CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Warmteplan Hardinxveld-Giessendam 2024 (Vervallen).pdf

Gemeenteraad GHG 4 juli 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 3: Warmteplan Hardinxveld-Giessendam 2024 - Raadsvoorstel6.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WARMTEPLAN HARDINXVELD-GIESSENDAM 2024

duidelijkheid over de keuzen op weg een aardgasvrije gemeente

Warmteplan Hardinxveld-Giessendam

Voorwoord 'Gemeente, jullie moeten duidelijk zijn'. Dat was een veelgehoorde opmerking tijdens een bijeenkomst met inwoners over de warmtetransitie op 1 juni 2023. De warmteoplossingen zijn eerder vooral beschreven in de Transitie Visie Warmte, maar daar wordt nog een slag om de arm gehouden in hoe concreet een warmteoplossing is. Bijvoorbeeld omdat aanvullend onderzoek nodig is. En daarmee blijft onduidelijk wat nú het handelingsperspectief is. En dat is uiteindelijk waar de vraag om duidelijkheid over gaat: wat zouden we moeten doen? Of wat kunnen we juist beter niet doen? Kortom: als gemeente moesten we met die vraag aan de slag. En dat hebben we gedaan. Medio 2023 is een bijzonder traject doorlopen waar zowel participatie als een technische analyse centraal stonden. Als het ging om techniek werd vooral samengewerkt met HVC, hét warmtebedrijf dat actief is in de regio Drechtsteden maar ook in bijvoorbeeld de gemeente Gorinchem. Maar ook Stedin (die de infrastructuur en daarmee de beschikbare capaciteit voor het stroom- en gastnetwerk beheert) en Fien Wonen (die met het verduurzamen van haar bezit ook kansen kan bieden voor particulieren door samen op te trekken en zo schaalvoordeel te halen). Kortom; alle relevante partners. En participatie gaat over het gesprek met inwoners.

Informatie delen om zo samen tot één gedeeld beeld te komen, maar ook samen na te denken over oplossingen. En wat er voor nodig is die oplossingen te realiseren. Met als doel voor alle woningen in het dorp Hardinxveld-Giessendam concreet en heel precies in beeld te krijgen wat de beste manier is om de woning in de toekomst op een duurzame en daarmee aardgasvrije manier van warmte te voorzien (voor de verwarming van de woning, maar ook voor koken en tapwater). In basis kwam dat neer op het beantwoorden van één vraag. Namelijk: waar is een warmtenet in onze gemeente écht kansrijk. Want in zo'n gebied ligt een collectieve oplossing (lees: warmtenet) voor de hand. En overal waar een collectieve oplossing niet haalbaar is komt dus per definitie een individuele oplossing in beeld. En die is er grofweg in twee smaken: hybride en all-electric. In dit warmteplan leest u hoe we deze vraag hebben beantwoord en wat de betekenis van deze antwoorden is. En daarmee is het warmteplan gelijk de routekaart waarmee we invulling geven aan de grote opgave om in onze gebouwde omgeving een transitie door te maken. Een andere manier van wonen en leven waarin aardgas geen plek meer heeft en alleen duurzame warmte en energie wordt gebruikt om woningen van de nodige warmte (of koude) te voorzien, ook voor tapwater en koken.

Om zo ons steentje bij te dragen aan het stoppen van verregaande klimaatverandering en ons dorp ook voor toekomstige generaties een fijne plek te laten zijn.

Jan Nederveen Wethouder Duurzaamheid

Inhoud Warmteplan Hardinxveld-Giessendam ................................................................................................... 2 1.

2.

Totstandkoming warmteplan .......................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en beleidscontext .................................................................................................. 5

1.2

Een plan op hoofdlijnen .......................................................................................................... 5

1.3

Totstandkoming van dit plan ................................................................................................... 6

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................................ 6

Doelstellingen warmteplan ............................................................................................................. 7 2.1 Duidelijkheid en handelingsperspectief bieden voor alle bewoners ............................................ 7 2.2 Duidelijkheid en handelingsperspectief bieden aan andere partijen ........................................... 7 2.3 Doel vanuit Klimaatakkoord: verdere klimaatverandering tegengaan ......................................... 7 2.4 Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie en de Omgevingswet .................................. 8

3.

Wat is er reeds gerealiseerd? .......................................................................................................... 9 2.1 Participatietraject .......................................................................................................................... 9 2.2 Technische analyse ........................................................................................................................ 9

4.

Afbakening clusters ....................................................................................................................... 11

5.

Uitgangspunten ............................................................................................................................. 12 5.1

Uitgangspunten uit de TVW .................................................................................................. 12

Algemene uitgangspunten ............................................................................................................ 12 Afwegingscriteria voorkeurswarmteoplossing per buurt ............................................................. 13 Afwegingscriteria fasering ............................................................................................................. 13 5.2 Aanvullende aandachtspunten vanuit technisch en participatief onderzoek 'Van TVW naar Warmteplan'...................................................................................................................................... 14 6.

Beschrijving warmteoplossingen ................................................................................................... 15 6.1

Warmtenet ............................................................................................................................ 15

Haalbaarheidsstudie ...................................................................................................................... 15 Handelingsperspectief bewoners warmtenetgebied .................................................................... 15 6.2

Individuele oplossingen ......................................................................................................... 15

All-electric warmtepomp............................................................................................................... 15 Hybride warmtepomp ................................................................................................................... 16 Strategie op groen gas................................................................................................................... 16 Handelingsperspectief individuele oplossingen ............................................................................ 16 7.

Uitvoeringsstrategie ...................................................................................................................... 18 7.1 De insteek: natuurlijk tempo ....................................................................................................... 18 7.2 Stakeholders ................................................................................................................................ 18 7.3

Maatregelen .......................................................................................................................... 19

7.5 Risico's en beheersmaatregelen.................................................................................................. 20 8.

Communicatie en participatie ....................................................................................................... 21 8.1 Belang van participatie en communicatie ................................................................................... 21 8.2 Uitvoer communicatie en participatie ........................................................................................ 21

9.

Monitoring ..................................................................................................................................... 22 Voortgangsmonitor op aardgasvrij.................................................................................................... 22

10.

