van 27% dat in 2018 naar 22% in 2024 is gedaald. Echter is het niet duidelijk terug te halen uit de financiële samenvatting wat het huidige Solvabiliteit percentage is van de Port of Harlingen.
Het solvabiliteitspercentage van de Port of Harlingen einde 2025 is 40%.
Vraag, wat is nu zo actueel mogelijk het Solvabiliteit percentage van de Port of Harlingen?
Techniche vragen raadsvergadering 30 juni 2026
8.
Harlinger Belang
a.p. 10 Analysedocument commerciële haven
Binnen de Europese context is de Kaderrichtlijn Water (KRW) een belangrijk kader voor de commerciële haven van Harlingen.
De KRW verplicht lidstaten van de EU Nederland) om: -
Verslechtering van waterkwaliteit te voorkomen, Een goede ecologische en chemische toestand van het water te bereiken of behouden.
De KRW begrenst daarmee de ruimte Voor een haven betekent dat concreet: voor bepaalde typen bedrijvigheid, is binnen beide gekozen toekomstbeelden - Geen toename van schadelijke lozingen, duidelijk dat er op die manier het - Beperkingen op ingrepen die habitats aantasten (bijv. maximale water gebonden type baggeren, kade-uitbreiding), bedrijvigheid is te realiseren? - Toetsing van nieuwe activiteiten op impact op water en natuur. De KRW is een toetsingskader, geen verbod op economische ontwikkeling. Binnen beide toekomstbeelden is het uitgangspunt dat maximaal passende watergebonden bedrijvigheid wordt gerealiseerd binnen de kaders van de KRW. De KRW begrenst weliswaar de ruimte voor activiteiten die de waterkwaliteit verslechteren, maar sluit duurzame en innovatieve, water- en kadegebonden bedrijvigheid niet uit.
Techniche vragen raadsvergadering 30 juni 2026 Integendeel: deze vormen van bedrijvigheid passen juist beter binnen de KRW eisen en zijn daardoor kansrijker en beter realiseerbaar. Daarmee sturen beide toekomstbeelden niet op maximale kwantiteit, maar op maximale invulling met toekomstbestendige, KRW conforme watergebonden activiteiten.