CConstaterende datHarlingen
Koppel je AI →
Document · PDF

11.3 Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing wijziging omgevingsplan Harlingen Spaansenterrein

3. Besluitvormende Raadsvergadering (BR) 24 september 2025, gemeente HarlingenBij agendapunt: Wijziging omgevingsplan ten behoeve van ontwikkeling Spaansenterrein19.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering 1 Inleiding

Concept

1.1 Aanleiding

27

Deze motivering onderbouwt de wijziging van het omgevingsplan Harlingen ten behoeve van de Veste woningbouwontwikkeling op de 'Spaansen-locatie' in de stad Harlingen. De locatie betreft een grotendeels braakliggend terrein van de vroegere betonfabriek Spaansen in het gebied tussen de Kanaalweg en de Almenumerweg. Het plan bestaat uit de bouw van maximaal 320 woningen in verschillende segmenten. Vanuit het omgevingsplan van de gemeente Harlingen zijn op dit moment de regels die vanuit het daarin opgenomen bestemmingsplan Harlingen - Trebol / Kanaalweg C.A. en het bestemmingsplan Harlingen - Uitbreiding maritieme academie voor het plangebied van toepassing. Het plangebied is in het bestemmingsplan Harlingen - Trebol / Kanaalweg C.A. grotendeels geregeld met een bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'. Tevens is het gebied aangewezen als een gezoneerd industrieterrein. Een woonfunctie is hier niet mogelijk. In het bestemmingsplan Harlingen - Uitbreiding maritieme academie is een klein deel van het plangebied voorzien van een bestemming 'Maatschappelijk', de ontsluitingsweg ten behoeve van de woningbouwontwikkeling is daar niet mogelijk. De gemeente wil door een wijziging van het omgevingsplan de beoogde ontwikkeling realiseren.

Een onderdeel van de wijziging is een goede motivering waaruit moet blijken dat de activiteiten in overeenstemming zijn met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de activiteiten ook uitvoerbaar zijn. Hiervoor is deze motivering opgesteld.

1.2 Ligging plangebied De voormalige Spaansen-locatie, thans Veste-locatie genoemd, is gelegen midden in de stad Harlingen. Het plangebied bevindt zich ten oosten van de Trebolbuurt, een woonbuurt die is gelegen tussen de binnenstad van Harlingen en het plangebied. Ten noorden van het plangebied is woonwijk De Spiker gelegen en industrieterrein Hermes, van waaruit er een geluidzone voor industrielawaai geregeld is in het plangebied. De N31 is zuidoostelijk langs het plangebied gelegen en is daar verdiept aangelegd. Het plangebied is ook gelegen nabij de stadsentree van en naar de N31: de Almenumerweg. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

Figuur 1.1 Ligging plangebied

Het perceel van het bestaande, monumentale pand aan de Kanaalweg 4 is buiten de begrenzing van het plangebied gelaten.

1.3 Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving, zoals bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De regels zijn voor een deel afkomstig uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze Omgevingswet is op 1 januari 2024 ingegaan en werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: Omgevingsbesluit Dit besluit bevat regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, procedures, handhaving en uitvoering. Het regelt ook het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Het Bal stelt algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het bepaalt of een melding of omgevingsvergunning nodig is en bevat rijksregels voor diverse activiteiten. Deze regels richten zich direct op burgers en bedrijven. Gemeenten mogen onder voorwaarden aanvullende regels in het omgevingsplan

28

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

opnemen of afwijken van het Bal. Deze afwijkingen mogen het beschermingsniveau van het Bal niet verlagen. Dit is alleen toegestaan als het Bal dit uitdrukkelijk toestaat via maatwerkregels of -voorschriften.

Concept

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Bkl bevat regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. Deze regels gelden voor gemeenten, provincies en waterschappen bij het opstellen van omgevingsplannen en verordeningen. Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat instructieregels die een omgevingsplan minimaal moet bevatten voor een evenwichtige toedeling van functies. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Bbl regelt veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Het bevat ook regels voor de staat en het gebruik van bouwwerken en voor bouw- en sloopwerkzaamheden. Deze regels richten zich op burgers en bedrijven. Het Bbl behandelt de technische aspecten van bouwwerken, terwijl het ruimtelijke deel van bouwen in het omgevingsplan staat. Voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied moet beoordeeld worden welke omgevingswaarden, instructie- en beoordelingsregels relevant zijn en vertaald worden naar de planregels. De wijziging van het omgevingsplan voor deze locatie bevat regels om aan de instructieregels te voldoen. In deze motivering zijn de verschillende thema's verder uitgewerkt, mede op basis van de instructieregels.

1.4 Planologische regeling Per 1 januari 2024 beschikt elke gemeente over een tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke regels die nu zijn opgenomen in bestemmingsplannen, beheersverordeningen, inpassingsplannen, exploitatieplannen, voorbereidingsbesluiten, hogere waarde besluiten, vastgestelde veiligheidscontouren, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Tevens bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit een aantal regels die voorheen geregeld waren op rijksniveau (zie paragraaf 1.3). De volgende in het omgevingsplan opgenomen bestemmingsplannen zijn (deels) van toepassing in het plangebied: • Harlingen - Trebol / Kanaalweg C.A. (vastgesteld 10-12-1997); • Paraplubestemmingsplan gemeente Harlingen (vastgesteld 21-02-2018); • Harlingen - Uitbreiding maritieme academie (vastgesteld 31-07-2022). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de bouw van een woonwijk. In paragraaf 2.2 wordt ingegaan op deze plannen. Zoals aangegeven is de ontwikkeling op basis van de regels die op grond van het omgevingsplan voor het plangebied gelden, strijdig met het bestemmingsplan Harlingen - Trebol / Kanaalweg C.A. In figuur 1.2 is de plankaart van het geldende bestemmingsplan weergegeven.

Figuur 1.2 Bestemmingsplankaart bestemmingsplan 'Harlingen - Trebol/Kanaalweg C.A.' met ligging plangebied

29

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

Het grootste gedeelte van het plangebied heeft de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden'. Deze gronden zijn bestemd voor een betonelementenfabriek. De gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. In het bestemmingsplan zijn deze bouwvlakken aangegeven. Vanwege de aanduiding 'betonelementenfabriek toegestaan' zijn silo's met een maximale hoogte van 25 meter toegestaan in het plangebied.

30

Langs de randen van het plangebied zijn de bestemmingen 'Groenvoorzieningen' en 'Water'. Ook heeft een klein gedeelte aan de noordzijde van het plangebied de 'aandachtszone industrielawaai' in verband met de bedrijven die ten noorden van het plangebied zijn gelegen. Deze zone is bedoeld om een te hoge geluidbelasting van geluidgevoelige gebouwen tegen te gaan. Het paraplubestemmingplan van de gemeente Harlingen heeft betrekking op het parkeren in de gemeente. In dit plan is geregeld dat een ontwikkeling moet voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Ook regelt dit plan dat het bedrijfsmatig stallen en parkeren van auto's niet mogelijk is in het plangebied. In paragraaf 1.1 is aangegeven dat er om de beoogde ontwikkeling te realiseren sprake is van strijdigheid met de regels van het bestemmingsplan Harlingen - Trebol / Kanaalweg C.A. Het is namelijk niet mogelijk om woningen te bouwen in het plangebied op gronden met een bedrijfsbestemming. Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt ook een klein deel van het plangebied van het bestemmingsplan Harlingen - Uitbreiding maritieme academie herzien omdat de ontsluitingsroute van en naar het plangebied voor een deel is voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. De aanleg van een ontsluitingsweg is hier niet toegestaan waardoor dit strijdig is met de regels.

Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt het omgevingsplan van de gemeente Harlingen gewijzigd.

1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk, vormen de volgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteiten die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk- functionele situatie. Bovendien wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt aangegeven hoe de participatie heeft plaatsgevonden. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk beleid beschreven en het initiatief hieraan getoetst. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de opbouw van de wijziging van het omgevingsplan en wordt een juridische toelichting gegeven. Vervolgens komt in hoofdstuk 7 de economische uitvoerbaarheid aan de orde. In hoofdstuk 8 volgt de conclusie, waarin (de opbrengst van de voorgaande hoofdstukken beschouwend) wordt aangegeven of er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.1.1 Situatie plangebied Spaansen Holding B.V. heeft in 2003 een nieuwe bedrijfslocatie betrokken aan de Industriehaven in Harlingen. Hiermee kwam een groot terrein midden in de stad Harlingen vrij. De gemeente Harlingen heeft de Spaansen-locatie in 2009 van Spaansen gekocht met de bedoeling om er woningbouw te laten ontwikkelen. Meer dan 10 jaar later hebben de gemeente Harlingen en Spaansen Holding B.V. een overeenkomst kunnen sluiten om tot de daadwerkelijke ontwikkeling van de woonwijk over te gaan. In deze periode zijn de voormalige bedrijfsgebouwen en de voormalige bedrijfswoning reeds gesloopt en zijn enkele groenstroken aan particulieren verkocht. Inmiddels is ook een voormalig kantoorpand dat op de locatie aanwezig was gesloopt en is ook de betonverharding ten behoeve van de voormalige bedrijfslocatie recentelijk verwijderd. In figuur 2.1 is een luchtfoto weergegeven van het plangebied.

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied

2.1.2 Situatie omgeving plangebied Het plangebied wordt aan de noordzijde deels begrensd door de Kanaalweg. Het gebouw aan de Kanaalweg 4 is een gemeentelijk monument uit 1894. Dit perceel maakt geen deel uit van het plangebied. Aan de zuidzijde van de Kanaalweg zijn woningen gesitueerd die grenzen aan het plangebied. In dit bebouwingslint is ook een drukkerij aanwezig. Ten noorden van de Kanaalweg bevindt zich de Franekertrekvaart met aanlegplaatsen voor de pleziervaart. Ook bevinden zich aan de trekvaart gerelateerde functies, zoals een jachtwerf en een jachthaven. Ten noorden van de Franekertrekvaart bevindt zich de woonwijk De Spiker. Ten noordoosten van het plangebied is het industrieterrein gelegen, waar de voorgenoemde jachtwerf en jachthaven deel van uit maken. Het plangebied wordt aan de zuidoostzijde begrensd door een watergang en de Almenumerweg, een ontsluitingsweg op maaiveldniveau. Parallel daaraan loopt de Waadseewei, de N31, een vierbaans autoweg die verdiept is aangelegd. Aan de zuidwestkant van het plangebied is de Maritieme Academie gevestigd en bevindt zich een Rooms Katholieke begraafplaats en de daarbij behorende kapel. De Maritieme Academie is recentelijk uitbreid met studentenhuisvestingsgebouw met een bouwhoogte van 20 meter.

Ten westen van het plangebied is het Oud Jaagpad gelegen welke de grens vormt tussen het plangebied en de achterliggende woonwijk Trebolbuurt. In figuur 2.2 is een luchtfoto van het plangebied en de omgeving weergegeven.

31

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

Figuur 2.2 Luchtfoto plangebied en directe omgeving

2.2 Toekomstige situatie 2.2.1 Ontwikkeling Op het terrein van de voormalige betonfabriek, de Spaansen-locatie, wordt het woningbouwplan Veste gerealiseerd. In deze wijk van circa 7 hectare worden maximaal 320 toekomstbestendige woningen gebouwd in verschillende woningtypen voor diverse doelgroepen. Met de transformatie van dit gebied wordt de binnenstedelijke verdichtingspotentie van Harlingen optimaal benut. De ontwikkelcombinatie Harns Invest-Kuin B.V. heeft de locatie eind 2023 gekocht en een plan opgesteld voor een herontwikkeling naar woningbouw. Dit plan wordt hierna beschreven.

2.2.2 Basis voor ontwerp In het plangebied wordt gestreefd naar de realisatie van een stedelijke woonbuurt. De bouwstijl die kenmerkend is voor de binnenstad is hier ook terug te zien. De locatie is gelegen op een historisch belangrijke plek, wat van invloed is op het ontwerp. Het terrein ligt ingeklemd tussen het Oud Jaagpad en de Franekertrekvaart, beide structuren zijn van bijzondere betekenis voor de geschiedenis van Harlingen. De Oude Trekvaart, die inmiddels is gedempt en dwars door het plangebied loopt, was eeuwen lang de economische levensader van de stad. In de binnenbocht van de Oude Trekvaart was ooit de Stins Gratinga gelegen, een historisch gegeven dat in de planvorming van het gebied terugkomt. Ook het industriële verleden van de locatie wordt nieuw leven ingeblazen. De tegen het plangebied aangrenzende historische woning aan de Kanaalweg 4 wordt opgeknapt. Na de renovatie wordt het pand tijdens de ontwikkeling van de woonwijk in gebruik genomen als projectkantoor. Na de ontwikkeling van de woonwijk kan het gebouw in gebruik worden genomen als woning wanneer daarvoor een juridischplanologische procedure voor is doorlopen.

2.2.3 Structuur De uitgangspunten die worden gehanteerd in de nieuw te bouwen wijk vormen de structuur van het ontwerp. Hierbij spelen historische elementen en huidige locatiekenmerken een belangrijke rol. In figuur 2.3 zijn deze uitgangspunten schematisch weergegeven.

32

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

Figuur 2.3 Uitgangspunten voor het ontwerp woonwijk Veste

De wijk wordt groen opgezet waarbij de Oude Trekvaart als parkzone wordt ingericht. Het stedelijke water aan de noordzijde wordt betrokken bij het plangebied en aan de zuidzijde worden de oevers van de watergang op een natuurvriendelijke wijze met de woonwijk verbonden. Er is een heldere ontsluitingsstructuur voor het doorgaande verkeer, waarbij het verkeernetwerk voor langzaam verkeer fijnmazig is. De bouwblokken hebben een gesloten karakter waarbij het parkeren op de binnenhoven wordt georganiseerd. De bouwblokken worden op diverse plaatsen geaccentueerd en het aanwezige monument krijgt met de inrichting hernieuwde aandacht. Aan de noordzijde wordt het water het plangebied binnengehaald, zodat er (openbare) ligplaatsen voor boten worden gecreëerd. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat deze als jachthaven fungeert. De haven wordt specifiek gebruikt voor het aanleggen van sloepen (of daarmee vergelijkbare vaartuigen).