Planning en fasering .................................................................................................................. 23

11. Financiële impact............................................................................................................................. 24 11.1

Toelichting op benodigde financiële middelen ................................................................. 24

11.2 Begroting ................................................................................................................................... 24 11.3 Dekking ...................................................................................................................................... 24 Bijlage 1: Uitgangspunten en afwegingscriteria Transitie Visie Warmte .............................................. 25 Bijlage 2: Aanvullende aandachtspunten warmtetransitie vanuit bewoners ................................... 27

1. Totstandkoming warmteplan Voor u ligt het warmteplan van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Dit plan is een vervolg op de Transitie Visie Warmte (TVW) en biedt duidelijkheid over hoe de woningen in onze gemeente in de toekomst aardgasvrij kunnen worden verwarmd. Het is een praktisch plan dat inwoners duidelijkheid en handelingsperspectief biedt.

1.1 Aanleiding en beleidscontext Het klimaat verandert door toename van CO2 in de lucht en de negatieve gevolgen daarvan worden steeds merkbaarder. In Nederland zijn daarom afspraken gemaakt om CO2-uitstoot te beperken in het nationaal Klimaatakkoord. Het klimaatakkoord heeft twee belangrijke doelstellingen : • •

De CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990 In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn

De warmtetransitie is een belangrijk vehikel om deze doelen te bereiken. Het einddoel van de transitie is dat in 2050 de gehele gebouwvoorraad in Nederland goed geïsoleerd is en met duurzame warmte wordt verwarmd. Om bij te dragen aan deze doelstelling heeft gemeente Hardinxveld-Giessendam in 2021 de Transitievisie Warmte (hierna: TVW) vastgesteld. Hierin zijn de kaders vastgelegd voor de transitie naar het duurzaam verwarmen van de gemeente in 2050. Hier werd de vraag verkend welk alternatief voor aardgas geschikt zou zijn in de verschillende gebieden in Hardinxveld-Giessendam: een collectief warmtenet voor een hele buurt of een individuele (elektrische) oplossing per gebouw. Uit de analyse bleek dat het niet voor de gehele gemeente mogelijk zou zijn om aangesloten te worden op een warmtenet. Zodoende ontstonden er twee oplossingssporen: één gericht op een warmtenet, de ander gericht op individuele oplossingen. Beide sporen zijn in 2023 verder onderzocht in samenwerking met onderzoeksbureau WarmteTransitieMakers. Dit leverde het volgende beeld op: •

•

In de Peulen is een warmtenet kansrijk, met voornamelijk oppervlaktewater als warmtebron. Wordt in de Peulen een warmtenet ontwikkeld, dan kan mogelijk ook een deel van de Wielwijk daarop aangesloten worden. Zodoende wordt in de Peulen en de Wielwijk in de nabije toekomst een haalbaarheidsstudie naar het warmtenet gedaan. In de rest van het dorp is aansluiten op een warmtenet niet kansrijk. Zodoende is de aangewezen oplossingsrichting hier om aan de slag te gaan met individuele oplossingen.

Dit warmteplan omschrijft de kaders waarbinnen de uitvoer van de warmtetransitie in HardinxveldGiessendam zal plaatsvinden.

1.2 Een plan op hoofdlijnen Mede door de constante ontwikkelingen op het vlak van warmteoplossingen, waarbij specialistische kennis nodig is en innovaties elkaar in rap tempo opvolgen, beschrijft deze agenda op hoofdlijnen hoe de warmtetransitie in Hardinxveld-Giessendam wordt vormgegeven. Het biedt dus geen gedetailleerd uitvoeringsplan, maar de kaders waarbinnen de uitvoering van de warmtetransitie moet plaatsvinden. De uitvoering kan dan met inzet van specialistische kennis en expertise worden opgepakt. In hoofdstuk 3 t/m 11 volgt een nadere uitleg over hoe de uitvoering eruit komt te zien.

1.3 Totstandkoming van dit plan In aanloop naar dit warmteplan is een uitgebreid participatietraject doorlopen met betrokken bewoners (zie het document 'Van TVW naar Warmteplan – technisch en participatief onderzoek'). In dit traject bleek nadrukkelijk dat één wens voor bewoners vooropstond: duidelijkheid. Bewoners willen weten waar zij aan toe zijn en wat hun handelingsperspectief is. Dat is dan ook de insteek van dit warmteplan: een duidelijk handelingsperspectief bieden voor alle bewoners.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 licht toe wat de doelstellingen zijn van dit warmteplan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op wat reeds is gerealiseerd. Hoofdstuk 4 omschrijft de geografische afbakening van de twee clusters (individuele oplossingen en collectieve oplossing). In hoofdstuk 5 en 6 worden de uitgangspunten, warmteoplossingen en opgaven die nog voor ons liggen omschreven. In hoofdstuk 7 wordt de uitvoeringsstrategie toegelicht. In hoofdstuk 8 t/m 11 wordt dieper ingegaan op de communicatie; monitoring; planning en fasering; en financiering en verantwoording.

2. Doelstellingen warmteplan 2.1 Duidelijkheid en handelingsperspectief bieden voor alle bewoners Voor de realisatie van dit warmteplan is het belangrijk dat bewoners een duidelijk handelingsperspectief hebben. Onzekerheid over gemeentelijke plannen kan verlammend werken ('ik wacht nog wel even met investeren, want misschien komt hier over 5 jaar een warmtenet'), terwijl duidelijk handelingsperspectief bewoners helpt om in beweging te komen. Die duidelijkheid bieden we met dit warmteplan. In dit plan is de grote lijn van de transitie in de gemeente uitgezet: het is duidelijk waar wel en geen warmtenet kan komen. Binnen die grote lijn is ook het handelingsperspectief duidelijk: isoleren en ventileren is altijd goed. Waarbij de graad van isoleren in samenhang moet zijn met de logische manier van verwarmen. Immers: niet elke woning kan praktisch of betaalbaar zo ver geïsoleerd worden dat er met een lage temperatuur (nodig voor all electric) verwarmd kan worden. Dan past een hybride systeem dat met een midden- of zelfs hoge temperatuur verwarmd beter. Zodra de woning er klaar voor is wordt de meest passende warmteoplossing gekozen: in het cluster individuele oplossingen is dit een all-electric warmtepomp of hybride oplossing, en in het geval dat er een warmtenet wordt aangelegd, aansluiting op het warmtenet.

