Voorstel Vaststellen Volkshuisvestingsprogramma Hardinxveld-Giessendam 2026.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad GHG Raadsvoorstel Zaaknummer: 2025-0127297 Vergadering van 29 januari 2026 Gemeente Hardinxveld-Giessendam - Hardinxveld-Giessendam Auteur: Erwin Donga Portefeuillehouder: Arjan Meerkerk
Vaststellen Volkshuisvestingsprogramma Hardinxveld-Giessendam 2026 Voorgesteld besluit 1. Het Volkshuisvestingsprogramma Hardinxveld-Giessendam 2026 vast te stellen.
Inhoud Inleiding In de Omgevingsvisie "Hardinxveld-Giessendam, Een frisse blik vooruit" is vastgelegd dat een Volkshuisvestingsprogramma wordt opgesteld. Aan een actueel programma is dringend behoefte, gezien de ontwikkelingen en situatie binnen het brede beleidsveld van volkshuisvesting en het (verouderde) geldend gemeentelijk beleid op het gebied van bouwen en wonen. Met voorliggend Volkshuisvestingsprogramma Hardinxveld-Giessendam 2026 wordt hier invulling aan gegeven. Beoogd effect Richting geven aan de uitvoering van het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid voor de komende jaren, zodat er voldoende en passende woningen in Hardinxveld-Giessendam gerealiseerd kunnen worden. Argumenten 1.1 Het programma is een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie Vanuit de systematiek van de Omgevingswet worden in de Omgevingsvisie de ambities en strategische doelen van de gemeente beschreven. In omgevingsprogramma's wordt vervolgens aangegeven hoe uitwerking en uitvoering wordt gegeven aan de ambities en doelen. Zo vormt voorliggend Volkshuisvestingsprogramma de basis voor het opstellen van een uitvoeringsagenda met concrete acties, maatregelen en instrumenten, het maken van prestatieafspraken (tussen gemeente, woningcorporatie en huurderorganisatie) en het maken van afspraken met overige woningmarktpartners (zoals projectontwikkelaars, bouwers en initiatiefnemers).
De Omgevingsvisie "Hardinxveld-Giessendam, Een frisse blik vooruit" geeft als ambitie op het gebied van wonen: "In 2050 is Hardinxveld-Giessendam een dorp met een gevarieerd woningaanbod dat aansluit bij de bevolkingsopbouw en behoeften van verschillende doelgroepen, zoals ouderen, starters en gezinnen. Gemeente Hardinxveld-Giessendam is naast de eigen behoefte bereid ook een deel van de regionale woningbouwbehoefte op te nemen, passend bij de gemeenschap." Op basis van deze ambitie zijn de volgende strategische doelen geformuleerd: Verhoging van de woningbouwproductie Versnelling van de uitvoering van woningbouwplannen Vergroten van het aandeel sociale huur- en betaalbare woningen Voorzien in de woonbehoefte van aandachtsgroepen en mensen met een binding aan de gemeente
1/4
1.2 Behoefte aan een actuele en integrale beleidsuitwerking op volkshuisvesting Gezien de situatie op de woningmarkt en actuele maatschappelijke ontwikkelingen op het brede terrein van de volkshuisvesting is er behoefte aan herziening van het geldend beleid op het gebied van bouwen en wonen. Het huidige beleid, zoals verwoord in de Lokale paragraaf Wonen en de Lokale paragraaf Bouwen, biedt geen passende antwoorden op de vraagstukken die nu voorliggen. De behoefte aan herziening van het geldend beleid komt ook duidelijk naar voren in het in februari 2025 uitgebrachte onderzoek van de Rekenkamer naar de effectiviteit van het gemeentelijk Woonbeleid. De eerste aanbeveling van de Rekenkamer luidt dan ook om het huidige woonbeleid te actualiseren. Het huidige beleid voldoet niet meer en is onder meer op het punt van het aandeel betaalbare woningen en sociale huurwoningen aan herziening toe. Verder wordt door de Rekenkamer meegegeven om de samenwerking met de bij het wonen betrokken lokale partners te verstevigen en om in het beleid meer ruimte te bieden voor maatwerk om aan specifieke vragen en behoeften te kunnen voldoen. De nieuwe beleidsuitwerking op volkshuisvesting moet meer integraal worden vormgegeven en verkokering van beleid tegengaan. Met de aanbevelingen van de rekenkamer is rekening gehouden in de inhoud van het Volkshuisvestingsprogramma.