2.2.4 Stedenbouwkundig visie en plan De uitgangspunten hebben geleid tot een stedenbouwkundige visie die uitgaat van de volgende punten: • aansluiting bij de binnenstad door continuering van het profiel van de Kanaalweg, positionering van bouwblokken aan de waterkant; • insteekhaven centraal in het gebied waarmee maritieme sfeer diep in het gebied wordt gerealiseerd; • transformatie van de oude trekvaart tot ‘groene long’, een parkzone centraal in het plan waar ruimte is voor spelen, ontmoeten en groen; • centrale ontmoetingsplek in de vorm van een schaduwrijk pleintje aan de haven. • bebouwing die zowel stedenbouwkundig (gesloten bouwblokken) als architectonisch aansluiting vindt bij de bebouwing van de binnenstad; • compacte, stedelijke woningdichtheid; • smalle straatprofielen die een stedelijke sfeer en identiteit oproepen; • gemengd woningbouwprogramma met een mix van grondgebonden woningen en appartementen; • parkeren uit het zicht door parkeerplaatsen grotendeels op achterterreinen te positioneren. • heldere entree vanaf de Almenumerweg, autoverkeer afwikkelen via ontsluitingslus; • langzaam verkeer en calamiteitenroute voor hulpdiensten via Kanaalweg, aansluiting op recreatieve routes naar alle kanten; • het creëren van een hoogteaccent bij de hoofdentree van de wijk. De stedenbouwkundige visie is uitgewerkt in een stedenbouwkundig raamwerk.

Het raamwerk bestaat uit negen blokken met woningen. Hierbij verschillen de woningtypen per bouwblok. In figuur 2.4 is dit raamwerk weergegeven.

33

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

Figuur 2.4 Stedenbouwkundige opzet

Het stedenbouwkundig plan is in bijlage 1 opgenomen. Dit stedenbouwkundig plan gaat uit van 315 woningen. Omdat er in de anterieure overeenkomst (die tussen gemeente en ontwikkelaar is afgesloten) maximaal 320 woningen zijn opgenomen, is in de wijziging van het omgevingsplan dit aantal als maximum geregeld. Het woningbouwprogramma bestaat voor circa 48% uit grondgebonden woningen en voor circa 52% uit appartementen. In de woonwijk zal minimaal 2/3 betaalbaar zijn en maximaal 1/3 in de vrije sector. In figuur 2.5 is het aantal maximale bouwlagen en de bouwhoogten per bouwblok weergegeven. Dit figuur is in groter formaat ook in bijlage 1 opgenomen.

Figuur 2.5 Het aantal maximale bouwlagen per bouwblok

34

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Op basis van het stedenbouwkundig plan zijn tevens een beeldkwaliteitsplan en een inrichtingsplan voor de openbare ruimte opgesteld die de verdere inrichting van het plangebied vormgeven. Deze documenten zijn opgenomen in bijlage 2 en bijlage 3. Hierin is ook in aangegeven hoe met thema's zoals groen, water en duurzaamheid wordt omgegaan.

Concept

De gemeenteraad heeft op 26 maart 2025 ingestemd met het stedenbouwkundig plan en het inrichtingsplan openbare ruimte.

3 Participatie en vooroverleg 3.1 Participatie Participatieproces Voor de woningbouwontwikkeling in het plangebied is een uitgebreide participatieaanpak ontwikkeld en uitgevoerd. Deze aanpak kenmerkt zich door een combinatie van brede stadsconsultatie en gerichte bewonersparticipatie zowel in groepsverband maar ook door individuele gesprekken. Bij de participatieactiveiten is onderscheid gemaakt in informatiebijeenkomsten, bewonersgesprekken en individuele gesprekken. Dit heeft geleid tot de volgende participatiemomenten en -activiteiten: Informatiebijeenkomsten • Startbijeenkomst 19 oktober 2023; • Inloopbijeenkomst 14 mei 2024 • Inloopbijeenkomst 3 juli 2024 • Inloopbijeenkomst 20 november 2024 • Inloopbijeenkomst 23 januari 2025 Bewonersbijeenkomsten • Kanaalweg-bewoners 16 september 2024 • Kanaalweg-bewoners 9 oktober 2024 • Kanaalweg-bewoners 20 januari 2025 Individuele gesprekken • Keukentafelgesprekken Kanaalweg-bewoners mei 2024 • Keukentafelgesprekken Kanaalweg-bewoners januari 2025 • Bewonersgesprekken Kanaalweg 16 in oktober en december 2024 Het verslag van de participatie is te vinden in bijlage 4. Informatie De ontwikkelaar houdt belangstellenden op de hoogte van de plannen via de website www.vesteharlingen.nl. Op deze website zijn de plandocumenten terug te vinden, worden geplande bijeenkomsten bekend gemaakt en zijn de verslagen hiervan terug te vinden.

3.2 Vooroverleg Omgevingstafel en vooroverleg Op 23 juli 2024 is een omgevingstafel georganiseerd waarbij onder meer vertegenwoordigers van de gemeente, provincie, Wetterskip Fryslân, Brandweer Fryslân, GGD aanwezig waren. De plannen zijn aan de hand van een aantal thema's besproken en aandachtspunten voor de verschillende disciplines zijn benoemd. De resultaten hiervan zijn – voor zover nodig en mogelijk – verwerkt in deze wijziging van het omgevingsplan. Een conceptversie van deze wijziging van het omgevingsplan is ook nog gedeeld met de voorgenoemde ketenpartners. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 5 en zijn verwerkt in de ontwerpversie van deze wijziging van het omgevingsplan.

4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet

35

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft richting voor keuzes, inspireert, stelt kaders en zorgt voor een integrale aanpak van strategische opgaven in de fysieke leefomgeving. Vier prioriteiten staan daarbij centraal:

Concept

1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI stelt een integrale aanpak voor, waarbij samengewerkt wordt met andere overheden en maatschappelijke organisaties. De opgaven rond wonen, klimaat, energie, circulaire economie, verkeer en vervoer en landbouw zijn zo groot en ingewikkeld dat meer sturing vanuit het Rijk nodig is. Behoud van omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle ontwikkelingen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid plaatsvinden. De NOVI maakt hierbij gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies (efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte); 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal (sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere); 3. afwentelen wordt voorkomen (voorzien in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties). Het rijk heeft de volgende inhoudelijke keuzes vastgelegd in de NOVI: 1. een klimaatbestendige inrichting van Nederland.

Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; 2 .de transitie van de energievoorziening, bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor de omgevingskwaliteit; 3. de transitie naar een circulaire economie met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; 4. de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland; hiermee stuurt het rijk op de verstedelijking in samenhang met bereikbaarheid. Woningbouw wordt versneld met oog voor omgevingskwaliteit; 5. concentratie van de stedelijke ontwikkeling/logistieke functies en behoud van de openheid van het landschap; 6. herindeling van het landelijk gebied in evenwicht met natuur en landschap. Werken aan de omslag naar de kringlooplandbouw. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale belangen als opgenomen in de NOVI. Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling waarvan de beleidsvrijheid bij de gemeente en de provincie ligt. Er wordt richting gegeven aan 'concentratie van stedelijke ontwikkeling en behoud van openheid van het landschap'. De beoogde ontwikkeling betreft een grote inbreidingslocatie waardoor het stedelijk gebied wordt geïntensiveerd ten behoeve van woningbouw. Op deze manier wordt geen aanspraak gemaakt op het open landschap.