De gemeente ondersteunt bewoners om dit handelingsperspectief om te zetten in daadwerkelijk handelen door het bieden van informatie en communicatie. Maar ook advies over te nemen maatregelen en handreikingen voor financiële mogelijkheden, zoals subsidies van de Rijksoverheid. Bewoners krijgen zoveel mogelijk de ruimte om dit op voor hen natuurlijke momenten te doen.

2.2 Duidelijkheid en handelingsperspectief bieden aan andere partijen Ook voor andere belanghebbenden, zoals Stedin en FIEN Wonen, wordt met dit plan duidelijker voor welke opgave zij staan en welke rol zij kunnen oppakken. Voor netbeheerder Stedin is duidelijk waar een warmtenet kan komen en waar niet. Dit helpt Stedin om een voorspelling te maken van de benodigde netverzwaring in verschillende wijken. Goede afstemming tussen Stedin en de gemeente is nodig om te zorgen dat de ambities vanuit de gemeente op de versnelling van de warmtetransitie niet resulteert in een overvol energienet (netcongestie). Voor FIEN Wonen is met dit plan duidelijk welk deel van haar woningbezit in potentieel warmtenetgebied ligt, en welk deel niet. In het deel dat buiten het warmtenetgebied ligt, kan de woningbouwcorporatie voortvarend aan de slag met isolatie- en verduurzamingsmaatregelen.

2.3 Doel vanuit Klimaatakkoord: verdere klimaatverandering tegengaan De aanleiding voor de warmtetransitie is het Klimaatakkoord. De warmtetransitie dient het doel om verdere klimaatverandering tegen te gaan door de uitstoot van broeikasgassen (specifiek CO2) te verminderen door isolatie en verduurzaming van de warmtevoorziening van woningen. De afspraak die hier landelijk aan gekoppeld is, is dat iedere gemeente in 2050 aardgasvrij is. Maar het is belangrijk om door deze afspraak niet het uiteindelijke doel uit het oog te verliezen: het tegengaan van verdere klimaatverandering. Oplossingen waarbij nog niet volledig van het aardgas wordt afgegaan maar wel de uitstoot van CO2 wordt verminderd (zoals isolatie en hybride oplossingen), zijn vanuit dit oogpunt absoluut relevant. Want mogelijk kunnen hybride systemen in de toekomst ook voorzien worden van groen gas waarmee ook die een oplossing zijn om aardgasvrij te worden.

2.4 Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie en de Omgevingswet De transitie die wij als samenleving door moeten maken op duurzaamheid (energie, warmte, klimaatadaptatie) is er een die enerzijds gebaseerd is op concrete doelstellingen zoals het stoppen met het gebruik van aardgas en een zeer stevige reductie van de uitstoot van CO2. En anderzijds afhankelijk is van het meebewegen van de samenleving. Verleiden en overtuigen staat dus meer centraal dan dwang en verplichte maatregelen. Tegelijk wordt van de overheid (landelijk, provinciaal en zeker lokaal) verwacht dat er regie gevoerd wordt op deze transitie op een wijze die de maatschappelijke doelen zo goed mogelijk tot zijn recht laat komen. Dus ook oog heeft voor maatschappelijke kosten. Daarom is er wel een roep om wetgeving die onder andere gemeenten meer instrumenten geeft om actief te sturen op vooral de warmtetransitie. Immers, een keuze die het individueel belang dient kan soms haaks staan op het algemeen belang (individuele oplossingen versus collectieve oplossingen bijvoorbeeld). Hiervoor is wetgeving in de maak: de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW). In dit warmteplan wordt nog niet voorgesorteerd op deze wet. Daarnaast is het logisch dat in de toekomst ook dit warmteplan een vertaling vind in het Omgevingsplan. De WGIW is daar op gericht.

De verwachting is dan ook dat in de toekomst dit warmteplan via een programma onder de Omgevingswet naar het Omgevingsplan vertaald wordt. Een stap die een verdere vertaling van dit Warmteplan vraagt, waarin dan ook de WGIW meegenomen zal worden. Hiertoe wordt het Warmteprogramma voorzien als opvolger van dit Warmteplan. Het warmteprogramma zal te zijner tijd voorgelegd worden aan de raad.

3. Wat is er reeds gerealiseerd? In aanloop naar het voorliggende plan is in 2024 in samenwerking met de WarmteTransitieMakers een uitgebreid onderzoek gedaan. Parallel aan elkaar werden een participatietraject en een technische analyse uitgevoerd.

2.1 Participatietraject Bij het participatietraject is een klankbordgroep van betrokken bewoners gevormd. In verschillende sessies werden de behoeftes, zorgen, randvoorwaarden en aandachtspunten voor de uitvoer van de warmtetransitie opgehaald (zie hoofdstuk 3: uitgangspunten). Figuur 1 toont een overzicht van het participatietraject.

Figuur 1: Participatietraject warmteplan.

2.2 Technische analyse Middels een technische analyse werd, in samenwerking met Fien wonen, Stedin en HVC, onderzocht waar een warmtenet kansrijk is, en waar niet. Om een cluster te selecteren waar een warmtenet kansrijk is, zijn eerst enkele selectiecriteria aangewezen. Figuur 2 toont de criteria en een korte toelichting. Selectiecriteria Veel bezit van de corporatie FIEN Wonen

Gelijkvormigheid gebouwen Clusters onderzoeken waar de kosten laag zijn: • Voldoende warmtevraag • Voldoende warmtedichtheid • Warmtebron in de buurt • Grote afnemers (bijv. appartementencomplex) Figuur 2. Selectiecriteria potentie warmtenet.

Toelichting De potentiële aardgasvrije clusters bestaan uit een combinatie van sociale huurwoningen en particuliere woningen. De verkenningsbuurten zijn deels gekozen op basis van homogene bouwperiode en pandtype HVC heeft een haalbaarheidstoets gedaan om een keus te maken voor de meest kansrijke gebieden.