En conform de aanbeveling van de rekenkamer krijgt de samenwerking met betrokken lokale partijen inmiddels een meer intensieve en resultaatgerichte invulling. Zowel bij de opstelling van de Woonzorganalyse, de samenwerking in het Bouwberaad als ook bij de voorbereiding van de nieuwe beleidsuitwerking in dit Volkshuisvestingsprogramma werpt deze versteviging van de samenwerking inmiddels zijn vruchten af. 1.3 Inhoud van het programma dekt integraal alle thema's op het gebied van wonen In voorliggend Volkshuisvestingsprogramma worden, na een inleidend hoofdstuk, drie grote beleidsthema's behandeld: • de woningbouwopgave/het woningbouwprogramma; • wonen, zorg en welzijn – de huisvesting van aandachtsgroepen; • toekomstbestendig wonen – duurzaamheid en leefbaarheid van woningen en wijken. Per thema worden de huidige situatie en opgaven in beeld gebracht en wordt kernachtig beschreven wat we gaan doen. Ten slotte wordt beschreven hoe het programma wordt gemonitord en geëvalueerd en hoe we de uitvoering van het programma voor ons zien. 1.4 Het programma kent een wisselwerking tussen lokaal en regionaal beleid Gelijktijdig met de opstelling van het gemeentelijk Volkshuisvestingsprogramma is een intensivering van de regionale samenwerking op het gebied van volkshuisvesting en wonen ingezet en wordt gewerkt aan gezamenlijk regionaal beleid.
Bedoeling is om als eerste gezamenlijk afspraken te maken over een regionaal woningbouwprogramma en over de huisvesting van aandachtsgroepen. Het Volkshuisvestingsprogramma is een basis voor de gemeentelijk inbreng in deze samenwerking en andersom geeft de regionale samenwerking input voor de gemeentelijke beleidsuitwerking op wonen en bouwen. 1.5 Analyses en gesprekken met partners zijn verwerkt in het programma Bij de opstelling van het Volkshuisvestingsprogramma is uitgegaan van de inhoud van diverse relevante beleidsstukken. Naast de reeds genoemde Omgevingsvisie en het onderzoeksrapport van de Rekenkamer zijn dit een tweetal vooronderzoeken die het afgelopen jaar zijn uitgevoerd: de (regionale) woningmarktanalyse Drechtsteden en de (lokale) Woonzorganalyse HardinxveldGiessendam. De inhoud, conclusies en aanbevelingen van deze onderzoeken en beleidsstukken zijn betrokken bij en verwerkt in het Volkshuisvestingsprogramma. De Omgevingsvisie en de Woonzorganalyse zijn tot stand gekomen via een uitgebreid proces van participatie. Omdat het Volkshuisvestingsprogramma een doorvertaling is van de uitkomsten van deze beleidstrajecten is bij de voorbereiding van het programma gekozen voor een compact participatietraject.
Aan samenwerkingspartners en aan inwoners is gelegenheid geboden tot participatie en het reageren op een ontwerp van het programma; de uitkomsten van deze participatie zijn in voorliggend programma verwerkt.