In bijlagen 1, 2 en 3 is aangegeven hoe voor dit project wordt omgegaan met een klimaatbestendige inrichting. Er zijn geen nadelige gevolgen voor de doelstellingen van het Rijk. De ontwikkeling past binnen de kaders van het rijksbeleid.

36

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

4.1.2 Nationale Woon- en Bouwagenda

Concept

In de Nationale Woon- en Bouwagenda van maart 2022 worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De Nationale Woon- en bouwagenda bestaat uit 6 programma's. Het programma Woningbouw is één van de programma's. In paragraaf 4.1.3 wordt hierop ingegaan.

4.1.3 Programma Woningbouw Het Programma Woningbouw beschrijft de aanpak om de woningbouw te versnellen met als doel de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030 en het bereiken van 100.000 nieuwe woningen per jaar. Er wordt gestuurd op wat wordt gebouwd, voor wie wordt gebouwd en waar wordt gebouwd, passend bij de woonwensen en -behoeftes van mensen. Er wordt naar gestreefd dat ten minste twee derde van de nieuwe huur- en koopwoningen betaalbare woningen zijn voor mensen met een lager- en middeninkomen. Het programma Woningbouw is gericht op het versterken van de regie en samenwerking. Het rijk zorgt voor inzicht in de programmering en voortgang en stuurt op de realisatie ervan. Dit wordt gedaan door het maken van afspraken met medeoverheden.

4.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand en is opgenomen in het Bkl. Deze instructieregel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Er is geregeld dat, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand, met nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden wordt met: • de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en • als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Of er ook sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Voor overige stedelijke functies wordt in jurisprudentie over de ladder voor duurzame verstedelijking gesteld, dat voor andere stedelijke ontwikkelingen, in de vorm van een terrein in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Het ruimtebeslag en de nieuwe bebouwing van het planvoornemen gaat ruimschoots over deze ondergrens heen. De ladder moet daarom voor dit plan worden doorlopen. Situatie plangebied Het plangebied bevindt zich binnen stedelijk gebied op een locatie waar al mogelijkheden gelden voor stedelijke functies in de vorm van bedrijvigheid. In de beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling dient inzichtelijk te worden gemaakt dat het plan niet tot onnodig nieuw ruimtebeslag leidt en geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie in het verzorgingsgebied van de voorziene ontwikkeling zal leiden. Van onnodig ruimtebeslag is geen sprake omdat het plangebied zoals eerder genoemd een herontwikkelingslocatie betreft. Toetsing behoefte Het plangebied is in de Woonvisie (paragraaf 4.4.2) aangeduid als één van de zachte plannen voor woningbouw. De gemeente wil de locatie graag inrichten als woongebied en met de nieuwe woningen bijdragen aan een leefbare stad/gemeente en een evenwichtiger bevolkingsopbouw.

Hierdoor kan het voorzieningenniveau op peil blijven en wordt het vestigingsklimaat voor bedrijven en andere werkgevers positief beïnvloed.

37

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

In de Regionale woondeal (paragraaf 4.2.3) is het plangebied aangewezen als sleutelproject. De Regionale woondeal is een uitwerking op provinciaal niveau van het Programma Woningbouw (paragraaf 4.1.3) dat door het Rijk is vastgesteld.

38

De gemeente Harlingen heeft met de ontwikkelende partij een anterieure overeenkomst getekend waarin het woningbouwprogramma is vastgelegd.. Bovendien is de locatie een herstructureringslocatie, waardoor binnenstedelijk op een gunstig gelegen locatie kan worden voorzien in de vraag naar woningen. Op grond van de regels van de provinciale omgevingsverordening (zie hiervoor paragraaf 4.2.2) worden voor de resterende 60 van de 320 woningen nog aanvullende bestuurlijke afspraken worden gemaakt. Met de rijksdoelstelling om voldoende woningen te realiseren, de provinciale afspraken, de regionale afspraken en gemeentelijke afspraken wordt voldaan aan de behoefte aan de woningen in het plangebied.

4.1.5 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale belangen als opgenomen in de NOVI. Er wordt richting gegeven aan de opgave om steden en regio's sterker en leefbaarder te maken. Als laatste wordt door middel van de ladder voor duurzame verstedelijking de zorgvuldige afweging voor de ontwikkeling gemotiveerd. De ontwikkeling past binnen de kaders van het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030-2050 is uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met negen principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud. Als uitgangspunt geldt dat veranderingen niet tegen moeten worden gehouden, maar dat ambities worden gerealiseerd door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten. De beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij de omgevingskwaliteit en de cultuurhistorie als basis voor het ontwerp wordt toegepast.

4.2.2 Omgevingsverordening Provincie Fryslân Op 8 februari 2024 is de Omgevingsverordening in werking getreden. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Voor het plangebied zijn de volgende regelingen uit de verordening van toepassing:

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept 39

Figuur 4.1 Gebiedsaanwijzigingen en omgevingswaarden

Gebiedsaanwijzingen en omgevingswaarden Bestaand stedelijk gebied In de Omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt in mogelijkheden binnen het bestaand bebouwd gebied en daarbuiten. Het plangebied valt volledig binnen het bestaand bebouwd gebied. Hier zijn stedelijke functies mogelijk zoals de beoogde woningbouw in het plangebied. Maximale omvang opstellingen voor zonne-energie Deze gebiedsaanwijzing is van toepassing op het gehele plangebied en bevat regels voor opstellingen voor zonne-energie op landbouwgronden. Dit is voor het plangebied niet relevant. Overstromingskans bebouwd gebied / grasland De gebiedsaanwijzing en omgevingswaarde voor overstromingskans bebouwd gebied is niet alleen van toepassing voor het gehele plangebied, maar voor een groot deel van Harlingen.

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept 40

Figuur 4.2 Gebied overstromingskans bebouwd gebied

De gebiedsaanwijzing en omgevingswaarde voor overstromingskans grasland is alleen van toepassing voor het westelijke deel van het plangebied op locaties waar geen woningen komen.