Gebaseerd op deze criteria voerden de WarmteTransitieMakers in samenwerking met HVC en Stedin een analyse uit. Hieruit bleek dat er één gebied in Hardinxveld-Giessendam voldoet aan de gestelde criteria en dus mogelijk geschikt is voor een warmtenet. Dit is een aaneengesloten gebied dat zich bevindt in de Peulen en de Wielwijk. In dit gebied wordt de komende jaren een haalbaarheidsstudie uitgevoerd op basis waarvan een besluit kan worden genomen om wel of niet over te gaan tot het aanleggen van een warmtenet. En over wat precies de omvang kan zijn van zo'n warmtenet: welke woningen (gebieden, straten) zijn wel en niet beoogd als deel van het net. Als een warmtenet haalbaar is wordt de wijze en termijn waarop dit gerealiseerd wordt vastgelegd in wijkuitvoeringsplan (WUP). In de rest van het dorp is aansluiten op een warmtenet niet kansrijk. Zodoende wordt in dit cluster aan de slag gegaan met individuele oplossingen. In het volgende hoofdstuk wordt de afbakening van deze twee clusters toegelicht.

4. Afbakening clusters In de Peulen is een warmtenet kansrijk. Wordt in de Peulen een warmtenet ontwikkeld, dan kan mogelijk ook een deel van de Wielwijk daarop aangesloten worden. Zodoende wordt dit gebied aangewezen als mogelijk warmtenetgebied. Figuur 3 toont waar het warmtenet verder onderzocht gaat worden (haalbaarheidsstudie), en waar individuele oplossingen de handelingsrichting zijn. Hierbij gaat het om het hele potentiële warmtenetgebied. Dus niet alleen de Peulen, maar ook een deel van het centrum en De Wielwijk. Figuur 4 toont een gedetailleerder beeld van de afbakening van het onderzoeksgebied warmtenet. Van belang is dus dat het haalbaarheidsonderzoek niet alleen laat zien òf een warmtenet haalbaar is, maar indien een warmtenet haalbaar geacht wordt ook wat precies de omvang en afbakening van het gebied zal zijn: Collectieve oplossing: Hierbij wordt een gebied van woningen (wijk of cluster) aangesloten op één gedeelde warmtebron. In de praktijk gaat het hierbij om een warmtenet, waarbij een bron mogelijke verschillende wijken of clusters kan bedienen. Individuele oplossing: Hierbij gaat het om een oplossing die gericht is op één pand. Bijvoorbeeld een woning, maar ook een appartementencomplex waarbij één bron alle appartementen voedt wordt gezien als een individuele oplossing.

In de praktijk gaat het dan om een all-electric oplossingen zoals een warmtepomp of hybride systemen.

Figuur 3: Het gebied waar een warmtenet onderzocht wordt (oranje) en waar individuele oplossingen het handelingsperspectief zijn (groen).

Figuur 4: Afbakening onderzoeksgebied warmtenet de Peulen en de Wielwijk.

5. Uitgangspunten In de route naar een aardgasvrije gemeente zal telkens moeten worden bijgestuurd aan de hand van nieuwe (technische) ontwikkelingen. Om weloverwogen keuzes te maken, zijn er door bewoners en de gemeente verschillende uitgangspunten opgesteld die gedurende het hele proces centraal staan. Toekomstig beleid en uitvoeringsplannen zullen getoetst worden aan deze uitgangspunten.

5.1 Uitgangspunten uit de TVW In de Transitievisie Warmte heeft de gemeente algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie geformuleerd, evenals afwegingscriteria voor de fasering en de voorkeurswarmteoplossing per buurt. Samengevat zijn dit de volgende punten:

Algemene uitgangspunten 1. Kiezen voor de duurzame oplossing met de laagste kosten1 en daarmee zorgen betaalbaarheid voor bewoners en bedrijven. 2. Iedereen moet mee kunnen doen in de warmtetransitie. 3. Natuurlijke momenten benutten zoals een verhuizing of verbouwing. 4. Beperken van warmtevraag door isolatie, maar ook het stimuleren van energie zuinig gedrag. 1

De begrippen 'betaalbaarheid' en 'laagste kosten' vergen nadere uitwerking en definiëring. Hier wordt bedoeld: de laagste kosten die betaald worden door de pandeigenaar (Ook wel BAK – Bijdrage Aansluit Kosten genoemd). Dit verhoudt zich tot maatschappelijke kosten, zoals verzwaring van het elektriciteitsnet bij individuele all-electric oplossingen. Het is alleen relevant maatschappelijke kosten mee te wegen als een collectieve oplossing met lagere maatschappelijke kosten een reëel alternatief is.

5. We doen het samen met bewoners en bedrijven, draagvlak en het vrijwillig nemen van maatregelen staan voorop (zolang wet- en regelgeving dit toe staan. In het geval van bedrijven kan er ook sprake zijn van verplichte maatregelen. Ook is er vanaf 2026 een verplichting tenminste over te gaan op een hybride oplossing bij vervanging van de CV-ketel in de meeste particuliere woningen). 6. Aandacht voor de volksgezondheid en milieuvriendelijke oplossingen door bijvoorbeeld het gebruik van schadelijke gassen te voorkomen of beperken. 7. Ruimte voor- en rekening houden met nieuwe technologieën waar mogelijk.

Afwegingscriteria voorkeurswarmteoplossing per buurt 1. Laagste maatschappelijke kosten. 2. Duurzaamheid: CO2-reductie en inpassing van direct bruikbare warmte, op te waarderen warmte en te maken warmte. 3. Inpasbaarheid in de ondergrond en de openbare ruimte.

Afwegingscriteria fasering 1. Er is een haalbare en betaalbare oplossing in zicht. 2. Er zijn kansen om energie en CO2 uitstoot te besparen. 3. Aanwezigheid van woningcorporaties en andere grote gebouweigenaren waarmee voldoende massa is om te starten. 4. Er kan een combinatie worden gemaakt met natuurlijke vervangingsmomenten en werkzaamheden. 5. Indien mogelijk en relevant: ruimte bieden aan lokale initiatieven met betrokkenheid van inwoners en ondernemers. Bijvoorbeeld een warmteoplossing die in eigendom en beheer is van een lokale energie coöperatie. In bijlage 1 is een uitgebreide toelichting van de uitgangspunten en afwegingscriteria te vinden.