2/4
Kanttekeningen 1.1 Volkshuisvestingsprogramma niet als ontwerp ter inzage Het Volkshuisvestingsprogramma is een zgn. niet-verplicht omgevingsprogramma. Een dergelijk programma hoeft niet eerst als ontwerp ter inzage te worden gelegd, maar er kan voor gekozen worden dat alsnog wel te doen. Er is een aantal overwegingen om daar in dit geval vanaf te zien en het programma direct vast te stellen. De onderliggende stukken zoals de Omgevingsvisie en de Woonzorganalyse zijn reeds via een uitgebreid voorbereidingstraject tot stand gekomen en het Volkshuisvestingsprogramma bouwt verder op de inhoud van deze stukken. Bovendien is het voornemen om behandeling van het Volkshuisvestingsprogramma door de raad in twee stappen te doen plaatsvinden: via een Oordeelsvorming en Besluitvorming met de bijbehorende mogelijkheden voor inbreng door belanghebbenden. Ten slotte is afgewogen dat de urgentie om op korte termijn te beschikken over een actueel Volkshuisvestingsprogramma en de bestuurlijke wens om het programma in deze raadsperiode vast te stellen, zwaarder weegt dan het volgen van een uitgebreidere voorbereidingsprocedure dan wettelijk gezien noodzakelijk is. 1.2 Het Volkshuisvestingsprogramma wordt vastgesteld door college én raad.
Vanuit de systematiek van de Omgevingswet is vaststelling van de Omgevingsvisie een raadsbevoegdheid; vaststelling van een omgevingsprogramma is een juridische bevoegdheid van het college. Afhankelijk van lokale keuzes en een eigen invulling kan de raad bij de voorbereiding van programma's op een meer of minder intensieve wijze betrokken worden. Eerder dit jaar is tussen college en raad gesproken over de wijze van opstelling van omgevingsprogramma's bij beleidsontwikkeling. Daarbij heeft de raad aangegeven het Volkshuisvestingsprogramma te willen vaststellen, vanuit het belang van het onderwerp en een nauwe betrokkenheid van de raad. Gelet op de hierover gemaakte afspraken wordt het Volkshuisvestingsprogramma integraal ter vaststelling voorgelegd aan zowel college als raad. Financiële informatie De opstelling en vaststelling van het Volkshuisvestingsprogramma heeft op zichzelf geen financiële consequenties. De uitvoering van een groot aantal activiteiten en werkzaamheden kan eveneens vanuit beschikbare formatie en budget plaatsvinden: dit geldt voor doorlopende en reguliere werkzaamheden en de activiteiten waarvan in het Volkshuisvestingsprogramma is vermeld dat deze in 2026 zullen worden opgepakt. Overige activiteiten en werkzaamheden, nieuwe beleidsimpulsen en op te starten pilots, worden in de nog op te stellen uitvoeringsagenda op rij gezet en geprioriteerd.
Daarbij zal tevens worden ingegaan op eventuele financiële consequenties en worden indien nodig separate dekkingsvoorstellen voorgelegd, bij voorkeur in de producten van de P&C-cyclus. Verder zal de uitvoering van concrete projecten en de financiële implicaties hiervan ook via de reguliere cyclus verantwoord en waar nodig bijgestuurd worden. Participatie Bij de voorbereiding van het Volkshuisvestingsprogramma is aan een groot aantal partijen (bijvoorbeeld de partijen in het Bouwberaad en de bij de Woonzorganalyse betrokken organisaties) en aan inwoners gelegenheid geboden tot participatie. Vanuit deze participatie is door inwoners aandacht gevraagd voor onderwerpen die zijn opgenomen in het Volkshuisvestingsprogramma; deze reacties geven geen aanleiding tot aanpassing van het Volkshuisvestingsprogramma. Reactie Huurdersraad Hardinxveld-Giessendam Een uitgebreide reactie is gegeven door de Huurdersraad Hardinxveld-Giessendam; deze reactie is als bijlage bij dit voorstel gevoegd. De Huurdersraad stemt op hoofdlijnen in met de inhoud van het Volkshuisvestingsprogramma. De Huurdersraad onderstreept het belang om tot daadwerkelijke uitvoering van de in het programma opgenomen actiepunten en voornemens te komen en om de voortgang van het programma goed te monitoren en inzichtelijk te maken. Dit zijn zaken die met het volkshuisvestingsprogramma inderdaad beoogd worden.