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

Figuur 4.3 Gebied overstromingskans grasland

In de omgevingsverordening is geregeld dat in het gebied met 'overstromingskans bebouwd gebied' eens in de 100 jaar (waarbij nul procent van het oppervlak) een grotere overstromingskans vanuit regionale wateren mag hebben. Voor het gebied met 'overstromingskans grasland' geldt dat er sprake is van een grotere overstromingskans vanuit regionale wateren van eens in de 10 jaar, waarbij vijf procent van het oppervlak een grotere overstromingskans mag hebben. Deze omgevingswaarden zijn in de verordening als inspanningsverplichtingen opgenomen waar in het waterbeheerprogramma rekening mee wordt gehouden. Dit is plangebiedoverstijgend, in dit plangebied voor Veste hoeven hier geen regels voor opgenomen te worden. Uiteraard is hier bij de invulling van het plangebied (onder andere vanuit de drooglegging) wel rekening mee gehouden zoals in paragraaf 5.14 is aangegeven. Er geldt een droogleggingsnorm van +0,70 m NAP. In het plangebied worden (zoals in bijlage 7 is aangegeven) de volgende peilen als uitgangspunt gehanteerd: • nieuwe maaiveldhoogte plangebied circa +1,05 m NAP (voor bermen, groenvakken, tuinen en dergelijke); • peil nieuwe woningen circa +1,15 m NAP; • peil nieuwe wegen circa +0,95 m NAP; • peil groenzone ter plaatse van Oude Trekvaart minimaal + 1,60 m NAP bij grondlichaam en +0,95 m NAP bij verhardingen.

In de regels van deze wijziging van het omgevingsplan is het (gemiddeld) maaiveld gedefinieerd op + 1,1 m NAP. Op deze wijze wordt voldaan aan de doorleggingsnorm. Thematische regels De volgende artikelen zijn relevant voor de beoogde ontwikkeling. Archeologie In de omgevingsverordening is opgenomen dat in een omgevingsplan wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Friese archeologische monumentenkaart extra of van een met de provincie afgestemde gemeentelijke verdiepingsslag. Paragraaf 5.12 gaat hier nader op in. Programmering woningbouw

41

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

In dit artikel is aangegeven dat een omgevingsplan nieuwe woningen kan bevatten wanneer deze passen binnen de regionale woningbouwafspraken. Onder regionale woningbouwafspraken worden bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten verstaan over de regionale kwantitatieve en kwalitatieve afstemming van gemeentelijke woningbouwplannen, gebaseerd op de regionale indicatieve woningbehoefte volgens de door de provincie vastgestelde bevolking- en huishoudensprognose. In paragraaf 4.1.4 en 4.2.3 is ingegaan op de woningbouwafspraken. Hierin is aangegeven dat in het woningbouwprogramma van de gemeente (waarover bestuurlijke afspraken zijn gemaakt) 260 woningen zijn opgenomen en dat voordat deze wijziging van het omgevingsplan wordt vastgesteld overeenkomstig de regels van de omgevingsverordening voor de resterende 60 woning nog nieuwe bestuurlijke afspraken worden gemaakt. Ontgrondingen Met betrekking tot ontgrondingen, zijn bepaalde in de verordening aangegeven activiteiten vergunningsplichtig.

Dit geldt onder andere voor: • een waterput, reservoir, bassin, vijver, poel of daarmee vergelijkbare voorziening dieper van 2 meter onder maaiveld, waarbij de ontgraving meer is dan 1.000 m3 en die niet in open verbinding staat met een oppervlaktewaterlichaam; • een kleine insteekhaven of kleine trailerhelling dieper dan 2 meter onder maaiveld en een oppervlakte van meer dan 40 m2; • het uitvoeren van een maatregel uit een omgevingsplan dieper dan 2 meter onder het maaiveld waarbij meer dan 10.000 m3 grond wordt ontgraven. Tussen de 3.000 en 10.000 m3 geldt er een meldingsplicht. Ten behoefte van de grondwerkzaamheden die met deze wijziging van het omgevingsplan mogelijk worden gemaakt, is een grondbalans opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 7. Hieruit blijkt dat ten behoeve van de haven 4.785 m3 wordt ontgraven waarbij er sprake is van een diepte van 2,9 meter. In totaal wordt er in het plangebied 26.610 m3 grond ontgraven, al deze grond wordt weer in het plangebied zelf gebruikt. Ook wordt er in totaal 26.940 m3 zand en grond naar het plangebied aangevoerd ten behoeve van de ophoging. Vanuit deze grondbalans kan worden opgemaakt dat de ontgrondingen in het plangebied bedoeld zijn voor het verkrijgen van bodemmateriaal dat in het plangebied zelf weer gebruikt wordt. In overleg met de FUMO wordt bepaald of een ontgrondingsvergunning nodig is.

De grondbalans wordt ook nog geactualiseerd, waarin de uitkomende grond van de haven wordt betrokken.

4.2.3 Regionale woondeal 2022-2030 - regio Noordwest Fryslân De Regionale woondeal 2020-2030 is tot stand gekomen na het vaststellen van de Nationale woon- en bouwagenda (zie paragraaf 4.1.2 en 4.1.3). Met provincie Fryslân zijn op 13 oktober 2022 woningbouwafspraken gemaakt over het provinciale aandeel in de Nationale opgaven. In deze woondeal wordt een regionale doorvertaling naar gemeenten van deze afspraken tussen Rijk en provincie gemaakt. De woningbouwopgave voor regio Noardwest Fryslân (gemeente Harlingen en gemeente Waadhoeke) bestaat uit de bouw van circa 1.090 woningen, waarvan de gemeente Harlingen zich inzet voor de bouw van circa 570 woningen hiervan. De afspraken uit deze regionale woondeal passen binnen de gemeentelijke woonvisies en lokale prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties. Het plangebied is aangewezen als sleutelproject in de regio en noodzakelijk voor realisatie van de regionale opgave. In de woondeal is uitgegaan van de bouw van circa 260 woningen in het plangebied. Dit aantal is ook opgenomen in het woningbouwprogramma van de gemeente. Voor de resterende 60 woningen worden nog nieuwe (bestuurlijke) afspraken gemaakt voor de vaststelling van deze wijziging van het omgevingsplan.

4.2.4 Conclusie provinciaal beleid De beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied en 260 woningen zijn opgenomen in de gemaakte woningbouwafspraken. Voor de resterende 60 woningen worden aanvullende afspraken gemaakt. De beoogde ontwikkeling past (nadat deze aanvullende afspraken gemaakt zijn) binnen het provinciaal beleid.

4.3 Waterschapsbeleid Wetterskip Fryslân is verantwoordelijk voor veiligheid (sterke dijken), bewaken van de waterkwaliteit, een goed waterpeil, voldoende water en het zuiveren van afvalwater. Hierbij wordt rekening gehouden met klimaatverandering. Het beheergebied is de provincie Fryslân en een deel van het Groninger Westerkwartier.

42

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

In 2023 heeft het Wetterskip de toekomstvisie Fryslân Klimaatbestendig 2050+ vastgesteld. De visie geeft inhoud voor het Fries Programma Landelijk Gebied en de Provinciale Omgevingsvisie. Voor het ontwikkelen van beleid en plannen over water, bodem en ruimte is de visie de basis. Wetterskip Fryslân gebruikt de visie ook om bestaande plannen, zoals het Waterbeheerprogramma 2022-2027, te herzien. Dit Waterbeheerprogramma 2022-2027 is nu nog het geldende plan en geeft inzicht in de maatregelen en ruimtelijke keuzes om onder meer klimaatverandering op te kunnen vangen. Dit programma is in samenwerking met de Provincie Fryslân opgesteld. De provincie is verantwoordelijk voor het Regionaal Waterprogramma 2022/2027 dat het kader is voor het waterbeheerprogramma. Het Regionaal Waterprogramma 2022/2027 is op 30 november 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. In dit programma legt de provincie het beleid voor waterbeheer vast voor deze planperiode. In de omgevingsverordening Fryslân zijn regels opgenomen die gaan over veiligheid en water. Dit is uitgewerkt in paragraaf 4.2.2. Het hoofddoel is dat de provincie Fryslân in 2050 zoveel mogelijk waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. In het Waterprogramma zijn de doelen in programmalijnen opgenomen voor klimaatadaptatie, waterveiligheid, voldoende water en waterkwaliteit opgenomen. De uitwerking vindt plaats door de waterschappen.