5.2 Aanvullende aandachtspunten vanuit technisch en participatief onderzoek 'Van TVW naar Warmteplan' In het participatietraject in aanloop naar dit warmteplan zijn samen met bewoners aanvullende aandachtspunten geformuleerd bij de uitgangspunten uit de TVW. Samengevat zijn dit de volgende punten: 1. Communicatie – We communiceren helder. We gebruiken verschillende manieren van communicatie om iedereen te bereiken zoals gesprekken in de buurt, sociale media en artikelen in het Kompas. 2. Actiestappen – We laten zien wat mensen kunnen verwachten en zelf kunnen doen. 3. Leren – We leren uit ervaringen uit het hele land. 4. Betrouwbare kosten – De kosten zijn helder en we werken met betrouwbare partijen en aannemers. 5. Draagvlak – Er moet draagvlak zijn voor de nieuwe manier van verwarmen. 6. Impact – Bij de keuze voor een nieuwe manier van verwarmen wordt de impact op de woning en omgeving meegenomen in de afweging. We houden rekening met zaken als natuur, bodemdaling en de gevolgen voor het elektriciteitsnet. In bijlage 2 is de volledige lijst van aandachtspunten vanuit bewoners te vinden.

6. Beschrijving warmteoplossingen Om een woning duurzaam te verwarmen kennen we momenteel twee opties: een collectieve oplossing in de vorm van een warmtenet en individuele oplossingen op gebouwniveau (zie ook hoofdstuk 4: Afbakening). In dit hoofdstuk, Beschrijving Warmteoplossingen, worden de technische aspecten van beide opties toegelicht. Ook wordt het handelingsperspectief voor bewoners toegelicht.

6.1 Warmtenet Met een warmtenet wordt een cluster gebouwen collectief verwarmd. Voorwaarden om een woning te kunnen verwarmen middels een warmtenet zijn a) het warmteafgiftesysteem dient geschikt te zijn; en b) er dient een ventilatiesysteem aanwezig te zijn. Als voor een lage temperatuur warmtenet wordt gekozen moet de woning daarnaast voldoende geïsoleerd zijn voor verwarming op lage temperatuur (50 °C).

Haalbaarheidsstudie De komende periode wordt een haalbaarheidsstudie gedaan in het warmtenetgebied om te kijken of we tot een uitvoeringsplan kunnen komen op basis waarvan een warmtenet gerealiseerd kan worden. De uitkomst kan ook zijn dat het toch niet haalbaar is. In dat geval gelden de individuele oplossingen die in de rest van dit stuk benoemd worden.

Handelingsperspectief bewoners warmtenetgebied •

•

•

•

Als de woning nog niet optimaal geïsoleerd is, loont isoleren en ventileren altijd. Met betere isolatie gaat de CO2-impact van de woning omlaag en daalt de energierekening. En ventileren helpt om de luchtvochtigheid te controleren: een (te) vochtig huis vraagt meer warmte dan een huis met lagere vochtigheidsgraad. In het warmtenetgebied wordt in de nabije toekomst een haalbaarheidsstudie naar het warmtenet gedaan. Tot dat onderzoek is afgerond, is er nog geen zekerheid of het warmtenet er komt. Bewoners kunnen nog een nieuwe HR Cv-ketel kopen of als tussenstap een hybride warmtepomp overwegen. Met een hybride warmtepomp wordt direct CO2 bespaard. Het leasen van een cv-ketel is een raadzame optie als bekend wordt dat het warmtenet op wordt aangelegd binnen de termijn waarop de cv-ketel wordt afgeschreven, dus in de praktijk binnen de 8-15 jaar). Meedoen is (voorlopig) vrijblijvend. Bewoners mogen ook altijd voor een andere aardgasvrije oplossing kiezen. Bij een warmtenet krijgt de bewoner ook altijd de optie om niet mee te doen (opt-out).

6.2 Individuele oplossingen Om een woning duurzaam te verwarmen op gebouwniveau bestaan momenteel twee mogelijkheden: all-electric oplossingen en hybride oplossingen.

All-electric warmtepomp Met een all-electric warmtepomp kan een woning aardgasvrij verwarmd worden. Voorwaarden om een woning te kunnen verwarmen met een all-electric warmtepomp zijn a) de woning moet voldoende geïsoleerd zijn voor verwarming op lage temperatuur (50 °C); b) het warmte-afgiftesysteem dient geschikt te zijn (LT-convectoren of vloerverwarming); en c) er dient een ventilatiesysteem aanwezig te zijn. Wanneer een woning aan deze voorwaarden voldoet, is dit de aangewezen oplossing.

Hybride warmtepomp Wanneer de randvoorwaarden voor all-electric (nog) niet op orde zijn, is de hybride warmtepomp het handelingsperspectief. Deze oplossing kan in bijna elke woning toegepast worden, eventueel in combinatie met de bestaande Cv-ketel. Hybride kan als tussenoplossing dienen in de weg naar allelectric, maar in combinatie met groen gas kan het ook een oplossing zijn op de lange termijn. In verband met de beperkte beschikbaarheid van groen gas, is de laatste optie alleen weggelegd voor woningen die niet op een andere manier duurzaam verwarmd kunnen worden.

Strategie op groen gas Het is aannemelijk is dat niet alle gebouwen in de gemeente die voor een individuele oplossing in aanmerking komen, geschikt kunnen worden gemaakt voor verwarmen met een all-electric warmtepomp (denk bijvoorbeeld aan monumenten). Om deze woningen in de toekomst toch duurzaam te kunnen verwarmen, is het nodig om een strategie te ontwikkelen op groen gas.