In de jaarlijks op te stellen Uitvoeringsagenda worden de activiteiten en werkzaamheden nader uitgewerkt en de adviezen van de Huurdersraad zullen daarbij worden betrokken.
3/4
Een aantal onderdelen uit het advies van de Huurdersraad heeft betrekking op de inhoud van de prestatieafspraken en de samenwerking met Fien Wonen. Bijvoorbeeld waar het gaat over de hoogte van de huurverhogingen en de rol van de Huurdersraad in de samenwerking met Fien Wonen. Deze punten uit de reactie zullen worden besproken in het periodieke gezamenlijke overleg tussen Huurdersraad, Fien Wonen en gemeente. Bezien zal worden of het nodig is de Prestatieafspraken hierop aan te vullen of de wijze van samenwerking tussen partijen hierop aan te passen. De Huurdersraad geeft een concreet advies tot inhoudelijke wijziging van het Volkshuisvestingsprogramma op het punt van het minimale aandeel sociale huur in het gemeentelijk woningbouwprogramma. In het Volkshuisvestingsprogramma is opgenomen dat 1/3 van de te bouwen woningen uit sociale huurwoningen moet bestaan, de Huurdersraad adviseert dit te verhogen naar minimaal 40%. Het aandeel van 1/3 sluit aan bij de inzet vanuit rijk en provincie en betekent een grote wijziging ten opzichte van het huidige gemeentelijk beleid.
Gelet op de behoeften en maatschappelijke ontwikkelingen wordt het noodzakelijk geacht om in te zetten op een fors aandeel sociale huur in het woningbouwprogramma, maar bij de voorbereiding en uitvoering van woningbouwprojecten moet blijken wat er (financieel en ruimtelijk) nodig is om dit ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. De inzet van verschillende instrumenten, zoals een Vereveningsfonds Sociale Huur, zal bijdragen aan de realisatie van deze doelstelling. Op voorhand is duidelijk dat een aandeel van 1/3 sociale huur in het woningbouwprogramma een ambitieuze doelstelling is en het wordt (in ieder geval op dit moment) niet verstandig geacht dit aandeel verder te verhogen. Met de hiervoor op onderdelen gegeven toelichting geeft de reactie van de Huurdersraad geen aanleiding tot aanpassing van het Volkshuisvestingsprogramma. Communicatie Na vaststelling van het Volkshuisvestingsprogramma wordt over het programma en over de afzonderlijke activiteiten en werkzaamheden gecommuniceerd. Hiertoe zal begin 2026 een actueel communicatieplan Wonen worden gecommuniceerd en vervolgens uitgevoerd. Vervolg Het Volkshuisvestingsprogramma wordt ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Na vaststelling wordt het programma gepubliceerd in het DSO en wordt de uitvoering ter hand genomen. Openbaar Ja
Bijlagen 1. Volkshuisvestingsprogramma Hardinxveld-Giessendam 2026 2. Bijlage 1 Rapportage WBO Drechtsteden 3. Bijlage 1b Factsheets WBO Drechtsteden 4. Bijlage 2 Woonzorganalyse Hardinxveld-Giessendam 14072025 5. Bijlage 3 Eindverslag Versnelling woningbouwopgave Hardinxveld-Giessendam 2025 6. Bijlage 4 Woningbouwprogramma november 2025 7. Bijlage 5 Advies Huurdersraad op concept Volkshuisvestingsprogramma 2026-2030 8. infographic volkshuisvesting 9. Beantwoording Technische vragen SGP over raadsvoorstel Volkshuisvestingsprogramma 10. Beantwoording technische vragen T@B over Volkshuisvestingsprogramma
4/4