De waterschapsverordening Wetterskip Fryslân bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het Wetterskip stelt binnen haar beheersgebied. Wetterskip Fryslân heeft ervoor gekozen om met de inwerktreding van de Omgevingswet beleidsluw over te gaan. Dit houdt in dat de waterschapsverordening qua vorm en opzet volledig voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingswet. In de Omgevingsverordening provincie Fryslân zijn in hoofdstuk 3 de instructieregels met betrekking tot water opgenomen. In paragraaf 2.2.2 wordt ingegaan op het wateraspect in het provinciaal beleid. In paragraaf 5.14 wordt verder ingegaan op het wateraspect met betrekking tot de beoogde ontwikkeling. Hieruit blijkt dat de waterschapsbelangen niet negatief worden beïnvloed. De voorgenomen ontwikkeling is niet strijdig met de Waterschapsverordening van Wetterskip Fryslân. De plannen respecteren de regels en voorschriften voor waterbeheer en waterveiligheid.

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Structuurvisie Harlingen 2025 De gemeente Harlingen heeft de toekomstvisie vastgelegd in de Structuurvisie Harlingen 2025 (vastgesteld op 8 november 2012). De structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en sociaal maatschappelijke beleid van de gemeente Harlingen. In de structuurvisie is aangegeven dat in het kader van het woonbeleid het uitgangspunt inbreiden voor uitbreiden wordt gehanteerd. Bovendien maakt het plangebied deel uit van de Centrale Zone. De Centrale Zone is na de verdieping van N31 één van de belangrijke entrees voor Harlingen. Met de ontwikkeling van het plangebied wordt aangesloten op het uitgangspunt van inbreiding. Bovendien ontstaat een aantrekkelijk woongebied bij één van de entrees van Harlingen.

4.4.2 Woonvisie gemeente Harlingen 2020-2030 Voor de Woonvisie gemeente Harlingen 2020-2030 is in de gemeenten Harlingen en Waadhoeke het Woningmarktonderzoek Noordwest Fryslân opgesteld (17 juli 2019). Onderdeel van de woonvisie 20202030 is het woningbouwprogramma. Het woningbouwprogramma is een flexibel sturingsinstrument dat ruimte biedt om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Het plangebied wordt in de visie genoemd als woningbouwlocatie. Hierbij is aangegeven dat deze locatie de grootste locatie is waar tot 2030 mogelijkheden liggen tot het vormen van een nieuw, voor Harlingen uniek woonmilieu. De toekomstvisie voor het plangebied is als volgt: Inbreiding binnen stadscontour door nieuwbouw, nieuw woonmilieu, focus op grondgebonden in huur en koop, aandacht voor levensloopbestendig wonen, ruimte voor nieuwe woonvormen / bijzondere initiatieven, wonen aan het water.

43

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

In de Woonvisie is aangegeven dat in het plangebied wordt aangestuurd op een goede mix van prijssegmenten.

Concept

In bijlage 1 is ingegaan op het woningbouwprogramma. Hieruit blijkt dat er een mix is van woningtypen en prijssegmenten in het plangebied. In verband met het beoogde woningbouwprogramma in het plangebied is de focus niet alleen gelegd op grondgebonden woningen, maar ook op appartementen. Het plan is passend binnen het woningbouwbeleid van de gemeente Harlingen. Hierbij geldt wel de kanttekening (zoals in de voorgaande paragrafen ook is aangegeven) dat voor het plangebied momenteel 260 woningen zijn opgenomen in het woningbouwprogramma en dat voor de resterende 60 woningen nog (bestuurlijke) afspraken worden gemaakt voor de vaststelling van deze wijziging van het omgevingsplan.

4.4.3 Welstandsnota Bij nieuwbouw of verbouw beoordeelt de gemeente met een welstandstoets of het bouwwerk past in de omgeving. De regels voor een welstandstoets zijn opgenomen in de bruidsschat. Daarmee maken deze regels deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Met de welstandstoets beoordeelt de gemeente of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. De gemeente heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de welstandsnota die op 21 mei 2021 is vastgesteld, die deel uitmaakt van de bruidsschat. De welstandsnota sluit aan op ontwikkelingen op het gebied van energie, bouwmaterialen en andere technieken en op de vraag naar een ruimere interpretatie van bestaande beleidsregels. In de Welstandsnota is aangegeven dat voor de ontwikkeling van het plangebied een nieuw beoordelingskader moet worden vastgesteld. De gebiedsgerichte toetsingskaders zijn namelijk gebaseerd op bestaand bebouwd gebied. Veelal leidt dit er toe dat nieuwe bouwplannen aan dienen te sluiten bij het bestaande karakter van het gebied. Echter, voor grotere nieuwbouw- en (her-)ontwikkelingslocaties is een meer ontwerpende benadering aan de orde. Voor dergelijke gebieden is vrijwel altijd sprake van een nieuwe stedenbouwkundige opzet die een vertaling zal vinden in een (herzien) bestemmingsplan.

Zodra een groter project aan de orde is, zal de gemeenteraad daarvoor een beoordelingskader met (tijdelijke) welstandscriteria vast moeten stellen dat naadloos op de bestemmingsvoorschriften aansluit. Het opstellen van een dergelijk beoordelingskader blijft een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden door de stedenbouwkundige in overleg met de welstandscommissie opgesteld. De welstandscriteria moeten in de inspraak worden gebracht en door de gemeenteraad zijn vastgesteld voordat de planvorming van de eerste bouwfase start. Is de ontwikkelingsfase afgerond, dan kunnen welstandscriteria gericht op het beheer van het gebied worden vastgesteld. De (welstands)regels voor het uiterlijk van bouwwerken in de welstandsnota zijn niet toereikend voor de beoogde situatie in het plangebied. Voor het plangebied zal is daarom een beeldkwaliteitsplan opgesteld (met daarin opgenomen nieuwe regels voor het uiterlijk van bouwwerken) dat dient als beoordelingskader voor de beoogde ontwikkeling. Deze is opgenomen in bijlage 2. Het beeldkwaliteitsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad en hiervoor is een koppeling opgenomen in de regels zodat hier bij vergunningsaanvragen aan getoetst moet worden. Na de wijziging van het omgevingsplan worden vergunningsaanvragen beoordeeld op basis van deze regels door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit.

De commissie geeft hierover advies waarmee het college van B&W rekening houdt bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning.