Handelingsperspectief individuele oplossingen Verschillende woningsituaties leiden tot een verschillend handelingsperspectief voor bewoners. Globaal geldt binnen het gebied met individuele oplossingen het volgende handelingsperspectief: • •

• • •

Als de woning nog niet optimaal geïsoleerd is, loont isoleren en ventileren altijd. Met betere isolatie gaat de CO2-impact van de woning omlaag en daalt de energierekening. Als de woning gebouwd is vóór 1993 of het energielabel van de woning is C of slechter, is een hybride warmtepomp de best passende oplossing. Hiermee wordt CO2 bespaard en daalt de energierekening. Als de woning gebouwd is na 1992 of label B of A heeft, kan een volledig elektrische warmtepomp overwogen worden. De woning is dan klaar voor aardgasvrij. Voor appartementencomplexen met meer dan 10 woningen is blokverwarming een goede oplossing. Isoleren en het aanbrengen van een nieuwe manier van verwarmen is (voorlopig) vrijblijvend, met de kanttekening dat vanaf 2026, op enkele uitzonderingen na, geen nieuwe Cv-ketel meer mag worden gekocht2. Bewoners mogen ook een andere aardgasvrije oplossing kiezen. Bij voorkeur wordt gekozen voor de warmteoplossing die de meeste CO2-reductie oplevert. En vanzelfsprekend moet de oplossing voldoen aan de dan geldende wet- en regelgeving.

De gemeente stimuleert de isolatie van woningen en het realiseren van individuele warmteoplossingen door: het verstrekken van duidelijke informatie, mee te denken met bewoners, te wijzen op financiële mogelijkheden zoals subsidies en leningen en concreet handelingsperspectief te bieden (welke oplossing is wanneer de meest logische). Het handelingsperspectief voor bewoners is samengevat in figuur 4.

2

In flats, appartementen, monumenten, en bij te hoge investeringskosten mag na 2026 nog een CV-ketel worden aangeschaft. Zie Kamerbrief Reikwijdte Normering Verwarmingsinstallaties.

Figuur 4. Handelingsperspectief voor bewoners.

7. Uitvoeringsstrategie 7.1 De insteek: natuurlijk tempo Belangrijk in onze strategie op het individuele spoor is ruimte voor woningverduurzaming op ‘natuurlijke momenten’: momenten waarop het voor een woningeigenaar zélf logisch is om energiebesparende maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld bij een verbouwing, verhuizing, of wanneer de Cv-ketel aan vervanging toe is. Wij zorgen ervoor dat, zodra dit moment zich aandient, de omstandigheden zo optimaal mogelijk zijn om daadwerkelijk tot woningverduurzaming over te gaan. Dit doen we door het bieden van een duidelijk handelingsperspectief, de beschikbaarheid van voldoende betrouwbare informatie, de beschikbaarheid van op de woning toegespitst advies en het informeren over financiële mogelijkheden zoals leningen en subsidies, als dan niet in combinatie met collectieve inkoop acties. We hebben er vertrouwen in dat bewoners voor duurzame oplossingen kiezen wanneer het moment voor hen daar is. Niet alleen vanuit betrokkenheid bij het klimaat, maar ook omdat een duurzame woning veel voordelen biedt, zoals een waardevermeerdering van de woning, een comfortabeler binnenklimaat en een lagere energierekening.

7.2 Stakeholders De volgende stakeholders zijn betrokken bij de warmtetransitie in Hardinxveld-Giessendam: •

Bewoners. Bewoners hebben een centrale rol in de transitie omdat zij keuzes maken om hun woningen te verduurzamen (op voor hen natuurlijke momenten).

•

Stedin. Stedin beheert het elektriciteitsnetwerk en de gasleidingen. Goede afstemming tussen Stedin en de gemeente is onder andere nodig om te zorgen dat er bij voorkeur geen netcongestie ontstaat op het elektriciteitsnetwerk en de netwerken adequaat onderhouden worden in relatie tot toekomstscenario's. En waar congestie ontstaat dienen maatregelen genomen te worden om de effecten ervan te dempen en de ontstane congestie op zo kort mogelijk termijn op te lossen (noot: korte termijn kan hier wel een periode van enkele jaren zijn).

•

Fien Wonen. Fien Wonen beheert de sociale woningvoorraad. Woningcorporaties worden vanwege de omvang van hun woningbezit gezien als ‘startmotor’ van de transitie naar aardgasvrij. Met deze uitvoeringsagenda beoogt de gemeente aan Fien de duidelijkheid te bieden die nodig is voor de beoogde verduurzamingsslag binnen haar woningbestand. Waarbij ook Fien als het gaat om het tempo waarmee zij kan handelen mogelijk afhankelijk is van de beschikbare netcapaciteit. Zie 'Stedin'

•

De gemeente. De gemeente speelt een faciliterende en stimulerende rol. Ze ondersteunt bewoners en blijft in gesprek met de betrokken partijen. Er wordt overlegd en bijgestuurd waar nodig. De gemeente biedt ook duidelijkheid over het meest gewenste handelingsperspectief.

•

De RES-regio Drechtsteden. De RES-regio Drechtsteden is een samenwerkingsverband op het gebied van energie. Binnen dit samenwerkingsverband wordt afstemming gezocht over zaken die alle deelnemende gemeentes aangaan, zoals strategie, inzet waarin het logisch is om de samenwerking op te zoeken, datacollectie en ervaringen delen.

•

Buurgemeenten. Met de buurgemeente Molenlanden en Gorinchem wordt regelmatig afgestemd. Wat wij doen heeft namelijk mogelijk ook effect op hen en vice versa. We maken

bijvoorbeeld deels gebruik van dezelfde transformatorstations en voor een potentieel warmtenet zou hetzelfde oppervlaktewater gebruikt worden. •

HVC is kennispartner in de haalbaarheidsstudie warmtenet De Peulen (collectieve spoor). In het individuele spoor zien we niet direct een rol voor HVC. HVC heeft veel ervaring met het aanleggen van warmtenetten in de regio, en kan zodoende kansen voor collectieve oplossingen in de gemeente identificeren of uitsluiten.

7.3 Maatregelen Op het gebied van energiebesparing en het stimuleren van woningverduurzaming wordt (in ieder geval, maar niet noodzakelijk uitputtend) ingezet op de volgende maatregelen: -

-

-

-

-

-

Informatie- en participatiebijeenkomsten. In wijken en buurten worden informatieen Bij de keuze voor een bepaalde participatiebijeenkomsten georganiseerd om verduurzamingsoplossing dient telkens een optimale match te inwoners mee te nemen in het handelingsperspectief worden gezocht tussen de oplossing, en zo het natuurlijke moment stimuleren en te de woning en de eigenaar. Van één achterhalen op welke wijze de gemeente dit proces ideale oplossing voor een woning is kan ondersteunen. Hierbij worden collectieve acties geen sprake: de beleving van de als optie verkend. eigenaar speelt altijd een rol. Communicatie en participatie. We veronderstellen Parameters geven een goede dat woningeigenaren verduurzamen op voor hen indicatie, maar zijn aan verandering natuurlijke momenten. Goede communicatie onderhevig als gevolg van de zich ondersteunt het vinden en benutten van deze ontwikkelende warmte- en isolatietechnieken. Maatwerk, recht momenten. Hoofdstuk 8 gaat hier dieper op in. doen aan de subjectieve beleving Meerjarenprogramma. Met de uitrol van een van bewoners en natuurlijke meerjarenprogramma (2024 – 2027) op isolatie momenten zijn daarom van groot (Lokale Aanpak Isolatie, voorheen NIP) wordt het belang in de uitvoer van de verduurzamen van woningen min of meer 'going warmtetransitie. concern'. Netcongestie voorkomen.

Er wordt gefocust op het tegengaan of beperken van netcongestie. In samenhang met zowel het beter benutten van het huidige netwerk (smart grid) als uitbreiden van het bestaande netwerk (met name trafo's Stedin). Dataverzameling. Er wordt gefocust op het verzamelen van data met als doelen: leren én meer grip op de opgave. Data verzamelen en analyseren wordt in regionaal verband opgepakt. Haalbaarheidsonderzoek Warmtenet. In opvolging van dit Warmteplan wordt gestart met een haalbaarheidsonderzoek voor het mogelijke warmtenet De Peulen. Resultaat moet zijn: een wijkuitvoeringsplan óf een besluit dat een warmtenet ook daar niet haalbaar is. Collectief individuele oplossingen stimuleren. In geografische clusters waar de kans op een collectief natuurlijk moment groot is, zoals een cluster woningen met hetzelfde bouwjaar en dezelfde energetische eigenschappen, kan verduurzaming gestimuleerd worden door het aanbieden van collectieve inkoopacties. Voor geografische clusters waar een all-electric oplossing passend is, kan op den duur een vervolgstap zijn om een besluit te nemen voor het aardgasvrij maken van deze clusters (al dan niet op basis van de wet collectieve warmte).

-

7.4 Parameters en maatwerkadvies. Parameters, zoals weergeven in hoofdstuk 5, zijn een goed hulpmiddel om globaal te bepalen voor welke oplossing een woning klaar is. Het verduurzamen van een woning is echter altijd maatwerk,

omdat een optimum moet worden bereikt tussen de woning, de oplossing en persoonlijke voorkeuren van de eigenaar. Voor de één is dit optimum jaren geleden al bereikt, en voor een ander ligt dat moment in de toekomst. Wij vertrouwen erop dat tussen nu en 2050 voor iedere bewoner zo'n optimaal natuurlijk moment ontstaat. Door het aanbieden van parameters en toegang geven tot maatwerkadvies ondersteunen we bewoners in het benutten van natuurlijke momenten.

7.5 Risico's en beheersmaatregelen In de volgende tabel zijn enkele risico's en beheersmaatregelen samengevat. Risico Netcongestie

Diversiteit in informatiebronnen en -boodschappen.

Publiek draagvlak dat wordt verzwakt door actualiteit (negatief nieuws) Bewoners willen niet meedoen Groen gas komt niet beschikbaar Niet consistent overheidsbeleid Risico dat we niet goed weten hoe woningen ervoor staan (data)

Beheersmaatregel Goede afstemming met Stedin over tempo en de inzet van stimuleringsmaatregelen. Daarnaast dienen we ook rekening te houden met het optreden van netcongestie, de kans hierop is reëel. Bewoners via verschillende kanalen van betrouwbare informatie voorzien en deze informatie regelmatig herhalen. Bewoners via verschillende kanalen van betrouwbare informatie voorzien en deze informatie regelmatig herhalen. Wij hebben er vertrouwen in dat voor iedere woning er vanzelf een natuurlijk moment komt. Een strategie ontwikkelen op groen gas, ook lokaal en regionaal te produceren. Met name in regionaal verband en via VNG proberen te sturen. Datacollectie en ons opstellen als lerende organisatie.

8. Communicatie en participatie 8.1 Belang van participatie en communicatie In de Duurzaamheidsagenda van Hardinxveld-Giessendam wordt over het belang van participatie en communicatie het volgende gezegd: "Voor een groot deel van de vraagstukken op het gebied van duurzaamheid is het van groot belang samen met de samenleving de passende antwoorden te vinden en realiseren. Hiervoor is participatie nodig waarbij vooraf duidelijk is wat precies de mate van invloed is die vanuit de samenleving gewenst is of verwacht kan worden. Om dit te laten slagen is accurate informatievoorziening van groot belang. Immers, om mee te kunnen praten en denken is het van belang dat je dezelfde informatie deelt en kent."

In het participatietraject in aanloop naar dit plan vroegen inwoners ons om herhaaldelijk en via verschillende kanalen te communiceren over de voortgang van de warmtetransitie. De volgende manieren werden voorgesteld: •

•

•

Er dient gecommuniceerd te worden in de buurt (bijvoorbeeld met een voorlichtingsbus, via brieven en aan de keukentafel) Er dient regelmatig gecommuniceerd te worden middels het Kompas Er dient gecommuniceerd te worden middels sociale media

Voor de warmtetransitie geldt dit bij uitstek. Goede communicatie is nodig om inwoners de nadrukkelijk gevraagde duidelijkheid te bieden. Participatie kan worden ingezet om te onderzoeken of er een ondersteuningsbehoefte is vanuit bewoners waar de gemeente op kan inspelen; om gezamenlijke natuurlijke momenten in geografische clusters te identificeren; en om de ondersteuningsbehoefte van de samenleving in beeld te krijgen en daar binnen de geldende voorwaarden een passend aanbod op te ontwikkelen.