4.4.4 Programma Duurzaam Harlingen Dit Programma Duurzaam bevat het beleid van Gemeente Harlingen op het gebied van duurzaamheid. invulling aan de duurzaamheidsambities wordt gegeven door middel van beleid en projecten binnen de volgende thema’s: • energietransitie; • circulariteit; • klimaatadaptatie; • duurzame mobiliteit; • biodiversiteit; • sociale duurzaamheid. Voor al deze thema's is een doel gesteld: Energietransitie

44

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

• •

In 2030 wordt 88% van de stroomvraag in de gemeente Harlingen duurzaam opgewekt. Dit wordt gedaan door zowel in te zetten op besparing als op duurzame opwek. Tot 2030 wordt ingezet op besparen en isoleren in de gebouwde omgeving om de woningen en gebouwen voor te bereiden op de overstap naar aardgasvrij.

Concept

Circulariteit

45

Gemeente Harlingen stimuleert circulariteit door het omarmen van de R-ladder (deze geeft de mate van circulariteit aan) met strategieën van circulariteit en door zichtbaar te maken wat er al gebeurt aan circulair werken binnen de gemeente. Harlingen stimuleert ook andere partijen en inwoners om circulair te werken. Klimaatadaptatie Gemeente Harlingen zet in op het zo goed mogelijk omgaan met de negatieve gevolgen van het veranderende klimaat (wateroverlast en verzilting), onder andere door zoveel mogelijk water de bodem in te brengen. Biodiversiteit Gemeente Harlingen zet in op het behouden en waar mogelijk versterken van de biodiversiteit, onder meer door het borgen van variatie in inheemse soorten en het zorgen voor verbinding tussen de leefgebieden van de soorten. Duurzame mobiliteit Gemeente Harlingen zet in op het zoveel mogelijk faciliteren en stimuleren van duurzame mobiliteit: wandelen, fietsen, OV en schone/deelauto’s. Sociale duurzaamheid Op het gebied van sociale duurzaamheid zet Gemeente Harlingen in op: • iedereen kan meedoen aan verduurzaming. • er zijn kansen voor iedereen binnen het verduurzamen. • groen en gezond leven is mogelijk voor iedereen in de gemeente De gemeente Harlingen hanteert hierbij een programmatische aanpak.

De thema's en doelen zijn uitgewerkt voor het plangebied in het stedenbouwkundig plan, het beeldkwaliteitsplan en het inrichtingsplan voor de openbare ruimte zoals in bijlagen 1, 2 en 3 opgenomen.

4.4.5 Notitie Bouwhoogte Harlingen De gemeente Harlingen heeft voor ontwikkelingen met betrekking tot hogere bebouwing de "Notitie Bouwhoogte Harlingen" (versie 9 april 2010) vastgesteld. In 2024 is deze notitie geactualiseerd. Voor de ontwikkeling van hoogbouw in Harlingen is hierbij een aantal uitgangspunten geformuleerd die bepalend zijn voor de locatiekeuze van hoogbouw: • het silhouet vanaf zee behouden dan wel versterken; • het zicht vanuit de stad naar de zee behouden dan wel versterken; • de overgang tussen het bolwerk (oude stad) en de latere uitbreidingen handhaven; • de hoogbouw dient te worden gesitueerd in nabijheid van hoofdwegen; • er dient voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd te worden; • de sociale veiligheid dient te worden gewaarborgd; • om ruimtelijkheid te creëren zal hoogbouw gerealiseerd moeten worden in de nabijheid van grotere parken en groenzones.

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

Figuur 4.4 Zichtlijnen op het silhouet van Harlingen

In de notitie zijn voor verschillende gebieden indicaties van mogelijk toegestane hoogtes aangegeven. Zo wordt er voor het plangebied en de omgeving daarvan uitgegaan van hoogtes van 12 tot 22 meter waarbij het ontstaan van hogere en gesloten wanden niet de bedoeling is. Wat betreft bouwlagen en bouwhoogten is het geactualiseerde uitgangspunt van het beleid echter 5 bouwlagen en circa 17 meter bouwhoogten. Voor nieuwe initiatieven hoger dan 5 bouwlagen geldt het volgende: • het initiatief dient te worden voorzien van een zorgvuldige motivering en wordt ter advisering voorgelegd voorgelegd aan de gemeenteraad; • bij nieuwbouw hoger dan 5 bouwlagen moet specifiek aandacht zijn voor installaties, liften et cetera; • er dient te worden beoordeeld dat de ontwikkeling geen significant nadelige gevolgen heeft voor de zichtlijnen van en naar de Waddenzee en geen afbreuk doet aan de kenmerken van het cultureel erfgoed. Zoals in bijlage 1 is aangegeven en is er op twee plaatsen in het plangebied sprake van gebouwen met 6 bouwlagen. Met uitzondering van deze twee locaties wordt met de bouwlagen en bouwhoogten in het

46

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

plangebied voldaan aan de beleidsuitgangspunten van de notitie bouwhoogte. Door de plaatsing van de bouwblokken in ieder geval geen sprake van een hoge en gesloten wand. De gemeenteraad heeft op 26 maart 2025 ook ingestemd met het stedenbouwkundig plan en de bouwhoogten in het plangebied. Beide uitzonderingen betreffen de locaties van appartementengebouw in bouwblok I (waarbij sprake is van 6 bouwlagen met een bouwhoogte van 18 meter) en een deel van bouwblok F (waarbij sprake is van een appartementengebouw van 5 bouwlagen met een kap die tevens is vertaald naar een bouwhoogte van 18 meter). Alhoewel de bouwhoogten overeenkomen met het beleid van circa 17 meter, wordt er op beide locaties een extra bouwlaag mogelijk gemaakt. Dit is onder andere nodig om het beoogde programma en het stedenbouwkundig beeld mogelijk te maken en om te voorkomen dat dicht bij de bestaande bebouwing aan de Kanaalweg grote en hoge bouwmassa's ontstaan. Beide locaties met 6 bouwlagen liggen aan de zijde van het plangebied langs de N31 en niet binnen de zichtlijnenzones (zie figuur 4.5) die het silhouet van Harlingen bepalen. De ontwikkeling heeft om deze reden geen significant negatief effect op het zicht van en naar de Waddenzee waardoor het geen afbreuk doet aan de kenmerken van het cultureel erfgoed.

De locatiekeuze past ook binnen het uitgangspunt om hoogbouw in de nabijheid van een hoofdweg te realiseren waardoor er een markante plek ontstaat in het stedelijk profiel van Harlingen. Met deze uitgangspunten is onlangs ook de hoogbouw bij de Maritieme Academie ontstaan als markant punt met een hoogte van 20 meter bij de stadsentree van Harlingen. De ontwikkeling van appartementengebouwen van 18 meter sluit hier goed bij aan. In bijlage 1 en bijlage 2 is ook aangegeven hoe ruimtelijk wordt omgegaan met installaties en liftschachten. Deze kunnen met een hogere bouwhoogte alleen onder voorwaarden op basis van een verkregen vergunning worden toegestaan, waarbij onder andere een motivatie op basis van de uitgangspunten van de notitie bouwhoogte nodig kan zijn. Op voorhand worden hiervoor geen belemmeringen verwacht.