8.2 Uitvoer communicatie en participatie In lijn met de Duurzaamheidsagenda wordt ingezet op participatietrajecten waarbij vooraf steeds vastgesteld wordt hoe en wat er van inwoners (en andere betrokkenen) verwacht wordt; welke inbreng zij hebben en hoe hun inbreng wordt verwerkt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van en/of primair getoetst aan het geldende participatiebeleid of – visie van de gemeente HardinxveldGiessendam. Er wordt gebruik gemaakt van zowel online media (websites, social media) als offline media (Kompas, huis-aan-huis brieven, etc.). Op het moment van schrijven (Q1 2024) wordt op de volgende manieren ingezet op communicatie op het gebied van de warmtetransitie: • • • • • • •

Energieloket (platform Duurzaam Drechtsteden) Buurkracht in twee wijken Raadswerkgroep Campagne 'Fakkeldragers' Nieuwsbrieven, social media, video's Duurzaamheidspagina in Het Kompas Regionale communicatie

9. Monitoring Voortgangsmonitor op aardgasvrij Om de voortgang van het aardgasvrij worden van het woningbestand in de gemeente te monitoren is complete, accurate en actuele data van de staat van woningen nodig. Deze informatie is momenteel echter onvoldoende beschikbaar. Energielabels geven een indicatie van de stand van zaken, maar in de praktijk zien we dat ze soms een vertekend beeld van de realiteit geven. Dit heeft ermee te maken dat het meest voor de hand liggende moment om het energielabel vast te laten stellen vlak voor de verkoop van een woning ligt, terwijl een aangewezen moment om een woning te verduurzamen na de verkoop is. Dit zorgt voor een verschil tussen de beschikbare data en de realiteit (de data 'loopt achter'). Om deze reden is datacollectie en -deling van belang, evenals een lerende houding, zodat we steeds beter weten hoe we ervoor staan. In het geval van een warmtenet en bij het uitrollen van collectieve inkoopacties is monitoring goed te organiseren. Ook de overgang naar all-electric warmtepompen kan redelijk accuraat gemonitord worden door de adressen te selecteren waarbij het gas is afgesloten (uiteraard buiten het warmtenetgebied, indien dit wordt ontwikkeld). De monitoring van hybride oplossingen is het meest uitdagend. Het aantal aansluitingen bij Stedin geeft een indicatie van de groei van de elektriciteitsbehoefte.

Idealiter wordt de voortgang op aardgasvrij elke twee jaar geüpdatet.

10.

Planning en fasering

Tot 2030 ziet de aanpak van de warmtetransitie in Hardinxveld-Giessendam er globaal als volgt uit. Op het individuele spoor loopt vanaf nu tot 2030 een aanbod van ondersteuning, communicatie en participatie dat zich telkens herhaalt. Dit wordt als het ware 'going concern'. Op het collectieve spoor wordt naar verwachting tot en met 2025 de haalbaarheid van het warmtenet onderzocht. Dan volgt een go/no go moment, waarna ofwel een uitvoeringsplan voor het warmtenet wordt opgesteld en uitgevoerd, of wordt besloten dat een warmtenet niet haalbaar is. In dat laatste geval wordt vanaf dat moment ook in dit cluster ingestoken op het individuele spoor. Komt het warmtenet er wel, dan is voor de realisatie hiervan zo'n 8 jaar uitgetrokken. De komende 8 jaar wordt om de 2 jaar een actualisatie van het warmteplan gemaakt. Ten behoeve van de actualisatie van het warmteplan wordt om de 2 jaar een voortgangsrapportage uitgebracht. Dit warmteplan geldt als de opvolger van de Transitie Visie Warmte (TVW).

11. Financiële impact 11.1 Toelichting op benodigde financiële middelen De inzet die volgt uit dit Warmteplan vergt ook de nodige financiële middelen. Die inzet is op hoofdlijnen op te delen in drie sporen. Namelijk: 1. Haalbaarheidsonderzoek Warmtenet De Peulen en Wielwijk. 2. Communicatie en Participatie. 3. Collectieve acties en ondersteuning. Daarnaast is het van belang te realiseren dat de Energie- en Warmtetransitie het jaar 2050 als tijdshorizon hebben. Waarmee het dus processen zijn die niet alleen jarenlang, maar zelfs decennialang duren. Dit warmteplan richt zich qua uitvoering en begroting op de komende jaren (2024 t/m 2026), en daarmee op de realisatie van een deel van die processen. Waarvan met name het concreet maken van de haalbaarheid van een warmtenet in Hardinxveld-Giessendam de meest belangrijke stap is. Deze stap is dus volledig opgenomen in onderstaande begroting (Spoor 1). Beide andere sporen (2 en 3) zijn onderdeel van het langdurige proces, en zijn dus alleen voor de komende jaren financieel vertaald. Waarbij het ook van belang is te realiseren dat met name Participatie en Communicatie (spoor 2) in de volle breedte van de Duurzaamheidsagenda centraal staan. Daarmee is ook niet altijd goed af te bakenen wanneer het om Participatie en Communicatie als opvolging van dit Warmteplan gaat of een breder doel (Duurzaamheid in het algemeen) dient.

De in deze begroting opgenomen gelden moeten dus gezien worden als onderdeel van een bredere inzet op Communicatie en Participatie.

11.2 Begroting Activiteiten 2024 tm 2026 Spoor 1: Haalbaarheidsonderzoek Warmtenet Spoor 2: Communicatie en Participatie Spoor 3: Collectieve acties en ondersteuning

Begroot € 50.000,00 € 45.000,00 € 24.000,00

11.3 Dekking Dekking voor dit warmteplan geschiedt uit de algemene middelen die toegevoegd zijn aan het Programma Duurzaamheid van deze gemeente. Onderdeel van die middelen zijn ook Specifieke Uitkeringen (SPUKs) die door de Rijksoverheid ter beschikking zijn gesteld voor het uitvoering geven aan de Duurzaamheidsopgaven (met name gericht op de Warmte- en Energie Transitie). Daarmee vergt de uitvoering van dit Warmteplan dus géén additionele middelen.

Bijlage 1: Uitgangspunten en afwegingscriteria Transitie Visie Warmte

Bijlage 2: Aanvullende aandachtspunten warmtetransitie vanuit bewoners

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/911/documents/29437