4.4.6 Nota Parkeernormen Harlingen 2025 De Nota Parkeernormen Harlingen 2025 is een actualisatie van de Nota Parkeernormen 2016. Aanleiding voor deze actualisatie vormen de ambities uit de in 2020 opgestelde 'Mobiliteitsvisie Harlingen' en 'Hoofdlijnenakkoord 2022 -2026'. Ook zijn de landelijke parkeerkencijfers van het CROW recent geactualiseerd die de basis vormen voor de Harlingse parkeernormen. In paragraaf 5.3 wordt ingegaan op het aspect parkeren in het plangebied. De parkeernormen zijn juridisch verankerd in deze wijziging van het omgevingsplan.

4.4.7 Conclusie gemeentelijk beleid De ontwikkeling van het plangebied tot woningbouwlocatie is in de verschillende beleidsnotities opgenomen als ontwikkellocatie ten behoeve van woningbouw. De ontwikkeling speelt in op de woningbouwbehoefte van Harlingen.

5 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 5.1 Inleiding De beoogde ontwikkeling wordt in dit hoofdstuk getoetst aan onder meer de instructieregels uit het Bkl. In het Bkl is namelijk aangegeven dat daar waar een nieuwe activiteit milieuruimte inneemt, aandacht nodig is voor de gevolgen van deze activiteit op de omgeving maar ook welke gevolgen de omgeving heeft op deze nieuwe activiteit.

5.2 Mer-beoordeling Toetsingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten project-mer-plichtig of merbeoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn mer). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in het Besluit. Toetsing

47

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

De beoogde ontwikkeling betreft in totaal de realisatie van maximaal 320 woningen. Een dergelijke ontwikkeling valt onder categorie J11 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen'. Hiervoor is een mer-beoordeling noodzakelijk. Daarnaast is er een aantal andere categorieën aan de orde, die meegenomen zijn in de mer-beoordelingsnotitie. De mer-beoordelingsnotitie is in bijlage 6 opgenomen. Hierin is de conclusie opgenomen dat er geen aanleiding is voor het doorlopen van een mer-procedure en dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht. Het bevoegd gezag heeft op basis hiervan een besluit genomen.

5.3 Wegen, verkeer en parkeren Toetsingskader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Omgevingswet en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. Bij het toelaten van nieuwe activiteiten moet aangetoond worden wat het effect is op de bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en of er in de parkeerbehoefte kan worden voorzien. In de 'Nota Parkeernormen 2025' heeft de gemeente Harlingen parkeernormen opgenomen die worden gehanteerd om de parkeerbehoefte bij bouw- en verbouwplannen te bepalen. Aan de hand hiervan wordt de parkeereis opgesteld. Voor de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de CROW-kentallen (Publicatie 744). Toetsing Parkeren Het parkeren voor bewoners en bezoekers vindt vooral in de binnengebieden / binnenhoven van de bouwblokken plaats. In figuur 5.1 is dit schematisch weergegeven.

Figuur 5.1 Gesloten bouwblokken met parkeren in de binnenhoven

Op basis van de 'Nota parkeernormen Harlingen 2025' is de parkeerbehoefte in het plangebied bepaald. Het plangebied is gelegen in het gebied 'Buiten de Singels tot N31'. De gehanteerde parkeernormen zijn uitgewerkt in een parkeerbalans die voor het plangebied is opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage 8. De indeling van de benodigde parkeerplaatsen in het plangebied is uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan in bijlage 1. Hieruit blijkt dat de parkeerbehoefte in het plangebied zelf opgevangen kan worden. In deze wijziging van het omgevingsplan is hiervoor een regeling opgenomen die waarborgt dat bij de bouwaanvraag getoetst wordt aan de gemeentelijke parkeernormen. Verkeer Het plangebied is strategisch gelegen tussen de binnenstad van Harlingen en de nieuwe rotonde boven de N31 die de hoofdentree tot de stad vormt. Het plangebied ligt op loopafstand van zowel het kernwinkelgebied als het treinstation van Harlingen. Ook voor de auto is de locatie goed bereikbaar, direct gelegen aan de N31 waarmee de locatie vanuit de regio goed bereikbaar is.

48

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Concept

De ontsluiting van de wijk vindt voor gemotoriseerd verkeer volledig plaats via de Almenumerweg aan de zuidkant van het plangebied. Op de Kanaalweg wordt een calamiteitenroute voor hulpdiensten gerealiseerd. In figuur 5.2 is de ontsluitingsstructuur van de nieuw te bouwen woonwijk schematisch weergegeven.

Figuur 5.2 Hoofdstructuur ontsluiting

Ten behoeve van het langzaam verkeer is een fijnmazig verkeersnetwerk gecreëerd, van waaruit het plangebied ook via de Kanaalweg is te bereiken. In figuur 5.3 is dit netwerk schematisch weergegeven.

Figuur 5.3 Langzaam verkeersnetwerk

In bijlage 9 en 2 is de verkeersgeneratie uitgerekend van de beoogde ontwikkeling. Op basis van 320 woningen bedraagt het aantal verkeerbewegingen ten hoogste 1.770 motorvoertuigen per etmaal (lichte motorvoertuigen). Zoals aangegeven vindt de ontsluiting van al het gemotoriseerd verkeer plaats via de Almenumerweg aan de zuidzijde van het plangebied. Door het plangebied te ontsluiten via de Almenumerweg worden de reeds aanwezige woongebieden niet belast met gemotoriseerd verkeer uit de nieuw te bouwen wijk. Het gemotoriseerde verkeer wordt direct richting de grotere wegen en autoweg geleid. De wijk krijgt een fijnmazig langzaam verkeersnetwerk, waardoor het aantrekkelijker wordt om je te voet of met de fiets te verplaatsen. Bovendien is het plangebied een inbreidingslocatie, waardoor het centrum en de voorzieningen relatief dichtbij zijn. Daarnaast is het centrum ook beter bereikbaar voor langzaam verkeer, waardoor het gebruik van de auto indirect wordt ontmoedigd. Conclusie

49

Concept

(van 11-8-2025 13:22)

Het plangebied voorziet in voldoende parkeerplaatsen, in deze wijziging van het omgevingsplan is een regeling opgenomen om dit te waarborgen. Ook levert de toename van het verkeer als gevolg van de ontwikkeling geen knelpunten op in het bestaand verkeersnetwerk van Harlingen.

5.4 Natuur

Concept

Toetsingskader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wijst de Natura 2000-gebieden aan. In de Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebieden) Het NNN is een samenhangend landelijk ecologisch netwerk.

Het is gericht op de bescherming, de instandhouding en zo nodig het herstel van een gunstige staat van instandhouding van: • aanwezige dier- en plantensoorten • typen natuurlijke habitats • leefgebieden van soorten die van nature in Nederland voorkomen Bijna alle aangewezen Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van het NNN. De provincie heeft in de omgevingsverordening de NNN-gebieden opgenomen. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Provincies zijn hier in beginsel voor verantwoordelijk. Aan de rand van het gebied is sprake van een route voor meervleermuizen. Hierover wordt vastgelegd dat de ecoloog gekeken heeft naar het effect van het project op de migratieroute van de vleermuizen. Hierbij wordt aangegeven dat met maatregelen ten aanzien van verlichting negatieve effecten kunnen worden uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harlingen&id=c8283d24-980d-4502-8ff1-0eca4d1e07a6